Links mag Belgicisme laten varen

“Er gaan ‘linkse’ stemmen op voor een cordon sanitaire tegen de N-VA. Walter Pauli legde reeds haarfijn uit waarom zo’n oproep vooral contraproductief werkt (De Morgen, 26/10/2010). Zo’n oproep is ook ondemocratisch: weldra moet ongeveer de meerderheid van de Vlamingen in quarantaine worden geplaatst, omdat ze niet meer in het Belgische verhaal passen. Maar zelfs vanuit een links project is een dergelijke opstelling tegenover wat er politiek in Vlaanderen gebeurt een misvatting. Een juiste inschatting van de globalisering en haar (neoliberale) gevaren leidt namelijk tot het inzicht dat België niet een project van de toekomst is. Anders gezegd: het is logisch dat links het economisch rechtse programma van de N-VA bestrijdt. Maar teruggrijpen naar een status quo voor België volstaat niet als project. Hoe sneller links dit beseft, hoe sneller het zich electoraal kan herstellen.

Historisch gezien hangt het ontstaan van de negentiende-eeuwse Europese natiestaten samen met de industrialisering. Oorspronkelijk regelde het nationale – nu federale – niveau het economische beleid, zoals het bijsturen van de marktwerking en het verzekeren van een eigen munteenheid. Ook de veelbesproken Bijzondere Financieringswet uit 1989 dateert nog uit deze periode waarin de natiestaat een economisch beleid uitstippelde. Maar sindsdien is veel veranderd. In de jaren negentig werden belangrijke Europese akkoorden gesloten en in 2002 werd de euro ingevoerd.

De Europese integratie en de globalisering hebben duidelijke politieke en economische gevolgen: de regio’s nemen het voortouw en de industrie is niet langer de motor van de economie. Wat met het verouderde model samenhangt, komt onder druk te staan (bijvoorbeeld de vakbonden). Dat Vlaanderen aan belang wint, is dus een logische historische evolutie, geen terugkeer naar de duistere tijden van het nationalisme.

Het Belgische politieke niveau heeft steeds minder vat op de economische veranderingen. Ik vermeld slechts het lot van drie kroonjuwelen van het Belgische establishment: de overheid verkocht Fortis aan het Franse BNP Paribas, de Société Générale behoort nu bij de Groupe Suez en InBev werd Anheuser-Busch InBev. De globalisering voltrekt zich overal in Europa. Nationale regeringen laten de vrije markt volop spelen, om vervolgens machtelozer achter te blijven.

Dat ‘links’ hierbij soms aan de macht is, zoals in de paarse regering, verandert hieraan weinig of niets: de federale regering heeft maatregelen goedgekeurd zoals de notionele interestaftrek,

het privatiseren van overheidsbedrijven en het voeren van een desastreus fraudebeleid. Bij deze (neo)liberale omwenteling past eveneens een immigratiebeleid dat de loonconcurrentie doet toenemen. Vooral wie de laagste lonen trekt, lijdt hieronder: de negentiende-eeuwse arbeiders zijn nu uitgebuite kansarmen en illegalen. Het heeft dus niet veel zin om in federaal ‘links’ een echt progressief project te zien.

Wat nu?

Een links project voor de 21ste eeuw bevat een visie op het regionale en het internationale vlak. Laten we eerlijk zijn over België: politiek gezien blokkeert het federale niveau méér dan het regelt. Het federale failliet hangt samen met onomkeerbare feiten: er zijn geen unitaire partijen meer die een gemeenschappelijk project uitdragen. Partijen hebben een ander kiespubliek. Noord en zuid hebben zelfs een eigen publieke opinie. Daarbij heeft de globalisering de internationale status van het Frans aangetast ten voordele van het Engels: Vlaanderen richt zich naar de Angelsaksische wereld terwijl de Franstaligen liever richting Parijs kijken. Hoe we over de maatschappij in brede zin denken, verschilt steeds meer. Zelfs een federale kieskring kan dit niet omkeren.

Om al deze redenen is een verregaande democratische staatshervorming nodig. Dit betekent vooral decentralisatie en het respecteren van de subsidiariteit (het organiseren van bevoegdheden op het lokale niveau). Het democratische deficit op Europees niveau behoeft eveneens ernstige aanpassingen: Europa is een onaf project. En er is een nieuw democratisch project binnen Vlaanderen zelf nodig: een ‘civil society’ waarin mensen hun politieke verantwoordelijkheid nemen en zowel marktpartijen als overheidsbeambten kunnen aanspreken. Een goede democratische werking op regionaal niveau biedt een eerste politiek vertrekpunt om de hegemonie van de globalisering te doorbreken. Voorlopig is dit helaas niet vanzelfsprekend: zelfs een (meer) autonoom Vlaanderen heeft nog een lange weg af te leggen. De rechtse krachten zijn aanzienlijk. België biedt echter geen uitweg voor de strijd die links (eindelijk!) moet aangaan. Want één ding is duidelijk: voor het ontwikkelen van actiemogelijkheden zal het Belgische federale niveau alleen in belang afnemen.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s