Fragment ‘Revolte en Manifestatie’

Occupy Wall Street

Een fragmentje uit het tweede hoofdstuk van mijn boek ‘Door Spinoza’s lens’.

Revolte en Manifestatie

Sinds enkele jaren ontspringen allerlei vormen van revolte. De meest opvallende vinden plaats op het Tahrirplein in Egypte en elders in het Midden-Oosten. In 2011 begint de ‘Arabische Lente’: regimes vallen als dominostenen. Alvast de politieke leiders van Tunesië (Ben Ali), Egypte (Mubarak), Libië (Khadaffi) en Yemen (Saleh) verdwijnen na jarenlang dictatoriaal bewind van het toneel. Toch belooft die lente slechts kort een mooie zomer. Na een kille herfst dreigt ze een lange winter te worden. Opstanden in Syrië, bijvoorbeeld, ontaarden in een bloedige burgeroorlog. En wanneer volgt meer democratie in die landen waar de dictators werden verslagen?

Opstanden ook in de Verenigde Staten en Europa. ‘Occupy Wall Street’-betogers verzamelen in de straten van New York en van andere Amerikaanse steden.2 Ze palmen pleintjes in omdat ze vinden dat hun politieke vertegenwoordigers geen rekening houden met hun eisen. Bestaande politieke partijen brengen geen alternatieve visies meer op economisch beleid. De verschillen tus- sen de ‘Republicans’ en de ‘Democrats’ zijn slechts schijn. In werkelijkheid voeren beide partijen een beleid dat slechts een minderheid ten goede komt. In zijn essay ‘Of the 1%, by the 1%, for the 1%’ verwoordt Nobelprijswinnaar economie Joseph Stiglitz het volstrekte onevenwicht: een bovenlaag van 1% profiteert van het huidige economische beleid.3 Hun belangen druisen recht tegenover die van de overige 99% in.

Westerse landen vertonen steeds meer een ernstig democratisch

tekort, omdat politieke partijen geen werkelijk economische alternatieven meer formuleren. ‘Links’ en ‘rechts’ presenteren zich wel als tegengestelden, maar eigenlijk brengen ze variaties op het thema van de economische groei door consumptie met geleend geld, zonder rekening te houden met beperkingen van het milieu, of met de levensomstandigheden van de overgrote meerderheid op deze planeet. Over de verhouding tussen burgers, overheid en vrije markt zouden nochtans fundamentele discussies moeten plaatsvinden. Een democratie heeft juist behoefte aan verdeeldheid tussen facties, aan tegengestelde visies.

De protesten tonen dat burgers zich niet meer herkennen in de standpunten van hun politieke vertegenwoordigers. Politici bieden geen oplossing voor de toenemende ongelijkheden. Een van de problemen, zeker in de Verenigde Staten, is dat politici financieel afhankelijk zijn van schenkers om verkozen te raken.4 Door die financiële steun worden ze verplicht om een beleid te voeren dat precies die rijkere financiële klasse ten goede komt. Dat beleid vergroot dan opnieuw de ongelijkheid, waardoor de politieke invloed van de numerieke meerderheid weer afneemt. Als reactie ontstaan dan alternatieve pogingen om op een democratische wijze politieke macht uit te oefenen.

In West-Europa vonden bijvoorbeeld rellen plaats in de Parijse ‘banlieues’ (2005) en in London (2011). Geen georganiseerd verzet, maar plunderingen, brandstichtingen en gewelddadige confrontaties met de politie.

Hedendaagse ‘revoltes’ zijn dus onderling moeilijk vergelijkbaar. De ‘Occupy Wall Street’-beweging heeft geen duidelijke politieke structuur, aangezien de betogers juist een alternatieve democratische stem willen ontwikkelen. Maar ze brengen wel variaties op één aanklacht: de invloed van de financiële wereld op de politiek en de stuitende ongelijkheid. Voor de andere ‘op- standen’ is de samenhang veel minder duidelijk. De Londense ‘rioters’, bijvoorbeeld, plunderden in hun korte ‘opstand’. Ze stalen vooral dure producten, stichtten brand en lieten een spoor van vernieling na. Het protest leek juist consumptiegericht, in plaats van de moderne samenleving aan te klagen.

De Arabische Lente is nog een ander verhaal. Protesten tegen corrupte dictaturen lijken een positieve evolutie. Maar wat met het theocratische gevaar? Wat als die regimes worden vervangen door een islamistisch regime? Toekomstige democratische rechten, zoals vrije en gelijke verkiezingen, bescherming van individuele rechten en sociale en economische welvaart zijn dan evengoed bedreigd.

Heeft het zin om na een opstand meer democratie te verwachten? Welke voor-of nadelen hebben gevoelens van verontwaardiging en angst die aanleiding geven tot revolte?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s