“De Machiavelli in Morsi” – in De Standaard

Het valt te vrezen dat de Egyptische president Mohammed Morsi nog inspiratie kan halen uit het œuvre van Machiavelli om de Egyptenaren onder de knoet te houden. Het vrijheidsgevoel van vorige lente heeft plaatsgemaakt voor een nog strakker aangesnoerde dictatuur.

Volksopstanden leiden niet altijd tot meer bevrijding. Integendeel zelfs. Wat nu in Egypte gebeurt, is daar een mooi voorbeeld van. President Mohammed Morsi van de islamitische Partij voor Vrijheid en Gerechtigheid (FJP) trok zopas ongekend veel macht naar zich toe. Tegenstander Mohammed el-Baradei noemde Morsi de nieuwe farao. Morsi tracht nu de gemoederen te bedaren.

Islamist Morsi zwaait met de Koran. Maar het Egyptische scenario leest eerder als een toepassing van enkele beschouwingen uit Machiavelli’s werk. Wil je macht? Beknot de vrijheid in het binnenland en verzeker je van steun uit het buitenland. Handel vanuit angst. Kaap het vrijheidsideaal van de bevolking. Presenteer jezelf als trouw gelovig, dus moreel superieur: je beleidsdaden blijven buiten schot. En gebruik godsdienst om angst en onmacht bij de bevolking te vergroten. Verhinder elke kritische analyse van machtsmechanismen. De Egyptische situatie is complex, en Machiavelli’s werk is dat ook. Maar enkele inzichten vallen uit Machiavelli’s werk wel te rapen.

Nochtans begon het verzet tegen de vorige dictator, Hosni Moebarak, beloftevol. In januari 2011 stroomde het Tahrirplein in Caïro vol met protesterende jongeren. Spoedig eisten Egyptenaren uit alle lagen van de bevolking eensgezind Moebaraks vertrek. Die had meer dan dertig jaar de plak gezwaaid, dankzij vriendjespolitiek, corruptie en een machtige politie. Meer dan enkele weken verzet hadden de protesteerders niet nodig: op 11 februari trad Moebarak af. Die dag zongen Egyptenaren euforisch dat het leger en de bevolking één waren. Samen hadden ze het juk van de dictatuur afgeworpen. Niemand zou zich nog aan een dergelijke machtsgreep wagen, geloofden ze. Eindelijk waren ze vrij.

Kiemen van onvrijheid

Helaas lijken ze definitief ongelijk te krijgen. Verrassend? Volgens Machiavelli kan een volk dat geen vrijheid kent, maar moeilijk verworven vrijheid behouden. En juist een volksopstand bevat kiemen van méér onvrijheid. Waarom? Omdat de angst toeneemt: nieuwe machtshebbers beseffen dat ze de bevolking best nog meer vrezen dan hun voorganger deed. Wat gebeurde er in Egypte? Meteen na Moebarak domineerde de Opperste Raad voor de Strijdkrachten (Scaf) de politieke besluitvorming. Human Rights Watch sprak een jaar later van ongezien gewelddadige patronen en pogingen om de politieke ruimte te controleren.

In juni 2012 werd dan Morsi tot president verkozen. Meteen schoof hij belangrijke generaals aan de kant. De polarisatie tussen islamisten en anderen verandert het politieke spel: wie kritiek heeft op Morsi kan voortaan makkelijk van gebrek aan geloof, dus aan moraal, worden beschuldigd. Of van voorkeur voor buitenlandse, niet-islamitische invloeden op de maatschappij. Critici vrezen ook dat Morsi meer islamitische invloed wil op de nieuwe grondwet. De vrijheid van meningsuiting, vrouwenrechten en rechten van minderheden, zoals de koptische christenen, worden bedreigd.

En de idealen van de revolutie? De geschiedenis leert dat idealen veel makkelijker worden gerecupereerd dan dat ze worden uitgevoerd. Want Morsi werpt zich ondertussen op als verdediger van de oorspronkelijke revolutie. Hij beweert zelfs dat zijn machtsgreep nodig is om democratie mogelijk te maken. Na het leger wil hij nu de macht van het gerecht inperken. Niet volstrekt onlogisch: oude getrouwen van de dictatuur ervaren de nieuwe vrijheid als hun slavernij en ze blijven ijveren voor het oude regime. Maar Morsi’s reactie knecht de bevolking genadeloos. Hij heeft nu de wetgevende, de uitvoerende, de rechterlijke macht en het leger in handen. Niemand kan nog kritiek uiten op zijn beleid.

Een betrouwbare dictator is oké

Vorige week maakte Morsi een sterke indruk op buitenlandse leiders, zoals Barack Obama en Hillary Clinton. Morsi bemiddelde een staakt-het-vuren tussen Palestijnen en Israeli’s. Het was het ideale moment om de teugels in eigen land te verstrakken. Zorgen hoeft Morsi zich niet te maken: buitenlandse mogendheden verkiezen zelden republikeinse (of democratische) buurlanden. Dat klinkt hard, en het staat haaks op het officiële beleid van het westen. Maar buitenlandse leiders hebben liever met een machtige andere leider te maken, dan met een republikeinse vertegenwoordiging van het volk, volgens Machiavelli. Buitenlandse dictators zijn geen probleem. Alleen als ze (voor het westen) onbetrouwbaar zijn. Een blik op de recente geschiedenis zegt genoeg.

Is meer democratie toch mogelijk? In principe wel. Als protesteerders niet alleen een plan tégen een dictator, maar ook een plan voor een democratisch alternatief hebben. Als dat alternatief de morele en godsdienstige inmenging in de politiek beperkt. Islamist Morsi ontleent geloofwaardigheid aan ‘morele en religieuze’ kwaliteiten. Maar zo’n vage criteria zetten de deur open voor machtsmisbruik. Politieke argumenten spelen geen rol wanneer een leider een vermeende morele superioriteit kan inroepen. Helaas lijken de effecten van Morsi’s politieke beslissingen glashelder: Egypte staat voor een ongezien strenge dictatuur. Onder Morsi, of iemand anders.

Zaterdag 1 december geef ik een lezing over angst en verontwaardiging in het werk van Spinoza voor de Vereniging het Spinozahuis.

Op deze site staat een fragmentje van mijn boek ‘Door Spinoza’s lens’ met een hoofdstuk over revolte. Spinoza waarschuwde even goed voor opstand: ze worden makkelijk gerecupereerd, en aan de revolte liggen ‘droeve’ passies ten grondslag. In het Spinoza-boek komt Machiavelli eveneens aan bod, aangezien Spinoza erg door hem werd geïnspireerd.

Meer informatie: Morsi geeft niet meteen zijn machtsgreep op volgens The Guardian. Over wat zijn machtsgreep inhoudt volgens Hamza Hendawi, over Egyptes Morsi en het leger en over Morsi’s recente acties.

 

 

4 Comments

  1. Nicole Billen

    Ik denk dat je analyse juist is en de toekomst er voor Egypte somber uitziet!

  2. Tim Joosen

    Ik meen dat de feiten van de voorbije dagen je fundamenteel ongelijk hebben gegeven over dit opiniestuk. Volgens mij hou je in je opiniestukken onvoldoende rekening met de onderliggende processen die plaatsvinden bij een revolutionaire beweging zoals ze in Egypte heeft plaatsgevonden.

    De beweging tegen Moebarak heeft een fundamentele verandering gebracht in de situatie in Egypte: voor de eerste maal hebben jongeren en arbeiders in het land zich massaal georganiseerd, hebben ze doorheen hun beweging een leerproces doorgemaakt: ze leerden hoe ze zich moeten organiseren, hoe een betoging of protestactie organiseren en soms fysiek verdedigen, er werden banden gesmeed over de religieuze grenzen heen (herinner je de Christenen die hun islamitische mede-demonstranten verdedigden tijdens hun gebed en vice versa), het hele land gonsde van de politieke discussie.

    Op het moment dat de beweging tegen Moebarak begon, bestonden er 5 onafhankelijke vakbonden in Egypte, vandaag zijn dat er meer dan 800, die samen 3 miljoen arbeiders vertegenwoordigen. In heel wat bedrijven, en soms in hele sectoren, is de voorbije maanden zware syndicale strijd gevoerd door deze militanten om bepaalde eisen van de beweging (betere leef -en werkomstandigheden, meer inspraak in de bedrijven,…) af te dwingen, vaak met spectaculaire resultaten. Ze verzetten zich onder meer tegen het feit dat Morsi en zijn Moslimbroeders zich enthousiast in de armen hebben gegooid van die zakenlui en multinationals die reeds onder Moebarak grote winsten maakten op de rug van meerderheid van de bevolking, en tegen de voorwaarden die het IMF stelde rond de lening die de instelling aan de nieuwe Egyptische regering gaf: het IMF pleit onder meer voor het afschaffen van de “energiesubsidies” aan gezinnen met lage inkomsten die zelfstandig niet kunnen betalen voor verwarming en elektriciteit, tegen deze maatregel is veel protest.

    En het blijft niet beperkt tot economische eisen: de beweging die de voorbije dagen losbarstte in Egypte, met als orgelpunt de bestorming van het presidentiële paleis door meer dan 100.000 betogers, toont duidelijk aan dat een groot deel van de Egyptische bevolking niet van plan is hun recent herwonnen vrijheid opnieuw af te staan. De oude militaire garde in het land mocht dit reeds ondervinden, vandaag krijgen de Moslimbroeders hetzelfde lesje te verduren. De revolutie van 2011 is niet voorbij, ze is nog even levendig als toen.

    Een revolutie is immers geen lineair proces. Een beweging die een hele maatschappij op haar grondvesten doet schudden wordt gekenmerkt door verschillende, vaak tegenstrijdige processen. Aan de ene kant heb je de massa’s die “op het toneel van de geschiedenis verschijnen”, die zich organiseren, die lessen trekken uit nederlagen en overwinningen, en die vooral vertrouwen opdoen in hun eigen kunnen om hun eigen lot in handen te nemen, en de geschiedenis te veranderen. Tegelijkertijd brengt een revolutie ook reactionaire krachten op de been, de oude orde in de maatschappij die zich van haar meest lelijke kant laat zien om haar privileges te vrijwaren. Denk aan de pro-Moebarak milities die terreur zaaiden onder de jongeren en arbeiders in strijd, maar ook aan een organisatie als de Moslimbroeders, die absoluut geen enkele vooruitgang te bieden heeft aan de Egyptische massa’s. Soms, onder druk van de beweging, zijn die reactionaire krachten verplicht zich van hun meest vriendelijke kant te laten zien, maar eens de massa’s zich demobiliseren, komt de ware aard van deze krachten terug naar boven. Dit is wat Morsi ons de voorbije weken liet zien: hij meende dat de tijd was gekomen om het ware programma van de Moslimbroeders op tafel te leggen, maar de feiten van de laatste dagen lijken aan te geven dat hij zich vergist heeft.

    Uiteindelijk kan een situatie zoals vandaag in Egypte niet eeuwig blijven doorgaan. Je kan niet voortdurend gemobiliseerd blijven om het hoofd te bieden aan elke poging van de elite om terug te slaan. Eigenlijk is de situatie in Egypte vandaag een patstelling: de massa’s hebben hun potentiële kracht laten zien, als ze willen, duwen ze het hele kaartenhuisje omver, en kunnen ze zelf de macht grijpen. De Egyptische arbeiders en jongeren beschikken vandaag echter niet over hun eigen organisatie, hun eigen partij, om hen een programma te bieden om dit effectief te doen. Zolang dit niet het geval is, zal de elite in de maatschappij nieuwe pogingen zoeken om de massa’s te demobiliseren, en hun hegemonie over de maatschappij opnieuw te herstellen.

    Daarmee kom ik tot het cruciale punt in mijn betoog: wat er vandaag in Egypte gebeurt, is een klassenconflict. Een conflict dat haar oorsprong vindt in de fundamentele tegenstellingen in het kapitalistische systeem, die er voor zorgen dat dit systeem geen menswaardig leven kan bieden aan de massa’s van de bevolking. In Egypte uit zich dit bijvoorbeeld door het feit dat, ondanks dat er ter wereld nog nooit zoveel voedsel werd (over)geproduceerd, een groot deel van de bevolking niet in staat is te voorzien in hun eigen levensonderhoud. Voedsel is vandaag een speculatiegoed geworden, zelfs als dit betekent dat miljoenen mensen in de minder ontwikkelde landen honger lijden. Het is deze fundamentele ontevredenheid over hun levenssituatie die de massa’s in Noord-Afrika en het Midden-Oosten heeft aangezet om de strijd te voeren tegen diegenen die hen onderdrukken: de dictator en zijn militaire regime, maar ook tegen de klasse van kapitalisten en speculanten die zich achter het regime verbergt.

    Daarom moet de oplossing voor het conflict in Egypte volgens mij dan ook een socialistische oplossing zijn. De massa’s moeten zich organiseren in een partij die zich baseert op de strijd, die zich organiseert in comités in wijken en bedrijven. Een partij met een socialistisch programma, waarin de nationalisering van de sleutelsectoren van de Egyptische economie centraal stelt, en deze sectoren onder de democratische controle van de wijk -en fabriekscomités plaatst. Die ook democratische soldatencomités organiseert in het machtige Egyptische leger, om op die manier de macht van de reactionaire officieren te breken. Zo’n programma zou ook onmiddellijk haar effecten kunnen hebben op de strijd in de rest van de regio (Libië, Syrië, Tunesië,…), maar waarom ook niet op de strijd tegen de besparingen in Europa? Een socialistisch Egypte zou kunnen oproepen tot een Socialistische Federatie van de Middenlandse Zee, en zo bvb. een perspectief geven aan de strijd die bvb. in Griekenland, Italië, Spanje, Portugal etc. plaatsvindt. Het zou de basis kunnen zijn van een nieuwe maatschappij, gebaseerd op de belangen en behoeften van de hele bevolking, en niet op de megawinsten van een kleine elite.

    Ik denk dat het dus cruciaal is dat we de massa’s in Egypte het respect geven dat ze verdienen met hun strijd, en hen niet aanvallen door te stellen “Volksopstanden leiden niet altijd tot meer vrijheid”. We moeten samen met hen vechten voor een programma en een organisatie waarmee overwinningen kunnen worden geboekt, in plaats van ons te veel te richten op de tijdelijke nederlagen die worden geleden. Het conflict in Egypte is nog bij lange na niet beslist…

    Van een oud-student filosofie

    • Tinneke Beeckman

      Beste Tim,

      Dank voor je reactie. Ik herinner me nog een paper van jou over Rousseau en Marx :-).

      Ik schreef niet met een gebrek aan respect voor wie in opstand komt, integendeel. Ik lees trouwens Machiavelli ook als een denker die republikeinse vrijheid uiteindelijk steunt.

      Mijn stuk ging over de intenties van Morsi, en die waren duidelijk niet democratisch. Op dat ogenblik was daar weinig over geschreven, behalve een stuk van Mia Doornaert. Later schreef Chams Eddine Zaougui het typische vergoelijkende stuk: die morsi valt wel mee. Niet dus.

      Het klopt dat de afgelopen dagen opnieuw ‘hoopgevend’ zijn. Maar de laatste zin van mijn betoog is: onder Morsi of iemand anders. Er is dus opnieuw opstand, maar ik blijf erbij dat dat geen democratie garandeert. Voorlopig heerst chaos en het risico op een soort burgeroorlog.
      Ik blijf ook bij dit punt: of Egypte uiteindelijk meer vrijheid kent of niet, zal niet alleen van een economische strijd afhangen, maar ook van de mogelijkheid om de relatie tussen politiek en godsdienst kritisch te denken. En het blijft afwachten of dat zowel in Egypte als in de buurlanden mogelijk is.
      Dat staat niet los van de economische strijd, maar hangt er mee samen. Juist wie economische vooruitgang het meest nodig heeft, blijkt ook het meest vatbaar voor fundamentalisme. En dat is in Egypte niet anders.

      In elk geval fijn om lezen dat niet iedereen mijn pessimisme – wat ik zelf graag als realisme zie – deelt.

      Hartelijk,
      Tinneke

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s