Interview in ‘De Tijd’, met Etienne Vermeersch – 28 dec.

BckTIcYCAAAy69G“Onze economie is een piramidespel”

We schrijven elke dag kranten vol met nieuws, maar stellen we wel de juiste vragen? We vroegen het aan twee filosofen: éminence grise Etienne Vermeersch en aanstormend talent Tinneke Beeckman. ‘We gaan van de ene hype naar de andere. Er is geen intellectueel debat meer.’

door Gwen Declerck

Etienne Vermeersch (79) zal in 2014 sterven. Ten minste, dat voorspelde een internetwaarzegger  drie jaar geleden op basis van zijn medische parameters en cardiologische voorgeschiedenis. Maar als je ziet met welke passie hij spreekt, is het haast ondenkbaar dat die voorspelling zal uitkomen. Hij voelt zich fit, heeft nog plannen voor minstens twee boeken. ‘Dankzij die nieuwe stent kan ik nog een aantal jaar mee.’

In een filosofisch gesprek over de Grote Vragen heeft hij altijd zin. Zeker als het gesprek bij een houtvuur plaatsvindt, dat hij – zoals het een echte vent betaamt – meteen begint op te poken. En zeker als zijn sparring partner een jonge filosofe is, waarvoor hij bewondering koestert. Tinneke Beeckman (37) is vorig jaar doorgebroken dankzij een boek over de verlichtingsdenker Spinoza en tal van puntige krantencolumns. De oude man en de jonge filosofe kennen elkaar van in de Gravensteengroep, een club van Vlaamse intellectuelen die in 2008 een opgemerkt pleidooi hield voor een verdere staatshervorming en sindsdien regelmatig manifesten uitbrengt over maatschappelijke en politieke thema’s.

Politiek

Zijn wij wel met de juiste dingen bezig?

Vermeersch: ‘De vraag is of kranten zich wel met fundamentele vragen moeten bezig houden. Nieuwsmedia zijn per definitie efemeer. Ze zijn bezig met de waan van de dag. Wat ik erger vind, is dat het lijkt alsof alles wat er in de wereld gebeurt, hier gebeurt. In dit minuscule gebied dat Vlaanderen heet.’

Beeckman: ‘ Waar ik me aan erger is de overmatige berichtgeving over de lijstvorming voor de volgende verkiezingen. We reduceren politiek steeds vaker tot de carrière van enkele mensen. Akkoord, het is tot op een zekere hoogte relevant om te weten welk gewicht iemand heeft binnen een bepaalde partij. Maar nadenken over politiek, over democratie, is toch nog iets anders dan de interne strijd tussen politici. Alsof burgers moeten meeleven met de carrièreplannen van politici: wie maakt kans op promotie, wie riskeert een afstraffing? Alsof politiek de politicus moet dienen, en de politicus niet meer het spel van de politiek. Veel meer dan de egokwesties, interesseren mij het politieke project waar die mensen voor staan.’

Misschien wringt daar het schoentje. Zijn er nog wel interessante politiek projecten?

 Vermeersch: ‘Vanuit een bepaald oogpunt niet.  In de tweede helft van de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw, vertegenwoordigden de politieke partijen de belangen van bepaalde groepen in de samenleving. Je had de arbeiders, de middenstand, het groot kapitaal. De ideologie van de socialisten viel samen met de belangen van hun kiezers. De jongste twintig, dertig jaar is dat niet meer het geval. Zo wil geen enkele partij de sociale zekerheid afschaffen. Politici zijn het oneens over nuances, maar over de grond zijn ze het grotendeels eens.’

‘Tegelijk staan alle politieke partijen machteloos tegenover de echte problemen, want die komen van elders. Als een Indiër hier de staalindustrie komt sluiten, worden wij daar allemaal door getroffen. Daar kunnen socialisten noch liberalen iets aan veranderen. Je kunt niet stemmen tegen die Indiër. Of tegen Roma die naar hier komen, omdat ze een beter leven willen dan in hun thuisland Bulgarije of Roemenië…’

Verklaart die machteloosheid ook de opkomst van N-VA?

Vermeersch: ‘In alle landen worstelen politieke partijen om antwoorden te vinden op globale problemen. Maar in België is de machteloosheid groter dan elders, omdat we met twee landsdelen zitten die verregaand verschillend zijn. Kijk naar het onderwijs. Het Vlaamse onderwijs kan zich meten met wereldtoppers, het Franstalige onderwijs hoort ergens bij de ontwikkelingslanden thuis. Bovendien denken we in beide landsdelen totaal anders over politiek: in Vlaanderen domineert een centrumrechtse ideologie, in Wallonië een centrumlinkse.’

Beeckman: ‘België heeft een groot democratisch deficit en daar hebben traditionele partijen het niet over.  Als je er wel iets over zegt, word je al snel in de N-VA-hoek gezet. In de federale regering zitten partijen die het federale parlement slechts een Vlaamse minderheid. Ik vind het gek dat een meerderheid van de bevolking door een minderheid vertegenwoordigd wordt op het hoogste niveau van de uitvoerende macht. Daar wordt veel te vlot over gegaan.’

Vermeersch: ‘Stel dat de PS even sterk blijft in Wallonië, en de NV-A ook 30 procent haalt. Dan moeten die twee samen een regering vormen, wat haast onmogelijk is. Karl Popper (filosoof die veel geschreven heeft over democratie, nvdr) zou zeggen: in dat land is democratie niet mogelijk.’

EUROPA

Zit Europa ook met een democratisch probleem?

Vermeersch: ‘We zitten in een interessant tijdsgewricht. Er is een enorme hetze tegen Europa aan het groeien. Anti-Europese partijen, zoals die van Geert Wilders en Marine Le Pen, winnen aan kracht. Die partijen hebben een punt als ze zeggen dat Europa niet democratisch is. Een van de basisstellingen van Popper over democratie is dat je een regering moet kunnen afzetten door verkiezingen. Wel, dat kan in Europa niet. Het Europese parlement kan de commissie of de commissarissen niet naar huis sturen.’

Beeckman: ‘Dat probleem sluimert al langer. In 2005 heeft een meerderheid van de Fransen en de Nederlanders tegen de Europese Grondwet gestemd. Omdat ze de indruk hadden dat er een beleid boven hun hoofden werd gevoerd. Die neestemmen zijn nooit ernstig genomen, en nu groeit het ongenoegen met de dag.’

Zit de crisis daar voor iets tussen?

Beeckman: ‘Natuurlijk. Die hele politiek van ‘there is no alternative’, die Herman Van Rompuy predikt, klopt niet vanuit democratisch standpunt. Het publiek debat is afgeschaft: er mag niet gediscussieerd worden over hoe je zo’n crisis aanpakt: meer of minder besparen, meer of minder overheid. Vroeger werd daarover gediscussieerd tussen links en rechts. Vandaag is er klaarblijkelijk maar een weg, en die wordt ons van bovenaf door onze strot geduwd. Landen zoals Griekenland zijn zich kapot aan het besparen. Er worden beslissingen genomen, waar volgende generaties door getroffen worden. Op een schaal die ongezien is. Wij, Europese burgers, zijn allemaal schuldenaars geworden van een schuld, waarvan niemand weet of die kan worden ingelost.’

‘Intussen wordt er almaar meer macht overgedragen van nationale, verkozen politici naar supranationale instellingen. Want, ja, deze noodtoestand vraagt daarom. Daar mogen we ons toch vragen over stellen? Is deze politieke overdracht eerlijk gebeurd? Maakten burgers in het stemhokje de keuze om hun politici van hun taak te ontslaan? Kozen ze voor een technocratisch supranationaal bestuur?’

U verwijt Europese politici ook een gebrek aan zelfkritiek?

Beeckman: ‘Ja, mensen zoals Guy Verhofstadt en Jean-Luc Dehaene trekken van leer tegen populisme, maar ze hebben dat populisme zelf mee in de hand gewerkt. Al sinds de jaren negentig twijfelen veel mensen aan de mogelijkheid van een monetaire Unie, die geen politieke, sociale of fiscale Unie is. Maar burgers dachten dat slimme koppen zoals Dehaene het wel zouden regelen. Nu blijkt dus dat er wel degelijk fouten in de constructie zitten. En toch hoor je weinig verdedigers van Europa uitleggen hoe en waarom het is misgelopen. Waarom zou je Europese politici opnieuw vertrouwen als die geen kritische analyse kunnen maken van het verleden?’

Vermeersch: ‘Pro-Europese politici hebben de neiging om elke kritiek op Europa te situeren in het kamp van populisten, enggeestigen en irrationelen. Die zijn er natuurlijk, maar de vraag blijft waar het onbehagen vandaan komt dat hun succes verzekert; dat moet je au sérieux nemen.’

ECONOMIE

Waarover zouden we het volgend jaar veel meer moeten hebben?

Vermeersch: ‘Onze economie is een piramidespel. Dat zinnetje zou elke dag in hoofdletters op de voorpagina van uw krant moeten staan. In een piramidespel overhalen deelnemers  anderen om mee te doen, waarbij de bijdrage van de nieuwkomers wordt uitbetaald aan de vorige deelnemers. Dat systeem werkt. Iedereen wint, op voorwaarde dat er telkens meer deelnemers bijkomen, die zorgen dat er meer kan worden geproduceerd, zodat vervolgens meer kan worden geconsumeerd. Maar de piramide kan zich niet oneindig uitbreiden. Het systeem teert op grondstffen die in snel tempo op geraken. Het produceert afval, maar de afvalbakken – bodem, rivieren, zeeën en lucht – lopen vol. Dat piramidespel stort ineen tegen het einde van deze eeuw. Misschien vroeger al.’

‘Intussen blijven alle economen maar zeggen dat we de consumptie moeten aanzwengelen. Sommigen beweren zelfs dat er meer kinderen moeten geboren worden. In de logica van het spel klopt dat natuurlijk. Op korte termijn verbetert dat onze situatie. Maar op lange termijn stuikt de piramide in elkaar. Mijn haar komt recht als ik intellectuelen hoor zeggen dat het geweldig is dat China zijn éénkindpolitiek opgeeft. In enkele jaren tijd zullen er honderden miljoenen Chinezen bijkomen, zoals nu in India. Vroeg of laat zullen die allemaal willen meespelen in het spel.’

Hoe loopt dit af?

Vermeersch: ‘Op werelschaal moeten we een stationaire toestand bereiken. De armsten kunnen nog wat rijker worden, maar wij – de rijke landen – moeten verarmen.’

Beeckman: ‘Is dat zo erg? We associëren minder consumeren met een lagere levenskwaliteit, maar klopt dat wel? De zin van het leven is niet zoveel mogelijk goedkope Chinese producten consumeren. Het financiële en het materiële worden overschat. Zo heeft onderzoek aangetoond dat loon slechts een beperkte rol speelt in de tevredenheid van mensen over hun werk. Een loonsverhoging is slechts tot op zekere hoogte een stimulans: boven 5.000 euro netto maakt het weinig uit hoeveel er bijkomt.’

Onze rijkdom is een illusie waar we niet per se aan moeten willen vasthouden?

Vermeersch: ‘Ja, van almaar meer willen, worden we niet beter. De Fransman René Girard schreef als eerste over de mimethische begeerte. Wat ik verlang wordt in belangrijke mate bepaald door wat mijn buurman verlangt. Heeft die een grote auto, dan wil ik ook een grotere. En als ik mijn grote auto heb, wil mijn buurman daarna opnieuw een grotere…We worden er niet gelukkiger van.

De Nederlandse filosoof Hans Achterhuis heeft een punt als hij op de utopische aspecten van de vrije markt wijst. Ook na de kredietcrisis is het geloof in de vrije markt grotendeels onaangetast gebleven. Dat komt omdat de aanhangers van het neoliberalisme de schuldvraag gewoon omkeren: de kredietcrisis is de schuld van de overheid die de banken heeft gered en zich veel te veel met het bedrijfsleven en met de vrije markt heeft bemoeid.’

Beeckman: ‘Wat ik fascinerend vind is dat elk verzet tegen het kapitalisme, wordt opgenomen in de logica ervan. De maskers van Anonymous zijn te koop op het internet, rebellerende jongeren dragen Nike en H&M-t-shirts met de beeltenis van Che op. Er is geen ontsnappen aan het kapitalisme. Zelfs de krachten die het systeem willen veranderen, maken er deel van uit.’

Maar bestaat er wel een alternatief? Hoe bouw je een economie uit die niet uitgaat van groei? Moet je alle wetenschappelijke ontwikkelingen tegenhouden?

Vermeersch: ‘Neen, natuurlijk niet. Maar sommige wetenschappelijke ontwikkelingen moet je scherp in de gaten houden en monitoren. Neem nu genetisch gemanipuleerde organismen. Talloze mensen, onder wie ik ook, leven met insuline die door genetisch gewijzigde bacteriën is geproduceerd. Je kan zoiets dus niet a priori slecht noemen, maar je moet aandachtig toekijken of er geen negatieve gevolgen opduiken. De voordelen moeten gegarandeerd een duurzaam karakter hebben. ‘

Zou u kernenergie verbieden? De nasleep van de kernramp in Fukushima is nog altijd niet onder controle.

Beeckman: ‘Als energiebedrijven zich zouden moeten verzekeren voor het volle risico van een kernramp, zegt econoom Joseph Stiglitz, bleef geen enkele kerncentrale open. De winst is voor de aandeelhouders, de mogelijke kosten zijn voor de gemeenschap. Dat is het probleem van moral hazard. In ons economisch systeem zitten teveel mogelijkheden om risico’s te nemen en die vervolgens af te schuiven op anderen, zelfs op volgende generaties.’

Vermeersch: ‘De halveringstijd van plutonium-239 is 24.000 jaar. Er is nog altijd geen oplossing gevonden voor het afvalprobleem. Sommigen beweren dat de wetenschap voor alles wel een oplossing zal vinden. Maar voor een probleem zoals het efficiënt opslaan van grote hoeveelheden elektriciteit, heeft men – na meer dan 200 jaar onderzoek – nog geen behoorlijke oplossing gevonden. Blind vooruitgangsoptimisme is even onverantwoord als blind pessimisme.’

FILOSOFIE

Hoe komt het dat het zo moeilijk is voor mensen om vooruit te kijken en hoofd-en bijzaken te onderscheiden?

Vermeersch: ‘Omdat we allemaal zelf deel uitmaken van het systeem. Ik eet graag garnalen. Maar de Noordzeegarnalen op mijn bord worden eerst naar de andere kant van de wereld gevlogen om te worden gepeld. Wat een onnoemelijk verlies. Zo zijn er duizend en één dingen, waar we ons soms zelfs niet van bewust zijn.’

Beeckman: ‘Zygmunt Bauman noemt dat moral blindness. We weten de gevolgen van ons handelen voor anderen niet. Of we kunnen makkelijk doen alsof we het niet zien. We zijn individualistisch geworden.’

Meningen en tweets bepalen de orde van de dag. Maken jullie zich daar zorgen over?

Beeckman: ‘Ja, omdat we van de ene hype naar de andere gaan. Iets wordt nieuws, er komt een golf van tweets en commentaren. Daarna verdwijnt het. Er wordt nog amper een intellectueel debat gevoerd.’

Vermeersch: ‘Ik begin een beetje bang te worden omdat ik intellectuelen steeds vaker de rede ter discussie hoor stellen. We moeten blijkbaar terug naar het gevoel, de emotie, een verhaal. Dat zijn frasen van romantici in de tweede helft van negentiende eeuw. Zoiets is niet ongevaarlijk. Als je de emotie de bovenhand laat nemen krijg je fundamentalisme. En daar hebben we momenteel genoeg van.  Kijk naar het islamitisch fundamentalisme of het christelijk fundamentalisme in de Verenigde Staten.’

Beeckman: ‘Het gaat niet over een keuze tussen ‘de ratio’ of ‘de emoties’. Dat is waarom ik Spinoza zo’n interessante filosoof vind. Hij wijst op het belang van de rede, zonder de menselijke passies te miskennen. Onze geest misleidt ons geregeld. We zijn vaak minder redelijk dan we denken. Discussies die we rationeel noemen zijn dat vaak niet. Tegelijk is er in veel discussies vooral een vermanend vingertje, en maar weinig argumenten.’

Ook sommige politici klagen over persoonlijke aanvallen.

Beeckman: ‘Ja, ik heb de hartenkreet van VLD-politica Fientje Moerman ook gelezen. De storm van persoonlijke kritiek die ze nadien over haar heen kreeg, bewees dat ze een punt heeft. Politiek is een harde, narcistische wereld, waarin populariteitspolls, opiniepeilingen en commentaren van journalisten beslissen wie de goede en de slechte zijn. Niet het eigenlijke werk van die mensen.

De Franse schrijver Michel Schneider schreef daarover onlangs een treffend essay. ‘Miroirs des princes. Narcissisme et politique’. Vroeger kreeg elke jonge vorst een tekst met daarin de normen en waarden waaraan hij zich diende te houden. Vandaag zijn het de journalisten die de spiegel voorhouden. Het beeld weerspiegelt niet hoe de politicus in werkelijkheid is, of wat zijn politieke idealen precies zijn. Dat is een probleem.’

‘Sommige staatsmannen uit de geschiedenis, zoals de Amerikaanse president Abraham Lincoln, konden echt vooruitkijken. Lincoln wilde de slavernij afschaffen, maar hij wist dat de zuidelijke staten zouden dwarsliggen. Dus liet hij de burgeroorlog nog wat voortduren en stelde de vredesakkoorden uit. Hij benoemde ook zijn aartsrivaal Salmon Chase als opperrechter van het Hooggerechtshof, omdat hij wist dat dit de beste man voor de job was. Chase benoemde later de eerste zwarte advocaat. Nelson Mandela oversteeg ook voortdurend de persoonlijke strijd in de politiek. Hij verloor nooit het algemeen belang uit het oog.’

‘Ik vrees stilaan dat de politiek mensen met een bepaald carrièrepad aantrekt, in plaats van staatsmensen. Wil een politicus lang overleven, moet hij vooral kunnen communiceren in de media. Dan komt vooral wie gezien wil worden, zelfs zonder een visie, in aanmerking voor het beroep.’

Dit interview verscheen in ‘De Tijd’, ‘Weekend’, 28 december 2013, p. 42-43.

Foto’s: Thomas De Boever.

9 Comments

  1. Bart Haers

    Misschien hoeven politici en vooral journalisten zich niet elke dag met fundamentele vragen bezig te houden, maar wel eens kijken of wat ze zeggen en doen wel nog past in de aannames die ze hanteren en dus nadenken over de praktijk, in relatie tot een zekere theorie of reflectie.
    Natuurlijk kunnen nieuwsmedia niet anders dan zich op de actualiteit storten, maar de vraag is of ze daarbij zelf zover mogen gaan het nieuws te maken.
    Schandalen onder de aandacht brengen is belangrijk, maar soms lijkt het of de media schandalen instrumentaliseren om een eigen agenda te voeren. Erger is nog dat over fundamentele voorzieningen zoals onderwijs de nieuwsmedia zelf partij hebben gekozen zonder zich daar bij de lezers, hun trouwe lezers voor te verantwoorden. Idem voor de aanname waarom cultuur en kunsten elitair zouden zijn of waarom wetenschap meer zou zijn dan de altijd weer grote koppen over grootse doorbraken.
    Heel cruciaal lijkt mij te zijn dat sommige fenomenen gewoon niet onderzocht worden: waarom zou de voedselzandloper een adequate voorstelling vormen voor een gezonde voeding? Noch de voor, noch de nadelen kwamen in beeld. Maar dat hangt samen met het feit dat nieuwsmedia zelf eindelijk geen recensenten meer hebben, laat staan critici die een gewogen oordeel kunnen uitbrengen.
    Dat de politieke wereld vreemde lichamen uitstoot, is niet zo nieuw, wel is het nieuw dat diezelfde nieuwsmedia ten tijde van Paars zelf mannetjesmakers geworden zijn. Toen Tindemans wereldberoemd was in Vlaanderen, tja, toen stonden de kranten vol kritiek, ook van Manu Ruys als het zo uitkwam. Vandaag krijgen sommige politici open doekjes en andere pek en veren en toch gaat het niet om hun feitelijke optreden. Meer nog, men doet nu wel een beetje aan fact checking, maar is dat niet wat elke journalist ten allen tijde hoort te doen?
    Een goed interview dus, maar waarom zou iemand – met toch al enkele jaren op de teller – een aanstormend talent heten. U bent van Filosofe, met kapitaal, maar ook, u heeft een belangrijker keuze gemaakt, die niet in het stuk vermeld staat: u koos voor onafhankelijkheid, los van de navelstreng van de faculteit, dat had de Tijd mogen melden.

  2. Jacques Veys

    Nooit groter onzin over democratie en vooral over Europa gelezen….Verkies dan ook de prietpraat van sommige politici dan de pretentie van zgn intellectuelen…

    • Cleyn Piercke

      Misschien lees jij wel niet veel, mr. Veys. Het volstaat niet iets “onzin” te noemen, en “pretentie” om te maken dat het dat ook is. Tenzij je natuurlijk met een argument afkomt. Misschien jij wel, maar ik heb nooit mogen stemmen over existentiële Europese vragen als de euro, Turkije, de roekeloze uitbreiding naar de IJzeren Gordijn landen, en het verdrag van Lissabon. Op een keer waren er die, zomaar. En de eurosatrapen zagen dat het goed was, voor hun gloriol en portemonnee…

    • Bart Haers

      Wat is democratie voor u? De algemene Volkswil, waar sommige partijen zich graag op beroepen, in naam van Jean-Jacques Rousseau? Onvrede is het deel dat de democratische instellingen ten deel valt, want we vergeten te graag de zegeningen te tellen.
      Men kan overleus zeuren over het gebrek aan democratie in Europa, maar er zijn redenen om vast te stellen dat journalisten, belangengroepen en ook volksvertegenwoordigers, vergeten dat de parlementaire assemblees van de lidstaten en in ons land de deelstaatparlementen, die bevoegd zijn op het externe forum waar ze bevoegd zijn op het interne forum. Europa is democratischer dan men beweert, maar iedereen moet dan ook in zijn of haar rol blijven. En wellicht is het zo dat democratie meer discipline vergt dan men het wel graag wil voorstellen: niet de discipline van de ambtenaar, wel de betrokkenheid zo vorm geven dat men naderhand bereid is eventuele vergissingen of fouten te aanvaarden i.p.v ze af te schuiven.

  3. Marc

    Zeer interessant interview …. maar de vragen die mij het meest intrigeren : “Maar bestaat er wel een alternatief? Hoe bouw je een economie uit die niet uitgaat van groei? ” werden niet beantwoord.

    Spijtig.

    Misschien kunnen Tinneke Beeckman en Etienne Vermeersch in 2014 hier eens een aparte publicatie aan wijden ? Misschien te beginnen met een overzicht van de bestaande alternatieven en hun belangrijkste kenmerken ?

    Marc.

    ps : mijn allerbeste wensen voor 2014 !!

  4. John van Gils

    Prima stuk en meningen waar ik (voor een heel groot deel) achter sta.

  5. Maria vanlommel

    Het is juist die conclusie over Europa, daar wordt alles boven onze hoofden beslist, en wij Europeanen moeten alles maar slikken, en dat vind ik vreselijk, kijk maar naar Zwitserland, zij zijn niet bij Europa en daar gaat alles prima ondanks de crisis!

  6. Mark Behets

    De vraag van Marc hierboven naar het alternatief voor het kapitalisme is denk ik de meest to the point vraag die na dit filosofisch interview kan gesteld worden. Mogelijk anders dan Marc verwacht ik echter niet dat er een antwoord gaat komen. Want, ondanks de pertinente nadelen van het kapitalistisch systeem, zijn alle alternatieven nog een stuk slechter gebleken. Vlak na de implosie van het Sovjetimperium leek nog iedereen het hier mee eens. Fukuyama schreef zelfs dat de overwinning van het liberaal-democratisch systeem definitief was, en dat “het einde van de geschiedenis” was aangebroken. Vandaag, nu de euforie van de overwinning wat weggeëbd is, lijken sommigen opnieuw te dromen van een op rationele en ethische gronden superieur alternatief. Ik zou de dromers echter aanraden Spinoza’s Politieke Verhandeling te lezen. Spinoza stelde dat elk maatschappelijk systeem dient rekening te houden met hoe de mensen in werkelijkheid zijn, in plaats van met hoe men zou willen dat ze zijn. Het kapitalisme is succesvol gebleken omdat het als geen ander systeem tegemoet komt aan een aantal universele menselijke behoeften, zoals vrijheid, zelfontplooiing, competitie. Het in de hand houden van de vele nadelen en gevaren die er aan verbonden zijn (trustvorming, sociale onrechtvaardigheid…) zal echter een constante opgave blijven. Hier ligt de grote uitdaging, ook voor politiek filosofen, niet in het bedenken van utopieën.

  7. Lieve Watteeuw

    Dit interview getuigt van moedeloosheid, afwezigheid en steriele verlorenheid. De woorden van Vasco Da Gama (1499- 1524) aan zijn bemanning tijdens een storm inspireren meer: ‘Voorwaarts, jongens, de zee beeft voor jullie’.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s