“De Winnaars”, column DS 1 juni 2015

Unknown 08.33.05Violiste Lim Ji Young won zaterdagnacht de Koningin Elisabeth Wedstrijd. Dat is een fantastische prestatie. Maar begint met een Eerste Prijs ook een schitterende carrière? Voor enkele laureaten was dat zeker het geval, zoals voor pianist Vladimir Askenazy of violist Vadim Repin. Vele anderen verdwenen op de achtergrond. Enkele jaren geleden zocht regisseur Paul Cohen winnaars uit het verleden op met deze vraag: hoe komt het dat buitengewone musici ondanks hun eerste prijs toch de belofte van een prachtige carrière niet hadden waargemaakt? Deze beklijvende documentaire, die nu nog op internet te bekijken valt, brengt niet alleen een verhaal over musici, maar een filosofisch document over succes en tragiek.

De film toont wat een carrière zoal kan saboteren. Zolang de Sovjet-Unie bestond, konden politieke problemen fataal zijn. Twee winnaars – pianist Eugène Moguilevksi en violist Philippe Hirshhorn – werden niet gesteund door de communistische partij. Het regime vertrouwde hen niet. Moguilevski kreeg nadien geen uitreisvisa, en had dus jarenlang niets aan zijn internationale overwinning. Hirshhorn ontvluchtte zijn land en vestigde zich in 1974 in Brussel.

Ook het streven naar perfectie kan succes behoorlijk in de weg zitten. Amerikaanse violist Berl Senofsky stopte op een hoogtepunt met concerten omdat hij ontevreden was over zijn spel. Twee jaar lang verbeterde hij zijn techniek. Zijn manager kreeg bijna een hartaanval: Senofsky verdiende heel veel geld. Maar uit liefde voor muziek verkoos hij artistieke integriteit boven winstbejag..

imagesDe echt tragische held van de film is Hirshhorn, een magisch musicus, maar een getormenteerde perfectionist. De documentaire toont hem een jaar voor zijn overlijden, als hij door ziekte niet meer kan spelen. Als begenadigd leraar slaagde hij er wel in om zijn kunde en visie door te geven.

Over zijn meest succesvolle leerlinge maakte Cohen recent een andere documentaire: Janine Jansen. Ze kan van musiceren genieten zonder de diepe vertwijfeling over perfectie.

En ze draait mee in de marketing-molen. Langdurig succes heb je pas als je je voortdurend wilt inspannen om media-aandacht te trekken. Leven als een superster is keihard werken. Zelfs na uitputtende concerten moet Janine nog handjes schudden, op recepties verschijnen, praatjes maken met fans. Tijdens een interview in een taxi laat ze even in haar ziel kijken: ze moet maar de hele tijd geven, geven, geven, zegt ze, en dat is haar leven. Geven, niet krijgen. Het laatste beeld van de innig mooie documentaire: na een succesvolle tournee sluit Janine eenzaam en overspannen de gordijntjes van haar rijtjeshuis.

Succes behaal je dus als je kan doen wat je graag doet, wat je blij maakt en als je daarvoor erkenning krijgt van anderen. Natuurlijk heb je een flinke dosis geluk nodig. De omstandigheden moeten meezitten. En je hebt niet alleen muzikale bezieling en technisch meesterschap nodig, maar ook wat zakelijk inzicht. Maar vooral, Malcolm Gladwell heeft het uitgerekend, 10.000 uren oefenen terwijl niemand toekijkt.

UnknownWie vergeet hoezeer succes afhangt van eenzaam zwoegen in het donker, kan alleen een eendagsvlieg worden. Dat geldt evenzeer voor kunstenaars in de populaire muziek. Leonard Cohen heeft aan elk liedje, aan elk gedicht jarenlang vakkundig geschaafd tot hij het goed vond. In een opmerkelijk interview betreurt de Canadees dat discipline vandaag veel minder wordt gewaardeerd. Dat is zijn heldere kijk op creativiteit. Die discipline maakt het mogelijk dat hij, oneigentijds stijlvol, op zijn 80ste nog heerlijke concerten geeft en nieuwe albums uitbrengt.

Het is de geweldige verdienste van de Koningin Elisabethwedstrijd dat ze ons schoonheid en vervoering toont, dat ze ons leert kijken naar musici die vanuit een innerlijk verlangen in gesprek gaan met de geniale componisten, met andere musici en met ons.

1 Comment

  1. Bart Haers

    Geachte mevrouw Beeckman,

    u schrijft een mooi stuk, daar niet van en dat men 7 à 10.000 uur oefening nodig heeft om een ambacht, een kunt te beheersen moet wel kloppen, want verschillende auteurs wijzen erop, zelfs, als ik me niet vergis, Spinoza. Maar het punt waar het ook eens over zou kunnen gaan, dat is het publiek. Vorige zondag mocht ik Il Gardellino beluisteren in een kerkje in Bachte-Maria-Leerne bij Deinze en het was alweer een ervaring die elk beluiseren op CD of via Spotify verre overklast.
    Wat betekent het toehoren bij een concert, een recital? Ik heb de indruk dat men dat publiek als noodzakelijk kwaad beschouwt, iets dat niets toevoegt aan de kwaliteit van de uitvoering en daar heb ik nu wel mijn twijfels over. Ervaring leerde me dat sommige orkesten wel eens een zeker gebrek aan respect voor het publiek aan de dag leggen, door de partituren als bezeten razen en je hebt publiek dat niet echt op de hoogte is.
    Ik zag mevrouw Janine Janssen eens bij Paul Witteman, waar ze vetelde over hoe ze er onderdoor gegaan was, dat ze het even niet meer kon opbrengen en dat even zou toch een paar jaar geduurd hebben.
    U wijst er niet zonder reden op dat streven naar perfectie in de kunst tot verlamming kan leiden en ook dat is interessant. Maar als je sommige recensies leest, denk je dat de recensent weet wat de perfecte uitvoering van het Brahmsconcerto nu wel niet zou zijn. Maar als je dan in een zaal zit, het Brugse Concertgebouw, dan merk je dat Rach III best overdonderend blijft en dan ga je naderhand niet zoeken naar een paar fouten. Wel kunnen we, publiek als deelhebber aan het gebeuren de musici aansporen en ondersteunen.

    met vriendelijke groet en grote waardering,

    Bart Haers

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s