“Als de buil barst”, column DS 16 nov. 2016

“Het debat over grensoverschrijdend gedrag kwam na de zaak Weinstein uit Amerika overgewaaid. Het is heel goed dat het thema ook in België op tafel ligt. Maar het moet grondiger worden besproken, los van enkele bekende mediafiguren. En laten we vooral niet de Amerikaanse toer zelf opgaan.

In de VS wordt ‘trial by media’ nog op een genadelozere manier gevoerd; mensen worden vernietigend neergehaald na beschuldigingen door een (sociale) media die zich rechters wanen. Dat de openbare opinie een haast-rechtbank wordt, houdt echter wel verband met een falend juridisch systeem: jarenlang hadden slachtoffers geen gepaste procedures om misbruik aan te klagen, zoals meldpunten, bemiddelingstrajecten of eventueel rechtszaken. Daders konden in het verleden te lang hun gang gaan, zeker als ze over veel geld beschikten. In de zaak Weinstein onthulde ‘The New Yorker’ hoe de man zich dankzij een gewiekst netwerk van detectives en advocaten juridische straffeloosheid kocht. Anders had hij zijn wangedrag – vermoedelijk tot verkrachting toe – nooit zo lang kunnen verbergen. In België gaat het er minder doortrapt aan toe, maar toch spelen geld en macht een grote rol in het jarenlange stilzwijgen. Door deze straffeloosheid vallen er meer slachtoffers, worden daders roekelozer, klinkt het verhaal spectaculairder. Tot de buil barst.

Daarnaast leidt de focus op specifieke daders de aandacht af van wat echt nodig is: een open, eerlijk en soms kwetsbaar gesprek over seksueel gedrag en over wat het betekent om man of vrouw te zijn. Wat zijn de kenmerken van een relatie? Hoe verlopen machtsdynamieken? Wat betekenen vrijheid en respect? Elementaire vragen, die alleen zonder puriteinse hypocrisie kunnen worden benaderd.

Rondlopen als man betekent hopelijk iets anders dan een vrijgeleide krijgen om geilheid op anderen te botvieren. Liefst betekent het ook een beetje stijlvol kunnen omgaan met afwijzingen. Vooral voor mannen en vrouwen in een machtspositie is zo’n houding belangrijk. De harde, gemene opmerkingen over de vrouwelijke slachtoffers bewijzen dan weer dat er vaak wat schort aan het vrouwbeeld, zowel bij een aantal mannen als vrouwen. Blijkbaar zijn empathie en respect niet vanzelfsprekend. Die ‘victim-blaming’ onthult eerder een ongemakkelijke houding tegenover seksualiteit dan een groot rechtvaardigheidsgevoel. Aantrekkelijke vrouwen vallen nog te makkelijk wantrouwen en minachting te beurt, waardoor ze de schuld krijgen van een conflict, al zijn zij het slachtoffer.

Ten slotte kan een andere praktijk die in Amerika opgang maakt, best niet worden ingevoerd: het subjectieve slachtofferschap als maatstaf voor grensoverschrijdend gedrag. Dan beledig je zodra iemand zich beledigd voelt, of kwets je zodra iemand zich gekwetst voelt. Deze criteria openen de deur voor andere vormen van machtsmisbruik. In ‘The Nix’ voert Nathan Hill de luie studente Laura Potsdam op. Ze vreest dat haar professor literatuur te streng is, en ze vindt zijn lessen over Shakespeare te saai om ze te studeren. Ze begint tegen de decaan te klagen dat de professor ‘geen veilige omgeving’ creëert, en dat ze zich niet helemaal lekker voelt bij hem. Volledig subjectief en zelfs verzonnen, maar haar strategie volstaat om de docent in de problemen te brengen. De scènes in het boek zijn hilarisch, maar de realiteit is minder fraai.

Het subjectieve referentiepunt is een glijdende schaal, die ieders vrijheid en veiligheid bedreigt. Een variant hierop is het zogezegd beledigende karakter van de vrije meningsuiting. Voor je het weet, kan je ideeën niet meer openlijk bespreken, omdat je anders vernedert, provoceert, discrimineert. In de Verenigde Staten slagen goed georganiseerde studenten er in om elke – in hun ogen – ongewenste uitspraak tot een probleem voor anderen te maken, omdat ze zich beroepen op dat subjectieve veiligheidsgevoel (en zogenaamde safe-spaces eisen).

Zo’n verregaande opvatting van subjectiviteit dient niemand. Grensoverschrijdend gedrag is namelijk vaak wel aantoonbaar schofterig, intimiderend, of erger. Wanneer het herhaaldelijk voorvalt, bijvoorbeeld, wanneer er feitelijke bewijzen zijn, zoals sms-verkeer en getuigenissen of wanneer expliciet seksueel getinte uitspraken vallen. Niemand heeft baat bij een ander soort wraakoefening of een nieuw soort machtsspel. Slachtoffers vragen dat ook niet. Ze willen slechts dat hun morele en fysieke integriteit overeind blijft. En daarop hebben ze recht.”

Deze column verscheen in De Standaard op 16 november 2017.

Over hetzelfde thema sprak ik in ‘De Afspraak op Vrijdag’ met Ivan De Vadder, Bart De Wever en Bert Bultinck.

1 Comment

  1. bart Haers

    Wat kan je doen als man, vraagt een eenvoudige rekel zich wel eens af: complimenteren is al riskant en hoffelijkheid kan boosheid opwekken. Natuurlijk, hoffelijkheid blijft maar beter subtiel en een compliment mag niet in verlegenheid brengen. Dat gezegd zijnde, wat wel duidelijk is en waar wij heren van de schepping het lastig mee hebben, zeker wie hoog gevallen is, dat is dat vrouwen evengoed kunnen schitteren in hun vak, met hun kennis en bekwaamheden.

    In die zin betreur ik de slordige lectuur door recensenten van het boek van Peter Sloterdijk, Het Schelling-project, omdat dit boek nu net persiflerend de eigenheid van vrouwen onder de aandacht brengt. Wie het boek niet leest als een parodie van het wetenschappelijke discours en van de wijze waarop we dat te berde brengen in de brede media, ontgaat de opzet van de auteur: aantonen dat vrouwen en mannen (uiteraard) behoren tot eenzelfde soort en dat verschillen in gedrag en houding er dan wel zijn, zonder dit te moeten beschouwen als bron van inferioriteit. Want gaat Sloterdijk, met de zijnen op zoek naar de zin van het vrouwelijk orgasme, dan is dat toch, met permissie een poging het spreken over seksualiteit te “verneinen”. Als een vrouw geniet van haar seksuële omgang, met zichzelf of met een anderen, met anderen, dan is dat voor ons mannen inderdaad soms moeilijk na te speuren: veel lawaai of weinig, zegde een vriendin eens, als je achteraf geen ruzie krijgt maar een beetje tederheid, dan was het in orde.

    De subjectiviteit is in onze cultuur tegelijk verdacht en ten top gedreven, zoals u ook aangeeft en het een heeft met het andere te maken. Als iemand zich onveilig voelt, ook als er geen harde feiten te bespeuren zijn, dan nog moet men de bron van die onveiligheid, dat gevoel van onveiligheid wegnemen. Aangezien nu elk woord fout kan vallen, elk gebaar ook negatief opgenomen kan worden, wordt omgang in goed vertrouwen wel moeilijk.

    Waar zullen we zo uitkomen? Sloterdijk meende met zijn boek de toenemende preutsheid en afwijzing van vrijmoedigheid te moeten aanklagen. Zijn boek is dan ook behoorlijk oneigentijds, maar daarom niet minder interessant. Alleen, voor sommigen spuit hij wel weer mist, wat een prestatie is, want hij krijgt al te vaak dat verwijt. In het licht van de #metoo en #Ihave laat zijn boek zien wat sinds de jaren na mei ’68 veranderde. NIet dat alles toen rozengeur en maneschijn was, maar de noodzaak zich voortdurend te moeten harnassen tegen het ongewenste, kan het verlangen doden. Zouden we het wel echt moeten zijn geworden, dat zoeken naar het onvindbare midden?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s