“Ook nu moeten we kritisch zijn voor de regering”, column DS, 27 maart 2020

“Mag je wel kritisch zijn voor een regering in tijden van crisis? Dat lijkt ongepast, want burgers hebben andere zorgen. Deze opmerking hoor je geregeld, ook bij politici. Veel mensen hebben inderdaad – en terecht – andere bekommernissen dan complexe politieke principes: hun gezondheid, familie, werk, toekomst. Maar precies omdat deze crisis alle aandacht opeist, en omdat er uitzonderlijke maatregelen worden getroffen, is een kritische blik belangrijk.

Want noodzaak is een sterk retorisch wapen in de politiek: ze doet alle commentaar verstommen. Dat wist de Romeinse geschiedschrijver Livius al. Procedures van een uitzonderingstoestand moeten nauwlettend worden bekeken: de uitvoerende macht – eerste minister, regering – krijgt speciale bevoegdheden. Dat is grondwettelijk toegelaten. Maar een gevaar ontstaat wanneer de controle op die uitvoerende macht te sterk verminderd. Die controle gebeurt normaliter door het parlement, de rechterlijke macht en de media.

De voorbije weken werd het federale parlement driemaal uitgeschakeld. De regering Wilmès heeft verre van een parlementaire meerderheid: 38 op 150 zetels. De hemeltergende saga over de mislukte regering van nationale eenheid, met een brede meerderheid in beide taalgroepen, is uitvoerig besproken: Connor Rousseau, Paul Magnette, Georges-Louis Bouchez, Bart De Wever, Joachim Coens en Gwendolyn Rutten speelden een hoofdrol.

Daarnaast krijgt deze minderheidsregering volmachten. Nochtans kan ze heel wat doen binnen het crisisbeheer, zoals nu al het geval is. Maar door die volmachten valt de parlementaire controle weg (wetten zouden na één jaar worden gestemd, maar dat is een eeuwigheid in de politiek). Er staat niets in de volmachtenwet over een verplicht verslag aan de kamer-voorzitter en het parlement. Toegankelijke informatie is echter nodig om de regering te controleren. Premier Wilmès organiseert elke zaterdag wel een superkern: met haar ministers en de partijvoorzitters. Niet eens met de fractievoorzitters in het federale parlement, behalve wanneer een partijvoorzitter zijn fractieleider toelaat. Blijkbaar is het wantrouwen binnen de partijen zo groot, dat dit niet vaak zal gebeuren.

In de uitzonderingstoestand toont zich de soeverein, aldus rechtsfilosoof Carl Schmitt in ‘Politieke Theologie’: wie de macht heeft om te rechtsstaat op te heffen, die heeft de macht écht in handen. ‘In zo’n situatie is het duidelijk dat de staat blijft, terwijl de wet zich terugtrekt. Omdat de uitzondering verschillend is van anarchie en chaos, zal de orde in de juridische betekenis nog steeds heersen, zelfs al is het niet van de gewone soort. De geldende wetten worden in een noodtoestand bijgevolg vervangen door concrete, in de heersende of dreigende situatie noodzakelijke maatregelen.’ Wie het nog niet wist, heeft het nu geleerd: in België is de soeverein een kransje partijvoorzitters. Zij bepalen alle akkoorden. En er is geen wettelijke procedure om hen te controleren. Ze zijn niet eens rechtstreeks door de bevolking verkozen.

Daarnaast wordt ook de rechterlijke controle van de Raad van State voor een aantal maatregelen opgeschort. De Raad van State gaat normaliter na of besluiten in overeenstemming zijn met fundamentele rechten en vrijheden. Die toetsing vindt men nu overbodig.

Dan zijn er de media als tegenmacht. Uitgerekend wanneer de normale democratische mechanismes niet meer spelen, moeten journalisten en commentatoren de veranderingen in het politieke bestel nauwlettendheid opvolgen. Want nu worden regels herschreven. Maar de media dreigen in een tang te zitten: ze moeten de verontrustende crisisinformatie over het corona-virus brengen: hier heerst noodzaak. En ze moeten de egomaniakale, onverantwoorde en zelfs onmenselijke politieke spelletjes bespreken. Zo lopen ze een dubbel risico: door burgers te worden geassocieerd met een cynisch politiek machtsspel en door politici te worden weggezet als deloyaal.

In het democratische Amerika nam de stilte van de media recent schrikwekkend proporties aan. Na de terreuraanslag op 11 september 2001 legden President Bush en zijn gewiekste vice-president Cheney meteen een bijzondere doctrine op tafel: de ‘unitary executive theory’, die de uitvoerende macht verruimde. Massabewaking van burgers werd mogelijk, alsook nieuwe foltertechnieken (zogezegd ‘enhanced interrogation techniques’) en zelfs het binnenvallen van een soeverein land, Irak. De Amerikaanse media keken toe zonder veel verzet. Want critici werden landverraders genoemd. Alsof wie onafhankelijk denkt, niet loyaal is. Het omgekeerde is waar: het getuigt van burgerzin om de politieke retoriek van crisis en noodzaak scherp te analyseren. ”

Deze column verscheen in De Standaard op 27 maart 2020.

1 Comment

  1. Moens

    OK. Maar ook in Rome en in het oude Griekenland wisten ze al dat ze in crisissituaties best een dictator of een tiran aanstelden. Misschien eens een historicus van Oudeheid raadplegen hoe dat in zijn werk ging.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s