“Moet J.K. Rowling op haar woorden letten?”, DS column, 25 juni 2020

“Wie een foute tweet stuurt, kan in een nachtmerrie terechtkomen. Harry Potter-auteur J.K. Rowling tweette dat je wezens die menstrueren, gerust vrouwen mag noemen.  Daarop ontstond een storm van kritiek (omdat ze transgenders zou miskennen). Jonge acteurs uit de Harry Potter-verfilmingen keerden zich openlijk tegen Rowling. De schrijfster verdedigde zich met een lang essay over haar eigen ervaringen met seksueel misbruik en huiselijk geweld. Maar de campagne ging door. Andere auteurs en medewerkers van Rowlings uitgeverij vertrokken of namen ontslag; ze wilden dat het bedrijf afstand nam van Rowlings uitspraken. Voor hen is de vrijheid van meningsuiting ondergeschikt aan de strijd voor onderdrukte, ondervertegenwoordigde groepen (zoals transgenders).

Niet Rowlings uitspraken interesseren me hier, maar de dynamiek die erop volgde. Want die illustreert hoe identiteitspolitiek de vrijheid van mening en de vrije publieke ruimte in het gedrang brengt. Dat komt – onder meer – omdat identiteitspolitiek onvoldoende onderscheid maakt tussen het private en het publieke, tussen het zelf en de wereld.

Voor sommige (jongere) mensen vandaag lijkt het misschien vanzelfsprekend om politiek engagement in het verlengde te zien van een fluïde, kwetsbaar zelf: als iemand dat zelf miskent, ontbrandt de strijd. Maar voor politieke denkers valt het politieke hiertoe juist niet te herleiden.

Hannah Arendt bijvoorbeeld onderscheidt het private van het publieke domein. Het private is wat je kan verborgen houden, wat je aan de zichtbaarheid van het publieke (of het politieke) kan onttrekken. Het private is de plaats voor het intieme en het gevoelige, voor het welzijn van jezelf en je geliefden. Arendts schrikbeeld is de totalitaire samenleving, waarin het politieke ook het private domineert; en waarin de publiek beoefende pluraliteit verdwijnt. In een vrije samenleving loopt dit anders: ‘de realiteit van het publieke domein berust op ontelbare perspectieven en aspecten die tegelijkertijd aanwezig zijn, en waarin de gemeenschappelijke wereld verschijnt’, noteert Arendt in ‘The Human Condition’. Arendt vergelijkt die gemeenschappelijk wereld met een tafel: ze verbindt mensen, maar ‘verhindert dat we over elkaar vallen’. Op straten, pleinen of theaters, ontmoeten burgers elkaar. Ze kunnen vrij discussiëren en bepalen wat er in ‘de wereld’ (zoals Arendt het noemt) op het spel staat. Zo kunnen ze samen politiek handelen.

Het private moet publieke inkijk dus kunnen weren. Omgekeerd moet het private zich deels terugtreden in de publieke ruimte. Je moet publiek kunnen spreken met individuen waar je privé niets mee deelt. Wat verbindt, is burgerschap. Maar dit idee van burgerschap, van een groter politiek geheel, is vandaag op de achtergrond geraakt. Mensen praten soms precies vanuit hun subjectieve ervaring; ze zeggen ‘ik als vrouw’ of ‘ik als moeder’, enz. Alsof je persoonlijke situatie je publieke legitimiteit bepaalt.

Dat gold ook voor Rowling. Ze sprak niets eens over vrije mening, maar ging mee in de identiteitslogica: ze pareerde de kritiek op haar vermeende ongevoeligheid voor slachtoffers door haar eigen slachtofferschap te benadrukken. Niet alleen stopte dit de hetze niet. Maar in een vrije samenleving zou je je nooit gedwongen mogen voelen om intieme, private verhalen prijs te geven. Je vrijheid van mening mag niet afhangen van de puntjes die je hebt verzameld door je lange lijdensweg. Dat is on-politiek in Arendtiaanse zin. En het is eigenlijk vernederend. De krant ‘The Sun’ interviewde prompt Rowlings ex-man. Die gaf toe haar geslagen te hebben, maar had er geen spijt van, kopte de krant. Het publieke debat werd een private afrekening.

Feministen kunnen tegenwerpen dat hun persoonlijke ervaringen wel de basis voor politiek engagement vormden, en dat Arendts onderscheid te streng is. Feministen van de tweede golf lanceerden ‘the personal is political’; vrouwen bundelden de krachten om structurele ongelijkheid tussen mannen en vrouwen te bestrijden. Zo zetten ze wetgeving tegen verkrachting binnen het huwelijk op de agenda, bijvoorbeeld. Maar ook in dit geval oversteeg de politieke actie het intieme; het was méér dan een strijd om de erkenning van een fragiele, zelfgekozen identiteit. Politieke acties gaan over objectiveerbare feiten. Ze proberen het taalgebruik niet te reguleren. En politiek vraagt openheid voor elkaars visie, zonder de ander het zwijgen op te leggen.

Wat blijft er nu over? Vooral een waarschuwing dat je best op je woorden let. Stephen Fry zei in een debat over politieke correctheid dat hij nooit in zijn leven zo veel angst had gezien bij zovele mensen om vrijuit te spreken. Als het publieke onveilig is, trekken mensen zich terug in het private; dan ‘vermijden mensen onenigheid en proberen ze zo veel mogelijk alleen om te gaan met mensen waarmee ze niet in conflict kunnen treden’, schrijft Hannah Arendt in ‘Politiek in donkere tijden’.”

Deze column verscheen in De Standaard op 25 juni 2020.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s