Boekvoorstellingen van politici… (2), 23 april 2019

Assita Kanko, kandidaat europarlementslid voor N-VA, nodigde me uit om met haar in gesprek te gaan over haar nieuwe boek: ‘Omdat je een meisje bent. Verhaal van een besneden leven‘.

“Omdat je een meisje bent is Assita Kanko’s getuigenis. In een directe, ontroerende en inspirerende stijl vertelt ze het drama dat miljoenen vrouwen ondergingen; een lot dat nog steeds miljoenen kleine meisjes over de héle wereld ondergaan. Omdat de stilte doorbreken de eerste stap is naar het uitbannen van vrouwelijke genitale verminking en het realiseren van zelfbeschikkingsrecht.”

Die boekvoorstelling vond plaats op dinsdag 23 april 2019 in Sint-Pieters-Leeuw voor een bomvolle zaal.

Foto: Mathias Vanden Borre.

Burgemeester van Sint-Pieters-Leeuw Luc Deconinck leidde in.

Daarna sprak ik met een ontroerende en strijdvaardige Assita; over haar ervaringen, haar engagement, haar liefde voor het leven en de strijd voor vrijheid.

Uitgever Karl Drabbe (Doorbraak Boeken) sloot af.

“De Stand van de Democratie”, Interview op VRT website, 22 april 2019

Dit interview verscheen op de VRT Nieuwssite op maandag 22 april 2019, in een reeks politieke denkers over de democratie vandaag.

Tinneke Beeckman is een Vlaamse filosofe en columniste. Ze behandelt thema’s op het raakvlak van filosofie, maatschappij en politiek. Ze is een graag geziene gaste in de Vlaamse kranten, radio en televisie.

Door Rony Van Gastel, VRT niewssite.

 

“Mevrouw Beeckman, klassieke centrumpartijen verliezen overal aanhang. Hoe komt dat?

De klassieke centrumpartijen bestaan al heel lang.  Ze zijn groot geworden met beslissingen en standpunten over de maatschappelijke breuklijnen van de twintigste, en zelfs het einde van de negentiende eeuw eeuw.  Katholiek versus vrijzinnig, om er maar eentje te noemen.  Nieuwe partijen en bewegingen hebben het gemakkelijker. Ze gaan vaak voor één heldere boodschap die inspeelt op de vragen en breuklijnen van vandaag. De nieuwe partijen zeulen natuurlijk ook geen hele geschiedenis mee, en kampen minder met onderlinge meningsverschillen. Neem bij ons bijvoorbeeld N-VA of Groen!

Maar ook de ‘populisten’ halen in veel landen stemmen weg bij de klassieke partijen?

Voor populisten geldt het bovenstaande natuurlijk helemaal. Ze  brengen een heldere boodschap. En daar zit voor mij meteen ook een gevaar. Dictaturen zijn al wel vaker op democratische manier tot stand gekomen. Maar eens ze aan de macht zijn kunnen ze de structuren van binnenuit veranderen en aanpassen aan hun autoritaire beleid.  Dat zie je bijvoorbeeld in Oost-Europa, de rechtsstaat is in sommige van die landen wel heel broos. Neem Hongarije als type-voorbeeld.

In het Oosten van Europa hebben ze lang onder een dicatuur geleefd, je zou verwachten dat net zij beseffen hoe belangrijk democratische instellingen zijn, dat zij goed beseffen hoe belangrijk democratische instellingen zijn? Scheiding van de machten, onafhankelijke rechters, persvrijheid?

Machiavelli heeft daar een niet zo’n fraaie beeldspraak voor, maar ze klopt wel denk ik. Hij vergelijkt onvrije volkeren met een dier dat lang in een kooi heeft gezeten. Wanneer het vrijkomt, valt het makkelijk ten prooi aan de eerste de beste die het wil vangen. Misschien heb je een langere traditie van vrijheid nodig om burgers te hebben die daar ook voor willen vechten.

Bovendien hebben we lang gedacht dat er maar één soort vrijheid is, dat economische, sociale en politieke vrijheid altijd samengaan. Intussen weten we dat dat niet zo is. In China bijvoorbeeld gaat economische vrijheid gepaard met politieke dictatuur.  Michael Ignatieff schreef zelfs dat de vrijheid hier in het Westen de onvrijheid in sommige andere landen helpt in stand te houden. Want wie het niet eens is of geen werk vindt kan “vluchten” naar het vrije Westen. Het protest ter plekke, in die autoritaire regimes, zal er alleen maar minder door worden.

Zijn we in West-Europa stilaan een reservaat van democratie aan het worden? En moeten wij dan ook schrik krijgen voor de toekomst van onze democratie?

We moeten in elk geval goed opletten. Enerzijds is er nogal wat inmenging van die dictaturen, ook economisch. Denk aan de verlokkingen van het geld van Rusland of China. Maar niet vergeten dat we ook een intern probleem hebben, namelijk het geloof in de democratie – of het gebrek daaraan – van onze eigen burgers. Uit onderzoek blijkt dat de steun bij de jeugd voor de democratie afkalft. Een deel van de jongeren ziet een autoritaire leider blijkbaar wel zitten. Die jongeren hebben natuurlijk niet ondervonden hoe noodzakelijk die rechtsstaat wel is. Er is al zolang vrede dat we niet meer beseffen hoeveel we te danken hebben aan een vrije pers bijvoorbeeld.  Misschien worden we wat slordig, nonchalant met onze verworvenheden.

De jongeren zijn dus geen garantie voor de toekomstige democratie?  Klimaat of Brexit, allerlei engagement, er komt toch veel van de jongeren?

Ja, er is wel degelijk een kloof tussen de generaties, en daar kunnen we soms blij om zijn.  Maar het is niet omdat je voor het klimaat betoogt dat je ook voor democratie bent, die twee impliceren elkaar niet noodzakelijk. Net zoals het helemaal niet klopt dat de afkeer van democratie alleen bij rechts zou zitten. Ook aan de linkerzijde leeft de verlokking van ‘de verlichte despoot’.

Maar in China zouden ze een moeilijke kwestie als de Brexit waarschijnlijk wel sneller en slimmer oplossen dan de Britten nu doen…

Klopt dat een parlementair regime niet altijd perfect werkt natuurlijk. Maar neem nu die Brexit.  Waarom gaat het daar zo moeizaam? Omdat Engeland een tweepartijensysteem heeft. Een polariserend systeem, twee blokken die tegenover elkaar staan zonder enig overleg.  Dat is toch heel iets anders dan in Duitsland bijvoorbeeld, of in ons eigen politiek systeem.  Wij hebben meer proportionele vertegenwoordiging in het parlement, er is dus vanzelf meer overleg nodig. Leiders als Angela Merkel zijn gedwongen om constant te overleggen met het middenveld, met andere partijen. Compromissen sluiten zit daar ingebakken. Dat de Britten dat zo moeilijk kunnen is een gevolg van hun politiek systeem, niet van de democratie op zich.

Je hoort wel eens dat we complexe problemen best niet alleen aan politici overlaten, maar ook aan experten, technocraten? 

Experten zijn belangrijk en die moeten zeker gehoord worden, dat spreekt vanzelf. Maar waarom is er zoveel anti-Europees sentiment, zoveel onbegrip van de burgers? Precies omdat de Europese Unie zo technocratisch is! Dan wordt de EU een soort regelfabriek hé. Luuk van Middelaar, de voormalige woordvoerder van Europees president Van Rompuy heeft dat onderscheid tussen gebeurtenissenpolitiek en regelpolitiek mooi gesteld.  Regels werken prima voor stofzuigers. Maar als er echt iets onverwachts gebeurt, dan volstaan de regels niet. Neem de crisis van de Euro een paar jaar geleden, het klimaat of de vluchtelingencrisis. Voor zoiets heb je een maatschappelijk debat nodig, waar mensen zich betrokken bij voelen.  Bij de migranten heeft Europa geprobeerd dat te beslissen alsof het om visquota ging.

En dus is het makkelijk scoren voor populisten?

Precies, net omdat het beleid gedepolitiseerd is, ontstaat verzet tegen de Unie en de Europese Commissie zelf. Ook de volgende Europese verkiezingen gaan niet veel oplossen. We zouden moeten discussiëren over de besluitvorming, de Europese grondwet, de centrale bank enzovoorts.  Maar dat ligt allemaal vast. En precies daardoor is het helaas een discussie geworden van “voor of tegen de Europese Unie”.  Burgers voelen zich niet betrokken, en laat ons wel wezen, eigenlijk zijn ze dat ook niet.

Het politieke boek van het jaar ‘17 in Frankrijk was ‘Plus Rien à Foutre’ van Brice Teinturier – allemaal niks mee te maken. De afkeer van het politieke bedrijf is enorm, zeker in Frankrijk.  Peilers zeggen “we kunnen zelfs niet meer vragen wat de mensen ervan denken, ze doen zelfs de deur niet meer open als het over politiek gaat”.  Populisten lopen achter de bevolking aan, het is niet omgekeerd.  Veel mensen verwachten die redding in Frankrijk ook niet noodzakelijk van Marine Le Pen hoor.

Maar hoe kan je dan de bevolking beter betrekken? Door referenda of inspraakgroepen?  Is het model van verkiezingen versleten?

Tja ik denk lokale inspraak zeker een goede zaak is, dat geeft een nieuwe dynamiek. Kijk naar de Oosterweel in Antwerpen, dat is een geslaagd voorbeeld.  Maar op het grotere vlak? Politieke partijen en verkiezingen blijven uiteraard belangrijk. Dat ga je niet vervangen door burgerinspraak.  Bovendien : je hebt voor de rol als politicus echt wel bepaalde kwaliteiten nodig.  Ik heb net in De Standaard geschreven waarom filosofen geen goede politici zouden zijn (lacht). Politicus zijn is een kunst.  Dus verkiezingen, partijen, ja dat blijft een onmisbaar ijkpunt.

Er wordt veel over populisme en gezegd. Maar wat is dat een populist, hoe definieer je dat?

Bijna alle partijen doen in een zekere mate aan populisme. Beloften maken die je niet kan houden… Maar de echte populist, dat is iemand die zegt “ik spreek in de naam van het volk, en wie het niet met mij eens is is een tegenstander van het volk”.  Erdogan in Turkije is daar een goed voorbeeld van. Of de Hongaar Orban, ook een autoritaire leider die de rechtsstaat aanvalt.

Maar ik wil daar meteen een belangrijke kanttekening bij maken. Het etiket ‘populist’ mag niet worden gebruikt voor iedereen die een onvrede capteert en daar een punt van wil maken.  Natuurlijk moet Orban kunnen zeggen “ik vind dat er te veel migratie is en Europa moet op dat vlak een ander beleid gaan voeren”.  De contestatie van het beleid moet mogelijk blijven. Continue Reading ›

“Over Frankrijk en Europa”, op “De Afspraak op vrijdag”, 22 feb. 2019

Op vrijdag 22 februari zat ik in de studio van ‘De Afspraak op Vrijdag’ met Ivan De Vadder, over eerste minister Charles Michel, het stijgend antisemitisme in Frankrijk en de Macron in Europa. Andere gasten waren voormalig president van de Europese Raad, Herman Van Rompuy en journalist Alain Gerlache.

“De steunpilaren van autoritaire regimes”, DS, 14 febr. 2019

“Autoritaire regimes – van Rusland en Hongarije over Turkije en Saoedi-Arabië tot China – gaan heel strategisch om met vrijheid. Zij hebben de vrijheid handig in tweeën gedeeld, aldus de Canadese denker Michael Ignatieff. Russische, Turkse of Chinese burgers hebben wel private vrijheden, zoals de vrijheid om te bezitten, om het land te verlaten, en om in stilte ontevreden te zijn. Maar ze hebben geen politieke vrijheid; ze mogen niet openlijk protest aantekenen, ze kunnen hun politici niet ter verantwoording roepen, ze mogen niet vrij verenigingen oprichten. Door die bijzondere combinatie kunnen zo’n regimes juist blijven bestaan zonder al te veel interne oppositie. Burgers mogen rondreizen, dus de ontevredenen, de studenten kunnen weggaan (en eventueel terugkeren). Rijken kunnen elders investeren en van een luxueus leven genieten in een vrije samenleving. De band met het westen versterkt zelfs het autoritaire regime: de westerse welvaart biedt de ontevreden ballingen betere kansen, terwijl de westerse rechtstaat investeringen en eigendommen beschermt. Autoritaire regimes geven dus een ‘exit’, zoals Hirschman het noemt, terwijl ze de ‘voice’, de politieke stem, van hun burgers beperken. De open, liberale samenlevingen worden zo vaak ongewild de steunpilaren van autoritaire leiders, onder meer in Rusland, Turkije of China.

Deze dynamiek smoort de hoop dat deze regimes op termijn als vanzelfsprekend meer politieke vrijheid zouden toelaten. Deze nieuwe dynamiek staat ook haaks op de oorspronkelijke verwachting. De hoop dat de idealen van de Westerse liberale democratie zich langzaamaan over de hele wereld, de niet-democratische landen incluis, zouden verspreiden, lijkt ijdel.

Maar er is meer. Die regimes beïnvloeden ook onze liberale democratieën. Het zijn de vrije, open samenlevingen die de negatieve effecten van autoritaire regimes ondergaan. Dat zijn direct of indirecte invloeden, zoals de affaire Benalla aantoont. De fratsen van Alexandra Benalla, de voormalige bodyguard van president Macron, leken eerst een schandaaltje voor de zomerse komkommertijd. Maar sinds de zomer, verschijnen haast elke dag verschijnen nieuwe onthullingen over dit contemporain spionageverhaal.

De zaak Benalla begon op 1 mei 2018. Toen filmden omstaanders de jongeman terwijl hij, ogenschijnlijk als politieagent, protesterende betogers in elkaar mepte. Officieel was hij destijds verantwoordelijk voor de veiligheid van president Emmanuel Macron. Die eerste mei maakte hij als observator deel uit van de officiële ordehandhavers. Wat een zaak leek van testosteron en vilein machtsmisbruik deinde spoedig uit. In juli 2018 werd Benalla weliswaar ontslagen, maar hij behield meerdere diplomatieke paspoorten, waarmee hij ongecontroleerd rondreisde naar Afrikaanse regeringsleiders. Hij hield ook na zijn ontslag een speciaal beveiligd telefoontoestel, dat alleen door de president, zijn directe omgeving en de hoogste militairen wordt gebruikt om ultrageheime informatie uit te wisselen.

Alsof dit nog niet opmerkelijk genoeg is, onthulde de onafhankelijke mediasite ‘Mediapart’ vorige week twijfelachtige financiële transacties: Benalla zou veiligheidscontracten hebben afgesloten met Russische oligarchen die nauwe banden hebben met Poetin, maar die in Monaco en Frankrijk verblijven. De Fransman zou hiervoor 2,2 miljoen euro hebben ontvangen. Het journalistieke onderzoek is nog volop aan de gang; de Franse justitie wil voorlopig vooral van de journalisten weten wie hun bronnen zijn.

De kwestie overstijgt de persoon Benalla. In welke mate kan een land zijn politieke vrijheid beschermen – de rechtsstaat, vrije pers, vrije verkiezingen, individuele rechten – tegen de inmenging vanuit en de invloed van het grote geld uit niet-democratische landen? De vraag rijst ook bij de fiscale paradijzen die bestaan bij de gratie van vrije samenlevingen, of bij dubieuze investeringen door die regimes in Europese bedrijven of in het Europees patrimonium. Continue Reading ›

Lezingenreeks “De Verlichting” aan de Universiteit Antwerpen

De Verlichting is nog altijd de inzet van ideologisch getouwtrek, vaak zonder kennis van zaken.

Wie er meer over wil leren: de Universiteit Antwerpen organiseert een reeks lezingen over de Verlichting  met een reeks specialisten.Het programma eindigt met een groot rectorendebat op woensdag 27 februari 2019.

Ik spreek op maandag 18 februari over Verlichting en vrouwenemancipatie. Over dit thema schreef ik mijn vorige column voor De Standaard, over het werk ‘Riskante Relaties‘ (‘Les Liaisons dangereuses’) van Choderlos de Laclos.

Dit is het hele programma:

Praktisch: De lezingen starten om 19:30 uur, in de Stadscampus, Aula R014, Rodestraat 14, 2000 Antwerpen.

Het debat start ook om 19:30 uur, heeft plaats op hetzelfde adres maar in Aula R001.

“Gele hesjes illustreren drama van de democratie”, DS, 6 dec. 2018

“De Franse gele hesjes revolteren op straat. Dat is goed nieuws: onzichtbare burgers worden zichtbaar. Ze zijn boos, maar hoopvol. Ze zijn de uitdrukking van een diepere breuklijn die zich allang aankondigde: tussen een wereld ‘d’en haut’, in de grote steden, waar veel economische activiteit is, en een wereld ‘d’en bas’, van mensen in verlaten kleinere steden, op het platteland, in zones waar de industrieën verdwenen zijn.

De gele hesjes verschenen wel in de statistieken van de presidentsverkiezingen in 2017: ze vormden de grote groep die niet stemde, blanco stemde, rechts populisme verkoos (Marine Le Pen), of in mindere mate links populisme (Mélenchon). Vlak voor die verkiezing mochten die afgelegen burgers even op televisie komen. Populistische partijen scoorden historisch hoog. Dat was spannend nieuws, dus bezochten journalisten het Franse platteland. Ze ontmoetten er mensen die politiek verafschuwden. Vervolgens versloeg Macron Marine Le Pen, en werd president. En die mensen verdwenen uit de belangstelling. Nu staan ze er terug, gesteund door 72 % van de Franse bevolking. Eigenlijk is dat niet verwonderlijk: in de eerste rond had maar een vierde van de Franse kiezers voor Macron gestemd.

Los van de actuele eisen, illustreren de gele hesjes het drama van de hedendaagse democratie: wie de globalisering en haar nefaste effecten wil contesteren, krijgt geen legitieme plaats in de democratische ruimte. Meteen wordt zo’n criticus in de extreem linkse of extreem rechtse hoek geplaatst. Globalisering is dan ook de echte hegemonie: dit paradigma bepaalt niet alleen de politieke of economische afspraken het legt ook normen vast. Dat blijkt uit het taalgebruik. De samenleving, zo klinkt het, bestaat uit open of gesloten mensen. Open betekent flexibel, overal thuis, enthousiast over technologie en migratie, optimistisch. Gesloten betekent vastgeroest, xenofobisch, angstig en nostalgisch. Zo lijkt het dat de ‘geslotenen’ eindelijk hun geest moeten openstellen om de problemen op te lossen. Maar deze tweedeling verbergt het dieperliggende fenomeen: dat de middenklasse aan het verdwijnen is. Precies die bedreigde middenklasse komt nu op straat. Maar ze heeft geen politieke vertegenwoordiging en kan ze geen delegatie sturen.

De nieuwe breuklijn is tussen wie baat heeft bij globalisering, en wie niet. Continue Reading ›