Interview voor ‘Durf Twijfelen’, Knack, 23 februari 2022

“‘Je ziet sneller de tekortkomingen bij anderen dan bij jezelf’

Waarover is filosofe Tinneke Beeckman van gedacht veranderd? ‘Vroeger vond ik het irrelevant om een visie op God te hebben. God bestaat niet, dat was afgehandeld. Vandaag ben ik nog altijd ongelovig, maar ik denk er toch anders over.’

Door Stijn Tormans

‘Mijn ouders zijn in een streng katholiek milieu groot geworden. Later hebben ze zich van het geloof afgekeerd. Zo hebben ze mij opgevoed. Ik ben bijvoorbeeld niet gedoopt. En ben nauwelijks door de kerk beïnvloed. Vroeger dacht ik: God bestaat niet, God is dood, dat is afgehandeld. Tot ik Spinoza, Machiavelli en andere denkers begon te lezen. Dankzij hen ben ik gedacht veranderd. Ik ben nog steeds ongelovig. Maar ik denk dat je altijd een standpunt inneemt over de relatie tussen de mens, de natuur en wat die natuur overstijgt. Zelfs mensen die zeggen dat ze niet in God geloven, maken toch een metafysische keuze.’

Dat moet u eens verklaren. 

TINNEKE BEECKMAN: Misschien kan ik dat best doen door het verschil uit te leggen tussen hoe filosofen als Spinoza en Ayn Rand erover denken. Ze zijn allebei atheïst, maar bekijken de rol van de mens op een andere manier. Spinoza vergelijkt je lot met een schip op zee. Je moet je richten op je eigen kracht, en zo goed mogelijk proberen varen: je schip optuigen, navigeren, het weer inschatten… Maar uiteindelijk controleer je niet alles. Je bent God niet, je bent een deel van een groter geheel. Spinoza zegt dus: leer jezelf kennen, je beperkingen en sterktes, je passies. En hoe de wereld in mekaar zit. Daarbij moet je aanvaarden dat sommige dingen je nu eenmaal overstijgen. Ook heb je in het leven anderen nodig, je bent een sociaal wezen. Rands ideale mens, daarentegen, krijgt goddelijke allures. Hij is volstrekt rationeel en autonoom. Hij bepaalt zijn eigen morele wet. Hij is aan niemand iets verschuldigd, niet aan familie, niet aan de samenleving. Hij kan zichzelf als het ware uitvinden. En hij kan door technologie en wetenschap de wereld naar zijn hand zetten. Spinoza en Rand geloven dus niet in de Joods-christelijke God, maar ze maken wel andere metafysische keuzes over de relatie tussen mens en natuur. En over wat het individu zou kunnen bereiken. 

Er zijn dus verschillende vormen van atheïsme. Maar heeft dat ook gevolgen? 

BEECKMAN: ‘Ja. Ik besef nu dat die keuze bepaalt hoe ruim je je mogelijkheid tot handelen inschat. Hoe maakbaar je denkt dat je eigen lot is. Toen ze depressief werd, bijvoorbeeld, zuchtte Rand naar verluidt dat haar ideale held zich nooit zo angstig en machteloos zou voelen. Want haar perfecte man kan zichzelf beheersen. Spinoza’s filosofie helpt wel geweldig om met depressieve gevoelens om te gaan. Maar dàt je je verdrietig of angstig voelt, is geen falen. Elke mens heeft passies en verbeelding. Je hoeft dus jezelf niet streng te beoordelen. Hetzelfde geldt voor politieke macht. Spinoza’s visie op God leidt tot gelijkheid, democratie en pluralisme. Dat is niet zo voor Rand. Zij aanbidt de held, die de politieke en morele autoriteit krijgt om de samenleving te bepalen.’ 

U bent filosofe. Twijfelt u vaak? 

BEECKMAN: ‘Ja, als ik een gedachte ontwikkel, vraag ik soms aan mijn man: zou het niet kunnen dat ik ernaast zit? Als ik anderen bekritiseer, voeg ik er vaak aan toe: misschien lijdt mijn werk aan gelijkaardige gebreken. Je ziet gemakkelijk de tekortkomingen bij anderen, terwijl je ze bij jezelf veel moeilijker ontdekt.’

In de rubriek Durf Twijfelen vraagt Knack elke week naar de twijfels van bekende mensen. 

Dit artikel verscheen in Knack, op 23 februari 2022.

“Succesvolle creatievelingen leren u productief zijn”, interview in DM, 22 januari 2022

Journaliste Tine Peeters interviewde me over inspiratie; wat helpt me om ideeën te vinden? Damon De Backer maakte de foto. Dit stuk verscheen in De Morgen op 22 januari 2022.

Kies voor projecten die gek lijken

“‘What’s your next bad idea?’ Dankzij Leonard Cohen leerde ik dat je jezelf soms die vraag moet durven te stellen. Je mag vooral niet terugdeinzen voor -op het eerste zicht- slechte ideeën.

“Nieuwe projecten of verse ideeën zien er zelden goed uit. Je hoeft dus niet te wachten tot je zeker weet dat iets een geslaagd idee is. En ja, dat kan betekenen dat je ingaat op projecten die heel gek lijken.

Bedank je kind

“Ik ben gelukkiger sinds de geboorte van mijn dochter en kan dus makkelijker schrijven. Zij geeft me zoveel warmte en schoonheid. Ik deel mijn dagen beter in, ik lanterfant minder, waardoor ik gerichter werk. De laatste jaren ben ik creatiever. Ik ben wel moe (lacht luid). Wat misschien hielp: ik was wat ouder toen ik moeder werd. Ik had mijn stem al gevonden, heb het moederschap en het werk nooit als een conflict ervaren.”

Mens, erger je niet

“Toen ik begon met mijn columns, kreeg ik het advies: ‘Schrijf vanuit je verontwaardiging’. Slechte raad, zo bleek al snel, omdat je dan blijft hangen in negativiteit.”

“Negativiteit is een deur die dicht gaat. Bewondering is een wereld die opengaat.”

“Even fout is het om vanuit je ergernis te schrijven. Je mag niet meegaan in je emotie, want die wordt makkelijk egocentrisch. 

Vermijd te veel comfort

“Vermijd onaangename momenten niet. Als je werksituatie te comfortabel wordt, kan je creativiteit krimpen. Net wanneer je klem zit -door een deadline of moeilijke opdracht- maak je een sprong. Net wanneer ik echt niet weet hoe ik een tekst in elkaar kan schuiven, wanneer de paniek me bevangt, verschijnt er een uitweg. Dan kan ik ineens -schijnbaar moeiteloos- oude denkers met nieuwe fenomenen verbinden.

Sluit lawaai buiten

“Maak een onderscheid tussen ‘dringende’ en ‘belangrijke’ zaken. Het kan lijken alsof je al die kleine, dringende zaken absoluut moet doen, maar dat is niet zo. Hoe ouder ik word, hoe beter dit lukt. Leer ook ‘neen’ zeggen tegen wat je afleidt. Wanneer je -bijvoorbeeld- wordt aangevallen op sociale media, kan het heel belangrijk lijken om daarop te reageren. Maar dat is een egokwestie, en dus eigenlijk tijdverlies. Al dat lawaai overstemt wat je kan inspireren.

“Stil zijn betekent dus ook de stem in jezelf doen zwijgen, wanneer die je naar je eigen ego terugdrijft. Of me dat altijd lukt? Neen hoor. Ik zit hier van alles te verkondigen, maar ook ik sta mezelf nog regelmatig in de weg.” (lacht)”

In het artikel komen nog andere stemmen aan het woord: Elodie Ouédraogo, Wim Opbrouck, Sylvie Kreutsch, Jens Mortier, Griet Op De Beeck, Dokkoon Kapueak en Thomas Vanderveken.

“De vrouw van mars”, DS, 15 januari 2022

Recent verschenen twee vertalingen van essays van Simone Weil. In ‘Letteren’ van De Standaard, schreef ik een filosofie-recensie: “Simone Weils visionaire werk wordt (opnieuw) ontdekt en bestudeerd. Volkomen terecht. Haar scherpe, tegendraadse observaties werpen een nieuw licht op actuele thema’s.”

“Albert Camus noemde haar de enige grote ‘esprit’ van zijn tijd. Simone de Beauvoir bewonderde haar grenzeloze empathie. Haar leermeester Alain noemde haar ‘la Martienne’, de vrouw van Mars. Ze schreef literaire en filosofische essays, politieke brieven, schotschriften en een korte spirituele autobiografie.

Recent verschenen twee bundels met de vertaalde, laatste essays van Simone Weil (1909-1943), één van Frankrijks beroemdste filosofen. Wat is heilig in de mens? De laatste essays (Filosofische bibliotheek Diotima, Letterwerk) bevat een omvangrijke reeks teksten. Waarvoor strijden wij? Over de noodzaak van anders denken (Uitgeverij IJzer) biedt een kortere selectie. Weils visionaire werk wordt (opnieuw) ontdekt en bestudeerd. Dat is volkomen terecht. Al hoort hier meteen een waarschuwing: eenvoudige lectuur is het niet.

Marxiste

Weil leefde zoals ze dacht; de idealen die ze nastreefde stemden overeen met de engagementen die ze opnam. Zonder haar levensloop zijn haar ideeën onbevattelijk. Na briljante studies weigert Weil een academische carrière: de jongste telg van een Joodse, Parijse chirurg wil zich maatschappelijk inzetten voor de armen en verworpenen. Ze wordt marxiste en wil het lot van fabrieksarbeiders delen. Die betrokkenheid moet ze na korte tijd opgeven; ze is uitgeput. Ze gaat weer les geven, maar staat grote delen van haar loon af. In 1936 trekt ze naar Spanje om tegen Franco te strijden. Ook dat engagement is een harde leerschool. Afgepeigerd en getormenteerd door de harde confrontatie met onrecht en met het kwade, belandt ze in een diepe crisis. In 1938 heeft ze bij een Paasviering een mystieke ervaring, ze meent dat Christus tot haar is gekomen. Het is een keerpunt. Vooral het beeld van de lijdende, gekruisigde Christus spreekt haar aan.

Weils beleving doet denken aan de religieuze ervaring van Blaise Pascal; een intense, mystieke ontmoeting met God, met Jezus Christus wijst de denker op de grenzen van wetenschap en filosofie. In de strijd tussen idee en wereld, moet voor Weil de wereld wijken. Dat verlangen naar zuiverheid, haar compromisloze beleving van het ideaal maakt Weil fascinerend, maar ook onnavolgbaar. Dat de kern van haar denken zo nauw verbonden is met haar ervaringen, hypothekeert ook de politieke haalbaarheid van haar originele standpunten. Maar haar utopisch denken nodigt wel uit tot nadenken.

Weils denken kan abstract lijken, maar haar handelen is concreet. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vervoegt ze het Franse verzet in Londen, onder leiding van Generaal De Gaulle. De laatste essays schrijft ze in deze periode, wanneer Europa door nazi-Duitsland onder de voet is gelopen. In 1943 bezwijkt ze aan haar wankele gezondheid. Ze is dan 34 jaar.

In die laatste essays werkt Weils originele visie op de mens door, waarop haar politieke inzichten gebaseerd zijn. Om de mens te begrijpen herneemt Weil Pascals driedeling. De mens heeft een lichaam en geest; dit is zijn persoon. Elke mens beleeft zijn persoon vanuit zijn ‘ik’. De mens heeft ook een ziel. Bij elke mens dreigt echter een ergerlijk ‘ik’, een ‘moi haïssable’, op de voorgrond te treden: dat ego eist alle aandacht op. De moderne mens verdraagt geen stilte; hij vindt geen aansluiting bij een ervaring die hemzelf overstijgt. Voor Weil heeft de moderne mens dus de ziel uit het oog verloren. Iemand die zich bewust is van zijn ziel, beschouwt zijn eigen persoon (zijn geest en lichaam) niet als het heilige; Het heilige verschijnt maar in de mate dat men deelachtig wordt aan iets dat de persoon overstijgt. Weil bespeurde dan ook twee vergissingen in haar tijd. De Fransen beschouwen alleen de persoonlijke ontwikkeling als heilig; de Duitsers hebben het heilige tot de gemeenschap herleid. Een mens kan zichzelf maar ontstijgen in de mate dat hij geworteld is – Weil hechtte veel belang aan de worteling (‘enracinement’) – net zo goed is iedere persoon, en dus iedere ziel uniek.

Vanuit die visie op de hogere werkelijkheid, formuleert Weil haar kritiek op de mensenrechten. Dat doet ze in de ‘Studie voor de verklaring van de verplichtingen tegenover de mens’, een toekomstvisie voor een Europa dat het nazisme verslagen heeft. De logica van mensenrechten, hoeksteen van de moderniteit sinds ‘Verklaring van de Rechten van de Mens’ (uit 1789, vlak na de Franse Revolutie), schiet volgens Weil tekort. Plichten zijn fundamenteler dan rechten, meent ze. Rechten heeft iemand alleen als een ander die toekent. Een recht opeisen dat niemand wil toekennen, betekent niets. Rechten vereisen dus erkenning, plichten niet. Iemand die alleen op een eiland woont, heeft geen rechten, maar wel plichten; tegenover zichzelf, tegenover de natuur, tegenover wat bestaat. Elke mens heeft plichten tegenover de behoeften van de ziel; dus tegenover zijn eigen behoeften en die van andere mensen. Daarmee wijst Weil op een belangrijke hedendaagse verwarring: dat mensen rechten zonder plichten zouden hebben, en dat ze op die eisen een samenleving kunnen bouwen.

Spirituele dimensie

Weils kritische beschouwing bouwt verder op haar metafysische visie. Het is uit de ziel, uit het contact met een hogere werkelijkheid dat de plichten voortvloeien, die aan de rechten voorafgaan. De moderniteit miskent deze hele dimensie. Mensenrechten zijn een onderhandeling; ze bestaan als deel van een machtsverhouding, niet als exponent van liefde of rechtvaardigheid; ze houden geen verband met het heilige in de mens. ‘Als je bijna uitsluitend gebruikmaakt van het woord “recht”, is het nauwelijks mogelijk om de focus op het werkelijke probleem gericht te houden. Een boer bij wie een klant op de markt opdringerig een lagere prijs voor zijn eieren bedingt, kan heel goed reageren met: “Ik heb het recht om mijn eieren niet te verkopen als dat niet voor een goede prijs is.” Maar wanneer een meisje met geweld in een bordeel wordt gezet, zal zij het niet over haar rechten hebben. In zo’n situatie zou dat woord door zijn ontoereikendheid belachelijk lijken’, noteert Weil.

Weils kritiek op het marxisme ligt in dezelfde lijn. Fabriekswerk is geestdodend; het vervreemdt van zijn mens-zijn, het ontwortelt de arbeider. Voor Weil is het probleem van de uitgebuite arbeider echter niet alleen een materieel tekort. Zijn situatie maakt het hem onmogelijk om met zijn ziel in contact te komen. Arbeiders moeten hun ziel afgeven. De marxistische visie miskent, volgens haar, die spirituele dimensie. Arbeidersbewegingen zitten gevangen in een materialistische visie op de mens.

Dat neemt niet weg dat politieke hervormingen nodig zijn. Weil staat volmondig achter de republiek, het algemeen stemrecht, vakbonden. Maar de ziel heeft ook andere behoeften: ze wil hoger: naar het goede, het rechtvaardige, het schone, het ware. Weil maakt een heel eigen synthese van marxisme en platonisme. Er is een werkelijkheid buiten de wereld, en die is de bron van het verlangen naar het absoluut goede, dat in het diepst van elke mens leeft. Zonder referentie aan deze werkelijkheid, heeft de idee van een universeel respect voor mensen geen grond. Het goede kan niet door een strijd voor materiële condities gerealiseerd worden.

Weils essays vragen de volle aandacht van de lezer, ze eisen de aandacht die Weil zelf ontplooide voor de wereld. Haar scherpe, tegendraadse observaties werpen een fel en nieuw licht op actuele thema’s: het belang van aandacht en stilte; de relatie tussen rechten en plichten; het verband tussen denken en engagement; de plaats van het ‘ik’ in de wereld en de mogelijke bouwstenen voor een radicaal ander politiek model.”

SIMONE WEIL Wat is heilig in de mens? De laatste essays Filosofische bibliotheek Diotoma, Letterwerk, 248 blz., 22,99 €

SIMONE WEIL Waar strijden wij voor? Over de noodzaak van anders denken IJzer, 108 blz., 16,50€

‘Podcast Filosofie’ over Machiavelli

Podcast Filosofie van ‘Centre Erasme‘ interviewde me over Niccolo Machiavelli (1469-1527). Ik leg uit wat me het meest boeit aan deze Florentijn, en waarom hij de moeite is om vandaag de dag te leren kennen.

“Realisme is de hoogste vorm van idealisme” 
Op deze manier stelt Niccolò Machiavelli dat het algemeen belang niets heeft aan tandeloze deugdzaamheid. 
Waarom was Machiavelli geen Machiavellist? 
Hoe kan je vrij lijken, maar niet werkelijk vrij zijn? 
En hoe kan een individueel streven naar roem het algemeen belang dienen? 
Te gast is Tinneke Beeckman 
De denker die centraal staat is Machiavelli”

Deze vragen komen ook aan bod in mijn boek ‘Machiavelli’s Lef‘ (Boom, 2020).

Op de site van ‘Podcast Filosofie‘ kan je nog heel veel andere gasten over inspirerende denkers vinden…

“Wat als coronavirus een blijvertje blijkt?” interview Trouw

Voor het ‘Filosofisch Elftal’ in Trouw interviewde Alexandra van Ditmars me, samen met Bas Haring. Dit verscheen in Trouw op donderdag 9 december 2021.

Wat als het coronavirus een blijvertje blijkt?

Het Filosofisch Elftal geeft gehoor aan de oproep om na te denken hoe het coronavirus ons leven op de lange termijn beïnvloedt. ‘We moeten leren op een andere manier tegenover de natuur te staan en in te zien dat onvoorspelbaarheid bij het leven hoort.’Alexandra van Ditmars 9 december 2021

De regering moet een nationale denktank opzetten die nadenkt over hoe om te gaan met het coronavirus op de lange termijn, zei Femke Halsema afgelopen weekend in Buitenhof. De Amsterdamse burgemeester denkt daarbij niet alleen aan voorstellen die betrekking hebben op de zorg, maar ook op de economische en sociale gevolgen. Voorstellen formuleren voor de komende een à twee jaar kan de bevolking volgens haar ‘het noodzakelijke perspectief geven’, omdat ze dan weet dat ‘we verder nadenken over hoe het leven fijner en van betere kwaliteit wordt, ongeacht covid’. Het Filosofisch Elftal buigt zich alvast over deze vraag. Wat is er nodig om als burgers een goed leven te leiden in een land met corona, ongeacht de besmettingscijfers?

“Een van de dingen die je kunt doen is meer inzetten op preventie in de gezondheidszorg”, zegt filosoof en columnist Tinneke Beeckman. “Mensen met onderliggende aandoeningen belanden door corona in het ziekenhuis, maar vaak ook mensen met bijvoorbeeld overgewicht. Aan het begin van de pandemie werd nog wel gezegd dat het van belang is dat we bewegen, gezond eten, een vast ritme aanhouden. Maar daar hoor je nu bijna niemand meer over, terwijl een gezonde levensstijl ervoor zorgt dat je het virus fysiek beter aankunt en ook bevorderend werkt voor de mentale gezondheid. Bovendien is het een advies dat de farmaceutische industrie niet dient. Onder anderen antivaxxers wantrouwen die kapitalistische industrie, en daardoor ook de huidige maatregelen. Door op iets te wijzen wat voor iedereen beter is en losstaat van de farmaceutische wereld creëer je de gelegenheid om als overheid de band met de burger te herstellen.”

Het is verstandig om op een andere manier te gaan leven

“Inzetten op vaccinatie is ook een vorm van preventie”, reageert Bas Haring, filosoof en bijzonder hoogleraar publiek begrip van de wetenschap aan de Universiteit Leiden. “En daar hoor je juist heel veel over. Maar naast het denken op kortere termijn dat zich richt op hoe de cijfers ervoor staan en of we modellen als 2G moeten invoeren is er inderdaad ook een langetermijnvisie nodig. In literatuur en film zien we vaak het belang van een wijs iemand die niet meegaat in de waan van de dag en zaken vanuit een breder perspectief overdenkt. Denk aan Merlijn bij King Arthur, Yoda in Star Wars of Gandalf in Lord of the Rings. Een denktank kan een soortgelijke rol vervullen. Het is verstandig om op een andere manier te gaan leven in de komende jaren. Neem onze omgang met dieren. We weten dat covid-19 een zoönose is, een infectieziekte die van dier op mens kan overgaan. Toch houden we nog steeds vaak veel dieren op elkaar en wonen we er ook nog eens vlakbij, bijvoorbeeld in Brabant. Ook is het misschien tijd om ons begrip van solidariteit te verbreden. Het zou goed kunnen dat de omikronvariant een gevolg is van dat er in Zuid-Afrika weinig is gevaccineerd. Bij de inkoop van vaccins dachten westerse landen vooral aan hun eigen bevolking en niet aan andere landen. Nu merken we: de manier waarop wij nadenken over solidariteit is te beperkt, en we hebben ook nog eens onszelf daarmee.”blob:https://tinnekebeeckman.wordpress.com/7ae68450-c4cf-46cc-8095-4fdca6faff34https://acdn.adnxs.com/dmp/async_usersync.html

Beeckman: “We hebben te maken met een onzichtbaar monster. Doorgaans overheersen we de natuur zo dat we er niet meer aan gewend zijn als dat niet lukt. Er gaat veel aandacht uit naar het herwinnen van de controle: het virus moet verslagen worden, daarvoor moeten wij ons focussen op wetenschap en techniek, en dan zullen we als heer en meester uit de strijd komen. We moeten leren om op een andere manier tegenover de natuur te staan en in te zien dat onvoorspelbaarheid bij het leven hoort. Het is fantastisch dat we vaccins kunnen ontwikkelen, maar die geven geen volledige controle: ze kunnen bijvoorbeeld niet bestand zijn tegen nieuwe varianten. Machiavelli, een Italiaanse filosoof uit de vijftiende eeuw, wees erop dat het lot nooit helemaal te beheersen valt, maar deels wel in goede banen te leiden valt. Je moet zoveel mogelijk proberen te doen, maar ook aanvaarden dat er dingen gebeuren die je niet kunt beheersen en daar zonder berouw – en zonder anderen de schuld te geven – tegenover staan. Dat laatste punt is ook van belang met betrekking tot corona, want we wijzen graag beschuldigend naar ongevaccineerden, de overheid of andere landen.”

Het botst met ons idee dat we de vrijheid hebben precies te leven zoals we willen

Haring: “Dankzij wetenschappelijke kennis is de wereld wel voorspelbaarder geworden. De situatie had er heel anders uitgezien als we niet binnen een jaar een vaccin hadden ontwikkeld. Maar acceptatie van het feit dat dingen ons nu ook eenmaal overkomen is inderdaad van belang, en dat is lastig in deze maatschappij waarin sprake is van een drang naar controle en perfectie. Het botst ook met ons idee dat we de vrijheid hebben om ons leven precies te leven zoals we willen – dat blijkt nu toch wat anders te liggen.”

Beeckman: “We mogen ons ook anders verhouden tot vrijheid en burgerschap. Vrijheid draait niet alleen om het individuele verlangen om te doen wat je wil, waarbij je denkt: als ik iets wil, wie heeft dan de legitimiteit om mij daarin te belemmeren? Deze negatieve vrijheid is nu wel dominant. Toen het onverwachte zich aandiende – in de vorm van een pandemie – werd een appel gedaan op een soort burgerschap dat niet meer duidelijk besproken wordt: dat je als burger dingen moet doen die haaks staan op wat jij individueel wilt, bijvoorbeeld geen feestjes geven. Dat wordt nu gezien als onvrijheid. Terwijl je vanuit Machiavelli ook kunt denken aan het republikeinse burgerschap, waarbij je vrij bent dankzij het feit dat je lid bent van een gemeenschap, waarin zaken als onderwijs en gezondheidszorg jouw leven juist mogelijk maken.”

“Why we fight”, film van Alain Platel

Alain Platel en Mirjam Devriendt onderzochten de redenen waarom mensen vechten, in hun film ‘Why we fight’. En daarvoor verschijn ik als geïnterviewde filosoof. Hier is een recensie uit De Standaard, van Filip Tielens.

“Moeder, waarom vechten wij?

Van geësthetiseerd geweld in dans tot knokpartijen en grote oorlogen: in de prachtige, associatieve film Why we fight? exploreren Alain Platel en Mirjam Devriendt de vechtersbaas in de mens.

Trek elkaars kleren uit en probeer je eigen outfit zo lang mogelijk aan te houden: dit op het eerste gezicht hoogstens ondeugende kinderspelletje lag aan de basis van Nicht schlafen (2016), een van de mooiste dansvoorstellingen van choreograaf Alain Platel. In de openingsscène gingen de dansers elkaar speels te lijf, maar al gauw was de fun er af. Het geweld, dat begon zonder duidelijke redenen, veroorzaakte een cyclus van steeds meer geweld. Uitgeput en halfnaakt bleven de dansers na die langgerekte, heftige scène achter op het slagveld, met achter hen een paardensculptuur die Berlinde De Bruyckere ontwierp als herinnering aan de vele zinloos gesneuvelde paarden tijdens de Eerste Wereldoorlog.

De vraag ‘waarom vechten we?’ bleef Platel ook de jaren nadien fascineren. Fotograaf en filmmaker Mirjam Devriendt, een nauwe medewerker van De Bruyckere, raakte op haar beurt in de ban van Nicht schlafen en begon de dansers te filmen. Die beelden vormen nu, vijf jaar later, het kloppende hart van Why we fight?, de film die ze met Platel creëerde. In close-up zien we de rauwe emoties van dansers die elkaar te lijf gaan, maar later ook teder voor elkaar zorgen. Bijzonder knap zijn haar schokkerige slowmotionbeelden, die de dans vervormen tot een bewegend, impressionistisch schilderij, met Mahler als muzikale gezel.

Trigger warning

De immer bescheiden Platel is zelf niet te zien in de film. Wel geeft hij het woord aan drie dansers, die eerlijk en eloquent vertellen over hun ervaringen met geweld. Hun woorden worden gedrapeerd over de prachtige dansduetten, die op hun beurt worden doorsneden met archiefbeelden. Soms met nadrukkelijke fysieke gelijkenissen, zoals oproerpolitie die betogers de kleren van het lijf scheurt, maar ook (trigger warning!) beelden van bewakingscamera’s die straatgeweld filmen en zelfs dieren die elkaar in de haren vliegen.

Via zwart-witbeelden keren we ook terug naar de tijd van Mahler, die in zijn onrustige composities de toenemende maatschappelijke spanningen verklankte. De link met onze turbulente tijd ligt voor de hand, maar dirigent Teodor Currentzis – die Mahlers muziek intens belichaamt – relativeert: ‘De mens heeft nog geen seconde zonder oorlog geleefd.’

Zo zoomt Why we fight? steeds verder uit, terwijl het alle conflicten en oorlogen van de laatste drie eeuwen in kaart brengt. Filosofe Tinneke Beeckman waarschuwt dat de intermenselijke verdraagzaamheid echt wel aan het afnemen is, terwijl historicus Koert Debeuf vreest dat de achteruitgang van globalisering en de opkomst van nationalisme zal leiden tot een nieuw globaal conflict. De film reikt zelfs tot in de ruimte, waarbij Nasa-astronauten vertellen dat wie de aarde ooit van bovenaf heeft gezien, milder is voor de medemens.

Capitoolbestorming

Alain Platel is volop bezig met zijn rijkgevulde oeuvre een tweede leven te geven: in een speelse opendeurexpo, het boek Requiem pour L., de herneming van Gardenia en de remake van C(h)oeurs in 2022. Why we fight? past in dat rijtje: het is een erg geslaagde manier om de vluchtige kunstvorm die dans is te bewaren voor de eeuwigheid. Daarbij vervalt hij niet in een captatie of making of, maar verbindt hij het geësthetiseerde geweld in zijn kunst met het reële geweld in de buitenwereld.

De film culmineert in een orgie van geweld, met beelden van de bestorming van het Capitool en manifestaties van Vlaams Belang. In een associatieve, kolkende beeldenstroom toont het filmduo het gevaar dat uitgaat van de massa, maar ook de kracht die schuilt in bewegingen die strijden voor sociale rechtvaardigheid – woede kan immers ook constructief zijn. Maar het meest intens is toch de ijzingwekkende stilte van scholiere Emma González, die in 2018 de schietpartij op haar middelbare school in Parkland, Florida, overleefde en wier afbeelding lange tijd prijkte aan de gevel van de Bijloke-site waar Platel huist. 

Een allesomvattend antwoord op de vraag uit de titel geeft de film niet. Geweld is vaak een combinatie van individuele psychologische, sociale, politieke en religieuze factoren, stellen Platel en Devriendt, een fysieke reactie die ontstaat wanneer we woorden tekortkomen om onze onvrede uit te drukken. Dat kan in de gesublimeerde vorm van bloedmooie dans, maar helaas ook in vreselijke slachtpartijen, zoals de pijl-en-boogmoordenaar deze week nog maar eens bewees.

‘Why we fight?’ gaat in première op 14/10 op Film Fest Gent en komt in 2022 in de zalen.”

“Hoe nu verder?”, een filosofiegebeuren in Antwerpen, op zondag 3 oktober 2021

Op zondag 3 oktober werk ik mee aan het volgende project, in de Arenbergschouwburg te Antwerpen:

“Het denk- en essayproject ONZE TOEKOMST HERDENKEN van Het zoekend hert wordt in het najaar live afgerond. Met het unieke en zelfstandige slotevenement HOE NU VERDER? – op zondagmiddag 3 oktober 2021 in Arenberg Antwerpen. Minstens zes denkers en een muzikaal toptalent zullen u inspireren en mogelijk confronteren, maar allicht ook amuseren en enthousiasmeren.

Met welke filosofie kunnen we verder? Die prangende vraag van ONZE TOEKOMST HERDENKEN werd uiteindelijk omstandig beantwoord door 22 denkende schrijvers en schrijvende denkers, in evenveel markante essays. Van hun lezingen werd maand na maand een videofilm geproduceerd en in première gebracht. Duizenden ‘unique viewers’ bleven het verhaal al die tijd nauwgezet volgen. Wie tot vandaag nog niet werd geprikkeld, of onderweg al eens de trappers kwijtraakte, kan de tien boeiende video’s volledig herbekijken via de startpagina van deze website.

DRIE SYNTHESES: DR. TINNEKE BEECKMAN – PROF. KATRIEN SCHAUBROECK – PROF. MARLIES DE MUNCK

Tijdens het unieke live filosofiegebeuren HOE NU VERDER? brengen dr. Tinneke Beeckmanprof. Katrien Schaubroeck en prof. Marlies De Munck een extra overwogen synthese van al die denkparels. Deze drie academische filosofen herinneren elk aan de voornaamste gedachten van de 6 auteurs die zij tijdens het project hebben ingeleid.

TWEE HOOFDSPREKERS: DR. STEFAN BUIJSMAN – DR. PHILIPP BLOM

Twee internationale en geroemde hoofdgasten reflecteren daarna over de toekomst van denken en handelen. De jonge Nederlandse bolleboos dr. Stefan Buijsman stelt de vraag: ‘Hoe kan filosofie helpen om artificiële intelligentie verstandiger in te zetten?’ De wereldvermaarde filosoof, historicus en romanschrijver dr. Philipp Blom getuigt via een live video-call over ‘de strijd voor een nieuw groot verhaal – en het belang daarvan’. Vanuit zijn wereldstad Wenen in Antwerpen op een megascherm gespresenteerd.

SLOTWOORD DOOR DR. BERT BULTINCK & SLOTAKKOORD DOOR MUZIKAAL TOPTALENT

Een slotwoord wordt verzorgd door de hoofdredacteur van Knack, dr. Bert Bultinck. Een muzikaal slotakkoord door een superieur duo herinnert u er uiteindelijk aan waarom Het zoekend hert zich in de baseline én in het diepste van zijn hert met twee hoofdstromingen blijft associëren: Philosophy & Overnight SensationsZo gaat u dus niet alleen denkend of herdenkend, maar mogelijk ook zingend en dansend naar huis.”

Praktisch:

HZONDAGNAMIDDAG 03 OKTOBER 2021, VAN 15:00 TOT 18:00 UUR. In De Grote Zaal van Arenberg, Arenbergstraat 28, 2000 Antwerpen. INKOM: € 18,00. Reservaties: www.arenberg.be

Gedetailleerde informatie over deze live-manifestatie, alle vorige lezingen en de mini-expo van dit toekomstproject vindt u in onze programmabrochure, doorbladerbaar via issuu.com.

‘Hic et Nunc. De oudheid in jouw leven’ – nieuwe website!

De oudheid is nog intens aanwezig in onze tijd. Patrick De Rynck besloot een website op te richten over de levendige, boeiende manier waarop dit het geval is. Patrick Lateur, Aline D’Haese, Jeroen Olyslaegers, Noémie Schellens, Tom Naegels, Leen Huet, Luc Devoldere, Sandra Langereis, David Rijser en vele anderen werken er aan mee. De website bevat heel uiteenlopende teksten: over actuele vragen, maar ook muziek, boeken, reisverhalen, kunst en onderwijs.

En op de site staat ook een oproep: als je een goed fictieboek las waarin de oudheid verweven wordt, kan je zelf een bijdrage leveren.

Ik schreef alvast een artikel over de ‘Filosofie voor het dagelijks leven‘. Filosofen uit de oudheid – van Sokrates, Plato en Aristoteles tot stoïcijnen en epicuristen – dachten niet alleen theoriëen uit, ze hielden er ook een filosofische praxis op na. Of beter, hun ideeën veronderstelden een praktijk, natuurlijk en spontaan. Ook Spinoza bewandelt dat dubbele pad, al lijkt dat niet meteen zo.

Dit artikel sluit aan bij mijn laatste column in De Standaard: ‘hoe jezelf te overstijgen’. De tekst is een reactie op Kristien Hemmerechts’ terugkeer naar de katholieke riten, om een consumerend individualisme te overstijgen. Uit jezelf bereken is ook door klassieke filosofie mogelijk, betoog ik.