“Iedereen ziet het, niemand heeft een alternatief”, DM 24 aug. 2019.

Deze column verscheen op zaterdag 24 augustus in De Morgen.

“België valt best door haar paradoxen te vatten. Een daarvan luidt dat wat het land samenhoudt, het land ook verdeelt. Zo houdt Brussel het geheel samen, want Vlamingen en Franstaligen willen het niet loslaten. Maar het eigenzinnige gewest genereert best wat spanningen. Een ander voorbeeld is de rol van partijvoorzitters. Zij brengen alles samen. Maar hun moeizame relaties, motieven en plannen kunnen de samenwerking tussen landsdelen bemoeilijken.

Partijvoorzitters zijn de echte machtspolitici in dit land. Dat danken ze deels aan de staatsstructuur: alleen de partijvoorzitters overbruggen de vele politieke niveaus. Ze overleggen op regionaal en federaal vlak, ze bepalen de kieslijsten voor alle parlementen, en ze orkestreren de gemeenteraadsverkiezingen, waarvoor ze zelf vaak kandidaat zijn. Andere politici zien hun macht beperkt tot één of twee niveaus. Zo houdt de Vlaamse minister-president zich niet bezig met de federale regering, en omgekeerd. De grondwet houdt de bevoegdheden van beide overheden netjes gescheiden. Alleen de partijvoorzitters doorkruisen alle politieke lagen. Dat lijkt een al te complex land toch werkbaar te houden. Maar nu creëert precies die uitweg nieuwe moeilijkheden. Slechts een handvol mensen zijn echt aan zet. Wat zij mogelijk of wenselijk achten, wie ze vertrouwen (terecht of niet), door wie ze zich laten inspireren, met wie zij zich verwant voelen, wat hun ideeën en ingevingen zijn… Dat alles speelt een doorslaggevende rol.

Voeg daarbij de interpersoonlijke relaties. Dezelfde mensen die tijdens de vorige regeerperiode al heftig discussieerden, moesten een kiescampagne leiden. Zelfs tweemaal in zes maanden tijd. In de media kwamen telkens dezelfde kemphanen en –hennen aan het woord. Kiezers konden merken hoezeer deze mensen op elkaar uitgekeken waren. De verkiezingsuitslagen hebben de relaties waarschijnlijk niet bevorderd: de drie winnende partijen– PVDA, Groen en Vlaams Belang – zijn niet aan zet.

De verkiezingsnederlagen van de onderhandelaars wegen nu door. Juist wanneer een partijvoorzit(s)ter onder vuur ligt, heeft hij/zij er belang bij om de eigen toekomst veilig te stellen. Noël Slangen zegt het onomwonden in Knack: ‘Met een beetje cynisme zou je kunnen stellen dat deze formatie draait om de carrièreplanning van een tiental mensen. Niet om de inhoud.’

Iedereen kan het vaststellen, niemand heeft een alternatief. Jammeren over de kwaliteit van het politiek personeel heeft weinig zin. Dit zijn niet zozeer persoonlijke, dan wel structurele problemen. Juist omdat België zo complex is, kunnen persoonlijke dynamieken zo’n vlucht nemen. Terwijl uitgerekend deze partijvoorzitters de toekomst van het land moeten uittekenen.”

“Lijden mag je niet verheerlijken: het is geen bron van creativiteit of geluk”, DM 23 aug. 2019

Deze column verscheen in De Morgen op 23 augustus 2019.

“De moderne mens leeft in welvaart, maar toch is hij niet perfect gelukkig. Om die paradox te verklaren, wijzen psychiaters soms naar manier waarop de moderne mens lijdt: die weet niet meer hoe hij met verveling, last en ongemak moet omgaan. Dat kan best kloppen. Maar het is belangrijk om het lijden zelf niet te verheerlijken. Want lijden is geen bron van creativiteit of geluk.

Westerse samenlevingen doen heel wat inspanningen om leed op allerlei manieren te bestrijden, en dat is een goede zaak. Romantische bespiegelingen over lijden zijn echter achterhaalde dwalingen. Zo is er het fabeltje dat psychisch lijden iemand creatiever zou maken. Katrin Swartenbroux heeft dit terecht ontleed: je kan niet stellen dat Van Gogh dankzij zijn ziekte een geweldige schilder werd. Leonard Cohen zou Swartenbroux gelijk hebben gegeven: in een markant interview onthult hij dat depressie altijd een rol speelde in zijn leven. Hij probeerde allerlei middeltjes om de mist in zijn hoofd te doen optrekken. Zijn redding kwam toen hij monnik werd in een zen-boeddhistisch klooster. De interviewster vraagt of hij vreesde dat het einde van zijn depressie niet het einde van zijn creativiteit betekende. Want depressie inspireert toch? Neen, antwoordt Cohen, inzichtrijk werk vloeit niet voort uit lijden. Creëren is zelfs een overwinning over lijden. Want je kan niet meer bewegen als je klinisch depressief bent. Je probeert de dag door te komen, dat is alles. Daar is niets aantrekkelijk aan. Lijden is een hindernis, dat was Cohens boodschap.

Het klopt misschien wel dat mensen niet meer weten hoe ze op lijden, pijn of ongeluk moeten reageren. Continue Reading ›

Jubileumfeest – ‘het Zoekend Hert’ op zat. 14 en zondag 15 september!

Tijdens het Jubileumfeest van Filosofiehuis ‘Het Zoekend Hert’ treed ik tweemaal op: eenmaal met vooreen dialectisch gesprek met Alexander Roose, en eenmaal ter introductie van David Van Reybrouck, die spreekt over het gevaar van tirannie in de politiek, met andere gasten.

Het volledige programma staat op ‘het dansende denken‘.

“HET ZOEKEND HERT WORDT TIEN JAAR – EN FEEST!”

Dat heuglijke gegeven vieren we op zaterdag 14 en zondag 15 september 2019. Graag nodigen we u uit om in dat weekend denkend en dansend terug te blikken op de voorbije jaren, maar ook om dromend of dichtend vooruit te kijken.

Met onder meer: Jean Paul Van Bendegem, David Van Reybrouck, Saskia De Coster, Anne Provoost, Elvis Peeters, Yousra Benfquih, Stef Kamil Carlens, Elisabeth Van Dam, Babah Tarawally, Gert Vanlerberghe, Patricia Jozef, Alain Platel, Roy Aernouts, Wim Helsen, Manu Claeys, Tinneke Beeckman, Michiel Cox, Thomas Decreus, Willem Elias, Piet Gerbrandy, Henk van der Waal, Greg Houwer, Auke Hulst,…

Locatie: in Berchem, zowel het filosofiehuis zelf, aan de Koninklijke Laan, 43, 2600 Berchem, als op andere locaties in de buurt.

Gesprek over “Nieuwe Studie: Vlaamse filosofen durven niet rechts te denken”, DM, 31 juli 2019

De Morgen-journalist Pieter Gordts contacteerde me over een nieuwe studie van de Kuleuven, over intellectuele diversiteit. Mag je niet-links zijn aan Vlaamse universiteiten?

Over het gebrek aan openheid, schreef ik reeds een column in De Standaard: ‘Het gevaar van zelfcensuur‘.

“Filosofen zijn overwegend links. Dat hoeft volgens een nieuwe studie geen probleem te zijn. Wel problematisch is dat het tot zelfcensuur leidt: afwijkende conclusies worden begraven uit angst voor kritiek. ‘De wetenschap schiet zichzelf hiermee in de voet.’

door PIETER GORDTS

“Mochten mijn collega’s weten dat ik gematigd rechts ben, dan zou de helft van hen mij een ‘onmenselijk zwijn’ noemen en als dusdanig behandelen. De andere helft zou zwijgen, uit angst de volgende te zijn.” Met die getuigenis schetst een anonieme filosoof in een nieuwe studie hoe wetenschappers met een rechtse politieke overtuiging scheef bekeken worden binnen de academische wereld.

Dat universiteiten linkse enclaves zijn in een samenleving die steeds meer rechts stemt, wordt af en toe wel eens geopperd in rechtse politieke hoek. Maar binnen de academische wereld is de kwestie een taboe. “Vaak wordt er gedaan alsof er geen politieke bias is en de filosofie compleet neutraal is”, zegt filosoof Andreas De Block (KU Leuven). “Nochtans circuleren er online en ook in het echte leven veel anekdotes over hoe vijandig de academische filosofie is tegenover rechtse filosofen en conclusies.”

Toch boog De Block zich net over die vraag, samen met twee Amerikaanse wetenschappers en een Duitse collega, Uwe Peters (KU Leuven). De aan het begin geciteerde persoon is een van de 796 bevraagde filosofen. Concreet probeerden ze te achterhalen welke overtuiging hun collega’s aanhingen en wat de gevolgen daarvan zijn op hun academisch werk. Hun artikel verschijnt binnenkort in het tijdschrift Philosophical Psychology, maar werd ondertussen al opgepikt via de blog van de toonaangevende filosoof Justin Weinberg.

De onderzoekers stuurden een enquête naar 10.896 filosofen. Zo’n 1.000 antwoorden volgden, een kleine 800 werden weerhouden. De onderzoekers geven zelf aan dat dat een kleine sample is. Het leeuwendeel afkomstig uit Europa (67 procent) en Noord-Amerika (22 procent). Zij moesten zichzelf situeren op het links-rechts spectrum, met zeven tussenposities. Dat moesten ze zowel voor sociale en ethische zaken doen als voor economische onderwerpen.

Maar liefst 75 procent onder hen noemde zich links. Het aandeel rechtse filosofen (14 procent) en gematigden (11 procent) ligt een stuk lager. “Opvallend is dat maar liefst een vijfde onder hen zich heel links noemt”, zegt De Block.

De resultaten verbazen niet. “Het ligt in lijn met wat we weten uit andere disciplines in de menswetenschappen”, zegt filosoof Maarten Boudry (UGent). Dit soort onderzoek werd het laatste decennium onder impuls van psycholoog Jonathan Haidt al meermaals uitgevoerd in andere disciplines zoals de psychologie, steeds met hetzelfde resultaat. “Zij kaarten al langer aan dat er een gebrek aan ideologische diversiteit is”, zegt onafhankelijk filosofe Tinneke Beeckman.

“Er heerst inderdaad een soort stilzwijgende consensus van ‘jij bent toch ook tegen N-VA of pro-migratie?’”, zegt Boudry. Continue Reading ›

“Over Vrijheid – bij ‘Het Filosofisch Kwintet'”, Human, NPO1, 23 juni 2019

Op NPO1 begon een nieuwe reeks van het ‘Filosofisch Kwintet’: gesprekken met filosofen onder leidingen Clairy Polak.

In de eerste aflevering over ‘Vrijheid‘ was ik te gast, samen met Philipp Blom (de standaard gast dit seizoen), journalist Casper Thomas, en docent Jelle van Baardewijk. Deze aflevering kan je op je de site van Human opnieuw bekijken.

“Woorden stellen ons in staat de wereld te begrijpen, woorden kunnen ons ook in verwarring brengen. In het negende seizoen van Het filosofisch kwintet gaat het over woorden waarmee we worstelen. Woorden waarmee marketeers, politici en bestuurders aan de haal zijn gegaan. Begrippen die werden beroofd van hun oorspronkelijke betekenis en zo vaak zijn gebruikt dat ze hun waarde of inhoud verloren.

In vijf afleveringen vraagt presentator Clairy Polak haar vier gasten om vijf termen opnieuw inhoud te geven: ‘vrijheid’, ‘verbinding’, ‘elite’, ‘authenticiteit’ en ‘diversiteit’.”

 

 

“Grote Denkers – Ayn Rand”, in De Balie, 20 juni 2019

Op donderdag 20 juni was ik te gast in De Balie, Amsterdam voor een avond rond de denker Ayn Rand, in een hele reeks over vrouwelijke denkers.

Mij werd gevraagd in dialoog te gaan met Rand over ethiek.

De hele avond kan je hier opnieuw bekijken. Merlijn Geurts maakte ook korte fimpjes met interviews en stellingen van Rand.

Andere sprekers waren Kate Sinha  (kunstcritica, archeologe) over kunst, en Floor Rusman (historica, journaliste) over politiek.

Dus legde ik uit waarom ik Rands ethiek zelf niet inspirerend vind, maar die van Spinoza wel. Nochtans delen ze schijnbaar drie ideeën: de Joods-christelijke God bestaat niet, de mens is op zichzelf aangewezen in dit universum, en de rede is belangrijk in de weg naar vrijheid. Toch zijn de verschillen fundamenteel.

Daarbij probeer ik wel de fascinatie voor Rand te begrijpen, en leg ik enkele verbanden met de samenleving vandaag.

Over Ayn Rand geef ik meer uitleg in mijn boek ‘Macht en Onmacht‘.

 

 

“Het gevaar van zelfcensuur”, column DS 24 april 2019

Hoe zwaar moet een linkse intellectueel eraan tillen dat zijn analyses soms door rechtse partijen worden gesmaakt? De socioloog Mark Elchardus krijgt daarover geregeld verwijten, zei hij in Knack. Patrick Loobuyck kaartte het probleem ook aan in Sampol. Vooral over hete hangijzers zoals migratie en diversiteit stroken de analyses van linkse denkers niet altijd met wat linkse activisten of sympathisanten aanvaardbaar vinden. Zeker in verkiezingstijden (wanneer zijn die er niet?) lijkt strategie belangrijker dan inhoud. In extremis kan de denker zelf gewoon als rechts worden weggezet. Daarmee vervalt diens legitimiteit om heikele onderwerpen te bespreken. Einde discussie.

Hoe moet een denker daarop reageren? Wel, je kunt niet iedereen behagen, en wie vrij wil denken, mag zich niets aantrekken van de hokjes waarin hij dreigt te verzanden. Sociale druk is vervelend, maar je kunt de dynamiek makkelijk doorzien.

Zoals de (linkse) historicus Tony Judt noteerde: ‘Je kan mensen niet verhinderen om gelijk te hebben voor de verkeerde redenen. De angst om in slecht gezelschap te belanden, is geen uitdrukking van politieke zuiverheid, maar van een gebrek aan zelfvertrouwen.’ Judt citeerde de Brits-Hongaarse schrijver Arthur Koestler, die ervaring had met pogingen om mensen voor hun denken te vervolgen. Koestler schreef ‘Darkness at noon’, over een communistische activist, die onder Stalins dictatuur voor volksverraad wordt vervolgd, hoewel hij trouw aan de revolutie had meegewerkt. Maar in een totalitair regime kan iedereen willekeurig als verrader worden bestempeld. Niemand is zuiver genoeg. Al in 1940 waarschuwde Koestler voor het linkse totalitarisme, lang voordat linkse intellectuelen in het Westen dit gevaar wilden onderkennen. Daarom meende Judt dat Koestler waardevolle lessen over intellectuele integriteit kan geven. Ook George Orwell prikte de ontsporing van Stalins communisme vanaf het begin door. En ook hij ontleedde het gevaar van zelfcensuur, die optreedt wanneer je bang bent om tot de verkeerde groep te worden gerekend.

Zelfcensuur, aldus Orwell, heeft twee nefaste gevolgen. Ze heeft een kwantitatief effect: zodra voldoende mensen zichzelf censureren, beland je de facto in een samenleving waar politieke censuur regeert. Daar heb je zelfs geen bestraffende overheid meer voor nodig. Mensen staan vanzelf op de rem, omdat ze sociale uitsluiting (of erger) vrezen. Zelfcensuur heeft evengoed een kwalitatief effect: wanneer je je ideeën voor anderen moet verzwijgen, begin je uiteindelijk tegen jezelf te liegen. Dat is wat zijn romanfiguren overkomt: ze zijn het contact met het eigen denken kwijt. Daarom is vrijheid van spreken zo belangrijk: ze bevat de vrijheid om te denken.

Die dynamiek van sociale druk, conformisme en het gebrek aan authenticiteit werkt vooral bij de intellectuele bovenlaag, aldus Orwell. Want zij verliest zich in een strijd om filosofische rechtlijnigheid. De arbeiders, de ‘proles’ (van het proletariaat), leven in een andere wereld. George Orwell beschreef die in The road to Wigan Pier. Voor de mijnwerkers in Noord-Engeland betekent socialisme gewoon betere lonen, meer zorg voor hun familie en meer vrijheid tegenover hun baas. Zij willen geen foutdenkenden opjagen. Zij leven volgens hun morele code, die Orwell common decency noemde. Dat is een soort elementair fatsoen, waardoor je sommige kwalijke handelingen nooit stelt, zonder dat je daarvoor een verheven theorie nodig hebt. Je volgt je eigen geweten, je eigen emoties, je eigen regels, los van wat anderen denken of willen. Daarop zou links haar hoop moeten richten.

Met het socialisme zelf was volgens Orwell niets mis. Hij was zo scherp voor de linkse intelligentsia, die mensen in hokjes stak en ideologische zuiverheid nastreefde, omdat hij linkse bewegingen wilde vooruithelpen. Opnieuw sluit dit aan bij wat Mark Elchardus in zijn interview suggereert: dat linkse politici en organisaties vaak te neerbuigend doen over de ideeën, waarden en opvattingen van gewone mensen. Hij had naar eigen zeggen gehoopt dat links zou stoppen met gewone mensen weg te zetten als ‘achterlijk’, maar dat is niet gebeurd. Dat kan hard klinken. Maar soms draag je bij door ongegeneerd te zeggen wat je denkt. Zelfs al horen sommigen het niet graag, en zouden ze het al te graag als verdacht wegzetten.”

Deze column verscheen in De Standaard op donderdag 24 april 2019.