“Teren op tienerangst”, column DS, 23 sept. 2021

“Overvloedig gebruik van Facebook en Instagram kan schadelijk zijn voor tieners, vooral voor meisjes (DS 17 september). Wie jonge kinderen (mee) opvoedt, kent het probleem: sommigen raken al te zeer gehecht aan sociale media­ – en die verslaving komt met een negatief zelfbeeld, depressie en eetstoornissen. De lockdown heeft die tendens nog vergroot. Jongeren waren tot sociale media veroordeeld om niet helemaal geïsoleerd te raken. Voor een deel van de tieners was dat wellicht een goede­ zaak. Maar niet voor allemaal.

Uit gelekte nota’s van Facebook zelf blijkt dat het bedrijf dat al veel langer weet: 32 procent van de tienermeisjes geeft aan dat Instagram hun een nog slechter gevoel over hun lichaam geeft, wanneer ze zich al slecht voelen. Hetzelfde­ geldt voor 14 procent van de jongens­. In een interview onthult Jeff Horwitz­ van The Wall Street Journal dat mentaal kwetsbare tieners (meestal meisjes), de meeste moeite hadden om hun smartphone neer te leggen. Ze blijven urenlang ondergedompeld in een virtuele wereld. En in die wereld krijgen ze het gevoel dat ze onaantrekkelijk zijn (te dik, te klein, te dit of te dat), of dat ze uitgesloten worden. Fomo (fear of missing out) is in foblo veranderd (fear of being left out). De tiener maakt geen deel uit van de groep waarmee hij zich identificeert, maar kan er wel de amusante­ foto’s en oogverblindende filmpjes van blijven bekijken. Dat is vernie­tigend voor het zelfvertrouwen.

Dit is niet de eerste keer dat Facebook in opspraak komt. Het bedrijf wordt al enkele jaren in verband gebracht met antidemocratische propaganda. De massale verspreiding van poli­tieke nepberichten zou zelfs verkiezingen en referenda hebben verstoord (denk aan het schandaal rond Cam­bridge Analytica). Recenter bemoeilijken de vele berichten over samen­zweringstheorieën ook de mondiale strijd tegen covid. In juli publiceerden onderzoeksjournalisten Sheera Frenkel en Cecilia Kang daarover An ugly truth. Inside Facebook’s battle for domination. Ze spraken met meer dan vierhonderd werknemers, van wie het merendeel nog voor Facebook werkt. Hun boek laat geen illusie overeind.

De journalisten documenteren bijvoorbeeld de alarmerende berichten over politieke desinformatie die de Facebooktop bereikten. Het bedrijf deed er niets mee. En dat stuitende gebrek­ aan verantwoordelijkheidszin is volgens de journalisten een patroon: Facebook ontwikkelt producten zonder te anticiperen op wat er voor gebruikers kan mislopen. Als problemen opduiken, negeert de top die tot het echt niet langer kan. Zodra het slechte nieuws publiek wordt, begint de pr-machine te draaien. Het bedrijf meldt dat zijn mede­werkers ermee bezig zijn, dat het complex en moeilijk is. Die communicatie dient voor alles om een externe inter­ventie of regulering af te weren.

Nick Clegg, de voormalige liberale vice­premier onder de Britse premier David Cameron, is nu de topdiplomaat voor Facebooks indrukwekkende lobbymachine. Zijn communicatie bevat de aangehaalde ingrediënten: minimaliseren, afleiden, samenwerking vermelden om vooral geen structurele veranderingen te hoeven doorvoeren. Want Clegg vermeldt ‘de keerzijde’ van grote aanpassingen aan de platforms. Helder vertaald: we doen niets dat de groei van het bedrijf in de weg staat. Groei impliceert dat steeds meer mensen zo lang mogelijk op de platforms moeten blijven hangen. De recepten daarvoor blijven dezelfde: mensen moeten berichten delen die aandacht genereren en die consumptie stimuleren (zoals schoonheid en lifestyleproducten). Dat werkt het efficiëntst met emotioneel geladen boodschappen. Zoals sigaretten verslavend zijn, zo genereert een ‘like’ of ‘reactie­’ op een bericht een positieve respons in de hersenen van de ontvanger. Facebook benut dus mentale kwetsbaarheden voor het eigenbelang. De medeoprichter van Facebook, Sean Parker­, geeft dat met zoveel woorden toe op de website Axios.

Wat nu? De recente onthullingen hebben het bedrijf vooral assertiever gemaakt. Deze week beschreef Ryan Mac in The New York Times Mark Zucker­bergs uitgebreide plan om het imago van zijn bedrijf op te krikken: hij wil pro-Facebookberichten doen circuleren bij Facebookgebruikers. Tegelijk wil hij zijn repu­tatie van geniale inno­vator in de verf zetten. Nog meer lobbywerk, nog meer marketing om de schijn van betrouw­baarheid op te houden, dus. En wellicht wordt ook de mantra van de vrijheid opgedist: niemand wordt toch verplicht Facebook te gebruiken? En er staat toch een uitknop op de smartphone?

Als ik de verhalen hoor van die kwetsbare tieners, met hun angsten, depressies, eetstoornissen of donkere gedachten, denk ik aan Henri Lacor­daire: ‘Entre le fort et le faible, entre le riche­ et le pauvre, entre le maître et le serviteur, c’est la liberté qui opprime et la loi qui affranchit.’ De zogenaamde vrijheid verknecht de kwetsbaren en geeft de machtigen vrij spel. Waarom zou een bedrijf als Facebook aan elke regulering mogen ontsnappen? Het heeft al herhaal­delijk bewezen dat het niet uit zichzelf­ orde op zaken kan stellen.”

Deze column verscheen op 23 september 2021 in De Standaard.

“Hoe nu verder?”, een filosofiegebeuren in Antwerpen, op zondag 3 oktober 2021

Op zondag 3 oktober werk ik mee aan het volgende project, in de Arenbergschouwburg te Antwerpen:

“Het denk- en essayproject ONZE TOEKOMST HERDENKEN van Het zoekend hert wordt in het najaar live afgerond. Met het unieke en zelfstandige slotevenement HOE NU VERDER? – op zondagmiddag 3 oktober 2021 in Arenberg Antwerpen. Minstens zes denkers en een muzikaal toptalent zullen u inspireren en mogelijk confronteren, maar allicht ook amuseren en enthousiasmeren.

Met welke filosofie kunnen we verder? Die prangende vraag van ONZE TOEKOMST HERDENKEN werd uiteindelijk omstandig beantwoord door 22 denkende schrijvers en schrijvende denkers, in evenveel markante essays. Van hun lezingen werd maand na maand een videofilm geproduceerd en in première gebracht. Duizenden ‘unique viewers’ bleven het verhaal al die tijd nauwgezet volgen. Wie tot vandaag nog niet werd geprikkeld, of onderweg al eens de trappers kwijtraakte, kan de tien boeiende video’s volledig herbekijken via de startpagina van deze website.

DRIE SYNTHESES: DR. TINNEKE BEECKMAN – PROF. KATRIEN SCHAUBROECK – PROF. MARLIES DE MUNCK

Tijdens het unieke live filosofiegebeuren HOE NU VERDER? brengen dr. Tinneke Beeckmanprof. Katrien Schaubroeck en prof. Marlies De Munck een extra overwogen synthese van al die denkparels. Deze drie academische filosofen herinneren elk aan de voornaamste gedachten van de 6 auteurs die zij tijdens het project hebben ingeleid.

TWEE HOOFDSPREKERS: DR. STEFAN BUIJSMAN – DR. PHILIPP BLOM

Twee internationale en geroemde hoofdgasten reflecteren daarna over de toekomst van denken en handelen. De jonge Nederlandse bolleboos dr. Stefan Buijsman stelt de vraag: ‘Hoe kan filosofie helpen om artificiële intelligentie verstandiger in te zetten?’ De wereldvermaarde filosoof, historicus en romanschrijver dr. Philipp Blom getuigt via een live video-call over ‘de strijd voor een nieuw groot verhaal – en het belang daarvan’. Vanuit zijn wereldstad Wenen in Antwerpen op een megascherm gespresenteerd.

SLOTWOORD DOOR DR. BERT BULTINCK & SLOTAKKOORD DOOR MUZIKAAL TOPTALENT

Een slotwoord wordt verzorgd door de hoofdredacteur van Knack, dr. Bert Bultinck. Een muzikaal slotakkoord door een superieur duo herinnert u er uiteindelijk aan waarom Het zoekend hert zich in de baseline én in het diepste van zijn hert met twee hoofdstromingen blijft associëren: Philosophy & Overnight SensationsZo gaat u dus niet alleen denkend of herdenkend, maar mogelijk ook zingend en dansend naar huis.”

Praktisch:

HZONDAGNAMIDDAG 03 OKTOBER 2021, VAN 15:00 TOT 18:00 UUR. In De Grote Zaal van Arenberg, Arenbergstraat 28, 2000 Antwerpen. INKOM: € 18,00. Reservaties: www.arenberg.be

Gedetailleerde informatie over deze live-manifestatie, alle vorige lezingen en de mini-expo van dit toekomstproject vindt u in onze programmabrochure, doorbladerbaar via issuu.com.

‘Hic et Nunc. De oudheid in jouw leven’ – nieuwe website!

De oudheid is nog intens aanwezig in onze tijd. Patrick De Rynck besloot een website op te richten over de levendige, boeiende manier waarop dit het geval is. Patrick Lateur, Aline D’Haese, Jeroen Olyslaegers, Noémie Schellens, Tom Naegels, Leen Huet, Luc Devoldere, Sandra Langereis, David Rijser en vele anderen werken er aan mee. De website bevat heel uiteenlopende teksten: over actuele vragen, maar ook muziek, boeken, reisverhalen, kunst en onderwijs.

En op de site staat ook een oproep: als je een goed fictieboek las waarin de oudheid verweven wordt, kan je zelf een bijdrage leveren.

Ik schreef alvast een artikel over de ‘Filosofie voor het dagelijks leven‘. Filosofen uit de oudheid – van Sokrates, Plato en Aristoteles tot stoïcijnen en epicuristen – dachten niet alleen theoriëen uit, ze hielden er ook een filosofische praxis op na. Of beter, hun ideeën veronderstelden een praktijk, natuurlijk en spontaan. Ook Spinoza bewandelt dat dubbele pad, al lijkt dat niet meteen zo.

Dit artikel sluit aan bij mijn laatste column in De Standaard: ‘hoe jezelf te overstijgen’. De tekst is een reactie op Kristien Hemmerechts’ terugkeer naar de katholieke riten, om een consumerend individualisme te overstijgen. Uit jezelf bereken is ook door klassieke filosofie mogelijk, betoog ik.

Te gast bij podcast ‘Tweespraak’, samen met Maarten Goffin

Enkele weken geleden kreeg ik een uitnodiging: Of ik samen met Maarten Goffin wilde deelnemen aan Tweespraak. Dat is de podcast van Steven Verhamme en Pieter-Jan Mollie. “Elke aflevering ontvangen ze twee personen die iets te vertellen hebben. Soms verrassende combinaties maar altijd interessante gesprekken over sectoren en generaties heen. Je leert de mens achter de persoon kennen aan de hand van gedurfde vragen en eerlijke antwoorden.”

De andere gast was Maarten Goffin. Hij is in Brazilië geboren, werd geadopteerd en studeerde dramatische kunsten aan het Lemmensinstituut in Leuven. Hij acteerde in tv-series en films maar ontpopte zich ook als scenarist en regisseur van toneelstukken en kortfilms. Sinds kort stortte hij zich ook op de voetbalwereld als makelaar van jonge Afrikaanse talenten. 

Maarten en ik mochten voor onze aflevering heel wat vragen beantwoorden waaronder:

  • als je terugkijkt op je leven, waarop ben je dan het meest trots?
  • wat vertel je nooit aan een vreemde over jezelf?
  • welke buitengewone eigenschap zou je willen hebben en wat zou je ermee doen?

‘Hoe jezelf te overstijgen’, column DS 9 september 2021

“‘Breek uit jezelf.’ Dat was de boodschap van Kristien Hemmerechts in haar ontwapenende interviews in Knack en De afspraak op Canvas. Sinds enige tijd bezoekt Hemmerechts misvieringen van de kerkgemeenschap Sant’Egidio. Daar voelt ze zich thuis en in ‘Gods handen’, zonder dat ze dat verder wil definiëren. Mensen zoeken vaak tevergeefs het geluk in zichzelf of hun partner. Die ik-gerichtheid maakt on­gelukkig, meent de schrijfster.

Dat begrijp ik: een leven van een egogerichte consument geeft geen duurzame voldoening. En een rituele beleving van transcendentie kan vervullend zijn – daarvoor heb je geen dogma’s of geloof­ nodig.

Ik ben niet katholiek opgevoed, en ik kan (of wil) de persoonlijke weg van Hemmerechts niet beoordelen. Ik heb me nooit tegen de kerk hoeven te verzetten, maar ze trekt me ook niet aan. De vraag blijft of haar negatieve kanten – waaronder machtsmisbruik, een enge kijk op vrouwen en op seksualiteit – acci­denteel zijn, dan wel inherent deel uitmaken van haar ingesteldheid. Misschien­ vertelt Hemmerechts’ relaas minder over de kerk dan over het falen van de seculiere varianten. Socialis­tische en andere niet-confessionele bewe­gingen waren decennialang succes­vol, omdat ze de behoefte aan soli­dariteit, barmhartigheid en gemeenschaps­zin politiek vertaalden.

Hemmerechts vermeldt ook het verlangen om voor zichzelf op te komen, zonder zich op te sluiten in een eigen ‘ik’. In de kerk kan ze dat bredere perspectief ervaren. Er zijn ook alternatieven, die mensen nog altijd blijven ontdekken.

Het klassieke wijsheidsidee – van Plato en Aristoteles tot de stoïcijnen en de epicuristen – draaide om die bredere vraag. Dat idee bevat drie elementen (die op uiteenlopende manieren werden uitgewerkt): er zijn praktijken om voor het ‘zelf’ te zorgen, door die praktijken kun je jezelf overstijgen, en een geslaagd leven organiseer je met anderen.

Je hebt een ‘zelf’. Of beter, je hebt een zelfbewustzijn, je denkt over jezelf als iemand die waarden heeft. En je hebt een innerlijke vrijheid om dat zelf (deels) vorm te geven. Dankzij geestelijke oefeningen kun je die vrijheid be­waren. Je waakt erover dat je niet door dogma’s of dwalingen van anderen in de war raakt. Evenmin word je door je passies of verlangens overheerst. Daartoe zijn er geestelijke oefeningen, zoals Pierre Hadot ze beschrijft. Je richt je aandacht op het hier en nu. Je doet aan gewetensonderzoek, je bereidt je voor op tegenslag en je leert scherp te onderschei­den wat van jezelf afhangt (dan kun je handelen) en wat buiten je macht ligt (dat moet je aanvaarden).

Die oefeningen zijn dus een zorg voor zichzelf, maar ze zijn geen egotrip. In de Brieven aan Lucilius, geeft de stoïcijn­ Seneca deze raad: ‘Concentreer je op het werkelijk goede en zoek je vreugde in wat van jou zelf is. Maar wat betekent “wat van jou zelf is”? Wat jij zelf bent en wat het beste deel van jou is.’ Dat beste deel is het goddelijke, waardoor je deel uitmaakt van de goddelijke rede, van de natuur. De vrije mens slaagt erin zich helemaal aan de kosmos over te geven. Bij die stoïcijnse gedachte hoort een inzet voor de anderen, voor de gemeenschap. Dat komt bij keizer Marcus Aurelius bijvoorbeeld uitvoe­rig aan bod. Kortom, de stoïcijn doet niet aan zelfpromotie: hij wil zichzelf niet in de kijker zetten door zichzelf met anderen te vergelijken of door zijn succesjes te etaleren.

Epicuristen geloven dan weer niet in een transcendentie naar het goddelijke. Maar ze halen hun bevrijdende ervaring wel uit iets dat buiten het ‘zelf’ ligt: een soort genade over de schoonheid van de wereld. Voor Lucretius kun je elke­ dag opnieuw naar de wereld kijken met de nieuwsgierige bewondering van iemand die haar voor de eerste keer ziet, én met de intense waardering van iemand die haar voor de laatste keer bekijkt. Ook zijn filosofische praktijk veronderstelt leven met anderen. Epicurus heeft geprobeerd gemeenschappen op te richten, waarvan leden door vriendschapsbanden met elkaar verbonden zijn. De antieke filosoof schaaft dus aan zichzelf, hij polijst zijn leven door zich inzetten in en voor de ‘polis’, in de gemeenschap, gesterkt door de wetenschap dat hij deel uitmaakt van een heel universum.”

Deze column verscheen in De Standaard, op 9 september 2021.

“Alles beweegt, alles verandert (behalve PFOS)’, column DS, 17 juni 2021

“Het bericht over de dood van Dixie Dansercoer doorbreekt de sleur van de krantenkoppen (DS 9 juni). Tijdens een poolexpeditie in Groenland zakte de poolreiziger plots door een stuk ijs en viel hij in een diepe spelonk. Een flits, een schreeuw en stilte. Zijn compagnon kon hem niet redden, zijn lichaam kon niet worden geborgen.

In Europa geloven mensen graag dat het leven risicoloos is, maar de wilde natuur is je meester, reageerde zijn voormalige reisgenoot Alain Hubert. Dat contrast tussen de westerse levensstijl en de wilde natuur verschijnt prachtig in Sylvain Tessons laatste boek, De sneeuwpanter, waarvoor de auteur­ de Prix Renaudot kreeg.

Tesson ging tijdens de wintermaanden op zoek naar dat zeldzame, mythische dier op een desolate hoogvlakte in Tibet. Hij had geen garantie dat zijn gure­ tocht iets zou opleveren. ‘Het aanvaar­den van die onzekerheid leek mij zeer nobel, en in die zin zelfs anti­modern’, verklaart hij. Antimodern, want het westerse leven is precies het tegendeel van wat hij op de besneeuwde hoogvlakte aantrof: koude, wind, sneeuw, dieren die vechten om te overle­ven, een onverschillige, on­herbergzame natuur.

De dood is altijd vlakbij, telkens innig verbonden met het leven. ‘Wij zaten daar, in die verblindende tuin van leven en dood. (…) Het leven in een notendop: geboren worden, rennen, sterven, verrotten en in een andere vorm terugkeren in het spel.’

Het Tibetaanse dodenboek en Heraclitus zeiden hetzelfde, aldus Tesson: ‘Alles is in beweging, alles stroomt, alles gaat voorbij, ezels galopperen, wolven jagen, gieren zweven: orde, evenwicht, volle zon. Een verpletterende stilte.’ Door de dreiging van de dood, verschijnt het leven met een nieuwe inten­siteit. Die verdwijnt als alle risico’s verbannen worden en comfort overheerst. ‘In het technologische Westen had de stadsmens zichzelf ook gedomesticeerd. Ik kon hem omschrijven, want ik was er zelf het prototype van. In mijn warme appartement, in de ban van elektronisch gemak en voortdurend in de weer met het opladen van al die schermpjes, had ik iedere levensdrift laten­ varen’, noteert Tesson.

Bij min dertig graden dagenlang in de sneeuw wachten op een dier dat misschien niet opdaagt, is een sublieme erva­ring; een mengeling van genot en pijn, van schoonheid en afschuw, van betrokkenheid en afstand. In De wereld als wil en voorstelling beschrijft Arthur Schopenhauer het sublieme als een gevoel­ van overwinning of bevrijding van wat je overweldigt. Het immense, angstaanjagende, ontzettende is daartoe cruciaal: je aanschouwt een macht die ‘onver­gelijkelijk superieur is aan het indi­vidu’. Tegelijk ontsnap je in deze­ aanschouwing juist voldoende aan het onheil om die spanning vol te houden­. De koude en ontbering deden Tesson­ wel pijn, maar de nood waarin zijn lichaam verkeerde, verhinderde hem niet om de omgeving in zich op te nemen­. Ondanks de extreme condities keek hij als een estheet; hij slaagde erin op een serene manier te genieten van wat zijn eigen bestaan levensgevaarlijk bedreigt. Het sublieme gevoel bevat dus iets wrangs, iets pijnlijks, iets unheimlichs. Dat is anders bij een ervaring van het schone, zou Schopenhauer zeggen, want daarin staat de harmonie centraal.

Die dreigende werking van de natuur kent de moderne mens amper. Hij heeft zijn positie veiliggesteld door alles wat anders is volledig weg te vagen, schrijft Tesson. Maar die gerieflijkheid heeft een prijs. Ook de meest afgelegen plekken worden langzaamaan bewoond, bewerkt of bereisd. Intussen kopen vooral jonge lezers gretig Tessons boek, waarin ze ontdekken dat intens leven vraagt dat je die veiligheid opgeeft.

De voorbije week verschenen warme getuigenissen over Dansercoers leven­ en werk in de kranten. Enkele dagen voor zijn dood was het schandaal over de PFOS-vervuiling in Zwijndrecht losge­broken. Op een vreemde manier lijken die berich­ten met elkaar verbonden, als tegen­gestelde verhoudingen tot de natuur­. De poolreiziger wilde de on­gerepte natuur beleven en intact achterlaten. De fabrieks­eigenaars zetten de natuur naar hun hand om goederen te vermarkten, met onherstelbare schade als gevolg.

Alles beweegt, alles verandert, leert de filosoof. Behalve de chemische stoffen die voor het kortstondige gemak van de consument en de snelle winst van de producent gemanipuleerd worden­. Die zijn blijkbaar voor altijd.”

Deze column verscheen in De Standaard op 17 juni 2021.

“De Vlaming betaalt voor zijn eigen desinformatie”, interview samen met Katleen Gabriëls in De Morgen, 11 juni 2021

Interview door Jorn Lelong, Beeld door Wouter Maeckelberghe, verschenen in De Morgen, op 11 juni 2021.

‘Volgens de nieuwe documentaire Future Shockedhebben nogal wat mensen in deze overgevoelige woke-tijden moeite met de snelle maatschappelijke veranderingen. Moraalfilosofen Tinneke Beeckman en Katleen Gabriels verschaffen inzicht. ‘Van het ene spectaculaire schandaal naar het andere hobbelen, werkt niet.’

Zijn leven lang had regisseur Johan Van Schaeren kampvuur geassocieerd met vrijheid, natuur, rust, gezelligheid en sfeer. Tot op een zomeravond een vriend hem erover aansprak: “Je weet dat zoiets toch echt niet meer kan?” We weten allemaal waarom: het fijnstof dat erbij vrijkomt, beschadigt de planeet. Toch voelde Van Schaeren een diepe weerstand. Het leidde tot een maandenlange zoektocht naar maatschappelijke verandering en de ongemakkelijkheid die ermee gepaard gaat.

De documentaire Future Shocked, het resultaat van die zoektocht, laat zien hoe die snelle maatschappelijke verandering ons vandaag van hetze naar hetze drijft. Het hoofddoekendebat dat terug van weggeweest is, de verhitte discussie over rechts-extremisme en de Voorpost-veroordeling: de afgelopen weken leken haast een uitgekiende marketingcampagne voor de film, die morgen uitkomt. Een gedroomde speeltuin ook voor moraalfilosofen Tinneke Beeckman en Katleen Gabriels, twee van de zes experts die de kijker door de documentaire loodsen.

Toont de veroordeling van enkele Voorpost-leden dat de vrijheid van meningsuiting in ons land in gevaar komt?

Tinneke Beeckman: “Je kunt voor meningen vervolgd worden als die kwaadwillig, doelbewust racistisch of xenofoob zijn. Dat is hier niet het geval, voor zover ik kan zien. Maar ik denk daarnaast dat de juridisering van dat soort maatschappelijke conflicten grote beperkingen heeft.”

Katleen Gabriels: “Door zo’n uiting te juridiseren, ga je het debat uit de weg. Je kijkt dan niet meer naar wat iemand daarmee precies wil zeggen, en eigenlijk raakt het thema daardoor alleen maar meer gepolariseerd. Tegelijk denk ik dat een meer fundamenteel debat over wat we bedoelen met vrijheid van meningsuiting niet slecht zou zijn. Die vrijheid werd in het leven geroepen om burgers te beschermen tegen de staat. Maar vandaag wordt er te pas en te onpas mee geschermd. Vrijheid van meningsuiting is geen exacte wetenschap, daar zijn altijd al grenzen aan gesteld.”

Moeten we het voorstel om haatspraak te verbieden zien als een stuiptrekking om het politieke klimaat dat giftig geworden is te herstellen en minderheden te beschermen?

Beeckman: “Er moeten regels zijn om minderheden te beschermen, maar het is iets anders als je de vrijheid van meningsuiting gaat beperken. Mensen veranderen daardoor ook niet van gedacht. Zoals Katleen aanhaalt, is die wet er net om contestatie van de macht mogelijk te maken. Veel sociale en politieke bewegingen in onze geschiedenis konden zich ontwikkelen net omdat er zo’n vrijheid was. Dat uitgerekend de liberalen aan die vrijheid willen morrelen, is pijnlijk.”

We zijn in het algemeen gevoeliger geworden voor het kwetsen van anderen. In de documentaire zegt u dat dat bij jongeren nog sterker speelt. Waarom?

Beeckman: “Vandaag wordt er veel verwacht van het ‘zelf’: jij bent verantwoordelijk voor je eigen lot en positie. Kleding bijvoorbeeld is voor jongeren een manier om zich te uiten. De waarden van de kledingmerken die ze dragen moeten overeenstemmen met hun eigen waarden. En daarin willen jongeren niet belemmerd worden. Door die nadruk op expressie zijn ze gevoelig voor het discours rond kwetsen en beledigen.

“Dat hangt deels samen met het fenomeen van ‘helikopterouders’. Mensen hebben minder kinderen dan vroeger en alle aandacht gaat naar de ontwikkeling van dat kind. Het kind moet zijn ‘zelf’ helemaal kunnen ontplooien. Veel jongeren leiden zo een leven waarin hun ouders bij alles inspringen en alle obstakels proberen weg te nemen.”

Gabriels: “Ik merk het ook aan de universiteit. Als we opendeurdagen hebben, komen ouders zelfs mee de hoorcolleges volgen. Ik kan me moeilijk voorstellen dat mijn ouders dat gedaan zouden hebben. (lacht) Je kunt kanttekeningen maken bij dat intensieve ouderschap: studies uit de Verenigde Staten tonen aan dat kinderen die zo opgevoed werden, aan de universiteit minder zelfstandig denken omdat ze niet geleerd hebben om zonder hun ouders te kunnen.”

Beeckman: “Daardoor krijg je mensen die een fragieler zelfbeeld hebben en zich bewuster zijn van andermans kwetsbaarheid. Als vrijheid zelfexpressie is, moet de buitenwereld die fragiele oefening aanvaarden en ondersteunen, vinden deze jongeren. Je kunt hen dat niet verwijten. Het zijn omstandigheden die zij niet gecreëerd hebben.”

Wanneer wordt die gevoeligheid overgevoeligheid?

Gabriels: “De context is belangrijk. Je kunt niet de hele woke-beweging op één hoop gooien. Wat betreft het zwartepietendebat, dat in Nederland erg leeft, vind ik bijvoorbeeld dat je een roetpiet prima aan kinderen kunt uitleggen en dat het sinterklaasfeest daarmee dus helemaal niet verdwijnt. Ik zie er ook de gevoeligheid van in als zwarte kinderen bijvoorbeeld voor zwarte piet worden uitgemaakt. Het woordje ‘freshman’ (algemene aanduiding voor eerstejaars, ook als ze vrouw zijn, JL) zal bijvoorbeeld ook verdwijnen. Dat is nu eenmaal een gedateerde term en er kwamen aan de universiteit van Maastricht opmerkingen over, zonder dat dat echt met activisme gepaard ging.”

Beeckman: “Vaak is er, zoals bij ‘freshman’, al een natuurlijke taalevolutie. Dan is het niet nodig om telkens te steigeren. Ik denk zelfs dat activisme de natuurlijke gang van zaken soms hindert, omdat het polariseert. Als mijn driejarige dochter bijvoorbeeld naar sprookjes als Sneeuwwitje kijkt, heb ik zelf bedenkingen bij het verhaal van een passief meisje dat tot leven wordt gekust door een prins. Dus grijp ik graag naar andere vertellingen, fabels of nieuwe verhalen, die rijk en fantasievol zijn. Als Sneeuwwitje op een natuurlijke manier op de achtergrond verdwijnt, is dat niet het einde van de westerse samenleving.”

Vormt woke-activisme een bedreiging van de vrijheid van meningsuiting?

Gabriels: “De slinger slaat inderdaad soms door nu. Zo is in de context van QAnon (beweging van extreemrechtse complottheoretici, JL) ineens de Facebookpagina van de satirische site De Raaskalderij offline gehaald door één foto van de Ku Klux Klan. Daar zie je de macht van big tech, die met een druk op de knop zomaar iets offline kan halen. Of neem die aflevering van Fawlty Towers die verwijderd werd vanwege raciale stereotiepen, terwijl die net dingen aan de kaak stelt. Dat is het gevaar, dat je dingen gaat verwijderen alsof ze nooit gebeurd zijn.”

Is de stem van woke-activisten niet nodig om het algemene bewustzijn over bijvoorbeeld gender vooruit te stuwen?

Gabriels: “Het gaat ook om de manier waarop. Het probleem is dat het woke-idee een soort morele zuiverheid van mensen verwacht die gewoon niet des mensen is. Iedereen maakt nu eenmaal fouten. Ik kan me ook voorstellen dat veel mensen zich verliezen in het hele genderdebat. Voor veel mensen blijft het moeilijk om zich iets voor te stellen bij bigender, trigender of genderfluïde, dat verander je niet in één nacht. Kijk hoe J.K. Rowling is aangepakt voor een tweet die we tot een aantal jaren geleden misschien heel normaal hadden gevonden. Ik herinner me dat er sterk gemikt werd op haar statuut als witte, rijke vrouw, waardoor het meer een machtskwestie werd.”

In welke mate dragen sociale media bij tot die polarisatie?

Beeckman: “Die hebben zeker veel veranderd. Het verdienmodel van al die platformen bestaat erin de aandacht van de gebruiker vast te houden. Dat lukt bij emotionele boodschappen. Het is dus gewoon kapitalisme: die platformen hebben er baat bij om verontwaardiging en tegenstellingen te versterken. Elke zachte, redelijke impuls wordt uitgeschakeld. Het zou bijna een mirakel zijn als mensen dan uiteindelijk niet fel tegenover elkaar zouden staan.”

Gabriels: “Hoe die platformen zijn opgebouwd, bepaalt hoe mensen zich gedragen. Je ziet nu wel dat er meer en meer spijtoptanten opduiken, zoals Chris Wetherell. Hij is de IT’er die de retweetknop op Twitter bedacht en heeft daar nu grote spijt van. Die retweetknop was bedoeld om de stem van minderheden te versterken, maar bleek al snel net zo goed te leiden tot heksenjachten en polarisering. ‘Het is alsof je een vierjarige een geladen geweer geeft’, zei hij daarover.”

Worden sociale media de jongste tijd niet te vaak als boosdoener weggezet? Heel wat bewegingen, zoals MeToo, waren er zonder sociale media niet gekomen.

Beeckman: “Zeker, ze kunnen goed en slecht gebruikt worden. Negatief vind ik ook dat schandalen de persoonlijke verantwoordelijkheid verbergen. Neem de verontwaardiging over het verkrachte meisje dat zelfmoord pleegde: meteen volgden haat en doodsbedreigingen naar de daders toe. Maar als je van specialisten hoort hoeveel duizenden jongeren in groepen zitten waar beelden van misbruikte meisjes gedeeld worden en privé-informatie rondgaat om hen te intimideren, besef je dat heel veel mensen met die praktijken in contact komen. Ze steken de kop in het zand of doen eraan mee. Tot er een schandaal ontstaat en iedereen voluit tekeer kan gaan op sociale media. Meningen verkondigen en integer moreel handelen zijn twee verschillende dingen.

“Het is ook niet voldoende dat er schandalen uitbreken, zoals bij MeToo. Er moeten institutionele veranderingen op volgen. Anders hobbel je van het ene spectaculaire schandaal naar het andere. En dus: als sociale media helpen politici die de rechtsstaat ondergraven verkiezingen te winnen, is er een ernstig probleem. Want dan volgt die institutionele verandering niet.”

Gabriels: “In de literatuur wordt dat een ‘algocratie’ genoemd. Iedereen ziet 2016 op dat vlak als een kanteljaar, maar ook studies die van daarvoor dateren tonen bijvoorbeeld al aan dat mensen vaker stemmen voor kandidaten die bovenaan in de zoekresultaten prijken. Hetzelfde zie je met Google Shopping: mensen kopen wat goed verkoopt. Ze denken steevast dat ze een autonome, goed geïnformeerde keuze maken, maar in feite worden we dus erg beïnvloed door wat bovenaan verschijnt.

“De politiek gaat daar trouwens gretig in mee. Kijk hoe politieke partijen gefinancierd zijn en hoeveel geld naar campagnes op sociale media gaat. Er zijn heel wat campagnes geweest, bijvoorbeeld rond het Marrakech-pact, die gewoon niet klopten. In feite betaalt de Vlaming dan voor zijn eigen desinformatie.”

Waar vinden we antwoorden voor die problematiek? Kan de filosofie ons helpen?

Beeckman: “Je vindt altijd antwoorden in de filosofie! (lacht) Ik put vaak uit wijsheid van het verleden. Van auteurs die schreven in tijden van conflicten, religieuze vervolgingen of hopeloze rampen, dat is nog wat anders dan dat wij meemaken. Daaruit leer je dat omgaan met snelle veranderingen nu eenmaal deel uitmaakt van het leven, zoals nog maar eens gebleken is met de pandemie. Maar ik zie ook een deel van de antwoorden in technologie. De werking van online trollen moet worden aangepakt en de platformen moeten worden aangesproken op hun verdienmodel. Anders wordt verbetering heel moeilijk.”

Gabriels: “In de filosofie vind je rust en diepgang, ook om standpunten te lezen waar je het misschien niet mee eens bent. Alles wat je mist op sociale media. Wellicht zie je net door ons chaotisch klimaat vandaag een revival van bijvoorbeeld de stoïcijnen. Zij kunnen ons iets zeggen over hoe je moet omgaan met emoties, dat je geen tijd moet verspillen aan dingen waar je geen vat op hebt. Ik heb recent veel vrienden aan de stoïcijnen gekregen.” (lacht).

In documentaire ‘Future Shocked’ van Johan Van Schaeren

‘Future shocked’

“De tijden veranderen en de maatschappij evolueert voortdurend. Wat vandaag als normaal beschouwd wordt, kan binnen enkele decennia onacceptabel zijn. Dat is op zich niets nieuws. Maar de snelheid waaraan de morele regels evolueren de laatste jaren, is dat wel.

Rond thema’s als gender, klimaat en ras woeden de laatste jaren heftige maatschappelijke debatten, waarbij een voorhoede activisten steeds verder voorop loopt. Een deel van de bevolking volgt niet meer en zet ostentatief de hakken in het zand. De snelle gedragsverandering die gevraagd wordt, blijkt, hoe nodig en dringend ze ook is, helaas voor velen onhaalbaar. De polarisatie, flink gestimuleerd door de sociale media, neemt ongekende vormen aan. Wat is er hier aan de hand? En hoe krijgen we in een deze gespannen situatie dan toch snel die noodzakelijke vooruitgang gerealiseerd?

“Future Shocked” is een persoonlijke queeste van de regisseur. Hij gaat op zoek naar antwoorden op vragen waar velen van Generation X, gesandwicht tussen de ‘wokers’ en de ‘boomers’, vandaag mee worstelen. Aan de hand van interviews met moraalfilosofen Patrick Loobuyck, Tinneke Beeckman en Katleen Gabriëls, socioloog Walter Weyns en psychologen Herman Konings en Tom de Bruyne, en geïllustreerd met een massa beeldfragmenten, geeft de film inzicht in hoe maatschappelijke verandering wérkt, waarom ons morele landschap vandaag zo sterk wijzigt en hoe we polarisatie kunnen tegengaan.”

De documentaire is te zien tijdens het filmfestival Docville in Leuven, en elders.

In ‘De Afspraak’ op donderdag 27 mei 2021

Op donderdag 27 mei 2021 was ik te gast in De Afspraak op Canvas, met viroloog Erika Vlieghe en Vincent Van Quickenborne.

De onderwerpen waren de gunstige coronacijfers, de zoektocht naar Jürgen Conings en de rol van wetenschappers in tijden van crisis. Waarom zijn mensen boos op wetenschappers?