“Why we fight”, film van Alain Platel

Alain Platel en Mirjam Devriendt onderzochten de redenen waarom mensen vechten, in hun film ‘Why we fight’. En daarvoor verschijn ik als geïnterviewde filosoof. Hier is een recensie uit De Standaard, van Filip Tielens.

“Moeder, waarom vechten wij?

Van geësthetiseerd geweld in dans tot knokpartijen en grote oorlogen: in de prachtige, associatieve film Why we fight? exploreren Alain Platel en Mirjam Devriendt de vechtersbaas in de mens.

Trek elkaars kleren uit en probeer je eigen outfit zo lang mogelijk aan te houden: dit op het eerste gezicht hoogstens ondeugende kinderspelletje lag aan de basis van Nicht schlafen (2016), een van de mooiste dansvoorstellingen van choreograaf Alain Platel. In de openingsscène gingen de dansers elkaar speels te lijf, maar al gauw was de fun er af. Het geweld, dat begon zonder duidelijke redenen, veroorzaakte een cyclus van steeds meer geweld. Uitgeput en halfnaakt bleven de dansers na die langgerekte, heftige scène achter op het slagveld, met achter hen een paardensculptuur die Berlinde De Bruyckere ontwierp als herinnering aan de vele zinloos gesneuvelde paarden tijdens de Eerste Wereldoorlog.

De vraag ‘waarom vechten we?’ bleef Platel ook de jaren nadien fascineren. Fotograaf en filmmaker Mirjam Devriendt, een nauwe medewerker van De Bruyckere, raakte op haar beurt in de ban van Nicht schlafen en begon de dansers te filmen. Die beelden vormen nu, vijf jaar later, het kloppende hart van Why we fight?, de film die ze met Platel creëerde. In close-up zien we de rauwe emoties van dansers die elkaar te lijf gaan, maar later ook teder voor elkaar zorgen. Bijzonder knap zijn haar schokkerige slowmotionbeelden, die de dans vervormen tot een bewegend, impressionistisch schilderij, met Mahler als muzikale gezel.

Trigger warning

De immer bescheiden Platel is zelf niet te zien in de film. Wel geeft hij het woord aan drie dansers, die eerlijk en eloquent vertellen over hun ervaringen met geweld. Hun woorden worden gedrapeerd over de prachtige dansduetten, die op hun beurt worden doorsneden met archiefbeelden. Soms met nadrukkelijke fysieke gelijkenissen, zoals oproerpolitie die betogers de kleren van het lijf scheurt, maar ook (trigger warning!) beelden van bewakingscamera’s die straatgeweld filmen en zelfs dieren die elkaar in de haren vliegen.

Via zwart-witbeelden keren we ook terug naar de tijd van Mahler, die in zijn onrustige composities de toenemende maatschappelijke spanningen verklankte. De link met onze turbulente tijd ligt voor de hand, maar dirigent Teodor Currentzis – die Mahlers muziek intens belichaamt – relativeert: ‘De mens heeft nog geen seconde zonder oorlog geleefd.’

Zo zoomt Why we fight? steeds verder uit, terwijl het alle conflicten en oorlogen van de laatste drie eeuwen in kaart brengt. Filosofe Tinneke Beeckman waarschuwt dat de intermenselijke verdraagzaamheid echt wel aan het afnemen is, terwijl historicus Koert Debeuf vreest dat de achteruitgang van globalisering en de opkomst van nationalisme zal leiden tot een nieuw globaal conflict. De film reikt zelfs tot in de ruimte, waarbij Nasa-astronauten vertellen dat wie de aarde ooit van bovenaf heeft gezien, milder is voor de medemens.

Capitoolbestorming

Alain Platel is volop bezig met zijn rijkgevulde oeuvre een tweede leven te geven: in een speelse opendeurexpo, het boek Requiem pour L., de herneming van Gardenia en de remake van C(h)oeurs in 2022. Why we fight? past in dat rijtje: het is een erg geslaagde manier om de vluchtige kunstvorm die dans is te bewaren voor de eeuwigheid. Daarbij vervalt hij niet in een captatie of making of, maar verbindt hij het geësthetiseerde geweld in zijn kunst met het reële geweld in de buitenwereld.

De film culmineert in een orgie van geweld, met beelden van de bestorming van het Capitool en manifestaties van Vlaams Belang. In een associatieve, kolkende beeldenstroom toont het filmduo het gevaar dat uitgaat van de massa, maar ook de kracht die schuilt in bewegingen die strijden voor sociale rechtvaardigheid – woede kan immers ook constructief zijn. Maar het meest intens is toch de ijzingwekkende stilte van scholiere Emma González, die in 2018 de schietpartij op haar middelbare school in Parkland, Florida, overleefde en wier afbeelding lange tijd prijkte aan de gevel van de Bijloke-site waar Platel huist. 

Een allesomvattend antwoord op de vraag uit de titel geeft de film niet. Geweld is vaak een combinatie van individuele psychologische, sociale, politieke en religieuze factoren, stellen Platel en Devriendt, een fysieke reactie die ontstaat wanneer we woorden tekortkomen om onze onvrede uit te drukken. Dat kan in de gesublimeerde vorm van bloedmooie dans, maar helaas ook in vreselijke slachtpartijen, zoals de pijl-en-boogmoordenaar deze week nog maar eens bewees.

‘Why we fight?’ gaat in première op 14/10 op Film Fest Gent en komt in 2022 in de zalen.”

In “De Afspraak op Vrijdag”, op 1 okt. 2021

Op vrijdag 1 oktober was ik te gast bij ‘De Afspraak op Vrijdag‘ op Canvas, met Ivan De Vadder.

Thema’s waren de stijgende energieprijzen, de Septemberverklaring van Minister-President Jan Jambon en het debat rond ‘woke’ aan de universiteit, naar aanleiding van de openingsrede van rector Luc Sels (KUL).

Andere gasten waren Zuhal Demir (minister Toerisme en Omgeving), en Karel Verhoeven (hoofdredacteur De Standaard).

En de moderator begon met een vraag over Vlaams parlementslid Sihame El Kaouakibi – het parlement heeft het reglement voor ziekteverlof gewijzigd. Maar is dat een goede zaak?

‘Hic et Nunc. De oudheid in jouw leven’ – nieuwe website!

De oudheid is nog intens aanwezig in onze tijd. Patrick De Rynck besloot een website op te richten over de levendige, boeiende manier waarop dit het geval is. Patrick Lateur, Aline D’Haese, Jeroen Olyslaegers, Noémie Schellens, Tom Naegels, Leen Huet, Luc Devoldere, Sandra Langereis, David Rijser en vele anderen werken er aan mee. De website bevat heel uiteenlopende teksten: over actuele vragen, maar ook muziek, boeken, reisverhalen, kunst en onderwijs.

En op de site staat ook een oproep: als je een goed fictieboek las waarin de oudheid verweven wordt, kan je zelf een bijdrage leveren.

Ik schreef alvast een artikel over de ‘Filosofie voor het dagelijks leven‘. Filosofen uit de oudheid – van Sokrates, Plato en Aristoteles tot stoïcijnen en epicuristen – dachten niet alleen theoriëen uit, ze hielden er ook een filosofische praxis op na. Of beter, hun ideeën veronderstelden een praktijk, natuurlijk en spontaan. Ook Spinoza bewandelt dat dubbele pad, al lijkt dat niet meteen zo.

Dit artikel sluit aan bij mijn laatste column in De Standaard: ‘hoe jezelf te overstijgen’. De tekst is een reactie op Kristien Hemmerechts’ terugkeer naar de katholieke riten, om een consumerend individualisme te overstijgen. Uit jezelf bereken is ook door klassieke filosofie mogelijk, betoog ik.

Te gast bij podcast ‘Tweespraak’, samen met Maarten Goffin

Enkele weken geleden kreeg ik een uitnodiging: Of ik samen met Maarten Goffin wilde deelnemen aan Tweespraak. Dat is de podcast van Steven Verhamme en Pieter-Jan Mollie. “Elke aflevering ontvangen ze twee personen die iets te vertellen hebben. Soms verrassende combinaties maar altijd interessante gesprekken over sectoren en generaties heen. Je leert de mens achter de persoon kennen aan de hand van gedurfde vragen en eerlijke antwoorden.”

De andere gast was Maarten Goffin. Hij is in Brazilië geboren, werd geadopteerd en studeerde dramatische kunsten aan het Lemmensinstituut in Leuven. Hij acteerde in tv-series en films maar ontpopte zich ook als scenarist en regisseur van toneelstukken en kortfilms. Sinds kort stortte hij zich ook op de voetbalwereld als makelaar van jonge Afrikaanse talenten. 

Maarten en ik mochten voor onze aflevering heel wat vragen beantwoorden waaronder:

  • als je terugkijkt op je leven, waarop ben je dan het meest trots?
  • wat vertel je nooit aan een vreemde over jezelf?
  • welke buitengewone eigenschap zou je willen hebben en wat zou je ermee doen?

‘Hoe jezelf te overstijgen’, column DS 9 september 2021

“‘Breek uit jezelf.’ Dat was de boodschap van Kristien Hemmerechts in haar ontwapenende interviews in Knack en De afspraak op Canvas. Sinds enige tijd bezoekt Hemmerechts misvieringen van de kerkgemeenschap Sant’Egidio. Daar voelt ze zich thuis en in ‘Gods handen’, zonder dat ze dat verder wil definiëren. Mensen zoeken vaak tevergeefs het geluk in zichzelf of hun partner. Die ik-gerichtheid maakt on­gelukkig, meent de schrijfster.

Dat begrijp ik: een leven van een egogerichte consument geeft geen duurzame voldoening. En een rituele beleving van transcendentie kan vervullend zijn – daarvoor heb je geen dogma’s of geloof­ nodig.

Ik ben niet katholiek opgevoed, en ik kan (of wil) de persoonlijke weg van Hemmerechts niet beoordelen. Ik heb me nooit tegen de kerk hoeven te verzetten, maar ze trekt me ook niet aan. De vraag blijft of haar negatieve kanten – waaronder machtsmisbruik, een enge kijk op vrouwen en op seksualiteit – acci­denteel zijn, dan wel inherent deel uitmaken van haar ingesteldheid. Misschien­ vertelt Hemmerechts’ relaas minder over de kerk dan over het falen van de seculiere varianten. Socialis­tische en andere niet-confessionele bewe­gingen waren decennialang succes­vol, omdat ze de behoefte aan soli­dariteit, barmhartigheid en gemeenschaps­zin politiek vertaalden.

Hemmerechts vermeldt ook het verlangen om voor zichzelf op te komen, zonder zich op te sluiten in een eigen ‘ik’. In de kerk kan ze dat bredere perspectief ervaren. Er zijn ook alternatieven, die mensen nog altijd blijven ontdekken.

Het klassieke wijsheidsidee – van Plato en Aristoteles tot de stoïcijnen en de epicuristen – draaide om die bredere vraag. Dat idee bevat drie elementen (die op uiteenlopende manieren werden uitgewerkt): er zijn praktijken om voor het ‘zelf’ te zorgen, door die praktijken kun je jezelf overstijgen, en een geslaagd leven organiseer je met anderen.

Je hebt een ‘zelf’. Of beter, je hebt een zelfbewustzijn, je denkt over jezelf als iemand die waarden heeft. En je hebt een innerlijke vrijheid om dat zelf (deels) vorm te geven. Dankzij geestelijke oefeningen kun je die vrijheid be­waren. Je waakt erover dat je niet door dogma’s of dwalingen van anderen in de war raakt. Evenmin word je door je passies of verlangens overheerst. Daartoe zijn er geestelijke oefeningen, zoals Pierre Hadot ze beschrijft. Je richt je aandacht op het hier en nu. Je doet aan gewetensonderzoek, je bereidt je voor op tegenslag en je leert scherp te onderschei­den wat van jezelf afhangt (dan kun je handelen) en wat buiten je macht ligt (dat moet je aanvaarden).

Die oefeningen zijn dus een zorg voor zichzelf, maar ze zijn geen egotrip. In de Brieven aan Lucilius, geeft de stoïcijn­ Seneca deze raad: ‘Concentreer je op het werkelijk goede en zoek je vreugde in wat van jou zelf is. Maar wat betekent “wat van jou zelf is”? Wat jij zelf bent en wat het beste deel van jou is.’ Dat beste deel is het goddelijke, waardoor je deel uitmaakt van de goddelijke rede, van de natuur. De vrije mens slaagt erin zich helemaal aan de kosmos over te geven. Bij die stoïcijnse gedachte hoort een inzet voor de anderen, voor de gemeenschap. Dat komt bij keizer Marcus Aurelius bijvoorbeeld uitvoe­rig aan bod. Kortom, de stoïcijn doet niet aan zelfpromotie: hij wil zichzelf niet in de kijker zetten door zichzelf met anderen te vergelijken of door zijn succesjes te etaleren.

Epicuristen geloven dan weer niet in een transcendentie naar het goddelijke. Maar ze halen hun bevrijdende ervaring wel uit iets dat buiten het ‘zelf’ ligt: een soort genade over de schoonheid van de wereld. Voor Lucretius kun je elke­ dag opnieuw naar de wereld kijken met de nieuwsgierige bewondering van iemand die haar voor de eerste keer ziet, én met de intense waardering van iemand die haar voor de laatste keer bekijkt. Ook zijn filosofische praktijk veronderstelt leven met anderen. Epicurus heeft geprobeerd gemeenschappen op te richten, waarvan leden door vriendschapsbanden met elkaar verbonden zijn. De antieke filosoof schaaft dus aan zichzelf, hij polijst zijn leven door zich inzetten in en voor de ‘polis’, in de gemeenschap, gesterkt door de wetenschap dat hij deel uitmaakt van een heel universum.”

Deze column verscheen in De Standaard, op 9 september 2021.

“De Vlaming betaalt voor zijn eigen desinformatie”, interview samen met Katleen Gabriëls in De Morgen, 11 juni 2021

Interview door Jorn Lelong, Beeld door Wouter Maeckelberghe, verschenen in De Morgen, op 11 juni 2021.

‘Volgens de nieuwe documentaire Future Shockedhebben nogal wat mensen in deze overgevoelige woke-tijden moeite met de snelle maatschappelijke veranderingen. Moraalfilosofen Tinneke Beeckman en Katleen Gabriels verschaffen inzicht. ‘Van het ene spectaculaire schandaal naar het andere hobbelen, werkt niet.’

Zijn leven lang had regisseur Johan Van Schaeren kampvuur geassocieerd met vrijheid, natuur, rust, gezelligheid en sfeer. Tot op een zomeravond een vriend hem erover aansprak: “Je weet dat zoiets toch echt niet meer kan?” We weten allemaal waarom: het fijnstof dat erbij vrijkomt, beschadigt de planeet. Toch voelde Van Schaeren een diepe weerstand. Het leidde tot een maandenlange zoektocht naar maatschappelijke verandering en de ongemakkelijkheid die ermee gepaard gaat.

De documentaire Future Shocked, het resultaat van die zoektocht, laat zien hoe die snelle maatschappelijke verandering ons vandaag van hetze naar hetze drijft. Het hoofddoekendebat dat terug van weggeweest is, de verhitte discussie over rechts-extremisme en de Voorpost-veroordeling: de afgelopen weken leken haast een uitgekiende marketingcampagne voor de film, die morgen uitkomt. Een gedroomde speeltuin ook voor moraalfilosofen Tinneke Beeckman en Katleen Gabriels, twee van de zes experts die de kijker door de documentaire loodsen.

Toont de veroordeling van enkele Voorpost-leden dat de vrijheid van meningsuiting in ons land in gevaar komt?

Tinneke Beeckman: “Je kunt voor meningen vervolgd worden als die kwaadwillig, doelbewust racistisch of xenofoob zijn. Dat is hier niet het geval, voor zover ik kan zien. Maar ik denk daarnaast dat de juridisering van dat soort maatschappelijke conflicten grote beperkingen heeft.”

Katleen Gabriels: “Door zo’n uiting te juridiseren, ga je het debat uit de weg. Je kijkt dan niet meer naar wat iemand daarmee precies wil zeggen, en eigenlijk raakt het thema daardoor alleen maar meer gepolariseerd. Tegelijk denk ik dat een meer fundamenteel debat over wat we bedoelen met vrijheid van meningsuiting niet slecht zou zijn. Die vrijheid werd in het leven geroepen om burgers te beschermen tegen de staat. Maar vandaag wordt er te pas en te onpas mee geschermd. Vrijheid van meningsuiting is geen exacte wetenschap, daar zijn altijd al grenzen aan gesteld.”

Moeten we het voorstel om haatspraak te verbieden zien als een stuiptrekking om het politieke klimaat dat giftig geworden is te herstellen en minderheden te beschermen?

Beeckman: “Er moeten regels zijn om minderheden te beschermen, maar het is iets anders als je de vrijheid van meningsuiting gaat beperken. Mensen veranderen daardoor ook niet van gedacht. Zoals Katleen aanhaalt, is die wet er net om contestatie van de macht mogelijk te maken. Veel sociale en politieke bewegingen in onze geschiedenis konden zich ontwikkelen net omdat er zo’n vrijheid was. Dat uitgerekend de liberalen aan die vrijheid willen morrelen, is pijnlijk.”

We zijn in het algemeen gevoeliger geworden voor het kwetsen van anderen. In de documentaire zegt u dat dat bij jongeren nog sterker speelt. Waarom?

Beeckman: “Vandaag wordt er veel verwacht van het ‘zelf’: jij bent verantwoordelijk voor je eigen lot en positie. Kleding bijvoorbeeld is voor jongeren een manier om zich te uiten. De waarden van de kledingmerken die ze dragen moeten overeenstemmen met hun eigen waarden. En daarin willen jongeren niet belemmerd worden. Door die nadruk op expressie zijn ze gevoelig voor het discours rond kwetsen en beledigen.

“Dat hangt deels samen met het fenomeen van ‘helikopterouders’. Mensen hebben minder kinderen dan vroeger en alle aandacht gaat naar de ontwikkeling van dat kind. Het kind moet zijn ‘zelf’ helemaal kunnen ontplooien. Veel jongeren leiden zo een leven waarin hun ouders bij alles inspringen en alle obstakels proberen weg te nemen.”

Gabriels: “Ik merk het ook aan de universiteit. Als we opendeurdagen hebben, komen ouders zelfs mee de hoorcolleges volgen. Ik kan me moeilijk voorstellen dat mijn ouders dat gedaan zouden hebben. (lacht) Je kunt kanttekeningen maken bij dat intensieve ouderschap: studies uit de Verenigde Staten tonen aan dat kinderen die zo opgevoed werden, aan de universiteit minder zelfstandig denken omdat ze niet geleerd hebben om zonder hun ouders te kunnen.”

Beeckman: “Daardoor krijg je mensen die een fragieler zelfbeeld hebben en zich bewuster zijn van andermans kwetsbaarheid. Als vrijheid zelfexpressie is, moet de buitenwereld die fragiele oefening aanvaarden en ondersteunen, vinden deze jongeren. Je kunt hen dat niet verwijten. Het zijn omstandigheden die zij niet gecreëerd hebben.”

Wanneer wordt die gevoeligheid overgevoeligheid?

Gabriels: “De context is belangrijk. Je kunt niet de hele woke-beweging op één hoop gooien. Wat betreft het zwartepietendebat, dat in Nederland erg leeft, vind ik bijvoorbeeld dat je een roetpiet prima aan kinderen kunt uitleggen en dat het sinterklaasfeest daarmee dus helemaal niet verdwijnt. Ik zie er ook de gevoeligheid van in als zwarte kinderen bijvoorbeeld voor zwarte piet worden uitgemaakt. Het woordje ‘freshman’ (algemene aanduiding voor eerstejaars, ook als ze vrouw zijn, JL) zal bijvoorbeeld ook verdwijnen. Dat is nu eenmaal een gedateerde term en er kwamen aan de universiteit van Maastricht opmerkingen over, zonder dat dat echt met activisme gepaard ging.”

Beeckman: “Vaak is er, zoals bij ‘freshman’, al een natuurlijke taalevolutie. Dan is het niet nodig om telkens te steigeren. Ik denk zelfs dat activisme de natuurlijke gang van zaken soms hindert, omdat het polariseert. Als mijn driejarige dochter bijvoorbeeld naar sprookjes als Sneeuwwitje kijkt, heb ik zelf bedenkingen bij het verhaal van een passief meisje dat tot leven wordt gekust door een prins. Dus grijp ik graag naar andere vertellingen, fabels of nieuwe verhalen, die rijk en fantasievol zijn. Als Sneeuwwitje op een natuurlijke manier op de achtergrond verdwijnt, is dat niet het einde van de westerse samenleving.”

Vormt woke-activisme een bedreiging van de vrijheid van meningsuiting?

Gabriels: “De slinger slaat inderdaad soms door nu. Zo is in de context van QAnon (beweging van extreemrechtse complottheoretici, JL) ineens de Facebookpagina van de satirische site De Raaskalderij offline gehaald door één foto van de Ku Klux Klan. Daar zie je de macht van big tech, die met een druk op de knop zomaar iets offline kan halen. Of neem die aflevering van Fawlty Towers die verwijderd werd vanwege raciale stereotiepen, terwijl die net dingen aan de kaak stelt. Dat is het gevaar, dat je dingen gaat verwijderen alsof ze nooit gebeurd zijn.”

Is de stem van woke-activisten niet nodig om het algemene bewustzijn over bijvoorbeeld gender vooruit te stuwen?

Gabriels: “Het gaat ook om de manier waarop. Het probleem is dat het woke-idee een soort morele zuiverheid van mensen verwacht die gewoon niet des mensen is. Iedereen maakt nu eenmaal fouten. Ik kan me ook voorstellen dat veel mensen zich verliezen in het hele genderdebat. Voor veel mensen blijft het moeilijk om zich iets voor te stellen bij bigender, trigender of genderfluïde, dat verander je niet in één nacht. Kijk hoe J.K. Rowling is aangepakt voor een tweet die we tot een aantal jaren geleden misschien heel normaal hadden gevonden. Ik herinner me dat er sterk gemikt werd op haar statuut als witte, rijke vrouw, waardoor het meer een machtskwestie werd.”

In welke mate dragen sociale media bij tot die polarisatie?

Beeckman: “Die hebben zeker veel veranderd. Het verdienmodel van al die platformen bestaat erin de aandacht van de gebruiker vast te houden. Dat lukt bij emotionele boodschappen. Het is dus gewoon kapitalisme: die platformen hebben er baat bij om verontwaardiging en tegenstellingen te versterken. Elke zachte, redelijke impuls wordt uitgeschakeld. Het zou bijna een mirakel zijn als mensen dan uiteindelijk niet fel tegenover elkaar zouden staan.”

Gabriels: “Hoe die platformen zijn opgebouwd, bepaalt hoe mensen zich gedragen. Je ziet nu wel dat er meer en meer spijtoptanten opduiken, zoals Chris Wetherell. Hij is de IT’er die de retweetknop op Twitter bedacht en heeft daar nu grote spijt van. Die retweetknop was bedoeld om de stem van minderheden te versterken, maar bleek al snel net zo goed te leiden tot heksenjachten en polarisering. ‘Het is alsof je een vierjarige een geladen geweer geeft’, zei hij daarover.”

Worden sociale media de jongste tijd niet te vaak als boosdoener weggezet? Heel wat bewegingen, zoals MeToo, waren er zonder sociale media niet gekomen.

Beeckman: “Zeker, ze kunnen goed en slecht gebruikt worden. Negatief vind ik ook dat schandalen de persoonlijke verantwoordelijkheid verbergen. Neem de verontwaardiging over het verkrachte meisje dat zelfmoord pleegde: meteen volgden haat en doodsbedreigingen naar de daders toe. Maar als je van specialisten hoort hoeveel duizenden jongeren in groepen zitten waar beelden van misbruikte meisjes gedeeld worden en privé-informatie rondgaat om hen te intimideren, besef je dat heel veel mensen met die praktijken in contact komen. Ze steken de kop in het zand of doen eraan mee. Tot er een schandaal ontstaat en iedereen voluit tekeer kan gaan op sociale media. Meningen verkondigen en integer moreel handelen zijn twee verschillende dingen.

“Het is ook niet voldoende dat er schandalen uitbreken, zoals bij MeToo. Er moeten institutionele veranderingen op volgen. Anders hobbel je van het ene spectaculaire schandaal naar het andere. En dus: als sociale media helpen politici die de rechtsstaat ondergraven verkiezingen te winnen, is er een ernstig probleem. Want dan volgt die institutionele verandering niet.”

Gabriels: “In de literatuur wordt dat een ‘algocratie’ genoemd. Iedereen ziet 2016 op dat vlak als een kanteljaar, maar ook studies die van daarvoor dateren tonen bijvoorbeeld al aan dat mensen vaker stemmen voor kandidaten die bovenaan in de zoekresultaten prijken. Hetzelfde zie je met Google Shopping: mensen kopen wat goed verkoopt. Ze denken steevast dat ze een autonome, goed geïnformeerde keuze maken, maar in feite worden we dus erg beïnvloed door wat bovenaan verschijnt.

“De politiek gaat daar trouwens gretig in mee. Kijk hoe politieke partijen gefinancierd zijn en hoeveel geld naar campagnes op sociale media gaat. Er zijn heel wat campagnes geweest, bijvoorbeeld rond het Marrakech-pact, die gewoon niet klopten. In feite betaalt de Vlaming dan voor zijn eigen desinformatie.”

Waar vinden we antwoorden voor die problematiek? Kan de filosofie ons helpen?

Beeckman: “Je vindt altijd antwoorden in de filosofie! (lacht) Ik put vaak uit wijsheid van het verleden. Van auteurs die schreven in tijden van conflicten, religieuze vervolgingen of hopeloze rampen, dat is nog wat anders dan dat wij meemaken. Daaruit leer je dat omgaan met snelle veranderingen nu eenmaal deel uitmaakt van het leven, zoals nog maar eens gebleken is met de pandemie. Maar ik zie ook een deel van de antwoorden in technologie. De werking van online trollen moet worden aangepakt en de platformen moeten worden aangesproken op hun verdienmodel. Anders wordt verbetering heel moeilijk.”

Gabriels: “In de filosofie vind je rust en diepgang, ook om standpunten te lezen waar je het misschien niet mee eens bent. Alles wat je mist op sociale media. Wellicht zie je net door ons chaotisch klimaat vandaag een revival van bijvoorbeeld de stoïcijnen. Zij kunnen ons iets zeggen over hoe je moet omgaan met emoties, dat je geen tijd moet verspillen aan dingen waar je geen vat op hebt. Ik heb recent veel vrienden aan de stoïcijnen gekregen.” (lacht).

In documentaire ‘Future Shocked’ van Johan Van Schaeren

‘Future shocked’

“De tijden veranderen en de maatschappij evolueert voortdurend. Wat vandaag als normaal beschouwd wordt, kan binnen enkele decennia onacceptabel zijn. Dat is op zich niets nieuws. Maar de snelheid waaraan de morele regels evolueren de laatste jaren, is dat wel.

Rond thema’s als gender, klimaat en ras woeden de laatste jaren heftige maatschappelijke debatten, waarbij een voorhoede activisten steeds verder voorop loopt. Een deel van de bevolking volgt niet meer en zet ostentatief de hakken in het zand. De snelle gedragsverandering die gevraagd wordt, blijkt, hoe nodig en dringend ze ook is, helaas voor velen onhaalbaar. De polarisatie, flink gestimuleerd door de sociale media, neemt ongekende vormen aan. Wat is er hier aan de hand? En hoe krijgen we in een deze gespannen situatie dan toch snel die noodzakelijke vooruitgang gerealiseerd?

“Future Shocked” is een persoonlijke queeste van de regisseur. Hij gaat op zoek naar antwoorden op vragen waar velen van Generation X, gesandwicht tussen de ‘wokers’ en de ‘boomers’, vandaag mee worstelen. Aan de hand van interviews met moraalfilosofen Patrick Loobuyck, Tinneke Beeckman en Katleen Gabriëls, socioloog Walter Weyns en psychologen Herman Konings en Tom de Bruyne, en geïllustreerd met een massa beeldfragmenten, geeft de film inzicht in hoe maatschappelijke verandering wérkt, waarom ons morele landschap vandaag zo sterk wijzigt en hoe we polarisatie kunnen tegengaan.”

De documentaire is te zien tijdens het filmfestival Docville in Leuven, en elders.

Recensie “Machiavelli’s Lef. Levensfilosofie voor de vrije mens”

Op de literaire weblog van Tzum verscheen een recensie van Machiavelli’s Lef, door Hans van der Heijde. Die bespreking had ook al in twee Nederlandse kranten gestaan.

De lessen van Machiavelli

Zeg van een politicus dat zij een machiavellist is en het zal worden opgevat als een verwijt van liegen, bedriegen en manipuleren om macht te verwerven en te behouden. Maar lees Machiavelli’s Discorsi en De heerser en concludeer dat hijzelf bepaald geen machiavellist was, althans niet in die verwijtende betekenis van het woord.

De Florentijn Niccolò Machiavelli (1469-1527) was een hoogst origineel denker, die de politieke theorie van haar theologische keurslijf bevrijdde en vrijheid als doel van politiek handelen poneerde. In Machiavelli’s lefanalyseert de Belgische filosoof Tinneke Beeckman Machiavelli’s inzichten, haar betoog illustrerend met voorbeelden, ontleend aan de hedendaagse politiek-maatschappelijke realiteit, daarmee tegelijkertijd aantonend hoe belangrijk die inzichten nog steeds zijn.

Elke samenleving kent conflicterende ideeën en elke samenleving schept elites en dus belangenconflicten tussen heersende elite(s) en de massa, die tot politiek handelen nopen: conflict schept politiek handelen. De deugd – virtu, voortreffelijkheid – verschijnt daarbij als houding, met name die van de heersers, gericht op het in standhouden van de samenleving en de vrijheid. Dat doel mag dan soms de middelen heiligen van liegen en bedriegen, maar alleen onder de voorwaarde van noodzakelijkheid.
Bij vrijheid denken velen aan de vrijheid van het individu om te doen en laten wat hij wil, niet in de weg gezeten door de staat. Machiavelli sluit aan bij de klassieke opvatting van vrijheid: de mogelijkheid hebben om invloed uit te oefenen op de wijze waarop de gemeenschap wordt bestuurd. Oftewel, om politiek te handelen. Wat betekent dat de heerser(s) die ruimte moeten bieden en garanderen.

Is politiek ook een gevecht om privileges? Natuurlijk, maar trap niet in de val te denken dat je privileges zijn voortgevloeid uit je verdiensten, noch dat uit je verdiensten privileges voortvloeien. Zij die machtsposities hebben verworven, moeten de deugd dienen, deugd die de vrijheid als hoogste goed van de samenleving erkent, maar de ogen niet sluit voor wat noodzakelijk is en die beseft dat Fortuna, het lot, soms onaangename verrassingen bereidt.

Beeckman legt dat allemaal op toegankelijk wijze, goed geschreven en met veel actuele voorbeelden uit, verbindingen leggend met twintigste-eeuwse denkers als Hannah Arendt en Isaiah Berlin. Machiavelli’s De heerser is een vorstenspiegel, maar wel eentje die het genre op de kop zette. Anno nu lijken de spiegels van veel politieke leidersfiguren nog slechts hun narcisme te dienen. Afpakken en flink de Machiavellistische les lezen over deugd, noodzaak en vrijheid, is de boodschap.

Hans van der Heijde

Tinneke Beeckman – Machiavelli’s lef. Boom, Amsterdam. 286 blz. € 24,90.

Deze recensie verscheen eerder in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden op 11 december 2020.”