‘Is het onderscheid tussen links en rechts gedateerd?’, interview over Franse verkiezingen voor Trouw, 14 april 2022

Dit interview verscheen in Trouw, op 14 april 2022, door Maurice van Turnhout.

In het Filosofisch Elftal legt Trouw een actuele vraag voor aan twee filosofen uit een poule van elf. Vandaag: past de politieke strijd tussen Macron en Le Pen nog in de traditionele tegenstelling tussen links en rechts?

De links-rechts-tegenstelling is in Frankrijk niet langer leidend,’ zo luidde een analyse van de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen maandagochtend in deze krant. De sociaal-liberale president Emmanuel Macron en zijn nationalistische uitdager Marine Le Pen kwamen als winnaars uit de bus. Allebei beweren ze van zichzelf dat ze de links-rechts-tegenstelling overstijgen: ni droit, ni gauche.

Analyses over het verdwijnen van de links-rechts-tegenstelling waren de afgelopen decennia ook na Nederlandse verkiezingsuitslagen niet van de lucht. Is die tegenstelling voltooid verleden tijd in de Europese politiek?

Oorspronkelijk stamt het onderscheid tussen ‘links’ en ‘rechts’ uit het Franse parlement, waar in de tijd van de Franse Revolutie de conservatieve monarchisten rechts van de voorzitter zaten en de progressieve republikeinen links.

“Tijdens de Dreyfusaffaire, rond 1900, verscherpte die links-rechts-tegenstelling zich,” zegt Tinneke Beeckman, filosoof en columnist. “De Joodse luitenant Alfred Dreyfus werd ten onrechte beschuldigd van landverraad. Na zijn veroordeling schreef Émile Zola zijn beroemde krantenartikel met de titel J’Accuse. Hij koos daarin de positie van de republikeinen uit de Franse Revolutie: alle burgers hebben gelijke rechten, dus elke burger heeft het recht om na een valse beschuldiging de staat aan te klagen. Tegelijkertijd kaartte Zola de uitbuiting van arbeiders door het kapitalisme aan.”

Zo vielen bij Zola het linkse politieke verhaal over gelijke rechten en het linkse economische verhaal over anti-kapitalisme samen, zegt Beeckman. “Tegenover Zola stonden de rechtse reactionaire krachten, die nostalgisch waren naar de dagen van het ancien régime, toen politieke macht nog was gebaseerd op privileges, tradities en religie. Tijdens de laatste verkiezingsronde werd het links van Zola vertegenwoordigd door de socialist Jean-Luc Mélenchon, terwijl kandidaat Éric Zemmour zich opstelde als rechts-reactionair.”

Uiteindelijk zijn het niet Mélenchon en Zemmour die in de tweede ronde van de verkiezingen op 24 april de degens kruisen, maar Macron en Le Pen. “Zij combineren allebei linkse en rechtse posities,” vervolgt Beeckman. “Dat kan tot verwarring leiden. Le Pen probeert de arbeidersklasse economisch aan te spreken, de traditionele achterban van links.”

Frank Ankersmit, emeritus-hoogleraar intellectuele geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen, vult aan: “Traditioneel-links is in Frankrijk gedecimeerd, vandaar dat er in die hoek voor Le Pen een wereld te winnen valt. Ze profiteert ervan dat Macron niet bepaald overkomt als iemand die pal staat voor de ‘verworpenen der aarde’, zoals het heette in het oude strijdlied van de linkse arbeidersbeweging. Macron wordt gezien als de president van de rijken, niet geheel ten onrechte.”

Beeckman: “Le Pens achterban zit grotendeels op het platteland, waar mensen vaak sociaal conservatief zijn maar economisch gezien voorstander van overheidsingrijpen. Macron biedt precies het tegenovergestelde. Op sociaal vlak is hij links, denk aan bijvoorbeeld homorechten en het recht op abortus, maar hij voerde de afgelopen vijf jaar ook een liberaal economisch beleid met nadruk op individualisme en promotie van het bedrijfsleven. Macron vertegenwoordigt het midden, het is moeilijk te zeggen waar hij nu precies voor staat. De tegenstelling tussen hem en Le Pen draait niet zozeer om links tegen rechts, meer om de vraag: ben je voor of tegen globalisering? Le Pen stelt zich op als nationalistisch, sterk tegen de Europese Unie. Haar kiezers voelen zich door een internationaal georiënteerde politicus als Macron in de steek gelaten, ze hebben het gevoel dat ze hun identiteit verliezen in een geglobaliseerde wereld.”

Ankersmit: “Dat verlies van identiteit heeft alles te maken met hoe linkse partijen vanaf eind vorige eeuw met migratie zijn omgaan. Links zag immigranten als verworpenen der aarde, maar had te weinig oog voor haar traditionele electoraat. Het arbeidersproletariaat zag immigranten als concurrenten en trok vervolgens de identitaire kaart, in Nederland bijvoorbeeld door op de partij van Pim Fortuyn te stemmen. Links heeft zichzelf in de voet geschoten door die oude achterban te negeren, ook in Frankrijk.”

Beeckman: “Er wordt nu gevreesd dat kiezers van de socialist Mélenchon in de tweede ronde van de verkiezingen over zullen lopen naar Le Pen. Net als in de jaren dertig van de vorige eeuw is er op de flanken van zowel links als rechts een afkeer van de geglobaliseerde, liberaal-kapitalistische elite. In de dertiger jaren deed Erich Fromm sociologisch onderzoek naar kiezers uit de arbeidersklasse. Fromm bestudeerde in wat voor huizen ze woonden, hoe ze zich kleedden en gedroegen. En wat bleek? Mensen die sterk op elkaar leken qua waarden en levensstijl werden soms door extreem-links aangesproken en soms door extreem-rechts, afhankelijk van hoe het politieke verhaal aan ze verteld werd.”

Ankersmit: “Ja, die extremen raken elkaar meer dan je op inhoudelijke gronden zou verwachten. Tegenwoordig lijken kiezers narrig te zijn geworden, ze willen zich afzetten tegen wat middenpartijen als redelijk en fatsoenlijk beschouwen. Het maakt ze niet uit of die radicale reactie van links of van rechts komt. Ook in de Verenigde Staten zie je die verontrustende tendens. Robert Putnam schreef twintig jaar geleden het boek Bowling Alone, over de versplintering van de Amerikaanse sociale orde. Door sterk toegenomen individualisering kregen kiezers het idee dat ze nergens meer toe behoren en dat er niemand meer voor hen opkomt. Dan is het wachten op een sterke man als Donald Trump, die aan zulke gevoelens appelleert.”

Beeckman: “In mijn thuisland België maken de communisten nu een comeback, soms peilen ze al op 10 procent. Volgens mij bewijst het dat mensen hongerig zijn naar meer ideologische aanscherping. Ze willen zich graag identificeren met een bepaalde groep, en daar is ook helemaal niets mis mee. Met een middenpositie misken je dat er een ideologische tegenstelling tussen links en rechts bestaat, schreef de Belgische filosoof Chantal Mouffe. Een centrumpolitiek als die van Macron doet het volk op de langere termijn meer kwaad dan goed. Je probeert extremen te vermijden, maar daarmee komen die extremen juist aan de flanken op.”

Ankersmit: “Daar ben ik het volmondig mee eens. Als we in Nederland ons honderdvijftig jaar oude stelsel van partijpolitiek willen behouden is het absoluut noodzakelijk om weer scherper te profileren op links en rechts. Wie weet nog waar het CDA voor staat, of de VVD? Zonder politiek ideaal heeft een partij geen bestaansrecht. De Tweede Kamer is een toneelspel, waar politici als acteurs de rol van hun achterban vertolken. En dan moet je ook vanuit de engelenbak kunnen zien of de spelers van links of van rechts opkomen.”

In het Filosofisch Elftal legt Trouw een actuele vraag voor aan twee filosofen uit een poule van elf. Lees hier eerdere afleveringen terug.

“Why we fight”, documentaire van Alain Platel & Mirjam Devriendt – 16 April 2022 in Gent

Op zaterdag 16 april neem ik deel aan een gesprek over de documentaire ‘Why we Fight’ (waarin ik ook aan het woord kom). Samen met de makers – Alain Platel en Mirjam Devriendt – en met Koert Debeuf.

Tickets zijn verkrijgbaar: in Sphinx Cinema te Gent.

“Alain Platel is vooral bekend als drijvende kracht achter het dansgezelschap Les Ballets C de la B. Samen met Mirjam Devriendt zoekt hij in deze pakkende documentaire naar de wortels van geweld.

Van geësthetiseerd geweld in dans tot knokpartijen en grote oorlogen: ‘Why we fight?’ exploreert de vechtersbaas in de mens.

Drie dansers uit Platels voorstelling ‘Nicht slafen’ vertellen over hun ervaringen met geweld, zowel fysiek als psychologisch. Hun observaties en opmerkingen worden afgewisseld met interventies van onder anderen kunstenares Berlinde De Bruyckere en filosoof Philipp Blom. Geleidelijk aan wordt duidelijk dat geweld vaak een uitlaatklep is voor ongenoegen dat niet op een andere manier geventileerd kan worden. En dat geweld onlosmakelijk deel uitmaakt van een democratie. 


16/04 om 20u: première in aanwezigheid van Alain Platel en Mirjam Devriendt, Koert Debeuf en Tinneke BeeckmanFilmvertoning met nagesprek ‘Why We Fight NOW?’. Moderator: Tim Maerschand (Urgent.fm).

De andere data:
19/04/22 – Brussel – The Merode*
20/04/22 – Antwerpen – De Cinema* 21/04/22 – Gent – Sphinx Cinema* nagesprek ‘Positief Agressief’ met Lieven Deloof (vzw Touché) 22/04/22 – Brussel – Bozar* 23/04/22 – Kortrijk – Kunstencentrum Buda* 23/04/22 – Oostende – Cinema Storck 27/04/22 – Antwerpen – De Cinema 28/04/22 – Charleroi – Quai 10* 30/04/22 – Gent – Sphinx Cinema* nagesprek ‘Make Art Not War’ met Joost Demuynck (psycho-analyticus, Artevelde Hogeschool) 23/04/22 – Oostende – Cinema Storck ​​09/05/22 – Mechelen – Filmhuis Mechelen* 14 &15/05/22 – Koersel-Beringen – Roxy Theatre *in aanwezigheid van de regisseurs Tickets via: whywefightdocumentary.com/screenings Trailer: https://www.youtube.com/watch?v=u7fFbY4wMtY

Facebook: https://www.facebook.com/whywefightdocumentary

In ‘Berg en Dal’ op Klara, 27 maart 2022

Op zondag 27 maart was ik te gast bij Pat Donnez, in het Klara-programma ‘Berg en Dal’.

Ik koos twee fragmenten: een dialoog uit de Dodengesprekken van Lucianus en een recept uit het kookboek van Julia Child.

“In haar columns fileert Beeckman de politieke en maatschappelijke actualiteit. Dat doet ze onder een motto uit George Orwells ‘1984’: “goed zien wat er onder je neus bevindt, is het moeilijkste wat er is.” Gelukkig heeft ze Spinoza en Machiavelli, de twee mannen in haar leven, om haar te helpen kijken.”

foto: Suzanna Loyens

Interview voor ‘Durf Twijfelen’, Knack, 23 februari 2022

“‘Je ziet sneller de tekortkomingen bij anderen dan bij jezelf’

Waarover is filosofe Tinneke Beeckman van gedacht veranderd? ‘Vroeger vond ik het irrelevant om een visie op God te hebben. God bestaat niet, dat was afgehandeld. Vandaag ben ik nog altijd ongelovig, maar ik denk er toch anders over.’

Door Stijn Tormans

‘Mijn ouders zijn in een streng katholiek milieu groot geworden. Later hebben ze zich van het geloof afgekeerd. Zo hebben ze mij opgevoed. Ik ben bijvoorbeeld niet gedoopt. En ben nauwelijks door de kerk beïnvloed. Vroeger dacht ik: God bestaat niet, God is dood, dat is afgehandeld. Tot ik Spinoza, Machiavelli en andere denkers begon te lezen. Dankzij hen ben ik gedacht veranderd. Ik ben nog steeds ongelovig. Maar ik denk dat je altijd een standpunt inneemt over de relatie tussen de mens, de natuur en wat die natuur overstijgt. Zelfs mensen die zeggen dat ze niet in God geloven, maken toch een metafysische keuze.’

Dat moet u eens verklaren. 

TINNEKE BEECKMAN: Misschien kan ik dat best doen door het verschil uit te leggen tussen hoe filosofen als Spinoza en Ayn Rand erover denken. Ze zijn allebei atheïst, maar bekijken de rol van de mens op een andere manier. Spinoza vergelijkt je lot met een schip op zee. Je moet je richten op je eigen kracht, en zo goed mogelijk proberen varen: je schip optuigen, navigeren, het weer inschatten… Maar uiteindelijk controleer je niet alles. Je bent God niet, je bent een deel van een groter geheel. Spinoza zegt dus: leer jezelf kennen, je beperkingen en sterktes, je passies. En hoe de wereld in mekaar zit. Daarbij moet je aanvaarden dat sommige dingen je nu eenmaal overstijgen. Ook heb je in het leven anderen nodig, je bent een sociaal wezen. Rands ideale mens, daarentegen, krijgt goddelijke allures. Hij is volstrekt rationeel en autonoom. Hij bepaalt zijn eigen morele wet. Hij is aan niemand iets verschuldigd, niet aan familie, niet aan de samenleving. Hij kan zichzelf als het ware uitvinden. En hij kan door technologie en wetenschap de wereld naar zijn hand zetten. Spinoza en Rand geloven dus niet in de Joods-christelijke God, maar ze maken wel andere metafysische keuzes over de relatie tussen mens en natuur. En over wat het individu zou kunnen bereiken. 

Er zijn dus verschillende vormen van atheïsme. Maar heeft dat ook gevolgen? 

BEECKMAN: ‘Ja. Ik besef nu dat die keuze bepaalt hoe ruim je je mogelijkheid tot handelen inschat. Hoe maakbaar je denkt dat je eigen lot is. Toen ze depressief werd, bijvoorbeeld, zuchtte Rand naar verluidt dat haar ideale held zich nooit zo angstig en machteloos zou voelen. Want haar perfecte man kan zichzelf beheersen. Spinoza’s filosofie helpt wel geweldig om met depressieve gevoelens om te gaan. Maar dàt je je verdrietig of angstig voelt, is geen falen. Elke mens heeft passies en verbeelding. Je hoeft dus jezelf niet streng te beoordelen. Hetzelfde geldt voor politieke macht. Spinoza’s visie op God leidt tot gelijkheid, democratie en pluralisme. Dat is niet zo voor Rand. Zij aanbidt de held, die de politieke en morele autoriteit krijgt om de samenleving te bepalen.’ 

U bent filosofe. Twijfelt u vaak? 

BEECKMAN: ‘Ja, als ik een gedachte ontwikkel, vraag ik soms aan mijn man: zou het niet kunnen dat ik ernaast zit? Als ik anderen bekritiseer, voeg ik er vaak aan toe: misschien lijdt mijn werk aan gelijkaardige gebreken. Je ziet gemakkelijk de tekortkomingen bij anderen, terwijl je ze bij jezelf veel moeilijker ontdekt.’

In de rubriek Durf Twijfelen vraagt Knack elke week naar de twijfels van bekende mensen. 

Dit artikel verscheen in Knack, op 23 februari 2022.

“Succesvolle creatievelingen leren u productief zijn”, interview in DM, 22 januari 2022

Journaliste Tine Peeters interviewde me over inspiratie; wat helpt me om ideeën te vinden? Damon De Backer maakte de foto. Dit stuk verscheen in De Morgen op 22 januari 2022.

Kies voor projecten die gek lijken

“‘What’s your next bad idea?’ Dankzij Leonard Cohen leerde ik dat je jezelf soms die vraag moet durven te stellen. Je mag vooral niet terugdeinzen voor -op het eerste zicht- slechte ideeën.

“Nieuwe projecten of verse ideeën zien er zelden goed uit. Je hoeft dus niet te wachten tot je zeker weet dat iets een geslaagd idee is. En ja, dat kan betekenen dat je ingaat op projecten die heel gek lijken.

Bedank je kind

“Ik ben gelukkiger sinds de geboorte van mijn dochter en kan dus makkelijker schrijven. Zij geeft me zoveel warmte en schoonheid. Ik deel mijn dagen beter in, ik lanterfant minder, waardoor ik gerichter werk. De laatste jaren ben ik creatiever. Ik ben wel moe (lacht luid). Wat misschien hielp: ik was wat ouder toen ik moeder werd. Ik had mijn stem al gevonden, heb het moederschap en het werk nooit als een conflict ervaren.”

Mens, erger je niet

“Toen ik begon met mijn columns, kreeg ik het advies: ‘Schrijf vanuit je verontwaardiging’. Slechte raad, zo bleek al snel, omdat je dan blijft hangen in negativiteit.”

“Negativiteit is een deur die dicht gaat. Bewondering is een wereld die opengaat.”

“Even fout is het om vanuit je ergernis te schrijven. Je mag niet meegaan in je emotie, want die wordt makkelijk egocentrisch. 

Vermijd te veel comfort

“Vermijd onaangename momenten niet. Als je werksituatie te comfortabel wordt, kan je creativiteit krimpen. Net wanneer je klem zit -door een deadline of moeilijke opdracht- maak je een sprong. Net wanneer ik echt niet weet hoe ik een tekst in elkaar kan schuiven, wanneer de paniek me bevangt, verschijnt er een uitweg. Dan kan ik ineens -schijnbaar moeiteloos- oude denkers met nieuwe fenomenen verbinden.

Sluit lawaai buiten

“Maak een onderscheid tussen ‘dringende’ en ‘belangrijke’ zaken. Het kan lijken alsof je al die kleine, dringende zaken absoluut moet doen, maar dat is niet zo. Hoe ouder ik word, hoe beter dit lukt. Leer ook ‘neen’ zeggen tegen wat je afleidt. Wanneer je -bijvoorbeeld- wordt aangevallen op sociale media, kan het heel belangrijk lijken om daarop te reageren. Maar dat is een egokwestie, en dus eigenlijk tijdverlies. Al dat lawaai overstemt wat je kan inspireren.

“Stil zijn betekent dus ook de stem in jezelf doen zwijgen, wanneer die je naar je eigen ego terugdrijft. Of me dat altijd lukt? Neen hoor. Ik zit hier van alles te verkondigen, maar ook ik sta mezelf nog regelmatig in de weg.” (lacht)”

In het artikel komen nog andere stemmen aan het woord: Elodie Ouédraogo, Wim Opbrouck, Sylvie Kreutsch, Jens Mortier, Griet Op De Beeck, Dokkoon Kapueak en Thomas Vanderveken.

Kerstessay ‘Tijd voor een kind’ in De Standaard

‘Tijd voor een kind’, dat is het thema van het vijfdelige kerstessay dat ik dit jaar voor De Standaard schreef – in de kranten van vrijdag 24 december tot donderdag 30 december 2021 verscheen telkens een aflevering. Flore Deman maakte de bijpassende illustraties.

“De klimaatverandering zet de relaties tussen de generaties onder druk, schrijft Tinneke Beeckman. Meer dan ooit lijkt het welzijn van kinderen centraal te staan. Tegelijk is hun toekomst onzeker. Dit genereert een crisis van de tijd zelf: het verleden inspireert niet, de toekomst appelleert niet. Alleen het heden telt.”

Deel 1 – De onvoltooide volwassene

Deel 2 – Zonder autoriteit volgt het autoritaire

Deel 3 – Authenticiteit

Deel 4 – Handelen

Deel 5 – Toekomstperspectieven

De vijf delen zijn ook te beluisteren op de podcast.

“Wat als coronavirus een blijvertje blijkt?” interview Trouw

Voor het ‘Filosofisch Elftal’ in Trouw interviewde Alexandra van Ditmars me, samen met Bas Haring. Dit verscheen in Trouw op donderdag 9 december 2021.

Wat als het coronavirus een blijvertje blijkt?

Het Filosofisch Elftal geeft gehoor aan de oproep om na te denken hoe het coronavirus ons leven op de lange termijn beïnvloedt. ‘We moeten leren op een andere manier tegenover de natuur te staan en in te zien dat onvoorspelbaarheid bij het leven hoort.’Alexandra van Ditmars 9 december 2021

De regering moet een nationale denktank opzetten die nadenkt over hoe om te gaan met het coronavirus op de lange termijn, zei Femke Halsema afgelopen weekend in Buitenhof. De Amsterdamse burgemeester denkt daarbij niet alleen aan voorstellen die betrekking hebben op de zorg, maar ook op de economische en sociale gevolgen. Voorstellen formuleren voor de komende een à twee jaar kan de bevolking volgens haar ‘het noodzakelijke perspectief geven’, omdat ze dan weet dat ‘we verder nadenken over hoe het leven fijner en van betere kwaliteit wordt, ongeacht covid’. Het Filosofisch Elftal buigt zich alvast over deze vraag. Wat is er nodig om als burgers een goed leven te leiden in een land met corona, ongeacht de besmettingscijfers?

“Een van de dingen die je kunt doen is meer inzetten op preventie in de gezondheidszorg”, zegt filosoof en columnist Tinneke Beeckman. “Mensen met onderliggende aandoeningen belanden door corona in het ziekenhuis, maar vaak ook mensen met bijvoorbeeld overgewicht. Aan het begin van de pandemie werd nog wel gezegd dat het van belang is dat we bewegen, gezond eten, een vast ritme aanhouden. Maar daar hoor je nu bijna niemand meer over, terwijl een gezonde levensstijl ervoor zorgt dat je het virus fysiek beter aankunt en ook bevorderend werkt voor de mentale gezondheid. Bovendien is het een advies dat de farmaceutische industrie niet dient. Onder anderen antivaxxers wantrouwen die kapitalistische industrie, en daardoor ook de huidige maatregelen. Door op iets te wijzen wat voor iedereen beter is en losstaat van de farmaceutische wereld creëer je de gelegenheid om als overheid de band met de burger te herstellen.”

Het is verstandig om op een andere manier te gaan leven

“Inzetten op vaccinatie is ook een vorm van preventie”, reageert Bas Haring, filosoof en bijzonder hoogleraar publiek begrip van de wetenschap aan de Universiteit Leiden. “En daar hoor je juist heel veel over. Maar naast het denken op kortere termijn dat zich richt op hoe de cijfers ervoor staan en of we modellen als 2G moeten invoeren is er inderdaad ook een langetermijnvisie nodig. In literatuur en film zien we vaak het belang van een wijs iemand die niet meegaat in de waan van de dag en zaken vanuit een breder perspectief overdenkt. Denk aan Merlijn bij King Arthur, Yoda in Star Wars of Gandalf in Lord of the Rings. Een denktank kan een soortgelijke rol vervullen. Het is verstandig om op een andere manier te gaan leven in de komende jaren. Neem onze omgang met dieren. We weten dat covid-19 een zoönose is, een infectieziekte die van dier op mens kan overgaan. Toch houden we nog steeds vaak veel dieren op elkaar en wonen we er ook nog eens vlakbij, bijvoorbeeld in Brabant. Ook is het misschien tijd om ons begrip van solidariteit te verbreden. Het zou goed kunnen dat de omikronvariant een gevolg is van dat er in Zuid-Afrika weinig is gevaccineerd. Bij de inkoop van vaccins dachten westerse landen vooral aan hun eigen bevolking en niet aan andere landen. Nu merken we: de manier waarop wij nadenken over solidariteit is te beperkt, en we hebben ook nog eens onszelf daarmee.”blob:https://tinnekebeeckman.wordpress.com/7ae68450-c4cf-46cc-8095-4fdca6faff34https://acdn.adnxs.com/dmp/async_usersync.html

Beeckman: “We hebben te maken met een onzichtbaar monster. Doorgaans overheersen we de natuur zo dat we er niet meer aan gewend zijn als dat niet lukt. Er gaat veel aandacht uit naar het herwinnen van de controle: het virus moet verslagen worden, daarvoor moeten wij ons focussen op wetenschap en techniek, en dan zullen we als heer en meester uit de strijd komen. We moeten leren om op een andere manier tegenover de natuur te staan en in te zien dat onvoorspelbaarheid bij het leven hoort. Het is fantastisch dat we vaccins kunnen ontwikkelen, maar die geven geen volledige controle: ze kunnen bijvoorbeeld niet bestand zijn tegen nieuwe varianten. Machiavelli, een Italiaanse filosoof uit de vijftiende eeuw, wees erop dat het lot nooit helemaal te beheersen valt, maar deels wel in goede banen te leiden valt. Je moet zoveel mogelijk proberen te doen, maar ook aanvaarden dat er dingen gebeuren die je niet kunt beheersen en daar zonder berouw – en zonder anderen de schuld te geven – tegenover staan. Dat laatste punt is ook van belang met betrekking tot corona, want we wijzen graag beschuldigend naar ongevaccineerden, de overheid of andere landen.”

Het botst met ons idee dat we de vrijheid hebben precies te leven zoals we willen

Haring: “Dankzij wetenschappelijke kennis is de wereld wel voorspelbaarder geworden. De situatie had er heel anders uitgezien als we niet binnen een jaar een vaccin hadden ontwikkeld. Maar acceptatie van het feit dat dingen ons nu ook eenmaal overkomen is inderdaad van belang, en dat is lastig in deze maatschappij waarin sprake is van een drang naar controle en perfectie. Het botst ook met ons idee dat we de vrijheid hebben om ons leven precies te leven zoals we willen – dat blijkt nu toch wat anders te liggen.”

Beeckman: “We mogen ons ook anders verhouden tot vrijheid en burgerschap. Vrijheid draait niet alleen om het individuele verlangen om te doen wat je wil, waarbij je denkt: als ik iets wil, wie heeft dan de legitimiteit om mij daarin te belemmeren? Deze negatieve vrijheid is nu wel dominant. Toen het onverwachte zich aandiende – in de vorm van een pandemie – werd een appel gedaan op een soort burgerschap dat niet meer duidelijk besproken wordt: dat je als burger dingen moet doen die haaks staan op wat jij individueel wilt, bijvoorbeeld geen feestjes geven. Dat wordt nu gezien als onvrijheid. Terwijl je vanuit Machiavelli ook kunt denken aan het republikeinse burgerschap, waarbij je vrij bent dankzij het feit dat je lid bent van een gemeenschap, waarin zaken als onderwijs en gezondheidszorg jouw leven juist mogelijk maken.”

In ‘De Afspraak op vrijdag’, 3 dec 2021

Vrijdag 3 december was ik te gast bij Ivan De Vadder in ‘De Afspraak op Vrijdag’ op Canvas, samen met Bart De Wever (voorzitter N-VA, burgemeester Antwerpen) en Noël Slangen (politiek commentator). We hadden het over kernenergie, het overlegcomité over covid (met onder meer Frank Vandenbroucke) en de kandidatuur van Eric Zemmour in Frankrijk.

“Ik denk dat het wachten is op nieuwe partijen of personen die een gelijkaardig ongenoegen, op Vlaamse, Franstalige of Belgische manier, kapen.”
@TBeeckman op de vraag of iemand als @ZemmourEric ook in ons land kans zou maken.
#deafspraak #opvrijdag

Originally tweeted by De Afspraak (@deafspraaktv) on December 3, 2021.

Interview over de stand van de regering, De Zondag, 21 nov 2021

Journalist Paul Cobbaert interviewde me – samen met politicoloog Dave Sinardet – over de stand van de regering. Dit interview verscheen in De Zondag op 21 november 2021.

Is Bart De Wever wereldvreemd geworden? Weet Tom Van Grieken wat hij écht wil? Was Petra De Sutter beter lid geworden van CD&V? Is Conner Rousseau te veel marketeer? Halfweg de legislatuur maken wij het rapport op van de partijen. We doen hiervoor beroep op twee kenners: Tinneke Beeckman, politiek filosofe, en Dave Sinardet, professor politicologie aan de VUB. Het oordeel is streng, maar rechtvaardig.

N-VA (24,8 procent voor het Vlaams parlement op 26 mei 2019): Een wereldvreemde voorzitter?

Sinardet : “N-VA zou vandaag wellicht iets minder goed scoren. Ze zit Vlaams in de meerderheid en federaal in de oppositie en vindt geen antwoord op die lastige spreidstand. Ook Vooruit en Groen zitten in die situatie, maar het is toch vooral N-VA die ermee worstelt. Ze slaagt er bovendien niet in om te bewijzen dat de Vlaamse regering beter werkt dan de federale. Dat is niet goed voor een Vlaamsgezinde partij. Uit onderzoek blijkt ook dat de bevolking in deze coronacrisis meer vertrouwen heeft in De Croo dan in Jambon. Je voelt dat binnen de partij een machtsverschuiving aan de gang is. De ster van Jan Jambon is tanende, Zuhal Demir wordt populairder. De partij staat voor nog een moeilijke uitdaging: vormt ze een coalitie met Vlaams Belang of niet? Dat kan in 2024 een verscheurende keuze worden.”

Beeckman : “N-VA valt inderdaad tussen twee regeringen. Ik heb het gevoel dat voorzitter Bart De Wever te veel bezig is met de vorige en de volgende verkiezing. Hij communiceert te veel over de mislukte regeringsvorming en zijn frustraties tegenover De Croo. Het is bijna wereldvreemd. De burger wil dat allemaal niet weten, de burger wil oplossingen voor de crisis waarin we nu zitten. Dat komt natuurlijk ook omdat hijzelf nog geen echte veranderingen heeft kunnen doorvoeren. Gelukkig voor de partij is er iemand zoals Zuhal Demir die zich wél profileert op actuele thema’s zoals vervuiling en energie. Zij toont lef, wat belangrijk is in de politiek.”

Vlaams Belang ( 18,5 procent ): Quo vadis*, Van Grieken? (*waar gaat gij heen?)

Sinardet : “Ik schat Vlaams Belang vandaag iets hoger in. Corona is niet het ding van die partij, maar zij wordt daar niet op afgerekend. De partij heeft een stabiel electoraat dat stemt voor haar migratiestandpunt. Bovendien profiteert zij van het ongenoegen. Álle partijen staan er slecht voor, omdat veel mensen hun buik vol hebben van de partijpolitiek. Vlaams Belang en PVDA kapitaliseren daarop en doen zich voor als ‘anders’. Vanuit zijn perspectief pakt Tom Van Grieken het goed aan. Je kan je wel vragen stellen over zijn personeelsbeleid. Wil hij écht het cordon breken en aan de macht komen? Waarom kiest hij dan mensen zoals Dries Van Langenhove? Dat is niet consequent. Hij moet weten wat hij wil.”

Beeckman : “Vlaams Belang is, naast de kleinere PVDA, de enige echte oppositiepartij: dat is een groot voordeel. Alle andere partijen worden gelinkt aan het beleid. Onderschat de onvrede niet. Toen Jürgen Conings een aanslag wou plegen op Marc Van Ranst, was er in een mum van tijd een Facebookpagina met 40.000 leden. Dat zegt iets over het ongenoegen onder de burgers. Ook over het covid-beleid is het ongenoegen groot. Bovendien heeft de partij enkele sterke politici. Een Barbara Pas bijvoorbeeld kent de regels van de oppositiekunst. Anderzijds voel je ook verdeeldheid: over corona, maar ook over beleidsdeelname. Van Grieken wil besturen, maar dat zal niet lukken met Dries Van Langenhove en Sam van Rooy.”

CD&V ( 15,4 procent ): Te veel schaap, te veel wol?

Sinardet : “De toekomst van CD&V oogt niet rooskleurig. De partij worstelt al jaren met een diepe identiteitscrisis, meer dan andere traditionele partijen. Het fundament van CD&V is een historische breuklijn die maatschappelijk onbelangrijk is geworden, namelijk katholieken versus vrijzinnigen. Bovendien heeft ze geen spraakmakende regeringsleiders meer. Voorzitter Joachim Coens? De casting van de ministers in de federale regering was zijn beste zet. Zelf komt hij minder goed uit de verf. Hij lijkt een kruising tussen Wouter Beke en Kris Peeters. Ik voel vooral veel wolligheid, opnieuw. Hij lijkt ook niet altijd goed aan te voelen wat er leeft. Ik heb nooit begrepen waarom hij bij de formatie vooral inzette op het ethische en het communautaire.”

Beeckman : “Laat me eerst het positieve zeggen: CD&V heeft waardige ministers die niet meegaan in de polarisering op sociale media. Ik vind dat knap. De partij heeft het echter moeilijk om zich te profileren. Er zijn wel mensen zoals Wouter Beke en Sammy Mahdi die vanuit een ideologisch kader spreken en handelen, maar de partij kan dat niet goed vertalen naar het brede publiek. Een probleem is ook dat de Vlaamse regering moeilijk uit de verf komt in de coronacrisis. Wouter Beke wordt voortdurend overruled door Frank Vandenbroucke. Bovendien doen schandalen zoals PFOS en Arco haar imago van verantwoordelijke beleidspartij geen goed. We gaan wellicht naar een hertekening van het partijlandschap en CD&V zal daar zeker deel van uitmaken.”

Open VLD ( 13,1 procent ): Waar is de vrijheid?

Sinardet : “Open VLD heeft één grote troef: Alexander De Croo. De premier is overduidelijk de populairste politicus van het land, ondanks de vele aanvallen. Ze slaagt er echter niet in om die populariteit over te zetten naar de partij. Het merk De Croo is populair, het merk Open VLD helemaal niet. Voorzitter Egbert Lachaert heeft echter beperkte speelruimte, net omdat hij de premier levert. Dat is een verschil met MR-collega Bouchez die voortdurend communiceert. Het zal erop aankomen de premier en zijn beleid zo sterk mogelijk in de verf te zetten en te hopen dat dat overal in Vlaanderen aanslaat.”

Beeckman : “Open VLD ondervindt het meeste last van de covid-crisis. Het liberalisme wil maximale vrijheid voor het individu en minimale macht voor de staat. Covid dwingt de regering om het omgekeerde te doen. Maar het probleem zit dieper. De partij kijkt vooral naar de cijfers. Men wil de cijfers naar beneden en weer leven zoals voordien. Men vergeet echter het fundamentele debat te voeren. Zou het niet kunnen dat vrijheid een nieuwe invulling moet krijgen? Dat is waar Open VLD mee bezig moet zijn. Ik mis een diepgaande reflectie over de crisis. Dat is trouwens een probleem van de meeste partijen en komt ook in het klimaatdebat naar voren.”

Vooruit ( 10,4 procent, toen SP.A ): Waar zijn de boegbeelden?

Sinardet : “Er zit een positieve dynamiek in Vooruit, vooral dankzij voorzitter Conner Rousseau. Hij heeft komaf gemaakt met interne conflicten en de macht van lokale baronieën. De electorale sprong lijkt echter uit te blijven, volgens de peilingen. Dat wordt de uitdaging. Rousseau is populair, maar kan hij dat overzetten op Vooruit? Voorlopig te weinig. De omvorming van partij naar beweging, wat is dat eigenlijk? En dan die online peiling, de big shift , die ziet er vooral knullig uit met weinig geloofwaardige vragen. Het is te veel marketing, vind ik. Het is ook dramatisch dat zo’n partij moet teruggrijpen naar Vandenbroucke, hoe sterk die man ook is, om vicepremier te worden. Dat zegt iets over het aantal sterke figuren.”

Beeckman : “Vooruit is erg afhankelijk van het succes van Conner Rousseau en Frank Vandenbroucke. Er moeten meer mensen opstaan. De voorzitter doet het niet slecht, vind ik. Het is een dynamisch iemand, sterk aanwezig op sociale media. Hij heeft ideologisch weinig fond , maar pretendeert ook niets anders. In het begin van de crisis was het sterk hoe de partij opkwam voor de gewone mensen die de maatschappij doen draaien, maar te weinig betaald worden. Dat was consistent met haar ideologie. Ze kan de woorden echter niet omzetten in daden. Of toch onvoldoende. Vooruit moet nu hopen dat de crisis niet blijft aanslepen. Als de regering het virus niet onder controle krijgt, zal dat afstralen op Vandenbroucke.”

Groen ( 10,1 procent ): Een groen leven, een duur leven?

Sinardet : “Groen zou vandaag wellicht een gelijkaardig resultaat behalen. Dat is niet goed, want het klimaat staat hoger dan ooit op de agenda. De partij is echt aan zelfreflectie toe. Ze is na de verkiezingen gewoon verder gegaan, met dezelfde voorzitter. Intussen zijn ook interne conflicten naar buiten gekomen. Petra De Sutter is dan wel een sterke vicepremier, ze doet eerder denken aan iemand van CD&V. Zij mag af en toe wat kleurrijker zijn. Ze hoeft daarom geen Bouchez te worden, maar het andere uiterste is ook niet goed. Al heeft ze wel pech met haar bevoegdheden. Wat kan zij doen met ambtenarenzaken en overheidsbedrijven? Dat is niet goed gespeeld door voorzitter Meyrem Almaci. En dan is er nog het energiedebat, waar Groen haar boodschap moeilijk verkocht krijgt.”

Beeckman : “Groen is wel een partij die op lange termijn durft denken. Als het over de klimaatverandering gaat, wil zij meer dan enkele cijfers doen dalen. Zij wil een andere manier van leven. Ook positief is dat Petra De Sutter en Tinne Van der Straeten wegen op de regering. Ook Wouter De Vriendt komt sterk uit de verf. De voorzitter is dan weer afwezig in het debat, maar dat blijkt niet problematisch. De kernuitstap is echter een moeilijk dossier. Veel zaken komen samen: energie, stikstof, facturen, zelfs de gastoevoer vanuit Wit-Rusland en migratie. Dit is echt een pechdossier voor Groen. Bovendien versterkt de hoge energiefactuur het beeld dat groene oplossingen dure oplossingen zijn. De partij kan dat maar moeilijk weerleggen.”

Sinardet : “De PVDA capteert net zoals Vlaams Belang vooral onvrede over de politiek. Er is niet toevallig overlap tussen de kiezers. De stap van Vlaams Belang naar PVDA is voor sommigen niet zo groot. De partij is ook zichtbaarder geworden, nu ze in het parlement zit. Dat biedt perspectief. Een Jos D’Haese bijvoorbeeld is een nieuw boegbeeld. De PVDA is een blijver, in tegenstelling tot ROSSEM en Lijst Dedecker. Of de partij nog kan groeien, zal grotendeels afhangen van de opvolger van Peter Mertens. Wordt dat Raoul Hedebouw, dan zie ik nog vooruitgang mogelijk. Hij is een goede debater en communicator.”

Beeckman : “De PVDA is een kleine partij, maar weegt wel op het debat. Zie PFOS, zie de pensioenen, zie de lonen van politici. Ze doet dat beter dan Vlaams Belang, zeker in het Vlaams parlement. Dat maakt dat andere linkse partijen bang worden. De PVDA heeft ook de tijdsgeest mee. Het communisme is een collectief verhaal. In tijden van crisis scoort zoiets beter dan een individualistisch verhaal. Natuurlijk moeten de cijfers gerelativeerd worden. Vlaams Belang kan veel meer kiezers overtuigen dan PVDA. Dat heeft met migratie te maken, maar ook met de pro-Belgische opstelling van PVDA. Dat speelt niet in haar voordeel, denk ik.”