‘Temptation Graailand’, column DS, 8 feb. 2018

“‘Onze Vader, die in de hemel zijt (…), breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade.’

‘Temptation Island’ mag dan het toppunt van libertijnse vrijheid lijken, het programma spoort met de christelijke levensfilosofie: de verlossing komt voor wie aan bekoringen kan weerstaan. De duivel ziet er verlokkelijk uit, hij verschijnt als een aantrekkelijke vrouw of een Adonis. Temptation is een spel van schuld en boete, een verhaal over de zondaar die zijn vrijheid goed gebruikt of helemaal misbruikt. Maar van echte vrijheid is er geen sprake: reality-televisie manipuleert zowel de deelnemers als de kijkers.

 

De format van ‘Temptation Island’ is eenvoudig: vier koppels testen hun relatie door enkele weken apart door te brengen op een tropisch eiland. Mannen en vrouwen worden gescheiden. Ze verblijven in een luxeresort waar camera’s elke beweging, dag en nacht registeren. Ze leven er met een groepje ‘verleiders’ die hun best doen om hen tot overspel aan te zetten. De koppels mogen geen contact met elkaar opnemen, maar ze krijgen wel beelden te zien van hun partner. Iedereen feest de hele tijd en drinkt sloten alcohol. Aangezien het feestje plaats vindt in en rond het zwembad, loopt iedereen halfnaakt rond. Kortom, de hele opzet dient om mensen hun grenzen te doen overschrijden.

In de zoektocht naar kijkcijfers is televisie sterk veranderd. Televisie is geen venster meer op wereld, maar biedt een inkijk op het meest private, het meest intieme. Echte, rauwe emoties zijn veel aangrijpender dan de fictie van weleer. Zo is ‘reality-tv’ doorgebroken. Alleen gedragen mensen zich zelden spontaan op een dramatische manier. Er is een strikt georkestreerde, en gemanipuleerde enscenering nodig. Continue Reading ›

Interview De Morgen “Franse brief en #metoo” 13 jan. 2018

Dit interview verscheen in de reeks ‘Het Kernkabinet’ in De Morgen op zaterdag 13 januari 2018.

“Filosofe Tinneke Beeckman: “Een kus is intiem. Daar wil je als vrouw toch zelf over beslissen?”

Honderd Franse vrouwen, met steractrice Catherine Deneuve op kop, verdedigen in een open brief het ‘recht om vrouwen lastig te vallen’. Conservatief? Nee, vindt filosofe Tinneke Beeckman. ‘Wel oubollig. Zij veronderstellen een incasseringsvermogen bij vrouwen, waarvan de jonge generatie denkt: wij hoeven dat niet te hebben.’

door Eline Delrue

“Verkrachting is een misdaad. Maar aanhoudend of onhandig geflirt is dat niet. En galant zijn is iets anders dan agressief machogedrag”, zo begon het Franse collectief in de krant Le Monde. De schrijfsters, vooral uit de filmwereld, media en wetenschappen, hekelen het “puritanisme” sinds de zaak-Weinstein. Bekendste ondertekenaars van de open brief zijn Catherine Deneuve, grande dame van de Franse film, en de schrijfster Catherine Millet, bekend van de erotische roman Het seksuele leven van Catherine M.

Catherine Deneuve en co. klagen aan dat de MeToo-slinger doorslaat: van feminisme naar mannenhaat. Terecht?

Beeckman: “Ze hebben wel een punt dat je publiekelijk aan de schandpaal kan worden genageld zonder jezelf te kunnen verdedigen. Dat is een van de nadelen van de sociale media, van ‘trial by media’. Als iedereen rechter wordt, dan worden er ook onrechtvaardige vonnissen geveld. Dat is niet de manier om met eventuele misdrijven om te gaan.

“Ook interessant aan hun brief is hoe ze de moraalridders koppelen aan religieuze fanatici en reactionairen. Hoe ze zeggen: ‘Als je vrouwen alleen benadert als slachtoffer, stimuleer je hun autonomie niet.’ Ook waar. Vrouwen hoeven geen slachtoffer te zijn, moeten zich niet vereenzelvigen met wat mannen over hen zeggen of met hen doen. Je hoeft je niet in een slachtofferschap op te sluiten.”

Is het toeval dat deze brief uit Frankrijk komt aanwaaien? Een land waar je ook al makkelijk wegkomt met, pakweg, overspel. 

(lachje) Nee, zeker niet. Op dat vlak is er een enorm verschil tussen de Angelsaksische, meer puriteinse cultuur en de Franse ‘galanterie’ en het spel van de verleiding. Seksualiteit en sensualiteit hangen er veel meer in de lucht. Het maakt er deel uit van het gesprek, de atmosfeer.

“Op zich beantwoordt de galanterie, die al sinds de zeventiende eeuw opgang maakt, al aan een aantal problemen die de MeToo-beweging heeft aangekaart. Want ze houdt juist in dat mannen leren te verleiden met woorden, met hun charmes. Dat ze vrouwen moeten bewonderen, niet minachten. En dat ze geen natuurlijk recht hebben om zomaar in iemands leven binnen te dringen. De regels van die eeuwenoude galanterie schrijven ook discretie voor. Als een relatie spaak loopt, zal de man alle liefdesbrieven teruggeven aan de vrouw, om zo haar reputatie te beschermen.”

Het ‘recht om vrouwen lastig te vallen’, zoals het Franse collectief verdedigt, lijkt daar toch ver van af te staan.

“Klopt, dat woord ‘lastigvallen’ deed me ook schrikken. Wellicht wilden ze de vergelijking trekken met de vrijheid van meningsuiting. Die impliceert ook de vrijheid om te beledigen. Ze maken daar een equivalent op het vlak van seksualiteit: de vrijheid om lastig te vallen.

“Ze hebben het in hun brief ook over berichtjes sturen, zelfs als de ontvangster geen interesse toont. Of over een gestolen kus. Ze hebben nogal een ruime definitie van wat ze toelaten. Een kus is al intiem, niet? Daar wil je als vrouw toch zelf over beslissen. Je ziet, hun interpretatie van het aanvaardbare kan makkelijk afglijden.

“Dominique Strauss-Kahn, om maar iemand te noemen, dat was geen galanterie. Hij was handtastelijk, stuurde honderden sms’en, had een visie op seksualiteit waarin zijn macht speelde. Hij ‘bezat’ vrouwen. Toch namen de Fransen hem zo lang in bescherming. In deze MeToo-tijden zou hij ongetwijfeld in opspraak zijn gekomen, maar het Frankrijk van vijf jaar geleden hield nog graag het potje gedekt.”

“MeToo heeft dus veel veranderd, in positieve zin. Met hun brief willen die Franse dames vooral een visie op cultuur verdedigen die zij bedreigd zien. Als je kijkt naar de films van vroeger, dan zouden heel wat scènes vandaag minder vanzelfsprekend zijn. Maar dat is een cultuur waar zij uit voortkomen, waar zij zich heel sterk mee identificeren.”

Is het dan een generatiekwestie?

“Er is alleszins een generatieverschil. De oudere generatie veronderstelt een incasseringsvermogen, waarvan jongere vrouwen zeggen: ‘Nee, ik hoef dat niet te hebben. Als ik het heb, des te beter. Heb ik het niet en die man stoort mij, dan moet hij ermee ophouden.’ De jongere generatie eist een duidelijkere lijn, is daar assertiever en mondiger in.”

Zoals ook jonge Françaises op sociale media lieten verstaan: zij nemen er geen vrede mee als er in de metro een man tegen hen aan komt schurken. Iets wat de briefschrijfsters als een ‘non-event’ afdoen.

“Dat is het grootste probleem van de brief: de schrijfsters gaan ervan uit dat elke vrouw de kracht en de autonomie heeft om te denken: ‘Het is niet omdat een man in de metro tegen mij aanschurkt dat ik me slachtoffer moet voelen.’ Dat veronderstelt dat elke vrouw zoiets psychologisch en lichamelijk kan plaatsen. Zelf zijn die dames heel geëmancipeerd, ze hebben hun carrière, hun eigen stem. Akkoord, principieel hebben ze gelijk. Maar er zijn veel vrouwen in andere contexten die wel wat meer bescherming nodig hebben om zoiets te verwerken.”

Hoe conservatief is hun standpunt dan eigenlijk?

“Conservatief, nee. Wel oubollig. Dat is niet helemaal hetzelfde. Zij willen wijzen op de mogelijke gevaren van een puriteinse houding. Feit is: die puriteinse houding laat een zekere hypocrisie toe. Daar hebben ze gelijk in. Eigenlijk pleiten ze voor een eerlijke, open beleving van seksualiteit. Dat vind ik niet bepaald conservatief.

“Trouwens, die vrouwen zijn ook niet conservatief. Vergeet niet dat Catherine Deneuve in 1971 het ‘manifest van de 343’ ondertekende. Dat waren 343 vrouwen die openlijk toegaven dat ze abortus hadden ondergaan terwijl het op dat moment nog een misdrijf was. Zij riskeerden strafrechtelijke vervolging. Maar ze kwamen ervoor uit, precies om het debat aan te vuren. Deneuve heeft dus wel belangrijke daden gesteld om het feminisme aan te zwengelen.”

Twitter was al niet mals voor haar. Catherine Deneuve is ‘een idioot’. Of nog: ‘medeplichtig aan het machisme’. Zit zij nu in het ‘mannenkamp’?   Continue Reading ›

“Een kwestie van vertrouwen”, column DS 30 nov. 2017

“Ja, leugens en bedrog zijn zo oud als de mensheid zelf. Toch voegt ‘fake news’ een aparte dimensie toe aan het spel van leugens en bedrog. Dat maakt de kwestie toch relevant, in tegenstelling tot wat Tom Naegels beweert (DS, 25/11). Natuurlijk kunnen zogenaamd nieuwe fenomenen veel overeenkomsten vertonen met vroeger. Maar juist de verschillen in kaart brengen, werkt verhelderend.

‘Fake news’ slaat op doelbewust leugenachtige informatie die rondgestuurd, vanuit een gewiekst inzicht in de werking van sociale media. Hierdoor gaat zo’n vals bericht makkelijk viraal. ‘Fake news’ wordt daarbij verkocht als waarachtig nieuws, dat de mainstreammedia verborgen willen houden. Terwijl ‘fake news’-adepten zelf intentioneel bedriegen, suggereren ze dat andere informatiebronnen echt onbetrouwbaar zijn. Zo verspreidt ‘fake news’ niet alleen inhoudelijk valse berichten, maar ook wantrouwen. In sommige gevallen doen politici hieraan mee, om kritische stemmen in de kiem te smoren.

Debat met Tom Naegels over Fake News in ‘De Afspraak’.

Een voorbeeld: tijdens de verkiezingscampagne suggereerde Donald Trump dat Hillary Clinton alleen kon winnen door vals te spelen. De jonge, armlastige student Cameron Harris begreep dat Trumps publiek vatbaar zou zijn voor een verhaal dat deze stelling onderschrijft. Meteen startte hij een website en postte artikels over miljoenen onechte pro-Hillary stembiljetten die in een afgelegen fabriek zouden zijn teruggevonden. Later schreef hij nog enkele vervolgverhalen. Hij bereikte er miljoenen lezers mee via sociale media en verdiende op enkele uren tijd tienduizenden dollars.

Dit voorbeeld toont nog enkele andere kenmerken. Wat onder de noemer van ‘fake news’ valt, werkt vaak polariserend en identiteitsversterkend. De berichten zijn gericht tegen een bepaalde politieke partij, een organisatie of een groep mensen. Ze trekken veel aandacht omdat ze sterke emoties opwekken, zoals verontwaardiging, woede of angst.

Vooral het wantrouwen fnuikt het democratische samenleven. ‘Fake news’ suggereert dat wie bepaalde opvattingen tegenspreekt, ook ter kwader trouw handelt. Maar vrij debat berust op vertrouwen in de gedeelde kennis tussen burgers. Dat vertrouwen is noodzakelijk, want ‘geen filosoof in de hele wereld is zo buitengewoon dat hij niet een miljoen dingen gelooft, die hij op het geloof van anderen baseert. Elke denker neemt veel meer waarheden aan dan hij er zelf fundeert’, aldus de Franse denker en politicus Alexis de Tocqueville in zijn ‘De la démocratie en Amérique’. Hij voegt er nog aan toe dat dit niet alleen noodzakelijk is, maar wenselijk. ‘Fake news’ ondermijnt daarentegen de opbouw van geloofwaardige kennis waar een moderne democratie op berust.

Het belang van ‘fake news’ moet natuurlijk niet overdreven worden. Niet elk fout bericht is er een voorbeeld van: er is de klassieke ‘hoax’, de samenzweringstheorie, de satirische commentaar, het ongecontroleerde gerucht, het foute bericht. Heel wat media hebben in de loop der jaren onjuiste berichten verspreid. Sommige journalisten zijn allesbehalve vrij van vooringenomenheid. Het wantrouwen tegenover de media neemt al jaren toe, in binnen-en buitenland. Er zijn ook goede redenen om de woorden van politieke leiders te wantrouwen: grove misleidingen met fatale gevolgen vallen inderdaad voor, zoals de leugens over de massavernietigingswapens in Irak in 2003.

Belangrijke politieke omwentelingen kunnen evenmin tot de impact van ‘fake news’ worden herleid. Wat de overwinning van Donald Trump betreft, bijvoorbeeld, maakte Hillary Clinton zelf cruciale fouten tijdens haar campagne. Volgens David Axelrod, vroegere raadgever van Barack Obama, heeft ze haar nederlaag vooral aan zichzelf te danken. Hij vermeldt haar weigering om campagne te voeren in staten met veel werkloze fabrieksarbeiders zoals Wisconsin en Michigan of haar gebrek aan verantwoordelijkheidszin tijdens het emailschandaal.

Toch stelt ‘Fake news’ wel degelijk problemen. Wie argwaan verspreidt vanuit eigen financiële of politieke belangen, vergiftigt de geesten. Argwaan is het tegendeel van gezonde scepsis: wie sceptisch is, blijft onderzoeken en stelt zijn oordeel uit. Wie gedreven door wantrouwen in ‘fake news’ gelooft, heeft zijn oordeel daarentegen al klaar. ‘Fake news’ kan mensen dus minder vatbaar maken voor (zelf)kritiek, en de deur openen voor georkestreerde desinformatie.”

Deze column verscheen in De Standaard op 30 november 2017.

Over fake news sprak ik met Tom Naegels in ‘De Afspraak‘ op dinsdag 28 nov.

Te gast bij ‘De Afspraak’ op 28 nov. 2017

Op dinsdag 28 november was ik te gast bij ‘De Afspraak’ op Canvas met Bart Schols. De andere gasten waren Tom Naegels, Michaël Van Droogenbroeck en Jan Delvaux.

De thema’s waren het bitcoin record, de impact van fake news en Belpop (Canvasprogramma).

 

Over ‘fake news’ schreef Tom Naegels de column ‘Fake news is een fake probleem‘ in De Standaard op zaterdag 25 november. Leugens en bedrog zijn van alle tijden, er is niets nieuws onder de zon, aldus de auteur.

Op 29 november antwoordde ik Naegels met de column ‘Een kwestie van vertrouwen‘. Ik geef er een definitie van fake news, en leg uit waarom het wel degelijk een fenomeen is met een nieuwe dimensie, en waarom het wel een probleem voor een democratische samenleving inhoudt.

In mijn boek ‘Macht en Onmacht. Een verkenning van de hedendaagse aanslag op de Verlichting’ (2015) belicht ik al het probleem dat waarheid en waarachtigheid niet meer ernstig worden genomen. Fake news is voor mij een nieuwe stap in deze dramatische evolutie.

“Als de buil barst”, column DS 16 nov. 2016

“Het debat over grensoverschrijdend gedrag kwam na de zaak Weinstein uit Amerika overgewaaid. Het is heel goed dat het thema ook in België op tafel ligt. Maar het moet grondiger worden besproken, los van enkele bekende mediafiguren. En laten we vooral niet de Amerikaanse toer zelf opgaan.

In de VS wordt ‘trial by media’ nog op een genadelozere manier gevoerd; mensen worden vernietigend neergehaald na beschuldigingen door een (sociale) media die zich rechters wanen. Dat de openbare opinie een haast-rechtbank wordt, houdt echter wel verband met een falend juridisch systeem: jarenlang hadden slachtoffers geen gepaste procedures om misbruik aan te klagen, zoals meldpunten, bemiddelingstrajecten of eventueel rechtszaken. Daders konden in het verleden te lang hun gang gaan, zeker als ze over veel geld beschikten. In de zaak Weinstein onthulde ‘The New Yorker’ hoe de man zich dankzij een gewiekst netwerk van detectives en advocaten juridische straffeloosheid kocht. Anders had hij zijn wangedrag – vermoedelijk tot verkrachting toe – nooit zo lang kunnen verbergen. In België gaat het er minder doortrapt aan toe, maar toch spelen geld en macht een grote rol in het jarenlange stilzwijgen. Door deze straffeloosheid vallen er meer slachtoffers, worden daders roekelozer, klinkt het verhaal spectaculairder. Tot de buil barst.

Daarnaast leidt de focus op specifieke daders de aandacht af van wat echt nodig is: een open, eerlijk en soms kwetsbaar gesprek over seksueel gedrag en over wat het betekent om man of vrouw te zijn. Wat zijn de kenmerken van een relatie? Hoe verlopen machtsdynamieken? Wat betekenen vrijheid en respect? Elementaire vragen, die alleen zonder puriteinse hypocrisie kunnen worden benaderd.

Rondlopen als man betekent hopelijk iets anders dan een vrijgeleide krijgen om geilheid op anderen te botvieren. Liefst betekent het ook een beetje stijlvol kunnen omgaan met afwijzingen. Vooral voor mannen en vrouwen in een machtspositie is zo’n houding belangrijk. De harde, gemene opmerkingen over de vrouwelijke slachtoffers bewijzen dan weer dat er vaak wat schort aan het vrouwbeeld, zowel bij een aantal mannen als vrouwen. Blijkbaar zijn empathie en respect niet vanzelfsprekend. Die ‘victim-blaming’ onthult eerder een ongemakkelijke houding tegenover seksualiteit dan een groot rechtvaardigheidsgevoel. Aantrekkelijke vrouwen vallen nog te makkelijk wantrouwen en minachting te beurt, waardoor ze de schuld krijgen van een conflict, al zijn zij het slachtoffer.

Ten slotte kan een andere praktijk die in Amerika opgang maakt, best niet worden ingevoerd: het subjectieve slachtofferschap als maatstaf voor grensoverschrijdend gedrag. Dan beledig je zodra iemand zich beledigd voelt, of kwets je zodra iemand zich gekwetst voelt. Deze criteria openen de deur voor andere vormen van machtsmisbruik. In ‘The Nix’ voert Nathan Hill de luie studente Laura Potsdam op. Ze vreest dat haar professor literatuur te streng is, en ze vindt zijn lessen over Shakespeare te saai om ze te studeren. Ze begint tegen de decaan te klagen dat de professor ‘geen veilige omgeving’ creëert, en dat ze zich niet helemaal lekker voelt bij hem. Volledig subjectief en zelfs verzonnen, maar haar strategie volstaat om de docent in de problemen te brengen. De scènes in het boek zijn hilarisch, maar de realiteit is minder fraai.

Het subjectieve referentiepunt is een glijdende schaal, die ieders vrijheid en veiligheid bedreigt. Een variant hierop is het zogezegd beledigende karakter van de vrije meningsuiting. Voor je het weet, kan je ideeën niet meer openlijk bespreken, omdat je anders vernedert, provoceert, discrimineert. In de Verenigde Staten slagen goed georganiseerde studenten er in om elke – in hun ogen – ongewenste uitspraak tot een probleem voor anderen te maken, omdat ze zich beroepen op dat subjectieve veiligheidsgevoel (en zogenaamde safe-spaces eisen). Continue Reading ›

Te gast bij ‘De Afspraak op Vrijdag’, 10 nov. 2017


Vrijdag 10 november was ik te gast bij ‘De Afspraak op Vrijdag’ met Ivan De Vadder. 

De andere gasten waren Bart De Wever (N-VA) en Bert Bultinck (hoofdredacteur Knack). Op de site van de VRT is de uitzending te herbekijken tot 10 december.

De thema’s waren Bart De Pauw en de VRT, de Paradise Papers en de Catalaanse kwestie.

Er is een podcast van de uitzending te beluisteren: https://soundcloud.com/deafspraakopvrijdag/vrijdag-10-november-bart-de-wever-bert-bultinck-en-tinneke-beeckman

 

‘De politiek van de straffe uitspraken’, column DS 7 sept. 2017

“De verkiezingsstrijd voor 2018 is begonnen. In Antwerpen ligt burgemeester De Wever onder vuur; Nahima Lanjri schrijft een open brief aan Borgerhout; de PVDA lanceert digitale enquêtes.

Campagnes rond ‘straffe uitspraken’ ontbreken helaas niet. Helaas, omdat deze campagnes de onverschilligheid tegenover de politiek aanwakkeren.

Het meest recente voorbeeld is de heibel rond Bart De Wevers interview in de Gazet van Antwerpen, waarin hij zegt: ‘Kijk naar de foto’s van daders in Barcelona. Op de Turnhoutsebaan kom je makkelijk mannen van dat type tegen.’

Het stramien is bekend: het lijkt alsof zo’n spectaculaire kop in het interview op zichzelf staat. Daarover ontstaat dan een storm van verontwaardiging. Maar wie het hele stuk leest, ziet dat het interview anders luidt: ‘Die kleine kwalijke groep van vijfhonderd dossiers (van geradicaliseerden) is ook voor de moslims zelf kwalijk. Kijk naar de foto’s van de daders in Barcelona. Op de Turnhutsebaan in Borgerhout kom je makkelijk twintig mannen van dat type tegen. Zo ontstaat een spiraal van wantrouwen en afwijzing.’

Meteen verschijnen opiniërende artikels dat de ‘polarisering dringend moet eindigen’. Een polarisering die echter alleen voortvloeit uit een gebrekkige lectuur van het stuk. Op zaterdag verschenen berichten over fietsagenten die klappen kregen van omstaanders nadat ze een vrouw in Borgerhout wilden arresteren. Na dit gewelddadige incident verwachtte De Wever een signaal van de buurt. Op zondag kwam er een betoging, maar dan tegen De Wever, die volgens een facebookbericht ‘zijn eigen burgers met gorte uitspraken schoffeert en burgers stigmatiseert.’ Bij die betoging was voor ongeveer elke tien deelnemers één fotograaf aanwezig was. Het leverde opnieuw voer voor berichtgeving, interpretatie, commentaar.

In feite was de signaal-betoging in Borgerhout mager, zeker als racistische uitspraken van een burgemeester over een bevolkingsgroep inderdaad de inzet zou zijn. Blijkbaar kunnen nog heel wat mensen voorbij de kop lezen, en schatten ze de problemen anders in.

Deze episode raakt aan een breder punt: burgers reageren apathisch omdat ze zo’n nieuwscyclus als een soort spektakel beleven, niet als een politieke kwestie waar zij als burgers bij betrokken zijn. Je trekt toch ook de straat niet op over de uitslag van ‘Belgium’s Got Talent’, al betwist je het oordeel van de jury?

Sensationele mediastormen die onverschilligheid bevorderen, zijn geen Vlaams of Belgisch fenomeen. Ze zijn evenmin eigen aan linkse of rechtse geïnspireerde media, maar aan het gekonkel op sociale media en haast-journalistiek, met nefaste politieke effecten. Continue Reading ›