“De scheidslijn tussen privé en publiek in de politiek”, DM, kernkabinet, 8 paril 2018

Knack onthulde dat Liesbeth Homans (N-VA) en Tom Meeuws (sp-a) tussen 2013 en 2015 een affaire hadden. Gewoonlijk zijn journalisten nochtans discreet over het privéleven van politici. Knack-hoofdredacteur Bert Bultinck verdedigt de publicatie: de kiezer moet dit weten om de bitse strijd tussen N-Va en Sp-a in Antwerpen te begrijpen.

De Morgen-journalist Maarten Rabaey interviewde me voor de reeks ‘het Kernkabinet‘ over deze kwestie. Mijn stelling is duidelijk: de scheidslijn tussen privé en publiek in de politiek is van levensbelang. Het is ontzettend belangrijk dat de media zich niet toespitsen op het intieme leven van politici in de berichtgeving. De Antwerpse zaak is hierop geen uitzondering.

Deden media er goed of slecht aan om de vroegere privérelatie tussen de Antwerpse politici Tom Meeuws (SP.A) en Liesbeth Homans (N-VA) te duiden?

Beeckman: “Ik denk dat het niet verstandig is om het privéleven van politici bij het politieke debat te betrekken, omdat je dan sneller verglijdt naar een opvatting van politiek die nefast is voor de democratie. Heel snel krijg je dan een selectie van politici op basis van foute criteria. Dat zie je al in het buitenland, waar dit al veel meer gebeurt. Er ontstaat dan verwarring tussen de private en politieke sfeer, of het ene wordt zelfs door het andere vervangen. Politici worden dan afgerekend op hun intieme leven, of omdat je ze sympathiek of antipathiek vindt. In de filosofie is dat een heel oud debat: moet je als politiek persoon privé en publiek dezelfde kwaliteiten én deugden hebben? Velen vinden van niet. Denk aan zachtheid. Dat kan in je privéleven een enorme deugd zijn maar in je politieke leven nefast. Wijlen Frans president François Mitterrand noemde ooit ‘onverschilligheid’ het belangrijkste attribuut in de politiek maar in een privérelatie is deze houding dan weer onaangenaam. Het is een vergissing dat het private en politieke individu dezelfde moeten zijn.”

Een privétwist wordt voor media toch relevant wanneer blijkt dat de rationele invalshoeken van ons politieke debat door emotie uit het priveleven worden gestuurd?

“Dat is natuurlijk onvermijdelijk het geval. De onderlinge privérelaties tussen politici – of ze elkaar sympathiek vinden of niet – spelen een enorme rol. Kijk maar naar wijlen Duits bondskanselier Helmut Kohl en Mitterrand. Ze konden het als mensen uitstekend met elkaar vinden, en dat versnelde de Duitse eenmaking. Recent boterde het dan weer totaal niet tussen bondskanselier Angela Merkel en de Franse ex-president François Hollande, met verlammende gevolgen voor de EU. Helaas kunnen weinig politici zich boven de private relaties stellen. Een historisch voorbeeld van een VS-president die dat wel kon was Abraham Lincoln. Hij kon zich boven de slechte persoonlijke relatie stellen die hij met sommige van zijn ministers had. Het contrast met Trump kon niet groter zijn.

“Overigens geldt hetzelfde toch ook voor de journalistiek? Sommige journalisten kunnen gedreven worden door persoonlijke, of zelfs irrationele, drijfveren. Dat hoeft toch niet te betekenen dat je de kwaliteit van hun werk daarop moet afwegen? Ook politici zijn niet altijd rationeel maar toch vind ik het geen voldoende reden om de persoonlijke sfeer bloot te leggen.”

Ook niet als dat essentieel is om de Antwerpse kiesstrijd te begrijpen?

“Er zijn voldoende andere motieven om de bitsheid achter de burgemeesterstrijd in Antwerpen te verklaren. Zo is het door de evolutie van onze staatshervorming en de Brusselse politieke schandalen voor Vlaamse politici niet meer interessant om zich in de hoofdstad te profileren. Daarom wordt ook de federale strijd op het scherpst van de snee gevoerd in Antwerpen, waar de voorzitter van de grootste partij (Bart De Wever, N-VA) burgemeester is. Het gaat er niet alleen bits aan toe tussen N-VA en SP.A, maar ook tussen CD&V en N-VA sinds Kris Peeters de Antwerpse politiek instapte. Liesbeth Homans is daartegenover in Antwerpen politiek niet relevant genoeg om haar liefdesleven erbij te betrekken.”

Hadden Homans en Meeuws zelf niet sneller ‘Et alors?’ moeten zeggen, zoals ook Mitterrand het nieuws over zijn buitenechtelijke dochter meteen afblokte?

“Behalve het feit dat hij ook journalisten liet schaduwen om zeker te zijn dat ze er niet over zijn dochter zouden publiceren, had dit nieuws voor de pers geen relevantie mogen hebben. Zijn dochter had niets te maken met zijn presidentiële kwaliteiten. Trouwens, later kwam ook aan het licht dat zijn vrouw een minnaar had die bij hen inwoonde, haar persoonlijke trainer. Je kan intieme relaties dus nooit juist inschatten, want je weet nooit voldoende om iemand echt te begrijpen. Gelukkig maar hoeven we ook niet te oordelen.” Continue Reading ›

“Temptation Island: lachen met lageropgeleiden”, DS ‘De Mening’, 16 maart 2018,

Dit is de laatste ‘De Mening‘, van vrijdag 16 maart 2018.

” ‘Smakeloos en seksistisch en toch kijkt de elite’, kopt de krant. Blijkbaar volgen vooral hoger opgeleiden het televisieprogramma ‘Temptation Island’. Maar liefst 62 % van de kijkers heeft een hoger diploma of werkt in een hogere beroepsklasse.

Een verrassing? Niet echt, want eigenlijk hoort dit bij het fenomeen uitlach-televisie. Wat het artikel niet vermeldt, is dat de deelnemers vooral lager opgeleid zijn. In deze reeks bevinden zich onder de verleidsters een barvrouw, een schoonheidsspecialiste, een nagelstyliste, een danseres, een hostess en ga zo maar verder. De mannen zijn onder meer motorcrosser, tattooartist, bouwvakker, autotester, en assemblagemedewerker.

Ik schreef er reeds een column over: reality-tv teert op leedvermaak met lager opgeleiden, die zonder mediatraining meegaan in een complexe formule die ze niet controleren, waardoor ze ongepaste dingen zeggen of doen. Bourdieu analyseerde dit in zijn werk over televisie.

Owen Jones ontleedt dit fenomeen ook in zijn ‘Chavs. The demonisation of the working class’. Jones betoogt dat de middenklasse de neiging heeft om de arbeidersklasse te demoniseren: van alle kwaad en verval in de samenleving te beschuldigen en met minachting te bespotten. Dit doet ze zonder dat ze het zelf in de gaten heeft. Voeg daaraan toe dat de overgrote meerderheid van programmamakers, journalisten en columnisten tot die middenklasse behoort. Zo ontstaat het vertekend beeld dat van de arbeidersklasse wordt opgehangen. De meeste commentatoren hebben dan ook vooroordelen die amper worden tegengesproken. Erger nog, hun ideeën sijpelen makkelijk door in het onderwijs, het sociale beleid en de media.

Hoger opgeleiden kunnen dus heerlijk genieten van een avondje ‘Temptation Island’, waarbij de deelnemers zich bezondigen aan de vooroordelen die over hun sociale groep bestaan; ze zijn vaak dronken, dom, ontberen verantwoordelijkheidszin en kunnen zich amper beheersen.

Dat clichébeeld werkt evenzeer door in de politieke analyses van de problemen in de samenleving. Hogeropgeleide middenklassers kunnen de politieke keuzes van de lager opgeleiden doorgaans rustig negeren, paternalistisch omzeilen of laatdunkend bekritiseren. De legitieme zorgen van de arbeidersklasse – over werkgelegenheid, over de negatieve gevolgen van globalisering, over de onzekere levenskwaliteit van hun kinderen – worden weggezet als bekrompen vooringenomenheid van een groepje dwazen. Licht ontvlambare zielen zijn het, veel te vatbaar voor emoties zoals woede en angst. In werkelijkheid klopt dat natuurlijk niet. Maar om dat te beseffen, moet je verder kijken dan het beeld van de wereld dat je in een realityshow voorgeschoteld krijgt. ”

In televisiereeksen wordt ‘de elite’ dan weer opvallend positief in beeld gebracht. Een goed voorbeeld is ‘Downton Abbey’ (waarover hier een column staat) Daarin gedragen de aristocraten zich zo billijk, genereus en welwillend dat een mens niet kan begrijpen waarom aan zo’n systeem ooit een einde kwam.

“Tafelen met Chinese operazangers”, De Mening, DS 15 maart 2018

“Gisteravond werden de Klara’s uitgedeeld in Flagey, de Classical Music Awards voor klassieke muziek, jazz en wereldmuziek. De Klara’s zijn deOscars niet. De laureaat krijgt geen gouden ventje, maar een grote K mee. Een rode loper was er wel. Minister van Cultuur Sven Gatz (Open VLD) liep er rond, in gezelschap van Chantal Pattyn en vele anderen.


De prijs voor solist van het jaar ging naar Ilse Eerens. De sopraan uit Limburg reist de wereld rond. In haar dankwoord vermeldde ze haar ouders, die haar ‘nooit gepusht hadden’, maar alle kansen hadden gegeven om haar droom te verwezenlijken. Die ‘dank aan de ouders’ voor de kennismaking met muziek kwam geregeld terug. Even goed bij Thomas Vanderveken, die terecht de prijs ‘Iedereen Klassiek’ kreeg. Voor zijn huzarenstukje – Griegs pianoconcert leren spelen – werd hij bijgestaan door veel specialisten. Zijn inspirerende programma toonde hoe bezield, genereus en hardwerkend klassieke muzikanten zijn.

Terwijl ik in de zaal zat, bedacht ik dat ook ik geluk had. Mijn ouders speelden platen van Horowitz aan de piano in Moskou, Hirschhorn aan de viool voor Geminiani’s sonate, en Yo Yo Ma met Tsjaikovski’s Rococovariaties. Of met Jos Van Immerseels Mozart-concerten op pianoforte.

Met labels als burgerlijk, stijf of intellectualistisch heb ik klassieke muziek nooit geassocieerd. Eenvoudigweg omdat mijn ouders die houding nooit aannamen en omdat de muziek zelf zo’n etiket nooit oproept. Muziek was voor mij de toegang tot zovele werelden buiten mezelf, en tot zovele kamers in de eigen ziel, waarvoor woorden ontbraken. Nog altijd is klassieke muziek het vertrouwde, het intieme, waarnaar ik kan terugkeren om me thuis te voelen, waar ik me ook bevind.

Muziek was de perfecte combinatie van ontspanning en schoonheid. Ik herinner me een zwoele zomeravond in het eeuwenoude Herodes Atticus Theater in Athene. Pinchas Zukerman speelde Schubert, we zaten in onze frisse zomerkledij. Het is 25 jaar geleden, en ik weet het nog precies.

Mijn ouders leerden me ook jazz en wereldmuziek kennen. Ze hielden van koken. Op zondag verscheen geregeld een wereldschotel op tafel, aangekondigd door een klein Libanees, Portugees of Chinees vlaggetje. Mijn vader had een selectie wereldmuziek gemaakt en die werd steevast gedraaid. Fairouz, Amalia Rodrigues en Chinese operazangers schoven mee aan tafel.

Zo’n muziek leek me toen heel gewoon. Vandaag zitten klassieke muziek, jazz en wereldmuziek in de verdrukking. Het is niet bepaald een vooruitgang. Dat bedrijven naar winstmaximalisatie streven, brengt de culturele diversiteit in het gedrang. Zo krijgt de grootst gemene deler de meeste kansen, terwijl de originele, aparte stemmen verdwijnen. Zelfs de muzikale talenten uit Vlaanderen en België riskeren onopgemerkt te blijven. Juist daarom werden de Klara’s uitgereikt, feestelijk ingekleed tijdens het Klarafestival in Brussel, en begeleid door het muziekensemble Oxalys. Dank u, Klara.”

“We mogen meer verwachten van een gratis boek”, in De Mening, DS, 13 maart 2018

Deze tekst verscheen op dinsdag 13 maart 2018 in de avondeditie van De Standaard.

“Gezien de feiten, de novelle van Griet Op de Beeck, wordt als boekenweekgeschenk gratis aan de klant gegeven zodra die 12,50 euro aan boeken besteedt. Critici sabelden het boek al neer: oppervlakkig, voorspelbaar, vol clichés. De reacties zijn jammer voor Op de Beeck, de eerste Vlaamse vrouw die het boekenweekgeschenk mag schrijven.

Ach, zo’n gratis geschenk hoeft geen wereldliteratuur te zijn, klinkt het. Onzin. Als een restauranthouder je een gratis aperitief laat proeven, verwacht je ook geen smakeloos wijntje.

Los van de polemiek rond dit boek, duikt hetzelfde dilemma op in de film-, televisie- en theaterwereld: leg je de lat wat hoger, maar dreig je minder mensen te bereiken? Of probeer je het grotere publiek aan te spreken, al verschijnt een middelmatig werk? Voor de liefhebbers is dit een vals dilemma: zodra de kwaliteit daalt, hoef je niet meer succes te verwachten.

Literair uitmuntend werk kan populair zijn: Tolstoj, Zola en Steinbeck schreven bestsellers in hun tijd, en heel wat Nederlandse en Vlaamse auteurs deden dit evengoed. Omgekeerd hoeven schrijvers die weinig verkopen – en zo zijn er wat – niet noodzakelijk de lezers van een gebrek aan smaak te beschuldigen.

De zaak illustreert een dieper probleem: de boekensector is in de ban van het commerciële. Je kan het de uitgevers en boekhandelaren amper kwalijk nemen. Hun boekhouders en managers zwaaien regelmatig met cijfers. Een redacteur van een grote uitgeverij vertelde me dat de redactie elke dag de lijst met de vijftig best verkopende boeken doorgestuurd krijgt. Elke dag! Probeer je hoofd dan maar bij ‘de literatuur’ te houden.

Voor het boekenweekgeschenk heeft De Groene Amsterdammer de beste suggestie. Het weekblad stelt voor om een anonieme novelle te selecteren. Vroeger was dat blijkbaar het geval. Dan gaat de aandacht vanzelfsprekend meer naar de kwaliteit van het werk. En dan krijgen minder bekende schrijvers de kans om hun talent te tonen. Want ook dat komt in het gedrang wanneer het pecuniaire doorweegt.

Zo verscheen Oeroeg van Hella Haasse vroeger als anoniem verdeeld boekenweekgeschenk. Dat werk is – daarover kan iedereen het wel eens zijn – een fantastisch verhaal, dat generaties lezers heeft aangesproken, verfilmd is en bewerkt werd voor het theater.

Maar deze oplossing hoeven we niet te verwachten. Nu zwaait de slinger de andere kant uit: auteurs met wat sterrenstatus hebben een streepje voor. Dat heeft met het verdienmodel te maken. Iemand als Griet Op de Beeck, die stapels boeken verkoopt, redt de financiële balans van haar uitgeverij. Zo raakt het moeilijke segment nog in de boekhandel. Maar het is een broos evenwicht.”

‘Temptation Graailand’, column DS, 8 feb. 2018

“‘Onze Vader, die in de hemel zijt (…), breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade.’

‘Temptation Island’ mag dan het toppunt van libertijnse vrijheid lijken, het programma spoort met de christelijke levensfilosofie: de verlossing komt voor wie aan bekoringen kan weerstaan. De duivel ziet er verlokkelijk uit, hij verschijnt als een aantrekkelijke vrouw of een Adonis. Temptation is een spel van schuld en boete, een verhaal over de zondaar die zijn vrijheid goed gebruikt of helemaal misbruikt. Maar van echte vrijheid is er geen sprake: reality-televisie manipuleert zowel de deelnemers als de kijkers.

 

De format van ‘Temptation Island’ is eenvoudig: vier koppels testen hun relatie door enkele weken apart door te brengen op een tropisch eiland. Mannen en vrouwen worden gescheiden. Ze verblijven in een luxeresort waar camera’s elke beweging, dag en nacht registeren. Ze leven er met een groepje ‘verleiders’ die hun best doen om hen tot overspel aan te zetten. De koppels mogen geen contact met elkaar opnemen, maar ze krijgen wel beelden te zien van hun partner. Iedereen feest de hele tijd en drinkt sloten alcohol. Aangezien het feestje plaats vindt in en rond het zwembad, loopt iedereen halfnaakt rond. Kortom, de hele opzet dient om mensen hun grenzen te doen overschrijden.

In de zoektocht naar kijkcijfers is televisie sterk veranderd. Televisie is geen venster meer op wereld, maar biedt een inkijk op het meest private, het meest intieme. Echte, rauwe emoties zijn veel aangrijpender dan de fictie van weleer. Zo is ‘reality-tv’ doorgebroken. Alleen gedragen mensen zich zelden spontaan op een dramatische manier. Er is een strikt georkestreerde, en gemanipuleerde enscenering nodig. Continue Reading ›

Interview De Morgen “Franse brief en #metoo” 13 jan. 2018

Dit interview verscheen in de reeks ‘Het Kernkabinet’ in De Morgen op zaterdag 13 januari 2018.

“Filosofe Tinneke Beeckman: “Een kus is intiem. Daar wil je als vrouw toch zelf over beslissen?”

Honderd Franse vrouwen, met steractrice Catherine Deneuve op kop, verdedigen in een open brief het ‘recht om vrouwen lastig te vallen’. Conservatief? Nee, vindt filosofe Tinneke Beeckman. ‘Wel oubollig. Zij veronderstellen een incasseringsvermogen bij vrouwen, waarvan de jonge generatie denkt: wij hoeven dat niet te hebben.’

door Eline Delrue

“Verkrachting is een misdaad. Maar aanhoudend of onhandig geflirt is dat niet. En galant zijn is iets anders dan agressief machogedrag”, zo begon het Franse collectief in de krant Le Monde. De schrijfsters, vooral uit de filmwereld, media en wetenschappen, hekelen het “puritanisme” sinds de zaak-Weinstein. Bekendste ondertekenaars van de open brief zijn Catherine Deneuve, grande dame van de Franse film, en de schrijfster Catherine Millet, bekend van de erotische roman Het seksuele leven van Catherine M.

Catherine Deneuve en co. klagen aan dat de MeToo-slinger doorslaat: van feminisme naar mannenhaat. Terecht?

Beeckman: “Ze hebben wel een punt dat je publiekelijk aan de schandpaal kan worden genageld zonder jezelf te kunnen verdedigen. Dat is een van de nadelen van de sociale media, van ‘trial by media’. Als iedereen rechter wordt, dan worden er ook onrechtvaardige vonnissen geveld. Dat is niet de manier om met eventuele misdrijven om te gaan.

“Ook interessant aan hun brief is hoe ze de moraalridders koppelen aan religieuze fanatici en reactionairen. Hoe ze zeggen: ‘Als je vrouwen alleen benadert als slachtoffer, stimuleer je hun autonomie niet.’ Ook waar. Vrouwen hoeven geen slachtoffer te zijn, moeten zich niet vereenzelvigen met wat mannen over hen zeggen of met hen doen. Je hoeft je niet in een slachtofferschap op te sluiten.”

Is het toeval dat deze brief uit Frankrijk komt aanwaaien? Een land waar je ook al makkelijk wegkomt met, pakweg, overspel. 

(lachje) Nee, zeker niet. Op dat vlak is er een enorm verschil tussen de Angelsaksische, meer puriteinse cultuur en de Franse ‘galanterie’ en het spel van de verleiding. Seksualiteit en sensualiteit hangen er veel meer in de lucht. Het maakt er deel uit van het gesprek, de atmosfeer.

“Op zich beantwoordt de galanterie, die al sinds de zeventiende eeuw opgang maakt, al aan een aantal problemen die de MeToo-beweging heeft aangekaart. Want ze houdt juist in dat mannen leren te verleiden met woorden, met hun charmes. Dat ze vrouwen moeten bewonderen, niet minachten. En dat ze geen natuurlijk recht hebben om zomaar in iemands leven binnen te dringen. De regels van die eeuwenoude galanterie schrijven ook discretie voor. Als een relatie spaak loopt, zal de man alle liefdesbrieven teruggeven aan de vrouw, om zo haar reputatie te beschermen.”

Het ‘recht om vrouwen lastig te vallen’, zoals het Franse collectief verdedigt, lijkt daar toch ver van af te staan.

“Klopt, dat woord ‘lastigvallen’ deed me ook schrikken. Wellicht wilden ze de vergelijking trekken met de vrijheid van meningsuiting. Die impliceert ook de vrijheid om te beledigen. Ze maken daar een equivalent op het vlak van seksualiteit: de vrijheid om lastig te vallen.

“Ze hebben het in hun brief ook over berichtjes sturen, zelfs als de ontvangster geen interesse toont. Of over een gestolen kus. Ze hebben nogal een ruime definitie van wat ze toelaten. Een kus is al intiem, niet? Daar wil je als vrouw toch zelf over beslissen. Je ziet, hun interpretatie van het aanvaardbare kan makkelijk afglijden.

“Dominique Strauss-Kahn, om maar iemand te noemen, dat was geen galanterie. Hij was handtastelijk, stuurde honderden sms’en, had een visie op seksualiteit waarin zijn macht speelde. Hij ‘bezat’ vrouwen. Toch namen de Fransen hem zo lang in bescherming. In deze MeToo-tijden zou hij ongetwijfeld in opspraak zijn gekomen, maar het Frankrijk van vijf jaar geleden hield nog graag het potje gedekt.”

“MeToo heeft dus veel veranderd, in positieve zin. Met hun brief willen die Franse dames vooral een visie op cultuur verdedigen die zij bedreigd zien. Als je kijkt naar de films van vroeger, dan zouden heel wat scènes vandaag minder vanzelfsprekend zijn. Maar dat is een cultuur waar zij uit voortkomen, waar zij zich heel sterk mee identificeren.”

Is het dan een generatiekwestie?

“Er is alleszins een generatieverschil. De oudere generatie veronderstelt een incasseringsvermogen, waarvan jongere vrouwen zeggen: ‘Nee, ik hoef dat niet te hebben. Als ik het heb, des te beter. Heb ik het niet en die man stoort mij, dan moet hij ermee ophouden.’ De jongere generatie eist een duidelijkere lijn, is daar assertiever en mondiger in.”

Zoals ook jonge Françaises op sociale media lieten verstaan: zij nemen er geen vrede mee als er in de metro een man tegen hen aan komt schurken. Iets wat de briefschrijfsters als een ‘non-event’ afdoen.

“Dat is het grootste probleem van de brief: de schrijfsters gaan ervan uit dat elke vrouw de kracht en de autonomie heeft om te denken: ‘Het is niet omdat een man in de metro tegen mij aanschurkt dat ik me slachtoffer moet voelen.’ Dat veronderstelt dat elke vrouw zoiets psychologisch en lichamelijk kan plaatsen. Zelf zijn die dames heel geëmancipeerd, ze hebben hun carrière, hun eigen stem. Akkoord, principieel hebben ze gelijk. Maar er zijn veel vrouwen in andere contexten die wel wat meer bescherming nodig hebben om zoiets te verwerken.”

Hoe conservatief is hun standpunt dan eigenlijk?

“Conservatief, nee. Wel oubollig. Dat is niet helemaal hetzelfde. Zij willen wijzen op de mogelijke gevaren van een puriteinse houding. Feit is: die puriteinse houding laat een zekere hypocrisie toe. Daar hebben ze gelijk in. Eigenlijk pleiten ze voor een eerlijke, open beleving van seksualiteit. Dat vind ik niet bepaald conservatief.

“Trouwens, die vrouwen zijn ook niet conservatief. Vergeet niet dat Catherine Deneuve in 1971 het ‘manifest van de 343’ ondertekende. Dat waren 343 vrouwen die openlijk toegaven dat ze abortus hadden ondergaan terwijl het op dat moment nog een misdrijf was. Zij riskeerden strafrechtelijke vervolging. Maar ze kwamen ervoor uit, precies om het debat aan te vuren. Deneuve heeft dus wel belangrijke daden gesteld om het feminisme aan te zwengelen.”

Twitter was al niet mals voor haar. Catherine Deneuve is ‘een idioot’. Of nog: ‘medeplichtig aan het machisme’. Zit zij nu in het ‘mannenkamp’?   Continue Reading ›

“Een kwestie van vertrouwen”, column DS 30 nov. 2017

“Ja, leugens en bedrog zijn zo oud als de mensheid zelf. Toch voegt ‘fake news’ een aparte dimensie toe aan het spel van leugens en bedrog. Dat maakt de kwestie toch relevant, in tegenstelling tot wat Tom Naegels beweert (DS, 25/11). Natuurlijk kunnen zogenaamd nieuwe fenomenen veel overeenkomsten vertonen met vroeger. Maar juist de verschillen in kaart brengen, werkt verhelderend.

‘Fake news’ slaat op doelbewust leugenachtige informatie die rondgestuurd, vanuit een gewiekst inzicht in de werking van sociale media. Hierdoor gaat zo’n vals bericht makkelijk viraal. ‘Fake news’ wordt daarbij verkocht als waarachtig nieuws, dat de mainstreammedia verborgen willen houden. Terwijl ‘fake news’-adepten zelf intentioneel bedriegen, suggereren ze dat andere informatiebronnen echt onbetrouwbaar zijn. Zo verspreidt ‘fake news’ niet alleen inhoudelijk valse berichten, maar ook wantrouwen. In sommige gevallen doen politici hieraan mee, om kritische stemmen in de kiem te smoren.

Debat met Tom Naegels over Fake News in ‘De Afspraak’.

Een voorbeeld: tijdens de verkiezingscampagne suggereerde Donald Trump dat Hillary Clinton alleen kon winnen door vals te spelen. De jonge, armlastige student Cameron Harris begreep dat Trumps publiek vatbaar zou zijn voor een verhaal dat deze stelling onderschrijft. Meteen startte hij een website en postte artikels over miljoenen onechte pro-Hillary stembiljetten die in een afgelegen fabriek zouden zijn teruggevonden. Later schreef hij nog enkele vervolgverhalen. Hij bereikte er miljoenen lezers mee via sociale media en verdiende op enkele uren tijd tienduizenden dollars.

Dit voorbeeld toont nog enkele andere kenmerken. Wat onder de noemer van ‘fake news’ valt, werkt vaak polariserend en identiteitsversterkend. De berichten zijn gericht tegen een bepaalde politieke partij, een organisatie of een groep mensen. Ze trekken veel aandacht omdat ze sterke emoties opwekken, zoals verontwaardiging, woede of angst.

Vooral het wantrouwen fnuikt het democratische samenleven. ‘Fake news’ suggereert dat wie bepaalde opvattingen tegenspreekt, ook ter kwader trouw handelt. Maar vrij debat berust op vertrouwen in de gedeelde kennis tussen burgers. Dat vertrouwen is noodzakelijk, want ‘geen filosoof in de hele wereld is zo buitengewoon dat hij niet een miljoen dingen gelooft, die hij op het geloof van anderen baseert. Elke denker neemt veel meer waarheden aan dan hij er zelf fundeert’, aldus de Franse denker en politicus Alexis de Tocqueville in zijn ‘De la démocratie en Amérique’. Hij voegt er nog aan toe dat dit niet alleen noodzakelijk is, maar wenselijk. ‘Fake news’ ondermijnt daarentegen de opbouw van geloofwaardige kennis waar een moderne democratie op berust.

Het belang van ‘fake news’ moet natuurlijk niet overdreven worden. Niet elk fout bericht is er een voorbeeld van: er is de klassieke ‘hoax’, de samenzweringstheorie, de satirische commentaar, het ongecontroleerde gerucht, het foute bericht. Heel wat media hebben in de loop der jaren onjuiste berichten verspreid. Sommige journalisten zijn allesbehalve vrij van vooringenomenheid. Het wantrouwen tegenover de media neemt al jaren toe, in binnen-en buitenland. Er zijn ook goede redenen om de woorden van politieke leiders te wantrouwen: grove misleidingen met fatale gevolgen vallen inderdaad voor, zoals de leugens over de massavernietigingswapens in Irak in 2003.

Belangrijke politieke omwentelingen kunnen evenmin tot de impact van ‘fake news’ worden herleid. Wat de overwinning van Donald Trump betreft, bijvoorbeeld, maakte Hillary Clinton zelf cruciale fouten tijdens haar campagne. Volgens David Axelrod, vroegere raadgever van Barack Obama, heeft ze haar nederlaag vooral aan zichzelf te danken. Hij vermeldt haar weigering om campagne te voeren in staten met veel werkloze fabrieksarbeiders zoals Wisconsin en Michigan of haar gebrek aan verantwoordelijkheidszin tijdens het emailschandaal.

Toch stelt ‘Fake news’ wel degelijk problemen. Wie argwaan verspreidt vanuit eigen financiële of politieke belangen, vergiftigt de geesten. Argwaan is het tegendeel van gezonde scepsis: wie sceptisch is, blijft onderzoeken en stelt zijn oordeel uit. Wie gedreven door wantrouwen in ‘fake news’ gelooft, heeft zijn oordeel daarentegen al klaar. ‘Fake news’ kan mensen dus minder vatbaar maken voor (zelf)kritiek, en de deur openen voor georkestreerde desinformatie.”

Deze column verscheen in De Standaard op 30 november 2017.

Over fake news sprak ik met Tom Naegels in ‘De Afspraak‘ op dinsdag 28 nov.