“De band tussen vriendinnen Assita Kanko en Tinneke Beeckman”, Het Nieuwsblad, 19 oktober 2019

Bij het Europees Parlement. foto: Ivan Put.

Dit artikel verscheen in ‘Het Nieuwsblad’ op zaterdag 19 oktober 2019. Door Nathalie Dirix, foto’s: Ivan Put.

De band tussen vriendinnen Assita Kanko en Tinneke Beeckman”

“Na onze gesprekken voel ik me altijd een beetje slimmer”

“Het was intellectuele liefde op het eerste gezicht.” Zo omschrijft N-VA-politica Assita Kanko (39) de vonk tussen haar en filosofe Tinneke Beeckman (43) tijdens hun allereerste gesprek. Een vonk die meteen het begin was van een mooie vriendschap tussen twee vrouwen.

Het is vrijdagavond. In een café niet ver van het Europees Parlement klinken Assita Kanko en Tinneke Beeckman op het weekend. En op de vele jaren dat ze elkaar nog mogen inspireren.

Hoe hebben jullie elkaar leren kennen?
Tinneke: “Het was zeven jaar geleden tijdens een lezing in Gent. Assita kwam er praten over vrouwenrechten. Wat me opviel, was dat ze een fotografe, Liliane Nabora, meegebracht had en die aan de aanwezigen voorstelde. Dat maakte meteen duidelijk dat Assita generositeit naar vrouwen toe niet alleen predikt, maar ook in de praktijk toepast door vrouwen daadwerkelijk te steunen. Het gaf een gevoel van vertrouwen.”

Assita: “Toen ik diezelfde avond Tinnekes uiteenzetting over de filosoof Spinoza hoorde, viel me op hoe zij gedachten op een heel rustige manier kan overbrengen. Ik zag een intelligente vrouw die heel veel weet en haar kennis niet gebruikt om te imponeren, maar om je aan het denken te zetten. Ik voel me dan ook altijd een beetje slimmer na een gesprek met haar. Eigenlijk was ik meteen verkocht door haar intelligentie en haar bescheidenheid. Noem het maar: intellectuele liefde op het eerste gezicht.” (lacht)

Wat hebben jullie al van elkaar geleerd?
Assita: “Verleden jaar zijn we met een aantal vriendinnen voor een paar dagen naar het zuiden van Frankrijk getrokken. Tinneke toonde er zonder enige gêne haar moederlijke kant aan ons. Hoe vaak heeft ze geen foto’s van haar babydochtertje, Alma, getoond? Ze miste haar en liet dat duidelijk blijken. Mooi vond ik dat. Het zette me aan het denken. Je hoeft inderdaad je kwetsbaarheid als moeder niet te verbergen. Ik denk dat ik dat vroeger als kersverse moeder te veel gedaan heb.”

Tinneke: “Het klopt dat ik zonder enige schaamte de moeder in mij naar boven laat komen. Maar als het over van elkaar leren gaat, dan sta ik graag even stil bij het boek dat Assita schreef. Daarin leerde ik niet alleen een vrouw kennen die het slachtoffer van genitale verminking geworden was. Ook een vrouw die ervoor gekozen heeft om zichzelf te emanciperen. Ik heb haar via mail laten weten hoe belangrijk haar verhaal was om andere mensen die verdrukt en niet gehoord worden een stem te geven.”

Wat waarderen jullie in elkaar?
Assita: “Ik zou eindeloos naar Tinneke kunnen luisteren. Ze kan me tot rust brengen. Maar vergis je niet: achter haar rede gaat heel wat passie schuil. Die combinatie van passie en intelligentie vind ik heel bijzonder. Voor Tinneke is denken een proces dat nooit stopt. Zelf vind ik een open mindset ook heel belangrijk. Want als het denken stopt, stopt ook de dialoog. Daarom vind ik het boek The righteous mind – Why good people are divided by politics and religion van Jonathan Haidt zo boeiend. Hij maakt duidelijk waarom we ons in de loopgraven van ons eigen gelijk graven, als we stoppen met nadenken.”

Tinneke: “Jij hebt dat boek dus ook gelezen. Is inderdaad een bijzonder interessant boek dat aantoont hoe belangrijk het is om empathie te hebben, ook voor de mensen met wie je het niet eens bent. Maar al te vaak zijn we gefocust op ons eigen grote gelijk, waardoor we vergeten echt te luisteren naar wat de andere zegt. Belangrijk is niet dat je het eens bent met de andere, wel dat je van elkaar leert. Dat andere mensen anders in het leven staan dan jijzelf, is echt oké.”

Assita: “Tinneke schrikt er niet voor terug om voor haar mening uit te komen. Ze zegt wat ze denkt. Toch houdt ze er geen rigide denkbeelden op na. Ze staat met een grote openheid in de wereld. Dat waardeer ik. Ook hou ik ervan dat ze haar vrouwelijkheid toont. Is het je al opgevallen dat ze altijd lipstick draagt?” (lacht)

Tinneke: “Zonder lipstick voel ik me naakt en kom ik niet buiten. (lacht) Waarom zouden zorg voor het lichamelijke en het geestelijke niet samengaan? Assita bewijst trouwens ook dat die combinatie perfect kan. Haar gedrevenheid en sensualiteit, ik vind het een knap duo. En haar enorme geloof in de vrouwelijke kracht en haar talent om die kracht aan te wakkeren. Assita richtte Polin op om vrouwen in de politiek te empoweren. Knap is dat ze erin slaagt om vrouwen, over de partijgrenzen heen, samen te brengen en ze te doen geloven in zichzelf. Haar inzet bestaat erin het beste in zo veel mogelijk vrouwen naar boven te brengen. Zelf ben ik een paar keer naar zo’n Polin-bijeenkomst gegaan. De positieve energie die ik er voelde, werkt aanstekelijk.”

Het is de laatste tijd stil rond Polin.
Assita: “Mijn agenda is op dit moment drukbezet door mijn werk in het Europees Parlement, maar ik ben met een aantal mensen aan het brainstormen over hoe we Polin nieuw leven kunnen inblazen. Zodat het opnieuw als platform ingezet kan worden waar vrouwen samen dingen in beweging zetten. Want daar is het mij echt om te doen: tastbare resultaten op het vlak van vrouwenrechten neerzet
Vullen jullie elkaar goed aan als doener en denker?

Tinneke: “Assita is zeer actiegericht. Ze heeft ook een zeer druk sociaal leven. Dat past bij haar rol als politica. Zelf ben ik meer introvert. Ik hou ervan om zaken meer vanop afstand en vanuit een beschouwend perspectief te bekijken. Dat wil echter niet zeggen dat ik filosofie als puur abstracte theorie zie. Voor mij moet filosofie over iets wezenlijks gaan. Het moet je aanzetten tot denken. Je helpen om je denken te verruimen, zodat je meerdere denkpistes krijgt waaruit je kunt kiezen. Daarom is het contact met Assita ook zo interessant. Haar wereld verruimt ook mijn denken.”

Assita: “Weet je wat ons ook verbindt? Dat we allebei van lekker eten en literatuur houden.”

Over welke onderwerpen praten jullie graag met elkaar?
Assita: “Dat kunnen de meest uiteenlopende onderwerpen zijn. Mooie mannen is er een van. (lacht) Een ernstiger thema dat regelmatig in onze gesprekken opduikt, is: durf te denken. Het valt ons op hoe moeilijk het voor heel wat mensen is om hun denkpatronen in vraag te stellen.”

Tinneke: “Er is vandaag een sterke ideologische verdeeldheid in het debat. Je wordt snel in een kamp geplaatst. We vinden het allebei jammer dat het zo moeilijk is om het hokjesdenken te overstijgen. Nochtans, tijden veranderen. De wereld ziet er vandaag helemaal anders uit dan dertig jaar geleden. Het is dan toch ook logisch dat je concepten en recepten die dertig jaar geleden werkten, durft uit te dagen.”

Assita: “Op dat vlak vinden we elkaar helemaal. Het gebeurt regelmatig dat ik iets lees waarvan mijn wenkbrauwen fronsen. Dan stuur ik die tekst met een smiley naar Tinneke en weet ik dat ze het begrepen heeft.”

Tinneke: “Kwetsbaarheid en authenticiteit liggen ons allebei na aan het hart. In onze gesprekken hebben we het er soms over. Over hoe je in die jungle van opinies oprecht jezelf kunt blijven zonder opzijgeschoven of verkeerd begrepen te worden.”

Assita: “Ik heb daarin geleerd dat ik de andere niet kan veranderen. Wel kan ik nadenken hoe ik mijn boodschap beter kan overbrengen zonder dat ik hoef in te binden.”

Tinneke: “Assita wordt soms nogal hard aangepakt op sociale media. Ik begrijp dat niet, want niemand wordt mooi door haar lelijk te maken. Hoewel ze weet hoe met die aanvallen om te gaan, helpt het om er af en toe over te praten en zo zaken in perspectief te plaatsen.”

Waarin verschillen jullie van elkaar?
Tinneke: “We hebben een heel ander temperament. Ook over sociaal-economische zaken kunnen we van mening verschillen. Ik vind dat totaal geen probleem. Ik heb helemaal geen behoefte om met mensen af te spreken die net hetzelfde als ik denken. In de politiek gaan zou ook niets voor mij zijn. Daarvoor koester ik te veel mijn onafhankelijkheid als filosoof. Die onafhankelijkheid is volgens mij niet compatibel met partijpolitiek.”

Assita: “Ik ben weliswaar geen filosoof en toch filosofeer ik graag. En ook al ben ik dan politica, toch blijf ik voor mezelf denken en mijn mening zeggen.”

Maar als filosoof zal je vrijheid van denken toch minder snel ingeperkt worden dan als politica.
Assita: “Toch vind ik dat je ook als politica moet kunnen blijven zeggen wat je denkt. Ik besef dat dit een grote uitdaging is. Maar ik ben wie ik ben en wil graag zo blijven. Wel vind ik het belangrijk dat je de bal en niet de man of de vrouw speelt. Dat is trouwens niet mijn manier van aan politiek doen.”

Tinneke: “Je kunt inderdaad als politica voor jezelf blijven denken. Maar voor mij is dat toch iets anders dan als filosoof vrij denken. Ik heb geen kiezers die bepaalde zaken van me verwachten. Wat ik wel weet, is dat Assita en ik allebei een grondige hekel hebben om bepaalde denkpatronen opgelegd te worden. Daarvoor staan we veel te veel op onze vrijheid.”

Rechtuit zeggen wat je denkt. Het schrikt geen van jullie beide af. Voelt dat soms niet eenzaam?
Tinneke: “Soms gebeurt het inderdaad dat wat je zegt niet leuk gevonden wordt. Maar als je vrij wilt zijn, moet je eenzaam durven zijn. En als je kijkt welke weg Assita heeft afgelegd, dan kan ik me moeilijk voorstellen dat zij het erg vindt om in een debat met haar mening alleen te staan. Ze komt van Burkina Faso en zit in het Europees Parlement. Dat toont dat ze door iets gedreven wordt dat veel fundamenteler is dan de kritiek die ze krijgt.” Continue Reading ›

“Ook je tegenstander kan verlichting brengen”, column DS, 10 okt. 2019

“Maandagavond werd het boek ‘De nagelaten geschriften’ van de in januari gestorven Etienne Vermeersch voorgesteld aan de UGent. Die avond interviewde ik de twee samenstellers: Johan Braeckman en Dirk Verhofstadt. Lezend in de bundel kwam ik Etienne Vermeersch opnieuw tegen: hij was voor mij een intellectueel uit de Renaissance, die in Vlaanderen een beetje Verlichting probeerde te brengen.

Vermeersch leek een hedendaagse Pico della Mirandola: beslagen in wetenschappen, filosofie, kunst, muziek, in Grieks en Latijn. Hij kende de ‘Divina Comedia’ deels uit het hoofd, genoot intens van Bach. Hij schreef stimulerende opiniebijdragen over een hedendaags probleem, met spijkerharde argumentaties, zoals Pico, en lange, onderbouwde redenaties ver voorbij de waan van de dag. Altijd stond de mens centraal. Wetenschap en kennis dienden om het menselijke lot te verbeteren. Denken deed Vermeersch geheel ongebonden: geen enkele politieke partij, groep of beweging kon hem claimen. Uiteindelijk legde hij alleen rekenschap af aan zichzelf, en zijn eigen visie op waarheid.

Vermeersch gaf mee vorm aan de omslag die Vlaanderen maakte: van een paternalistische samenleving naar een wereld waarin zelfbeschikking meer ruimte krijgt. Vermeersch incarneerde die twee momenten. Hij was de eeuwige professor, die anderen belerend toesprak, tot ergernis van zijn critici. Tegelijkertijd stimuleerde hij de onafhankelijke reflectie van elke mens die hij ontmoette. Hij pendelde moeiteloos tussen de culturele, intellectuele elite waarvan hij deel uitmaakte (dankzij zijn Jezuïeten-opleiding, dankzij de universiteit) en het volk, waartoe hij in zijn hart behoorde. Continue Reading ›

Interview “Klasse”, september 2019

“Een tien op tien is saai. Een gemiste kans om iets bij te leren.”

Interview voor “Klasse Magazine“, door Piet Creten, Foto’s van Tina Herbots

Vlaamse leraren kiezen voor hun beroep om maatschappelijke meerwaarde te creëren, maar slechts 30% voelt zich daarin gewaardeerd door de samenleving. Hoe kijkt filosoof Tinneke Beeckman naar enkele opvallende resultaten uit TALIS 2018, een internationaal onderzoek naar hoe leraren basisonderwijs en eerste graad secundair hun werk ervaren? En wat kunnen we leren van Hegel, Heidegger en Camus?

Zijn leraren wat naïeve wereldverbeteraars?

Tinneke Beeckman: “Lesgeven moét een missie zijn. Verschillende leraren vertellen me geïnspireerd te zijn door de film Dead Poets Society. Ze beseffen dat jongeren kwetsbaar zijn, maar ook geweldige kwaliteiten hebben. Dat je als leraar een mensenleven kan veranderen. Nieuwsanker Martine Tanghe zei ooit dat ze haar liefde voor taal te danken heeft aan een leraar. De geweldige emancipatie van Vlaanderen heeft veel met onderwijs te maken. Het opende werelden die voor mensen thuis gesloten bleven. Onderwijs kan dus zeker de wereld verbeteren. Het zou erg zijn als leraren daar niet meer in geloven.”

De leraar uit de film wordt uiteindelijk wel ontslagen. Waarom vallen te veel gemotiveerde leraren uit?

Tinneke Beeckman: “In deze tijd moet je je voortdurend verantwoorden. Leraren krijgen het gevoel dat ze gewantrouwd worden. Te veel administratie doorkruist hun engagement voor jongeren. Dat is dodelijk voor hun motivatie. Je moet ze autonomie geven,ze moeten zelf kunnen invullen hoe ze bepaald eopdrachten uitvoeren. Zodat ze voelen dat je vertrouwt op hun kunde. Natuurlijk is controle nodig. Er zijn leraren die er de kantjes aflopen of die bijsturing nodig hebben. Feedback stimuleert ook. Maar het probleem is dat collega’s elkaar alleen aanspreken wanneer iets misloopt.”

Foto: Tina Herbots

Het beeld uit de film zal veel leraren romantisch aandoen. Leerlingen huppelen niet altijd enthousiast achter de bevlogen leraar aan.

Tinneke Beeckman: “Het moeilijke is dat de dankbaarheid pas achteraf komt. In de klas zijn leerlingen soms lastig, zien ze het doel van je inspanningen niet of rebelleren ze als je ze straft. Maar achteraf zijn ze vaak wel blij met wat ze geleerd hebben of dat ze op tijd zijn bijgestuurd. Misschien kunnen we leraren wat meer uitgestelde feedback geven over de belangrijke impact die ze hebben door oud-leerlingen daarover te bevragen.”

“Erkenning mag ook niet alleen van leerlingen komen. Je zit nu eenmaal met een autoriteitsrelatie. Hegel zegt daarover dat een meester zich nooit helemaal erkend kan voelen als hij alleen maar slaven heeft. Een slaaf kan je per definitie geen appreciatie geven. Nu wil ik leerlingen niet met slaven vergelijken, maar feedback van collega’s is noodzakelijk om te weten of je echt naar waarde geschat wordt.”

Moeten leraren elkaar meer complimenten geven?

Tinneke Beeckman: “Er kan meer steun voor mekaar zijn, meer kwetsbaarheid en positieve feedback tussen leraren. Ze moeten van elkaar horen dat ze het goed doen en waar progressie mogelijk is. Kwetsbaarheid betekent aan elkaar zeggen waar je geen raad mee weet, wat je al geprobeerd hebt en elkaar ondersteunen. Een grote verbondenheid is daarin heel belangrijk. Ook als ouders vertrouwen in leraren uitspreken, heeft dat effect.”

Slechts 30% van de leraren voelt zich gewaardeerd door de samenleving. Waar komt dat vandaan?

Tinneke Beeckman: “Ouders zien in hun kinderen meer dan ooit het verlengde van zichzelf. Vroeger kregen mensen meer kinderen. Die verschilden soms sterk van elkaar. De ene ging studeren, de andere was goed in een ambacht. Dat er ook een zwart schaap van de familie was, hoorde erbij. Maar nu hebben ouders 1 of 2 kinderen. Die moeten het waarmaken volgens de heersende prestigenorm, zoals veel diploma’s. Je moet ook vooral de indruk geven slim te zijn, terwijl mensen zovele kwaliteiten kunnen hebben.”

“De prestaties van het kind stralen af op de ouders. Voor kinderen is dat een loodzware last. Want ze kunnen niet allemaal de verwachtingen inlossen. Ouders aanvaarden moeilijker tekorten of beperkingen. Daar komt veel kritiek op leraren vandaan. Want als het misloopt, haalt de leraar niet uit het kind wat erin zit.”

“Je ziet dat ook op andere vlakken. Groepsgeest wordt minder geapprecieerd. Waarom speel je voetbal? Volgens Albert Camus leerde hij er de moraal. Hij ontdekte wat kameraadschap of fair play is. Dat je je best kan doen en toch kan verliezen. Maar nu schuilt in elk zoontje misschien wel de nieuwe Messi. Aan de trainer om dat talent te ontdekken en helemaal te ontwikkelen. Er zijn clubs waar ouders niet meer langs de kant van het veld mogen staan bij trainingen. Ze hebben voortdurend commentaar. Hun kind krijgt niet genoeg aandacht.”

“Onderwijs, je hobby of sport geeft kinderen en hun ouders vandaag identiteit en status. Daar toon je wie je bent, dat je beter bent dan anderen. Je moet overal excelleren, de primus inter pares zijn.”

Sommige experten zeggen dat we net meer moeten mikken op excellerende leerlingen. Is dat geen goede zaak?

Tinneke Beeckman: “De vraag is op welke manier. Dat kan ook door te zeggen dat een kind niet te veel naar zijn ouders moet luisteren. Als leerlingen verpletterd worden door verwachtingen en schoolresultaten een persoonlijkheidskenmerk worden, is dat niet goed. Leren is ook weten dat je soms opnieuw moet proberen. Dat een fout een gelegenheid is om te leren. In dat opzicht is een tien op tien gewoon saai. Het is een gemiste kans om iets bij te leren.”

“Leerlingen moeten leren inschatten waar hun mogelijkheden liggen met hoe de kaarten voor hen geschud zijn qua aanleg, temperament, opvoeding of vorige keuzes. Daar moet je het beste van maken. Zo bereik je meer dan wanneer je rondloopt met onrealistische verwachtingen van anderen. En het maakt je gelukkiger. Een goede school geeft dat soort feedback aan leerlingen en ouders. Die invulling van excelleren is prima.”

Die feedback zal niet altijd even goed aankomen. Begrijp je ouders die meteen op school staan om te klagen?

Tinneke Beeckman: “Achter boosheid schuilt vaak angst. Veel ouders vertrouwen er niet op dat het met hun kinderen in deze snel veranderende samenleving per definitie goed zal gaan. Een wereld vol technologie die veel beroepen overbodig zal maken, jaagt ze op. Die angst is begrijpelijk.”

“De leraar is een toegankelijk aanspreekpunt. Als je je zorgen maakt over diversiteit of het gebruik van sociale media. Tegen wie ga je klagen? Of als je bang bent dat het niveau van het onderwijs daalt. Dan is een oudercontact een goed moment om je hart te luchten.”

Hoe kunnen we het beroep weer meer prestige geven?

Tinneke Beeckman: “Het probleem is dat in een neoliberale maatschappij degenen die de winst maximaliseren het meeste prestige krijgen. Bedrijfsleiders, goed verdienende financieel experts, consulenten. Voorbeelden als Steve Jobs illustreren een hyperindividualistische kijk op de wereld. Je hebt alles aan jezelf te danken. School is niet nodig als je slim bent. Je ontdekt alles zelf wel. Dat is een vorm van narcisme. Mensen zien zichzelf niet meer als een schakel tussen generaties of andere mensen. Ze zijn niet dankbaar voor wat anderen voor hen gedaan hebben. Die mentaliteit heerst helaas op dit moment.”

“Terwijl goede leraren op termijn bij uitstek zorgen voor winstmaximalisatie. Die is niet onmiddellijk meetbaar, maar iedere keer dat je mensen motiveert, zelfvertrouwen geeft, talenten ontwikkelt, ben je een van de drijvende krachten in een samenleving. Dat moeten we veel meer benadrukken als we over onderwijs spreken.” Continue Reading ›

“Achter de angst schuilt veel ambitie”, Interview Voka Magazine, Q3, 2019

Journaliste Katrien Stragier legde me enkele paradoxen voor om de hedendaagse politieke situatie te analyseren. Dit interview verscheen in september 2019, in ‘Voka Tribune’.

“De bange, boze kiezer is eigenlijk net ambitieus  (en andere paradoxen van nu)”

 

Gaan we angstige jaren tegemoet? Ja, menen sommigen op basis van de verkiezingsuitslag. Maar politiek filosofe Tinneke Beeckman ziet dat anders. “Er wordt gezegd dat de kiezer bang en boos is. Maar ik vind het net goed dat mensen zeggen: ‘Politici, jullie doen het niet goed genoeg’. Achter die angst gaat wel ambitie schuil.” We leggen haar deze en enkele andere paradoxen van nu voor.

 

Paradox 1:

We zijn nog nooit zo welvarend geweest, maar toch zijn we bang en boos

 Alle statistieken wijzen erop dat we het eigenlijk nog nooit zo goed hebben gehad, maar toch laten we protest horen in het stemhokje.

“Het vooral gaat over: gaan mijn kinderen het nog zo goed hebben als ik? En dat is een terechte bekommernis. Het onderwijs is daar een goede indicator voor. Wij zijn in Vlaanderen altijd heel fier geweest op ons onderwijs, dat er mee voor heeft gezorgd dat we zo’n kwantumsprong konden maken. Als er dan berichten komen dat de kwaliteit daarvan daalt, dan genereert dat angst.”

We gaan angstige jaren tegemoet?

“Achter die angst zit ook een bekommernis. Het is goed dat we cijfers die aantonen dat de leesvaardigheid daalt niet trivialiseren. Ik vind goed dat mensen zeggen: ‘Dat is niet goed genoeg’. Er zit dus ook wel een ambitie achter die angst en dat is gezond. Ook al liggen de politieke kaarten op dit moment heel moeilijk, is dat wel een energie waar je iets mee kan doen. Maar die gevoelens worden vaak snel weggezet vanuit de politiek. Wij zijn de redelijke politici, en de anderen zijn irrationeel. Tja, als je zo betuttelend wordt toegesproken, stop je met luisteren.”

Paradox 2:

We hebben het minste aandacht voor het niveau waar het meeste beleid beslist wordt

 Het Europese niveau bepaalt 60 tot 70 procent van het beleid. Toch is daar minder aandacht voor dan het Vlaamse of het federale niveau.

“Ja, dat is echt een van de kernproblemen van deze tijd. Het heeft er mee te maken dat politiek heel fysiek is. Michael Ignatieff, politiek filosoof en voormalig kandidaat-premier in Canada, schrijft dat in ‘Fire and ashes’. Je voelt je meer betrokken bij politici die je kan ontmoeten. Europese politici zouden dus meer kunnen rondreizen of een campagne voeren zoals in de VS. Ten tweede is politiek iets heel competitiefs. De kiezer moet op jou stemmen en niet op die ander. Dat maakt deel uit van het spel, maar heb je minder Europees, waardoor de aandacht naar het nationale niveau wordt getrokken.” Continue Reading ›

“Alsjeblieft, niet Joke Schauvliege. Er moeten toch andere kandidaten zijn?”, DM 22 aug. 2019

Deze column verscheen in De Morgen op 22 augustus 2019.

Joke Schauvliege zou opnieuw in aanmerking komen om minister te worden in de Vlaamse regering. Normaalgezien meng ik me nooit in dit soort partijpolitieke spelletjes. Maar er zijn grenzen. Alsjeblieft, liever niet. Geef iemand anders een kans. Het kan toch niet dat er geen kandidaten zijn?

In februari 2019 nam minister Schauvliege noodgedwongen afscheid uit de vorige regering. Ze huilde op de persconferentie. Ze was dan ook hard aangepakt: activisten hadden haar telefoonnummer vrijgegeven, en bombardeerden haar met berichten. Zo saboteerden ze haar communicatie, onder meer met haar familie. Schauvliege had een punt: zo’n manier om actie te voeren was ongepast. Maar tijdens haar afscheid repte ze amper over de reden van haar ontslag: tijdens een lezing voor het Algemeen Boerensyndicaat had ze een totaal uit de lucht gegrepen complottheorie over de betogingen van klimaatjongeren verkondigd. Die protesten hadden niets met oprechte bezorgdheid te maken, maar zouden een wraakactie zijn van natuurorganisaties. Schauvliege had ook nog valselijk beweerd hierover informatie van de staatsveiligheid te hebben verkregen. Daarmee gaf ze een waanzinnige interpretatie van de realiteit, die ze met een verzonnen autoriteitsargument wilde staven. Dat zijn twee misstappen in één klap. Gewoonlijk zwijgen veiligheidsdiensten in alle talen, maar nu konden ze niet snel genoeg bekend maken dat zij nooit zoiets hadden ingefluisterd. Schauvliege mag lokaal stemmen halen, haar geloofwaardigheid voor een ministerpost heeft ze niet terug.

Als minister van natuur was Schauvliege nooit overtuigend. Ze liet zich ontvallen dat een ‘boom altijd de functie heeft om gekapt te worden’. Die uitspraak resumeert haar beleid pijnlijk goed. Maar die keuzes zijn gedateerd. De klimaatkwestie is vandaag de dag zo urgent, dat Vlaanderen politici met inzicht en visie nodig heeft. En met een andere houding tegenover de fundamentele verandering die gaande is.

De CD&V verkeert in diepe crisis. De partij behaalde haar slechtste resultaat ooit. Blijkbaar, volgens een gelekt intern rapport van twaalf kritische apostelen, overheerst er een diep wantrouwen. In dat verslag worden slechts twee politici enigszins gespaard: Hilde Crevits en Wouter Beke. Schauvliege wordt weinig begeesterd genoemd. Het rapport ondersteunt wat de Oost-Vlaamse CD&V jongeren al zeiden: vernieuwing is nodig. Het past niet meer om nog uit de ‘vijver van Leterme’ te vissen. Schauvliege komt uit die groep. Ze begon in 2009 als minister van cultuur en natuur in de regering Peeters II (welke grapjas bedenkt trouwens zo’n combinatie van bevoegdheden?). Dat was geen succes. Daarop volgde ‘natuur en landbouw’. Dat liep slecht af. Laten we het hierop houden. Tien jaar is genoeg.”

“Het lijkt alsof alles wat slecht en lelijk is in België alleen door Vlamingen werd voortgebracht”, column 19 aug 2019

Van 19 tot 24 augustus ben ik gastcolumniste voor De Morgen.

“In zijn startnota voor de vorming van een Vlaamse regering vermeldt Bart De Wever de idee van een Vlaamse canon. Nederland heeft er al jaren geleden één opgesteld voor het geschiedenisonderwijs. Het regende meteen negatieve reacties. Ironisch genoeg illustreerden die vooral dat zo’n canon best nuttig kan zijn.

Zo noteerde Bernard Dewulf geërgerd dat we geen schoonheid uit het verleden moeten bezingen, maar huilen over de tien procent armoede in Vlaanderen vandaag de dag. Dewulf speelt met de door De Wever geciteerde liedregel “’t Zijn weiden als wiegende zeeën”. De argeloze lezer zou in het zinnetje een argument voor een betonstop kunnen lezen, die helaas niet in de nota staat, maar dat is bijzaak. Zolang de armoede niet helemaal is weggewerkt, wil Dewulf niet meezingen. Hij heeft gelijk dat elke procent armoede er een te veel is. Maar hij vergeet dat de geschiedenis de gestage inkrimping van de armoede vertelt. De Vlaamse ellende in de 19e eeuw is vandaag de dag nauwelijks voorstelbaar. Met armoede werd in grote mate komaf gemaakt door politieke en sociale bewegingen; door priester Daens of door de Vlaamse Socialistische Partij rond de Gentse coöperatieve de Vooruit (ook in samenwerking met de Belgische Werkliedenpartij). Deze verhalen tonen wat mogelijk is wanneer mensen zich verenigen en solidariteit vooropstellen. Geschiedenis gaat ook over de kwetsbaarheid, de inspanning, de moed van vorige generaties. Jonge mensen zouden er de kracht kunnen uitputten om die laatste resten armoede weg te werken.

Een ander voorbeeld: commentator Mohammed Ouaamari vraagt zich terecht af of minder fraaie momenten uit de geschiedenis aan bod mogen komen. Natuurlijk gaat geschiedenis ook over schaduwkanten. Maar Ouaamari wil weten ‘of jongeren en nieuwkomers even goed de naam van Léon Degrelle uit het hoofd moeten leren’. Continue Reading ›