In ‘De Afspraak op Vrijdag’, 31 januari 2020

Vrijdag 31 januari was ik te gast bij ‘De Afspraak op Vrijdag‘ met Ivan De Vadder.

Over de regeringsformatie, het euthanasieproces rond Tine Nys en de toekomst van Europa (ook na de Brexit op 1 februari 2020).

Aan het begin van de uitzending, verliet koninklijke opdrachthouder Koen Geens juist het koninklijk paleis.

Andere gasten waren Karel Verhoeven (hoofdredacteur De Standaard) en Gerolf Annemans (Vlaams Belang, europarlementslid).

Over de toekomst van Europa, en de conferentie die daarbij hoort, schreef ik een column voor De Standaard, de dag voordien ,’een Europese uitlaatklep voor ontevreden burgers‘.

 

 

“De schaduwkant van de regenboogcoalitie”, DS, 19 dec. 2019

“De knoop rond de federale regeringsvorming valt amper te ontwarren. Een meerderheid aan Vlaamse kant is er alleen als de N-VA meedoet, maar die partij wil niet echt, en niemand wil de N-VA. De tweede optie is paars-groen, maar die regering heeft een heel krappe meerderheid in het federale parlement, en een opvallende minderheid aan Vlaamse kant. De derde optie is paars-groen-oranje, met een minderheid aan Vlaamse kant, maar een ruime meerderheid federaal.

Toch is ook die optie problematisch op langere termijn: wie het beleid van zo’n regering afkeurt, kan in Vlaanderen niet meer stemmen voor een pro-Belgische centrumpartij. Daarbij komt dat de volgende regering een enorm begrotingstekort moet oplossen, en dus wellicht nieuwe belastingen heft en bespaart. Tegenstand kan zo’n regering dus zeker verwachten. Wat dan?

Een democratie is een politiek systeem waarbij politieke instellingen zo georganiseerd zijn, dat een politieke omslag mogelijk is: wanneer burgers misnoegd zijn over het beleid, kunnen ze bij de volgende verkiezing voor een andere partij stemmen, zonder dat deze keuze de fundamentele structuur van een land op stelten zet. Met deze mogelijkheid tot vreedzame, stabiele oppositie verschilt een democratie bijvoorbeeld van een dictatuur. Oppositie daar betekent ofwel dat kritische burgers in de gevangenis verdwijnen, ofwel dat verenigd verzet tegen de macht de dictator zelf doet wankelen.

Die democratische machtswissel vind je ook terug in de ideologische tegenstellingen, in alle variaties tussen linkse en rechtse posities binnen het politieke spectrum. In hun programma’s, en ook in regeerakkoorden, formuleren partijen hun plannen voor een begroting. Daarmee geven ze aan welk beleid ze willen voeren: ze maken aan de ene kant duidelijk welke burgers (of groepen) ze op welke manier willen belasten, en aan de andere kant aan welke burgers of groepen ze de geïnde bedragen willen overmaken. Het fundamentele meningsverschil over de begroting kan je als de verschillende visies op gelijkheid en vrijheid formuleren: elke partij beantwoordt de vraag hoe je de gelijkheid en de vrijheid van de burgers het beste gestalte geeft. Wie regeert, mag zijn visie uitproberen. Die poging wordt beoordeeld door de kiezer bij de volgende verkiezing, en beloond of bestraft. Continue Reading ›

‘In het spoor van Ivan’, column DS, 5 dec. 2019

“Hebben we nieuwe euthanasiewetten voor dementerenden ­nodig? De vraag ligt op tafel, onder meer door het partijpolitieke getouwtrek rond een nieuwe federale regering.

Maar het probleem rond de omgang met de dood is fundamenteler dan deze ene kwestie. Hoe rond je het leven af, wanneer je steeds meer mogelijkheden hebt om het te verlengen? Hoe verhoud je je tot de dood, in een cultuur die leven gelijkstelt aan het ideaal om zo lang mogelijk door te gaan?

‘Elke mens heeft een onvervreemdbaar recht op leven, vrijheid en het nastreven van geluk.’ Dat schreef Thomas Jefferson in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring in 1776. Een soortgelijke gedachte inspireert de Franse ‘Verklaring voor de rechten van de mens en de burger’ in 1789. Vanaf de verlichting staan de menselijke waardigheid, gelijkheid en vrijheid centraal in het maatschappelijke streven. Het wetenschappelijke onderzoek dient de collectieve wil om het lot van de mens te verbeteren. Die omwenteling heeft tot spectaculaire resultaten geleid: minder kindersterfte, hogere levenskwaliteit, langere levensduur.

Ondertussen hebben technische ontwikkelingen een ander tijdperk ingeluid: Silicon Valley-miljardairs, zoals Bill Maris van Google, dromen van onsterfelijkheid. Vroeger werden wetenschap en technologie ingezet om een menswaardig leven te garanderen en om armoede en onwetendheid te bestrijden. Nu worden ze ingezet om de strijd tegen de dood zelf te winnen. Elk letsel of ziekte wordt een technisch mankement.

Daarmee wordt de dood naar de achtergrond verwezen. Elke ochtend ontwaakt de westerse mens met de onuitgesproken verwachting dat hij de dag ­levend doorkomt. Vorige generaties hadden dit niet, en miljoenen mensen over de hele wereld hebben het evenmin. Voor hen is het leven broos, de dood altijd nabij. De frêle constitutie van een pasgeborene, het risicovolle moment van de bevalling, een infectie die niet gauw wordt verzorgd, conflicten en geweld: voor veel niet-westerse mensen is het leven elke dag een half wonder.

In het Westen is de afwezigheid van de dood niet alleen een realiteit, ze is een wens. In heel wat interviews antwoorden bekende Vlamingen dat ze een ‘snelle’ dood willen, op late leeftijd. Snel, zodat ze niet beseffen stervende te zijn. Maar je kunt niet oud worden zonder de dood te zien naderen. Het overlijden van je naasten herinnert je aan je eigen sterfelijkheid.

Juist daartegen bestaat een handig verweer: je kunt de dood altijd als een probleem van de ander beschouwen. Heel wat mensen lijken zo op Ivan Iljitsj, uit Tolstojs roman De dood van Ivan ­Iljitsj. De stervende Ivan voert een gesprek met zichzelf, over wat hij in ‘de logica van Kiesewetter had geleerd: Caius is een mens, mensen zijn sterfelijk, dus Caius is sterfelijk. Dit had hem zijn hele leven alleen juist geleken met betrekking tot Caius, maar absoluut niet tot hemzelf. Het ging daar om de mens ­Caius, om de mens in het algemeen, en dan was het volstrekt juist; maar hij was Caius niet en hij was niet zomaar een mens, hij was altijd volkomen, maar dan ook volkomen anders geweest dan alle andere schepsels.’ Ivan Iljitsj denkt dus dat ‘men’ wel sterft, maar hij hoeft het niet te doen. Tot hij zelf ziek wordt. Hij leert dat elke mens zijn eigen leven moet leiden en zijn eigen dood moet sterven.

Leven en dood hangen met elkaar samen: het ene kan niet zonder het andere. Want leef je wel met meer liefde voor het leven als je erin slaagt om de dood te verbannen? Of spelen verdoving, medicatie, antidepressiva (zelfs lang voor het ­levenseinde) een steeds grotere rol? Enkele maanden voor zijn dood noteert ­Tolstoj in zijn dagboek hoe gunstig hij het ervaart om te weten dat de dood op elk moment kan toeslaan. Je leeft intenser als je de natuurlijke band tussen ­leven en dood niet verbreekt. In heel wat discussies over gezondheid, levenseinde en zelfbeschikking verdwijnt de meer fundamentele verhouding tot de dood en het leven op de achtergrond. Ten ­onrechte.”

Deze column verscheen in De Standaard op 5 december 2019.

“Het beeld van een ‘schuldig Vlaanderen’ blijft wegen op de politieke realiteit, column DS, 24 okt. 2019

Vlaanderen heeft een eenzijdige kijk op haar oorlogsverleden: historici hebben de collaboratie veel grondiger onderzocht dan het verzet. Nu zendt Canvas de reeks ‘de kinderen van het verzet’ uit, na de reeks ‘de kinderen van de collaboratie’. Daarmee verricht de zender pionierswerk, want verzetsdaden komen in Vlaanderen zelden aan bod. Er volgt nog een reeks over de kinderen van de holocaust.

Het verzet heeft de strijd om de herinnering verloren, heet het. Nochtans hebben burgers over heel Vlaanderen in alle lagen van de bevolking vormen van verzet georganiseerd. Maar de namen van verzetshelden zijn onbekend. Erger nog, over verzetslieden bestaan vooral karikaturale voorstellingen, alsof ze opportunisten of bruten waren. Geen roman of film verbeeldt heldenmoed in de strijd tegen de Duitse bezetter. Dit is uitzonderlijk in vergelijking met de buurlanden. Hoe is dit mogelijk? Historici wijzen op vele factoren, die met het einde van de oorlog te maken hebben: het verzet is politiek erg verdeeld; de grote politieke families willen vooral de vooroorlogse orde meteen herstellen en de Belgische staat bouwt geen actief herinneringsbeleid uit. Daarbij proberen collaborateurs na de oorlog eerherstel te krijgen. Ze ontberen schuldbesef over hun foute keuzes, en blijven de aandacht op zichzelf richten. Bij volgende generaties heeft dat een bijzonder effect gehad: ze beschouwen Vlaanderen niet als een plek met een complex oorlogsverleden, maar met een schuldig verleden, dat ze helemaal afwijzen, of helemaal omarmen. Zonder een genuanceerde herinnering. Continue Reading ›

“De band tussen vriendinnen Assita Kanko en Tinneke Beeckman”, Het Nieuwsblad, 19 oktober 2019

Bij het Europees Parlement. foto: Ivan Put.

Dit artikel verscheen in ‘Het Nieuwsblad’ op zaterdag 19 oktober 2019. Door Nathalie Dirix, foto’s: Ivan Put.

De band tussen vriendinnen Assita Kanko en Tinneke Beeckman”

“Na onze gesprekken voel ik me altijd een beetje slimmer”

“Het was intellectuele liefde op het eerste gezicht.” Zo omschrijft N-VA-politica Assita Kanko (39) de vonk tussen haar en filosofe Tinneke Beeckman (43) tijdens hun allereerste gesprek. Een vonk die meteen het begin was van een mooie vriendschap tussen twee vrouwen.

Het is vrijdagavond. In een café niet ver van het Europees Parlement klinken Assita Kanko en Tinneke Beeckman op het weekend. En op de vele jaren dat ze elkaar nog mogen inspireren.

Hoe hebben jullie elkaar leren kennen?
Tinneke: “Het was zeven jaar geleden tijdens een lezing in Gent. Assita kwam er praten over vrouwenrechten. Wat me opviel, was dat ze een fotografe, Liliane Nabora, meegebracht had en die aan de aanwezigen voorstelde. Dat maakte meteen duidelijk dat Assita generositeit naar vrouwen toe niet alleen predikt, maar ook in de praktijk toepast door vrouwen daadwerkelijk te steunen. Het gaf een gevoel van vertrouwen.”

Assita: “Toen ik diezelfde avond Tinnekes uiteenzetting over de filosoof Spinoza hoorde, viel me op hoe zij gedachten op een heel rustige manier kan overbrengen. Ik zag een intelligente vrouw die heel veel weet en haar kennis niet gebruikt om te imponeren, maar om je aan het denken te zetten. Ik voel me dan ook altijd een beetje slimmer na een gesprek met haar. Eigenlijk was ik meteen verkocht door haar intelligentie en haar bescheidenheid. Noem het maar: intellectuele liefde op het eerste gezicht.” (lacht)

Wat hebben jullie al van elkaar geleerd?
Assita: “Verleden jaar zijn we met een aantal vriendinnen voor een paar dagen naar het zuiden van Frankrijk getrokken. Tinneke toonde er zonder enige gêne haar moederlijke kant aan ons. Hoe vaak heeft ze geen foto’s van haar babydochtertje, Alma, getoond? Ze miste haar en liet dat duidelijk blijken. Mooi vond ik dat. Het zette me aan het denken. Je hoeft inderdaad je kwetsbaarheid als moeder niet te verbergen. Ik denk dat ik dat vroeger als kersverse moeder te veel gedaan heb.”

Tinneke: “Het klopt dat ik zonder enige schaamte de moeder in mij naar boven laat komen. Maar als het over van elkaar leren gaat, dan sta ik graag even stil bij het boek dat Assita schreef. Daarin leerde ik niet alleen een vrouw kennen die het slachtoffer van genitale verminking geworden was. Ook een vrouw die ervoor gekozen heeft om zichzelf te emanciperen. Ik heb haar via mail laten weten hoe belangrijk haar verhaal was om andere mensen die verdrukt en niet gehoord worden een stem te geven.”

Wat waarderen jullie in elkaar?
Assita: “Ik zou eindeloos naar Tinneke kunnen luisteren. Ze kan me tot rust brengen. Maar vergis je niet: achter haar rede gaat heel wat passie schuil. Die combinatie van passie en intelligentie vind ik heel bijzonder. Voor Tinneke is denken een proces dat nooit stopt. Zelf vind ik een open mindset ook heel belangrijk. Want als het denken stopt, stopt ook de dialoog. Daarom vind ik het boek The righteous mind – Why good people are divided by politics and religion van Jonathan Haidt zo boeiend. Hij maakt duidelijk waarom we ons in de loopgraven van ons eigen gelijk graven, als we stoppen met nadenken.”

Tinneke: “Jij hebt dat boek dus ook gelezen. Is inderdaad een bijzonder interessant boek dat aantoont hoe belangrijk het is om empathie te hebben, ook voor de mensen met wie je het niet eens bent. Maar al te vaak zijn we gefocust op ons eigen grote gelijk, waardoor we vergeten echt te luisteren naar wat de andere zegt. Belangrijk is niet dat je het eens bent met de andere, wel dat je van elkaar leert. Dat andere mensen anders in het leven staan dan jijzelf, is echt oké.”

Assita: “Tinneke schrikt er niet voor terug om voor haar mening uit te komen. Ze zegt wat ze denkt. Toch houdt ze er geen rigide denkbeelden op na. Ze staat met een grote openheid in de wereld. Dat waardeer ik. Ook hou ik ervan dat ze haar vrouwelijkheid toont. Is het je al opgevallen dat ze altijd lipstick draagt?” (lacht)

Tinneke: “Zonder lipstick voel ik me naakt en kom ik niet buiten. (lacht) Waarom zouden zorg voor het lichamelijke en het geestelijke niet samengaan? Assita bewijst trouwens ook dat die combinatie perfect kan. Haar gedrevenheid en sensualiteit, ik vind het een knap duo. En haar enorme geloof in de vrouwelijke kracht en haar talent om die kracht aan te wakkeren. Assita richtte Polin op om vrouwen in de politiek te empoweren. Knap is dat ze erin slaagt om vrouwen, over de partijgrenzen heen, samen te brengen en ze te doen geloven in zichzelf. Haar inzet bestaat erin het beste in zo veel mogelijk vrouwen naar boven te brengen. Zelf ben ik een paar keer naar zo’n Polin-bijeenkomst gegaan. De positieve energie die ik er voelde, werkt aanstekelijk.”

Het is de laatste tijd stil rond Polin.
Assita: “Mijn agenda is op dit moment drukbezet door mijn werk in het Europees Parlement, maar ik ben met een aantal mensen aan het brainstormen over hoe we Polin nieuw leven kunnen inblazen. Zodat het opnieuw als platform ingezet kan worden waar vrouwen samen dingen in beweging zetten. Want daar is het mij echt om te doen: tastbare resultaten op het vlak van vrouwenrechten neerzet
Vullen jullie elkaar goed aan als doener en denker?

Tinneke: “Assita is zeer actiegericht. Ze heeft ook een zeer druk sociaal leven. Dat past bij haar rol als politica. Zelf ben ik meer introvert. Ik hou ervan om zaken meer vanop afstand en vanuit een beschouwend perspectief te bekijken. Dat wil echter niet zeggen dat ik filosofie als puur abstracte theorie zie. Voor mij moet filosofie over iets wezenlijks gaan. Het moet je aanzetten tot denken. Je helpen om je denken te verruimen, zodat je meerdere denkpistes krijgt waaruit je kunt kiezen. Daarom is het contact met Assita ook zo interessant. Haar wereld verruimt ook mijn denken.”

Assita: “Weet je wat ons ook verbindt? Dat we allebei van lekker eten en literatuur houden.”

Over welke onderwerpen praten jullie graag met elkaar?
Assita: “Dat kunnen de meest uiteenlopende onderwerpen zijn. Mooie mannen is er een van. (lacht) Een ernstiger thema dat regelmatig in onze gesprekken opduikt, is: durf te denken. Het valt ons op hoe moeilijk het voor heel wat mensen is om hun denkpatronen in vraag te stellen.”

Tinneke: “Er is vandaag een sterke ideologische verdeeldheid in het debat. Je wordt snel in een kamp geplaatst. We vinden het allebei jammer dat het zo moeilijk is om het hokjesdenken te overstijgen. Nochtans, tijden veranderen. De wereld ziet er vandaag helemaal anders uit dan dertig jaar geleden. Het is dan toch ook logisch dat je concepten en recepten die dertig jaar geleden werkten, durft uit te dagen.”

Assita: “Op dat vlak vinden we elkaar helemaal. Het gebeurt regelmatig dat ik iets lees waarvan mijn wenkbrauwen fronsen. Dan stuur ik die tekst met een smiley naar Tinneke en weet ik dat ze het begrepen heeft.”

Tinneke: “Kwetsbaarheid en authenticiteit liggen ons allebei na aan het hart. In onze gesprekken hebben we het er soms over. Over hoe je in die jungle van opinies oprecht jezelf kunt blijven zonder opzijgeschoven of verkeerd begrepen te worden.”

Assita: “Ik heb daarin geleerd dat ik de andere niet kan veranderen. Wel kan ik nadenken hoe ik mijn boodschap beter kan overbrengen zonder dat ik hoef in te binden.”

Tinneke: “Assita wordt soms nogal hard aangepakt op sociale media. Ik begrijp dat niet, want niemand wordt mooi door haar lelijk te maken. Hoewel ze weet hoe met die aanvallen om te gaan, helpt het om er af en toe over te praten en zo zaken in perspectief te plaatsen.”

Waarin verschillen jullie van elkaar?
Tinneke: “We hebben een heel ander temperament. Ook over sociaal-economische zaken kunnen we van mening verschillen. Ik vind dat totaal geen probleem. Ik heb helemaal geen behoefte om met mensen af te spreken die net hetzelfde als ik denken. In de politiek gaan zou ook niets voor mij zijn. Daarvoor koester ik te veel mijn onafhankelijkheid als filosoof. Die onafhankelijkheid is volgens mij niet compatibel met partijpolitiek.”

Assita: “Ik ben weliswaar geen filosoof en toch filosofeer ik graag. En ook al ben ik dan politica, toch blijf ik voor mezelf denken en mijn mening zeggen.”

Maar als filosoof zal je vrijheid van denken toch minder snel ingeperkt worden dan als politica.
Assita: “Toch vind ik dat je ook als politica moet kunnen blijven zeggen wat je denkt. Ik besef dat dit een grote uitdaging is. Maar ik ben wie ik ben en wil graag zo blijven. Wel vind ik het belangrijk dat je de bal en niet de man of de vrouw speelt. Dat is trouwens niet mijn manier van aan politiek doen.”

Tinneke: “Je kunt inderdaad als politica voor jezelf blijven denken. Maar voor mij is dat toch iets anders dan als filosoof vrij denken. Ik heb geen kiezers die bepaalde zaken van me verwachten. Wat ik wel weet, is dat Assita en ik allebei een grondige hekel hebben om bepaalde denkpatronen opgelegd te worden. Daarvoor staan we veel te veel op onze vrijheid.”

Rechtuit zeggen wat je denkt. Het schrikt geen van jullie beide af. Voelt dat soms niet eenzaam?
Tinneke: “Soms gebeurt het inderdaad dat wat je zegt niet leuk gevonden wordt. Maar als je vrij wilt zijn, moet je eenzaam durven zijn. En als je kijkt welke weg Assita heeft afgelegd, dan kan ik me moeilijk voorstellen dat zij het erg vindt om in een debat met haar mening alleen te staan. Ze komt van Burkina Faso en zit in het Europees Parlement. Dat toont dat ze door iets gedreven wordt dat veel fundamenteler is dan de kritiek die ze krijgt.” Continue Reading ›

“Ook je tegenstander kan verlichting brengen”, column DS, 10 okt. 2019

“Maandagavond werd het boek ‘De nagelaten geschriften’ van de in januari gestorven Etienne Vermeersch voorgesteld aan de UGent. Die avond interviewde ik de twee samenstellers: Johan Braeckman en Dirk Verhofstadt. Lezend in de bundel kwam ik Etienne Vermeersch opnieuw tegen: hij was voor mij een intellectueel uit de Renaissance, die in Vlaanderen een beetje Verlichting probeerde te brengen.

Vermeersch leek een hedendaagse Pico della Mirandola: beslagen in wetenschappen, filosofie, kunst, muziek, in Grieks en Latijn. Hij kende de ‘Divina Comedia’ deels uit het hoofd, genoot intens van Bach. Hij schreef stimulerende opiniebijdragen over een hedendaags probleem, met spijkerharde argumentaties, zoals Pico, en lange, onderbouwde redenaties ver voorbij de waan van de dag. Altijd stond de mens centraal. Wetenschap en kennis dienden om het menselijke lot te verbeteren. Denken deed Vermeersch geheel ongebonden: geen enkele politieke partij, groep of beweging kon hem claimen. Uiteindelijk legde hij alleen rekenschap af aan zichzelf, en zijn eigen visie op waarheid.

Vermeersch gaf mee vorm aan de omslag die Vlaanderen maakte: van een paternalistische samenleving naar een wereld waarin zelfbeschikking meer ruimte krijgt. Vermeersch incarneerde die twee momenten. Hij was de eeuwige professor, die anderen belerend toesprak, tot ergernis van zijn critici. Tegelijkertijd stimuleerde hij de onafhankelijke reflectie van elke mens die hij ontmoette. Hij pendelde moeiteloos tussen de culturele, intellectuele elite waarvan hij deel uitmaakte (dankzij zijn Jezuïeten-opleiding, dankzij de universiteit) en het volk, waartoe hij in zijn hart behoorde. Continue Reading ›