Interview over Machiavelli in ‘La-On Magazine’

Interview door Paul Cools en Thomas Feijen, ‘La-On Magazine‘.

“Machiavelli is veel subtieler dan zijn reputatie doet vermoeden.

Filosofe Tinneke Beeckman schreef een boek over een van de meest verkeerd begrepen denkers ooit: Niccolò Machiavelli (1469-1527). De Italiaan ging de geschiedenis in als een pleitbezorger van list, misleiding en onderdrukking. Maar Beeckman herkende in zijn geschriften vooral een pragmatisch diplomaat die belang hecht aan republikeinse vrijheden en volksinspraak. Waarom is Machiavelli ook vandaag nog relevant?

Machiavelli heeft zijn reputatie al eeu- wenlang niet mee. Hoe ben je ertoe gekomen om het brede publiek te laten kennismaken met zijn andere kant? 

Dankzij Spinoza. In de zeventiende-eeuwse Nederlandse Republiek lazen veel tijdgenoten van hem Machiavelli om te ontdekken hoe men een republiek moest organiseren. Machiavelli was voor hen de man met de wijze antwoorden. Vijftien jaar geleden las ik voor het eerst Machiavelli’s Discorsi en ik was meteen weg van hem. Er zitten talloze passages in dat boek waarin hij zijn afschuw betuigt over machtswillekeur. Als rondreizende dignitaris voor de republiek Firenze zette hij zich in voor vrijheden. Hij ging praten met de prominente figuren van zijn tijd zoals de paus en de Franse koning over de onafhankelijkheid van de stadsstaat.

In je boek schrijf je dat voor Machia- velli politiek uit conflict bestaat. Het conflict tussen de elite en het volk. 

Machiavelli maakt het verschil tussen de elite, de aristocratie en de burgerij. Hij is heel positief over de mogelijkheden van een volk om zichzelf te besturen. De aristocraten zijn de mensen die terughou- dend zijn als het om verandering gaat. Denk aan magistraten of de legerleiding. Zij verlangen ernaar om hun macht te behouden en te vergroten. Dat kan leiden tot tirannie. Daarom is het belangrijk dat het volk ook inspraak heeft.

Bestaat er vandaag nog een grote kloof tussen de elite en het volk?
Vandaag bestaat de politieke opdeling tussen linkse en rechtse partijen. Maar het is complex: binnen linkse partijen kunnen politici machtsbehoudend denken, en sommige rechtse partijen proberen het volk aan te spreken. In elk geval

heb je in een samenleving altijd mensen die eerder behoudsgezind zijn en anderen die alles wat te maken heeft met autoriteit in vraag stellen. Deze twee uitersten heeft een samenleving nodig. Machiavelli geeft zelf een voorbeeld: wanneer er een acute dreiging is, is de aristocratie belangrijk omdat die de middelen heeft om snel in te grijpen. Ook Churchill deed als conservatief politicus tijdens WO II een appel op het Britse patriottisme om het volk te verenigen. Alles wat behoudsge- zind is, zoals nationale symbolen of een vlag, is op zo’n moment belangrijk.

Heeft Machiavelli ooit aangegeven dat hij hoopte op een eengemaakt Italië? Hij droomde daar wel van. In het laatste hoofdstuk van Il Principe fantaseert hij over een sterke figuur die Italië zou kunnen herenigen. Machiavelli denkt in te- genstelling tot veel anderen helemaal niet zo universalistisch. Zijn favoriete systeem voor de vrijheid is de republiek, maar zijn realisme noopt hem om te zeggen dat niet elke samenleving daar klaar voor is. In 1520 is hij in zijn teksten een duidelijke voorstander van een republiek met volksinspraak, maar tegelijkertijd vindt hij dat er een sterke leider nodig is.

De Belgische staatsstructuur en de verschillende taalgemeenschappen staan soms weleens tegenover elkaar. Kan conflict ook contraproductief worden en verlammend werken?

Een goed politiek conflict ontstaat wanneer alle verschillende stromingen en verlangens een plaats krijgen binnen één structuur. Als het conflict het staatsbestel als zodanig in vraag stelt, dan is het effect nefast. Je hebt dat bijvoorbeeld in België en in de werking van de Europese Unie. Zulke conflicten, zoals ook de Britten die uit de EU stappen, helpen de politieke gemeenschap en vrijheid niet vooruit.

Vanaf wanneer verzandt conflict in polarisatie?
Als je de mening van de ander niet meer erkent. Machiavelli laat daarom steeds verschillende stemmen aan het woord. Hij schrijft in Il Principe dat de elite de stand- punten van het volk moet begrijpen en andersom. Het is voor de mens belangrijk om zich in te leven in andersdenkenden. Wie er een andere visie op nahoudt, is niet per se een vijand. Helaas hebben alle kanten van het politieke spectrum het hier vandaag moeilijk mee.

Verwijs je daarom in ‘Machiavelli’s lef’ naar de opgang van identiteitsdenken? Ja, aanhangers van identiteitspolitiek kijken alleen naar wie machtig en geprivilegieerd is en wie niet. Daaraan worden morele oordelen gekoppeld: privilege is slecht, slachtofferschap is goed. Alles — van werkloosheid tot schoolachterstand — wordt tot deze tweedeling herleid. ‘Witte’ heteromannen zijn slecht en die positie bepaalt of iemand mag spreken of moet zwijgen. ‘Zwarten kunnen nooit racist zijn,’ wordt dan gezegd. Daardoor telt individuele verantwoordelijkheid niet meer mee. Identiteitspolitiek zet mensen tegen elkaar op en belemmert eerder de weg naar een vrije samenleving met min- der privileges en meer gelijkheid.

Heel veel mensen ervaren ‘noodzaak’ als een vrijheidsbeperking. Machiavelli ziet het gek genoeg als iets positiefs. Machiavelli is veel subtieler dan zijn reputatie doet vermoeden. Je weet soms niet van een zestiende-eeuwse schrijver of hij iemand citeert of zijn eigen ideeën op papier zet. Vaak reconstrueert Machiavelli een gesprek en rond dit onderwerp voert hij de Romeinse geschiedschrijver Livius op die zegt dat noodzaak het sterkste wapen is. Het kan legitimeren dat de uitvoerende macht meer slagkracht krijgt. Politici zijn geneigd om telkens een noodzaak in te roepen: ‘We moeten dit of dat…’ Maar al bestaat er een noodzaak, dan blijft de politieke pluraliteit: er zijn altijd verschillende keuzes. Daarom moet je oppassen voor de retorische truc, alsof er maar één oplossing zou zijn.

Hoe kan een burger bepalen of een maatregel noodzakelijk is?
Bij Machiavelli bestaat het idee van kritisch burgerschap en de ruimte om te kunnen protesteren. Voor het algemeen belang moet men vertrouwen op het volk.

Is dat in het verleden ook niet heel erg fout gelopen?
Het volk kan zich inderdaad door een leider laten misleiden. Dat thema behandel ik uitvoerig in het boek. Maar ook dan speelt de elite een ambivalente rol: meestal doet zo’n autoritaire leider alsof hij het volk vertegenwoordigt, terwijl hij de financiële, culturele middelen heeft die bij de elite horen. Autoritaire leiders krijgen ook vrij spel in een samenleving die al corrupt is. Je moet je dus niet blindstaren op het gedrag van zo’n leider.

Hoe zou Montesquieu, de Verlichte grondlegger van de scheiding der machten, tegenover Machiavelli ge- staan hebben?

De republiek was voor Montesquieu een samenlevingsvorm met de deugd als principe. Dat betekende voor hem niet alleen patriottisme en gehoorzaamheid aan de wet, maar ook een verlangen. Zowel bij Machiavelli als Montesquieu gaat het niet over een christelijke deugd. Het heeft eerder te maken met burgerschap en het volgen van bepaalde zeden. Zo volstaat het niet dat er wetten zijn, want mensen moeten ze ook volgen. Daarover zouden ze het eens zijn geweest.

In je boek verwijs je niet vaak naar actuele voorbeelden, maar tijdens het lezen kan je niet anders dan verbanden leggen met bijvoorbeeld het populisme van Trump. Waarom mijd je dat zelf?
Ik wil vooral concepten zoals noodzaak en deugd aanreiken zodat mensen ze voor zichzelf kunnen invullen. Als schrijver ben ik er heel beducht voor om geen goeroe te zijn. Als filosoof kan ik alleen maar het perspectief verbreden. Hoe de lezer daarmee omgaat, moet hij zelf kiezen. Ook dat is pluraliteit.

Volgens de politicoloog David Runci- man bevindt de democratie zich per- manent in een staat van crisis. Moeten we ook niet beter leren omgaan met conflict?

Daar ben ik het mee eens. Er zijn zoveel crisissen geweest. Bij betogingen tegen de economische Eenheidswet begin jaren ’60 vielen in België zelfs doden. Elk tijdvak heeft natuurlijk wel bepaalde uit- dagingen. Sociale media versterken bijvoorbeeld narcistische tendensen bij politici én burgers. Die overdreven aandacht voor het eigen ego botst met het politieke spel. Wat je volgens Machiavelli moet doen, is je eigen virtù ontwikkelen, dit is deugd als een mogelijkheid tot actie. Zo omschrijft Hannah Arendt virtù: ze schrijft aan Machiavelli precies dit idee van ‘vrijheid in actie’ toe. Onderneem, begin iets nieuws, engageer je met anderen. Machiavelli geeft geen eenduidige definitie. Ik heb in het boek de verschillende aspecten van het begrip verzameld om een duidelijker beeld te geven.”

Gesprek tijdens ‘Night of Ideas 2021’, met Sandra Laugier, Christie Watson ea

Op 26 januari nam ik deel aan ‘Night of Ideas 2021’, aan een gesprek ‘Feeling for Others’, over solidariteit & ‘care’ tijdens de Covid-19 pandemie, met filosofe Sandra Laugier & Christie Watson, gehost door Rachel Cooke.

‘Night of Ideas’ is een Frans-Britse samenwerking (Institut Français UK).

Dit is de opname van de hele avond, en het programma:

Welcome Remarks: TOGETHER 18:0018:30 Catherine Colonna, French Ambassador to the UK.

With ✨ Leïla Slimani, Author & Personal Representative of the French President Emmanuel Macron to the Organisation internationale de la Francophonie.

Debate Feeling for Others 18:3519:35 With ✨ Tinneke Beeckman, Philosopher of Moral Science & Writer ✨ Sandra Laugier, Philosopher in Gender Studies and Ethics of Care, Sorbonne University ✨ Christie Watson, Former Nurse & Author of The Courage To Care Chaired by Rachel Cooke, Journalist & Columnist for The Observer

Debate Lonely Together 19:4020:40 With ✨ Fay Bound Alberti, Author of A Biography of Loneliness & Cultural Historian, University of York ✨ Manuel Arias-Maldonado, Professor of Political Science, University of Malaga ✨ Clémentine Lalande, CEO of Once online dating app Chaired by Tim Markham, Professor of Journalism and Media, Birkbeck College, University of London

Film Un film dramatique 20:4521:45

“Als narcisten hun partij gijzelen”, column DS, 21 jan. 2021

“Donald Trump zou een ­eigen‘Patriot Party’ willen oprichten. Hij laat een verdeelde, beschadigde Republikeinse partij achter. Hoe moeten partijen omgaan met falende politici die populair zijn geworden door zich narcistisch te profileren? Die vraag blijft niet beperkt tot Amerika – in Nederland is ook het Forum voor Demo­cratie, de partij die Thierry Baudet in 2016 heeft opgericht, in woelig water terechtgekomen. Een democratie heeft goed werkende poli­tieke partijen nodig. Narcistische politici gijzelen hun partij, en daarmee ook het politieke speelveld.

Hoe verschillend ze ook zijn, Trump en Baudet hebben enkele ­zaken gemeen. Ze lopen over van ­eigendunk. Ze zetten zichzelf graag in de kijker. Beiden onderstrepen ongegeneerd hun superioriteit: zij zijn de beste! Ze verstevigen hun positie in het debat door ­anderen te kleineren en te delegitimeren. Die aanvallende stijl levert spektakel en media-aandacht op. Aan­gezien aandacht inkomsten genereert voor (sociale)mediabedrijven en platforms, domineren zulke figuren de berichtgeving. Dat maakt het makkelijker om kiezers te werven.

Denk aan Trumps houding tijdens de Republikeinse voorverkiezingen in 2016: hij beledigde zowel tegenkandidaten (Jeb Bush) als bevol­kings­groepen (latino’s en vrouwen). In Mijn meningen zijn feiten. De wording van Thierry Baudet geven journalisten Harm Ede Botje en Mischa Cohen talloze voorbeelden van die tactiek: als academicus sabelde de jonge Baudet collega-wetenschappers al grootsprakerig neer: zij hadden er niets van begrepen, alleen hij kon oordelen over waarheid of leugen.

Sociale media creëren bubbels, waarin journalisten, kunstenaars, wetenschappers, politieke tegenstanders feitenvrij onderuit kunnen worden gehaald. In die bubbels communiceren deze politici rechtstreeks met hun kiespubliek. Het politieke bedrijf versmallen ze tot hun berichten en de respons die ze genereren.

Politici als Trump en Baudet bespelen de sociale media handig, maar werden ook populair omdat ze inspelen op een behoefte aan houvast in een snel veranderende wereld. Niet alle burgers ervaren alleen maar voordelen van de economische en culturele globalisering. Dat zien centrumrechtse, gematigd conservatieve politici ook, en ze pleiten geregeld voor respect jegens de verliezers van de globalisering. Maar omdat hun eigen conservatief-liberale denkkader amper een inhoudelijk alter­natief biedt, leggen ze de verantwoordelijkheid voor de crisis bij linkse partijen, de media, de culturele wereld. Ze vergeten graag dat rechtse, conservatieve partijen al jaren participeren aan de macht, ook in Europa. 

Het conservatieve denken is een lege doos geworden, waarop Trump en Baudet dansen. Ze presenteren handig een verhaal over het gemis aan respect dat ze zelf vanwege de elite ervaren, en suggereren dat ze het lot delen van veel ‘gewone mensen’. Zo houden ze de verliezers van de globalisering een spiegel voor en spreken ze een deel van het kiespubliek aan dat gematigde, conservatieve politici nog moeilijk bereiken.

Trump heeft geen ideologisch verhaal die naam waardig. De belezen Baudet lijkt filosofisch rijker. Als jonge­man werd hij beïnvloed door zijn Leidse docenten Paul Cliteur en Andre­as Kinneging, en door Roger Scruton en Theodore Dalrymple. Maar Baudet evolueerde van een conservatieve denker naar een blank-nationalistische politicus. In campagnes heeft hij over ‘migratiegekte’ en ‘klimaatwaanzin’. Hij won een fanatieke achterban, met mensen die opponenten uitschelden en intimideren. Uiteindelijk ziet Baudet overal complotten: de Europese Unie wil de Europese beschaving vernietigen, immigratie dient om het blanke Europa te vervangen, en de covid-crisis is opgezet spel.

Samenzweringstheorieën doen vandaag opgeld. Eigendunk en ideologische leegte versterken de charme van die verhalen. Botjes en Cohen tonen hoe Baudet opgesloten zit in zijn idee van superioriteit en zijn gevoel van miskenning. Hij heeft grotere, duistere tegenkrachten nodig om te verklaren waarom hij niet de leiding­gevende rol speelt die hij meent te verdienen: hij wil Nederland redden, maar anderen, ‘verraders’, verhinderen dat. Tegelijk interesseert de buitenwereld hem te weinig om gedegen politiek weerwerk te leveren.

Kortom, met politici als Trump en Baudet delven traditionele conservatieve partijen hun eigen ondergang. Op korte termijn lijkt het een goed idee om zulke politici een forum te geven. Ze zijn verbaal en retorisch sterk; ze zijn niet bang voor conflict. Ze slagen erin om zich te omringen met een schare heel trouwe kiezers.

Tot het fout loopt. Toegeven dat hij een fout heeft gemaakt, zijn verantwoordelijkheid nemen: dat doet zo’n politicus niet. Hij heeft geen enkel­ inzicht in zijn eigen agressieve stijl: elke gewelddaad komt van buitenaf. Als het misloopt, stelt hij zich op als martelaar, en trekt hij ten aanval tegen de boze buitenwereld. Hij eist onvoorwaardelijke loyaliteit van zijn medestanders. Die strategie dient wel zijn belang, maar niet die van zijn partij, niet die van het land.

In een democratie moet een partij samenwerken met opponenten, ze heeft een beleidsvisie en een brede achterban nodig. Op een clubje overtuigde gelijkgezinden bouw je geen samenleving. En voorbij alle poli­tieke tegenstellingen willen mensen waardigheid: een verhaal dat grote groepen in de samenleving die waardig­heid ontneemt, heeft geen toekomstperspectief.”

Deze column verscheen in De Standaard op 21 januari 2021.

Recensie “Machiavelli’s Lef. Levensfilosofie voor de vrije mens”

Op de literaire weblog van Tzum verscheen een recensie van Machiavelli’s Lef, door Hans van der Heijde. Die bespreking had ook al in twee Nederlandse kranten gestaan.

De lessen van Machiavelli

Zeg van een politicus dat zij een machiavellist is en het zal worden opgevat als een verwijt van liegen, bedriegen en manipuleren om macht te verwerven en te behouden. Maar lees Machiavelli’s Discorsi en De heerser en concludeer dat hijzelf bepaald geen machiavellist was, althans niet in die verwijtende betekenis van het woord.

De Florentijn Niccolò Machiavelli (1469-1527) was een hoogst origineel denker, die de politieke theorie van haar theologische keurslijf bevrijdde en vrijheid als doel van politiek handelen poneerde. In Machiavelli’s lefanalyseert de Belgische filosoof Tinneke Beeckman Machiavelli’s inzichten, haar betoog illustrerend met voorbeelden, ontleend aan de hedendaagse politiek-maatschappelijke realiteit, daarmee tegelijkertijd aantonend hoe belangrijk die inzichten nog steeds zijn.

Elke samenleving kent conflicterende ideeën en elke samenleving schept elites en dus belangenconflicten tussen heersende elite(s) en de massa, die tot politiek handelen nopen: conflict schept politiek handelen. De deugd – virtu, voortreffelijkheid – verschijnt daarbij als houding, met name die van de heersers, gericht op het in standhouden van de samenleving en de vrijheid. Dat doel mag dan soms de middelen heiligen van liegen en bedriegen, maar alleen onder de voorwaarde van noodzakelijkheid.
Bij vrijheid denken velen aan de vrijheid van het individu om te doen en laten wat hij wil, niet in de weg gezeten door de staat. Machiavelli sluit aan bij de klassieke opvatting van vrijheid: de mogelijkheid hebben om invloed uit te oefenen op de wijze waarop de gemeenschap wordt bestuurd. Oftewel, om politiek te handelen. Wat betekent dat de heerser(s) die ruimte moeten bieden en garanderen.

Is politiek ook een gevecht om privileges? Natuurlijk, maar trap niet in de val te denken dat je privileges zijn voortgevloeid uit je verdiensten, noch dat uit je verdiensten privileges voortvloeien. Zij die machtsposities hebben verworven, moeten de deugd dienen, deugd die de vrijheid als hoogste goed van de samenleving erkent, maar de ogen niet sluit voor wat noodzakelijk is en die beseft dat Fortuna, het lot, soms onaangename verrassingen bereidt.

Beeckman legt dat allemaal op toegankelijk wijze, goed geschreven en met veel actuele voorbeelden uit, verbindingen leggend met twintigste-eeuwse denkers als Hannah Arendt en Isaiah Berlin. Machiavelli’s De heerser is een vorstenspiegel, maar wel eentje die het genre op de kop zette. Anno nu lijken de spiegels van veel politieke leidersfiguren nog slechts hun narcisme te dienen. Afpakken en flink de Machiavellistische les lezen over deugd, noodzaak en vrijheid, is de boodschap.

Hans van der Heijde

Tinneke Beeckman – Machiavelli’s lef. Boom, Amsterdam. 286 blz. € 24,90.

Deze recensie verscheen eerder in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden op 11 december 2020.”

Interview over ‘Machiavelli’s Lef’ op Doorbraak, eind december 2020

Tinneke Beeckman: ‘In een corrupte samenleving valt de elite door de mand’

Machiavelli’s lef. Levensfilosofie van de vrije mens is het nieuwe boek van de Vlaamse filosofe Tinneke Beeckman. Daarin interpreteert ze de gedachten van Niccolo Machiavelli (1469-1527), zoals neergepend in diens werken Il Principeen Discorsi. Beeckman wil het vrije debat aanzwengelen vanuit de republikeinse vrijheid, noodzaak, en deugd. ‘Politieke gebeurtenissen zijn niet hetzelfde als wiskunde.’

Sociale media

‘Ik vind, en zal altijd blijven vinden dat het nooit verkeerd is een opvatting te beargumenteren zolang gezags- of geweldsargumenten daarbij terzijde worden gelaten. Als je merkt dat alle mensen, of minstens de meesten, zich over een zaak vergissen, dan moet je die zaak blijven aankaarten. Elk mens denkt anders; je moet dus niet handelen volgens het oordeel van de ander, maar naar dat van jezelf.’

Zo haalt Beeckman enkele gedachten van Machiavelli uit de Discorsi aan in Machiavelli’s lef. Levensfilosofie van de vrije mens. Is dat een gedurfde stelling, in een tijd van sociale media, en vele alternatieve verhalen?
Tinneke Beeckman: ‘Het vraagstuk over complottheorieën sluit meer aan bij mijn vorige boek, Macht en Onmacht. Een verkenning van de aanslag op de Verlichting. Technologische ontwikkelingen beïnvloeden het debat, bijvoorbeeld door algoritmes. Allemaal in functie van een winstmodel dat erop gericht is de aandacht van gebruikers zo lang mogelijk vast te houden.’

‘De boodschappen die circuleren op sociale media, sluiten aan bij een gevoel van onmacht dat velen hebben. Als je kritisch bent voor de ‘mainstream’, ben jij de moedige mens die de macht in vraag stelt. Op een vreemde manier zetten ook complotdenkers zich in voor het algemeen belang, dat ze zien als een verzet tegen de elite. Alleen dienen ze hun eigen doelen niet. Als je de elite van gekke, onjuiste dingen beschuldigt, zoals kinderverkrachtingen enzovoort, gooi je je eigen ruiten in.’

Absolute waarheid

Tezamen met Machiavelli zegt u in uw boek wel dat het politieke debat niet noodzakelijkerwijs over de absolute waarheid moet gaan. Dat is een ander debat, dat weinig met politiek te maken heeft.
‘Politieke gebeurtenissen zijn niet hetzelfde als wiskunde. Dat schrijft Hannah Arendt ook. Over maatschappelijke gebeurtenissen kan je moeilijker zeggen: A is waar, B niet. Als je wilt analyseren waarom een politieke omwenteling plaatsvond, kan je daarover blijven nadenken. Machiavelli benadrukt ook dat mensen andere perspectieven hebben. De zoektocht naar waarheid kan lang duren, en een diepgaande analyse is nodig van waarom iemand iets zegt, en met welk perspectief, en vanuit welk verlangen of welke noodzaak. Het vereist empathie om naar mensen hun politieke visie te luisteren, zeker als je het daar niet mee eens bent.’

Europese Unie

U deelt de interesse in Machiavelli met Luuk van Middelaar, filosoof en voormalig speechschrijver van Herman Van Rompuy. Van van Middelaar is de uitspraak dat in de Europese Unie ‘niet iedereen het einde wil van de natiestaat, en we dus bij een tussenvorm uitkomen’. Dat strookt alleszins niet met de perceptie van kritische burgers over Europa. Wat is er fout met de publieke zaak, de res publica?
‘De Europese Unie is een enorme technocratie. Dat kan ook moeilijk anders, als je de schaal van het project bekijkt. Maar door de grootte en de techniciteit van de Europese politieke ruimte, is de Unie minder alert voor onverwachte gebeurtenissen die kunnen toeslaan.’

‘Voor mij vult Machiavelli de leegte in die het huidige politieke denken heeft achtergelaten. Hedendaagse politiek is heel technisch, rationeel en expertgericht geworden. Politiek vandaag, dat is data verzamelen, economische modellen opzetten en juridische modellen uitwerken. Machiavelli leert me echter dat de zaken je ontglippen, juist als je denkt dat je ze helemaal controleert. Eigenlijk is alles mogelijk in de politiek. Kijk naar de brexit. Niemand had verwacht dat dit zou gebeuren. Zo’n omwentelingen worden mogelijk omdat mensen nog altijd een verlangen voelen om deel te zijn van een politieke gemeenschap, en de discussie over waar die gemeenschap begint en ophoudt, willen blijven voeren.’

Pluralisme

Toch bekijkt de politieke elite zo’n keuzes van het volk — de verkiezing van Donald Trump, referenda met een onwelkom resultaat, stemmen voor radicale partijen — eerder tandenknarsend. Ze interpreteren het alsof het volk het niet begrijpt.
‘Er worden inderdaad snel mechanismes in gang gezet om de politieke consensus te beschermen. Eén daarvan is alles wat van de consensus afwijkt als irrationeel te beschouwen, of racistisch en xenofoob.’

‘De verkiezing van iemand als Trump of een referendum over een Unie zijn ook niet de beste manier om onvrede te uiten. De tragedie is dat de consensuspolitiek geen pluraliteit in denken toelaat. Tot de bevolking zoals u zegt radicale keuzes maakt, bijvoorbeeld voor figuren als Donald Trump. Dat lijkt dan de uitweg, terwijl het dat niet is. Consensuspolitiek en dit soort verzet ertegen zijn symptomen van hetzelfde probleem. Mensen staren zich graag blind op Trump, en gaan zo voorbij aan waar het schoentje echt knelt: het gebrek aan inspraak in de lotsbestemming van de politieke gemeenschap.’

‘Maar ik heb geen boek over Machiavelli geschreven om uitspraken te doen over de huidige politiek, en zeker niet over partijpolitiek. Ik hoop dat de inzichten in mijn boek aanzetten tot pluralistische discussie. Ik wil begrippen aanreiken die toelaten om voorbij de waan van de dag naar het politieke te kijken. Iets anders doen zou niet eerlijk zijn ten opzichte van Machiavelli, die in Florence tijdens de Renaissance leefde. Als Machiavelli moest aanhoren wat de dwalingen van Tinneke Beeckman allemaal zijn… (lacht)’

Organisatie van het politieke

Uw boek is natuurlijk wel hedendaags, ook al is het niet hedendaags. Er staan weinig directe verwijzingen in naar de actualiteit, maar u doet er natuurlijk wel uw zeg mee over hoe het politieke georganiseerd zou moeten zijn
‘Ik vind het gewoon heerlijk om in de leer te gaan bij klassieke denkers, eerder dan bij moderne politieke filosofen, omdat de klassieken ook oog hebben voor levenswijsheid. Machiavelli heeft ook Spinoza geïnspireerd. Ze zijn beiden verrijkend omdat hun denken soms botst met onze hedendaagse perceptie van het politieke.’

‘Door Machiavelli te bestuderen krijg je een inkijk in het Romeinse denken over politiek. Ik schrijf ongegeneerd over wat mij het meeste fascineert.’

Stoïcisme

Is Machiavelli een stoïcijn?
‘Wel, dat is het interessante aan hem! ’s Avonds trekt hij zijn vuile kleren uit, zo beschrijft hij, en doet hij een mooi gewaad aan om in gesprek te gaan met de klassieken, zoals Tacitus en Livius, en ook met Romeinse stoïcijnen als Cicero, Marcus Aurelius en Seneca. Machiavelli is een stoïcijn in die zin dat hij thema’s als moed en deugd op de agenda zet. Volgens de stoïcijnen is er een verband tussen deugd en redelijkheid. De “universele wet volgen” en een deugdzaam leven leiden loont altijd, menen de oude stoïcijnen.’

‘Machiavelli neemt daar afstand van, en wordt zo een denker van de moderniteit. In Machiavelli’s wereld is er geen sprake meer van een universele orde, eeuwig geldende morele principes waarop de samenleving gefundeerd zou zijn. Je moet dus navigeren in een wereld die wreed en onvoorspelbaar kan zijn. Je moet dus ook afwegen of en hoe je deugden zal toepassen, of niet. Eerlijkheid, vrijgevigheid en barmhartigheid waren voor de Romeinen altijd politieke deugden, maar Machiavelli zet die in een ander perspectief.’

Epicurisme

‘Een ander aspect van Machiavelli, is dat hij erg beïnvloed is door de Epicuristen. Hij heeft De Rerum Natura van Lucretius vertaald. In het epicurisme speelt het clinamen, de toevallige verandering, een grote rol, en wordt de mens als onderdeel van de natuur gezien. Je ziet dat in het gebruik van dierenmetaforen bij Machiavelli.’

‘Eigenlijk is hij zo een beetje provocerend naar de stoïcijnen toe. Cicero zegt bijvoorbeeld dat er een radicaal onderscheid is tussen mens en dier, want mensen zijn moreel en redelijk, en dieren niet. Machiavelli daarentegen meent dat een leider soms een vos (sluw) en soms een leeuw (sterk) moet kunnen zijn. Zijn denkkader is naturalistischer dan dat van de stoïcijnen. Eigenlijk kunnen we zeggen dat Machiavelli de stoïcijnen gebruikt om de originaliteit van zijn eigen denken te benadrukken. Hij gebruikt hen als inspiratiebron, maar ontwikkelt heel eigen ideeën.’

Moreel handelen in de politiek

Machiavelli is een preconstitutionele denker: hij geeft een handleiding voor wanneer de mens buiten de politieke ruimte valt, voor wanneer er geen grondwet of natiestaat is.
‘Machiavelli denkt — hier wel tezamen met de stoïcijnen — dat de wet naleven een deugd is. Wetgevers zijn voor hem erg belangrijk. Maar hij leefde natuurlijk wel voordat de idee van “mensenrechten” vorm kreeg.’

‘Voor Machiavelli leidt het goede nastreven niet noodzakelijk ook tot politieke deugdzaamheid. Je kan een degelijk moreel mens zijn die het goed met de ander voorheeft. Maar dat betekent niet noodzakelijk dat je een goede politiek voert. En als je omringd wordt door psychopaten en autoritaire persoonlijkheden, dan levert je eigen goedheid niets op. Je gaat ten onder. Machiavelli wil de moraal niet afschaffen. Alleen heeft moreel handelen in de politiek een speciale betekenis. De regels van het spel worden niet alleen door jou bepaald; je stapt in een spel waarbinnen anderen ook hun regels opleggen. De christelijke regel “behandel de ander zoals je zelf wil behandeld worden” heet in het politieke spel eerder “doe bij de ander wat je kan verwachten dat hij bij jou doet”.’

‘Tot 1512 kent Florence een vrije republiek. Maar wanneer Soderini, de leider van Florence en Machiavelli’s beschermheer van de macht wordt verdreven, blijft Machiavelli gedesillusioneerd achter. Omdat hij niet meer aan politiek kan doen, begint hij te schrijven. Volgens Hannah Arendt begrijpt Machiavelli perfect de inzet van het politieke: het goede doen in het publieke iets anders is dan het goede doen in het private. Wie denkt dat beide samenvallen, die bereikt niet de politieke doelen die hij vooropstelt.’

Realistische kijk op moraal

‘Dat neemt niet weg dat zijn ideaal een republiek is waarbinnen de burger vrij kan zijn, niemand onder de willekeurige macht van een ander valt, en waar wie de wet naleeft, daar ook voor wordt beloond. Het goede nastreven wordt niet afgeschaft of vervangen door eigenbelang. Machiavelli houdt ons alleen een realistische kijk op moraal voor, hij is evenmin cynisch als utopisch.’

‘Wil je iets politiek bewerkstelligen, dan moet je bereid zijn om jezelf te compromitteren. Herman Van Rompuy vond dat hij zichzelf als politicus altijd in de spiegel heeft kunnen bekijken, en dat hij als politicus altijd het goede heeft gedaan. Dat is een erg vreemde uitspraak als je kijkt naar wat er onder zijn Europese “presidentschap” is gebeurd. Griekenland moest in 2012 zijn trots inslikken en harde maatregelen nemen voor zijn burgers. Er zit geweld in politieke beslissingen. Dan is Machiavelli een realistischer man: hij wist tenminste dat je je slecht zou voelen als je zou terugdenken aan welke beslissingen je had genomen als politicus. In de politiek gaat het om de keuze van het minste kwaad. Probeer je daarentegen morele zuiverheid na te streven, dan roep je onheil over jezelf en anderen af.’

‘Elite panic’

In uw boek maakt u een brugje tussen Machiavelli en de Amerikaanse schrijfster Rebecca Solnit. U doet dat aan de hand van Solnits begrip ‘elite panic’: de elite die bij crises denkt dat het volk in chaos gaat vervallen, en hen dan maar allerlei regels oplegt. Legt u eens uit.

‘Wel, Machiavelli houdt ons voor dat noodzaak het beste in jezelf naar boven kan brengen. Uit noodzaak doe je dingen waartoe je jezelf niet in staat acht. Rebecca Solnit beschrijft in A Paradise Built in Hell. The Extraordinary Communities that Arise in Disaster sociaalpsychologen die tijdens de Koude Oorlog noodplannen moesten opstellen voor nucleaire aanslagen. De Amerikaanse overheid dacht dat het volk bij een aanslag in paniek zou slaan, en zou plunderen. Solnit toont echter aan dat dat niet klopt: wanneer het slecht gaat, dan zetten de meeste mensen zonder morren hun beste beentje voor. Ondanks pijn en angst helpen ze elkaar spontaan’.

‘Volgens die psychologen is het echter de elite die panikeert. Een deel van de mensen die de macht hebben, vertrouwen het volk niet tijdens een crisis, en leggen dan als echte sheriffs allerlei regels op om een wilde natuurtoestand te vermijden. Een natuurtoestand die dus niet voorkomt, en louter in hun wereldbeeld past. Daardoor ondergraven ze de oorspronkelijke welwillende en altruïstische houding van mensen. Dat wordt nog versterkt door sensationele media, die het vertrouwen van de bevolking in zichzelf verder ondergraven’.

Antiautoritair

‘Ook al wordt hij er doorgaans niet mee in verband gebracht, Machiavelli gelooft wel degelijk dat burgers samen dingen kunnen verwezenlijken. Hij trekt dat door tot het bestuur van de republiek, waartoe hij de bevolking in staat acht — wat in de renaissance nog een revolutionaire gedachte is. “Het volk is wijzer en standvastiger dan de vorst”, schrijft Machiavelli. Dat is zijn antiautoritaire kant, die slechts weinigen kennen’.

‘Too big to fail’

Waarom haalt u in uw boek ook Nassim Nicholas Taleb zijn boek Antifragile aan?
‘Noodzaak kan een goede zaak zijn, omdat mensen antifragiel zijn: tegenstand maakt je sterker. Maar dan moet je de negatieve effecten van je fouten ondervinden, zodat je bijstuurt. Als instellingen “too big to fail” zijn, worden ze roekeloos, en dat is slecht. Je moet van je falen kunnen leren. Daarom leef je in gouden tijden, volgens Machiavelli, wanneer je vrijuit alles kan bespreken. Autoritaire machthebbers die hun energie steken in het toedekken van hun fouten, verhinderen dat ze bijleren over hun fouten. Dan word je niet meer beter van je vergissingen, van je worstelingen.

Too big to fail’ is als verantwoording bij de elite alleen maar sterker geworden. Voor het volk — dat niet alleen met de consequenties van het eigen falen, maar ook met de consequenties van het falen van de machthebbers moet omgaan — wordt het na een tijdje moeilijk om de frustratie politiek te vertalen.
‘Een samenleving wordt ongelijker, onrechtvaardiger en minder vrij als het corrigerende mechanisme van verantwoordelijkheid nemen niet meer werkt. Mindere goden mogen dan zelfs geen kleine misstap maken, of betalen er een dubbel zo erge prijs voor. Vele mensen ervaren het inderdaad zo’.

‘Om het nog over Rebecca Solnit te hebben: zij beschrijft meesterlijk hoe in een corrupte samenleving de elite door de mand valt. Een crisis brengt naar boven wat eerder op het achterplan was gebleven. Ook in de Discorsi schrijft Machiavelli: “in goede tijden krijgen bepaalde mensen hoge posities dankzij privileges en netwerken, maar in slechte tijden komt de deugd naar boven en weet je wat je aan mensen hebt, en wiens bijdrage werkelijk telt”.’

Corrigerend systeem

The best lack all conviction, while the worst are full of passionate intensity‘, houdt W.B. Yeats ons voor. Machiavelli heeft het niet zo begrepen op nederigheid. Maar in een door het christendom beïnvloede samenleving is nederigheid net een deugd. Mensen zijn bekwaam om dingen te veranderen, maar ze kijken op tegen de mensen die bekwamer zijn in macht verwerven dan in deugdzaam besturen. Wie het machtsspel beheerst, die is daar vaak van nature goed in, en wie het niet beheerst, die deinst terug. Onderschat Machiavelli de biologisch-psychologische aard van macht niet?

‘Het probleem is dat als je nederig bent, en je staat tegenover mensen die daar misbruik van maken, je helemaal verloren bent. Machiavelli beschrijft hoe Italianen in zijn tijd op hun knieën zitten — letterlijk — omdat ze hopen dat ze in een andere wereld beloond worden voor hun goede gedrag. Juist daarom waren ze onvrij. Dat vond hij afschuwelijk’.

‘Ik vind niet dat Machiavelli een fout maakt in de beoordeling van de menselijke geest. Net als de classici beseft hij dat macht vaak wordt nagestreefd door mensen die net het minste macht zouden moeten bezitten. Net daarom is het van belang om een systeem te hebben dat corrigerend werkt. Bij de Romeinen was dat bijvoorbeeld een sterk wettelijk systeem; het volk heeft inspraak in de benoeming van magistraten en politieke beslissingen, en “consuls” wisselen elkaar snel af.’

Dit interview door Christophe Degreef verscheen op 19 december op de site van Doorbraak.

“Ja, aftreden is symbolisch, maar daarom niet minder belangrijk”, Trouw, 7 januari 2021.

Met de spectaculaire gebeurtenissen in de Verenigde Staten – Trump-aanhangers die het Capitool bestormen op 6 januari 2021 – verdwijnen andere crises een beetje op de achtergrond. Die in Nederland rond premier Rutte en de toeslagen-affaire, bijvoorbeeld.

Op donderdag 7 januari was ‘aftreden’ het thema van het Filosofisch Elftal in Trouw. Alexandra van Ditmars interviewde Frank Ankersmit en mezelf over de vraag of premier Rutte kan aanblijven.

“FilosofischElftal

Ja, aftreden is symbolisch, maar daarom niet minder belangrijk

Door de toeslagenaffaire zou het kabinet vlak voor de eindstreep kunnen stranden. Heeft dat wel zin? Het Filosofisch Elftal buigt zich over de kunst van het aftreden.Alexandra van Ditmars7 januari 2021

Morgen praat de ministerraad weer over de toeslagenaffaire. De grote vraag blijft: treedt het kabinet af of niet? De VVD-fractie lijkt te koersen op het aanblijven van het kabinet. Klaas Dijkhoff (VVD) zei eerder op Radio 1 dat “aftreden, vlak voor de verkiezingen, een gebaar van hoog symbolische waarde” is. Maar is aftreden niet altijd een symbolisch gebaar? Gaat het daar niet juist om? En als je nu aftreedt en je vervolgens in maart weer verkiesbaar stelt, neem je de daad van het aftreden dan wel serieus? Het Filosofisch Elftal buigt zich over de vraag wat aftreden eigenlijk precies is.

“Aftreden is inderdaad altijd een symbolische daad”, zegt Frank Ankersmit, emeritus-hoogleraar intellectuele geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. “Voor het beleid zal het immers niet meer uitmaken; de gedupeerden hebben er concreet niets aan. Maar dat het iets symbolisch is, is nog geen reden om het niet te doen. Symboliek kan ontzettend waardevol zijn, zo ook nu. Als het kabinet aftreedt, geeft het daarmee aan: wij begrijpen dat we het vertrouwen van de Tweede Kamer verloren hebben. Aftreden is een schuldbekentenis, de ernst onder ogen zien van wat je gedaan hebt, en inzien dat dat dermate erg is, dat je je niet gerechtvaardigd voelt om door te gaan met je beleid. Zowel ethisch als politiek is het essentieel om die verantwoordelijkheid serieus te nemen. Alleen al fatsoenshalve lijkt het mij daarom dat de regering verplicht is om af te treden.”

“Aftreden is meer dan een symbolische daad”, reageert filosoof en columnist Tinneke Beeckman. “Het maakt onderdeel uit van een gezond politiek klimaat, en is daarmee cruciaal voor de democratie. Het commentaar van Dijkhoff laat zien dat hij verwacht dat burgers meegaan met de redenering vanuit het perspectief van de machthebbers: maakt het nog wel uit of we aftreden, er zijn toch bijna weer verkiezingen? Maar daar gaat het niet om. Ministers ontslaan is feitelijk de enige sanctie die er bestaat in een democratie. Het voordeel van een democratie tegenover andere systemen is dat je een roulatie hebt van de macht; machthebbers kunnen gedwongen worden tot ontslag wanneer ze het algemeen belang beschadigen. En dat is nu gebeurd. Mensen zijn hun huis kwijtgeraakt, soms zelfs hun kinderen, zijn depressief geraakt, jarenlang onterecht niet geloofd – het is werkelijk verschrikkelijk. Als je vervolgens als politicus aftreden trivialiseert als ‘slechts iets symbolisch’, geeft dat de indruk dat we te maken hebben met een politieke klasse die vooral uit is op het behoud van haar eigen machtspositie en die geen verantwoordelijkheid wil nemen.”

Ankersmit: “Daar lijkt het inderdaad op. In een interview in NRC antwoordde Rutte op de vraag of hij de toeslagenaffaire als een smet op zijn premierschap ziet, dat hij daar nog over na moest denken. Terwijl de toeslagenaffaire het ergste is wat er gebeurd is in het Nederlands openbaar bestuur sinds vele jaren. In het rapport erover staat dat de overheid gezondigd heeft tegen het staatsrecht. En dan moet de baas van ons kabinet nadenken over of dit een smet is op zijn loopbaan. Natuurlijk is het dat! Want hij is eindverantwoordelijk; dat is simpelweg hoe ons staatsrecht werkt. Het Nederlandse volk heeft Rutte toevertrouwd verantwoordelijk te zijn voor een goede uitvoering van het beleid ten behoeve van de Nederlandse burger en natie. En het kabinet is tekortgeschoten in die uitvoering. Dat is geen kleinigheid voor wat wij de ‘uitvoerende macht’ noemen.”

Beeckman: “Vergeet ook niet dat de Tweede Kamer meermaals foutief geïnformeerd is. Daardoor kon de wetgevende macht haar controlerende functie niet uitoefenen, terwijl die grondwettelijk cruciaal is. De Nederlandse rechtsstaat is gebaseerd op de scheiding der machten, de trias politica van de Franse filosoof Montesquieu. Twee van de drie machten blijken nu niet goed gefunctioneerd te hebben. Als je dat als politicus relativeert door niet af te treden, wil je wel de voordelen van de macht, maar niet de potentiële nadelen die erbij horen.”

Ankersmit: “Bij aftreden is er ­altijd sprake van een paradox: als het ka­binet aangeeft af te treden, zullen burgers dat aftreden minder nodig vinden, en vice versa. Aftreden is een schuldbekentenis waarmee bestuurders duidelijk maken dat ze de ellende die ze hebben veroorzaakt werkelijk onder ogen zien. Als het kabinet aangeeft af te treden, zal men daarom eerder geneigd zijn te zeggen: ze snappen het, dus dan mogen ze eigenlijk wel blijven; we kunnen verwachten dat ze het in het vervolg anders zullen doen. Als ze niet aftreden, dan bewijst het dat ze nog steeds niet in de gaten hebben wat ze allemaal veroorzaakt hebben. Waardoor mensen juist geneigd zullen zijn om te zeggen: nu moeten ze aftreden! Met aftreden neem je je verantwoordelijkheid en toon je integriteit. Als je dat eenmaal gedaan hebt, mag je weer meedoen: je kunt dus prima eerst aftreden en je vervolgens weer verkiesbaar stellen.”

Beeckman: “Juridisch mag dat inderdaad, maar wat voor signaal stuur je daarmee? Aftreden moet je altijd zien in de context van de tijd waarin je leeft. Er zijn nu allerlei complottheorieën waarin politici worden afgeschilderd als corrupt. Dat geeft blijk van een enorm wantrouwen jegens de politiek. Die complottheorieën zijn grote onzin, maar de toeslagenaffaire is dat niet: er is daarbij wel degelijk sprake van een kabinet dat burgers jarenlang onterecht benadeelde en daarover loog. En de andere staatsinstellingen waren blijkbaar niet in staat die onschuldige burgers te beschermen. Vanuit deze situatie kun je alleen maar hopen dat politici beseffen dat ze een duidelijk signaal moeten afgeven om het vertrouwen van de bevolking in de politiek te herstellen. En dat kan door af te treden en plaats te maken voor nieuwe mensen.”

Dit artikel verscheen op donderdag 7 januari 2021 in Trouw.

‘Van nobele leugenaar tot klokkenluider’, DS, 7 januari 2021

“Wikileaks-activist Julian Assange wordt niet uitgeleverd aan de Verenigde Staten om daar terecht te staan voor spionage; een Britse rechter acht het risico op zelfmoord te hoog. Wat dan nog?, lijken veel mensen te denken – de wereld heeft nu andere zorgen. En Assange is toch die vreemde man met dat witte haar, verdacht van verkrachting in een land dat om vrouwenrechten geeft, Zweden. Jarenlang leefde hij als banneling in de Londense ambassade van Ecuador tot de Britse politie hem in 2019 kwam arresteren. In de film ‘The Fifth Estate’ (2013), speelt de magistrale Benedict Cumberbatch hem als een paranoïede, onbetrouwbare intrigant, die getraumatiseerd is door zijn eenzame, nomadische jeugd in Australië. Natuurlijk deemstert de aandacht voor deze zonderling weg. 

Toch is zijn lot ontzettend belangrijk, om twee redenen. Hij mag een rare man zijn, daarom is hij nog niet schuldig. Momenteel wordt hij in een buitengewoon strenge gevangenis vastgehouden, in wrede, onmenselijke omstandigheden (zoals volstrekte isolatie). Zonder haast enig perspectief. Wat hem de VS te wachten staat, is geen eerlijk proces, maar een politieke afrekening. Ten tweede staat de persvrijheid op het spel: mogen activisten en journalisten nog bewijzen verzamelen en verspreiden over corrupte, liegende en misdadige overheden of bedrijven? 

Een van de belangrijkste hedendaagse vraagstukken is of het ideaal van individuele vrijheid wel overeind kan blijven in een technologisch aangestuurde wereld, die disproportioneel veel macht geeft aan overheden (vooral in vermogende landen) en grote bedrijven. Deze vraag gaat ver voorbij het geval Assange. Maar met zijn organisatie Wikileaks heeft hij wel zijn best gedaan om de vrijheid en de privacy van gewone burgers te verdedigen. 

Op het internet speelt zich een nieuwe wedloop af om data te bemachtigen. Die strijd verloopt tussen landen, maar ook tussen de aanspraken van overheden of bedrijven en de rechten van burgers. Technologie is een langs twee kanten snijdend zwaard: enerzijds schept ze enorme mogelijkheden, anderzijds valt ze makkelijk buiten elke democratische controle. Maar als je technologisch virtuoos bent, en je je inzet voor vrije toegang tot informatie, kan je de balans tussen kansen en bedreigingen herstellen. Dat is de gedachte achter Wikileaks. 

Assange hoort bij de eerste generatie hackers, die vanaf jonge leeftijd dagenlang op de computer tokkelen. Zoals het personage in de film ‘Wargames’ (1983) maakt hij er een sport van door te dringen in systemen van overheden of bedrijven. Hij gebruikte zijn technologische virtuositeit niet om zich persoonlijk te verrijken, maar om een ethisch-politiek project uit te werken: geheimen onthullen en zo de res publica verdedigen. Zijn pseudoniem was ‘mendax’: de nobele leugenaar. 

Intussen heeft Wikileaks wereldgebeurtenissen beïnvloed. Onthullingen over de verregaande corruptie in Arabische landen, waaronder Tunesië, hebben de aanzet gegeven tot de Arabische Lente. Ook Westerse klokkenluiders maakten gebruik van Wikileaks als doorgeefluik. Vaak kregen zij krijgen het steeds lastiger; niet de misdadigers die ze aanklagen.  

De waarheid, daar draait het om. Ook als die waarheid ongemakkelijk is voor de machtigen. De CIA had liever niet dat iedereen sinds 2015 weet dat het agentschap de gsm van Angela Merkel afluistert. Het Amerikaanse leger was niet opgezet met de Collateral Murder-video, die Wikileaks beschikbaar maakte: de video toont hoe VS-soldaten vanuit een helikopter 18 mensen neerschieten, waaronder onschuldige burgers en Reuters-journalisten. Vlak voor de presidentsverkiezingen in 2016 was het establishment bij de Amerikaanse Democraten evenmin blij met de publicatie van mails en berichten  waaruit bleek dat de Democratische Nationale Conventie (de partijraad van de Democraten) systematisch Hilary Clintons concurrent, Bernie Sanders, benadeelde. Hilary beweerde later dat Rusland achter de lekken zat. Verder heeft Wikileaks impact gehad op andere onderzoeksjournalistiek, zoals Luxleaks of de Panama papers. 

Eigenlijk valt Assanges werk moeilijk te onderscheiden van wat een onderzoeksjournalist doet: informatie die belangrijk is voor het algemeen belang vrijgeven. Dat oordeelde de Amerikaanse rechter dan ook na de klacht van de Democratische Nationale Conventie tegen Assange in 2019. Om dezelfde reden wilde de Amerikaanse administratie onder president Obama Assange evenmin vervolgen. Trump, daarentegen, hanteert een eigen logica: in zijn laatste weken als president laat hij een aantal bewezen landverraders en misdadigers vrijuit gaan, terwijl hij Assange wel wil opsluiten.  Hoe het verder moet, is onduidelijk. Voorlopig gaat de Trump-administratie in beroep tegen de beslissing van de Britse rechter. President-elect Joe Biden heeft Assange in het verleden een terrorist genoemd. Dat voorspelt niet veel goeds. Al zijn er geruchten dat zijn toekomstige administratie de eisen tot uitlevering zou laten vallen (The Guardian, 5/01/2021). Dat zou niet alleen voor Julian Assange bevrijdend zijn, ook voor journalisten overal ter wereld.”

Dit artikel verscheen in De Standaard op donderdag 7 januari 2021. Diezelfde dag verscheen een ander artikel over Assange in De Standaard: Julien Assange, de gevallen held, door Dominique Minten.

‘Machiavelli’s Lef’ in DS-top 5 non-fictie voor 2020!

Op 2 januari 2020 verscheen de selectie van de beste 5 non-fictie boeken voor 2020 in dit artikel in De Standaard:  

“DSL top 5 non-fictie

1

HARALD JÄHNER
Wolfstijd
Vertaald door Anne Folkertsma en Jantsje Post, De Arbeiderspers, 504 blz., 34,99 €

Jähner zoomt in op de Duitsers die op de puinhopen van het nazisme een nieuw leven begonnen. Wolfstijd  is een schitterend boek dat alle kanten van de medaille wil tonen. 

2

DAVID VAN REYBROUCK
Revolusi
De Bezige Bij, 638 blz., 39,99 €

Jaren na Congo publiceert David Van Reybrouck een gelijkaardig boek over Indonesië. Revolusi is een voltreffer, ook bij de Nederlanders, voor wie de schrijver niet mals is.

3

DIRK VAN DUPPEN
Zo verliep de tijd die me toegemeten was
Epo, 120 blz., 15 €

Thomas Blommaert tekende het laatste boek van dokter Dirk Van Duppen op. De strijdvaardige en geëngageerde PVDA’er (63) overleed op 30 maart aan pancreaskanker.

4

TINNEKE BEECKMAN
Machiavelli’s lef
Boom, 284 blz., 14,90 €

Machiavelli, dat is toch die machtswellusteling? Dat dacht Tinneke Beeckman ook, tot ze in hem een geniale politieke denker met een grote liefde voor vrijheid ontdekte. 

5

JOAN DIDION
De verhalen die we onszelf vertellen
Samengesteld door Joost de Vries, De Arbeiderspers, 360 blz., 23,50 €

Joan Didion deconstrueert de grote politieke en culturele verhalen en de verhalen die we rond ons eigen leven spinnen. Geen spaander laat ze heel van zelfbegoocheling.  

Deze selectie uit alle boeken van 2020 werd gemaakt in samenwerking met de onafhankelijke boekhandels Boekarest, Corman, Cronopio, De Groene Waterman, De Reyghere, De Zondvloed, Grim, Limerick, Passa Porta en Walry.”

Kortfilm met fragmenten uit ‘Machiavelli’s Lef’

‘Vrij lezen in de natuur’ is een online filmproject van Filosofiehuis ‘Het zoekend hert‘, waarin auteurs voorlezen uit eigen werk.

In deze kortfilm wandel ik in Kasteeldomein Den Brandt in Wilrijk, terwijl ik enkele fragmenten lees uit mijn nieuwe boek ‘Machiavelli’s Lef‘.

https://vimeo.com/494959504

Productie: filosofiehuis Het zoekend hert ° The searching deer, in samenwerking met Humanistisch Verbond. Concept en algemene coördinatie: Eddy Strauven. Teksten: Tinneke Beeckman. Projectlogo: Charlotte Boyden. Regie en realisatie: Bert Lezy en Katja Stonewood (Stonewood Filmhouse).

Interview voor boeklancering – Machiavelli’s Lef

Op vrijdag 13 november werd mijn nieuwe boek ‘Machiavelli’s Lef‘ officieel voorgesteld, met een interview door Marnix Verplancke: Waarom schreef ik het boek? Waarom is het denken van Machiavelli nog altijd relevant? Wat is de kern van zijn denken? De opname van het gefilmde interview is hier beschikbaar.

Het interview werd afgenomen in het Filosofiehuis ‘Het Zoekend Hert‘ (met Eddy Strauven), en opgenomen door Stonewood Filmhouse (Met Katja Stonewood en Bert Lezy).

Het boek is beschikbaar in de (onafhankelijke) boekhandel en via de website van Uitgeverij Boom.

https://vimeo.com/478484005