“Goed dat de ‘First Bully’ werd afgestraft”, column DS, 12 nov. 2020

De CNN-nieuwscommentator en Obama-veteraan Van Jones reageerde emotioneel toen bekend werd dat Joe Biden de Amerikaanse presidentsverkiezingen echt had gewonnen. ‘Deze ochtend is het makkelijker om een ouder te zijn’, begon hij met gebroken stem. ‘Het is makkelijker om aan je kinderen te zeggen dat karakter ertoe doet. De waarheid vertellen, een goede persoon zijn, dat doet ertoe. (…) Ik wil dat mijn zonen hiernaar kijken. Het is makkelijk om de goedkope manier te gebruiken en ermee weg te komen. Maar uiteindelijk keert zich dat tegen je.’ 

In die eerste woorden beschrijft Jones twee dingen: Donald Trump was het model van de bully, een etterbuil die liegt en intimideert om zijn zin te krijgen. Vier jaar lang zwaaide een pestkop de plak. Dat was een nederlaag voor een hele samenleving, los van politieke voorkeuren. Ten tweede benadrukt Jones terecht dat dit een opvoedkundig probleem is. 

Dat wil ook zeggen dat het al minstens één generatie helemaal fout loopt met de Amerikaanse zeden. In 2004 schreef Thomas Frank het boek What’s the matter with Kansas?, over de opkomst van rechts-populisme in zijn thuisstaat, Kansas. Frank beschrijft de groeiende alliantie tussen een bepaald soort kapitalisme en criminaliteit sinds eind de jaren 70. Als kleine jongen zag hij hoe de middenklasse in zijn buurt werd verdreven en een nieuwe, rijkere klasse haar intrek nam. Op de schoolbanken leerden deze nieuwe buurjongens hem de ‘onuitwisbare les dat rijkdom een geheime band had met misdaad en ook met drugsgebruik, bullying, liegen, overspel en “thundering, world-class megalomania”.’

Frank beschrijft jongeren die niet leerden om zich sociaal op te stellen, maar om hun zin door te drijven, los van hun reële kwaliteiten of prestaties. Ze leerden dat agressief gedrag loont. Wie voortdurend het conflict opzoekt, doet anderen wijken. Geld is de enige graadmeter voor succes. ‘Greed is good’, zoals Gordon Gekko, de speculant in Oliver Stones film Wall Street (1987), als satirische profeet uitroept. Alleen leert zo’n mantra niet meer dat mensen hun verlangens, ambities of gedragingen tijdig moeten bijschaven. 

Het gevolg is dat velen niet meer malen om regels. Negatieve gevolgen van overtredingen – ruzie, ophef, schandalen, boetes en zelfs gevangenisstraf – schrikken hen amper af. Winnen is het enige wat telt. Daarom volstaan meer regeltjes niet om hen in toom te houden. Trump heeft heel wat niet-wettelijke, onuitgesproken regels gebroken wanneer dat hem goed uitkwam. Dat het slecht staat als je je familieleden in het Witte Huis op cruciale posities benoemt, bijvoorbeeld. En zelfs wetten houden Trumps kring amper tegen. In zijn omgeving werden ontstellend veel mensen al tot gevangenisstraf veroordeeld omdat ze geen gebod en geen wet erkennen. Ook Trump wacht een reeks rechtszaken zodra hij aftreedt. De bully zoekt en vindt manieren om afspraken te omzeilen. Dat doet hij al zijn hele leven. Precies daarom gaat het over opvoeding, over wat je leert als je jong bent: verantwoordelijkheid nemen voor je eigen gedrag, aan jezelf schaven, rekening houden met anderen, dankbaar zijn voor wat anderen voor je doen, zelfs al geven ze je een uitbrander. Je leert erop te vertrouwen dat het goed komt met jou, wanneer het goed gaat met de anderen om je heen. 

Die lessen vragen snelle, soms strenge interventies vanaf de vroege jeugd, terwijl de voordelen van karaktervorming pas later duidelijk worden. Karakter is een kwestie van gewoonten, wist Aristoteles. Goede gewoonten kun je leren. Dat is de moeilijke taak van de opvoeder. Hij moet die gewoonten incarneren, en ze overbrengen. Hij moet ook een tijdsspanning overbruggen en heeft daarom exemplarische verwijzingen nodig: ‘Nu corrigeer ik je, maar zie eens wie je kunt worden, als je die moeilijke lessen leert.’ 

De opluchting van Jones is begrijpelijk: kinderen en jongeren leven van voorbeelden, en het is goed dat de ‘First Bully’ werd afgestraft. Maar daarmee is de samenleving niet gered. Onbezonnen, manipulatief, oneerlijk of agressief gedrag kan verdoken en subtiel zijn. Trump kon gedijen omdat de ‘mores’ al een tijdje naar de haaien waren. En veel manipulatoren hebben amper een politieke kleur, omdat ze zich alleen om hun eigen positie bekommeren. Van Jones gaf alvast een goede aanzet: de alledaagse gesprekken over karakter, opvoeding en principes moeten opnieuw worden gevoerd. En niet alleen in Amerika.”

Deze column verscheen in De Standaard op donderdag 12 november 2020.

“Het Beest van Amerika”, column DS, 17 september 2020

“In de Verenigde Staten wordt de sfeer grimmiger. Ik lees Chasing the light, de onlangs verschenen memoires van Oliver Stone, en bedenk dat de gewelddadige ontsporingen in Amerika veel ouder zijn dan de recente revoltes, heftige woordwisselingen en brute vecht­partijen doen vermoeden. Geen van beide politieke partijen – hoezeer ze verder ook verschillen – schijnt dat te erkennen. Ze geven liever elkaar de schuld voor het vileine geweld, dan het ‘Beest van Amerika’ in de ogen te kijken. Zo definieert Stone het geweld dat inherent is aan een vernielend kapitalisme, en de nefaste dynamiek waarbij Amerikaanse politici buitenlandse vijanden aanduiden om binnenlandse conflicten te verdoezelen.

De nieuwsberichten over drugs, criminaliteit, armoede, wanhoop, agressie en een gemilitariseerde politie vallen zonder dat Beest nauwelijks te begrijpen. Stone toont de oprispingen van het Beest in de recente Amerikaanse geschiedenis. Meteen na de Tweede Wereldoorlog begon de Koude Oorlog, en de VS bouwden een indrukwekkende militaire macht op. Sindsdien voeren ze oorlog: tegen communisten, tegen drugs, tegen buitenlandse vijanden. In eigen land wordt geld aanbeden als de nieuwe God, zonder oog voor de vernietigende gevolgen. Deze ontmenselijkende dynamiek is de rode draad in veel van Stones films, zoals Scarface (die Stone schreef, maar Brian De Palma regisseerde), Platoon, Salvador, Wall Street, Born on the fourth of July en Natural born killers. In die films houdt hij Amerika een kritische spiegel voor.

Stone was niet voorbestemd om zo kritisch over de Amerikaanse politiek te denken. Zijn vader was een Republikein en een effectenmakelaar op Wall Street. Zijn hele jeugd hoorde Stone deze belofte: volg de regels, studeer, werk hard en de Amerikaanse droom wordt werkelijkheid. Maar Stone ontdekte dat die droom alleen binnen bereik ligt voor wie tot de bevoorrechte bubbel behoort, zoals zijn studiegenoot aan Yale University, de latere president George W. Bush. Stone verliet de universiteit na enkele maanden, ging door een persoonlijke crisis en meldde zich vrijwillig om als infanterist naar Vietnam te trekken.

Voor het eerst ontmoette hij mannen uit lagere sociale groepen en Afro-Amerikanen, die disproportioneel vaak naar het front worden gestuurd – een thema dat opduikt in Spike Lee’s recente film Da 5 bloods. Hij ontdekte dat politici en militairen logen. Over friendly fire: ze verzwegen dat veel Amerikanen stierven door eigen vuur. Over de burgerdoden aan Vietnamese zijde: de Amerikanen gooiden massaal veel bommen­ en gebruikten chemische wapens zonder burgers te sparen. En over de Amerikaanse verliezen. Ze dachten dat zo’n vierderangsnatie, zoals Henry Kissinger Vietnam noemde, wel moest breken tegenover hun militaire overmacht. Maar de Vietcong brak niet. Die soldaten vochten gemotiveerd, voor hun vrijheid. Dat lag bij de Amerikaanse troepen anders. In april 1968 werd Martin Luther King vermoord: bij de Afro-Amerikaanse militairen kwam dat hard aan. Voor wie en waarom vochten ze? Niemand kon zichzelf wijs­maken dat het conflict vergelijkbaar was met de strijd tegen het nazisme.

Veel veteranen keerden getraumatiseerd en drugsverslaafd terug. Stone ook. Het duurde jaren voor hij zijn leven weer op de rails kreeg. Hij werd gearresteerd voor drugssmokkel, maar zijn welstellende vader betaalde een advocaat en Stone ging vrijuit. Hij vond zichzelf opnieuw uit als filmmaker. Zijn Vietnamervaring wilde hij realistisch weergeven. Platoon is geen gepolijst verhaal. Stone toont doodsangst en verveling, smerigheid en chaos, wetteloosheid en onrecht, verminking en lijden: oorlog. Continue Reading ›