“Over Justitie, en de verkiezingscampagne”, in De Afspraak op Vrijdag, 10 mei 2019

Op vrijdag 10 mei was ik  te gast in ‘De Afspraak op Vrijdag’ met Ivan De Vadder, op Canvas.

De andere gasten waren Wouter Beke, voorzitter van CD&V en Karel Verhoeven, hoofdredacteur van De Standaard. We spraken over de tragische moord op Julie Van Espen, en de verantwoordelijkheid van justitie en de politiek. En over de campagne – Hilde Crevits is het boegbeeld van CD&V. Klopt de stelling dat de ‘glazen afgrond’ een rol speelt, zoals Bart Sturtewagen suggereerde in zijn artikel ‘Haalt CD&V 2024 nog wel?‘? En wat betekent het politieke midden, wanneer de politieke uitersten goed scoren?

Over de ‘Glazen Afgrond’ schreef ik het artikel ‘Vrouwen mogen puinruimen‘,  toen Theresa May premier van het Verenigd Koninkrijk werd. En over de terechte woede na de moord op Julie Van Espen, schreef ik een column.

 

 

 

 

 

 

“Blijvende inspiratie voor jongeren”, DM, 26 jan. 2019

Na de dood van Etienne Vermeersch, vroeg de krant De Morgen of ik vanuit zijn werk een progressieve boodschap voor jongeren wilde schrijven, naast een stuk van Bart De Wever (die schreef als conservatieve politicus) – “Toen Etienne Vermeersch er was, was de dood er niet, en nu de dood er is, is Etienne Vermeersch er niet meer. Een conservatieve politicus en een progressieve filosofe over zijn nalatenschap.”

“Etienne Vermeersch steunde de betogende klimaatjongeren in Brussel. Eigenlijk hoeft dat niet te verbazen: zijn hele leven stond hij als progressief bekend. Wat kan hij nog betekenen voor progressieve jongeren? Hier zijn vijf suggesties.

1.Vrijheid van denken en spreken is een belangrijk deel van Vermeersch’ erfenis. Vlaanderen kende een autoritaire, patriarchale traditie, vanuit haar katholieke verleden. Die verdwijnt stilaan. Maar er wonen in Vlaanderen ook mensen die evengoed patriarchale culturen gewend zijn. In zo’n cultuur debatteren mensen weinig. Ze hebben zich de autoriteitsargumenten van hun leiders – politiek, cultureel of religieus – eigen gemaakt. Bijgevolg voelen ze zich snel aangevallen wanneer ze worden tegengesproken. Wat je dan niet mag doen, is toegeven aan het adagium dat je niemand mag kwetsen of beledigen. Integendeel, juist dan is redelijk debat nodig. Vermeersch toonde dat redelijke argumenten helpen om conflicten te vermijden. De noodzaak om te denken, om tegenstand te aanvaarden en kritiek te incasseren heeft hij in de praktijk gebracht. Deze vorm van emancipatie is nog altijd nodig.

2. Vermeersch deed ook onbeschroomd een beroep op de waarheid wanneer hij anderen intellectueel oneerlijk vond. Dan schreef hij plechtige zinnen zoals ‘wil meneer x eens de feiten op tafel leggen’, of ‘ de waarheid heeft haar rechten’, of ‘alles wat mevrouw y zegt, is in strijd met de waarheid’. Heerlijk. Vermeersch was niet vatbaar voor de gedachte dat de waarheid niet bestond of dat elke mens zowat zijn eigen waarheid had. Daarmee leek hij ouderwets, maar hij was zijn tijd ver vooruit: de hele discussie over de gevaren van een post-truth tijdperk (waarin politici ongegeneerd liegen, voordien schaamden ze zich nog) heeft aangetoond dat feiten, bewijzen, argumenten cruciaal zijn om kwesties te beslechten. Anders is een democratisch georganiseerd meningsverschil niet meer mogelijk.

3. Progressief zijn betekent het belang van groei herijken. Een economie mag niet alleen in functie staan van groeimaximalisatie. In een interview dat Vermeersch aan De Tijd gaf in 2013 (samen met mij), vergelijkt hij de economie met een piramidespel: ‘deelnemers overtuigen anderen om mee te doen, waarbij de bijdrage van de nieuwkomers wordt uitbetaald aan de vorige deelnemers. Iedereen wint, op voorwaarde dat er telkens meer deelnemers bijkomen, waardoor meer kan worden geproduceerd, en dan meer geconsumeerd. Maar de piramide kan zich niet oneindig uitbreiden. Het systeem teert op grondstoffen die in snel tempo op geraken. Het produceert afval, maar de afvalbakken – bodem, rivieren, zeeën en lucht – lopen vol.’ Kunnen de wetenschappen alle milieuproblemen, ook van kernafval oplossen? In datzelfde interview waarschuwt Vermeersch voor ‘blind vooruitgangsoptimisme’, dat hij even gevaarlijk acht als ‘blind pessimisme’. Wat ook niet helpt, is fatalisme.

4. Voor Vermeersch stond (menselijk) lijden bestrijden centraal. Continue Reading ›

“Over Etienne Vermeersch”, De Afspraak, dond. 24 jan. 2019

Etienne Vermeersch (1934-2019), de meest invloedrijke intellectueel van Vlaanderen, overleed op vrijdag 18 januari. Pas op donderdag werd het nieuws bekend.

Bij ‘De Afspraak’ (canvas) sprak Phara de Aguirre hierover met Dirk Verhofstadt, met Wim Distelmans, Rik Torfs, Bart De Wever en mezelf.

Over Etienne Vermeersch gaf ik een korte reactie aan De Morgen:

“Zijn leven is een illustratie van de omslag die Vlaanderen gemaakt heeft. Hij staat voor een stuk Vlaamse geschiedenis: hij werd katholiek opgevoed maar ontworstelde zich daaraan, en werd uiteindelijk een voorvechter van het Verlichtingsdenken en bijvoorbeeld meer vrijheid voor vrouwen. Vlaanderen is door en door een katholieke streek, maar hij heeft de Verlichting mee verspreid.

“Omdat hij zo oud geworden is, lijkt het alsof hij altijd al aan het publieke debat deelnam, maar dat klopt niet: hij was toen al de vijftig voorbij. Maar hij kende zijn dossiers, en had daarnaast een fantastisch gevoel voor wat ertoe deed in de samenleving. Op cruciale momenten besloot hij deel te nemen aan het debat, met een enorme energie en consequentie. Hij wist dat er tegenstand zou komen, maar dat heeft hem nooit tegengehouden. Wie het status quo doorbreekt, krijgt altijd vijanden – en hij heeft dat op talloze thema’s doorbroken.”

“Er viel zo veel van hem te leren. Hoe je moet schrijven, hoe je moet denken. Dat wanneer je ergens in gelooft, je daarvoor moet gaan. Bovendien kon hij altijd het verschil maken tussen de persoon en het idee dat hij bestreed. Dat is een belangrijke democratische les: je wordt geen vijand omdat je het oneens was. Veel mensen konden dat onderscheid jammer genoeg niet maken als het over hem ging.”

 

Bij “De Afspraak” over verkiezingen van 14 oktober 2018

Op maandag 15 oktober zat ik in ‘De Afspraak‘ met Bart Schols op Canvas om over de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2018 te praten.

Andere gasten waren Jean-Marie De Decker, Mohamed Ridouani en Stijn Meuris.

Thema’s waren de verkiezing van Jean-Marie De Decker tot burgemeester van Middelkerke; en het succes van Mohamed Ridouani (sp-a) in Leuven.

Dan mochten Stijn Meuris en ik fragmenten uit de verkiezingsavond kiezen. Stijn wilde de ‘komische momenten’ met Bart De Wever op de verkiezingsdag, en Forza Ninove. Ik verkoos twee fragmenten met vrouwen: Nahima Lanjri op het podium naast Kris Peeters, en een emotionele Jinnih Beels in het Zuiderpershuis.

Ik geef een analyse van Kris Peeters’ zet. Een eerste keer sprak ik over deze zaak bijna twee jaar geleden, op 18 november 2016. Toen zat ik bij ‘De Afspraak op vrijdag’ met Ivan De Vadder. Die dag kondigde Kris Peeters, federaal minister van economie, aan dat hij naar Antwerpen trok om burgemeester te worden.

“Welke politicus helpt de junks én hun familie?”, DS 6 sept. 2018

“Laten we Bart De Wever even op zijn woord nemen: er is, in Antwerpen, een cocaïne-probleem. Breder, dieper, groter dan de oppervlakkige waarnemer kan bevroeden.

Inwoners van Antwerpen schieten dus niets op met politici die het onderwerp minimaliseren. Of met politici die beweren dat ‘stigmatiseren van groepen’ het echte probleem is. Het wegkijken mag stilaan stoppen. Want Antwerpen heeft de problemen van een wereldstad: zoals cocaïnehandel, georganiseerde misdaad… en heel wat ellende voor wie met verslaving in aanraking komt. Daarom is ook een groots actieplan nodig om verslaafden en hun families te ondersteunen.

Tegen die misdaad komt er zo’n actieplan: het stadsbestuur werkt samen met de federale overheid, met de ministers van binnenlandse zaken en justitie. Ze coördineren een plan om daders, groot en klein, in kaart te brengen en te vervolgen. Maar wat met de andere kant van het verhaal: dat van de vele verslaafden, en hun omgeving? Als het drugsprobleem endemisch is, dan gaan er achter de heel wat gevels drama’s schuil waar zelden over gesproken wordt.

Rechtse partijen willen een repressieve aanpak van misdadigers. Linkse politici herhalen dat de blanke elite gretig snuift; cocaïnegebruik is niet alleen het probleem van een bepaalde groep.

Beide zijden hebben gelijk. En ongelijk. Want er moet dringend iets gebeuren om het verwoestende effect van verdovende middelen op het sociale weefsel in te dammen. Drugsproblemen gaan niet alleen over verslaafden zelf. Het echte drama is dat hun moeilijkheden niet tot hun eigen leven beperkt blijven. Mensen die verslaafd zijn, ontzien niemand in hun zucht naar geld en middelen om hun roes te beleven. Ze sleuren partners, moeders, vaders, kinderen mee in hun val. Al die mensen proberen om een normaal leven op te bouwen, terwijl drugs ook hun leven vergiftigen.

Continue Reading ›

“Door de bril van Houellebecq”, DS, 22 maart 2018

Radio 1 vroeg me om het begrip ‘soumission’ te duiden, in de uitzending ‘De Wereld Vandaag‘, op 20 maart 2018. Het duikt steeds vaker op, ook op sociale media: #soumission . En de term verwijst naar een roman van de Franse schrijver Michel Houellebecq, maar hoe zat dat precies?

In deze column herneem ik de vraag, en geef ik aan wat de onderliggende angst is rond ‘soumission’, die Houellebecq probeerde te vatten.

 

“De term ‘soumission’ verschijnt in het politieke debat. Bart De Wever gebruikte hem tijdens zijn interview met De Zondag: ‘Dezelfde linkerzijde die bh’s in brand stak in mei ‘68, omarmt nu de hoofddoek als symbool van gelijkwaardigheid. (…). Men wou het christendom kapot, maar van de islam aanvaardt men alles. Ik noem dat soumission.’

‘Soumission’, ‘onderwerping’ is een schimpscheut. Nadat het westen het christendom opzijschoof, accepteert het kritiekloos de islam. Vooral linkse partijen krijgen dit verwijt: zij hebben het katholicisme altijd aangevallen als een manifestatie van het patriarchale, autoritaire en onkritische denken. Maar dat patriarchale denken is evengoed bij conservatieve moslims te vinden. Waarom zouden we dat wel accepteren? Linkse stemmen vinden die parallel al te gemakkelijk; moslims vormen een minderheid en die minderheid heeft bescherming nodig. Achter de islamkritiek gaat een daad van onrecht, een uitdrukking van discriminatie of zelfs racisme schuil, menen ze. Maar die insteek lost de paradox niet op.

Daarbij creëren godsdiensten dynamieken die veel verder gaan dan een vraag over de rechten van minderheden kan beantwoorden. Dat is precies wat Michel Houellebecqs roman ‘Soumission’ traceert. Het is naar die roman dat de term ‘soumission’ in het politieke debat verwijst. De roman verscheen vlak voor de aanslagen op Charlie Hebdo in januari 2015, en speelt zich af in Frankrijk in 2022. In Houellebecqs verbeelding wordt de eerste moslimpresident, Ben Abbes verkozen, dankzij een alliantie tussen diens conservatieve moslimbroederschap en linkse partijen. Beide partijen kunnen zo Marine Le Pens ‘Front National’ van de macht houden. Overal breken gewelddadige protesten uit, waarover de media amper berichten. De protagonist François, een uitgebluste academicus, omarmt de nieuwe machtsstructuren uit eigenbelang en conformisme.

Houellebecq is bekommerd over de teloorgang van sterke geloofsovertuigingen. Hij plaatst de islam niet tegenover de Verlichting, zoals in Vlaanderen gebeurt. Integendeel, hij beschouwt de Franse Revolutie als een godsdienstoorlog van atheïsten tegen katholieken. Houellebecq heeft tevergeefs geprobeerd om zich tot het katholicisme te bekeren. Zijn roman ligt in het verlengde van die persoonlijke mislukking. Vandaag heeft de islam de wind in de zeilen. Maar moslim worden uit conformisme, zoals zijn personage François, zou hij niet doen; ‘Ik ben geen lafaard’, stelt hij in een interview. Dit raakt aan de essentie van het concept ‘soumission’: het is vooral een moreel verwijt. Het suggereert lafheid, gebrek aan daadkracht, aan zelfrespect. Met de stempel ‘soumission’ maak je iemand politiek monddood, want wie wil zich nu associëren met een project van vrijwillige vernedering en onderwerping?

Toch heeft François in de roman allerlei goede redenen om dit te doen, en dat is de kracht van de roman, die niet oordeelt maar beschrijft. Continue Reading ›

“Een kwestie van consistentie”, column DS 25 jan. 2018

” Hoe verklaar je dat rechtse politici mediaschandalen makkelijker overleven dan linkse politici, vroeg een journalist me onlangs. Hij verwees naar burgemeester Bart De Wevers positie in Antwerpen, die amper verzwakt lijkt na de Fornuis-saga. Het oppositiekartel ‘Samen’ werd daarentegen wel uit elkaar gepeeld na gelekte informatie over het ontslag van Sp-a-boegbeeld Tom Meeuws als directeur van De Lijn in 2015.

Het antwoord op zo’n vraag hangt deels van eigen vooroordelen af: wie linkse ideeën heeft, meent dat rechtse politici zich wel heel veel kunnen veroorloven. Bij aanhangers van rechtse partijen leeft de omgekeerde idee.

Belangrijker is het inzicht dat er niet één universele morele code is waarmee burgers het gedrag van hun politici beoordelen. Dit is specifiek aan het politieke spel: met de politieke pluraliteit gaat ook een morele pluraliteit gepaard. De vraag is niet hoe eerlijk of genereus een politicus is, dan wel of zijn gedrag rechtlijnig genoeg lijkt voor zijn politieke overtuiging. Kortom, burgers verlangen eerder consistentie dan morele zuiverheid.

Een buitenlands voorbeeld. François Fillon was presidentskandidaat in 2017 voor ‘Les Républicains’. In januari 2017 leek hij de verkiezingen te zullen winnen, eind april sneuvelde hij al in de eerste ronde. Een schandaal deed hem de das om: hij zou zijn vrouw Penelope en kinderen aangeworven hebben als parlementair medewerker, maar die hadden geen klap uitgevoerd. Fillon had dus zijn familiale belangen op het algemeen belang laten primeren. Dat werd gezien als een gebrek aan rechtlijnigheid; Fillon had beweerd minder geldbelust te zijn dan zijn partijgenoot Sarkozy. En hij had zich gepresenteerd als een opvolger van Charles De Gaulle, die een onbetwiste reputatie had. Diens enige maîtresse was – naar eigen zeggen – Frankrijk zelf. Fillon had zich dus als zuivere kandidaat voorgesteld, maar viel in de kuil die hij voor anderen had gegraven.

Marine Le Pen lag ook onder vuur omdat ze fondsen van het Europees Parlement had aangewend voor partijmedewerkers die eigenlijk in Frankrijk werkten. Strikt gezien is dit verboden, en dus berichtten pers en oppositie over een misbruik van middelen. Maar het stoorde haar kiezers geheel niet. Dat Le Pen de Europese Unie geld afhandig had maakt, niet voor persoonlijk gewin, maar voor de partijwerking in Frankrijk strookte perfect met de nationalistische ideologie van haar partij.

In Antwerpen geeft Bart De Wever grif toe dat hij op economisch vlak een liberale koers vaart. Bedrijfsleiders ontmoeten lijkt dan consistent. Ook De Wevers loyaliteit aan de eigen groep wordt als ideologisch rechtlijnig gezien: de N-VA-voorzitter steunt partijgenoten die in opspraak komen, zoals gemeenteraadslid Koen Kennis met zijn talrijke mandaten, of staatssecretaris Theo Francken na het Soedan-incident. Wat de N-VA wel schaadt – want inconsistent – is de aanwezigheid van PS-er Alain Mathot op dezelfde verjaardagsreceptie van projectontwikkelaar. Maar harde bewijzen voor belangenvermenging zijn er niet.

Een links politiek project is gebaseerd op waarden zoals universele gelijkheid en rechtvaardige herverdeling door overheidsinterventies. Politieke rechtlijnigheid krijgt dan een heel andere invulling. Na de negatieve berichtgeving over LandInvest en Eric Van Der Paal, stuurde Sp-a boegbeeld Tom Meeuws vriendschappelijke berichtjes naar een bouwpromotor.

Continue Reading ›