‘Honkvaste migranten’, column DS, 18 april 2016

Unknown 08.33.05“Zijn we allemaal migranten? Dat vroeg ik me af toen ik een manifest las waarin tientallen Nederlandse denkers voor open Europese grenzen pleitten, en tegen de angst die politici als Wilders en Le Pen zinnebeelden (Trouw, 30/03). Ik begreep hun bezorgdheid. Europese idealen staan op de helling: door de twijfelachtige deal met Turkije verliezen vluchtelingen het fundamentele recht om een vluchtelingenstatuut te vragen. Maar maakt mij dat tot migrant in dit land? En zijn open grenzen het antwoord? Ik denk het niet. Als kind al reisde ik met mijn ouders naar Athene, de bakermat van de Europese cultuur. Ik deed nadien de andere continenten aan. Europa voelde altijd als thuis.

vrijheid-van-de-grens-3d-wEcht grenzen oversteken is natuurlijk meer dan op vakantie gaan. Wat betekent het dan wel? Dat beschrijft Paul Scheffer in ‘De vrijheid van de grens’. Grenzen zijn volgens hem noodzakelijk, ze moeten evenmin helemaal open als hermetisch dicht. De vraag is wel hoeveel mensen volwaardig burger kunnen worden van de EU. Mensen worden namelijk geen voorstander van vrijheid en gelijkheid zodra ze voet zetten op Europese bodem. Die werkelijkheid is ongemakkelijk, en het is verleidelijk om ze te ontkennen. Die miskenning getuigt juist van eurocentrisme: de Europese neiging om de eigen cultuur en traditie op anderen te projecteren. Het is een typisch Europees trekje om zichzelf uit te vlakken, en vervolgens te veronderstellen dat anderen zich ook meteen losmaken van hun culturele of religieuze identiteit. Alsof het niet uitmaakt of je uit Japan, Pakistan of Brazilië komt, zodra je in een land arriveert. De voorstanders van open grenzen, die bij uitstek aan het verwijt van eurocentrisme willen ontsnappen, wenden de vreemdheid van het eigene voor: ‘we zijn allemaal migranten’. Dat lijkt me een gratuite bewering, die onrecht doet aan de verscheurende ervaringen van migranten. Dit eurocentrisme, dat zich alleen tot Europese politieke kwesties richt, heeft geen oog voor hoe verschillend – en vaak radicaal antidemocratisch – mensen uit andere werelddelen denken. Continue Reading ›

‘Iedereen fan!’, De Tijd, 28 juni 2014

Unknown

“Iedereen Fan!

We hangen vlaggen aan onze gevels, versieren onze auto’s en smeren tricolore troep op ons gelaat. Belgen zijn voetbalgek geworden. En wij niet alleen. De halve wereld doet mee. ‘Het is perfect normaal dat supporters in de ene hand met een Belgische vlag zwaaien en in de andere met een Vlaamse. Een Waal is een Belg als hij wint en een Waal als hij verliest.’ Wij, mensen, maken onszelf en elkaar graag gek.
‘Het was zo stil op de tribunes dat het overduidelijk is dat alle 6.000 supporters hun ticket gratis kregen. Zo klonk een ontgoochelde Dries Mertens enkele jaren geleden na afloop van een match van de Rode Duivels in het Koning Boudewjnstadion. Intussen is er veel veranderd. Al wekenlang trekken kindertjes verkleed als duiveltjes naar school. Wie een halfuur voor een match een supermarkt bezoekt, waant zich alleen op de wereld. Mannen en vrouwen die van hun leven nog geen voetbalmatch hebben uitgekeken, supporteren nagelbijtend en vuilbekkend voor ‘hun’ team, alsof ze nooit anders deden. Continue Reading ›

“Fair-Play”, column DS 16 juni 2014

images“Je kan er niet omheen. In alle kranten, op alle media: het is wereldbeker voetbal. Nu ja, voetbal is meer dan een sport. Voor de Franse filosoof Albert Camus bood voetbal zelfs morele lessen bij uitstek: ‘ce que je sais de la morale, c’est au football que je le dois’. Voetbal is vreugde delen en fouten vergeven. Offensief spelen, eerlijk strijden voor een doelpunt. Een strikt gecodificeerd duel, dat het geweld tussen beide partijen beperkt. Camus, van bescheiden komaf, hield van voetbal

Camus als keeper van RUA, Racing Universitaire Algérois.

Camus als keeper van RUA, Racing Universitaire Algérois.

omdat het een populaire sport was: tijdverdrijf van buurtjongens op een plein. Gratis, genereus en sociaal. Maar voetbal is ondertussen een miljarden business geworden, het tegendeel van haar oorspronkelijke sportieve principes. In Brazilië worden nutteloze stadia gebouwd die miljarden kosten, terwijl de arme bevolking crepeert. Het alcoholverbod in stadia, bedoeld om geweld in te perken, sneuvelt op bevel van de FIFA-sponsors. Valt er nog veel te vieren?

UnknownVoetbal heeft natuurlijk altijd politieke belangen gediend. Mussolini begreep al de kracht van voetbal om het fascisme te verspreiden. Maar net zo goed vond Antonio Gramsci de fair play in voetbal belangrijk: spelers verschillen door hun kunnen, niet door hun carrière of afkomst. Vandaag speelt een andere ideologie, volgens de Franse filosoof Jean-Claude Michéa, in zijn laatste boek ‘Le plus beau but est une passe’. Voetbal is nu een instrument van ‘soft power’, een zachte manier om kapitalisme te propageren, door in de verbeelding consumentisme aan te wakkeren: sportmannen zijn de nieuwe helden in een helden-loos tijdperk. Hun levensstijl is het nieuwe ideaal, hun steile opgang de illusie dat armen makkelijk rijk kunnen worden. Continue Reading ›