In “De Afspraak” op Canvas, 15 juni 2020

Maandag 15 juni 2020 was ik te gast bij Phara de Aguirre in ‘De Afspraak’ op Canvas. 

De andere gasten waren Frank Van Massenhoven, oud-topambtenaar en Urbanus.

We hadden het over Sihame El Kaouakibi en haar koers als parlementslid, humor en satire, identiteitspolitiek en polarisering. En ten slotte ook over Corona, en telewerken.

‘Als het loont om tegen de ander te zijn’, column DS, 28 mei 2020

“Onderzoeken, zoals ‘De Stemming’ liegen er niet om: Vlamingen wantrouwen hun politici, vooral die van traditionele partijen. De extreme partijen – PVDA en Vlaams Belang – winnen fors. Zo worden de politieke tegenstellingen steeds groter. Eén van de redenen, is dat het loont voor politici om voluit tégen de ander te zijn. Zo winnen ze verkiezingen en peilingen, maar ze kunnen niet meer samenwerken.

Natuurlijk maakt conflict deel uit van het politieke spel. Maar nefaste vormen van conflict verlammen de samenwerking en voeden het wantrouwen. Drie elementen werken zo’n nefaste politieke conflictvorming in de hand: factievorming door sociale media, de opmerkelijke Belgische politieke structuren en de permanente verkiezingskoorts.

Politici winnen aan populariteit door onderscheiden te benadrukken. Dat is goed. Maar als ze zich uitsluitend tot hun eigen kiezers richten (hun factie), en anderen als niet legitiem of moreel valabel neerzetten, is dat slecht. Sociale media spelen hier een rol, ze veranderen het debat. Op sociale media reageren sommige politici pijlsnel op berichten of gebeurtenissen en laten hun emoties daarbij de vrije loop.  Het genereert aandacht en veel ophef. Maar het normale politieke debat verloopt traag (politici gaan in het parlement, dus bij bepaalde gelegenheden in de clinch); er zijn gesprekscodes die de emotionele lading beperken en over de inhoud houden politici zich normaliter aan partij-afspraken. Ook fysieke ontmoetingen, tussen politici onderling of tussen politici en burgers, beperken de emotionele geladenheid. Dat is nodig om een grondig debat te kunnen voeren.

Tégen de ander zijn, wordt in België ook beloond door de politieke structuur. Op federaal vlak bestaat de uitvoerende macht voor 50 % (pariteit) uit politici van partijen waar een burger niet voor kan stemmen (uitgezonderd in Brussel). Politici moeten zich tegenover de helft van de bevolking nooit verantwoorden. Daarnaast volgen media en onderzoekers ook deze breuklijnen. Zo peilt het geciteerde onderzoek – ‘De Stemming’ – naar stemgerechtigde kiezers in het Vlaams gewest (niet eens in Brussel).

Onlangs verscheen ‘Het DNA van Vlaanderen, wat willen Vlamingen echt’ (door Ivan De Vadder en Jan Callebaut). De boeiende studie is een staalkaart van de dromen, angsten, en visies van Vlamingen doorheen de jaren. Maar opnieuw belicht dit werk alleen wat in Vlaanderen gebeurt. Dit is geen verwijt, maar een vaststelling: de andere zijde lijkt amper te bestaan.

Vlamingen moeten hun Franstalige gesprekspartners beter leren kennen, of ze hen nu als mede-of als tegenstanders zien voor een toekomstig Belgisch project. Het loont electoraal op korte termijn wel om in de eigen bubbel overtuigd te zijn van het eigen grote gelijk. Maar op langere termijn draagt het weinig bij. Daarbij is de historische dimensie belangrijk. Sinds het ontstaan van België kennen Vlaanderen en Franstalig België een andere evolutie: Vlaanderen was arm en achtergesteld; Vlamingen werden gediscrimineerd. Nu staat Vlaanderen op vlak van onderwijs en economie sterker, terwijl de Franstalige economische (en culturele) dominantie is afgebrokkeld. En er zijn de verschillen tussen Brussel en Wallonië. Deze complexiteit heeft een effect op het politieke bewustzijn, in alle landsdelen. Als je weet wat burgers verlangen, hopen of vrezen, hoe ze naar hun partijen en naar hun eigen gemeenschap kijken, kan je een ander gesprek voeren. Dan zie je de ander als een mens, die niet past in een partijpolitiek of moreel eenduidig hokje, zoals de Franstalige linkse ‘gutmensch’ of de rechtse Vlaamse racist.

Wat nefaste conflicten ook voedt, ten slotte, is het tijdsperspectief: elke partij – ook wie deelneemt aan de macht – blijft permanent campagne voeren, omdat verkiezingen de enige horizon zijn. Door de coronacrisis was een federale minderheidsregering even mogelijk. Nu moet er terug een beleid op langere termijn worden uitgetekend, en dreigt de impasse. Maar op deze manier verder gaan, heeft weinig zin. Sommige politici en commentatoren stellen dat het ‘nu niet het moment is’ om fundamentele gesprekken over de toekomst van België te voeren. Maar voor de coronacrisis uitbrak, was het evenmin een goed moment; het begrotingstekort liep al dramatisch op. En denkt iemand dat het beter wordt zodra de gevolgen van de klimaatopwarming duidelijker worden? Er komen geen makkelijke momenten meer. Het moet nu gebeuren.”

Deze column verscheen in De Standaard op 28 mei 2020.

In de Afspraak, vijf jaar na de aanslag op ‘Charlie Hebdo’, 7 januari 2020

Op dinsdag 7 januari was ik te gast in De Afspraak op Canvas bij Bart Schols. Samen met Kamagurka, Nilufar Ashtari (over Iran) en Otto-Jan Ham (over zijn nieuwe programma).

We hadden het over de aanslag op Charlie Hebdo, vijf jaar geleden: journalisten, cartoonisten werden vermoord door twee radicale moslims.

Heeft dat de vrijheid van mening veranderd?

Dit thema bespreek ik al uitvoerig in mijn boek ‘Macht en Onmacht. Een verkenning van de hedendaagse aanslag op de Verlichting’ (2015). Het boek begint met de aanslag op Charlie Hebdo.

 

 

In “De Afspraak” op 27 mei 2019 over de verkiezingen

Op maandag 27 mei, de dag na de verkiezingen, zat ik in de studio van Bart Schols, voor “De Afspraak” op Canvas.

Andere gasten waren Sammy Mahdi (jongerenvoorzitter CD&V), Prof. Hendrik Vuye (Vuye & Wouters), en Johan Vande Lanotte (Minister van Staat, Sp-a).

Thema’s waren het succes van Vlaams Belang, het cordon sanitaire, en de toekomst van het land.

Het werd een pittig debat!

Over de twee democratieën in België sprak ik in een interview voor De Tijd, samen met wijlen Etienne Vermeersch in 2013. Dat de traditionele partijen niet meer overeenkomen met de fundamentele breuklijnen in de samenleving, was het onderwerp van een DS-column in datzelfde jaar.

“Over Justitie, en de verkiezingscampagne”, in De Afspraak op Vrijdag, 10 mei 2019

Op vrijdag 10 mei was ik  te gast in ‘De Afspraak op Vrijdag’ met Ivan De Vadder, op Canvas.

De andere gasten waren Wouter Beke, voorzitter van CD&V en Karel Verhoeven, hoofdredacteur van De Standaard. We spraken over de tragische moord op Julie Van Espen, en de verantwoordelijkheid van justitie en de politiek. En over de campagne – Hilde Crevits is het boegbeeld van CD&V. Klopt de stelling dat de ‘glazen afgrond’ een rol speelt, zoals Bart Sturtewagen suggereerde in zijn artikel ‘Haalt CD&V 2024 nog wel?‘? En wat betekent het politieke midden, wanneer de politieke uitersten goed scoren?

Over de ‘Glazen Afgrond’ schreef ik het artikel ‘Vrouwen mogen puinruimen‘,  toen Theresa May premier van het Verenigd Koninkrijk werd. En over de terechte woede na de moord op Julie Van Espen, schreef ik een column.

 

 

 

 

 

 

“Over de ‘witte wereld’, in debat bij “Nachtwacht” op Canvas, 16 maart 2019


Op zaterdag 16 maart was ik te gast bij ‘Nachtwacht‘ met Jan Leyers, over kolonisatie, diversiteit en discriminatie.

“”Breek de witte wereld af.”

De koloniale tijd ligt zestig jaar achter ons, maar het debat daarover lijkt nu pas los te barsten. Volgens politiek wetenschapper Olivia Rutazibwa kijken wij nog steeds met een koloniale bril naar de wereld. En dat moet ophouden.

Maar filosofe Tinneke Beeckman waarschuwt voor een te ver doorgeslagen slachtofferdenken. Gelijkheid en diversiteit zijn mooi, maar mogen niet leiden tot censuur, en tot hokjesdenken waarbij mensen tegenover elkaar staan.

De derde gast is Christophe Busch, directeur van de Kazerne Dossin in Mechelen en specialist in polarisatie en de bestrijding daarvan.”

Mijn boek, Macht en Onmacht kwam ter sprake. Daarin maak ik een analyse van ressentiment en slachtofferschap, en hoe die als begrippen juist heldere inzichten voorkomen; wat als waarheid geldt, is volgens adepten van Foucault en Marcuse slechts de uitkomst van een machtsstrijd, waarbij het verzwegene meteen het onderdrukte verhaal is. Dat wordt ook het nieuwe criterium, niet meer of een verhaal ‘waar’ is; er is geen inhoudelijk argument meer. Alleen wie spreekt wordt relevant. Dat is nefast, betoog ik.

 

 

 

 

“Over ‘1984’ van George Orwell” in Winteruur, op 29 jan. 2019

Op dinsdag sprak ik over ‘1984’ van George Orwell, met Wim Helsen in Winteruur op Canvas. De link naar het fragment staat op canvas.

Het boek gaat over politiek, over totalitarisme. Maar ook over liefde, intimiteit, integriteit en gevoel…

Dit was mijn fragment:

‘“Afgaande op wat hij zich van haar kon herinneren, veronderstelde hij niet dat zij een bijzondere vrouw was geweest en nog minder een intelligente vrouw; en toch had ze een soort edelheid bezeten, een soort van zuiverheid, eenvoudig omdat de normen waaraan zij gehoorzaamde persoonlijke standaarden waren. Haar gevoelens waren van haarzelf en konden niet van buiten af veranderd worden. Het zou niet in haar hoofd zijn opgekomen dat een handeling, die geen doel dient, daardoor betekenisloos wordt. Wanneer je iemand liefhad, dan had je hem lief en wanneer je niets anders te geven had, dan gaf je hem liefde. Toen het laatste stukje chocolade verdwenen was, had zijn moeder het kind in haar armen geklemd. Het gaf niets, het bracht geen enkele verandering teweeg, het bracht niet meer chocolade op, het wendde de dood van het kind niet af noch die van haarzelf; maar het scheen haar natuurlijk om dat te doen.”’

Deze week komen Geert Bourgeois, Koen Wauters, Lieve Joris aan bod.

“Blijvende inspiratie voor jongeren”, DM, 26 jan. 2019

Na de dood van Etienne Vermeersch, vroeg de krant De Morgen of ik vanuit zijn werk een progressieve boodschap voor jongeren wilde schrijven, naast een stuk van Bart De Wever (die schreef als conservatieve politicus) – “Toen Etienne Vermeersch er was, was de dood er niet, en nu de dood er is, is Etienne Vermeersch er niet meer. Een conservatieve politicus en een progressieve filosofe over zijn nalatenschap.”

“Etienne Vermeersch steunde de betogende klimaatjongeren in Brussel. Eigenlijk hoeft dat niet te verbazen: zijn hele leven stond hij als progressief bekend. Wat kan hij nog betekenen voor progressieve jongeren? Hier zijn vijf suggesties.

1.Vrijheid van denken en spreken is een belangrijk deel van Vermeersch’ erfenis. Vlaanderen kende een autoritaire, patriarchale traditie, vanuit haar katholieke verleden. Die verdwijnt stilaan. Maar er wonen in Vlaanderen ook mensen die evengoed patriarchale culturen gewend zijn. In zo’n cultuur debatteren mensen weinig. Ze hebben zich de autoriteitsargumenten van hun leiders – politiek, cultureel of religieus – eigen gemaakt. Bijgevolg voelen ze zich snel aangevallen wanneer ze worden tegengesproken. Wat je dan niet mag doen, is toegeven aan het adagium dat je niemand mag kwetsen of beledigen. Integendeel, juist dan is redelijk debat nodig. Vermeersch toonde dat redelijke argumenten helpen om conflicten te vermijden. De noodzaak om te denken, om tegenstand te aanvaarden en kritiek te incasseren heeft hij in de praktijk gebracht. Deze vorm van emancipatie is nog altijd nodig.

2. Vermeersch deed ook onbeschroomd een beroep op de waarheid wanneer hij anderen intellectueel oneerlijk vond. Dan schreef hij plechtige zinnen zoals ‘wil meneer x eens de feiten op tafel leggen’, of ‘ de waarheid heeft haar rechten’, of ‘alles wat mevrouw y zegt, is in strijd met de waarheid’. Heerlijk. Vermeersch was niet vatbaar voor de gedachte dat de waarheid niet bestond of dat elke mens zowat zijn eigen waarheid had. Daarmee leek hij ouderwets, maar hij was zijn tijd ver vooruit: de hele discussie over de gevaren van een post-truth tijdperk (waarin politici ongegeneerd liegen, voordien schaamden ze zich nog) heeft aangetoond dat feiten, bewijzen, argumenten cruciaal zijn om kwesties te beslechten. Anders is een democratisch georganiseerd meningsverschil niet meer mogelijk.

3. Progressief zijn betekent het belang van groei herijken. Een economie mag niet alleen in functie staan van groeimaximalisatie. In een interview dat Vermeersch aan De Tijd gaf in 2013 (samen met mij), vergelijkt hij de economie met een piramidespel: ‘deelnemers overtuigen anderen om mee te doen, waarbij de bijdrage van de nieuwkomers wordt uitbetaald aan de vorige deelnemers. Iedereen wint, op voorwaarde dat er telkens meer deelnemers bijkomen, waardoor meer kan worden geproduceerd, en dan meer geconsumeerd. Maar de piramide kan zich niet oneindig uitbreiden. Het systeem teert op grondstoffen die in snel tempo op geraken. Het produceert afval, maar de afvalbakken – bodem, rivieren, zeeën en lucht – lopen vol.’ Kunnen de wetenschappen alle milieuproblemen, ook van kernafval oplossen? In datzelfde interview waarschuwt Vermeersch voor ‘blind vooruitgangsoptimisme’, dat hij even gevaarlijk acht als ‘blind pessimisme’. Wat ook niet helpt, is fatalisme.

4. Voor Vermeersch stond (menselijk) lijden bestrijden centraal. Continue Reading ›

“Over Etienne Vermeersch”, De Afspraak, dond. 24 jan. 2019

Etienne Vermeersch (1934-2019), de meest invloedrijke intellectueel van Vlaanderen, overleed op vrijdag 18 januari. Pas op donderdag werd het nieuws bekend.

Bij ‘De Afspraak’ (canvas) sprak Phara de Aguirre hierover met Dirk Verhofstadt, met Wim Distelmans, Rik Torfs, Bart De Wever en mezelf.

Over Etienne Vermeersch gaf ik een korte reactie aan De Morgen:

“Zijn leven is een illustratie van de omslag die Vlaanderen gemaakt heeft. Hij staat voor een stuk Vlaamse geschiedenis: hij werd katholiek opgevoed maar ontworstelde zich daaraan, en werd uiteindelijk een voorvechter van het Verlichtingsdenken en bijvoorbeeld meer vrijheid voor vrouwen. Vlaanderen is door en door een katholieke streek, maar hij heeft de Verlichting mee verspreid.

“Omdat hij zo oud geworden is, lijkt het alsof hij altijd al aan het publieke debat deelnam, maar dat klopt niet: hij was toen al de vijftig voorbij. Maar hij kende zijn dossiers, en had daarnaast een fantastisch gevoel voor wat ertoe deed in de samenleving. Op cruciale momenten besloot hij deel te nemen aan het debat, met een enorme energie en consequentie. Hij wist dat er tegenstand zou komen, maar dat heeft hem nooit tegengehouden. Wie het status quo doorbreekt, krijgt altijd vijanden – en hij heeft dat op talloze thema’s doorbroken.”

“Er viel zo veel van hem te leren. Hoe je moet schrijven, hoe je moet denken. Dat wanneer je ergens in gelooft, je daarvoor moet gaan. Bovendien kon hij altijd het verschil maken tussen de persoon en het idee dat hij bestreed. Dat is een belangrijke democratische les: je wordt geen vijand omdat je het oneens was. Veel mensen konden dat onderscheid jammer genoeg niet maken als het over hem ging.”

 

“De prijs van opportunisme”, column DS op 17 januari 2019

“Hoe is het zo ver kunnen komen met Groot-Brittannië? Niemand lijkt nog voldoende van het land te houden om het te redden. Niet de ambitieuze politici, die hun eigen carrière belangrijker vinden dan het algemene belang. Niet de Europese Unie, die het uittredende land lijkt te willen straffen met een moeilijke deal.

Hoe valt dit dubbele falen te verklaren? Groot-Brittannië was een land met een bevolking die bereid was tot zelfopoffering om de eigen grootsheid te behouden, zoals Churchill beklijvend vatte in zijn beroemde speech over ‘bloed, zweet en tranen’. Net zo goed voerde het land een wreedaardig beleid tegenover andere volkeren. Het Britse imperiale verleden kent gruwelijke wapenfeiten. Zo pookten de Britten religieuze gevoeligheden tussen moslims en Hindoes in India op, om het land te verdelen. Het had duizenden doden tot gevolg. De macht van de Chinese keizer wilden ze dan weer met opiumoorlogen breken, wat tot ontelbare verslaafden leidde.

Nu lijkt het onwrikbare Groot-Brittannië een zelfdestructieve koers te varen. Het referendum heeft de eilandbewoners diep verdeeld. De Brexit stort het land in een diepe economische crisis. Politieke leiders lijken deze koers wel te beseffen, maar ze hebben evenmin de macht als de autoriteit om haar te veranderen.

Heel wat factoren spelen een rol. Eén daarvan is het schaamteloos opportunisme van toppolitici. De rivaliteit tussen David Cameron, Boris Johnson, Michael Gove beheerst al jaren het politieke bedrijf. Die politici eigenden zich het recht toe om zich alleen om hun eigen carrière bekommeren. In die geest besloot Cameron tot een referendum. Hij trok met die belofte in 2015 naar de kiezers, en won de verkiezingen. Een enorme gok, die hij uiteindelijk verloor. Met dramatische gevolgen.

Maar deze opportunistische ingesteldheid is geen individueel probleem. Het heeft zich in de harten en geesten genesteld sinds Thatchers beleid in de jaren ’80: als elk individu zijn eigenbelang nastreeft, komt dat het geheel ten goede. Meer nog, dat grotere geheel bestaat eigenlijk amper. Alleen individuele keuzes tellen. Sociaaleconomisch leidde deze ideologie tot privatiseringen (die ‘Labour’ onder Tony Blair nog verder doorvoerde). Privatiseringen zijn echter niet louter een economische kwestie. Ze hebben politieke gevolgen: ze tasten het burgerschap aan. Zo heeft de bovenlaag haar leven als burger geprivatiseerd door overheidstaken over te nemen: ze leeft in aparte, beveiligde wijken, stuurt haar kinderen naar private scholen, koopt private ziekteverzekeringen en pensioenfondsen. Het maakt solidariteit moeilijker: rijkeren zijn steeds minder bereid om voor een overheidssysteem bij te springen, waarop ze zelf geen beroep doen. Daarbij zijn twee werelden ontstaan, waartussen een onoverbrugbare kloof ligt. Cameron behoort zelf tot de bovenlaag. Hij besloot stoer tot een referendum, maar had geen idee wat er bij de bevolking leefde. En er is nog een element: de geest van privatisering beïnvloedt ook de politieke berichtgeving. Kijk even naar de loeiharde, vernederende koppen van Britse kranten. Sinds Margaret Thatcher hebben ambitieuze politici noodgedwongen goede connecties met mediatycoons als Rupert Murdoch. Zijn ‘tabloids’ stoken schanddalen op, verspreiden foute informatie en zetten bevolkingsgroepen tegen elkaar op. In zo’n landschap is denken over het algemeen belang op langere termijn onmogelijk geworden. Erger nog, vermits eigenbelang het belangrijkste criterium is, eisten Thatcher en haar epigonen hun geld van de Europese Unie terug: ‘I want my money back’. De Unie moest renderen, anders was ze overbodig.

Het falen ligt ook deels aan de Europese Unie. Continue Reading ›