“In crisistijd ligt ontsporing van de macht op de loer”, interview voor Brainwash – Human, 8 april 2021

Kimberly Van den Hengel interviewde me over mijn boek, Machiavelli’s Lef, en de relevantie ervan vandaag. Dit interview verscheen op de website van Brainwash-Human.

De journaliste vroeg me ook welk boek we vandaag moeten lezen, en ik gaf ‘Het rechtvaardigheidsgevoel’ van Jonathan Haidt op, en ik leg uit waarom. Van dat boek valt ook een exemplaar te winnen (zie beneden).

“We bevinden ons in een wereld in crisis, te midden van overheden die hun macht op uitzonderlijke wijze uitbreiden. Dan is het van belang om te weten hoe macht werkt en hoe haar te begrenzen. We spreken filosoof Tinneke Beeckman over macht en tegenmacht, vrijheid en burgerlijke ongehoorzaamheid, en verdeeldheid in de samenleving.

We bevinden ons inmiddels al meer dan een jaar in een wereldwijde crisis. En de uitvoerende macht wordt sterk uitgebreid, volgens filosoof Tinneke Beeckman. Maar met weinig controle door het parlement. “Dat is in Nederland het geval, en in België en andere landen ook,” zegt Beeckman. “Ten tijde van een crisis wordt het bijna als deloyaal gezien om beslissingen ter discussie te stellen.

“Je zag dat goed na 9/11, waarbij de noodtoestand leidde tot beperking van burgerlijke vrijheden en meer controle van de overheid op het leven van burgers. Als je daar een vraag over stelt, ben jij geen patriot. Dat hoor je vandaag ook. Bij iedere kritische vraag wordt gezegd dat die de gezondheid en de samenleving ondermijnt.

“Het delicate is dat het inderdaad zo is dat mensen in tijden van nood moeten samenwerken. Maar politici mogen daar geen misbruik van maken. Je moet altijd alert en kritisch genoeg blijven op de ontsporing van de macht, zonder dat je daarmee de burgerzin aantast.”

Waarin schuilt precies het gevaar van de macht?

“Het is gevaarlijk als elites lang aan de macht blijven. Elites zijn mensen die de macht hebben om hun eigen positie te blijven versterken: mensen die financieel veel slagkracht hebben, die militaire of juridische macht hebben, en alle traditionele instellingen. Als zij ongecontesteerd hun ding kunnen doen, sluipen er vormen van corruptie en wanbeleid in. Dat is eigen aan de menselijke natuur. Daarom is tegenmacht belangrijk. Die moet je voldoende ruimte geven om de corrigerende werking door te voeren.”

U schreef het boek Machiavelli’s lef, waarin u de Italiaanse denker Machiavelli omschrijft als ‘denker bij uitstek in crisis’. Wat ziet u als u door zijn lens naar deze crisis kijkt?

“Toen ik jong was in de jaren negentig, was het idee dat de liberale democratie de wereld zou veroveren en dat democratische waarden zich vanzelfsprekend zouden kunnen verspreiden. Als je alle voorwaarden voor welvaart en vrede installeert, zal daar als vanzelf het goede uit voortkomen. Maar na die periode volgden twee decennia waarin zich crises voordeden die we nooit hadden voorspeld.

De enorme bankencrisis, de vluchtelingencrisis en de eurocrisis lijken haaks te staan op het idee dat er een rustige continuïteit in de geschiedenis is. Machiavelli leefde zelf in een tijd van crisis in de Renaissance, met enorm wisselende en onvoorspelbare evenementen. Zijn les is dat fortuna, het lot, de wereld regeert, en dat die wereld dus verandert. De wet van de politiek is verandering, veel meer dan wij beseffen. Dat betekent dat niets verworven is. Onze vrijheid en welvaart zijn niet vanzelfsprekend.

Machiavelli spreekt ook over noodzaak, wat volgens hem het beste in de mens naar boven brengt. Noodzaak is dat je gedwongen wordt om te handelen, dat je niet de vrijheid van veel opties hebt, noch de tijd om daar rustig over na te denken. Nee, je moét iets doen. Machiavelli zegt: noodzaak is eigenlijk een gelegenheid. Om wetten die je wilde veranderen te hervormen, instellingen opnieuw te ontdekken, en alle problemen die zijn ontstaan door het verloop van de tijd te corrigeren. De coronacrisis biedt daar mogelijkheid toe.”

Kan het argument van noodzaak ook misbruikt worden om belangen door te drukken?

“De noodzaak is een gelegenheid om te handelen, maar ook een retorisch politiek argument. Machiavelli analyseert dat, en dat komt hem vaak op het verwijt van machtshonger en manipulatie te staan. Maar in feite laat hij zien hoe macht werkt.

De manier waarop politici noodzaak inroepen kan soms terecht zijn, want je moet iets doen in tijden van crisis. Het probleem is dat politici geneigd zijn om de pluraliteit van de beschikbare opties te negeren, en één beslissing op te leggen. Ze roepen een uitzonderingstoestand uit, waarbij ze doen alsof hun optie de enig mogelijke optie is. Er wordt gedaan alsof er maar één weg voorwaarts is. Dat klopt nooit helemaal, en dat moeten burgers beseffen.”

Zijn de maatregelen bedoeld om ons te beschermen of ook om politici voor kritiek te behoeden?

“De maatregelen zijn bedoeld om burgers en de gezondheidszorg te beschermen. Dat beleid wordt gesteund door doktoren en virologen, dus het is niet zo dat de macht deze situatie volledig manipuleert. Maar je moet wel waakzaam zijn bij de maatregelen, en je afvragen wat de intentie is, en of de verleiding er niet insluipt om er ook andere problemen waar de macht zich voor gesteld ziet mee op te lossen.

In Vlaanderen zei een burgemeester dat de avondklok handig was, omdat we dan ’s avonds geen last meer hebben van criminaliteit en hangjongeren. Dat is duidelijk een ontsporing. Je moet goed nagaan of de middelen doeltreffend zijn, en of ze niet een excuus zijn om onder het mom van de gezondheid een ander probleem aan te pakken.”

Treedt de macht in Nederland buiten de perken?

“Wat opvalt is wat er nu gebeurt met een demissionair premier en een team van verkenners. Daar wordt gesproken over Pieter Omtzigt, die de uitvoerende macht sterk gecontesteerd heeft, zoals bij de toeslagenaffaire. Hij is alert op wanneer mensen die macht hebben blind worden voor de negatieve effecten van macht. Dat is precies wat je nodig hebt: dat iemand de macht erop wijst waar hij moet bijsturen om te voorkomen dat het misgaat.

Volgens Machiavelli hebben machthebbers de neiging hun positie te bestendigen en beperkingen te negeren. En er is altijd het gevaar van slapende corruptie, wat heel klein kan beginnen. Hier en daar handel je niet helemaal correct, of sta je toe dat er vriendendiensten zijn. Dat lijkt niet schadelijk, maar Machiavelli is heel duidelijk: vanaf het begin dat iemand de wet overtreedt en er mogelijk misbruik van personen of vertrouwen plaatsvindt, moet je meteen optreden. Dat mag je niet laten woekeren, want dat kan snel ontsporen.

Dan krijg je een verval van de zeden, waarbij iedereen zegt: ‘Het doet er toch niet zoveel toe of ik mijn belastingformulier volledig correct invul, of ik een beetje publieke middelen gebruik − iedereen doet het.’ Als je eenmaal in die mentaliteit terechtkomt, is dat is heel moeilijk recht te trekken. Dus je moet heel kort op de bal spelen, bij alles wat misloopt.

Mij lijkt Omtzigt iemand die dat doet. Wat zien we? De uitvoerende macht, en degene die dat ambiëren voor de volgende regering, proberen dat zoveel mogelijk uit te schakelen. Dan is het belangrijk dat er voldoende krachten zijn die zich daartegen verzetten, zowel in de Tweede Kamer en in de media, als burgers die daartegen protesteren. Dat het niet toegelaten is om te manipuleren, iemand uit te schakelen en daarover te liegen. Dat is gevaarlijk.”

“Dit is volgens mij een belangrijk moment: de vraag of je iemand erop aanspreekt dat hij staat te liegen, met het excuus dat hij het zich niet herinnert. Dat is een klassieke verdediging, maar daarna moet je ook de volgende vraag stellen: als je werkelijk zo’n slecht geheugen hebt, ben je dan wel geschikt voor de post van minister-president?

Als mensen te lang aan de macht zijn – en dat is eigen aan de macht – nemen slechte gewoontes zoals nonchalance en verleiding voor corruptie toe. Daarom is het ongezond als mensen te lang aan de macht zijn. Machtswissels zijn noodzakelijk om mensen met andere inzichten, talenten en ervaringen aan bod te laten.”

Een steeds luider klinkend verwijt aan het adres van de macht, is dat de vrijheid van burgers te sterk wordt ingeperkt. Is dat terecht?

“Enerzijds heb je als burger ook een plicht ten aanzien van de samenleving, dat is Machiavelli’s republikeinse idee. Het gaat niet alleen om het individu dat zich alles mag permitteren wat het wil, en dat de staat geen autoriteit zou hebben om daar paal en perk aan te stellen als het nodig is. Soms kan het kan zijn dat een samenleving als gemeenschap dingen aan jou als individu vraagt waar je geen zin in hebt. Ik heb als individu zin om naar het café te gaan, maar als burger kan ik dat niet maken, omdat ik in een pandemie een gevaar kan vormen voor andere burgers.

Voor Machiavelli is het geen beperking van je vrijheid als je voor je medeburgers of gemeenschap iets moet doen. Dat is eigen aan de republikeinse vrijheid, die sterk verschilt van de individualistische vrijheid. Ik denk dat we in deze zeer individualistische tijd niet helemaal de juiste houding hebben om zoiets als een pandemie door te maken.

Vrijheid betekent voor ons: ik heb als individu bepaalde verlangens, en zolang ik daar niemand mee schaad, moet ik kunnen doen wat ik wil. Niemand mag mij in de weg staan. Bedrijven zien dat ook zo. Individuele rechten zijn inderdaad belangrijk en hebben de levens van velen geëmancipeerd. Alleen moet je in een crisis, als er noodzaak is, wel van perspectief kunnen veranderen. Niet elke maatregel is dan een ongeoorloofde aantasting van je individuele rechten.”

Kijktip Het Filosofisch Kwintet: VrijheidOp straat en in de politiek wordt het begrip vrijheid te pas en te onpas gebruikt. Maar wat is vrijheid precies? Hoe is het begrip in de loop der jaren veranderd, en kunnen we eigenlijk wel met vrijheid omgaan?

Ontbreekt het bij het inperken van vrijheden aan democratische besluitvorming?

“Het uitroepen van de noodtoestand beperkt het normale functioneren van een democratie. In België zie je de uitwassen daarvan op dit moment meer dan in Nederland: er is na een jaar nog altijd geen pandemiewet. Dus de regering houdt de uitzonderingstoestand vast van een acute crisis, al een heel jaar lang. Ministers voeren besluiten uit als de avondklok en negeren het parlement totaal. Dat is onaanvaardbaar. Daar heb je geen directe controle meer van de gekozenen van het volk op wat er met de macht gebeurt.

Dit schept gevaarlijk precedent. Dat is wat dictators als Pinochet en Erdogan voortdurend doen. Zij roepen een noodtoestand uit en zeggen dat hun beleid noodzakelijk is voor de veiligheid en stabiliteit, of dat het om chaos te verhinderen niet meer is toegestaan om je te verenigen op straat. Dat komt ze goed uit; dan hebben ze ook geen last meer van betogingen tegen hun macht.

Dus het is heel belangrijk dat zelfs in een periode van crisis de instellingen nog kunnen functioneren. In België kan ik met zekerheid zeggen dat dit niet meer het geval is, en dat vind ik een zeer verontrustende ontwikkeling. En als politici daarop worden aangesproken, dan zeggen zij: ‘Ga eens praten over basisrechten of vrijheid met iemand die in het ziekenhuis ligt.’ Dat is populistisch, want daar gaat het niet om.”

Zijn beperkende maatregelen nog terug te draaien als ze er eenmaal zijn?

“Er zijn geen draaiboeken voor. Dat die er niet waren toen het in maart 2020 begon, dat is nog tot daaraantoe, maar we zijn inmiddels een jaar verder. Je ziet dat politici geen langetermijnvisie hebben, maar van week tot week kijken, zonder dat ze zich bewust lijken hoe dat politieke principes aantast. Dat is een lastig probleem. Want je weet nooit wie er in de toekomst verkozen zal worden, en wat diegene met de uitbreiding van de macht zal doen.”

Maakt dat burgerlijke ongehoorzaamheid nodig?

“Burgers zouden veel directer hun eigen politici kunnen aanspreken om hen te motiveren toch iets te doen. Door de pandemie mag je niet samenkomen in sociale groepen. Maar voor politieke actie is het juist belangrijk dat je met medeburgers praat en overlegt. Vandaar dat elke totalitaire macht als eerste burgers isoleert. Als je daarin slaagt, is het organiseren van verzet heel moeilijk.

Natuurlijk hangen de beperkingen om zich te verenigen nu samen met de pandemie: de overheid hanteert geen bewuste strategie. Ik denk dat we de politieke gevolgen en de reactie van mensen zullen merken als de pandemie voorbij is. Nu zit iedereen thuis, je mag niet veel contact hebben. Ik hou mijn hart vast, ik denk dat veel burgers het zat zijn, en een afkeer van de politiek hebben gekregen.”

Burgers keren zich omtrent de coronamaatregelen niet alleen tegen de overheid, maar komen ook tegenover elkaar te staan. Hoe moeten we omgaan met conflict met mensen waar we het niet mee eens zijn?

“Politiek bestaat niet zonder conflict. Mensen zullen altijd verschillende visies op de samenleving hebben. Het conflict tussen volk en elite waar Machiavelli het over heeft, is tussen de mensen die de middelen hebben om hun macht te bestendigen, en degene die dat niet hebben. De elite zorgt voor stabiliteit in het land: dat zijn de rechts-conservatieve krachten in het land. En het volk contesteert dat. Je hebt beide nodig, en instellingen moeten aan beide een plaats geven.

Het is belangrijk dat je een vorm van tegenspraak aanvaart. Maar vandaag zien we contestatie in de vorm van samenzweringen en complottheorieën, en die zijn ondermijnend voor het politieke conflict. Als je andere verlangens en een andere visie op bijvoorbeeld vrijheid of herverdeling hebt, kan je nog steeds onderdeel zijn van dezelfde samenleving. Maar het complot vertrekt vanuit een fundamenteel wantrouwen.

Het probleem lijkt dan niet meer dat de elite haar rol speelt, maar dat zij eropuit is om de rest te ondermijnen door geheime en illegale praktijken zoals geweld en kinderverkrachtingen. Dat zijn van de pot gerukte theorieën, maar die zijn helaas verder verspreid dan je zou denken. Dat heeft ook te maken met het probleem van de technologie om de massa te bespelen. Op het internet krijgen mensen binnen een paar clicks beelden en verhalen voorgeschoteld die de mythe van zo’n saboterende houding kracht bijzetten. Manipulatieve, volksopruiende ideeën leiden volgens Machiavelli tot een slecht conflict, waardoor het geweld en de spanningen in de samenleving alleen maar toenemen.”

Welk boek zouden we in deze tijd moeten lezen volgens u?

“In deze tijd moeten we ons bewust blijven van de pluraliteit van idealen: dat de politieke voorkeuren van mensen voortkomen uit hun verschillende morele intuïties. De Amerikaanse sociaal psycholoog Jonathan Haidt laat dat zien in zijn boek Het Rechtvaardigheidsgevoel: waarom wij niet allemaal hetzelfde denken over Politiek en Moraal. Het is belangrijk dat je ondanks verschillen, de legitimiteit van een ander blijft erkennen.”

Welk inzicht heeft het u gebracht?

Het Rechtvaardigheidsgevoel van Jonathan Haidt – volgens Beeckman een boek dat we nu wel kunnen gebruiken. 

“Het helpt je begrijpen waarom mensen overtuigd zijn van hun eigen gelijk. Haidt waarschuwt voor het overmoraliseren van je eigen standpunt, waarbij je anderen makkelijk als hypocriet beschouwt, gewoon omdat je hun waardenkader niet begrijpt. ‘Zij doen alsof ze voor veiligheid zijn, maar eigenlijk willen ze iets anders.’ Hij zegt dat je moet begrijpen waar pluralisme vandaan komt, oftewel: waarom mensen verschillend over politiek denken.

Als je progressief bent, ben je vatbaar voor waarden als zorg, zoals de bescherming van slachtoffers van onderdrukking, en rechtvaardigheid, dat is gelijkheid en herverdeling. Als je conservatief bent, geef je voorkeur aan andere morele waarden. Dan vind je zorg ook belangrijk, maar dan in de zin van bescherming van slachtoffers tegen misdadigers, in plaats van tegen onderdrukking. Dat zie je bij alle rechtse partijen. Rechtvaardigheid betekent dan proportionaliteit: verdeling naar beloning voor hard werken, en pech voor wie zijn kansen niet grijpt.

Rechtse mensen zijn vatbaar voor politieke boodschappen die te maken hebben met het leger, de vlag en autoriteit. En voor alles wat te maken heeft met hiërarchie, familie en heiligheid, zoals de wetten van God. Als iemand die aanvalt, wordt dat ervaren als een grove morele inbreuk. Je hoeft het daar niet mee eens te zijn, maar je moet niet zeggen dat mensen die waarde hechten aan de vlag automatisch xenofoob zijn. Dan geef je geen legitimiteit meer aan mensen met andere morele idealen.

Je kan beter meer empathie en begrip opbrengen om elkaars standpunten in het publieke debat te erkennen. Dan kan je elkaars argumenten nog altijd politiek bestrijden. Je kan zeggen dat er niet meer geld naar het leger moet, maar dat we dat beter kunnen besteden aan de zorg of het onderwijs. Daar kan je je nog altijd voor inzetten, maar zonder de ander te negeren in de eigen morele overtuiging.”

Als onze morele intuïties zo’n grote rol spelen, zijn we dan wel te overtuigen met argumenten?

“Nee, zegt Haidt, en dat vindt Machiavelli ook. Het gaat over verlangens; mensen hebben tegenstrijdige ‘umori’, stemmingen. Je politieke beelden en idealen voed je vanuit de verlangens en de umori, waarvan je dan nadien wel een rationele uitleg geeft. Maar mensen zijn passioneel over de politiek. Natuurlijk kan het wel zijn, dat mensen zich anders voordoen, en liegen en bedriegen.

Dat moet je blijven aankaarten met feitelijkheid en waarachtigheid. Het is ook niet zo dat je nooit iemand kan overtuigen, maar niet zo makkelijk vanuit je eigen logica. Je kan ook proberen vanuit empathie met de idealen van de ander inconsistenties aan te tonen. Bijvoorbeeld door te laten zien dat een nationalistische politicus het land helemaal niet vooruithelpt. Op die manier kan je argumenten geven waar anderen wel vatbaar voor zijn.”

Win een exemplaar van Het Rechtvaardigheidsgevoel

Onder vrienden van HUMAN verloten we vijf exemplaren van Het Rechtvaardigheidsgevoel van Jonathan Haidt. Check de winactie hier. Reageer vóór 6 mei 2021 om kans te maken.

‘Zorgers vormen de basis voor alles’, column DS, 4 feb. 2021

Een crisis openbaart verhoudingen die zich in betere tijden aan het oog onttrekken. In die zin lijkt ze op een kristal: pas als die valt, verschijnen de verborgen breuklijnen. Ervaringen van kwetsbaarheid en afhankelijkheid, bijvoorbeeld, bleven vóór de pandemie makkelijker verstopt. Verhalen over nood, ziekte, lijden, eenzaamheid of dood konden naar de marges van het drukke leven worden verbannen. De werk­omstandigheden van verzorgers, die er wel mee te maken kregen, waren geen dringend gespreksonderwerp.

Die verzorgers hebben het al enkele maanden extra zwaar. Tegelijk werd bij de eerste lockdown duidelijk dat zij de boel draaiende houden. Verplegend personeel, hulpverleners, winkelbedienden, chauffeurs, treinconducteurs, kinderverzorgers, leerkrachten en veel anderen zijn onontbeerlijk. Toch voeren ze een beroep uit dat vaak ondergewaardeerd wordt. Ze hebben weinig status en verdienen relatief weinig. Ze krijgen ook sneller dan anderen met agressie te maken. Die benarde situ­atie hangt samen met politieke en sociale structuren, maar ook met morele prioriteiten. Welke morele begrippen doen recht aan de levensnoodzakelijke praktijken die verzorgende mensen uitvoeren?

Die vraag staat centraal in het werk van de Franse filosofe Sandra Laugier, auteur van onder meer Le souci des autres. Éthique et politique du care (2006). In Vlaanderen is Laugier amper bekend, in Frankrijk is ze een invloedrijke filo­soof. Voor zorg gebruikt Laugier de Engelse term ‘care’, en niet het Franse ‘soin’. ‘Care­’ impliceert een actie­, het betekent zorgen voor. En het behelst een houding: geven om iets of iemand, aandacht hebben voor, zich ergens om bekommeren. Het impliceert ‘taking care’ (wat het Franse ‘soin­’ vat), én ‘caring about’.

Laugier werd geïnspireerd door Carol­ Gilligans In a different voice (1982). In dat werk onderzoekt Gilligan hoe jongens en meisjes morele dilemma’s interpreteren. Niet alleen doen ze dat vaak verschillend. Heel wat psychologen beschouwen abstracte en universele argumenten – die jongens vaker aanhalen – als moreel hoogstaander. Volgens Gilligan gebruiken meisjes dan weer makkelijker argumenten rond verbondenheid en zorg om hun verantwoordelijkheid te bepalen.

Natuurlijk zijn concepten als autonomie, rationaliteit en universaliteit belangrijk in het morele denken, noteert Laugier. Alleen moet er meer pluraliteit komen in wat als moreel waardevol geldt. Ze zoekt een taal om praktijken te belichten die erop gericht zijn om het dagelijkse leven van anderen mogelijk te maken. Daarom ontwikkelt ze het begrip ‘care’. Zo krijgt autonomie bijvoorbeeld een andere dimensie. Een succesvolle zakenman die de wereld rondreist, zegt Laugier, lijkt autonoom, maar zijn levensstijl is slechts mogelijk dankzij de veelzijdige, vaak onzichtbare inzet, de ‘care’, van anderen. Die ‘care’ is vaak in de handen van vrouwen, maar is niet wezenlijk vrouwelijk. Ook mannen kunnen verschillende morele perspectieven innemen.

Daaraan dacht ik toen ik in deze krant het relaas las van voormalig VRT-directeur Harry Sorgeloos (DS 9 juli 2020). Sorgeloos verliet de VRT om geriatrisch verpleger te worden. Hij wist bij zijn overstap dat hij privileges zou kwijt­raken, dat mensen bijvoorbeeld niet meer louter vanwege zijn positie naar hem zouden luisteren. Als verpleger moet hij zich daarentegen voor anderen openstellen. In zijn nieuwe functie constateert hij dat vooral vrouwen voor anderen zorgen. Ook thuis, geeft hij toe. Tegelijk heeft hij nu het gevoel dat hij meer met het leven zelf bezig is, en vindt hij zijn drive in kleine, menselijke dingen, niet meer in persoonlijke ambitie.

Het onderscheid in morele waardering – tussen rationaliteit en autonomie versus ‘care’ – zet zich in de eco­nomische en sociale realiteit door. De manager die meet, kwantificeert en objec­tiveert, lijkt valabeler werk te verrichten. Maar vaak belast de rationele eis tot renda­biliteit het werk van zorgend personeel door administratieve rompslomp te creëren.

Door de lockdowns lijken politici te beseffen dat levensnoodzakelijke beroepen meer ondersteuning verdienen. Dat is fijn, maar er is ook een andere kijk op kwetsbaarheid en afhankelijkheid nodig. Die zijn geen tekenen van zwakte, aldus Laugier, maar maken deel uit van de menselijke conditie. Wie zich daarvan bewust is, voelt zich op een andere manier verantwoordelijk. En niet alleen voor mensenlevens tijdens een pandemie. Bij uitbreiding voor alle levende wezens. ‘Care’ heeft ook een ecologische dimensie. Dat maakt het begrip voor de toekomst alleen­ maar relevanter.

Interview in Trouw: ‘Hét gevaar van onze tijd? Dat iedereen in zijn eigen waarheid gelooft’, op 30 okt. 2020.

“Politici die onderweg naar de Tweede Kamer door agressieve activisten voor ‘kinderverkrachter’ worden uitgemaakt. Bezorgde burgers die vrezen dat bij corona-vaccinaties een chip wordt ingebracht, waarmee Bill Gates ons overal kan volgen. De NOS die voortaan het logo van hun busjes verwijdert, na aanhoudende bedreigingen. Voor de Vlaamse filosofe Tinneke Beeckman is het een extra gekke gewaarwording om naar nieuws over Nederland in 2020 te kijken. Extra gek, omdat zij vijf jaar geleden precies deze opmars van complotdenken voorspelde. 

Nog voordat termen als nepnieuws en post-truth gemeengoed waren, beargumenteerde Beeckman in haar boek Macht en onmacht dat hét onderliggende probleem van de samenleving is dat we massaal zijn gaan geloven dat ‘iedereen zijn eigen waarheid heeft.’ Ze schreef dat de waarheid in ‘levensgevaar’ verkeert, dat we weg moeten van het vage postmoderne denken waarin alleen maar interpretaties bestaan, en terug naar het Verlichtingsideaal van streven naar gedeelde feiten. Nee, niet iedereen heeft zijn eigen waarheid, dat zou elk gesprek of zoektocht naar common ground onmogelijk maken. Iedereen heeft perspectieven op de waarheid, en hoe meer we die met elkaar delen en in gesprek gaan, hoe beter het maatschappelijke gesprek, bepleitte Beeckman destijds.

Haar boodschap lijkt nu urgenter dan ooit.

Hoe verklaart u de populariteit van complottheorieën tijdens de coronacrisis?

“Ik denk dat mensen bij grote gebeurtenissen op zoek gaan naar grote oorzaken. Dat is altijd al zo geweest. Spinoza beschreef in de zeventiende eeuw al hoe pandemieën een enorm gevoel van angst en onzekerheid teweeg brengen. Zo’n pandemie is eigenlijk te groot om te begrijpen. Dat kan voor ons gevoel eigenlijk niet komen door toeval, of door natuurlijke omstandigheden, zoals het eten van vleermuizen. Er moet haast een soort machinatie achter zitten: een groter plan dat het in werking heeft gezet. In de zeventiende eeuw had je vaak theologische machinaties: het is de straf van God. Dat kan nu niet meer. Dus komt de oorzaak te liggen bij wie macht heeft: de politiek, big business, de farma-industrie of iemand als Bill Gates.”

“Telkens wanneer grote dingen gebeuren, zoals een oorlog of pandemie, zijn mensen bereid te lijden of het moeilijk te hebben. Maar ze willen wel weten waarom. Ze nemen er geen genoegen mee dat het zo doelloos lijkt. Dat het eigenlijk maar toeval en chaos is. Veel complottheorieën geven een structuur in die chaos. Houvast. De duidelijkheid van: eigenlijk is het de overheid of Bill Gates die aan de touwtjes trekt.”

Het is makkelijk om in een eigen bubbel te belanden, met Youtubevideo’s die vooral bevestigen wat kijkers al denken of juist steeds extremere content aanbieden om ze op het platform te houden. Waarom is het volgens u zo gevaarlijk als mensen in ‘hun eigen waarheid’ geloven?

“Omdat het probleem voor elke menselijke geest precies zit in het onderscheiden wat de feiten zijn, en om daarin vooral tegen jezelf te kunnen denken. Dat is echt denken. Niet alleen op zoek gaan naar de bevestiging van je gelijk of wat je emotioneel aanspreekt. Maar willen zien dat je het misschien bij het verkeerde eind hebt. Die algoritmes van bijvoorbeeld Youtube maken dat moeilijk, omdat je informatie voorgeschoteld krijgt die aansluit op de theorieën die je al gelooft. Youtube en Facebook verdienen met wat de meeste ophef maakt, wat zorgt voor een nieuwe kapitalistische ontsporing van alles wat met waarheid en feiten te maken heeft.”

“Mijn tip: probeer niet te denken vanuit angst, want dat is juist waar veel complottheorieën op inspelen. Spinoza waarschuwde al voor charlatans en zwendelaars die misbruik maken van de wanhoop die voortkomt uit leed en tegenslag. Volgens mij lijkt dat mechanisme, die gevoeligheid voor bijgeloof, op hoe mensen nu zo open staan voor complotten. Maar wees kritisch, vooral naar jezelf dus.”

Tegenwoordig wordt je pas als kritisch denker gezien als je een argwanend denker bent, signaleerde u eerder. Wat is precies het verschil tussen die twee?

“Argwaan is niet voldoende voor kritisch zijn. Argwanende denkers gaan ervan uit dat 9/11 een inside job was. Ik vind ook niet dat we politici op hun blauwe ogen moeten vertrouwen. Ik zeg ook: denk voor jezelf, geloof nooit zomaar autoriteits- of gezagsargumenten. Maar als je argwanend bent, twijfel je vanaf het begin aan de goede trouw van de ander. Dat is het fundamentele verschil. Ik zou zeggen: wees kritisch op politici – presenteren ze de juiste feiten? laten ze zich niet in de luren leggen door lobbygroepen? – maar gebruik daarvoor de methodologie van de feiten. Vertrek niet vanuit het idee dat iedereen in de Tweede Kamer fundamenteel ter kwade trouw is.”

Veel complotdenkers vinden elkaar in hun wantrouwen naar de overheid, bedrijven, wetenschappelijke instituten en de media. Is dat wantrouwen dan onterecht?

“Soms zit er kritiek in verscholen die wel degelijk hout snijdt. Neem bijvoorbeeld Bill Gates. Ik ben dankbaar dat hij zijn fortuin wil aanwenden om de productie van een vaccin te faciliteren en het goedkoop te houden. Maar eigenlijk is het niet normaal dat dit van de goodwill van één superrijke of een paar superrijken afhangt, terwijl ze voor hun keuzes geen politieke verantwoordelijkheid hoeven af te leggen. Het lijkt me ongezond dat we in een economisch model zitten waarin een paar economische winnaars cruciale politieke beslissingen nemen. Bill Gates kan het goede willen, maar andere miljardairs doen dat misschien niet. ”

“In die zin is het begrijpelijk dat Gates een doelwit van complotdenken is, dat hij iedereen met chips zou willen vaccineren. Voor de groep die het gevoel heeft dat zij niets te zeggen hebben, ligt de fantasie van de almachtig elite voor de hand, die ook ten kwade alles kan bepalen. De onmacht die complotdenkers voelen sluit aan bij een reëel probleem. Alleen is het complot daarop geen antwoord.”

U zegt: het is van cruciaal belang om met z’n allen een gedeelde waarheid te erkennen. Waarom eigenlijk?

“Neem bijvoorbeeld klimaatopwarming. Je moet erkennen dat het er is, dat het feitelijk aantoonbaar is, en dan nog kan je verschillen over wat je moet doen. Hoe je de economie organiseert, het vervoer, levensstijl, voeding. Je kan hierover van mening verschillen. Maar als je zegt: klimaatverandering is een hoax, dan heb je een probleem. Want dan kan je niet eens meer debatteren over welke middelen je moet gebruiken om het probleem op te lossen. Hetzelfde geldt voor de pandemie. Je kan compleet verschillen van opvatting over welke maatregelen er genomen moeten worden, en zelfs óf er maatregelen genomen moeten worden. Maar ontkennen dat de pandemie er is, en al je energie steken in gekke theorieën over een onderdrukkende elite, is contraproductief.”

Tien procent van Nederland gelooft dat er rond corona vieze spelletjes gespeeld worden. Dat zijn niet allemaal harde complotdenkers. Hebben de ‘alternatieve feiten’ en een steevast liegende Trump ons in de war gebracht, of is dit het gevolg van een veel langer proces? 

“Ik denk dat het een langer proces is. Er wás al een grote voedingsbodem, met het postmoderne idee dat wat in een samenleving geldt als waar, slechts de interpretaties zijn die een machtsstrijd overleefd hebben. Dat idee is aan het eind van de vorige eeuw door volgers van Foucault dominant geworden. Als waarheid het gevolg is van macht, dan is er ook altijd een onderdrukt idee dat niet aan bod komt. Die evengoed een soort waarheid heeft, maar waarvan de aanhangers niet de middelen hebben om het als waar te doen gelden. Precies dit hebben complotdenkers overgenomen. Ze geloven in een elite die de macht heeft om alles te manipuleren, en die het volk kan bedriegen en verraden.”

“Wat het ingewikkeld maakt, is dat de verdrongen stem, de stem die niet aan bod mag komen, volgens deze redenering niet alleen de ware stem is, maar ook de moreel superieure stem. Dat gevoel zie je bijvoorbeeld ook bij rapper en complotdenker Lange Frans. Hij spreekt op zijn Youtubekanaal [inmiddels door Youtube verwijderd, red.] vanuit een underdogpositie. Juist dat hij niet serieus wordt genomen door journalisten en academici, is precies de aantrekkingskracht voor zijn volgers.”

“In de jaren ’90 gold een geloof in de vooruitgang van de liberale democratie. Maar na 9/11 en na de economische crisis van 2008 kantelde dat. Het optimisme is weg. Mensen hebben minder vertrouwen in elkaar, de overheid en media. Dan is het aantrekkelijk je te identificeren met zo’n underdog die opstaat tegen het systeem. Volgens mij is het herstellen van dat vertrouwen het allerbelangrijkste dat we kunnen doen tegen complotdenken. Hoe precies weet ik als filosoof niet, maar daar ligt wel de kern van het probleem.”

In het item van Arjen Lubach over de ‘fabeltjesfuik’ van Youtube, het algoritme waardoor complotdenkers in een spiegelpaleis van hun eigen ideeën belanden, zegt iemand: ‘Ik geloof niet in feiten.’ Gaat dat een stap verder dan ‘iedereen heeft zijn eigen waarheid?

“Ik denk dat het nóg meer laat zien dat sociale media, filterbubbels en Youtube-algoritmes kunnen leiden tot een vervreemding van de werkelijkheid. Je kan elke video aanklikken, lijkt het idee, en zelf bepalen in welke realiteit je wilt leven. Terwijl er wel degelijkheid een gedeelde werkelijkheid bestaat: ga bijvoorbeeld maar eens kijken in een ziekenhuisafdeling die vol ligt met coronapatiënten. Misschien zou het helpen om ‘activisten’ die de wet overtreden met het bedreigen of belagen van politici, zoals in dat Lubach-item te zien was, op de een of andere manier weer meer bij de werkelijkheid betrekken. Om ze uit hun bubbel te halen, en eens verplicht in die ziekenhuizen langs te laten gaan.”

Het is niet bewezen dat er meer complotdenkers zijn dan bijvoorbeeld honderd jaar geleden. Is het niet een fenomeen van alle tijden dat simpelweg bij de maatschappij hoort?

“Ja. Maar wat onze tijd echt anders maakt, is de tegenwoordig geaccepteerde gedachte: ik heb mijn eigen waarheid. Daar zit ook een soort narcistische component in, waar ik me zorgen over maak. Het narcisme zit erin dat je niet vatbaar bent voor de realiteit buiten jou, en alleen nog maar wil erkennen wat jou goed uitkomt. Je ziet het ook met Trump en zijn leugens: mensen worden beloond voor de mate waarin ze een succesvol, glorieus beeld van zichzelf kunnen opleggen, ondanks wat ze in realiteit presteren. Dat is ook het gevolg van het loslaten dat er zoiets bestaat als ‘de waarheid’ waar we allemaal over kunnen praten of aan kunnen bijdragen. Mensen nemen zichzelf als belangrijkste criterium voor waarheid. Terwijl die algoritmes van bijvoorbeeld Youtube er dus voor zorgen dat kijkers juist zien wat ze al geloven.”

Heeft u tips voor lezers die in gesprek willen gaan met complotdenkende naasten?

“Wees empathisch. Probeer dieper te graven naar welke motieven erachter zitten. In de VS sprak een sociologe Trumpaanhangers door de het hele land vanuit de vraag: wat motiveert u? Ze schreef er een mooi boek over, Strangers in their Own Land, waarin je als lezer een nieuw begrip krijgt voor het gevoel dat bij veel erg conservatieve Amerikanen leeft, het gevoel van de American Dream die niet is waargemaakt. Dat gevoel bestaat niet alleen in de VS. Dus probeer te luisteren naar wat er achter het verlangen naar complotdenken zit.”

U schreef eerder een boek over uw held Spinoza. Wat zou zijn tip zijn voor Nederland anno 2020?

“Ik denk ook om niet alleen rationalistisch naar de inhoud van ideeën van anderen te kijken, maar op zoek te gaan naar de motieven, gevoelens en passies die erachter liggen. Veel complotdenkers zijn eigenlijk zeer betrokken burgers: ze steken enorm veel energie in wat in hun ogen het goede is voor de maatschappij. Probeer mét die passies te werken, zou Spinoza denk ik zeggen, en niet tegen die passies.”

Dit interview door Maarten Van Gestel verscheen in Trouw, op 30 oktober 2020.