“Lijden mag je niet verheerlijken: het is geen bron van creativiteit of geluk”, DM 23 aug. 2019

Deze column verscheen in De Morgen op 23 augustus 2019.

“De moderne mens leeft in welvaart, maar toch is hij niet perfect gelukkig. Om die paradox te verklaren, wijzen psychiaters soms naar manier waarop de moderne mens lijdt: die weet niet meer hoe hij met verveling, last en ongemak moet omgaan. Dat kan best kloppen. Maar het is belangrijk om het lijden zelf niet te verheerlijken. Want lijden is geen bron van creativiteit of geluk.

Westerse samenlevingen doen heel wat inspanningen om leed op allerlei manieren te bestrijden, en dat is een goede zaak. Romantische bespiegelingen over lijden zijn echter achterhaalde dwalingen. Zo is er het fabeltje dat psychisch lijden iemand creatiever zou maken. Katrin Swartenbroux heeft dit terecht ontleed: je kan niet stellen dat Van Gogh dankzij zijn ziekte een geweldige schilder werd. Leonard Cohen zou Swartenbroux gelijk hebben gegeven: in een markant interview onthult hij dat depressie altijd een rol speelde in zijn leven. Hij probeerde allerlei middeltjes om de mist in zijn hoofd te doen optrekken. Zijn redding kwam toen hij monnik werd in een zen-boeddhistisch klooster. De interviewster vraagt of hij vreesde dat het einde van zijn depressie niet het einde van zijn creativiteit betekende. Want depressie inspireert toch? Neen, antwoordt Cohen, inzichtrijk werk vloeit niet voort uit lijden. Creëren is zelfs een overwinning over lijden. Want je kan niet meer bewegen als je klinisch depressief bent. Je probeert de dag door te komen, dat is alles. Daar is niets aantrekkelijk aan. Lijden is een hindernis, dat was Cohens boodschap.

Het klopt misschien wel dat mensen niet meer weten hoe ze op lijden, pijn of ongeluk moeten reageren. Continue Reading ›

“Weglopen van je verantwoordelijkheid – zo wordt de Engelse elite opgevoed”, column DM 20 aug. 2019

Deze column verscheen in De Morgen op dinsdag 20 augustus 2019.

“Weglopen van je verantwoordelijkheid, niet als eenmalige daad, maar als levensstijl, bijna als missie: zo wordt de Engelse elite op privéscholen opgevoed. Een handjevol rijke jongeren slaagt er dankzij die opleiding, met bijhorende netwerken, om de machtigste posities van het land te bezetten. Dat verklaart deels de uitzichtloze ellende van de Brexit: Boris Johnson zelf bezocht het befaamde ‘Eton’, en heel wat kabinetsleden liepen op gelijkaardige instellingen school. Johnson blijft achter een ‘no deal’-brexit staan. Nochtans voorspelt een recent rapport van de Britse overheid maandenlange chaos, stijgende zorgkosten, een harde grens met Ierland en allerlei tekorten. Daarbij wil de Britse regering het vrij verkeer voor EU-burgers afschaffen vanaf 1 november. Kortom, de regering Johnson handelt volstrekt onverantwoord.

Als je de mateloze, haast zelfdestructieve arrogantie van deze lieden wil begrijpen, dan kan je Elizabeth Day’s recente bestseller ‘The Party’ lezen, vertaald als ‘Het Feest’. Het verhaal leest als een thriller – wat is er gebeurd op het chique, extravagante verjaardagsfeestje van Ben Fitzmaurice, een superrijke aristocraat, die de hoogste politieke kringen ambieert? Naast die plot vertelt het boek een veel complexer verhaal, over de onoverbrugbare kloof tussen sociale klassen, privilege en macht. De levensregel voor die elite is eenvoudig: doe wat je wilt, maar verkoop altijd een charmant verhaal, en zorg er voor dat je nooit wordt betrapt. Gebeurt dat toch, wentel dan de nare gevolgen af op anderen.

In Day’s verhaal is vooral Martin aan het woord. Hij groeit op in armoede, met een alleenstaande, kille moeder. Maar hij is bijzonder intelligent, en krijgt een studiebeurs voor zo’n eliteschool. Daar is hij het buitenbeentje. Maar hij slaagt er bevriend te worden met de charismatische Ben. Langzaamaan leert Martin wat dat betekent: de rotzooi van Bens wangedrag voor de buitenwereld toedekken. Ook vrouwen zijn hierbij instrumenteel. Uiteindelijk blijven ze altijd buitenstaanders. Continue Reading ›

“Het lijkt alsof alles wat slecht en lelijk is in België alleen door Vlamingen werd voortgebracht”, column 19 aug 2019

Van 19 tot 24 augustus ben ik gastcolumniste voor De Morgen.

“In zijn startnota voor de vorming van een Vlaamse regering vermeldt Bart De Wever de idee van een Vlaamse canon. Nederland heeft er al jaren geleden één opgesteld voor het geschiedenisonderwijs. Het regende meteen negatieve reacties. Ironisch genoeg illustreerden die vooral dat zo’n canon best nuttig kan zijn.

Zo noteerde Bernard Dewulf geërgerd dat we geen schoonheid uit het verleden moeten bezingen, maar huilen over de tien procent armoede in Vlaanderen vandaag de dag. Dewulf speelt met de door De Wever geciteerde liedregel “’t Zijn weiden als wiegende zeeën”. De argeloze lezer zou in het zinnetje een argument voor een betonstop kunnen lezen, die helaas niet in de nota staat, maar dat is bijzaak. Zolang de armoede niet helemaal is weggewerkt, wil Dewulf niet meezingen. Hij heeft gelijk dat elke procent armoede er een te veel is. Maar hij vergeet dat de geschiedenis de gestage inkrimping van de armoede vertelt. De Vlaamse ellende in de 19e eeuw is vandaag de dag nauwelijks voorstelbaar. Met armoede werd in grote mate komaf gemaakt door politieke en sociale bewegingen; door priester Daens of door de Vlaamse Socialistische Partij rond de Gentse coöperatieve de Vooruit (ook in samenwerking met de Belgische Werkliedenpartij). Deze verhalen tonen wat mogelijk is wanneer mensen zich verenigen en solidariteit vooropstellen. Geschiedenis gaat ook over de kwetsbaarheid, de inspanning, de moed van vorige generaties. Jonge mensen zouden er de kracht kunnen uitputten om die laatste resten armoede weg te werken.

Een ander voorbeeld: commentator Mohammed Ouaamari vraagt zich terecht af of minder fraaie momenten uit de geschiedenis aan bod mogen komen. Natuurlijk gaat geschiedenis ook over schaduwkanten. Maar Ouaamari wil weten ‘of jongeren en nieuwkomers even goed de naam van Léon Degrelle uit het hoofd moeten leren’. Continue Reading ›

Gesprek over “Nieuwe Studie: Vlaamse filosofen durven niet rechts te denken”, DM, 31 juli 2019

De Morgen-journalist Pieter Gordts contacteerde me over een nieuwe studie van de Kuleuven, over intellectuele diversiteit. Mag je niet-links zijn aan Vlaamse universiteiten?

Over het gebrek aan openheid, schreef ik reeds een column in De Standaard: ‘Het gevaar van zelfcensuur‘.

“Filosofen zijn overwegend links. Dat hoeft volgens een nieuwe studie geen probleem te zijn. Wel problematisch is dat het tot zelfcensuur leidt: afwijkende conclusies worden begraven uit angst voor kritiek. ‘De wetenschap schiet zichzelf hiermee in de voet.’

door PIETER GORDTS

“Mochten mijn collega’s weten dat ik gematigd rechts ben, dan zou de helft van hen mij een ‘onmenselijk zwijn’ noemen en als dusdanig behandelen. De andere helft zou zwijgen, uit angst de volgende te zijn.” Met die getuigenis schetst een anonieme filosoof in een nieuwe studie hoe wetenschappers met een rechtse politieke overtuiging scheef bekeken worden binnen de academische wereld.

Dat universiteiten linkse enclaves zijn in een samenleving die steeds meer rechts stemt, wordt af en toe wel eens geopperd in rechtse politieke hoek. Maar binnen de academische wereld is de kwestie een taboe. “Vaak wordt er gedaan alsof er geen politieke bias is en de filosofie compleet neutraal is”, zegt filosoof Andreas De Block (KU Leuven). “Nochtans circuleren er online en ook in het echte leven veel anekdotes over hoe vijandig de academische filosofie is tegenover rechtse filosofen en conclusies.”

Toch boog De Block zich net over die vraag, samen met twee Amerikaanse wetenschappers en een Duitse collega, Uwe Peters (KU Leuven). De aan het begin geciteerde persoon is een van de 796 bevraagde filosofen. Concreet probeerden ze te achterhalen welke overtuiging hun collega’s aanhingen en wat de gevolgen daarvan zijn op hun academisch werk. Hun artikel verschijnt binnenkort in het tijdschrift Philosophical Psychology, maar werd ondertussen al opgepikt via de blog van de toonaangevende filosoof Justin Weinberg.

De onderzoekers stuurden een enquête naar 10.896 filosofen. Zo’n 1.000 antwoorden volgden, een kleine 800 werden weerhouden. De onderzoekers geven zelf aan dat dat een kleine sample is. Het leeuwendeel afkomstig uit Europa (67 procent) en Noord-Amerika (22 procent). Zij moesten zichzelf situeren op het links-rechts spectrum, met zeven tussenposities. Dat moesten ze zowel voor sociale en ethische zaken doen als voor economische onderwerpen.

Maar liefst 75 procent onder hen noemde zich links. Het aandeel rechtse filosofen (14 procent) en gematigden (11 procent) ligt een stuk lager. “Opvallend is dat maar liefst een vijfde onder hen zich heel links noemt”, zegt De Block.

De resultaten verbazen niet. “Het ligt in lijn met wat we weten uit andere disciplines in de menswetenschappen”, zegt filosoof Maarten Boudry (UGent). Dit soort onderzoek werd het laatste decennium onder impuls van psycholoog Jonathan Haidt al meermaals uitgevoerd in andere disciplines zoals de psychologie, steeds met hetzelfde resultaat. “Zij kaarten al langer aan dat er een gebrek aan ideologische diversiteit is”, zegt onafhankelijk filosofe Tinneke Beeckman.

“Er heerst inderdaad een soort stilzwijgende consensus van ‘jij bent toch ook tegen N-VA of pro-migratie?’”, zegt Boudry. Continue Reading ›

“Over vaders”, in ‘De Vragen van Proust’, DM, 9 juni 2019

Zondag was het vaderdag. De Morgen publiceerde enkele uitspraken over vaders uit hun reeks ‘De Vragen van Proust’, door Ann Jooris en Fernand Van Damme.

Met fragmenten van Dirk De Wachter, Youssef Kobo, Petra De Sutter, Lynn Wesenbeek, Jean-Marie De Decker en vele anderen.

Dit is mijn verhaal, als fragment uit een langer interview.

“Mijn ouders zijn allebei overleden. Ze hebben ons heel veel liefde en affiniteit meegegeven voor literatuur en muziek, voor andere culturen, voor politiek ook. Ze hadden het niet echt breed. En toch namen ze ons van kleins af aan mee op reis: naar Athene, Rusland, Egypte, Marokko, India… Je kinderen andere beschavingen leren kennen was voor mijn vader een humanistisch ideaal. Ik heb daar een enorm gevoel van verbondenheid aan overgehouden.

“Mijn ouders kookten ook heel graag en maakten vaak uitheemse gerechten. Dan gingen we thuis op reis. Mijn vader zorgde voor vlaggetjes van het land en zette lokale muziek op. Zo hadden we Zaïrese avonden en aten we moambe, Indiase avonden en aten we curry’s, Libanese avonden en zetten we Fairuz op (een van de bekendste zangeressen van het Midden-Oosten, red.). Dat was altijd heel avontuurlijk.

“Maar het idee dat kinderen altijd alles leuk moesten vinden, bestond bij mij thuis niet. Evengoed zette mijn vader een ­documentaire op over de Holocaust of over Stalingrad en ­moesten we stilletjes luisteren. Hij vond dat we voeling moesten hebben met de geschiedenis. En ik denk dat ik daardoor thuis veel meer geleerd heb dan op school.”

foto’s: Stefaan Temmerman

“‘Tiptop’, welk boek zou u aanraden?” In De Morgen, 23 maart 2019

Voor de boekenbijlage in De Morgen, vroeg Marnix Verplancke me naar een boek dat ik aan collega’s of vrienden zou aanraden.

Ik koos de roman ‘A gentleman in Moscow’ van Amor Towles (vertaald als ‘Een Graaf in Moskou’). Ik kon het niet neerleggen, het heeft me doen huilen, lachen en een diepe dankbaarheid gegeven voor de schoonheid in de wereld. Voor de krant omschreef ik het kort zo:

‘Graaf Alexander Rostov is veroordeeld tot levenslang huisarrest in het Moskouse Hotel Metropole, in 1923, maar verbitterd reageert hij niet op zijn tegenslag. Een tragisch, grappig, ontroerend verhaal over morele finesse, stijl en elegantie, en een inspirerend tegengif voor een wereld vol verongelijkte schreeuwers’.

Lize Spit koos in dezelfde rubriek voor ‘De Goede zoon’ van Rob van Essen. En Bart Van Loo selecteerde ‘München 1938’, van Robert Harris.

 

 

“Blijvende inspiratie voor jongeren”, DM, 26 jan. 2019

Na de dood van Etienne Vermeersch, vroeg de krant De Morgen of ik vanuit zijn werk een progressieve boodschap voor jongeren wilde schrijven, naast een stuk van Bart De Wever (die schreef als conservatieve politicus) – “Toen Etienne Vermeersch er was, was de dood er niet, en nu de dood er is, is Etienne Vermeersch er niet meer. Een conservatieve politicus en een progressieve filosofe over zijn nalatenschap.”

“Etienne Vermeersch steunde de betogende klimaatjongeren in Brussel. Eigenlijk hoeft dat niet te verbazen: zijn hele leven stond hij als progressief bekend. Wat kan hij nog betekenen voor progressieve jongeren? Hier zijn vijf suggesties.

1.Vrijheid van denken en spreken is een belangrijk deel van Vermeersch’ erfenis. Vlaanderen kende een autoritaire, patriarchale traditie, vanuit haar katholieke verleden. Die verdwijnt stilaan. Maar er wonen in Vlaanderen ook mensen die evengoed patriarchale culturen gewend zijn. In zo’n cultuur debatteren mensen weinig. Ze hebben zich de autoriteitsargumenten van hun leiders – politiek, cultureel of religieus – eigen gemaakt. Bijgevolg voelen ze zich snel aangevallen wanneer ze worden tegengesproken. Wat je dan niet mag doen, is toegeven aan het adagium dat je niemand mag kwetsen of beledigen. Integendeel, juist dan is redelijk debat nodig. Vermeersch toonde dat redelijke argumenten helpen om conflicten te vermijden. De noodzaak om te denken, om tegenstand te aanvaarden en kritiek te incasseren heeft hij in de praktijk gebracht. Deze vorm van emancipatie is nog altijd nodig.

2. Vermeersch deed ook onbeschroomd een beroep op de waarheid wanneer hij anderen intellectueel oneerlijk vond. Dan schreef hij plechtige zinnen zoals ‘wil meneer x eens de feiten op tafel leggen’, of ‘ de waarheid heeft haar rechten’, of ‘alles wat mevrouw y zegt, is in strijd met de waarheid’. Heerlijk. Vermeersch was niet vatbaar voor de gedachte dat de waarheid niet bestond of dat elke mens zowat zijn eigen waarheid had. Daarmee leek hij ouderwets, maar hij was zijn tijd ver vooruit: de hele discussie over de gevaren van een post-truth tijdperk (waarin politici ongegeneerd liegen, voordien schaamden ze zich nog) heeft aangetoond dat feiten, bewijzen, argumenten cruciaal zijn om kwesties te beslechten. Anders is een democratisch georganiseerd meningsverschil niet meer mogelijk.

3. Progressief zijn betekent het belang van groei herijken. Een economie mag niet alleen in functie staan van groeimaximalisatie. In een interview dat Vermeersch aan De Tijd gaf in 2013 (samen met mij), vergelijkt hij de economie met een piramidespel: ‘deelnemers overtuigen anderen om mee te doen, waarbij de bijdrage van de nieuwkomers wordt uitbetaald aan de vorige deelnemers. Iedereen wint, op voorwaarde dat er telkens meer deelnemers bijkomen, waardoor meer kan worden geproduceerd, en dan meer geconsumeerd. Maar de piramide kan zich niet oneindig uitbreiden. Het systeem teert op grondstoffen die in snel tempo op geraken. Het produceert afval, maar de afvalbakken – bodem, rivieren, zeeën en lucht – lopen vol.’ Kunnen de wetenschappen alle milieuproblemen, ook van kernafval oplossen? In datzelfde interview waarschuwt Vermeersch voor ‘blind vooruitgangsoptimisme’, dat hij even gevaarlijk acht als ‘blind pessimisme’. Wat ook niet helpt, is fatalisme.

4. Voor Vermeersch stond (menselijk) lijden bestrijden centraal. Continue Reading ›