“De Vragen van Proust”, DM 8 okt. 2018

De krant De Morgen interviewde me voor ‘De Vragen van Proust’.

door Ann Joris en Fernand Van Damme

 

Hoe oud voelt u zich?

“Wel, een generatie ouder sinds ik mama geworden ben. Ik heb een dochter van negen maanden en dat maakt echt wel een verschil. (neemt laptop, toont foto van Alma) Bij Margarete Mitscherlich (ook wel de Grande Dame van de Duitse psychoanalyse genoemd, 1917-2012, red.) las ik dat vrouwen van over de veertig van veel afscheid moeten nemen: van hun schoonheid, van hun verleidelijkheid, van hun hechte band met de kinderen, van hun eigen ouders. In de tweede helft van je leven sijpelt er dus op allerlei manieren rouw in je bestaan binnen. Ik denk wel dat dat klopt, maar voorlopig heb ik er niet zo veel last van.

“Het wordt pas moeilijk, denk ik, wanneer je krampachtig vasthoudt aan het idee jong te moeten blijven. Als je dat loslaat en aanvaardt dat ouder worden gewoon bij het leven hoort ontdek je andere prioriteiten.”


Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Euhm. Dat ik helder en lucide probeer te kijken en te schrijven. Ik hou van waarachtigheid. Ik ben allergisch voor poses en inauthenticiteit. Ik probeer de dingen te zien zoals ze zijn en er ook niet van weg te kijken. Liever een echte droefheid dan een valse vrolijkheid. Daarom heb ik een voorkeur voor realistische filosofen, zoals Spinoza of Machiavelli, die er fel op hameren: je moet proberen het leven te zien zoals het is, de dingen te begrijpen vanuit hun oorzaken, jezelf geen rad voor de ogen te draaien. Ook niet over jezelf. Zelfkritiek is belangrijk. Die ego temperende werking van hun filosofie zint me wel. De mens denkt zo makkelijk dat hij het centrum is van de schepping. Hoe vaak meet hij zichzelf geen grotere rol toe dan hij eigenlijk speelt? In mijn eigen leven heb ik het als een bevrijding ervaren om die verbeelding los te laten. Je moet kunnen loskomen van de vraag of wat je doet in de smaak valt. Pas als je je niet meer aantrekt wat de anderen van je denken, kun je trouw blijven aan jezelf.”

Wat is uw passie?

“Wel, zo’n beetje wat ik net zei. (lacht) Of zoals André Comte-Sponville (Frans filosoof, °1952, red.) het ooit formuleerde: ‘vivre sa pensée et penser sa vie’. Je denken  beleven, en  je leven bedenken. Pas toen ik na tien jaar een punt zette achter mijn academische carrière en de filosofie als een roeping ben gaan beschouwen, besef ik wat mij inherent gelukkig maakt. Ik heb er lang mee geworsteld, maar heb uiteindelijk ingezien dat ik niet thuishoor in een competitieve omgeving, waarin sommigen alles op het spel zetten voor meer aanzien en prestige en zelfs recht tegen de filosofie ingaan waar ze zich mee bezighouden. Op het einde had ik de indruk dat ik naar een circus keek.

“Of een roeping niet nogal zwaar op de hand klinkt? Tja, maar er staat iets op het spel voor mij, filosofie is niet vrijblijvend.”

Is het leven voor u een cadeau?

“Eigenlijk wel. ‘Vivre sa pensée et penser sa vie’ gaat over hóé je kan leven en niet óf je moet leven. Existentiële angst heb ik niet, maar ik denk niet dat dat mijn verdienste is, je moet ook wat geluk hebben met wat je allemaal hebt meegemaakt. Ik ben dus geen nostalgisch, melancholisch of depressief iemand, dat is al een groot geschenk op zich. Denk nu niet dat mijn leven één langgerekte vrolijkheid is, maar fundamenteel existentiële twijfels heb ik niet. Tot Kierkegaard, Sartre of Camus ben ik dan ook niet aangetrokken. Ik apprecieer die filosofen wel, maar ze hebben het over ervaringen die ver van mij afstaan.

“Leven betekent voor mij al de kracht en alle mogelijkheden die je in jou hebt proberen te verwezenlijken. In het volle besef van je eigen beperkingen en belemmeringen. Dus niet: ik kan alles wat ik maar wil, maar wel proberen te zijn wie je kan zijn.”

Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Wel het eerste wat me ‘s ochtends blij maakt is Alma’s lachend gezichtje als ze wakker wordt. En met Alma gaan wandelen in het park vind ik altijd heel bijzonder. De schoonheid van een boom kan iets heel intens hebben. Het enige wat dan bestaat is dat moment. Dat vind ik heel ontspannend.”

Wat is uw zwakte?

“Ik ben nogal moeilijk om te leren kennen, waardoor ik ook wel kansen mis om anderen te leren kennen. En ik ben niet erg vergevingsgezind. Als mensen me kwetsen of ontgoochelen houden ze voor mij op te bestaan. Wraakzuchtig ben ik niet, maar ik voel wel dat er een afstand ontstaat die ik niet makkelijk kan overbruggen. Ik probeer daaraan te werken, want ik vind vergevingsgezindheid belangrijk, maar ervaar toch dat het moeilijk is om daar verandering in te brengen.”

Waar hebt u spijt van?

“Niet van veel. Spinoza zegt: berouw is een dubbele droefheid. Het betekent één: dat je je in het verleden vergist hebt, dat je iets gedaan hebt wat eigenlijk pijnlijk of verkeerd was, en twee: dat je er nog altijd ongelukkig om bent. Volgens hem ligt dat aan een gebrek aan zelfinzicht, omdat je je verbeeldt dat je iemand anders had kúnnen zijn dan de persoon die je was. Als je inziet dat je, gezien wie je toen was en wat je toen wist, niet anders kon dan doen wat je toen gedaan hebt, kun je dat idee van spijt loslaten. Eenvoudigweg omdat je toen omringd was door bepaalde mensen, of omdat er bepaalde beperkingen of omstandigheden waren, of gewoon omdat je de dingen toen nog niet helder zag. Dat is dan maar zo. Punt. In dat opzicht is spijt niet iets waar ik veel aandacht aan besteed.”

Wat is uw grootste angst?

“Privé: dat mijn dochter mij nodig zou hebben en dat ik er niet zou zijn.

“Maatschappelijk: dat mensen het contact met hun eigen menselijkheid verliezen. (zucht even) Wat ik beangstigend vind, is de nonchalante manier waarop mensen omgaan met de hele culturele erfenis. Terwijl ik Machiavelli las voor mijn nieuwe boek, bedacht ik: zonder kennis van het verleden is de toekomst alleen eenzaamheid. Ik denk dat vandaag velen zich eenzaam voelen omdat ze zich niet meer met de vorige generaties en met hun eigen cultuur verbonden voelen. Dat heeft te maken met het consumentisme – alles moet altijd leuk, snel en niet te moeilijk zijn -, met het winstbejag – alles moet renderen – en met de diversiteitsobsessie. Onlangs nog suggereerde Caroline Pauwels van de VUB de Verlichting los te zien van het westerse verleden, omdat niet iedereen zich daar goed bij voelt. Eigenlijk is dat een soort onterving, want je kunt de Verlichting niet begrijpen zonder de geschiedenis te kennen. Dan rest alleen nog een vaag concept dat niets meer betekent.

“Schoon schip willen maken is typerend voor deze tijdgeest. Continue Reading ›

“De status van leerkrachten is fors gedaald”, DM 22 sept. 2018

In de reeks “Het kernkabinet” van De Morgen interviewde Lieven Desmet me. Het thema was een onderzoek over leerkrachten.

“Tussen de 41 en 49 uur per week. Zo veel werken voltijdse leerkrachten in het Vlaams onderwijs. Met die resultaten kunnen de onderhandelingen voor een aantrekkelijk en werk­baar lerarenberoep opnieuw van start gaan.

Filosofe en columniste Tinneke Beeckman: “Het is vooral zaak om de autoriteit en autonomie van de leraar te herstellen.”

Voltijdse leerkrachten werken ruim 41 uur per week. Het gaat hier om cijfers over het hele jaar, inclusief vakanties. Tijdens een week in het schooljaar werken leraren uit het basis­onderwijs ruim 49 uur, terwijl een collega uit het secundair gemiddeld 48 uur in de weer is. Het zijn de voornaamste resultaten uit het langverwachte tijds­bestedingsonderzoek dat in opdracht van onderwijs­minister Hilde Crevits (CD&V) werd uitgevoerd door de onderzoeksgroep TOR van de VUB. Uit dat onderzoek blijkt voorts dat 60 à 70 procent van de werktijd gaat naar lesgeven en lesvoorbereiding. De overige tijd gaat naar administratie, organisatie, beleids­taken en professioneel overleg.

Was u verrast door de uitkomst van het ­onderzoek?

Tinneke Beeckman: “Neen, ik ben niet echt verrast. Want het aantal officiële les­uren is inderdaad bedrieglijk. De belasting lijkt me erg hoog, lesgeven is een heel intense bezigheid. Vooral die bijkomende taken zijn er te veel aan. Sommige dingen lijken vanzelfsprekend, maar zijn dat niet. Zoals het feit dat leraars veel meer bereikbaar moeten zijn, via digitale platformen. Ze moeten meer uitleg geven aan ouders, of extra tijd besteden aan bijzondere taken, los van de lessen, bijvoorbeeld als ze leerlingen met speciale noden in de klas hebben. Daarom is het een goede zaak dat zo’n meting plaatsvindt. En inderdaad, de leraren die werken, beseffen hoe zwaar het is.”

De cijfers komen voort uit zelfrapportages van 9.596 leerkrachten. Zij hielden in een dagboek bij hoeveel zij in een bepaalde week werkten. Is de ontstane scepsis over de reële werkdruk terecht?

“Ik denk toch dat dit onderzoek alvast een goed vertrekpunt is. Inderdaad lijken die vakanties misschien wat overdreven. Maar de lesweken zijn enorm druk. Tegenover leerkrachten bestaat er steeds meer argwaan, ook door mensen die in de privé­sector werken. De leraar heeft veel ingeboet aan reputatie en aanzien, en dat is erg jammer. De status van ­leerkrachten is sterk gedaald. En er is een ­tendens: de investeringen voor diensten voor de héle samenleving staan onder druk.”

Het lijkt wel alsof er maar twee denkbeelden bestaan: zij die het een zwaar beroep vinden en zij die vinden dat leerkrachten te veel vakantie hebben. Vanwaar komt die polarisatie? 

“In het onderwijs werken steeds meer vrouwen, en dat geeft makkelijk de indruk dat het een zacht beroep is, met milde werkdruk. Maar dat klopt helemaal niet. De idee hierachter is dat de status van een beroepsklasse afneemt wanneer er meer vrouwen toetreden. Deze ‘Wet van Sullerot’ – naar de Franse sociologe Evelyne Sullerot – impliceert dat zowel vergoeding als ­status dalen zodra vrouwen deelnemen. Rechter, arts of leraar zouden dan minder aantrekkelijke beroepen zijn, omdat er meer vrouwen tot die groep behoren. Continue Reading ›

“Paus Franciscus, seksueel misbruik en de kerk”, Kernkabinet De Morgen 1 sept. 2018

“Als de kerk zo voortdoet, is ze binnen tien jaar veel invloed kwijt.”

De reeks ‘Het Kernkabinet‘ van De Morgen is opnieuw begonnen. Journalist Maarten Rabaey interviewde me over Paus Franciscus, en de aanhoudende schandalen van kindermisbruik in de kerk.

“Met alweer nieuwe onthullingen over seksueel misbruik davert de Kerk op haar grondvesten, maar kan ze ook omvallen? Ja, zegt filofose Tinneke Beeckman, maar of ze snel zal buigen? “Zelfs de mensen die verandering willen, worden gecorrumpeerd.” En de paus? Die wast zijn handen in onschuld.

De misbruikschandalen lijken de Kerk in de grootste crisis te storten sinds de Reformatie, de kerkhervorming in de 16de eeuw.

Tinneke Beeckman: “Dat denk ik ook. Nu ik een boek schrijf over Machiavelli (1469-1527), lees ik over de schandalen van de Kerk destijds, die aanleiding gaven tot de Reformatie. Enkele pausen maakten het toen ook enorm bont. Paus Julius II zat zelf met het zwaard in het zadel oorlog te voeren in Italië; paus Alexander VI had talrijke bastaardkinderen en spendeerde fortuinen. Deze pausen besteedden veel aan kunst, dus was de staatskas leeg. De bevolking zag hoe de boodschap van Christus niet centraal stond. En dat is nu met de misbruikschandalen ook zo.”

Kan de Kerk, zoals toen, als instelling opnieuw uit elkaar vallen?

“Dat kan. In haar geweldige boek ‘The March of Folly’, over de teloorgang van machtsbolwerken, noemt de Amerikaanse historica Barbara Tuchman drie factoren die maken dat wanbeleid echt fataal kan worden voor politieke of religieuze leiders. De eerste is de systematische veronachtzaming van gevoelens onder de bevolking, de tweede is de voortdurende focus op het eigenbelang in plaats van het algemene belang en de derde is de illusie bij machthebbers dat hun macht onschendbaar, onveranderlijk is. Continue Reading ›

“Scoiale media veranderen ons leven”, kernkabinet, 2 juni 2018

Interview voor ‘Het Kernkabinet, in de krant ‘De Morgen’ op 2 juni 2018, door Eline Delrue.

 

“‘Sociale media hebben de macht om ons leven te veranderen’

Een maand met minder plastic, dagen zonder alcohol of vlees. Zwichten we dankzij sociale media tegenwoordig massaal voor verandering? Filosofe Tinneke Beeckman: ‘Jezelf bewust iets ontzeggen, het is een nieuwe vorm van sociale controle.’

Ging u de voorbije maand winkelen met een katoenen zakje in uw handtas? En stond er in die hitte een herbruikbare drinkfles op uw bureau? De kans is groot, want meer dan tienduizend Vlamingen en driehonderd organisaties raakten in de ban van Mei Plasticvrij, een burgerinitiatief van drie geëngageerde vrouwen. Het opzet was helder: één maand lang ons gebruik van wegwerpplastic terugdringen.

Het doet denken aan eerdere initiatieven die, ook via sociale media, veel volgelingen lokten. Zoals Tournée Minérale, de maand zonder alcohol, waar ruim 100.000 Vlamingen hun glas voor lieten staan. Of Dagen Zonder Vlees, de campagne die vorig jaar nog 100.000 fijnproevers overtuigde om minder vlees en vis te eten en zo een bijdrage te leveren aan het klimaat.

 

Het ene succesvolle initiatief lijkt het andere op te volgen. Is het dan zo makkelijk geworden om zieltjes te winnen? Vallen we ineens massaal voor verandering?

Filosofe Tinneke Beeckman: “De sociale media laten alleszins een nieuwe ritualisering toe. Als je naar die initiatieven kijkt – geen alcohol, geen vlees – dan zie je eigenlijk herhalingen van hoe het er vroeger aan toe ging. Toen was er ook een vastenmaand, waren er ook periodes waarin je jezelf, samen met je gemeenschap, beperkingen oplegde van je eigen verlangens. In onze geseculariseerde samenleving zijn er nog weinig religieuze feesten. Het is fascinerend om te zien hoe dat dan toch weer opduikt: jezelf bewust iets ontzeggen. Nu gebeurt dat ook vanuit een ander verhaal. ‘Het is gezond, beter voor de planeet.’ Maar de functie is dezelfde gebleven: het is iets zuiverend. Bijna een boetedoening, waar het goede uit voorkomt.”

 

Terwijl meneer pastoor ons vroeger vertelde wat ons te doen stond, volgen we nu de campagnes op sociale media. Leidt dat dan ook echt tot gedragsverandering? 

“Het gezegde wil: ‘Verander de wereld, begin bij jezelf.’ Maar mensen zijn sociale dieren, mimetische wezens ook. Ze imiteren elkaar. Dat ze in groep kunnen meedoen aan zo’n initiatief, samen met anderen met wie ze zich kunnen identificeren, werkt enorm versterkend om echt verandering tot stand te brengen. Op dat vlak zijn sociale media erg belangrijk: de technologie laat zeer gemakkelijk toe om gelijkgezinden te vinden, om zo uit dat individualisme te stappen.

“Het is ook een nieuwe vorm van sociale controle. Continue Reading ›

“De dotatie van Prins Laurent”, DM, kernkabinet, 24 maart 2018

 ‘Het Kernkabinet‘ van De Morgen, in Zeno is een wekelijkse rubriek waarin een van acht denkers over een hot item wordt geïnterviewd. De stemmen zijn Laïla Ben Allal, Maarten Boudry, Sarah de Lange, Rogier De Langhe, Jonathan Holslag, Patrick Loobuyck en Jogchum Vrielink.

Deze week werd ik geïnterviewd over de dotatie van Prins Laurent. De regering wil die met 15% verminderen, prins Laurent speelt het juridisch, en hoopt de sanctie ongedaan te maken.

Journaliste Eline Delrue voerde het gesprek.

“Tinneke Beeckman ziet dat prins Laurent zowel verwend als verwaarloosd is.

‘De dotatie afschaffen zou veel problemen oplossen.’

De receptie op de Chinese ambassade in Brussel afgelopen zomer wordt voor prins Laurent allicht eentje met een financiële kater. Daar bracht Laurent, zonder toestemming van de ministerraad, een toost uit op de negentigste verjaardag van het Volksbevrijdingsleger, in legeruniform. Premier Charles Michel (MR), die de fratsen van de prins meer dan beu is, kwam met het plan om zijn dotatie van ruim 300.000 euro per jaar deels af te romen. Zo riskeert hij nu 15 procent van die gift kwijt te spelen, goed voor zo’n 46.000 euro.

Advocaat Laurent Arnauts hield eerder deze week een vijftig pagina’s tellende verdediging van de prins, voor een speciale Kamercommissie van dertien parlementsleden. Maar dat mocht niet baten, want met twaalf tegen één keurden de commissieleden een sanctie goed. Zo riskeert hij nu 15 % van zijn dotatie kwijt te spelen dit jaar, goed voor zo’n 46.000 €, als ook de plenaire Kamer volgende week dit advies volgt.

Tinneke Beeckman: “Zijn argument dat hij op zo’n gelegenheid België niet zou vertegenwoordigen, is natuurlijk onzin. Want je kunt het ook omkeren: waarom nodigen de Chinezen hem dan uit? Zij hebben helemaal geen interesse in Laurent als gewone burger.

“China is bovendien een land waar ceremonie en hiërarchie een veel grotere rol spelen dan bij ons. Als hij daar dan in legeruniform, als broer van de heersende koning, een toost uitbrengt op hun evenement, is dat wel degelijk van belang. Dat is een politieke daad, met diplomatieke consequenties. Dat heeft een bepaalde betekenis. Hij stond daar dus zeker niet als privépersoon.”

Het was niet zijn eerste uitschuiver. In 2011 kreeg de prins al een veeg uit de pan, nadat hij in Congo op eigen houtje Joseph Kabila had ontmoet. Vorig jaar tikte premier Charles Michel hem nog op de vingers na een onaangekondigd onderonsje met de eerste minister van Sri Lanka. Speelt die ongehoorzaamheid nu ook mee? 

“Ik begrijp de wanhoop van de regering, precies omdat het probleem zich blijft herhalen. De wet van 2013 linkt het recht op dotatie aan een aantal plichten: zo moet de prins bij officiële bezoeken toestemming vragen aan de minister van Buitenlandse Zaken. Die hele wet is er net gekomen omdat Laurent een eigen, originele opvatting had van diplomatie. Hij wist dus dat hij voorzichtig moest zijn. Nu raken ze hem op zijn gevoelige plek: die dotatie. Dat is volgens mij ook het enige wat de regering kan doen.”

Begrijp ik het goed: vindt u dat ze in zijn dotatie mogen snoeien?

“Ik kan het standpunt van de regering volledig begrijpen. Wat ik niet snap, is waarom ze die dotatie niet helemaal afschaffen. Dat zou zoveel problemen oplossen. Hij maakt tenslotte deel uit van een enorm rijke familie. Het is niet dat hij in armoede zou verzeilen. En de hoeveelste troonopvolger is hij? De twaalfde. Die man zal nooit koning worden. Dan spreekt het toch voor zich om de dotatie volledig te laten uitdoven. Dat hadden ze al veel eerder moeten doen.

“Want nu hebben ze van de wet op dotatie een recht gemaakt waar plichten aan verbonden zijn. Maar zo hebben ze zich helemaal in de nesten gewerkt. Welke procedure moeten ze volgen als de prins zijn plichten niet naleeft? Welke rechten heeft hij nog? Hij trekt volop de kaart van zijn rechten, dat zie je zo.”

 

Prins Laurent schreef het al in een verdedigingsbrief: dat de wet waarop de regering zich beroept ‘in strijd is met de rechten van de mens’. Ook zijn advocaat geeft aan dat hij misschien naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens stapt. ‘Een zaak die hij met gemak zal winnen’, meent jurist en Kamerlid Hendrik Vuye. 

“Tuurlijk. Maar dat de broer van de koning op zo’n manier zijn gelijk probeert te halen – volgens de juridische logica – kun je wel politiek en moreel laakbaar noemen. Weet je, ik zie een prins die tegelijk verwend en verwaarloosd is. Verwend met privileges die haaks staan op het idee van gelijkheid in een democratie. Hij teert nog op een voorrecht dat dateert van vóór de Verlichting en de Franse Revolutie. Een voorrecht dat we in de huidige samenleving steeds meer zien als een absurditeit. Je kunt je niet verheven plaatsen boven een ander.”

 

Tegelijk is hij ook een tragische figuur, merkt u op. Een beetje zoals de titel van de eerste biografie over hem aangaf: Prins op overschot?

“Dit is de verwaarlozing: hij heeft noch in zijn opvoeding, noch in zijn opleiding leren om te gaan met zijn lot: kind zijn van een koninklijke familie, zonder een echte rol, zonder een politieke functie. Dat is niet altijd een geschenk.

“Nochtans is goede raad over koningschap wel te vinden. Bij de zeventiende-eeuwse filosoof Blaise Pascal, bijvoorbeeld. Hij heeft een gedachtenexperiment: stel dat je aanspoelt op een eiland en de bewoners denken dat je een goddelijk geschenk bent. Ze kronen je tot vorst. Hou dan een dubbele gedachte voor de geest: besef dat je je positie dankt aan toeval, en dat je eigenlijk bent zoals alle andere mensen. En ga mee in de rol die je speelt naar anderen toe, maar besef voor jezelf dat het slechts een rol is. Pascal schreef dit tijdens de heerschappij van Lodewijck XIV, de latere Zonnekoning, die zijn troon baseerde op een goddelijk voorrecht. Dit is lang voor de Franse Revolutie. Pascal was geen revolutionair, hij schreef om de monarchie niet te doen ontsporen”

 

Dat principe van gelijkheid: u vindt dat niet terug bij prins Laurent? 

“Nee, het is een principe dat hij duidelijk niet begrijpt. Blaise Pascal meende dat je als koning – of prins – pas legitiem bent als je je ten dienste stelt van de gemeenschap. Terwijl je bij Laurent merkt dat elk conflict om hem draait. Hij slaagt er maar niet in om op eigen kracht tot een meer filosofische bespiegeling te komen over welke rol hij kan spelen. Als je natuurlijk opgroeit met het idee dat je prins bent, zonder die zelfrelativering, dan creëer je moeilijkheden.”

 

De prins klaagt wel vaker aan dat de regering hem in ‘een sociaal isolement’ duwt. Heeft hij daar een punt?

“Tuurlijk niet. Stel dat hij nu nog naar de Chinese ambassade was gegaan, gekleed als burger. Dat was al een heel andere zaak geweest.

“Een andere manier om het probleem te stellen is dat hij zijn rol tegelijk te ernstig en niet ernstig genoeg neemt. Continue Reading ›

Interview De Morgen “Franse brief en #metoo” 13 jan. 2018

Dit interview verscheen in de reeks ‘Het Kernkabinet’ in De Morgen op zaterdag 13 januari 2018.

“Filosofe Tinneke Beeckman: “Een kus is intiem. Daar wil je als vrouw toch zelf over beslissen?”

Honderd Franse vrouwen, met steractrice Catherine Deneuve op kop, verdedigen in een open brief het ‘recht om vrouwen lastig te vallen’. Conservatief? Nee, vindt filosofe Tinneke Beeckman. ‘Wel oubollig. Zij veronderstellen een incasseringsvermogen bij vrouwen, waarvan de jonge generatie denkt: wij hoeven dat niet te hebben.’

door Eline Delrue

“Verkrachting is een misdaad. Maar aanhoudend of onhandig geflirt is dat niet. En galant zijn is iets anders dan agressief machogedrag”, zo begon het Franse collectief in de krant Le Monde. De schrijfsters, vooral uit de filmwereld, media en wetenschappen, hekelen het “puritanisme” sinds de zaak-Weinstein. Bekendste ondertekenaars van de open brief zijn Catherine Deneuve, grande dame van de Franse film, en de schrijfster Catherine Millet, bekend van de erotische roman Het seksuele leven van Catherine M.

Catherine Deneuve en co. klagen aan dat de MeToo-slinger doorslaat: van feminisme naar mannenhaat. Terecht?

Beeckman: “Ze hebben wel een punt dat je publiekelijk aan de schandpaal kan worden genageld zonder jezelf te kunnen verdedigen. Dat is een van de nadelen van de sociale media, van ‘trial by media’. Als iedereen rechter wordt, dan worden er ook onrechtvaardige vonnissen geveld. Dat is niet de manier om met eventuele misdrijven om te gaan.

“Ook interessant aan hun brief is hoe ze de moraalridders koppelen aan religieuze fanatici en reactionairen. Hoe ze zeggen: ‘Als je vrouwen alleen benadert als slachtoffer, stimuleer je hun autonomie niet.’ Ook waar. Vrouwen hoeven geen slachtoffer te zijn, moeten zich niet vereenzelvigen met wat mannen over hen zeggen of met hen doen. Je hoeft je niet in een slachtofferschap op te sluiten.”

Is het toeval dat deze brief uit Frankrijk komt aanwaaien? Een land waar je ook al makkelijk wegkomt met, pakweg, overspel. 

(lachje) Nee, zeker niet. Op dat vlak is er een enorm verschil tussen de Angelsaksische, meer puriteinse cultuur en de Franse ‘galanterie’ en het spel van de verleiding. Seksualiteit en sensualiteit hangen er veel meer in de lucht. Het maakt er deel uit van het gesprek, de atmosfeer.

“Op zich beantwoordt de galanterie, die al sinds de zeventiende eeuw opgang maakt, al aan een aantal problemen die de MeToo-beweging heeft aangekaart. Want ze houdt juist in dat mannen leren te verleiden met woorden, met hun charmes. Dat ze vrouwen moeten bewonderen, niet minachten. En dat ze geen natuurlijk recht hebben om zomaar in iemands leven binnen te dringen. De regels van die eeuwenoude galanterie schrijven ook discretie voor. Als een relatie spaak loopt, zal de man alle liefdesbrieven teruggeven aan de vrouw, om zo haar reputatie te beschermen.”

Het ‘recht om vrouwen lastig te vallen’, zoals het Franse collectief verdedigt, lijkt daar toch ver van af te staan.

“Klopt, dat woord ‘lastigvallen’ deed me ook schrikken. Wellicht wilden ze de vergelijking trekken met de vrijheid van meningsuiting. Die impliceert ook de vrijheid om te beledigen. Ze maken daar een equivalent op het vlak van seksualiteit: de vrijheid om lastig te vallen.

“Ze hebben het in hun brief ook over berichtjes sturen, zelfs als de ontvangster geen interesse toont. Of over een gestolen kus. Ze hebben nogal een ruime definitie van wat ze toelaten. Een kus is al intiem, niet? Daar wil je als vrouw toch zelf over beslissen. Je ziet, hun interpretatie van het aanvaardbare kan makkelijk afglijden.

“Dominique Strauss-Kahn, om maar iemand te noemen, dat was geen galanterie. Hij was handtastelijk, stuurde honderden sms’en, had een visie op seksualiteit waarin zijn macht speelde. Hij ‘bezat’ vrouwen. Toch namen de Fransen hem zo lang in bescherming. In deze MeToo-tijden zou hij ongetwijfeld in opspraak zijn gekomen, maar het Frankrijk van vijf jaar geleden hield nog graag het potje gedekt.”

“MeToo heeft dus veel veranderd, in positieve zin. Met hun brief willen die Franse dames vooral een visie op cultuur verdedigen die zij bedreigd zien. Als je kijkt naar de films van vroeger, dan zouden heel wat scènes vandaag minder vanzelfsprekend zijn. Maar dat is een cultuur waar zij uit voortkomen, waar zij zich heel sterk mee identificeren.”

Is het dan een generatiekwestie?

“Er is alleszins een generatieverschil. De oudere generatie veronderstelt een incasseringsvermogen, waarvan jongere vrouwen zeggen: ‘Nee, ik hoef dat niet te hebben. Als ik het heb, des te beter. Heb ik het niet en die man stoort mij, dan moet hij ermee ophouden.’ De jongere generatie eist een duidelijkere lijn, is daar assertiever en mondiger in.”

Zoals ook jonge Françaises op sociale media lieten verstaan: zij nemen er geen vrede mee als er in de metro een man tegen hen aan komt schurken. Iets wat de briefschrijfsters als een ‘non-event’ afdoen.

“Dat is het grootste probleem van de brief: de schrijfsters gaan ervan uit dat elke vrouw de kracht en de autonomie heeft om te denken: ‘Het is niet omdat een man in de metro tegen mij aanschurkt dat ik me slachtoffer moet voelen.’ Dat veronderstelt dat elke vrouw zoiets psychologisch en lichamelijk kan plaatsen. Zelf zijn die dames heel geëmancipeerd, ze hebben hun carrière, hun eigen stem. Akkoord, principieel hebben ze gelijk. Maar er zijn veel vrouwen in andere contexten die wel wat meer bescherming nodig hebben om zoiets te verwerken.”

Hoe conservatief is hun standpunt dan eigenlijk?

“Conservatief, nee. Wel oubollig. Dat is niet helemaal hetzelfde. Zij willen wijzen op de mogelijke gevaren van een puriteinse houding. Feit is: die puriteinse houding laat een zekere hypocrisie toe. Daar hebben ze gelijk in. Eigenlijk pleiten ze voor een eerlijke, open beleving van seksualiteit. Dat vind ik niet bepaald conservatief.

“Trouwens, die vrouwen zijn ook niet conservatief. Vergeet niet dat Catherine Deneuve in 1971 het ‘manifest van de 343’ ondertekende. Dat waren 343 vrouwen die openlijk toegaven dat ze abortus hadden ondergaan terwijl het op dat moment nog een misdrijf was. Zij riskeerden strafrechtelijke vervolging. Maar ze kwamen ervoor uit, precies om het debat aan te vuren. Deneuve heeft dus wel belangrijke daden gesteld om het feminisme aan te zwengelen.”

Twitter was al niet mals voor haar. Catherine Deneuve is ‘een idioot’. Of nog: ‘medeplichtig aan het machisme’. Zit zij nu in het ‘mannenkamp’?   Continue Reading ›

“Catalanen en Spanjaarden, versus Turken en Koerden”, DM, 4 nov. 2017

Sinds oktober maak ik deel uit van ‘Het Kernkabinet‘ van De Morgen, in Zeno: elke weekend interviewt De Morgen een van acht denkers over een hot item. De andere leden zijn Laïla Ben Allal, Maarten Boudry, Sarah de Lange, Rogier De Langhe, Jonathan Holslag, Patrick Loobuyck en Jogchum Vrielink.

Deze week werd ik geïnterviewd over het verschil tussen het Spaans-Catalaanse conflict, en de strijd tussen Turken en Koerden in Antwerpen. Het artikel verscheen op zaterdag 4 november.

Catalanen gaan niet met stokken en staven Spaanse Belgen te lijf, door Bruno Struys.

Dat de Catalaanse zaak wordt uitgevochten in Brussel, vinden we best interessant. Maar als Antwerpen het strijdtoneel is van Koerden en Turke nationalisten, schreeuwen we moord en brand. Politiek filosofe Tinneke Beeckman begrijpt dat wel.

Afgelopen week speelden twee buitenlandse conflicten de hoofdrol in de Belgische actualiteit. Met de komst van Carles Puigdemont is de Catalaanse strijd letterlijk geïmporteerd in ons land. Ondertussen vochten Turkse nationalisten een robbertje uit met aanhangers van de Koerdische PKK in de Brederodestraat in Antwerpen. Het ene conflict is bijna verwelkomd, het andere verafschuwd. Dan lijkt het dat er twee maten en twee gewichten zijn gebruikt.

“Op zo’n moment zouden we duidelijker moeten communiceren dat beide conflicten grondig van elkaar verschillen”, zegt Beeckman. “De Catalanen gebruiken hier geen stokken en staven om Spaanse Belgen te lijf te gaan. Anders dan de Koerdisch-Turkse strijd, is de Catalaanse er een van geweldloosheid waarin gezocht wordt naar een politieke oplossing.”

Het valt natuurlijk op dat net de politici die anders toeteren dat het onaanvaardbaar is om het Turkse conflict in ons land te importeren, nu al wekenlang hetzelfde doen met het Catalaanse conflict, nee?

Tinneke Beeckman: “Daar speelt ook partijpolitiek. Bij de N-VA voelen ze veel sympathie voor separatisten en willen ze zich profileren naar hun nationalistische achterban.

De partij krijgt van die achterban kritiek omdat ze in die federale regering zit en dus moet ze die Vlaams-nationalistische flank af en toe bedienen.

“Die profileringsdrang van sommige N-VA-politici is ongelukkig, maar dat vind ik ook van sommige reacties aan de linkerzijde. Als je ziet in welke bedenkelijke, repressieve traditie de Spaanse premier Rajoy zich plaatst, dan zou links in ons land beter meer moeite doen om de rechten en vrijheden van Puigdemont te verdedigen. In plaats van zich zorgen te maken over een diplomatiek rel. Soms moet je ook aan je principes denken.”

België zou dus ook betrokken partij moeten zijn in de Catalaanse kwestie zonder de komst van Puigdemont?

“Belgie is sowieso betrokken, omdat Brussel het hart is van de Europese Unie en omdat ons land samen met Spanje in die Europese Unie zit. Nog zo’n verschil met Turkije, dat niet in de Unie zit. Landen die samen in supranationale instellingen zitten, zoals de EU, verschillen soms van mening over de richting, de waarden, de normen van zo’n Unie. Dat moet kunnen, ook als dat tot een diplomatieke spanningen leidt.

“Premier Michel krijgt kritiek, maar hij heeft het eigenlijk goed gedaan. Macron daarentegen doet de Europese waarden geen deugd met zijn onvoorwaardelijke steun voor Rajoy. Daar speelt realpolitiek in mee. Frankrijk is bezorgd dat een toegeving aan de Catalanen in de kaart van de Corsicaanse separatisten zou kunnen spelen.”

“Rajoy kiest nochtans resoluut voor een logica van confrontatie. Behoort dat tot de politieke waarden van de EU? Ik denk dat je conflicten moet ontmijnen.”

Als de Catalaanse kwestie een Europees probleem is, dan zou je toch ook kunnen zeggen dat een EU-land moet vertrouwen op de rechtsgang in een andere lidstaat? En dat die Puigdemont hier dus niets te zoeken heeft?

“Ik vind het positief dat je politiek asiel kan aanvragen in een ander Europees land.

“Als Puigdemont effectief asiel aanvraagt, dan zal het Commissariaat-Generaal voor Staatlozen en Vluchtelingen daarover oordelen en het gerecht zal zijn werk doen. Wanneer blijkt dat Spanje een betrouwbaar gerecht heeft en wel de mensenrechten respecteert, zal dat zo’n asiel moeilijker worden toegekend. Continue Reading ›