“‘Tiptop’, welk boek zou u aanraden?” In De Morgen, 23 maart 2019

Voor de boekenbijlage in De Morgen, vroeg Marnix Verplancke me naar een boek dat ik aan collega’s of vrienden zou aanraden.

Ik koos de roman ‘A gentleman in Moscow’ van Amor Towles (vertaald als ‘Een Graaf in Moskou’). Ik kon het niet neerleggen, het heeft me doen huilen, lachen en een diepe dankbaarheid gegeven voor de schoonheid in de wereld. Voor de krant omschreef ik het kort zo:

‘Graaf Alexander Rostov is veroordeeld tot levenslang huisarrest in het Moskouse Hotel Metropole, in 1923, maar verbitterd reageert hij niet op zijn tegenslag. Een tragisch, grappig, ontroerend verhaal over morele finesse, stijl en elegantie, en een inspirerend tegengif voor een wereld vol verongelijkte schreeuwers’.

Lize Spit koos in dezelfde rubriek voor ‘De Goede zoon’ van Rob van Essen. En Bart Van Loo selecteerde ‘München 1938’, van Robert Harris.

 

 

“Blijvende inspiratie voor jongeren”, DM, 26 jan. 2019

Na de dood van Etienne Vermeersch, vroeg de krant De Morgen of ik vanuit zijn werk een progressieve boodschap voor jongeren wilde schrijven, naast een stuk van Bart De Wever (die schreef als conservatieve politicus) – “Toen Etienne Vermeersch er was, was de dood er niet, en nu de dood er is, is Etienne Vermeersch er niet meer. Een conservatieve politicus en een progressieve filosofe over zijn nalatenschap.”

“Etienne Vermeersch steunde de betogende klimaatjongeren in Brussel. Eigenlijk hoeft dat niet te verbazen: zijn hele leven stond hij als progressief bekend. Wat kan hij nog betekenen voor progressieve jongeren? Hier zijn vijf suggesties.

1.Vrijheid van denken en spreken is een belangrijk deel van Vermeersch’ erfenis. Vlaanderen kende een autoritaire, patriarchale traditie, vanuit haar katholieke verleden. Die verdwijnt stilaan. Maar er wonen in Vlaanderen ook mensen die evengoed patriarchale culturen gewend zijn. In zo’n cultuur debatteren mensen weinig. Ze hebben zich de autoriteitsargumenten van hun leiders – politiek, cultureel of religieus – eigen gemaakt. Bijgevolg voelen ze zich snel aangevallen wanneer ze worden tegengesproken. Wat je dan niet mag doen, is toegeven aan het adagium dat je niemand mag kwetsen of beledigen. Integendeel, juist dan is redelijk debat nodig. Vermeersch toonde dat redelijke argumenten helpen om conflicten te vermijden. De noodzaak om te denken, om tegenstand te aanvaarden en kritiek te incasseren heeft hij in de praktijk gebracht. Deze vorm van emancipatie is nog altijd nodig.

2. Vermeersch deed ook onbeschroomd een beroep op de waarheid wanneer hij anderen intellectueel oneerlijk vond. Dan schreef hij plechtige zinnen zoals ‘wil meneer x eens de feiten op tafel leggen’, of ‘ de waarheid heeft haar rechten’, of ‘alles wat mevrouw y zegt, is in strijd met de waarheid’. Heerlijk. Vermeersch was niet vatbaar voor de gedachte dat de waarheid niet bestond of dat elke mens zowat zijn eigen waarheid had. Daarmee leek hij ouderwets, maar hij was zijn tijd ver vooruit: de hele discussie over de gevaren van een post-truth tijdperk (waarin politici ongegeneerd liegen, voordien schaamden ze zich nog) heeft aangetoond dat feiten, bewijzen, argumenten cruciaal zijn om kwesties te beslechten. Anders is een democratisch georganiseerd meningsverschil niet meer mogelijk.

3. Progressief zijn betekent het belang van groei herijken. Een economie mag niet alleen in functie staan van groeimaximalisatie. In een interview dat Vermeersch aan De Tijd gaf in 2013 (samen met mij), vergelijkt hij de economie met een piramidespel: ‘deelnemers overtuigen anderen om mee te doen, waarbij de bijdrage van de nieuwkomers wordt uitbetaald aan de vorige deelnemers. Iedereen wint, op voorwaarde dat er telkens meer deelnemers bijkomen, waardoor meer kan worden geproduceerd, en dan meer geconsumeerd. Maar de piramide kan zich niet oneindig uitbreiden. Het systeem teert op grondstoffen die in snel tempo op geraken. Het produceert afval, maar de afvalbakken – bodem, rivieren, zeeën en lucht – lopen vol.’ Kunnen de wetenschappen alle milieuproblemen, ook van kernafval oplossen? In datzelfde interview waarschuwt Vermeersch voor ‘blind vooruitgangsoptimisme’, dat hij even gevaarlijk acht als ‘blind pessimisme’. Wat ook niet helpt, is fatalisme.

4. Voor Vermeersch stond (menselijk) lijden bestrijden centraal. Continue Reading ›

“Vingerafdrukken op je ID-kaart, en privacy” De Morgen, 17 nov. 2018

Journalist Koen Vidal interviewde me voor ‘Het Kernkabinet’ van De Morgen over privacy en vingerafdrukken. Dit artikel verscheen op 17 november in De Morgen.

“Bijna geruisloos keurde de Kamer het wetsontwerp van Binnenlandminister Jan Jambon goed dat digitale vingerafdrukken toevoegt aan de identiteitskaart. Filosofe Tinneke Beeckman spreekt van een achteruitgang die onvermijdelijk is maar nog gevaarlijker wordt als onze waakzaamheid inzake privacy zo slap blijft.

Wie in april 2019 een nieuwe identiteitskaart aanvraagt, zal vooraf een digitaal beeld moeten afstaan van de afdrukken van de rechter-en linkerwijsvinger. Voorlopig is het niet de bedoeling om de vingerafdrukken in databanken op te slaan.

Tinneke Beeckman beschouwt dit als een onvermijdelijke evolutie in een realiteit waarin privacy het moet afleggen tegen andere prioriteiten.

“Het gaat de verkeerde kant uit met onze privacy maar in tijden van globalisering en technologische omwentelingen kun je heel moeilijk vermijden dat het de verkeerde kant uitgaat. Ik vind veel bezwaren van de privacy-verdedigers terecht maar begrijp ook wel dat een overheid maatregelen moet nemen om het systeem van identiteitskaarten tegen misbruiken te beschermen. Zeker als je weet dat onze identiteitskaarten de facto gebruikt kunnen worden als reispaspoorten: we kunnen met dat document naar veertig landen reizen; niet enkel binnen de EU maar ook naar landen als Zwitserland, Noorwegen en Turkije.”

U stelt dat we in tijden van globalisering en technologische vooruitgang bijna niet anders kunnen dan een deel van onze privacy af te staan.

“Dat lijkt inderdaad de harde realiteit, ook al zijn er belangrijke principiële bezwaren. Zo is het problematisch dat burgers verplicht worden om hun vingerafdrukken af te staan. Bij een paspoort kun je nog redeneren dat het om een vrijwillige keuze gaat, maar omdat een identiteitskaart in België verplicht is, heb je als burger geen keuze.”

“Daarnaast wordt onze privacy ook belaagd door een breder fenomeen: door de globalisering zie je dat mensen en groepen zich steeds minder verbonden voelen met de brede gemeenschap en vanuit hun eigenbelang gaan handelen. Dat leidt tot allerlei misbruiken: internationale criminaliteit, bedrijven en organisaties die makkelijk grenzen oversteken en neerstrijken op plekken waar arbeid goedkoop is of waar de fiscale voordelen het grootst zijn. De overheid wordt daardoor gedwongen om repressiever op te treden en ook naar krachtige instrumenten te grijpen.”

Maar zijn er geen betere instrumenten om fiscale fraude en Panama-schandalen te vermijden dan vingerafdrukken op een identiteitskaart?

“Ik kan me voorstellen dat een overheid dankzij vingerafdrukken wel efficiënter kan optreden tegen vervalsing van identiteitskaarten. Ook internationale criminelen kunnen met het nieuwe systeem makkelijker in kaart worden gebracht. Bij paspoorten had dezelfde maatregelen een gunstig effect: de fraude nam af.”

“Maar tegelijk ontstaat er een soort technologische wapenwedloop. In de eerste plaats tussen staten onderling: het land met de meest geavanceerde paspoorten heeft het minste last van fraude. Maar er is ook sprake van wedijver tussen overheden en criminelen. Vaak is het zo dat criminelen de technologische vernieuwingen van een overheid onderuit halen. Alles wat je uitvindt, kan ook tegen je gebruikt worden. Mochten criminelen erin slagen om in de toekomst vingerafdrukken te hacken dan hebben ze waarschijnlijk nog veel meer toegang tot privacy-gegevens.”

Zitten we dan niet in een soort Frankenstein-scenario: technologische uitvindingen worden uiteindelijk tegen ons gebruikt?

“Dat is een cruciale vraag voor de overheid die voldoende moet kunnen garanderen dat de privacy-gegevens van burgers goed beschermd worden en niet in verkeerde handen terechtkomen. Tegelijk is het ook onze taak als burger om ons te wapenen tegen misbruik van gegevens. Veel mensen hebben tegenwoordig een houding van ‘ik heb niets te verbergen, wat is hier eigenlijk het probleem?’ Dat is een gevaarlijke houding want uiteindelijk weten we niet waar onze privacy-gegevens terechtkomen en ook niet waarnaar malafide individuen precies op zoek zijn. Dat is precies waarover het boek 1984 van George Orwell gaat. Het gaat over een man die een dagboek wil bijhouden over zijn persoonlijke leven, zijn relaties, zijn gedachten, zijn identiteit. Dat lijkt banaal maar uiteindelijk gaat dit over de essentiële vraag ‘wie ben ik’ en hoe wil ik mij verder ontwikkelen. Vrij zijn, kunnen vrij denken veronderstelt privacy. Als een staat inbreekt op uw privacy wordt ook uw identiteit aangetast. Soortgelijke zaken zijn nu aan de gang met bedrijven als Google en Facebook die beweren dat ze weten wat en hoe wij denken; dat komt neer op een grove inbreuk op onze pricacy. Temeer omdat die bedrijven ons steeds meer als producten behandelen: onze persoonlijke data zijn handelswaar geworden die in het nieuwe systeem van technologie en vrije markt schaamteloos wordt ingezet.”

Toch is privacy niet echt een hot item. Het wetsontwerp over de vingerafdrukken op onze identiteitskaarten passeerde zonder veel heisa door het parlement.

“Dat komt omdat deze maatregel gekaderd wordt in de strijd tegen terreur. Heel veel mensen zijn bereid om mee te gaan in een beleid waarvan gezegd wordt dat het de kans op aanslagen verkleint. Mensen zijn sociale en politieke wezens. Strikt rationeel kun je zeggen dat de kans op een dodelijk ongeluk door overlopend wild veel groter is dan de kans om te sterven bij een aanslag. Maar zo zitten wij niet in elkaar: de idee dat er mensen in onze eigen gemeenschap te kwader trouw zijn en zelfs bereid zijn om zich op een metrostel op te blazen, is zeer beangstigend. Dat heeft te maken met het feit dat wij al eeuwen groepswezens zijn die voor ons overleven en bestaan afhankelijk zijn van de gemeenschap. Als bepaalde leden van die gemeenschap zich tegen ons keren, ervaren we dat als een fundamenteel probleem. Als de overheid zich sterk maakt dat ze de gemeenschap met een bepaalde maatregel beter kan beschermen, is de kans groot dat er voor die maatregel een groot draagvlak zal zijn.”

De identiteitskaart met vingerafdrukken wordt vanaf april 2019 uitgerold. Sommige actievoerders roepen mensen op om massaal identiteitskaarten ‘te verliezen’ en voor april een nieuwe kaart zonder vingerafdrukken aan te vragen die dan tien jaar geldig zal zijn. Is dat een nuttige vorm van verzet?

“Wel, als mensen op die manier een politiek signaal willen geven, is dat natuurlijk hun volste recht. Maar op termijn is de evolutie niet tegen te houden. Het gaat om een Europese harmonisering waarover een politieke consensus bestaat. Sommigen beweren dat een linkse regering dit nooit aanvaard zou hebben: ik betwijfel dat. Ook linkse regeringen in Europa zijn deze maatregel aan het uitrollen. Nogmaals: ik wil daarmee niet zeggen dat dit een goede evolutie is. We moeten ons de vraag durven stellen wat al die overheden en bedrijven met onze privé-gegevens van plan zijn. Volgens mij zitten we op een hellend vlak.”

Maar zou je dan net niet van een overheid verwachten dat ze een dam opwerpt tegen de bedreigingen van onze privacy? Momenteel lijkt het tegendeel het geval: ook onze overheden zijn uit op onze privacy-gegevens.

“De overheid doet wel een aantal inspanningen. Facebook CEO Mark Zuckerberg werd in het Europees parlement gesommeerd en de Europese Unie probeert de macht van data-giganten in te tomen. Maar het is hoog spel: zowel tech-giganten als sommige machtige landen beschikken over krachtige technologie en zoveel data dat hun macht enorm is geworden. De kloof tussen diegenen die over data beschikken en zij die niet over data beschikken, neemt toe. Volgens mij is dit enkel op te lossen door bepaalde machtige bedrijven op te delen.”

Naar analogie met wat er begin de 20ste eeuw gebeurde met Standard Oil omdat het monopolie van dat bedrijf oppermachtig was.

“Inderdaad, data zijn de olie van de 21ste eeuw dus waarom niet overwegen om bedrijven als Google en Facebook op te splitsen. Als ik zie hoe Facebook voortdurend bedrijven als WhatsApp opslokt dan lijkt me dat toch problematisch. Dit heeft ook wel te maken met het feit dat we mensen als Zuckerberg verheerlijken en onvoldoende rekening houden met hun houding van move fast and break things. Het is niet omdat iemand op technologisch vlak geniaal is dat hij of zij doordrongen is van het belang van een democratie. De hoogmoed van mensen als Zuckerburg en wijlen Steve Jobs moet ons toch tot nadenken stemmen. Zolang we blindelings verslaafd blijven aan onze smartphones is onze privacy erg kwetsbaar.”

“De Vragen van Proust”, DM 8 okt. 2018

De krant De Morgen interviewde me voor ‘De Vragen van Proust’.

door Ann Joris en Fernand Van Damme

 

Hoe oud voelt u zich?

“Wel, een generatie ouder sinds ik mama geworden ben. Ik heb een dochter van negen maanden en dat maakt echt wel een verschil. (neemt laptop, toont foto van Alma) Bij Margarete Mitscherlich (ook wel de Grande Dame van de Duitse psychoanalyse genoemd, 1917-2012, red.) las ik dat vrouwen van over de veertig van veel afscheid moeten nemen: van hun schoonheid, van hun verleidelijkheid, van hun hechte band met de kinderen, van hun eigen ouders. In de tweede helft van je leven sijpelt er dus op allerlei manieren rouw in je bestaan binnen. Ik denk wel dat dat klopt, maar voorlopig heb ik er niet zo veel last van.

“Het wordt pas moeilijk, denk ik, wanneer je krampachtig vasthoudt aan het idee jong te moeten blijven. Als je dat loslaat en aanvaardt dat ouder worden gewoon bij het leven hoort ontdek je andere prioriteiten.”


Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Euhm. Dat ik helder en lucide probeer te kijken en te schrijven. Ik hou van waarachtigheid. Ik ben allergisch voor poses en inauthenticiteit. Ik probeer de dingen te zien zoals ze zijn en er ook niet van weg te kijken. Liever een echte droefheid dan een valse vrolijkheid. Daarom heb ik een voorkeur voor realistische filosofen, zoals Spinoza of Machiavelli, die er fel op hameren: je moet proberen het leven te zien zoals het is, de dingen te begrijpen vanuit hun oorzaken, jezelf geen rad voor de ogen te draaien. Ook niet over jezelf. Zelfkritiek is belangrijk. Die ego temperende werking van hun filosofie zint me wel. De mens denkt zo makkelijk dat hij het centrum is van de schepping. Hoe vaak meet hij zichzelf geen grotere rol toe dan hij eigenlijk speelt? In mijn eigen leven heb ik het als een bevrijding ervaren om die verbeelding los te laten. Je moet kunnen loskomen van de vraag of wat je doet in de smaak valt. Pas als je je niet meer aantrekt wat de anderen van je denken, kun je trouw blijven aan jezelf.”

Wat is uw passie?

“Wel, zo’n beetje wat ik net zei. (lacht) Of zoals André Comte-Sponville (Frans filosoof, °1952, red.) het ooit formuleerde: ‘vivre sa pensée et penser sa vie’. Je denken  beleven, en  je leven bedenken. Pas toen ik na tien jaar een punt zette achter mijn academische carrière en de filosofie als een roeping ben gaan beschouwen, besef ik wat mij inherent gelukkig maakt. Ik heb er lang mee geworsteld, maar heb uiteindelijk ingezien dat ik niet thuishoor in een competitieve omgeving, waarin sommigen alles op het spel zetten voor meer aanzien en prestige en zelfs recht tegen de filosofie ingaan waar ze zich mee bezighouden. Op het einde had ik de indruk dat ik naar een circus keek.

“Of een roeping niet nogal zwaar op de hand klinkt? Tja, maar er staat iets op het spel voor mij, filosofie is niet vrijblijvend.”

Is het leven voor u een cadeau?

“Eigenlijk wel. ‘Vivre sa pensée et penser sa vie’ gaat over hóé je kan leven en niet óf je moet leven. Existentiële angst heb ik niet, maar ik denk niet dat dat mijn verdienste is, je moet ook wat geluk hebben met wat je allemaal hebt meegemaakt. Ik ben dus geen nostalgisch, melancholisch of depressief iemand, dat is al een groot geschenk op zich. Denk nu niet dat mijn leven één langgerekte vrolijkheid is, maar fundamenteel existentiële twijfels heb ik niet. Tot Kierkegaard, Sartre of Camus ben ik dan ook niet aangetrokken. Ik apprecieer die filosofen wel, maar ze hebben het over ervaringen die ver van mij afstaan.

“Leven betekent voor mij al de kracht en alle mogelijkheden die je in jou hebt proberen te verwezenlijken. In het volle besef van je eigen beperkingen en belemmeringen. Dus niet: ik kan alles wat ik maar wil, maar wel proberen te zijn wie je kan zijn.”

Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Wel het eerste wat me ‘s ochtends blij maakt is Alma’s lachend gezichtje als ze wakker wordt. En met Alma gaan wandelen in het park vind ik altijd heel bijzonder. De schoonheid van een boom kan iets heel intens hebben. Het enige wat dan bestaat is dat moment. Dat vind ik heel ontspannend.”

Wat is uw zwakte?

“Ik ben nogal moeilijk om te leren kennen, waardoor ik ook wel kansen mis om anderen te leren kennen. En ik ben niet erg vergevingsgezind. Als mensen me kwetsen of ontgoochelen houden ze voor mij op te bestaan. Wraakzuchtig ben ik niet, maar ik voel wel dat er een afstand ontstaat die ik niet makkelijk kan overbruggen. Ik probeer daaraan te werken, want ik vind vergevingsgezindheid belangrijk, maar ervaar toch dat het moeilijk is om daar verandering in te brengen.”

Waar hebt u spijt van?

“Niet van veel. Spinoza zegt: berouw is een dubbele droefheid. Het betekent één: dat je je in het verleden vergist hebt, dat je iets gedaan hebt wat eigenlijk pijnlijk of verkeerd was, en twee: dat je er nog altijd ongelukkig om bent. Volgens hem ligt dat aan een gebrek aan zelfinzicht, omdat je je verbeeldt dat je iemand anders had kúnnen zijn dan de persoon die je was. Als je inziet dat je, gezien wie je toen was en wat je toen wist, niet anders kon dan doen wat je toen gedaan hebt, kun je dat idee van spijt loslaten. Eenvoudigweg omdat je toen omringd was door bepaalde mensen, of omdat er bepaalde beperkingen of omstandigheden waren, of gewoon omdat je de dingen toen nog niet helder zag. Dat is dan maar zo. Punt. In dat opzicht is spijt niet iets waar ik veel aandacht aan besteed.”

Wat is uw grootste angst?

“Privé: dat mijn dochter mij nodig zou hebben en dat ik er niet zou zijn.

“Maatschappelijk: dat mensen het contact met hun eigen menselijkheid verliezen. (zucht even) Wat ik beangstigend vind, is de nonchalante manier waarop mensen omgaan met de hele culturele erfenis. Terwijl ik Machiavelli las voor mijn nieuwe boek, bedacht ik: zonder kennis van het verleden is de toekomst alleen eenzaamheid. Ik denk dat vandaag velen zich eenzaam voelen omdat ze zich niet meer met de vorige generaties en met hun eigen cultuur verbonden voelen. Dat heeft te maken met het consumentisme – alles moet altijd leuk, snel en niet te moeilijk zijn -, met het winstbejag – alles moet renderen – en met de diversiteitsobsessie. Onlangs nog suggereerde Caroline Pauwels van de VUB de Verlichting los te zien van het westerse verleden, omdat niet iedereen zich daar goed bij voelt. Eigenlijk is dat een soort onterving, want je kunt de Verlichting niet begrijpen zonder de geschiedenis te kennen. Dan rest alleen nog een vaag concept dat niets meer betekent.

“Schoon schip willen maken is typerend voor deze tijdgeest. Continue Reading ›

“De status van leerkrachten is fors gedaald”, DM 22 sept. 2018

In de reeks “Het kernkabinet” van De Morgen interviewde Lieven Desmet me. Het thema was een onderzoek over leerkrachten.

“Tussen de 41 en 49 uur per week. Zo veel werken voltijdse leerkrachten in het Vlaams onderwijs. Met die resultaten kunnen de onderhandelingen voor een aantrekkelijk en werk­baar lerarenberoep opnieuw van start gaan.

Filosofe en columniste Tinneke Beeckman: “Het is vooral zaak om de autoriteit en autonomie van de leraar te herstellen.”

Voltijdse leerkrachten werken ruim 41 uur per week. Het gaat hier om cijfers over het hele jaar, inclusief vakanties. Tijdens een week in het schooljaar werken leraren uit het basis­onderwijs ruim 49 uur, terwijl een collega uit het secundair gemiddeld 48 uur in de weer is. Het zijn de voornaamste resultaten uit het langverwachte tijds­bestedingsonderzoek dat in opdracht van onderwijs­minister Hilde Crevits (CD&V) werd uitgevoerd door de onderzoeksgroep TOR van de VUB. Uit dat onderzoek blijkt voorts dat 60 à 70 procent van de werktijd gaat naar lesgeven en lesvoorbereiding. De overige tijd gaat naar administratie, organisatie, beleids­taken en professioneel overleg.

Was u verrast door de uitkomst van het ­onderzoek?

Tinneke Beeckman: “Neen, ik ben niet echt verrast. Want het aantal officiële les­uren is inderdaad bedrieglijk. De belasting lijkt me erg hoog, lesgeven is een heel intense bezigheid. Vooral die bijkomende taken zijn er te veel aan. Sommige dingen lijken vanzelfsprekend, maar zijn dat niet. Zoals het feit dat leraars veel meer bereikbaar moeten zijn, via digitale platformen. Ze moeten meer uitleg geven aan ouders, of extra tijd besteden aan bijzondere taken, los van de lessen, bijvoorbeeld als ze leerlingen met speciale noden in de klas hebben. Daarom is het een goede zaak dat zo’n meting plaatsvindt. En inderdaad, de leraren die werken, beseffen hoe zwaar het is.”

De cijfers komen voort uit zelfrapportages van 9.596 leerkrachten. Zij hielden in een dagboek bij hoeveel zij in een bepaalde week werkten. Is de ontstane scepsis over de reële werkdruk terecht?

“Ik denk toch dat dit onderzoek alvast een goed vertrekpunt is. Inderdaad lijken die vakanties misschien wat overdreven. Maar de lesweken zijn enorm druk. Tegenover leerkrachten bestaat er steeds meer argwaan, ook door mensen die in de privé­sector werken. De leraar heeft veel ingeboet aan reputatie en aanzien, en dat is erg jammer. De status van ­leerkrachten is sterk gedaald. En er is een ­tendens: de investeringen voor diensten voor de héle samenleving staan onder druk.”

Het lijkt wel alsof er maar twee denkbeelden bestaan: zij die het een zwaar beroep vinden en zij die vinden dat leerkrachten te veel vakantie hebben. Vanwaar komt die polarisatie? 

“In het onderwijs werken steeds meer vrouwen, en dat geeft makkelijk de indruk dat het een zacht beroep is, met milde werkdruk. Maar dat klopt helemaal niet. De idee hierachter is dat de status van een beroepsklasse afneemt wanneer er meer vrouwen toetreden. Deze ‘Wet van Sullerot’ – naar de Franse sociologe Evelyne Sullerot – impliceert dat zowel vergoeding als ­status dalen zodra vrouwen deelnemen. Rechter, arts of leraar zouden dan minder aantrekkelijke beroepen zijn, omdat er meer vrouwen tot die groep behoren. Continue Reading ›

“Paus Franciscus, seksueel misbruik en de kerk”, Kernkabinet De Morgen 1 sept. 2018

“Als de kerk zo voortdoet, is ze binnen tien jaar veel invloed kwijt.”

De reeks ‘Het Kernkabinet‘ van De Morgen is opnieuw begonnen. Journalist Maarten Rabaey interviewde me over Paus Franciscus, en de aanhoudende schandalen van kindermisbruik in de kerk.

“Met alweer nieuwe onthullingen over seksueel misbruik davert de Kerk op haar grondvesten, maar kan ze ook omvallen? Ja, zegt filofose Tinneke Beeckman, maar of ze snel zal buigen? “Zelfs de mensen die verandering willen, worden gecorrumpeerd.” En de paus? Die wast zijn handen in onschuld.

De misbruikschandalen lijken de Kerk in de grootste crisis te storten sinds de Reformatie, de kerkhervorming in de 16de eeuw.

Tinneke Beeckman: “Dat denk ik ook. Nu ik een boek schrijf over Machiavelli (1469-1527), lees ik over de schandalen van de Kerk destijds, die aanleiding gaven tot de Reformatie. Enkele pausen maakten het toen ook enorm bont. Paus Julius II zat zelf met het zwaard in het zadel oorlog te voeren in Italië; paus Alexander VI had talrijke bastaardkinderen en spendeerde fortuinen. Deze pausen besteedden veel aan kunst, dus was de staatskas leeg. De bevolking zag hoe de boodschap van Christus niet centraal stond. En dat is nu met de misbruikschandalen ook zo.”

Kan de Kerk, zoals toen, als instelling opnieuw uit elkaar vallen?

“Dat kan. In haar geweldige boek ‘The March of Folly’, over de teloorgang van machtsbolwerken, noemt de Amerikaanse historica Barbara Tuchman drie factoren die maken dat wanbeleid echt fataal kan worden voor politieke of religieuze leiders. De eerste is de systematische veronachtzaming van gevoelens onder de bevolking, de tweede is de voortdurende focus op het eigenbelang in plaats van het algemene belang en de derde is de illusie bij machthebbers dat hun macht onschendbaar, onveranderlijk is. Continue Reading ›

“Scoiale media veranderen ons leven”, kernkabinet, 2 juni 2018

Interview voor ‘Het Kernkabinet, in de krant ‘De Morgen’ op 2 juni 2018, door Eline Delrue.

 

“‘Sociale media hebben de macht om ons leven te veranderen’

Een maand met minder plastic, dagen zonder alcohol of vlees. Zwichten we dankzij sociale media tegenwoordig massaal voor verandering? Filosofe Tinneke Beeckman: ‘Jezelf bewust iets ontzeggen, het is een nieuwe vorm van sociale controle.’

Ging u de voorbije maand winkelen met een katoenen zakje in uw handtas? En stond er in die hitte een herbruikbare drinkfles op uw bureau? De kans is groot, want meer dan tienduizend Vlamingen en driehonderd organisaties raakten in de ban van Mei Plasticvrij, een burgerinitiatief van drie geëngageerde vrouwen. Het opzet was helder: één maand lang ons gebruik van wegwerpplastic terugdringen.

Het doet denken aan eerdere initiatieven die, ook via sociale media, veel volgelingen lokten. Zoals Tournée Minérale, de maand zonder alcohol, waar ruim 100.000 Vlamingen hun glas voor lieten staan. Of Dagen Zonder Vlees, de campagne die vorig jaar nog 100.000 fijnproevers overtuigde om minder vlees en vis te eten en zo een bijdrage te leveren aan het klimaat.

 

Het ene succesvolle initiatief lijkt het andere op te volgen. Is het dan zo makkelijk geworden om zieltjes te winnen? Vallen we ineens massaal voor verandering?

Filosofe Tinneke Beeckman: “De sociale media laten alleszins een nieuwe ritualisering toe. Als je naar die initiatieven kijkt – geen alcohol, geen vlees – dan zie je eigenlijk herhalingen van hoe het er vroeger aan toe ging. Toen was er ook een vastenmaand, waren er ook periodes waarin je jezelf, samen met je gemeenschap, beperkingen oplegde van je eigen verlangens. In onze geseculariseerde samenleving zijn er nog weinig religieuze feesten. Het is fascinerend om te zien hoe dat dan toch weer opduikt: jezelf bewust iets ontzeggen. Nu gebeurt dat ook vanuit een ander verhaal. ‘Het is gezond, beter voor de planeet.’ Maar de functie is dezelfde gebleven: het is iets zuiverend. Bijna een boetedoening, waar het goede uit voorkomt.”

 

Terwijl meneer pastoor ons vroeger vertelde wat ons te doen stond, volgen we nu de campagnes op sociale media. Leidt dat dan ook echt tot gedragsverandering? 

“Het gezegde wil: ‘Verander de wereld, begin bij jezelf.’ Maar mensen zijn sociale dieren, mimetische wezens ook. Ze imiteren elkaar. Dat ze in groep kunnen meedoen aan zo’n initiatief, samen met anderen met wie ze zich kunnen identificeren, werkt enorm versterkend om echt verandering tot stand te brengen. Op dat vlak zijn sociale media erg belangrijk: de technologie laat zeer gemakkelijk toe om gelijkgezinden te vinden, om zo uit dat individualisme te stappen.

“Het is ook een nieuwe vorm van sociale controle. Continue Reading ›