“De PS staat niet op imploderen”, DS 15 juni 2017

“Het schandaal rond samusocial leidt tot een gerechtelijk onderzoek. De zaak toont jarenlang machtsmisbruik, fraude en hypocrisie. Breder nog verschijnen politieke structuren die geen licht verdragen met politici die geen tegenstand dulden. Het kantoor van advocaat Marc Uyttendaele, echtgenoot van Laurette Onkelinx, heeft alles uit de kast gehaald om politici en nieuwsgierige RTBF-journalisten (cf. La Libre, 9/06) te hinderen in hun onderzoek. Uiteindelijk moest burgemeester Mayeur vertrekken, niet zonder eerst bloemetjes te hebben ontvangen. Helaas begrijpt hij nog steeds niet dat giften voor daklozen niet als zitpenning voor fictieve vergaderingen mogen worden uitbetaald. Integendeel, hij lijkt verklapper Pascal Smet de schuld te geven. Het enige offer in deze zaak werd dan ook door de Vlaamse socialisten gebracht. Zij verliezen hun schepen Ans Persoons, en verdwijnen uit de regering van Brussel-Stad.

Wie denkt dat de PS op imploderen staat, neemt zijn wensen voor werkelijkheid. Deze afwikkeling bevat een waarschuwing: wie het aandurft om niet mee te draaien in dit circus, staat buiten voor hij beseft. Open Vld heeft de boodschap goed begrepen. Ondanks de verontwaardigde oproepen tot verandering, blijft het politiek spel bij het oude, zeker met PS-burgemeester Close.

Wie verder kijkt, ziet dat deze zaak niet alleen de werking van de macht in Brussel, maar bij uitbreiding in België illustreert. De verontwaardiging van enkele Vlamingen maakt weinig uit, zolang andere Vlamingen nog willen meewerken. De staatstructuur zelf werkt immobilisme in de hand.

In Brussel boksen de Vlamingen politiek ver boven hun gewicht: ze krijgen meer vertegenwoordigers, en meer politieke postjes dan ze door rechtstreekse vertegenwoordiging zouden verdienen. Tegelijkertijd zitten ze in de klem: ze zijn afhankelijk van wat anderen hen gunnen. In de praktijk, faciliteren ze vaak het beleid van de Franstaligen. Zelfs al graaien ze niet zelf (nemen we even aan), dan nog maken ze het wanbeleid en het gebrek aan transparantie mogelijk. Jarenlang horen we de suggesties van Vlaamse politici om Brussel te hervormen: om de luchtkwaliteit te verbeteren, de verkeersknopen te ontwarren, de armoede te bestrijden, de negentien gemeenten en de zes politiezones te vereenvoudigen. Maar er gebeurt bitter weinig: er zijn te veel politieke niveaus, te veel postjes, te veel mensen die afhankelijk zijn van de politiek om hun inkomen te verzekeren. De bijdrage van Vlamingen is soms letterlijk financieel: wanneer een Brusselse gemeente een Vlaamse schepen opneemt, krijgt die gemeente extra subsidie, dankzij het ‘Lambermont’-geld. Brusselse politici ervaren dan ook geen financiële druk om te reorganiseren, want zeker sinds de zesde staatshervorming ontvangen de Brusselse overheden per inwoner meer dan overheden van de andere gewesten. Continue Reading ›

“De Verrijzenis – Lucianus van Samosata”, DS, 7 april 2017

“In de rubriek ‘De Verrijzenis’ zoekt De Standaard elke dag van de paasvakantie een goede reden om iemand uit de dood te laten opstaan.”

Ik koos voor Lucianus van Samosata (120-180 nC), romanschrijver, satiricus.

 

“‘Wel, Lucianus, dit had je niet verwacht, hé? Je dacht dat je lichaam na je overlijden in atomen uit elkaar zou vallen, dat je ziel – als die al bestond – zou vervliegen. En nu sta je hier. Verrezen, op vraag van “De Standaard”.’

‘De standaard? Van een legioen?’, vroeg Lucianus verbaasd.

‘Neen, “De Standaard” is een papyrus die duizenden Menapiërs lezen,’ zei ik. ‘Dus, vertel eens, hoe ziet het schimmenrijk er uit? Jij leek me de uitgelezen persoon om over het leven na de dood te berichten. Je hebt zovele mensen hartelijk doen lachen met je satirische stukken over de goden en de onderwereld. Zelf leefde je tijdens de heerschappij van de Romeinse keizer Marcus Aurelius. Later inspireerde je de belangrijkste auteurs van de Renaissance. Je was de lievelingsauteur van Thomas More en Erasmus. Serio ludere: ernstig spelen was hun motto.

Vandaag zijn je teksten nog verkrijgbaar. Wat heb ik genoten van je “Dodengesprekken”.  Jouw schimmige geesten die afdalen naar het rijk der doden gedragen zich niet zoals de onversaagde held Odysseus bij Homeros. Bij jou is er geen dappere Aeneas, zoals bij Vergilius, die met zijn vader over de glorierijke toekomst van de Romeinen komt praten.

Neen, jij voert daverende skeletten op, die hun begeleider Hermes smeken om hen opnieuw tot leven te wekken. Wanneer ze de rivier de Styx moeten oversteken naar de onderwereld, klampen ze zich wanhopig vast aan de mast van de overzetboot, of proberen ze inhalig aan de betaling voor de overtocht te ontsnappen. Rijke, machtige koningen jammeren onbedaarlijk omdat hun eretitels en bezittingen niets meer betekenen. Alleen de cynicus aanvaardt zijn lot en blijft tijdens de reis opgewekt zingen. Zelfs wijze filosofen geraken helemaal van slag wanneer ze op weg zijn naar de Hades. Alsof al die mooie theorieën niets uithalen, zodra het er echt op aankomt. Neem Socrates: hij laat zich aanvankelijk onverstoorbaar meevoeren, maar begint dan toch …’

‘Vertel jij me liever hoe het nu met mijn land gaat’, onderbrak Lucianus me ongeduldig.

‘Je komt uit de Romeinse provincie Syrië’, antwoordde ik. ‘Ik heb slecht nieuws, vrees ik. Een bloedige dictator zwaait er de plak en godsdienstfanatici strijden om de macht. Er heerst een oorlog over godsdienst zoals jouw tijdgenoten die nooit hebben gekend. Deze lui kunnen spottende grapjes over de Goden, zoals jij ze graag maakte, niet echt appreciëren. Zo’n tekst als “De Godenvergadering” is bij hen ondenkbaar. Jij speelde al met de goddelijke intolerantie voor atheïsme: toen Zeus vernam dat filosofen over de voorzienigheid redetwistten, bleek één van hen te beweren dat de Goden helemaal niet bestonden. In paniek riep Zeus een vergadering bijeen: iemand moest die discussiërende filosofen op andere ideeën brengen. Maar de bijeenkomst verliep chaotisch. De Goden uit de Oudheid waren een verwarde bende ruziemakers, die elkaar geen succesje gunden. Bestaan Goden trouwens wel wanneer niemand in hen gelooft? Dat was jouw provocerende uitgangspunt.’

‘Maar hoe gaat dan nu in Syrië’, wilde Lucianus met aandrang weten.

‘Steden zijn vernietigd, miljoenen mensen zijn op de vlucht en het einde is nog niet in zicht,’ legde ik uit.

‘Op aarde zijn er plekken die op de hel lijken’, mompelde hij.

Ik aarzelde om verder te gaan. ‘En ze hebben Palmyra vernield’, voegde ik zachtjes toe. Continue Reading ›

“Niets is geheel waar, en zelfs dat niet”, artikel DS, op 11 maart 2017

“Het volstaat niet om met veel argwaan en ongeloof in de wereld te staan om kampioen kritisch denken te worden. Maar argwaan verdeelt wel, en dat is problematisch. Tijdens een belangrijk televisie-interview op zondag 5 maart, suggereerde presidentskandidaat Fillon dat grote televisiestations een gerucht over de zelfmoord van zijn vrouw hadden verspreid. Fillon levert echter geen bewijs. Nochtans zou hij de uitgezonden beelden moeiteloos op een website kunnen posten.
Maar het kwaad is geschied: Fillon werpt een schaduw van wantrouwen over de media. Zijn achterban krijgt de indruk dat hun kandidaat het slachtoffer is van een georkestreerde aanval. Het is maar één voorbeeld van een recent fenomeen: dat politici leugens gebruiken om hun gelijk te halen, gratuit beschuldigen zonder aandacht voor de feiten. Dat is natuurlijk nefast.

Het zegt ook iets onheilspellends over de leiders die burgers dreigen te krijgen. Maar politici zijn slechts een zichtbare illustratie van een verregaander proces: dat kritisch denken verkeerd wordt begrepen. Argwaan wijst eerder op een gebrekkig oordeelsvermogen dan op een scherpe geest. Voor deze ontwikkeling zijn niet alleen politici verantwoordelijk: de hedendaagse visie op het kritische denken, technologisch ontwikkelingen (sociale en andere media) en de logica van winstbejag spelen ook mee.

Deels is het kritische denken zelf verantwoordelijk voor de verwarring, aldus de Franse wetenschapsfilosoof Bruno Latour. Latour verwierf internationale faam toen hij in een studie beschreef hoe ingenieurs van een metro-project minder rationeel beslisten dan iedereen aannam. De wetenschappelijke methode moest dus zelf kritisch worden bekeken. Maar ondertussen is die sceptische blik doorgeslagen, vindt hij. Hij verwijst naar de klimaatverandering om de onmacht van het kritische denken aan te kaarten, in ‘Why Has Critique Run out of Steam?’. De mogelijkheid om feiten aan te tonen, los van een subjectieve interpretatie, beschouwden vele aanhangers van de kritische theorie als twijfelachtig: elke voorstelling van feiten is ingebed in een discours, en participeert, bewust of onbewust aan een ideologische keuze. De context waarin elk mens spreekt, is bepalend voor zijn denken. Op een bepaald ogenblik, klonk dit postmoderne denken terecht kritisch en fundamenteel anti-totalitair.

Maar de tijden zijn veranderd: de kritiek heeft alles verdacht gemaakt, inclusief zichzelf. En toch, noteert Latour, die doceert aan het befaamde Science Po te Parijs, worden nog altijd doctoraatsprogramma’s opgezet, om aan jongeren te leren dat feiten het resultaat zijn van een constructie, van de keuzes en de retorische trucjes. De studenten leren dat een natuurlijk, onmiddellijk, niet-bevooroordeelde benadering van de waarheid niet bestaat, dat we gevangenen zijn van onze taal, dat die taal ‘fascistisch’ is. En dat de wetenschap dus met de grote argwaan moet worden bejegend.

Wie snel een samenvatting van het werk van de socioloog Pierre Bourdieu oppikt, aldus Latour, een rudimentaire vorm ervan opschrijft en die vervolgens toepast op de werkelijkheid, ziet al gauw duistere krachten en complotten. De gehaaste adepten van Bourdieu leren hun lezers wantrouwig te kijken naar wat mensen om hem heen vertellen. Want die mensen zitten gevangen in subjectieve web van verborgen motieven. Kritisch zijn, is wantrouwig zijn. De ongelovige Thomas had wellicht een punt. Maar zijn achterneefjes denken nu alles beter te weten: wat er op het scherm verschijnt, onthult niets over de echte machtsverhoudingen; wat de pers vertelt, klopt niet; we worden gemanipuleerd door verborgen krachten. Continue Reading ›

Column De Standaard: verhuis van maandag naar donderdag

imagesEen beetje nieuws over De Standaard:

De voorbije jaren schreef ik een wisselcolumn met Mia Doornaert op maandag.

Vanaf volgende week verhuist die wisselcolumn naar donderdag.

Mijn volgende stukje verschijnt dus niet volgende maandag, maar volgende donderdag, 16 februari. De donderdag daarop is het dan de beurt aan Mia Doornaert. En dan verschijnt de mijne opnieuw op 2 maart 2017.

“De buitenstaander en zijn identiteit”, DS, 5 dec. 2016

Unknown 08.33.05“Theorieën over identiteit zijn betrekkelijk nieuw. Voor de Tweede Wereldoorlog sprak bijna niemand er over. De zwarte, Amerikaanse socioloog W.E.B Du Bois arriveerde in 1892 in Berlijn om zijn studies verder te zetten. Later vertelde hij tijdens die periode aangenaam verrast te zijn: hij voelde zich in Berlijn door de anderen als een gelijke behandeld. Ze leken tegenover hem geen punt te maken van godsdienst, gender, seksuele voorkeur of ras. Du Bois was dan ook sterk geboeid door hun idealen van broederlijkheid en zelfontplooiing.

Vandaag is de lijst met identiteitslabels behoorlijk lang, en mogelijk eindeloos. Maar is dat ook een goede zaak? Volgens de Brits-Ghanese filosoof Appiah hangt dat er van af. Het identiteitsdenken werkt soms te goed: de wereld valt uit elkaar in deeltjes en groepjes die amper met elkaar in gesprek gaan, laat staan dat ze een samenleving vormen.

nelleke-en-appiah

Juryvoorzitter Nelleke Noordervliet geeft het boek aan de laureaat.

Appiah beschouwt zich als kosmopoliet. En doorgaans willen kosmopolieten elke identiteit weg, ze zijn alleen geïnteresseerd in een universeel burgerschap. Bij Appiah ligt het complexer: hij wil een kosmopolitisme dat de mens centraal stelt en ook rekening houdt met identiteitsgevoelens.

‘Ik ben een mens en niets menselijks is mij vreemd’, schreef Terentius, een slaaf uit Romeins Afrika, een Latijnse vertaler van Griekse komedies en een schrijver uit klassiek Europa. Zijn meertaligheid, origine en dialogerende openheid voedden zijn milde inzicht. Dat gelaagd gesprek moeten we vandaag verder zetten. Appiah gruwelt van een universalisme dat geen verschil meer onderkent en van een cultuur-of waardenrelativisme dat het gesprek van de mensheid met zichzelf bij voorbaat opgeeft.

unknown

Joe Appiah en Enid Cripps

Deze genuanceerde boodschap gaf Kwame Anthony Appiah toen hij de Internationale Spinozalensprijs ontving, vorige week in Amsterdam, op 24 november, de verjaardag van Spinoza (1632-1677). Tegelijkertijd verschijnt zijn boek ‘De erecode. Hoe morele revoluties plaatsvinden’. Grote morele veranderingen – de afschaffing van het duel, van de slavernij en Chinese gewoonte vrouwenvoeten in te binden – , legt Appiah uit, vonden niet plaats omdat de tegenstanders van die praktijken betere argumenten hadden, maar omdat het behoud ervan door de leden van de samenleving als oneervol werd ervaren. Een voorbeeld: onder edellieden bestond het duel lange tijd, omdat het als eervol werd beschouwd, hoewel de praktijk onwettelijk werd. Maar toen zowat iedereen aan het duelleren ging, vond de ‘echte’ aristocratie het niet meer eervol. En dat was het einde van die praktijk. De Chinezen en de Britten gaven hun mensonterende praktijken op toen ze begrepen dat andere naties hen omwille van die praktijken als oneervolle lieden beschouwden. Het is een contra-intuïtief, uitermate intelligent boek van een bijzonder elegant filosoof die geëngageerd is en het beste wil voor iedereen.

Continue Reading ›

Commentaar op overwinning Trump – DS, 10 nov. 2016

Unknown 08.33.05

Gisteren vroeg De Standaard me om een reactie op de overwinning van Donald Trump bijdoe Amerikaanse presidentsverkiezingen.

‘De grote verliezer is de Amerikaanse droom’

Wat was uw eerste gedachte toen u het resultaat zag? 
‘Ik geloofde het eerst niet, en toch wist ik dat het zou gebeuren. Een zeer eigenaardig moment. Maar ik merk al langer dat de negatieve effecten van de globalisering worden onderschat.’

Waarom koos Amerika voor Trump?
‘De Democraten hebben ongelooflijk onderschat hoeveel verandering de Amerikanen wilden. Dat begon al bij de foute keuze voor Tim Kaine als running mate. Die man is wel voor globalisering, is wel voor fracking, is wel voor handelsakkoorden. En daar ondervindt de gewone Amerikaan alleen maar de nadelen van.’
‘En dan is er de aversie voor Clinton. De manier waarop met Bernie Sanders is omgegaan, heeft heel wat Democraten in het harnas gejaagd tegen haar. Die zijn dan ook niet gaan stemmen. De uitslag was helemaal anders geweest als Sanders was uitgekomen tegen Trump.’

Wat zullen de gevolgen zijn?
3. ‘Ik voorspel weinig goeds. En zeker voor de kiezers van Donald Trump. Hij heeft geen wereldbeeld waar mensen die het moeilijk hebben in passen en zal dus ook niets voor hen doen. De Amerikaanse droom is de grote verliezer.’ (rvl).

 

Andere reacties zijn van Sophie De Schaepdrijver, Anne Provoost, Gerolf Annemans, Saskia De Coster, Yves Leterme, Michael Roskam,

“Gezocht: mannelijke voorbeelden” – DS, 7 nov 2016

Unknown 08.33.05” Trumps electorale succes is het bewijs dat vernederingsretoriek in de politiek goed aanslaat. Opvallend genoeg hangt met die vernederingsretoriek ook een twijfelachtige visie op mannelijkheid samen. Die retoriek draagt geen constructief politiek project. Om die reden alleen al, heeft deze tijd een inspirerende kijk op mannelijkheid nodig, waarbij eer en (zelf)respect niet ten koste van anderen gaan.

Vernedering speelt bij Donald Trump op meerdere manieren. Vanaf het begin beledigde hij doelbewust gehandicapten, Mexicanen, moslims. Anderzijds blijkt volgens zijn biograaf Michael D’Antonio publieke vernedering Trumps ergste nachtmerrie te zijn: de celebrity/politicus kan geen enkele persoonlijke onvolkomenheid toegeven. Over wie faalt, spreekt hij met intense minachting. Zijn politieke project bestaat uit zelfverklaarde grootsheid: ‘I’m the greatest, I’ll make America great again’. Niet toevallig trekt hij kiezers aan die sociale statusverlies en achteruitgang vrezen.

Trump doet geen moeite om zijn minachting voor vrouwen te verbergen. Schaamteloos bespot hij hen om hun uiterlijk, miskent hij hun capaciteiten, en bedreigt hij hun lichamelijke integriteit. Trump gedraagt zich – met succes – als een agressieve bully, die watjes verafschuwt, en autoritaire leiders als Putin bewondert. Alsof mannelijkheid brute macht over anderen betekent.

Wanneer vernedering een politiek programma overheerst, is er geen constructieve uitweg mogelijk.

De filosoof Avishai Margalit definieert vernedering als ‘elk gedrag of elke voorwaarde die voor een persoon een reden vormt om zijn of haar zelfrespect gekwetst te zien’. Margalit stelt ook dat iemand zich vernederd kan voelen zonder dat de ander de intentie had om te kwetsen. Dat maakt de politieke gevolgen van vernederingsgevoelens enorm complex: soms verwacht de vernederde een schadeloosstelling die niemand kan inlossen.

Alleen al gegronde gevoelens van vernedering leiden tot politieke rampen. Europese landen hebben na de Tweede Wereldoorlog bewust een politiek project uitgewerkt om die negatieve dynamieken te beëindigen. Na de Eerste Wereldoorlog voelde Duitsland zich diep vernederd, en waren landen als Frankrijk wraakzuchtig. Het leidde alleen tot een volgende wereldoorlog. Na 1945 hadden Frankrijk en Duitsland hun lesje geleerd, en wilden ze positief samenwerken. In dezelfde periode trok de EU lessen uit het onrecht van het Europese kolonialisme: de strijd tegen racisme en discriminatie van minderheden werd diep verankerd met wetten, instellingen en rechtsorganen. De EU probeert – in de woorden van Margalit – een ‘decent society’ te zijn, waar niemand zich vernederd hoeft te voelen. Het heeft Europa een lange periode van welvaart en vrede opgeleverd. Continue Reading ›