Column over Catalonië en Spanje, DS 5 okt. 2017

“Volgens de Spaanse koning Felipe en volgens heel wat EU-leiders is de zaak in Catalonië duidelijk: met hun referendum overtreden de Catalanen de Spaanse grondwet en dus treedt de Spaanse regering terecht (hard) op. Ook de Europese Commissie reageert lauw op het politiegeweld, en herhaalt het legalistische standpunt. Wettelijk gezien hebben ze gelijk. Maar politiek gezien slaan ze de bal volledig mis. En de gewelddadige weg van Spaanse premier Rajoy leidt tot een politieke impasse.

Wettelijk gezien klopt het: het referendum was niet conform aan de Spaanse grondwet. Die opmerking gaat voorbij aan het feit dat onafhankelijkheidsverklaringen zelden wettelijk zijn.

Wie de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring in 1776 even vanuit Brits perspectief bekijkt, vindt die onwettelijk. Wat dacht die Thomas Jefferson wel? Er is geen wettelijke bepaling waarop burgers zich kunnen beroepen om hun eigen wetten uit te roepen, gewoon omdat ze dat willen. Jefferson refereert aan een ‘natuurwet’, maar dat is een vaag concept. Hij heeft het over waarheden die ‘vanzelfsprekend’ zijn, en geeft dus toe dat hij ze niet kan bewijzen.

Daarbij zijn de Amerikaanse motieven triviaal. De opstandelingen wilden geen belastingen meer betalen: ‘no taxation without representation’ was hun slogan. Dat klinkt eerder als een eis dan als een funderend principe.

Kortom, wettelijk gezien had Jefferson geen been om op te staan. Maar politiek gezien had hij gelijk: elk politiek systeem vereist voldoende steun van de bevolking. Zodra die wegvalt, vervalt de loyaliteit aan een staat. Elke nieuwe grondwettelijke macht vertrekt vanuit een ‘wij’ die even tevoren nog niet grondwettelijk verankerd was, en die met een heersende orde breekt. Continue Reading ›

“Gespreksavond over Fake News in Leuven”, op 9 mei 2017

Op dinsdag 9 mei, om 20.30 uur, doe ik mee aan een gespreksavond over fake news, georganiseerd door Voorrang Van Links.

De andere deelnemers zijn Liesbeth Van Impe (hoofdredacteur Het Nieuwsblad), Karl Van den Broeck (Apache), Michaël Opgenhaffen (Prof mediastudies KUL). Moderator is Yves Dejaeghere (docent UA).

Plaats: Auditorium van Het Stuk, Naamsestraat 96, 3000 Leuven.

Inkom: gratis

“Fake news is een ‘hot topic’. Dat de impact van de sociale en klassieke media op de beeldvorming en de samenleving enorm is, hebben we pas nog gezien bij de Brexitcampagne en de recente verkiezingen in de VS. De sociale media worden steeds belangrijker en zorgen ervoor dat feiten maar ook leugens zich razendsnel tot wereldnieuws kunnen ontpoppen.

En het is geen ver-van-ons-bed show. Ook bij ons kan ‘nepnieuws’ binnen de kortste keren nationaal nieuws worden. Iedereen kan vandaag valse berich- ten verspreiden zonder langs professionele redacties te moeten passeren. De hevige concurrentiestrijd en besparingen maken bovendien dat ook binnen de klassieke media snelheid al eens primeert boven ‘fact check’. De waarheid lijkt aan belang in te boeten, wat sommigen doet besluiten dat we terecht gekomen zijn in het ‘tijdperk van de onzin’ of ‘post truth politics’.

In welke mate zijn we zelf slachtoffer van misinformatie? Wat zijn de oorzaken en de gevolgen voor de samenleving en politiek? En is het tij nog te keren?”

In mijn boek ‘Macht en Onmacht. Een verkenning van de hedendaagse aanslag op de Verlichting‘ bespreek ik uitgebreid het belang van waarachtigheid voor een democratie.

 

“Niets is geheel waar, en zelfs dat niet”, artikel DS, op 11 maart 2017

“Het volstaat niet om met veel argwaan en ongeloof in de wereld te staan om kampioen kritisch denken te worden. Maar argwaan verdeelt wel, en dat is problematisch. Tijdens een belangrijk televisie-interview op zondag 5 maart, suggereerde presidentskandidaat Fillon dat grote televisiestations een gerucht over de zelfmoord van zijn vrouw hadden verspreid. Fillon levert echter geen bewijs. Nochtans zou hij de uitgezonden beelden moeiteloos op een website kunnen posten.
Maar het kwaad is geschied: Fillon werpt een schaduw van wantrouwen over de media. Zijn achterban krijgt de indruk dat hun kandidaat het slachtoffer is van een georkestreerde aanval. Het is maar één voorbeeld van een recent fenomeen: dat politici leugens gebruiken om hun gelijk te halen, gratuit beschuldigen zonder aandacht voor de feiten. Dat is natuurlijk nefast.

Het zegt ook iets onheilspellends over de leiders die burgers dreigen te krijgen. Maar politici zijn slechts een zichtbare illustratie van een verregaander proces: dat kritisch denken verkeerd wordt begrepen. Argwaan wijst eerder op een gebrekkig oordeelsvermogen dan op een scherpe geest. Voor deze ontwikkeling zijn niet alleen politici verantwoordelijk: de hedendaagse visie op het kritische denken, technologisch ontwikkelingen (sociale en andere media) en de logica van winstbejag spelen ook mee.

Deels is het kritische denken zelf verantwoordelijk voor de verwarring, aldus de Franse wetenschapsfilosoof Bruno Latour. Latour verwierf internationale faam toen hij in een studie beschreef hoe ingenieurs van een metro-project minder rationeel beslisten dan iedereen aannam. De wetenschappelijke methode moest dus zelf kritisch worden bekeken. Maar ondertussen is die sceptische blik doorgeslagen, vindt hij. Hij verwijst naar de klimaatverandering om de onmacht van het kritische denken aan te kaarten, in ‘Why Has Critique Run out of Steam?’. De mogelijkheid om feiten aan te tonen, los van een subjectieve interpretatie, beschouwden vele aanhangers van de kritische theorie als twijfelachtig: elke voorstelling van feiten is ingebed in een discours, en participeert, bewust of onbewust aan een ideologische keuze. De context waarin elk mens spreekt, is bepalend voor zijn denken. Op een bepaald ogenblik, klonk dit postmoderne denken terecht kritisch en fundamenteel anti-totalitair.

Maar de tijden zijn veranderd: de kritiek heeft alles verdacht gemaakt, inclusief zichzelf. En toch, noteert Latour, die doceert aan het befaamde Science Po te Parijs, worden nog altijd doctoraatsprogramma’s opgezet, om aan jongeren te leren dat feiten het resultaat zijn van een constructie, van de keuzes en de retorische trucjes. De studenten leren dat een natuurlijk, onmiddellijk, niet-bevooroordeelde benadering van de waarheid niet bestaat, dat we gevangenen zijn van onze taal, dat die taal ‘fascistisch’ is. En dat de wetenschap dus met de grote argwaan moet worden bejegend.

Wie snel een samenvatting van het werk van de socioloog Pierre Bourdieu oppikt, aldus Latour, een rudimentaire vorm ervan opschrijft en die vervolgens toepast op de werkelijkheid, ziet al gauw duistere krachten en complotten. De gehaaste adepten van Bourdieu leren hun lezers wantrouwig te kijken naar wat mensen om hem heen vertellen. Want die mensen zitten gevangen in subjectieve web van verborgen motieven. Kritisch zijn, is wantrouwig zijn. De ongelovige Thomas had wellicht een punt. Maar zijn achterneefjes denken nu alles beter te weten: wat er op het scherm verschijnt, onthult niets over de echte machtsverhoudingen; wat de pers vertelt, klopt niet; we worden gemanipuleerd door verborgen krachten. Continue Reading ›

Interview met Brandpunt+ over ‘fake news’

imagesMaarten van Gestel interviewde me voor Brandpunt+, naar aanleiding van mijn boek ‘Macht en Onmacht. Een verkenning van de hedendaagse aanslag op de Verlichting‘, waarin waarheid en waarachtigheid een belangrijke rol spelen.

Hij vroeg me hoe we de recente opkomst van fake news kunnen inschatten.

In Rusland staat een fabriek waar mensen nepnieuws maken. Het doel is het zaaien van verwarring. Wordt het zo steeds moeilijker om te weten wat waar is?

 “Ja, ik denk het wel. Met propaganda was er nog een coherente kijk op de werkelijkheid, vanuit een politiek ideaal. Met nepnieuws is dat niet het geval. Valse berichten ondermijnen ons vertrouwen in de elkaar. Een democratie berust op het uitwisselen van informatie. Dat werkt alleen als je media, politici en elkaar in principe vertrouwd.”

 

Is er al minder vertrouwen in de media?

“In vergelijking met dertig jaar geleden wel. Toen vertrouwde men op de krant en zeker op de Staatsomroep hier in België, of op de Publieke Omroep bij jullie. Onderzoek laat zien dat het nu lager is dan ooit.”

Wij zijn onderdeel van de Publieke Omroep. Op onze Facebookpost over nepnieuws kregen we een aantal verwoestende reacties. Ons werd verweten dat de NPO zelf ‘nepnieuws’ maakt.

“Kritisch denken wordt tegenwoordig ingevuld als argwanend denken. Je iets ziet op tv, zoals de aanslagen van 9/11, en je bent pas kritisch als je niets meer aanneemt wat er vertoond wordt. Je bent ervan overtuigt dat er achter die beelden andere machtsmechanismen aan het werk zijn. En je gelooft dat de journalisten die je een verhaal vertelden, misbruik maken van hun machtspositie. Er zal ook wel een ander verhaal zijn. Een ‘echter’ verhaal.”

Veel mensen zeggen dat ‘iedereen toch zijn eigen waarheid heeft’. Hoe kunnen journalisten waarheid vinden als die niet bestaat?

 “Die gedachte is hét probleem van onze tijd. We verwarren waarheid met perspectief. Nietzsche zei ooit terecht dat ‘objectiviteit’ gekleurder is dan de mensen toen dachten. Maar het antwoord op die subjectiviteit zou juist meer perspectieven moeten zijn; niet dat de waarheid niet bestaat en dat dus geen perspectief te vertrouwen is.”

“Het is enorm belangrijk om feiten vast te stellen. Want alleen op basis van feiten kan je een politiek debat voeren. Vanuit die feiten kan je alsnog allerlei politieke beslissingen nemen – links of rechts – maar beiden partijen moeten het eens zijn over de gedeelde werkelijkheid. Als je die niet hebt, heb je geen politiek debat meer.”

Is het politieke debat nu dan verzwakt?

“Enorm. Neem klimaatverandering. De overgrote meerderheid van de wetenschappers is het erover eens: de temperaturen stijgen en de mens heeft daar een aandeel in. Over de maatregelen zijn allerlei mogelijkheden. Maar je moet het wél eens zijn over de gedeelde realiteit: dat het probleem er is. Trump zegt dat het een hoax van China is. Nu valt er niet meer te debatteren. Zo krijg je groepen die in verschillende werkelijkheden leven. Die kúnnen niet met elkaar in gesprek gaan.”

Sinds de overwinning van Trump wordt gezegd dat we in een post-waarheid tijdperk leven. Zijn we de feiten echt kwijtgeraakt?

 “Trump liegt openlijk en presenteert alternative facts. Vroeger logen politici ook, maar die hielden nog wel de schijn van eerlijkheid op. Die schijn is nu opgegeven. Dat is enorm problematisch. De Trump-administratie doet alsof alternatieve feiten bestaan, maar dat is natuurlijk niet het geval. Het idee van een waarheid – en van feiten of een goede onderzoeksmethode – wordt zo volledig ondermijnd. Dat is inderdaad post-waarheid.”

“En in de vijfde eeuw voor Christus vond je het idee al dat gut-feeling beter is dan rationele kennis, daar schreef ik een column over. Aan de ene kant heb je de elite en hun verstand, aan de andere de buikgevoelens van het volk. De populist zegt dan: ik volg de buikgevoelens van het volk. Die gevoelens worden dan waarachtiger gevonden.”

Heeft het ook iets authentieks? Zo van: ‘hij doet tenminste wat hij écht wil.’

“Voilà. ‘Hij durft het tenminste te zeggen.’ De normale politicus loopt weg van conflict, risico en geweld, maar de populist durft tenminste aan te vallen. Dat is nu natuurlijk actueler dan ooit.”

Wat voor invloed heeft dat op onze verkiezingen in maart?

“Je ziet nu dat andere politici mee gaan doen aan die straffe uitspraken. Het durven zeggen wordt een nieuw criterium. Nuance wordt geassocieerd met een gebrek aan moed. Kijk naar de brief van jullie minister president. Hij durft het te zeggen: ‘Doe normaal!’”

“Dat is geen goede ontwikkeling. Verdeeldheid in ideeën moet er zijn – dat is politiek. Maar als je over de ene groep iets zegt dat voor de andere groep niet geldt, zaai je verdeeldheid tussen mensen. Dat kan een samenleving nooit ten goede komen. Het is volgens mij juist Ruttes taak om mensen samen te brengen.”

Als je gelooft dat iedereen zijn eigen waarheid heeft, dat alles relatief is, nodigt dat dan uit tot het legitimeren van je eigen voorkeuren?

“Absoluut. Stel dat er geen waarheid is, alleen maar interpretaties en de machtsstrijd tussen die interpretaties. Het is dan niet belangrijk wat er gezegd wordt, maar wie het zegt. De media en politiek bekleden dan een machtspositie, die de rest onderdrukt. En zo komt het morele gelijk bij de onderdrukten, bij het volk te liggen. Dat is precies wat Trump doet: de liberale media zijn de onderdrukkers, de machthebbers, de elite. Dus ze hebben per definitie ongelijk. En het volk heeft gelijk, want zij worden onderdrukt. Dat gevoel hebben de reaguurders op jullie Facebookpost waarschijnlijk ook.”

Dit klinkt allemaal niet erg optimistisch. Is er hoop?

“Ja. We moeten de waarheid gaan herwaarderen. En de mensen die er aanspraak op doen, zoals journalisten en politici. Vertrouw op hun nauwkeurigheid, op hun oprechtheid.”

“En misschien wel het belangrijkste: we moeten zelfkritisch zijn. Je moet het gevoel ontwikkelen dat je niet alleen niet door anderen belogen kan worden, maar vooral ook door jezelf. We zien al te vaak tekortkomingen bij anderen maar overschatten onze eigen kennis. Onze argwanende houding is altijd argwanend naar de ander; niet naar onszelf. Terwijl je juist moet leren hoe makkelijk je informatie voor waar aanneemt wanneer die bevestigt wat je al denkt.

Kritisch denken begint juist bij zelfkritiek. Vergissen is menselijk. Sta open voor correcties. En leer dat ongelijk hebben geen nederlaag is.”

Dit thema, van waarheid en waarachtigheid, behandel ik in mijn laatste column voor De Standaard, die gaat over het grote gelijk van wie zich in de samenleving als onderdrukte kan manifesteren. Ook dat thema komt uitvoerig in mijn boek ‘Macht en Onmacht’ aan bod.

“Trumps kiezers hebben altijd gelijk”, column DS, 30 jan. 2017

Unknown 08.33.05“In tijden van ‘post-truth’, postfeitelijkheid of postwaarheid is het moeilijk om leugens van realiteit te onderscheiden. Zo kan je geen democratisch debat meer voeren. Het thema kwam al diepgravend aan bod bij Karel Verhoeven (29/12) en Luuk Van Middelaar (03/01). Eén aspect bleef onderbelicht: hoe de postfeitelijkheid de politieke tegenstellingen vooral tot morele verschillen lijkt te maken. Dat morele gehalte van politieke stellingen maakt mensen doof voor de argumenten van de tegenstander. Het resultaat is dat elke mens in zijn eigen ‘goede’ bubbel leeft, met moreel rechtvaardige medestanders, terwijl andersdenkenden moreel foute wezens zijn, die geen enkele politieke inspraak verdienen. De politieke kloof is onoverbrugbaar, omdat hij moreel wordt beleefd.

image005In mijn boek ‘Macht en Onmacht. Een verkenning van de aanslag op de Verlichting’ beschrijf ik hoe de postmoderne filosofie hiertoe behoorlijk heeft bijgedragen. Na de dood van God, sneuvelde de Waarheid, alsook de waarachtigheid en het kritisch zelfinzicht. Alleen interpretaties bleven over.

In ‘Nietzsche, Freud, Marx’ lanceert Michel Foucault een nieuwe interpretatiemethode, met twee pijlers. Interpretaties zijn oneindig, want er is geen oorspronkelijke betekenis. En de vraag naar de correcte interpretatie is eigenlijk een vraag naar de dominante interpretatie. Neem het Griekse woord ‘agathos’, ‘goed’, schrijft Foucault, in navolging van Nietzsche: ‘Goed’ heeft geen oorspronkelijke of ultieme betekenis, maar verkrijgt een betekenis, door wie op een gegeven moment de macht in handen heeft. Deze Nietzscheaanse methode leidt tot fascinerende oefeningen.

unknownMaar bij Foucault krijgt ze een specifieke politieke wending: want ‘er ligt altijd een groot weefsel van gewelddadige interpretaties aan de basis van alles wat spreekt’. Niet zozeer wat gezegd wordt, maar wie spreekt wordt belangrijk. Dit verandert de visie op kritisch denken: idealiter opent de filosofische kritiek de mogelijkheid voor de onderdrukte, verzwegen stem om zijn interpretaties te doen gelden. Dan wordt de politieke vraag een morele keuze. Aan wie geeft men bij voorkeur het woord: aan de onderdrukker, of aan de onderdrukte?

Het boek ‘Orientalisme’ van Edward Saïd illustreert deze denkwijze. Volgens Saïd is de westerse blik op andere culturen bepaald door ‘oriëntalisme’: elk westers ‘discours’ over de ander, miskent die andere want de westerse visie wordt bepaald door koloniale machtsrelaties. Continue Reading ›

Dubbelinterview in Knack – met Alexander Roose, 14 dec. 2016

cover_128_0Op 14 december 2016 verscheen dit interview in de reeks ‘Kerstgesprekken’ van Knack. Door Ann Peuteman.

“Hun liefde voor Spinoza en Montaigne bepaalt hun dagelijkse leven. ‘Soms vragen we ons af wat die filosofen in onze plaats zouden doen. Waarover zouden ze schrijven en waarover zouden ze zwijgen’, zeggen filosofe Tinneke Beeckman en haar partner Alexander Roose.

Acht hoog, in een flat aan de rand van de Antwerpse binnenstad, wonen ze met zijn vieren. Filosofe Tinneke Beeckman, professor Franse literatuur Alexander Roose en hun twee wijsgeren. Zij laat zich graag bijstaan door Baruch Spinoza, hij wordt geflankeerd door Michel de Montaigne.

unknownEen hele Verlichting zit er tussen hun favoriete filosofen in, maar dat laten ze hier niet aan hun hart komen. ‘Als ik schrijf, over welk onderwerp dan ook, heb ik vaak het gevoel dat Spinoza naast me zit’, luidt de eerste zin van Door Spinoza’s lens, Beeckmans boek dat dit jaar een nieuwe uitgave kreeg. Die sensatie kent Roose maar al te goed. ‘Als ik iets van Montaigne lees, denk ik vaak dat ik net hetzelfde geschreven zou kunnen hebben’, zegt hij. ‘Komt dat doordat ik ideeën van hem overneem of zijn we gewoon permanent met elkaar in dialoog? Dat weet ik eigenlijk niet.’ Geen wonder dus dat Roose zijn lievelingsfilosoof onlangs complimenteerde met een boek: De vrolijke wijsheid – Zoeken, denken en leven met Michel de Montaigne.

De werken van Beeckman en Roose zijn lang niet de enige filosofische publicaties die dit jaar in de boekhandel terechtkwamen. Integendeel. Wijsbegeerte lijkt aan een revival bezig te zijn. Maand na maand verschijnen boeken van filosofieprofessoren en filosofen waarin ze al dan niet grootse gedachten herkauwen, heruitvinden of lanceren. Ook in debatten allerhande worden steeds vaker filosofische citaten, van Aristoteles en Plato tot Popper en Arendt, in de strijd gegooid. Zelfs uit het theater zijn filosofen dezer dagen niet meer weg te slaan. Nadat acteur Bruno Van den Broecke al in de huid van Socrates was gekropen, ging begin dit jaar Montaigne in première: een theatermonoloog die Alexander Roose voor zijn jeugdvriend Koen De Sutter schreef. ‘Dat heb ik gedaan vanuit een soort drang om schoonheid te brengen’, zegt Roose. ‘Dat we Montaigne zo bij een groter publiek konden introduceren, was een belangrijke bonus.’

Moet filosofie tegenwoordig ook een beetje entertainment zijn om een groot publiek te kunnen bereiken?

Nieuwe cover voor het boek.

Nieuwe cover voor het boek.

Tinneke Beeckman: Nee, maar vaak heeft filosofie wel wat vertaling nodig. Zeker omdat veel mensen uit zichzelf de link met het echte leven niet zien. Kijk maar naar de universiteiten waar studenten de concepten van alle belangrijke filosofen uit het hoofd moeten leren. Op die manier wordt de theorie helemaal losgekoppeld van het leven. Nochtans maakten grote filosofen als Spinoza, Montaigne en Aristoteles dat onderscheid totaal niet. Zij zagen hun concepten als een middel om over hun leven na te denken.

Alexander Roose: Filosofie kan je helpen zoeken naar een zuiverdere manier van denken. Als je daarin slaagt, kun je beter in het leven staan.

Zal het niet altijd een intellectuele elite blijven die zich met filosofie inlaat?

Beeckman: Dat weet ik nog zo niet. Geregeld ontmoet ik mensen die zelf niet beseffen hoe filosofisch ze zijn. Je hoeft je niet actief met filosofie bezig te houden om wijze principes te hebben.

copyright - Koen Broos

copyright – Koen Broos

Roose: We hebben vaak de neiging om mensen te onderschatten. In de huidige samenleving voel ik een enorme honger naar iets wat hoger, schoner en moeilijker is. Onlangs nog organiseerden we aan de Gentse universiteit nascholing over ‘Great Books’, de grote boeken uit de historische Europese letterkunde. We hoopten dat er een paar tientallen geïnteresseerden op zouden afkomen, maar de eerste avond waren er al driehonderd deelnemers. Vaak mensen die zich na hun studie helemaal op hun carrière en gezin hebben gericht maar uiteindelijk toch naar iets diepers zijn gaan verlangen. Daarvoor hoef je trouwens niet eens gestudeerd te hebben: die honger zie ik ook bij mensen die nooit naar de universiteit zijn geweest.

En zo’n honger stil je beter met toegankelijke boeken als die van jullie dan met de originele werken van grote filosofen?

Beeckman: Spinoza’s Ethica is nu eenmaal een moeilijk en abstract boek. Niet alleen omdat het in het Latijn is geschreven, maar ook omdat hij het heeft opgevat als een discussie met de theologen van zijn tijd. Toch is het vandaag nog heel relevant en kun je er op elk moment van je leven iets uithalen.

Roose: Grote boeken en filosofen hebben vaak een gids nodig. Cultuurfilosoof George Steiner noemt zichzelf een postbode: hij is degene die de juiste brief in de juiste bus moet steken. Tinneke en ik zijn ook postbodes. We bezorgen onze lezers een brief die ze anders misschien nooit zouden ontvangen. Het is niet zozeer een complexe, erudiete uitleg die we willen doorgeven, maar wel de honger en het verlangen naar filosofie. Zoals Gustav Mahler zei: ‘Traditie is het doorgeven van het vuur, niet het aanbidden van de as.’

Vandaag lijken sommigen nochtans louter de traditie door te geven zonder er nieuwe ideeën aan toe te voegen. Zijn dat niet eerder filosofieprofessoren dan filosofen?

Roose: De Franse filosoof Gilles Deleuze schreef fantastische boeken over Spinoza en Nietzsche en probeerde de realiteit tegelijkertijd te begrijpen door nieuwe concepten te ontwikkelen. Alle goede filosofen doen dat. Nieuwe ideeën kunnen maar ontstaan als je in dialoog gaat met de denkers die je vooraf zijn gegaan. Tabula rasa maken is geen optie.

Beeckman: Een echte filosoof legt ook de link met de praktijk, maar vandaag is dat in de academische filosofie amper het geval. Er zijn professoren die overdag omstandig uitleggen dat de mens volgens Blaise Pascal zijn eigen nietigheid ontvlucht door verstooiing te zoeken, maar het verband met hun eigen levensstijl niet leggen als ze avonds op de bank gaan zitten om voetbal te kijken. Voor een filosoof is de relatie tussen de theorie en zijn eigen leven echter onontbeerlijk. Zelf ben ik veranderd door me in Spinoza te verdiepen.

Het lijkt wel alsof Spinoza en Montaigne over jullie schouders meekijken.

Roose: Daar is wel iets van. (lacht) Geregeld vraag ik me af wat Montaigne zou doen als hij in mijn schoenen stond. En als ik de krant lees, denk ik vaak: hoe zou hij op die actualiteit reageren?

Beeckman: Waarover zou hij schrijven en waarover zou hij zwijgen.

Roose: Precies. Zo heeft hij geen letter geschreven over de vreselijke Bartholomeüsnacht in 1572 toen duizenden protestanten in Parijs werden vermoord. Vandaag is het ondenkbaar dat filosofen over zo’n tragedie zouden zwijgen. Al was het maar omdat de media hen meteen naar hun opinie zouden vragen.

media_xl_3449108Beeckman: Zeg dat wel. Op 22 maart was het nieuws van de aanslagen nog maar amper doorgedrongen toen Filosofie Magazine me opbelde voor een commentaar. Ik was te geschokt om te antwoorden.

Roose: Vaak is het nodig om genoeg afstand te nemen om goed te kunnen nadenken. Jammer genoeg zijn we die filosofische attitude een beetje kwijtgeraakt.

Kan het schrijven van een opiniestuk niet net helpen om je gedachten te ordenen?

Roose: Schrijven kan inderdaad een denkproces zijn, maar dat wil nog niet zeggen dat je zo’n tekst ook meteen moet publiceren. Montaigne schreef zijn Essais, zoals de naam al zegt, om ideeën uit te proberen. Schrijvend dacht hij over zijn onderwerp na. Pas veel later kregen anderen de neerslag ook te lezen. Continue Reading ›

“De loze kreet van het populisme”, DS 19 dec. 2016

Unknown“Probeer te begrijpen zonder te oordelen, luidt het devies van de filosoof. Meteen oordelen zonder te begrijpen is helaas makkelijker, en gebeurt het dus veel vaker. Bijvoorbeeld wanneer de term populisme valt. Dat oordeel weerklinkt zodra de bevolking kiest tegen dezelfde groepen en partijen die al jaren aan de macht zijn. Toen burgers massaal stemden voor de gevestigde partijen, leken ze wijs en betrouwbaar. Dat zijn ze plots niet meer. In één adem volgt een twijfel over de democratie.

Populisme kan dus een handzaam label zijn: het is een slimme manier om de tegenstander buitenspel te zetten, en alternatieven niet eens te overwegen.

Dit neemt niet weg dat echt populisme natuurlijk wel bestaat. Het verschijnt als een demagogische stijl om aan politiek te doen; politici die zwaaien met het eenvoudige recept dat alles zal oplossen of die even voor de verkiezingen onhoudbare beloftes doen. Politici van bijna elke partij maken zich hieraan schuldig. En er zijn ook populistische politieke regimes. Deze verdedigen het waanbeeld dat het volk één is, een ondeelbaar geheel vormt, en dat wie hieraan twijfelt een parasiet is. Politieke tegenstanders worden dan vijanden, die moeten wijken. De leider pretendeert het volk te incarneren. De leider wordt de enige spreekbuis voor het volk.

Dreigt dit soort populistisch regime overal in Europa door te breken? Ik heb mijn twijfels. Zowat elke oppositie tegen de EU wordt er wel mee geassocieerd. Maar die oppositie is gegroeid uit ontevredenheid met de globalisering, en met de politieke organisatie van de Unie. Dit verzet tegen Europa is een reactie op twee kwalen: EU-politici die soevereiniteit afschaffen omdat ze de bevolking wantrouwen en hun TINA-riedel, ‘there is no alternative’.

Zo waarschuwde Juncker onlangs de Europese burgers: ze mogen niet de illusie hebben dat hun landen apart, zonder EU zouden kunnen bestaan. Ik vermoed dat Europese burgers wel degelijk beseffen dat samenwerking tussen landen noodzakelijk is. Maar burgers keren zich tegen de constructie van déze Unie. En dat moeten ze kunnen doen, zonder dat ze in één of andere donkere hoek worden geplaatst. Continue Reading ›