“Lijden mag je niet verheerlijken: het is geen bron van creativiteit of geluk”, DM 23 aug. 2019

Deze column verscheen in De Morgen op 23 augustus 2019.

“De moderne mens leeft in welvaart, maar toch is hij niet perfect gelukkig. Om die paradox te verklaren, wijzen psychiaters soms naar manier waarop de moderne mens lijdt: die weet niet meer hoe hij met verveling, last en ongemak moet omgaan. Dat kan best kloppen. Maar het is belangrijk om het lijden zelf niet te verheerlijken. Want lijden is geen bron van creativiteit of geluk.

Westerse samenlevingen doen heel wat inspanningen om leed op allerlei manieren te bestrijden, en dat is een goede zaak. Romantische bespiegelingen over lijden zijn echter achterhaalde dwalingen. Zo is er het fabeltje dat psychisch lijden iemand creatiever zou maken. Katrin Swartenbroux heeft dit terecht ontleed: je kan niet stellen dat Van Gogh dankzij zijn ziekte een geweldige schilder werd. Leonard Cohen zou Swartenbroux gelijk hebben gegeven: in een markant interview onthult hij dat depressie altijd een rol speelde in zijn leven. Hij probeerde allerlei middeltjes om de mist in zijn hoofd te doen optrekken. Zijn redding kwam toen hij monnik werd in een zen-boeddhistisch klooster. De interviewster vraagt of hij vreesde dat het einde van zijn depressie niet het einde van zijn creativiteit betekende. Want depressie inspireert toch? Neen, antwoordt Cohen, inzichtrijk werk vloeit niet voort uit lijden. Creëren is zelfs een overwinning over lijden. Want je kan niet meer bewegen als je klinisch depressief bent. Je probeert de dag door te komen, dat is alles. Daar is niets aantrekkelijk aan. Lijden is een hindernis, dat was Cohens boodschap.

Het klopt misschien wel dat mensen niet meer weten hoe ze op lijden, pijn of ongeluk moeten reageren. Continue Reading ›

“Symptoom van een depressieve samenleving”, DS, 1 juni 2017

“Begin deze week werd Chris Cornell begraven, een Amerikaanse grunge-zanger die vorige week zelfmoord heeft gepleegd. Hij is de zoveelste rockster die niet aan ouderdom, maar aan drugsverslaving en zelfdestructief gedrag ten onder gaat. Vorig jaar overleed Prince na een overdosis pijnstillers. Toch blijft het zoeken naar een bredere beschouwing bij dit maatschappelijk fenomeen. De persaandacht verloop steevast volgens hetzelfde stramien: berichten over rouwende fans, enkele schokkende artikelen over het overlijden. En dan gaat het commerciële circus verder. Er is nochtans meer aan de hand: dit fenomeen spoort met een soort depressieve cultuur, waarvan de muziekwereld alleen maar een deeltje is.

Natuurlijk, artiesten hebben altijd al verdovende middelen genomen. Maar het contemporaine druggebruik is toch verschillend. Het gaat niet meer om roesmiddelen maar om zware pijnstillers, alleen op voorschrift verkrijgbaar. Cornell was verslaafd aan oxycontin, een sterke pijnstiller die alleen kortstondig na een operatie wordt verstrekt. Veelvuldig gebruik is zeer verslavend. Prince nam te veel fentanyl, nog zo’n pijnstiller voor na operaties. Op langere termijn tast zo’n middel de ademhaling aan. Prince overleed aan een hartfalen. Gruwelijk. Het is verbijsterend dat er niet meer aandacht aan werd besteed.

Deze drugs verzachten de pijn van de eenzaamheid, onzekerheid en faalangst. Ze zijn een vlucht uit de werkelijkheid, zonder dat ze toelaten om die werkelijkheid creatiever te benaderen.

Dat is een verschil met de geestverruimende ervaringen van de poètes maudits. Kunstenaars hoopten veelal dat de drugsinname hun creativiteit zou bevorderen. De Franstalige, Belgische dichter Henri Michaux experimenteerde met mescaline. Net als filosoof Aldous Huxley, die er religieuze ervaringen mee wilde opwekken. Hij beschreef zijn bevindingen in The Doors of Perception: door de drugs gaan de poorten van de waarneming open, en dan zou de gedrogeerde een wereld betreden die anders verborgen blijft. Anderen gebruikten stimulerende middelen om harder en geconcentreerder te werken, zoals Jean-Paul Sartre, Marguerite Duras of Leonard Cohen.

Vandaag de dag dient het pseudo-medicinale druggebruik het tegenovergestelde doel: verdoving, onbehagen verdrijven. Over verslaving schreef Carrie Fisher in haar autobiografische Wishful Drinking: ‘Als je altijd rust wil, als je je nooit ellendig wil voelen, elk ongelukkig moment wil verjagen, dan heb je het in je om verslaafd te worden.’ Het lijkt alsof de kunstenaar vroeger het manische opzocht om de dagelijkse ervaring te overstijgen, terwijl hij nu het depressieve ontvlucht omdat elke frustratie ondraaglijk lijkt.

Daar lijkt het dan ook om te gaan: alleen onmiddellijke bevrediging is toegelaten. Dat maakt kunstzinnige omgang met al te menselijke ervaringen moeilijk. Dood, vergankelijkheid, seksualiteit, het mystieke zijn thema’s die door kunst benaderbaar worden. Verbeelden, geduldig schaven en bewerken helpen om verlangens te overstijgen. Dante en Schubert maakten van de schrikwekkende dood kunst. Zonder de mogelijkheid om met afschuw, angst en lijden om te gaan, lijkt de mens herleid tot een dierlijke machine van begeerte en voldoening. Hij wordt een consument, die geneesmiddelen wil om nooit ongelukkig te zijn. De huidige versnelling – zonder verwerking of verbeelding – verdooft wat echt menselijk is.

Het destructieve druggebruik van enkele popsterren is een symptoom. Heel wat mensen zijn tegenwoordig aan deze drugs verknocht. Oxycontin heet dan ook de hillbilly-heroïne, omdat de Amerikaanse onderklasse eraan verslaafd is. Continue Reading ›