Zesde druk voor mijn boek ‘Door Spinoza’s Lens. Een oefening in levenskunst’!

Uitgeverij Polis liet me heel fijn nieuws weten: er komt een zesde druk van ‘Door Spinoza’s Lens. Een oefening in levenskunst’ (2012, Pelckmans, 1e druk).

Het werk van filosoof en lenzenslijper Spinoza (1632-1677) heeft mijn blik op de wereld ontzettend veranderd. In het boek bespreek ik Spinoza’s denken grondig, en geef daarbij zes perspectieven voor de hedendaagse burger: vrij debat en geloof, revolte en democratie, politiek en moraal, meditatie, Darwins evolutietheorie en seksualiteit.

Zoals de vijfde editie, bevat deze versie een nieuw voorwoord, met uitleg over de oefeningen in levensfilosofie, en de praktische betekenis van Spinoza’s filosofie.

 

“Welke filosoof zou elke millenial moeten lezen?” – Vrij Nederland, juni 2017

 Vrij Nederland vroeg me welke filosoof elke millennial zou moeten lezen.

 

Dit is mijn antwoord – de stoïcijnen:

‘Of millennials nou egoïstischer, angstiger en onzekerder zijn dan andere generaties, of juist socialer, zelfbewuster en doelgerichter is een kwestie van perspectief. Vast staat in ieder geval dat millennials heel wat problemen te wachten staan. Dan zijn stoïcijnse denkers, zoals Seneca, Epictetus en Marcus Aurelius, uitstekende gidsen. De wereld evolueert voortdurend: verander vastberaden wat je kan, aanvaard wat je niet kunt controleren. Verzorg je gedachten, je bent wat je zelf denkt. Relativeer dus de opinies van anderen, hengel niet naar likes op Facebook of Instagram. Lees de stoïcijnen en realiseer je dat je deel uitmaakt van een groter geheel.’

 

Joke Hermsen koos voor Hannah Arendt:

‘Hannah Arendt. In het voorwoord van haar boek The Origins of Totalitarianism (1951) schreef ze: “Deze periode van bang afwachten lijkt op de stilte die intreedt nadat alle hoop verloren is. We hopen niet langer op een herstel van de oude wereldorde met al haar tradities. Hoe verschillend de omstandigheden ook zijn, we stellen de ontwikkeling van identieke fenomenen vast. Nooit is onze toekomst minder voorspelbaar geweest, nooit zijn we in die mate afhankelijk geweest van onbetrouwbare krachten, die de wetten van het gezond verstand met de voeten treden.” Ze schreef haar boek over totalitaire regimes omdat ze wilde begrijpen hoe de terreur in nazi-Duitsland had kunnen plaatsvinden en omdat ze meende dat we ook na de oorlog waakzaam moeten blijven, opdat tirannie niet opnieuw om zich heen grijpt. Alleen daarom al zou iedere millennial haar werk moeten lezen.’

 

René ten Bos, filosoof, organisatiedeskundige en Denker des Vaderlands zei dit:

‘Michel Serres. Laatst las ik in Trouw een stukje van de Gentse filosoof Maarten Boudry, geboren in 1984, die zich boos maakt over obscure Franse filosofen die niet kunnen schrijven en gevangen zitten in hun eigen obscure denkbeelden. Ik denk dat dit een dommig vooroordeel is dat vooral een vrijbrief is om niet te hoeven lezen. De tijden waarin we leven en die millennials voor de kiezen krijgen, zijn te complex om experimenteel en maf schrijven te ontmoedigen. Als tegengif raad ik Michel Serres aan. Continue Reading ›

‘Nacht van de Filosofie’ in Den Haag, zaterdag 22 april 2017

Volgende week zaterdag, op 22 april, neem ik deel aan de Nacht van de Filosofie‘ in Den Haag! 

Het thema van de “Maand van de Filosofie” is Rust.

Van 19.00 tot 19.30 uur geef ik enkele levenslessen over Spinoza’s filosofie (zaal 3).

Op het programma staan ook Esther Didden, Bastiaan Rijpkema, Martijntje Smits, Shailoh Phillips, Elize De Mul, Pieter Hoexum, Ton Derksen en vele anderen. En er is een programma voor kinderfilosofie, en er zijn workshops Socratische gesprekken.

Plaats: locaties rond het Constant Rebecqueplein in Den Haag.

Tickets zijn te koop op de website.

Van 13.30 uur tot 23.30 uur.

“Spinoza voor psychiaters”, 9 maart 2017

Spinoza voor psychiaters”, met een lezingen door Herman De Dijn en Tinneke Beeckman.

Op donderdag 9 maart, 19.00 tot 22.00 uur, Plaats:
Congrescentrum Het Pand, Onderbergen 1 te Gent.

Programma:

19.30u: verwelkoming
19.45u: inleiding door Marc Calmeyn
20.00u: voordracht door Tinneke Beeckman
20.45u: voordracht door Herman De Dijn
21.30u: filosofische samenspraak
22.00u: afronding

Baruch Spinoza (1632 – 1677) was Nederlands filosoof, wiskundige, politiek denker én lenzenslijper. Samen met René Descartes en Gottfried Leibniz behoort hij tot de belangrijkste filosofen van het rationalisme.
Zijn levenswerk Ethica behoort tot zijn bekendste werken.
Wat heeft deze lenzenslijper nog aan de hedendaagse zielenknijpers te vertellen?
Hij schreef over vrijheid, rede, emotie … Is waan-zin nu net niet de ‘locus’ waar ze in het geding zijn? Om nog niet te spreken van de collectieve waanzin waar ze ‘en masse’ aanwezig zijn. Collectieve waanzin is van alle tijden maar zeker ook van deze tijd. Continue Reading ›

Dubbelinterview in Knack – met Alexander Roose, 14 dec. 2016

cover_128_0Op 14 december 2016 verscheen dit interview in de reeks ‘Kerstgesprekken’ van Knack. Door Ann Peuteman.

“Hun liefde voor Spinoza en Montaigne bepaalt hun dagelijkse leven. ‘Soms vragen we ons af wat die filosofen in onze plaats zouden doen. Waarover zouden ze schrijven en waarover zouden ze zwijgen’, zeggen filosofe Tinneke Beeckman en haar partner Alexander Roose.

Acht hoog, in een flat aan de rand van de Antwerpse binnenstad, wonen ze met zijn vieren. Filosofe Tinneke Beeckman, professor Franse literatuur Alexander Roose en hun twee wijsgeren. Zij laat zich graag bijstaan door Baruch Spinoza, hij wordt geflankeerd door Michel de Montaigne.

unknownEen hele Verlichting zit er tussen hun favoriete filosofen in, maar dat laten ze hier niet aan hun hart komen. ‘Als ik schrijf, over welk onderwerp dan ook, heb ik vaak het gevoel dat Spinoza naast me zit’, luidt de eerste zin van Door Spinoza’s lens, Beeckmans boek dat dit jaar een nieuwe uitgave kreeg. Die sensatie kent Roose maar al te goed. ‘Als ik iets van Montaigne lees, denk ik vaak dat ik net hetzelfde geschreven zou kunnen hebben’, zegt hij. ‘Komt dat doordat ik ideeën van hem overneem of zijn we gewoon permanent met elkaar in dialoog? Dat weet ik eigenlijk niet.’ Geen wonder dus dat Roose zijn lievelingsfilosoof onlangs complimenteerde met een boek: De vrolijke wijsheid – Zoeken, denken en leven met Michel de Montaigne.

De werken van Beeckman en Roose zijn lang niet de enige filosofische publicaties die dit jaar in de boekhandel terechtkwamen. Integendeel. Wijsbegeerte lijkt aan een revival bezig te zijn. Maand na maand verschijnen boeken van filosofieprofessoren en filosofen waarin ze al dan niet grootse gedachten herkauwen, heruitvinden of lanceren. Ook in debatten allerhande worden steeds vaker filosofische citaten, van Aristoteles en Plato tot Popper en Arendt, in de strijd gegooid. Zelfs uit het theater zijn filosofen dezer dagen niet meer weg te slaan. Nadat acteur Bruno Van den Broecke al in de huid van Socrates was gekropen, ging begin dit jaar Montaigne in première: een theatermonoloog die Alexander Roose voor zijn jeugdvriend Koen De Sutter schreef. ‘Dat heb ik gedaan vanuit een soort drang om schoonheid te brengen’, zegt Roose. ‘Dat we Montaigne zo bij een groter publiek konden introduceren, was een belangrijke bonus.’

Moet filosofie tegenwoordig ook een beetje entertainment zijn om een groot publiek te kunnen bereiken?

Nieuwe cover voor het boek.

Nieuwe cover voor het boek.

Tinneke Beeckman: Nee, maar vaak heeft filosofie wel wat vertaling nodig. Zeker omdat veel mensen uit zichzelf de link met het echte leven niet zien. Kijk maar naar de universiteiten waar studenten de concepten van alle belangrijke filosofen uit het hoofd moeten leren. Op die manier wordt de theorie helemaal losgekoppeld van het leven. Nochtans maakten grote filosofen als Spinoza, Montaigne en Aristoteles dat onderscheid totaal niet. Zij zagen hun concepten als een middel om over hun leven na te denken.

Alexander Roose: Filosofie kan je helpen zoeken naar een zuiverdere manier van denken. Als je daarin slaagt, kun je beter in het leven staan.

Zal het niet altijd een intellectuele elite blijven die zich met filosofie inlaat?

Beeckman: Dat weet ik nog zo niet. Geregeld ontmoet ik mensen die zelf niet beseffen hoe filosofisch ze zijn. Je hoeft je niet actief met filosofie bezig te houden om wijze principes te hebben.

copyright - Koen Broos

copyright – Koen Broos

Roose: We hebben vaak de neiging om mensen te onderschatten. In de huidige samenleving voel ik een enorme honger naar iets wat hoger, schoner en moeilijker is. Onlangs nog organiseerden we aan de Gentse universiteit nascholing over ‘Great Books’, de grote boeken uit de historische Europese letterkunde. We hoopten dat er een paar tientallen geïnteresseerden op zouden afkomen, maar de eerste avond waren er al driehonderd deelnemers. Vaak mensen die zich na hun studie helemaal op hun carrière en gezin hebben gericht maar uiteindelijk toch naar iets diepers zijn gaan verlangen. Daarvoor hoef je trouwens niet eens gestudeerd te hebben: die honger zie ik ook bij mensen die nooit naar de universiteit zijn geweest.

En zo’n honger stil je beter met toegankelijke boeken als die van jullie dan met de originele werken van grote filosofen?

Beeckman: Spinoza’s Ethica is nu eenmaal een moeilijk en abstract boek. Niet alleen omdat het in het Latijn is geschreven, maar ook omdat hij het heeft opgevat als een discussie met de theologen van zijn tijd. Toch is het vandaag nog heel relevant en kun je er op elk moment van je leven iets uithalen.

Roose: Grote boeken en filosofen hebben vaak een gids nodig. Cultuurfilosoof George Steiner noemt zichzelf een postbode: hij is degene die de juiste brief in de juiste bus moet steken. Tinneke en ik zijn ook postbodes. We bezorgen onze lezers een brief die ze anders misschien nooit zouden ontvangen. Het is niet zozeer een complexe, erudiete uitleg die we willen doorgeven, maar wel de honger en het verlangen naar filosofie. Zoals Gustav Mahler zei: ‘Traditie is het doorgeven van het vuur, niet het aanbidden van de as.’

Vandaag lijken sommigen nochtans louter de traditie door te geven zonder er nieuwe ideeën aan toe te voegen. Zijn dat niet eerder filosofieprofessoren dan filosofen?

Roose: De Franse filosoof Gilles Deleuze schreef fantastische boeken over Spinoza en Nietzsche en probeerde de realiteit tegelijkertijd te begrijpen door nieuwe concepten te ontwikkelen. Alle goede filosofen doen dat. Nieuwe ideeën kunnen maar ontstaan als je in dialoog gaat met de denkers die je vooraf zijn gegaan. Tabula rasa maken is geen optie.

Beeckman: Een echte filosoof legt ook de link met de praktijk, maar vandaag is dat in de academische filosofie amper het geval. Er zijn professoren die overdag omstandig uitleggen dat de mens volgens Blaise Pascal zijn eigen nietigheid ontvlucht door verstooiing te zoeken, maar het verband met hun eigen levensstijl niet leggen als ze avonds op de bank gaan zitten om voetbal te kijken. Voor een filosoof is de relatie tussen de theorie en zijn eigen leven echter onontbeerlijk. Zelf ben ik veranderd door me in Spinoza te verdiepen.

Het lijkt wel alsof Spinoza en Montaigne over jullie schouders meekijken.

Roose: Daar is wel iets van. (lacht) Geregeld vraag ik me af wat Montaigne zou doen als hij in mijn schoenen stond. En als ik de krant lees, denk ik vaak: hoe zou hij op die actualiteit reageren?

Beeckman: Waarover zou hij schrijven en waarover zou hij zwijgen.

Roose: Precies. Zo heeft hij geen letter geschreven over de vreselijke Bartholomeüsnacht in 1572 toen duizenden protestanten in Parijs werden vermoord. Vandaag is het ondenkbaar dat filosofen over zo’n tragedie zouden zwijgen. Al was het maar omdat de media hen meteen naar hun opinie zouden vragen.

media_xl_3449108Beeckman: Zeg dat wel. Op 22 maart was het nieuws van de aanslagen nog maar amper doorgedrongen toen Filosofie Magazine me opbelde voor een commentaar. Ik was te geschokt om te antwoorden.

Roose: Vaak is het nodig om genoeg afstand te nemen om goed te kunnen nadenken. Jammer genoeg zijn we die filosofische attitude een beetje kwijtgeraakt.

Kan het schrijven van een opiniestuk niet net helpen om je gedachten te ordenen?

Roose: Schrijven kan inderdaad een denkproces zijn, maar dat wil nog niet zeggen dat je zo’n tekst ook meteen moet publiceren. Montaigne schreef zijn Essais, zoals de naam al zegt, om ideeën uit te proberen. Schrijvend dacht hij over zijn onderwerp na. Pas veel later kregen anderen de neerslag ook te lezen. Continue Reading ›

Boek “Durf te twijfelen” – interview

150xnximage-phpqsrc_images_boeken_durf_te_twijfelen-jpgawidth150aheight-pagespeed-ic-bsnfpmvtjyHet dagblad Trouw interviewde me een tijdje geleden over waarachtigheid en journalistiek. Ondertussen verschijnt dat stukje  in een boek: “Durf te twijfelen. Hoe filosofen kijken naar de actualiteit”, dat eind november bij Lemniscaat verschijnt.

“‘Hoe weet je dat zo zeker?’ Deze vraag stellen Leonie Breebaart en haar collega’s van dagblad Trouw aan spraakmakende denkers, aan elkaar en aan ons. Moet je de rechter, de politicus of de krant zomaar geloven?

Met vele bijdragen:

Ton Derksen over rechtspraak, Simone van Saarloos over de liefde, Mark Deuze en ik over journalistiek, Ignaas Devisch over gezondheidszorg, Klaas Mulder over economie, Bernice Bovenkerk over natuur, Maaike Meijer over kunst en kitsch, Hans Schnitzler over techniek, Gijs van Oenen over democratie, Henk Oosterling over basisonderwijs en Christiane Berkvens-Stevelinck over geloof.”

Op 21 november discussiëren Leonie Breebaart, Marc van Dijk en anderen over dit thema (en boek) in Amsterdam , tijdens het Trouw-lezersfeest, om 19.30 uur.

 

“Het belang van filosofie” – met Hans Achterhuis

Samen met Hans Achterhuis ben ik voorzitter van het Vlaams Nederlands Forum voor Filosofie. We schreven deze tekst over het belang van filosofie.

“Is filosofie een achterhaalde discipline? Kan ze alleen maar wachten tot de wetenschappen en technocraten échte antwoorden geven, en is ze daardoor haar relevantie verloren? Wij durven dat sterk te betwijfelen. Gedegen filosofisch onderzoek – zowel binnen als buiten de academische wereld, niet alleen als afzonderlijke discipline maar vooral ook in relatie met wetenschap en maatschappij – blijft fundamenteel. Voor een vreedzame en bloeiende samenleving is een filosofische basishouding belangrijk: kritisch kunnen staan tegenover zichzelf en de eigen meningen, met inlevingsvermogen naar anderen kunnen kijken en zich samen met anderen afvragen hoe een nationale en mondiale samenleving in de eenentwintigste eeuw gestalte kan krijgen.

Toch lijkt filosofie geen vooruitgang te kennen zoals de andere wetenschappen. Maar we merken de vooruitgang van de filosofie niet goed, omdat we zelf samen met het filosofische denken veranderen. We beschouwen veel dingen en situaties als vanzelfsprekend, terwijl die eigenlijk slechts dankzij eeuwenlange filosofische debatten tot stand zijn gekomen. Zo hebben de idealen van de verlichting, die uit hard bevochten revoluties zijn voortgesproten, fundamenteel tot meer kritisch denken en open debat geleid. Velen hebben die waarden intussen verinnerlijkt, waardoor het herhalen of beklemtonen van deze ideeën overbodig kan lijken. Voor elke nieuwe generatie moeten we die verworven erfenis echter herbronnen. Zo kan Europa ook in de toekomst op die dynamische waarden van vrijheid, rechtvaardigheid en solidariteit terugvallen wanneer bepaalde ontwikkelingen foutlopen, bijvoorbeeld door geweld en oorlog, dictatuur en onderdrukking of andere fasen van geestvernauwing.

Wat betekent dat voor vandaag en morgen? Dat betekent niet, zoals te vaak als tegenwerping wordt geformuleerd, dat de geschiedenis van de filosofieën niet relevant zou blijven. Integendeel: om een gefundeerd alternatief te vinden voor een traditie, is een grondige kennis hiervan juist nodig. Daarom blijft ook de aandacht voor de geschiedenis van de wijsbegeerte onontbeerlijk. Wie de verschillende tradities niet leert kennen, kan alleen hedendaagse of (andere) monomane ideeën herkauwen.

Vrijheid is een kernbegrip in de westerse cultuur. Continue Reading ›