“Het ene importconflict is het andere niet”, DS, 2 nov. 2017

“Wat heeft België te vrezen van Spanje? Het land moet bibberen en beven. Toch als je de commentaren in de kranten mag geloven. België luistert misschien beter naar de Europese grootmachten, klinkt het, anders kan de schade groot zijn. Die houding was soms eigenzinniger. Ik herinner me levendig hoe Dominique de Villepin, toenmalig Franse minister van Buitenlandse Zaken, in de lente van 2003 in Brussel aankwam en met een stralend gezicht zei blij te zijn ‘in dit dapper landje’. Samen met Frankrijk had België binnen de NAVO namelijk een veto gesteld tegen de start van militaire planning voor hulp aan Turkije, in het geval van een oorlog met Irak. De Amerikaanse minister Rumsfeld was razend en ongetwijfeld had die Belgische beslissing ook nadelige diplomatieke, economische en politieke gevolgen. Gelukkig liet de toenmalige premier er zijn nachtrust niet voor. Op langere termijn bleek België, zoals Frankrijk, gelijk te hebben over die nefaste Irak-oorlog. En er is het lange lijstje dwarse intellectuelen die in België onderdak vonden, zoals Karl Marx en Victor Hugo, om er maar twee te noemen.

 

Vandaag klinkt het anders. België zou zich beter aan de kant van de Spaanse premier Rajoy scharen. De Europese commissie eist het en andere Europese leiders evengoed. De Catalanen respecteerden de Spaanse Grondwet niet, en het hele gedoe is voor Europa een hellend vlak. Maar zo eenduidig is het niet. Rajoy gebruikte buitensporig geweld tegen vreedzame burgers. De Spaanse regering heeft het Catalaanse verzoek tot dialoog genegeerd en het conflict gevoed. Dan is er de vraag of Rajoy’s gebruik van de Spaanse grondwet wel grondwettelijk is. Ondertussen heeft hij de reeds bekomen gedeeltelijke onafhankelijkheid van Catalonië opgezegd, en zijn medewerker zonder verkiezing tot baas van Catalonië gebombardeerd. Het is dus twijfelachtig of zo’n leider het democratische, vreedzame staatsmanschap incarneert dat de Europese Unie nodig heeft.

Wie kritische vragen stelt, mag echter rekenen op Rajoy’s boze blik. Zo doet het gerucht de ronde dat hij de benoeming van Catherine De Bolle voor een Europese topfunctie zou blokkeren, omdat Charles Michel reageerde op het geweld in Spanje. Michel had gezegd dat ‘België geweld tegen burgers veroordeelde en opriep tot dialoog’. Die bedaarde, wijze observatie volstaat blijkbaar opdat de Spaanse heren de aanstelling van een competente kandidaat tegenhouden.

Dan is er de kwestie hoe internationale politieke conflicten binnen België resoneren. Het wordt voortdurend herhaald: na de rellen tussen Turken en Koerden in Antwerpen zeggen politici stellig dat niemand politieke conflicten mag importeren, maar Puidgemont mag in Brussel een persconferentie geven. Dat is toch niet consequent, aangezien beide gevallen hetzelfde probleem illustreren. Dat lijkt zo, maar het klopt niet: Puidgemont riep op tot vreedzaam verzet in Catalonië. Hij is naar eigen zeggen in Brussel om het Spaans-Catalaanse vraagstuk bij de Europese instellingen aan te kaarten. Er is ook dit fundamentele verschil: Belgen met een Spaanse of Catalaanse achtergrond gaan elkaar niet met staven en flessen te lijf in de straten. Niemand zet hiertoe aan, en de voorstanders van het ene standpunt miskennen de rechten van de anderen niet. Dat valt niet te vergelijken met tientallen fanatieke oproerkraaiers die luid scanderend Antwerpse straten bezetten, vitrines vernielen en andersdenkenden intimideren en bedreigen. Continue Reading ›

“Ballroomdansen op een vulkaan” DS, 27 april 2017

“Bijna iedereen reageert enthousiast op Macrons overwinning bij de eerste ronde. Begrijpelijk en terecht, wanneer de tegenkandidaat Marine Le Pen van het Front National heet. Haar overwinning zou haar land en de Europese Unie in een chaos storten. Maar een presidentschap van Macron redt de Franse republiek of Europa niet noodzakelijk op langere termijn. De onvrede over Europa is reëel. Welk plan heeft Macron om hieraan tegemoet te komen? Niemand weet het.

Aan de linkerzijde was de econoom Thomas Piketty dan ook genadeloos scherp voor Macrons campagne. Piketty suggereert dat Macron vaagweg wat linkse en rechtse ideeën lanceert en diepgang ontbeert. Piketty steunde de PS-kandidaat Benoît Hamon, en ontwikkelde een positieve transformatie van het Europese project, in zijn “Pour un traité de démocratisation de l’Europe”. Piketty wil de unie democratischer en socialer maken. Hij wil ook de oneerlijke fiscale concurrentie tussen landen wegwerken. Vooral multinationals profiteren van die concurrentie om amper belastingen te betalen. Met een meer democratische politieke besluitvorming, wil Piketty ook het machtsoverwicht van Duitsland doorbreken, en de opgelegde besparingspolitiek beëindigen.

Piketty verwijt Macron dan dat hij een status-quo verdedigt tegenover de Europese autoriteiten. Als minister voerde Macron het begrotingspact van 2012 trouw uit, zonder enige aarzeling.

Het Europese probleem sleept al minstens twintig jaar aan. Vlak voor zijn dood in 1995 voorspelde François Mitterrand aan de journalist Benamou dat hij de laatste grote president van de Vijfde Republiek zou zijn. De Europese Unie en globalisering hadden het politieke spel gewijzigd; na hem zouden financiers en boekhouders de dienst uitmaken.

Ondertussen heeft Frankrijk niet alleen veel soevereiniteit aan Europa afgestaan. De laatste jaren wordt ook duidelijk dat Frankrijk de economische en politieke machtsstrijd met Duitsland aan het verliezen is. Dat heeft het Franse ressentiment tegen Europa behoorlijk aangewakkerd. Aanvankelijk hielden Duitsland en Frankrijk elkaar in balans, en dat bracht rust en vrede. Maar sinds de val van de Berlijnse muur, en de Duitse hereniging helt de machtsbalans in het voordeel van Duitsland. Mitterrand en Kohl wilden de Europese band versterken door een monetaire Unie. Maar ze hadden niet de macht om een echt federaal Europa op te richten. Ze hoopten dan maar dat elke crisis de Europese leiders dichter bij elkaar zouden brengen. Het draaide helemaal anders uit: de crisis die volgde uit die gebrekkige monetaire constructie, verdeelt Europa steeds meer.

Deze kwestie moet worden opgelost. Wat kunnen we dan verwachten van Macron, die zich wel presenteert als de frisse, positieve, anti-systeem kandidaat?

Qua stijl valt hij best te vergelijken met Barack Obama in 2008: jong, enthousiast, charismatisch. Intellectueel, belezen en retorisch sterk. Meer een vertegenwoordiger van zijn eigen merknaam dan van een partij – in 2008 Obama moest eerst de gedoodverfde kandidaat van de partij, Hillary Clinton, verslaan. Beiden zijn verrassend succesvol in tijden die snakken naar verandering. Dit kan echte juist een probleem worden: Obama incarneerde verandering, maar voerde nooit radicale hervormingen door. Zijn ‘yes, we can’ bleek een holle slogan; de financiële belangen van Wall Street, de politieke lobbygroepen in Washington, de oorlogen in het buitenland – veel bleef bij het oude. In 2008 versloeg Obama de republikeinse tegenkandidaat McCain en zijn gekke vice-presidentskandidaat Palin. Iedereen reageerde opgelucht. De republikeinse partij lag daarna op apegapen. Maar uiteindelijk volgde op Obama’s makke beleid de verkiezing van Trump.

Vandaag de dag is het verlangen naar verandering in Frankrijk even dringend als het verlangen naar ‘change’ in de VS.

Wie denkt dat Marine Le Pen – op langere termijn – de ergst denkbare rechtse kandidaat is, neemt zijn hoop misschien voor werkelijkheid. Wie had tenslotte een ‘bully’ als Trump voor mogelijk gehouden? Een politicus die verkozen wordt met de belofte van verandering, maar slechts een stijlbreuk invoert, zou wel eens op een vulkaan kunnen staan dansen.”

Deze column verscheen in De Standaard op donderdag 27 april 2017.

 

 

“Kroniek van een aangekondigde tweestrijd”, DS, 24 april 2017

“Macron versus Le Pen, het rondt een evolutie af die zich vijftien jaar geleden heeft ingezet, die van een groeiende kloof tussen burger en traditionele politiek.
De twee traditionele partijen van de vijfde republiek – de socialisten en de republikeinen – zijn dus afwezig in de tweede ronde. Toch staan, met Emmanuel Macron en Marine Le Pen, over twee weken twee ideologieën lijnrecht tegenover elkaar: economisch liberalisme tegenover economisch protectionisme, multiculturalisme tegenover nationalisme, globalisering tegenover soevereinisme, Frankrijk binnen of buiten de Europese Unie.
Frankrijk lijkt dus hopeloos verdeeld, maar om deze uitslag te begrijpen, is een korte terugblik nodig. De eerste barsten werden vijftien jaar geleden al zichtbaar. In april 2002 verscheen, tegen alle peilingen in, op TF1 de foto van Jean-Marie Le Pen naast die van Jacques Chirac tijdens het journaal van acht uur. Beklijvend televisiemoment. Lionel Jospin, de socialistische kandidaat en voormalig eerste minister onder Chirac, viel net uit de boot. De Fransen hadden de keuze tussen rechts en rechtser. Jospin hield de eer aan zichzelf: hij voelde zich verantwoordelijk voor de nederlaag van zijn partij, voor de doorbraak van het Front National. Twee weken later werd Chirac met ruime meerderheid verkozen. De orde leek hersteld, de republiek was gered.
Wie nu terugkijkt op die gebeurtenissen ziet dat Chiracs klinkende zege een pyrrusoverwinning was. In 2005 kwam er nieuwe opschudding: een meerderheid van de Fransen stemde tegen de Europese grondwet. De belangrijkste politici, de media, allen waren ze voorstanders geweest. Geen enkele traditionele politicus nam die afwijzing van de Europese Unie ernstig. Het ‘neen’ werd weggezet als een proteststem, als het resultaat van gebrekkige kennis, als een afwijzing van Chiracs beleid. Bij de volgende verkiezingen, in 2007 versloeg Sarkozy Ségolène Royal. Hoewel Sarkozy jarenlang minister van Chirac was geweest, boetseerde hij het imago van de baanbrekende buitenstaander, de tegenpool van Chirac. Sarkozy zwoer dure eden over grote, noodzakelijke hervormingen. Maar er gebeurde niet veel. In 2012 waren de Fransen ook Sarkozy hartgrondig beu, en verkozen ze François Hollande. Toen al leek de afkeer een sterkere motivatie voor kiezers dan een positieve voorkeur. Hollande won door Sarkozy neer te zetten als het schoothondje van de Duitse bondskanselier Merkel en het financieel kapitalisme. Hollande beloofde dat hij een vuist zou maken tegen de Duitse besparingspolitiek die de Europese Commissie oplegde na de crisis in 2008. Het Duitse beleid werd de Europese norm. Continue Reading ›

‘Waarom ligt politieke correctheid onder vuur?’, DS 12 sept 2016

Unknown 08.33.05Over politieke correctheid valt een heldere definitie te geven. Politieke correctheid, schrijft Comte-Sponville in zijn ‘Dictionnaire philosophique’, gebeurt wanneer twee fundamentele dimensies van het leven – het morele en het politieke – worden verward. Wie dat doet, velt politiek een ontoereikend oordeel. ‘Het volstaat bijvoorbeeld niet om antiracist te zijn, om ook een goede immigratiepolitiek te definiëren’, aldus de Franse filosoof.

unknownIk zou over politieke correctheid spreken wanneer het motief voor een stelling meer met morele pose dan met inhoudelijke argumenten te maken heeft. Het gevolg van politieke correctheid is dat perceptie begint te primeren. Gelijk heb je wanneer je je tegenstander kan wegzetten als minder moreel. Dat is de logica van politiek correct denken. Natuurlijk kan iemand wel politiek overtuigd zijn van een open migratiepolitiek, bijvoorbeeld. Maar dan moet je politieke argumenten geven, zoals het feit dat illegale migranten in een systeem van gesloten grenzen niet meer kunnen terugkeren naar hun thuisland. Je geeft een niet-‘politiek correct’ argument wanneer je de tegenstander niet moreel veroordeelt omdat die andere politieke keuzes maakt.

Politieke correctheid betreft dan ook minder stellingen op zich, dan de motivatie en de argumentatie om deze te verdedigen. In die zin is een vorm van politieke correctheid ook aan de andere kant van het politieke spectrum mogelijk. Paradoxaal genoeg zelfs wanneer het verwijt van politieke correctheid valt. Dat gebeurt vaak evengoed vanuit een morele beoordeling: ‘ik durf het tenminste te zeggen, ik ben moedig, ik ben kritisch’. Hierin heeft Ignaas Devisch een punt. Dat schiet dan weinig op: de ene pose van morele superioriteit botst dan met een andere, afhankelijk van de morele waarden die voor iemand doorwegen.

Maar waarom ligt de ‘politieke correctheid’ zo openlijk onder vuur? Continue Reading ›

Interview met ‘De Volkskrant’, 9 dec 2015

Unknown-3Op 9 december verscheen online een interview in De Volkskrant over het boek ‘Macht en Onmacht’, op 10 december stond het verkort in de krant. Door Laura de Jong.

De aanslag op de redactie van Charlie Hebdo was voor u de aanleiding voor het schrijven van uw nieuwe boek Macht en Onmacht. Waarom?
‘Het boek begint met de aanslagen op Charlie Hebdo en het debat daarop. Maar het gaat ook over thema’s als democratie, waarheid, slachtofferschap en de toename van samenzweringstheorieën en hoe die samenhouden met politieke onmacht. Het gaat dus over een vertwijfeling in de samenleving. Het gebrek aan kritisch denken in de afgelopen jaren.’

U schrijft dat de commotie rond de aanslagen in Parijs aantoont dat de Verlichtingsidealen als het streven naar waarheid en gelijkheid definitief in onbruik zijn geraakt. Wat bedoelt u daarmee? Continue Reading ›

“De blindheid van links in Frankrijk, de doofheid van E. Todd”, DM, 8 okt 2015

Unknown-1“Na de gruwelijke aanslagen op de journalisten van Charlie Hebdo kwamen vier miljoen Franse op straat om rustig en vreedzaam voor de republiek, de vrijheid van meningsuiting en de verdraagzaamheid te manifesteren. Meteen na de mars ging een warme gloed door Frankrijk: heel even leek het land verenigd. De filosoof Peter Sloterdijk noemde de mars een ongeziene demonstratie van burgerschap, nadat de Fransen jaren in een sluimer hebben geleefd. Maar die enthousiaste stemming duurde niet lang. Heel wat burgers – vooral jongeren – voelden zich niet ‘Charlie’, maar reageerden op sociale media of op de speelplaats met ‘Je ne suis pas Charlie’ of ‘Je suis Kouachi’, naar de twee broers die de aanslag pleegden. En ook de intellectuelen bleken al snel verdeeld.

De scherpste kritiek op de positieve boodschap van de mars kwam van de demograaf Emmanuel Todd. In zijn net vertaalde Qui est Charlie noemt de Franse demograaf Emmanuel Todd de mars zelfs een bedrog. Neen, zegt Todd, dit was geen manifestatie van een eensgezind Frankrijk. Want arbeiders en jongeren uit de banlieues bleven thuis. Erger nog, de hele betoging was ook al geen uitdrukking van republikeinse of humanistische waarden, maar van angst en haat tegen de islam, “de godsdienst der zwakkeren”. Todd bestudeerde een kaart van alle betogingen in Frankrijk, en beweert dat mensen op straat kwamen in steden en regio’s die historisch anti-republikeins waren, en die bijvoorbeeld tijdens de Tweede Wereldoorlog met het collaborerende Vichy-regime sympathiseerden. De betogers kwamen uit traditioneel katholieke regio’s, en al belijden ze dat geloof niet meer, zijn ze fundamenteel katholiek gebleven: het zijn ‘zombie-katholieken’. Deze schijnbaar deftige, heftige verdedigers van de vrijheid vormen dus in feite een potentieel erg gevaarlijke groep, die vandaag ‘nieuwe zondebokken’ zoekt. Continue Reading ›

Lezing ‘Macht en onmacht’, Genk op 20 maart 2015

DSC_1329

foto: Emilio Stefani

Donderdagavond sprak ik voor een bomvol ‘Huis van de Mens’ in Genk over ‘Macht en Onmacht’, voor een gezellige avond met muziek, hapjes, en wat filosofie.

De organisatoren hadden me gevraagd of ik vanuit twee specifieke columns een verhaal kon brengen over politiek vandaag. De ene column ging over “De zaak DSK – aanzet tot corruptie“, de andere over ‘Radicale jongeren en seks, de Syriëstrijders’.

De vraag is welke politieke omslag we de laatste jaren beleven. Ik denk dat Europa wel degelijk een nieuw tijdperk binnengetreden is. Hoe sterk het seksschandaal rond DSK ook verschilt van de vele ‘Syriëstrijders’, de aanslag op Charlie Hebdo, en het laatste boek van Houellebecq: er zit wel degelijk een lijn tussen de gebeurtenissen. Die lijn is dat de republikeinse moraal  is ontspoord, dat mei ’68 enorm ingrijpend was, maar ook dat er twee totaal tegengestelde houdingen zijn tegenover de seksuele vrijheid: voor een bepaalde groep is die onbeperkt (voor DSK, voor wie aanwezig is bij debatten in de media, en anderen). Voor een andere groep moet die periode van (seksuele) vrijheid eindelijk eens gedaan zijn: een nieuw conservatisme verschijnt.

DSK lijkt een uitzonderlijk geval, maar zijn lotgevallen maken veel duidelijk over politiek in Frankrijk. Tot mei 2011 was hij de gedoodverfde presidentskandidaat voor de PS. De Fransen waren Nicolas Sarkozy zo beu, dat zijn tegenstander veel kans had om te winnen. Dat zou in mei 2012 dan François Hollande worden.

De ‘libertijnse’ levensstijl van DSK was in Parijse kringen al jaren bekend. En zelfs dat zijn gedrag ernstige problemen stelde voor vrouwelijke medewerkers – DSK viel vrouwen compulsief lastig – was geen geheim voor politici en journalisten. Dat bleek trouwens na zijn arrestatie in New York, in mei 2011 op verdenking van de verkrachting van een kamermeid. Zonder de arrestatie in New York was DSK nu president van Frankrijk.

Maar in februari 2015 verscheen DSK nog een (laatste?) maal in alle media, met een schandaal rond seksfeestjes met prostituees. Waarschijnlijk wordt hij vrijgesproken in die zaak van ‘proxénitisme’: aanzetten tot prostitutie.

Wat me opviel, was de blindheid voor de neiging tot corruptie die uit de zaak spreekt: DSK betaalde niet voor de prostituees, maar anderen deden dat wel. En zij hoopten op compensaties zodra DSK president zou worden. Dan zou DSK middelen die tot de republiek behoren inruilen voor privé doeleinden – dit is de definitie van corruptie. Maar die kwestie werd in de debatten niet besproken… Dat is opmerkelijk.

Of een politicus corrupt kan zijn of niet, hangt niet alleen van de morele kwaliteiten van dat ene individu af. Ook de zin voor het algemeen belang bij de bevolking is doorslaggevend voor de politieke cultuur. En op dit vlak lijkt Frankrijk een moeilijke periode door te maken.

Tegelijkertijd maakt het land een andere omwenteling mee: de ophef rond Houellebecqs boek ‘Soumission’ stelt de relatie tot de islam op scherp. Vlak na de publicatie was er de aanslag op de redactie van ‘Charlie Hebdo’. Houellebecq stond op de cover van dat nummer. Iconen van mei ’68, zoals  Wolinski, Cabu en Bernard Maris kwamen om het leven. Niet alleen de vrijheid van meningsuiting, ook de vrije beleving van seksualiteit werd aangevallen.

Terwijl machtige mensen vrij hun levensstijl kiezen, zoals DSK, groeit er een ressentiment tegen die vrijheid bij anderen die zich buiten de republiek plaatsen en op een fundamentalistische manier hun geloof beleven.

In mijn lezing besprak ik de noodzaak van een republikeinse moraal, met referenties aan Jean-Jacques Rousseau en Machiavelli. En ik hernam de aantrekkingskracht van de islam volgens Houllebecq in zijn nieuwe roman: de islam beantwoordt aan een gemis in de mate dat de republikeinse moraal dood is.

Na afloop was er veel discussie, heel wat boeiende suggesties en ideeën.