“Het gevaar van zelfcensuur”, column DS 24 april 2019

Hoe zwaar moet een linkse intellectueel eraan tillen dat zijn analyses soms door rechtse partijen worden gesmaakt? De socioloog Mark Elchardus krijgt daarover geregeld verwijten, zei hij in Knack. Patrick Loobuyck kaartte het probleem ook aan in Sampol. Vooral over hete hangijzers zoals migratie en diversiteit stroken de analyses van linkse denkers niet altijd met wat linkse activisten of sympathisanten aanvaardbaar vinden. Zeker in verkiezingstijden (wanneer zijn die er niet?) lijkt strategie belangrijker dan inhoud. In extremis kan de denker zelf gewoon als rechts worden weggezet. Daarmee vervalt diens legitimiteit om heikele onderwerpen te bespreken. Einde discussie.

Hoe moet een denker daarop reageren? Wel, je kunt niet iedereen behagen, en wie vrij wil denken, mag zich niets aantrekken van de hokjes waarin hij dreigt te verzanden. Sociale druk is vervelend, maar je kunt de dynamiek makkelijk doorzien.

Zoals de (linkse) historicus Tony Judt noteerde: ‘Je kan mensen niet verhinderen om gelijk te hebben voor de verkeerde redenen. De angst om in slecht gezelschap te belanden, is geen uitdrukking van politieke zuiverheid, maar van een gebrek aan zelfvertrouwen.’ Judt citeerde de Brits-Hongaarse schrijver Arthur Koestler, die ervaring had met pogingen om mensen voor hun denken te vervolgen. Koestler schreef ‘Darkness at noon’, over een communistische activist, die onder Stalins dictatuur voor volksverraad wordt vervolgd, hoewel hij trouw aan de revolutie had meegewerkt. Maar in een totalitair regime kan iedereen willekeurig als verrader worden bestempeld. Niemand is zuiver genoeg. Al in 1940 waarschuwde Koestler voor het linkse totalitarisme, lang voordat linkse intellectuelen in het Westen dit gevaar wilden onderkennen. Daarom meende Judt dat Koestler waardevolle lessen over intellectuele integriteit kan geven. Ook George Orwell prikte de ontsporing van Stalins communisme vanaf het begin door. En ook hij ontleedde het gevaar van zelfcensuur, die optreedt wanneer je bang bent om tot de verkeerde groep te worden gerekend.

Zelfcensuur, aldus Orwell, heeft twee nefaste gevolgen. Ze heeft een kwantitatief effect: zodra voldoende mensen zichzelf censureren, beland je de facto in een samenleving waar politieke censuur regeert. Daar heb je zelfs geen bestraffende overheid meer voor nodig. Mensen staan vanzelf op de rem, omdat ze sociale uitsluiting (of erger) vrezen. Zelfcensuur heeft evengoed een kwalitatief effect: wanneer je je ideeën voor anderen moet verzwijgen, begin je uiteindelijk tegen jezelf te liegen. Dat is wat zijn romanfiguren overkomt: ze zijn het contact met het eigen denken kwijt. Daarom is vrijheid van spreken zo belangrijk: ze bevat de vrijheid om te denken.

Die dynamiek van sociale druk, conformisme en het gebrek aan authenticiteit werkt vooral bij de intellectuele bovenlaag, aldus Orwell. Want zij verliest zich in een strijd om filosofische rechtlijnigheid. De arbeiders, de ‘proles’ (van het proletariaat), leven in een andere wereld. George Orwell beschreef die in The road to Wigan Pier. Voor de mijnwerkers in Noord-Engeland betekent socialisme gewoon betere lonen, meer zorg voor hun familie en meer vrijheid tegenover hun baas. Zij willen geen foutdenkenden opjagen. Zij leven volgens hun morele code, die Orwell common decency noemde. Dat is een soort elementair fatsoen, waardoor je sommige kwalijke handelingen nooit stelt, zonder dat je daarvoor een verheven theorie nodig hebt. Je volgt je eigen geweten, je eigen emoties, je eigen regels, los van wat anderen denken of willen. Daarop zou links haar hoop moeten richten.

Met het socialisme zelf was volgens Orwell niets mis. Hij was zo scherp voor de linkse intelligentsia, die mensen in hokjes stak en ideologische zuiverheid nastreefde, omdat hij linkse bewegingen wilde vooruithelpen. Opnieuw sluit dit aan bij wat Mark Elchardus in zijn interview suggereert: dat linkse politici en organisaties vaak te neerbuigend doen over de ideeën, waarden en opvattingen van gewone mensen. Hij had naar eigen zeggen gehoopt dat links zou stoppen met gewone mensen weg te zetten als ‘achterlijk’, maar dat is niet gebeurd. Dat kan hard klinken. Maar soms draag je bij door ongegeneerd te zeggen wat je denkt. Zelfs al horen sommigen het niet graag, en zouden ze het al te graag als verdacht wegzetten.”

Deze column verscheen in De Standaard op donderdag 24 april 2019.

“Over ‘1984’ van George Orwell” in Winteruur, op 29 jan. 2019

Op dinsdag sprak ik over ‘1984’ van George Orwell, met Wim Helsen in Winteruur op Canvas. De link naar het fragment staat op canvas.

Het boek gaat over politiek, over totalitarisme. Maar ook over liefde, intimiteit, integriteit en gevoel…

Dit was mijn fragment:

‘“Afgaande op wat hij zich van haar kon herinneren, veronderstelde hij niet dat zij een bijzondere vrouw was geweest en nog minder een intelligente vrouw; en toch had ze een soort edelheid bezeten, een soort van zuiverheid, eenvoudig omdat de normen waaraan zij gehoorzaamde persoonlijke standaarden waren. Haar gevoelens waren van haarzelf en konden niet van buiten af veranderd worden. Het zou niet in haar hoofd zijn opgekomen dat een handeling, die geen doel dient, daardoor betekenisloos wordt. Wanneer je iemand liefhad, dan had je hem lief en wanneer je niets anders te geven had, dan gaf je hem liefde. Toen het laatste stukje chocolade verdwenen was, had zijn moeder het kind in haar armen geklemd. Het gaf niets, het bracht geen enkele verandering teweeg, het bracht niet meer chocolade op, het wendde de dood van het kind niet af noch die van haarzelf; maar het scheen haar natuurlijk om dat te doen.”’

Deze week komen Geert Bourgeois, Koen Wauters, Lieve Joris aan bod.

“De paradox van de heersende blanke man” column, DS, 21 juni 2018

” Migratie staat hoog op de Europese agenda. Dat heeft niet alleen met de huidige vluchtelingen- en migratiestromen te maken. Experts voorspellen een demografische explosie in Afrika en het Midden-Oosten. Waar kunnen wanhopige generaties jongeren naartoe? Niet naar Europa, want Europese regeringsleiders praten over een betere beveiliging van de buitengrenzen. Andere stemmen zien de oplossing elders: dat Europese landen de uitzichtloze economische en politieke situatie in Afrika en het Midden-Oosten mee hervormen. Maar kunnen Europeanen elders echt de problemen oplossen? Alle goede intenties ten spijt, lijkt dat op een nieuwe vorm van koloniaal denken. George Orwell heeft dat koloniale denken treffend beschreven. Alvorens hij journalist werd, was hij een tijdje Britse officier in Birma, nu Myanmar, dat tot het Britse rijk hoorde. Orwell was dus even zelf koloniaal, en hij haatte het grondig.

Het verhaal gaat over een klein incident in het gebied waar Orwell de orde moest handhaven. Een olifant was ontsnapt en vernielde enkele hutten en marktstalletjes in een arme wijk. Het beest had ook een arme dorpsbewoner verpletterd. Paniek breekt uit, en Orwell moet als politieofficier optreden. Tenslotte had Orwell een wapen, de lokale bevolking niet. Terwijl hij door het dorp loopt om de loslopende, wilde olifant te stoppen, begint een menigte Orwell te volgen. Een uitgebroken olifant moet worden gedood en Orwell beschrijft de groeiende verwachting bij die inwoners dat hij de zaak ook op die manier zal oplossen. Dan krijgt hij de olifant in het vizier. Hij beseft meteen dat hij dat dier beter niet zou neerschieten; na zijn razende uitbraak was het rustig geworden, en leek het even gevaarlijk als een grazende koe. Liefst wilde Orwell zijn geweer neerleggen. Maar hij kon niet meer terug. Duizenden Birmanen waren hem gevolgd, en keken hem afwachtend aan. Tot zijn eigen afgrijzen vuurde hij zijn geweer leeg, en de olifant zeeg neer.

Dat verhaal vat de paradox van de heersende blanke man: schijnbaar is hij heer en meester. Maar hij voelt de druk om te handelen vanuit de verwachting van de lokale bevolking. En die verwachting is dat hij elk probleem komt oplossen. Ondertussen is hij een acteur in een toneelspel waarbij hij zijn eigen vrijheid vernietigt. Hij draagt een masker: een sahib is een sahib. Indien hij de olifant niet neerschiet, lijkt hij zwak, bang, lachwekkend. En dus gaat de olifant eraan. Continue Reading ›

Activiteiten – lezingen februari

Zaterdag 15 februari: op de radio 1-programma  ‘Interne Keuken’, met Sven Speybrouck en Koen Fillet. We spreken over Luke Hardings nieuwe en spannende boek “The Snowden Files” (Uitgeverij Nieuw Amsterdam).

Edward Snowden onthulde hoe Amerikaanse inlichtingendiensten (NSA) burgers op grote schaal in de gaten houden. Het doel van de NSA is ‘meester zijn over het internet’. Niet geruststellend. Dit schandaal bracht dan ook ‘Big Brother’ in herinnering, in “1984”, de roman van George Orwell. Ik schreef er een column over voor De Standaard, ‘De Winston Smith in elk van ons‘.

Vrijdag 21 februari: het Willemsfonds in Antwerpen brengt de documentaire van Lichtpunt met  ‘Tijdgenoten ‘Etienne Vermeersch’ (2012). Ik geef een nabespreking.

Pioniers - cover - defZondag 23 februari: boekvoorstelling “Pioniers in de Praktische Filosofie”, door Veerle Pasmans.

Vanaf 15 uur in ‘Het Zoekend Hert‘ te Berchem.  Uitgever en filosoof Erno Eskens begint. Dan komt Ida Jongsma (Hotel De Filosoof, Amsterdam) aan het woord, en ik sluit af met enkele ideeën over praktische filosofie.

 

O_Door spinoza's lensDonderdag 27 februari: lezing over Spinoza

Door Spinoza’s lens‘ in CC De Schakel, Waregem (Schakelstraat 8, vanaf 20.00 uur).

‘De Winston Smith in elk van ons’ – Column DS – 3 feb. 2014

Unknown-1“De NSA treft een burger dicht bij huis: de computer van de Belgische expert Jean-Jacques Quisquaeter werd gehackt. Snowden krijgt gelijk. De NSA bespioneert niet alleen verdachten van terrorisme, maar ook mensen die niets onwettigs doen.

Snowden voorspelt nog ander onheil: ‘een kind dat vandaag geboren wordt, groeit op zonder de notie wat privacy is, het zal nooit weten wat het betekent om een privémoment te hebben, een gedachte die niet is opgenomen en geanalyseerd. Dat is een probleem. Want privacy is belangrijk. Privacy stelt ons in staat te bepalen wie je bent en wie je wilt zijn.’

Unknown-1Privacy, identiteit en kindertijd staan centraal in George Orwells 1984. De protagonist Winston Smith leidt een futloos en kleurloos leven, bepaald door het alziend oog van Big Brother. Winston wil een dagboek bijhouden met zijn herinneringen, zijn verlangens, zijn reflecties. Officieel is dit niet illegaal, maar toch tekent hij zijn doodvonnis. Privacy is namelijk verboden in de totalitaire staat. Continue Reading ›

Veel meningen, geen debat

Column De Standaard 25 februari 2013

Unknown“Wat is dat toch tegenwoordig? De media staan bol van meningen over politiek, zonder fair opgebouwde argumenten, zonder verwijzing naar feiten. Ook beschuldigingen van leugens en bedrog gaan over en weer. Zonder dat bewijzen en feiten die beschuldigingen beslechten. Was dat altijd zo? Is het gebrek aan echt debat een gevolg van commercialisering, of van sociale media? Deels ongetwijfeld wel. Maar meningen lijken te volstaan omdat het waarheidscriterium zelf lijkt te hebben afgedaan. En hieraan hebben postmoderne intellectuelen aardig meegewerkt: de afgelopen twintig jaar hebben ze de waarheid dood verklaard, zonder stil te staan bij de politieke gevolgen. Maar het politieke kan niet zonder waarachtigheid. Continue Reading ›