In ‘De Afspraak op Vrijdag’ op 12 maart 2021

Op vrijdag 12 maart was ik in “De Afspraak op Vrijdag” op Canvas met Ivan De Vadder. Andere gasten waren voormalig minister van Justitie Koen Geens en politicoloog Dave Sinardet.

De thema’s waren het drugsbeleid, de strijd tegen homohaat en de staatshervorming. Koen Geens bracht enkele voorstellen om de federale regeringsvorming te vergemakkelijken. Ook het voorstel van minister Verlinden om burgerpanels te organiseren kwam aan bod.

‘Als homo’s homofoob beleid steunen’, column DS, 10 dec. 2020

“Het orgieschandaal rond het Hongaarse Europarlementslid Jozsef Szajer klinkt als een cliché: een antihomo poli­ticus wordt betrapt op een geheim feestje met alleen maar naakte mannen. Het blijft een mysterie: hoe kan iemand­ een politiek project en een more­le code verdedigen die hemzelf als verderfelijk neerzetten? Szajer is de mede­oprichter van Viktor Orbans partij Fidesz, eind jaren 80. Op dat ogenblik was hij eerder liberaal, wellicht in de zin dat hij anticommunist was. Toen Fidesz­ verder naar rechts evolueerde, ging Szajer daarin mee. Terwijl de Hongaar profiteert van een lgtbq+-vriendelijk klimaat in Brussel, voert zijn partij een antilgbtq+-beleid in eigen land.

Dat homo’s zelf een homofoob beleid steunen, is opmerkelijk, omdat de afkeer van homoseksualiteit vaak met onbekendheid gepaard gaat: mensen worden verdraagzamer naarmate ze meer mensen met diverse voorkeuren in het dagelijkse leven ontmoeten. De Italiaanse regisseur Ettore Scola maakte er het prachtige Una giornata parti­colare over. De film volgt de toevallige ontmoeting tussen de huisvrouw Anto­nietta (Sophia Loren) en de ontslagen, homo­seksuele radiojournalist Gabriele (Marcello Mastroianni) in een Romeins appartementsgebouw. Dat gebeurt in mei 1938, op de dag dat Adolf Hitler zijn Italiaanse bondgenoot Benito Mussolini bezoekt. Alle buren uit het gebouw gaan naar de parade kijken. Maar de buurman staat op het punt zelfmoord te plegen, omdat hij zijn arrestatie vreest – onder het nazisme en het fascisme werden homo’s vervolgd. De huisvrouw is, zoals haar hele familie, een felle aanhangster van Il Duce. Maar wanneer ze de grappige, kwetsbare, humane buurman leert kennen­, kantelt haar leefwereld.

Autoritaire regimes verafschuwen wat afwijkt van wat ze zelf als de norm beschouwen. Dat leidt vaak tot huichelarij, aangezien niet iedereen aan die normen beantwoordt. In een artikel over de zaak-Szajer verwijst deze krant naar Frédéric Martels werk Sodoma over het Vaticaan, waar een soortgelijke hypo­crisie hoogtij viert. Na nauwgezet onderzoek stelt deze socioloog en journalist vast dat ‘hoe homofober een kardi­naal is, des te groter de kans dat hij homoseksueel is’ (DS 5 december).

Martel onderstreept ook het belang van autoritaire denkkaders. Het hoofdstuk ‘De kruistocht tegen de gays’ belicht hoe de strijd tegen homo’s verergerde tijdens de jaren 80, onder het bewind van paus Johannes Paulus II. Die paus heeft nooit in een democratie geleefd, aldus Martel. Tegelijk bond hij de strijd aan tegen al te linkse invloeden binnen de Kerk. Dat zijn bondgenoten in die campagne hypocrieten zijn, is geen bezwaar. Priester Alfonso López Trujillo, bijvoorbeeld, werkte in Columbia mee met paramilitaire bewegingen die voorstanders van de bevrijdings­theologie elimineren. Hij werd, onder paus Johannes Paulus II, kardinaal en voorzitter van de pontificale raad voor de fami­lie. In die functie voerde hij wereld­wijd campagne tegen abortus, homo- en vrouwenrechten en tegen condooms als middel om aids te bestrijden. Intussen leidde de man een liederlijk leven met seminaristen, jonge priesters en mannelijke prostituees.

Het verband tussen autoritair denken, homofobie en hypocrisie duikt ook op in gecoördineerde onderzoeken van de universiteiten van Rochester, Essex en California. Homofobie zou sterker zijn bij individuen die de eigen homoseksuele verlangens niet erkennen of zichzelf niet beschouwen als homoseksueel (ondanks hun praktijken). Bij jongeren die opgroeiden in autoritaire huishoudens was het verschil tussen hun expliciete seksuele oriëntatie en hun impliciete reactie op prikkels het grootst. Jongeren met open, ondersteunende ouders hadden het makkelijker om hun seksuele oriëntatie te aanvaarden.

Sommige mensen die het moeilijk hebben om hun seksuele verlangens of identiteit te erkennen, kunnen zich bedreigd voelen door diegenen die hun verlangens wel beleven en hun identiteit opeisen. Hun homofobe reactie is een manier om een innerlijk conflict buiten henzelf te plaatsen, en de eigen angsten te onderdrukken. Het probleem ligt dan niet meer bij hen, maar bij de ander­.

De onderzoekers benadrukken wel dat niet elke homofobe reactie tot die dynamiek te reduceren valt. Op dezelfde manier beschrijft Martel ook veel uiteenlopende seksuele belevingen en relaties in het Vaticaan.

Hypocriete verhalen zoals dat van Jozsef Szajer zijn indirect een pleidooi voor een open samenleving. Niet alleen omdat individuen er beter tegen discriminatie beschermd worden. Maar ook omdat een open leefwereld zelfaanvaarding makkelijker maakt. Als niemand wakker ligt van privaat beleefde voorkeuren, wordt niemand erop beoordeeld. En kan niemand ermee worden gechanteerd – want ook dat fenomeen treedt op in autoritaire contexten.”

Deze column verscheen in De Standaard op 10 december 2020.

‘De paradox van de homohaat’, Column DS, 2 nov 2015

Unknown 08.33.05“Homoseksualiteit wordt breder aanvaard dan vroeger. Maar toch blijft het afkeer of zelfs agressie opwekken. Wat kan de verdraagzaamheid verhogen? Homoseksuelen ontmoeten, vermindert volgens onderzoek de vooroordelen. En argumenten inzetten tegen homohaters, zodat ze hun tegenstrijdigheden inzien, stellen De Block en Adriaens (DS, 31/10). Maar een ander inzicht helpt ook: dat homohaat met een crisis van mannelijkheid te maken kan hebben.

Wat seksualiteit betreft, heeft het westen een hele evolutie doorgemaakt, waarin seksualiteit als identiteit belangrijker is geworden. Voor de Grieken was seksualiteit vooral een activiteit, waarbij de actieve dan wel passieve rol die men speelde relevant was. Welke rol gepast was, hing af van geslacht, leeftijd, positie in de samenleving. Ten tijde van Socrates waren bepaalde seksuele handelingen tussen een oudere man en een jongeling wel toegelaten. De Grieken beoordeelden seksualiteit dus niet als moreel of immoreel vanuit een geaardheid. Ze gebruikten de term homoseksueel niet eens, en kenden geen zondebesef. Seks was een natuurlijke behoefte, zoals eten en drinken. Alleen excessen zijn kwalijk, vonden de Grieken. Zelfbeheersing, ‘niets teveel’, was een epicuristisch motto.

Met de monotheïstische godsdienst verandert de opvatting over seksualiteit heel sterk. Seksualiteit kunnen afwijzen maakt deel uit van een identiteit, een zijnswijze, een diepe kern. Meer dan met een activiteit, hangt seksualiteit samen met het object dat je kiest: je bent wat je verlangt: je bent homo, hetero, etc. Door een alziende, alwetende God verschuift de nadruk op handelingen naar de gedachten: aan seks denken is al voldoende om schaamte of schuld te ervaren. In combinatie met het zondebesef wordt seksualiteit een test, een uitdaging van de wil.

Bosch - Drieluik Heilige Antonius

Bosch – Drieluik Heilige Antonius

De getormenteerde heilige Antonius, afgebeeld door Hieronymos Bosch en Salvator Dali, wordt belaagd door de duivel. Die probeert Antonius te verleiden door eerst in de gedaante van een vrouw te verschijnen, daarna als jongen. Telkens moet de heilige bewijzen dat hij aan de verlokkingen kan weerstaan. Daarin ligt zijn religieuze opdracht. Continue Reading ›