“Vingerafdrukken op je ID-kaart, en privacy” De Morgen, 17 nov. 2018

Journalist Koen Vidal interviewde me voor ‘Het Kernkabinet’ van De Morgen over privacy en vingerafdrukken. Dit artikel verscheen op 17 november in De Morgen.

“Bijna geruisloos keurde de Kamer het wetsontwerp van Binnenlandminister Jan Jambon goed dat digitale vingerafdrukken toevoegt aan de identiteitskaart. Filosofe Tinneke Beeckman spreekt van een achteruitgang die onvermijdelijk is maar nog gevaarlijker wordt als onze waakzaamheid inzake privacy zo slap blijft.

Wie in april 2019 een nieuwe identiteitskaart aanvraagt, zal vooraf een digitaal beeld moeten afstaan van de afdrukken van de rechter-en linkerwijsvinger. Voorlopig is het niet de bedoeling om de vingerafdrukken in databanken op te slaan.

Tinneke Beeckman beschouwt dit als een onvermijdelijke evolutie in een realiteit waarin privacy het moet afleggen tegen andere prioriteiten.

“Het gaat de verkeerde kant uit met onze privacy maar in tijden van globalisering en technologische omwentelingen kun je heel moeilijk vermijden dat het de verkeerde kant uitgaat. Ik vind veel bezwaren van de privacy-verdedigers terecht maar begrijp ook wel dat een overheid maatregelen moet nemen om het systeem van identiteitskaarten tegen misbruiken te beschermen. Zeker als je weet dat onze identiteitskaarten de facto gebruikt kunnen worden als reispaspoorten: we kunnen met dat document naar veertig landen reizen; niet enkel binnen de EU maar ook naar landen als Zwitserland, Noorwegen en Turkije.”

U stelt dat we in tijden van globalisering en technologische vooruitgang bijna niet anders kunnen dan een deel van onze privacy af te staan.

“Dat lijkt inderdaad de harde realiteit, ook al zijn er belangrijke principiële bezwaren. Zo is het problematisch dat burgers verplicht worden om hun vingerafdrukken af te staan. Bij een paspoort kun je nog redeneren dat het om een vrijwillige keuze gaat, maar omdat een identiteitskaart in België verplicht is, heb je als burger geen keuze.”

“Daarnaast wordt onze privacy ook belaagd door een breder fenomeen: door de globalisering zie je dat mensen en groepen zich steeds minder verbonden voelen met de brede gemeenschap en vanuit hun eigenbelang gaan handelen. Dat leidt tot allerlei misbruiken: internationale criminaliteit, bedrijven en organisaties die makkelijk grenzen oversteken en neerstrijken op plekken waar arbeid goedkoop is of waar de fiscale voordelen het grootst zijn. De overheid wordt daardoor gedwongen om repressiever op te treden en ook naar krachtige instrumenten te grijpen.”

Maar zijn er geen betere instrumenten om fiscale fraude en Panama-schandalen te vermijden dan vingerafdrukken op een identiteitskaart?

“Ik kan me voorstellen dat een overheid dankzij vingerafdrukken wel efficiënter kan optreden tegen vervalsing van identiteitskaarten. Ook internationale criminelen kunnen met het nieuwe systeem makkelijker in kaart worden gebracht. Bij paspoorten had dezelfde maatregelen een gunstig effect: de fraude nam af.”

“Maar tegelijk ontstaat er een soort technologische wapenwedloop. In de eerste plaats tussen staten onderling: het land met de meest geavanceerde paspoorten heeft het minste last van fraude. Maar er is ook sprake van wedijver tussen overheden en criminelen. Vaak is het zo dat criminelen de technologische vernieuwingen van een overheid onderuit halen. Alles wat je uitvindt, kan ook tegen je gebruikt worden. Mochten criminelen erin slagen om in de toekomst vingerafdrukken te hacken dan hebben ze waarschijnlijk nog veel meer toegang tot privacy-gegevens.”

Zitten we dan niet in een soort Frankenstein-scenario: technologische uitvindingen worden uiteindelijk tegen ons gebruikt?

“Dat is een cruciale vraag voor de overheid die voldoende moet kunnen garanderen dat de privacy-gegevens van burgers goed beschermd worden en niet in verkeerde handen terechtkomen. Tegelijk is het ook onze taak als burger om ons te wapenen tegen misbruik van gegevens. Veel mensen hebben tegenwoordig een houding van ‘ik heb niets te verbergen, wat is hier eigenlijk het probleem?’ Dat is een gevaarlijke houding want uiteindelijk weten we niet waar onze privacy-gegevens terechtkomen en ook niet waarnaar malafide individuen precies op zoek zijn. Dat is precies waarover het boek 1984 van George Orwell gaat. Het gaat over een man die een dagboek wil bijhouden over zijn persoonlijke leven, zijn relaties, zijn gedachten, zijn identiteit. Dat lijkt banaal maar uiteindelijk gaat dit over de essentiële vraag ‘wie ben ik’ en hoe wil ik mij verder ontwikkelen. Vrij zijn, kunnen vrij denken veronderstelt privacy. Als een staat inbreekt op uw privacy wordt ook uw identiteit aangetast. Soortgelijke zaken zijn nu aan de gang met bedrijven als Google en Facebook die beweren dat ze weten wat en hoe wij denken; dat komt neer op een grove inbreuk op onze pricacy. Temeer omdat die bedrijven ons steeds meer als producten behandelen: onze persoonlijke data zijn handelswaar geworden die in het nieuwe systeem van technologie en vrije markt schaamteloos wordt ingezet.”

Toch is privacy niet echt een hot item. Het wetsontwerp over de vingerafdrukken op onze identiteitskaarten passeerde zonder veel heisa door het parlement.

“Dat komt omdat deze maatregel gekaderd wordt in de strijd tegen terreur. Heel veel mensen zijn bereid om mee te gaan in een beleid waarvan gezegd wordt dat het de kans op aanslagen verkleint. Mensen zijn sociale en politieke wezens. Strikt rationeel kun je zeggen dat de kans op een dodelijk ongeluk door overlopend wild veel groter is dan de kans om te sterven bij een aanslag. Maar zo zitten wij niet in elkaar: de idee dat er mensen in onze eigen gemeenschap te kwader trouw zijn en zelfs bereid zijn om zich op een metrostel op te blazen, is zeer beangstigend. Dat heeft te maken met het feit dat wij al eeuwen groepswezens zijn die voor ons overleven en bestaan afhankelijk zijn van de gemeenschap. Als bepaalde leden van die gemeenschap zich tegen ons keren, ervaren we dat als een fundamenteel probleem. Als de overheid zich sterk maakt dat ze de gemeenschap met een bepaalde maatregel beter kan beschermen, is de kans groot dat er voor die maatregel een groot draagvlak zal zijn.”

De identiteitskaart met vingerafdrukken wordt vanaf april 2019 uitgerold. Sommige actievoerders roepen mensen op om massaal identiteitskaarten ‘te verliezen’ en voor april een nieuwe kaart zonder vingerafdrukken aan te vragen die dan tien jaar geldig zal zijn. Is dat een nuttige vorm van verzet?

“Wel, als mensen op die manier een politiek signaal willen geven, is dat natuurlijk hun volste recht. Maar op termijn is de evolutie niet tegen te houden. Het gaat om een Europese harmonisering waarover een politieke consensus bestaat. Sommigen beweren dat een linkse regering dit nooit aanvaard zou hebben: ik betwijfel dat. Ook linkse regeringen in Europa zijn deze maatregel aan het uitrollen. Nogmaals: ik wil daarmee niet zeggen dat dit een goede evolutie is. We moeten ons de vraag durven stellen wat al die overheden en bedrijven met onze privé-gegevens van plan zijn. Volgens mij zitten we op een hellend vlak.”

Maar zou je dan net niet van een overheid verwachten dat ze een dam opwerpt tegen de bedreigingen van onze privacy? Momenteel lijkt het tegendeel het geval: ook onze overheden zijn uit op onze privacy-gegevens.

“De overheid doet wel een aantal inspanningen. Facebook CEO Mark Zuckerberg werd in het Europees parlement gesommeerd en de Europese Unie probeert de macht van data-giganten in te tomen. Maar het is hoog spel: zowel tech-giganten als sommige machtige landen beschikken over krachtige technologie en zoveel data dat hun macht enorm is geworden. De kloof tussen diegenen die over data beschikken en zij die niet over data beschikken, neemt toe. Volgens mij is dit enkel op te lossen door bepaalde machtige bedrijven op te delen.”

Naar analogie met wat er begin de 20ste eeuw gebeurde met Standard Oil omdat het monopolie van dat bedrijf oppermachtig was.

“Inderdaad, data zijn de olie van de 21ste eeuw dus waarom niet overwegen om bedrijven als Google en Facebook op te splitsen. Als ik zie hoe Facebook voortdurend bedrijven als WhatsApp opslokt dan lijkt me dat toch problematisch. Dit heeft ook wel te maken met het feit dat we mensen als Zuckerberg verheerlijken en onvoldoende rekening houden met hun houding van move fast and break things. Het is niet omdat iemand op technologisch vlak geniaal is dat hij of zij doordrongen is van het belang van een democratie. De hoogmoed van mensen als Zuckerburg en wijlen Steve Jobs moet ons toch tot nadenken stemmen. Zolang we blindelings verslaafd blijven aan onze smartphones is onze privacy erg kwetsbaar.”

“Diversiteit mag geen ideologie zijn”, column DS, 29 juni 2017

“Diversiteit is vandaag een feit geworden. In een diverse en rechtvaardige samenleving kunnen heel verschillende mensen harmonieus samenleven. Maar diversiteit kan ook een ideologie worden. Ze wordt dan bejubeld omdat ze per definitie positief zou zijn. Jammer genoeg kan diversiteit als ideologie polarisering juist in de hand werken. Elk voordeel heeft zijn nadeel, zei een beroemde filosoof. Twee recente voorbeelden illustreren zijn gelijk: het opiniestuk ‘Bonje in Berkeley, maar het is niet de schuld van Trump’ (DS 24 juni) en het debat over Erdogans plan om de evolutietheorie in het onderwijs af te schaffen (DS 23 juni) .

Vooreerst is er feitelijke demografische diversiteit: de samenleving bestaat uit verschillende burgers qua etnische achtergrond, religieuze beleving, seksuele voorkeuren, leeftijd, geslacht en scholingsgraad. Idealiter wordt die demografische diversiteit weerspiegeld op de werkvloer, in scholen, in het politieke of openbare leven. Het is rechtvaardig om die diversiteit te verdedigen, en jammer genoeg loopt het daar soms mis.

Maar dan is er een ideologische oproep tot diversiteit, en die leidt tot een onoverbrugbare wij-zijtegenstelling. In zijn opiniebijdrage over conflicten tussen studenten aan Berkeley vermeldt Jeroen Dewulf ‘de eis voor respect op de eigen visie en het beleven van de eigen identiteit die zo extreem wordt geformuleerd dat al het andere als belemmerend en beledigend wordt ervaren’. Studenten gaan met elkaar op de vuist, omdat ze elkaars controversiële sprekers niet verdragen. Eerder waren er al conflicten rond ‘safe spaces ‘op campussen. Studenten van minderheidsgroepen eisten vanuit hun specifieke etnische, seksuele of religieuze identiteit het recht om veilige plekken te hebben, waar ze zich niet aan de meerderheid hoefden aan te passen. Dit gaat dus niet over diversiteit binnen een inclusieve samenleving of gemeenschap, maar over groepen die radicaal tegenover elkaar staan.

Die polarisering is niet de schuld van Donald Trump en zijn opruiende taal. Deze kwalijke evolutie hebben progressieven ­helemaal aan zichzelf te danken. Vlak na Trumps verkiezing schreef de liberale filosoof Mark Lilla: ‘De fixatie op diversiteit in onze scholen en in de pers heeft een generatie van liberalen en progressieven geproduceerd die narcistisch onwetend zijn over de toestanden buiten hun zelfbepaalde groepen, en onverschillig voor de nood om Amerikanen te bereiken in alle groepen.’ De radicale beleving van diverse identiteiten bevestigt groepen in hun morele superioriteit en verhindert dat ze zich solidair voelen met wie niet tot hun groep behoort.
Langzaamaan knaagt dit fenomeen ook aan het vrije onderzoek: wetenschappelijke debatten dreigen aan het diversiteitsideaal te worden opgeofferd. Tot een veilige plek aan de universiteit behoort het recht op veilige boeken, cursussen en gesprekken. Er ontstaat een recht op gefilterde en selectieve ideeën, die niemand tegen de borst stuiten. Het is een alarmerende ontwikkeling aan instellingen, waar de scherpste geesten elkaar zouden moeten versterken.

Diversiteit als ideologie is dus nefast voor het vrije denken. Neem nu het debat rond Erdogans plan om de evolutietheorie uit de lessen van het middelbare onderwijs te schrappen. Ook bij Vlamingen van diverse roots vindt die maatregel heel wat bijval, schreef Fouad Gandoul in De Morgen . Wie de evolutietheorie aanvaardt, wordt terechtgewezen omdat hij de basisbeginselen van de islam zou verloochenen.

Charles Darwins publicaties ontlokten ook in zijn tijd stormen van protest. Maar ondertussen mag het duidelijk zijn – over alle politieke of religieuze verschillen heen – dat de wetenschappelijkheid van een theorie niet afhangt van de vraag of ze overeenstemt met iemands geloof of identiteit.

Nog een andere kwestie wordt het, wanneer diversiteit wordt ingeroepen om zo’n verzet te rechtvaardigen. De logica lijkt erg op die van studenten die ‘safe spaces’ eisen: een meerderheidsdiscours verdedigt de evolutietheorie, maar minderheden hebben hun rechten. Lang leve de diversiteit, waar ieder zijn waarheid of wetenschappelijkheid mag kiezen, afhankelijk van waar ieder zich comfortabel bij voelt.

In de Verenigde Staten bestaat er evengoed fel protest tegen de evolutietheorie in het onderwijs. Die tegenkanting komt uit dezelfde hoek: die van reactionaire religieuze bewegingen, die het liefst de moderniteit, met haar ideeën van zelfbeschikking en kritisch denken, zouden afschaffen. Die opvatting heeft dus duidelijk niets met de rechtvaardige strijd voor diversiteit en tegen achterstelling te maken.”

Deze column verscheen in De Standaard op donderdag 29 juni 2017.

Een bonte week…

denkenindespiegel_websiteOp donderdag 8 december nam ik deel aan een boeiend debat in het Turks cultureel centrum ‘Viltur’ te Vilvoorde rond ‘Multiculturaliteit, zeken of vloek, of geen van beide?’, onder leiding van Julien Libbrecht.

De aanleiding voor de lezing was de biografie van Hubert Dethier – geschreven door Julien Libbrecht – ‘Denken in de Spiegel‘ (ASP).  Rond het boek is een cyclus van lezingen gepland.

De andere deelnemers waren Bart Libbrecht en Othman El Hammouchi (Atheneum Vilvoorde). Othman is de laureaat van de Belgische Filosofie Olympiade. Na een eerste vragenronde, ontstond er een geanimeerde discussie met de zaal.

15541224_1160801923969033_7027609237111022635_nOp zaterdag 10 december zat ik in een panel rond de toekomst van Europa, samen met Hendrik Vos, Kim Putters (Nederlands SCP) en Matthias Storme, onder leiding van Guy Tegenbos.

Het thema heette ‘Toekomstverkenningen“, over Europa 2030.

Als panel bespraken we twee lezingen, gegeven door de twee houders van de universitaire leerstoel ‘Europese Waarden: discoursen en perspectieven”: Luuk Van Middelaar (UCL) auteur van het bekroonde ‘De Passage naar Europa‘, en van het wat provocerende ‘Politicide‘ en Noel Clycq (UA), over Europese waarden. Gouverneur Cathy Berx, Jan De Groof en Richard Celis namen tot slot het woord.

De toekomst van het Europa, de Europese waarden, de Brexit, de verkiezingen van Trump,  de winnaars en verliezers van het EU-beleid, en de minnaars en sceptici kwamen aan bod… De thema’s zullen ongetwijfeld terugkomen in mijn teksten.
En op zondag 11 december ging ik in gesprek met Darya Safai, Iraans-Belgische voorvechter van vrouwenrechten, met André Gantman (N-VA) als moderator.  We zaten in het gezellige café Mombasa te Borgerhout.

Darya is auteur van ‘Lopen tegen de Wind‘, over haar strijd tegen het Iraanse islamitische regime. Ze is een gedreven activiste, die tijdens de Olypische Spelen in Rio internationale persaandacht kreeg met de spandoekactie ‘Let Iranian Women enter their Stadiums’.

“De buitenstaander en zijn identiteit”, DS, 5 dec. 2016

Unknown 08.33.05“Theorieën over identiteit zijn betrekkelijk nieuw. Voor de Tweede Wereldoorlog sprak bijna niemand er over. De zwarte, Amerikaanse socioloog W.E.B Du Bois arriveerde in 1892 in Berlijn om zijn studies verder te zetten. Later vertelde hij tijdens die periode aangenaam verrast te zijn: hij voelde zich in Berlijn door de anderen als een gelijke behandeld. Ze leken tegenover hem geen punt te maken van godsdienst, gender, seksuele voorkeur of ras. Du Bois was dan ook sterk geboeid door hun idealen van broederlijkheid en zelfontplooiing.

Vandaag is de lijst met identiteitslabels behoorlijk lang, en mogelijk eindeloos. Maar is dat ook een goede zaak? Volgens de Brits-Ghanese filosoof Appiah hangt dat er van af. Het identiteitsdenken werkt soms te goed: de wereld valt uit elkaar in deeltjes en groepjes die amper met elkaar in gesprek gaan, laat staan dat ze een samenleving vormen.

nelleke-en-appiah

Juryvoorzitter Nelleke Noordervliet geeft het boek aan de laureaat.

Appiah beschouwt zich als kosmopoliet. En doorgaans willen kosmopolieten elke identiteit weg, ze zijn alleen geïnteresseerd in een universeel burgerschap. Bij Appiah ligt het complexer: hij wil een kosmopolitisme dat de mens centraal stelt en ook rekening houdt met identiteitsgevoelens.

‘Ik ben een mens en niets menselijks is mij vreemd’, schreef Terentius, een slaaf uit Romeins Afrika, een Latijnse vertaler van Griekse komedies en een schrijver uit klassiek Europa. Zijn meertaligheid, origine en dialogerende openheid voedden zijn milde inzicht. Dat gelaagd gesprek moeten we vandaag verder zetten. Appiah gruwelt van een universalisme dat geen verschil meer onderkent en van een cultuur-of waardenrelativisme dat het gesprek van de mensheid met zichzelf bij voorbaat opgeeft.

unknown

Joe Appiah en Enid Cripps

Deze genuanceerde boodschap gaf Kwame Anthony Appiah toen hij de Internationale Spinozalensprijs ontving, vorige week in Amsterdam, op 24 november, de verjaardag van Spinoza (1632-1677). Tegelijkertijd verschijnt zijn boek ‘De erecode. Hoe morele revoluties plaatsvinden’. Grote morele veranderingen – de afschaffing van het duel, van de slavernij en Chinese gewoonte vrouwenvoeten in te binden – , legt Appiah uit, vonden niet plaats omdat de tegenstanders van die praktijken betere argumenten hadden, maar omdat het behoud ervan door de leden van de samenleving als oneervol werd ervaren. Een voorbeeld: onder edellieden bestond het duel lange tijd, omdat het als eervol werd beschouwd, hoewel de praktijk onwettelijk werd. Maar toen zowat iedereen aan het duelleren ging, vond de ‘echte’ aristocratie het niet meer eervol. En dat was het einde van die praktijk. De Chinezen en de Britten gaven hun mensonterende praktijken op toen ze begrepen dat andere naties hen omwille van die praktijken als oneervolle lieden beschouwden. Het is een contra-intuïtief, uitermate intelligent boek van een bijzonder elegant filosoof die geëngageerd is en het beste wil voor iedereen.

Continue Reading ›

Kritische reactie op mijn stuk in DM – Erik Spinoy, in DM, 28 juni


“Het zou dom zijn om niet van het succesverhaal van N-VA te leren”

OPINIE − 28/06/14, 08u00
“Erik Spinoy is hoogleraar letterkunde en culturele theorie aan de Universiteit van Luik en schrijver. Passie, creativiteit, enig charisma, een vleug populisme zelfs strekken tot aanbeveling voor links, schrijft hij.

Waarom zou je geen ‘collectieve identiteit’, geen ‘constructief gemeenschapsgevoel’ tot stand kunnen brengen rond prangende sociale kwesties?
Wat is anno 2014 het probleem van links? Net als vele andere welmenende progressieven stelt ook Tinneke Beeckman deze vraag, onder meer naar aanleiding van het eclatante verkiezingssucces van de Vlaams-nationalisten. Continue Reading ›

‘De Winston Smith in elk van ons’ – Column DS – 3 feb. 2014

Unknown-1“De NSA treft een burger dicht bij huis: de computer van de Belgische expert Jean-Jacques Quisquaeter werd gehackt. Snowden krijgt gelijk. De NSA bespioneert niet alleen verdachten van terrorisme, maar ook mensen die niets onwettigs doen.

Snowden voorspelt nog ander onheil: ‘een kind dat vandaag geboren wordt, groeit op zonder de notie wat privacy is, het zal nooit weten wat het betekent om een privémoment te hebben, een gedachte die niet is opgenomen en geanalyseerd. Dat is een probleem. Want privacy is belangrijk. Privacy stelt ons in staat te bepalen wie je bent en wie je wilt zijn.’

Unknown-1Privacy, identiteit en kindertijd staan centraal in George Orwells 1984. De protagonist Winston Smith leidt een futloos en kleurloos leven, bepaald door het alziend oog van Big Brother. Winston wil een dagboek bijhouden met zijn herinneringen, zijn verlangens, zijn reflecties. Officieel is dit niet illegaal, maar toch tekent hij zijn doodvonnis. Privacy is namelijk verboden in de totalitaire staat. Continue Reading ›

Nieuwe oorlogen en Mary Kaldor

UnknownToen ik twee jaar geleden in London was, kwam ik in contact met het werk van Mary Kaldor. Ze is ‘director global governance’ aan de London School of Economics. Ze geeft fantastisch boeiende lezingen. Ze schreef onder meer ‘New and Old Wars: Organizes violence in a Global Era’ bij Cambridge: Polity Press, 2006. Het gaat over de wijze waarop hedendaagse conflicten verschillen van oorlogen die wij in het Westen hebben gekend.

Mijn column in De Standaard vandaag gaat er over: nieuwe oorlogen. Continue Reading ›