“De Vlaming betaalt voor zijn eigen desinformatie”, interview samen met Katleen Gabriëls in De Morgen, 11 juni 2021

Interview door Jorn Lelong, Beeld door Wouter Maeckelberghe, verschenen in De Morgen, op 11 juni 2021.

‘Volgens de nieuwe documentaire Future Shockedhebben nogal wat mensen in deze overgevoelige woke-tijden moeite met de snelle maatschappelijke veranderingen. Moraalfilosofen Tinneke Beeckman en Katleen Gabriels verschaffen inzicht. ‘Van het ene spectaculaire schandaal naar het andere hobbelen, werkt niet.’

Zijn leven lang had regisseur Johan Van Schaeren kampvuur geassocieerd met vrijheid, natuur, rust, gezelligheid en sfeer. Tot op een zomeravond een vriend hem erover aansprak: “Je weet dat zoiets toch echt niet meer kan?” We weten allemaal waarom: het fijnstof dat erbij vrijkomt, beschadigt de planeet. Toch voelde Van Schaeren een diepe weerstand. Het leidde tot een maandenlange zoektocht naar maatschappelijke verandering en de ongemakkelijkheid die ermee gepaard gaat.

De documentaire Future Shocked, het resultaat van die zoektocht, laat zien hoe die snelle maatschappelijke verandering ons vandaag van hetze naar hetze drijft. Het hoofddoekendebat dat terug van weggeweest is, de verhitte discussie over rechts-extremisme en de Voorpost-veroordeling: de afgelopen weken leken haast een uitgekiende marketingcampagne voor de film, die morgen uitkomt. Een gedroomde speeltuin ook voor moraalfilosofen Tinneke Beeckman en Katleen Gabriels, twee van de zes experts die de kijker door de documentaire loodsen.

Toont de veroordeling van enkele Voorpost-leden dat de vrijheid van meningsuiting in ons land in gevaar komt?

Tinneke Beeckman: “Je kunt voor meningen vervolgd worden als die kwaadwillig, doelbewust racistisch of xenofoob zijn. Dat is hier niet het geval, voor zover ik kan zien. Maar ik denk daarnaast dat de juridisering van dat soort maatschappelijke conflicten grote beperkingen heeft.”

Katleen Gabriels: “Door zo’n uiting te juridiseren, ga je het debat uit de weg. Je kijkt dan niet meer naar wat iemand daarmee precies wil zeggen, en eigenlijk raakt het thema daardoor alleen maar meer gepolariseerd. Tegelijk denk ik dat een meer fundamenteel debat over wat we bedoelen met vrijheid van meningsuiting niet slecht zou zijn. Die vrijheid werd in het leven geroepen om burgers te beschermen tegen de staat. Maar vandaag wordt er te pas en te onpas mee geschermd. Vrijheid van meningsuiting is geen exacte wetenschap, daar zijn altijd al grenzen aan gesteld.”

Moeten we het voorstel om haatspraak te verbieden zien als een stuiptrekking om het politieke klimaat dat giftig geworden is te herstellen en minderheden te beschermen?

Beeckman: “Er moeten regels zijn om minderheden te beschermen, maar het is iets anders als je de vrijheid van meningsuiting gaat beperken. Mensen veranderen daardoor ook niet van gedacht. Zoals Katleen aanhaalt, is die wet er net om contestatie van de macht mogelijk te maken. Veel sociale en politieke bewegingen in onze geschiedenis konden zich ontwikkelen net omdat er zo’n vrijheid was. Dat uitgerekend de liberalen aan die vrijheid willen morrelen, is pijnlijk.”

We zijn in het algemeen gevoeliger geworden voor het kwetsen van anderen. In de documentaire zegt u dat dat bij jongeren nog sterker speelt. Waarom?

Beeckman: “Vandaag wordt er veel verwacht van het ‘zelf’: jij bent verantwoordelijk voor je eigen lot en positie. Kleding bijvoorbeeld is voor jongeren een manier om zich te uiten. De waarden van de kledingmerken die ze dragen moeten overeenstemmen met hun eigen waarden. En daarin willen jongeren niet belemmerd worden. Door die nadruk op expressie zijn ze gevoelig voor het discours rond kwetsen en beledigen.

“Dat hangt deels samen met het fenomeen van ‘helikopterouders’. Mensen hebben minder kinderen dan vroeger en alle aandacht gaat naar de ontwikkeling van dat kind. Het kind moet zijn ‘zelf’ helemaal kunnen ontplooien. Veel jongeren leiden zo een leven waarin hun ouders bij alles inspringen en alle obstakels proberen weg te nemen.”

Gabriels: “Ik merk het ook aan de universiteit. Als we opendeurdagen hebben, komen ouders zelfs mee de hoorcolleges volgen. Ik kan me moeilijk voorstellen dat mijn ouders dat gedaan zouden hebben. (lacht) Je kunt kanttekeningen maken bij dat intensieve ouderschap: studies uit de Verenigde Staten tonen aan dat kinderen die zo opgevoed werden, aan de universiteit minder zelfstandig denken omdat ze niet geleerd hebben om zonder hun ouders te kunnen.”

Beeckman: “Daardoor krijg je mensen die een fragieler zelfbeeld hebben en zich bewuster zijn van andermans kwetsbaarheid. Als vrijheid zelfexpressie is, moet de buitenwereld die fragiele oefening aanvaarden en ondersteunen, vinden deze jongeren. Je kunt hen dat niet verwijten. Het zijn omstandigheden die zij niet gecreëerd hebben.”

Wanneer wordt die gevoeligheid overgevoeligheid?

Gabriels: “De context is belangrijk. Je kunt niet de hele woke-beweging op één hoop gooien. Wat betreft het zwartepietendebat, dat in Nederland erg leeft, vind ik bijvoorbeeld dat je een roetpiet prima aan kinderen kunt uitleggen en dat het sinterklaasfeest daarmee dus helemaal niet verdwijnt. Ik zie er ook de gevoeligheid van in als zwarte kinderen bijvoorbeeld voor zwarte piet worden uitgemaakt. Het woordje ‘freshman’ (algemene aanduiding voor eerstejaars, ook als ze vrouw zijn, JL) zal bijvoorbeeld ook verdwijnen. Dat is nu eenmaal een gedateerde term en er kwamen aan de universiteit van Maastricht opmerkingen over, zonder dat dat echt met activisme gepaard ging.”

Beeckman: “Vaak is er, zoals bij ‘freshman’, al een natuurlijke taalevolutie. Dan is het niet nodig om telkens te steigeren. Ik denk zelfs dat activisme de natuurlijke gang van zaken soms hindert, omdat het polariseert. Als mijn driejarige dochter bijvoorbeeld naar sprookjes als Sneeuwwitje kijkt, heb ik zelf bedenkingen bij het verhaal van een passief meisje dat tot leven wordt gekust door een prins. Dus grijp ik graag naar andere vertellingen, fabels of nieuwe verhalen, die rijk en fantasievol zijn. Als Sneeuwwitje op een natuurlijke manier op de achtergrond verdwijnt, is dat niet het einde van de westerse samenleving.”

Vormt woke-activisme een bedreiging van de vrijheid van meningsuiting?

Gabriels: “De slinger slaat inderdaad soms door nu. Zo is in de context van QAnon (beweging van extreemrechtse complottheoretici, JL) ineens de Facebookpagina van de satirische site De Raaskalderij offline gehaald door één foto van de Ku Klux Klan. Daar zie je de macht van big tech, die met een druk op de knop zomaar iets offline kan halen. Of neem die aflevering van Fawlty Towers die verwijderd werd vanwege raciale stereotiepen, terwijl die net dingen aan de kaak stelt. Dat is het gevaar, dat je dingen gaat verwijderen alsof ze nooit gebeurd zijn.”

Is de stem van woke-activisten niet nodig om het algemene bewustzijn over bijvoorbeeld gender vooruit te stuwen?

Gabriels: “Het gaat ook om de manier waarop. Het probleem is dat het woke-idee een soort morele zuiverheid van mensen verwacht die gewoon niet des mensen is. Iedereen maakt nu eenmaal fouten. Ik kan me ook voorstellen dat veel mensen zich verliezen in het hele genderdebat. Voor veel mensen blijft het moeilijk om zich iets voor te stellen bij bigender, trigender of genderfluïde, dat verander je niet in één nacht. Kijk hoe J.K. Rowling is aangepakt voor een tweet die we tot een aantal jaren geleden misschien heel normaal hadden gevonden. Ik herinner me dat er sterk gemikt werd op haar statuut als witte, rijke vrouw, waardoor het meer een machtskwestie werd.”

In welke mate dragen sociale media bij tot die polarisatie?

Beeckman: “Die hebben zeker veel veranderd. Het verdienmodel van al die platformen bestaat erin de aandacht van de gebruiker vast te houden. Dat lukt bij emotionele boodschappen. Het is dus gewoon kapitalisme: die platformen hebben er baat bij om verontwaardiging en tegenstellingen te versterken. Elke zachte, redelijke impuls wordt uitgeschakeld. Het zou bijna een mirakel zijn als mensen dan uiteindelijk niet fel tegenover elkaar zouden staan.”

Gabriels: “Hoe die platformen zijn opgebouwd, bepaalt hoe mensen zich gedragen. Je ziet nu wel dat er meer en meer spijtoptanten opduiken, zoals Chris Wetherell. Hij is de IT’er die de retweetknop op Twitter bedacht en heeft daar nu grote spijt van. Die retweetknop was bedoeld om de stem van minderheden te versterken, maar bleek al snel net zo goed te leiden tot heksenjachten en polarisering. ‘Het is alsof je een vierjarige een geladen geweer geeft’, zei hij daarover.”

Worden sociale media de jongste tijd niet te vaak als boosdoener weggezet? Heel wat bewegingen, zoals MeToo, waren er zonder sociale media niet gekomen.

Beeckman: “Zeker, ze kunnen goed en slecht gebruikt worden. Negatief vind ik ook dat schandalen de persoonlijke verantwoordelijkheid verbergen. Neem de verontwaardiging over het verkrachte meisje dat zelfmoord pleegde: meteen volgden haat en doodsbedreigingen naar de daders toe. Maar als je van specialisten hoort hoeveel duizenden jongeren in groepen zitten waar beelden van misbruikte meisjes gedeeld worden en privé-informatie rondgaat om hen te intimideren, besef je dat heel veel mensen met die praktijken in contact komen. Ze steken de kop in het zand of doen eraan mee. Tot er een schandaal ontstaat en iedereen voluit tekeer kan gaan op sociale media. Meningen verkondigen en integer moreel handelen zijn twee verschillende dingen.

“Het is ook niet voldoende dat er schandalen uitbreken, zoals bij MeToo. Er moeten institutionele veranderingen op volgen. Anders hobbel je van het ene spectaculaire schandaal naar het andere. En dus: als sociale media helpen politici die de rechtsstaat ondergraven verkiezingen te winnen, is er een ernstig probleem. Want dan volgt die institutionele verandering niet.”

Gabriels: “In de literatuur wordt dat een ‘algocratie’ genoemd. Iedereen ziet 2016 op dat vlak als een kanteljaar, maar ook studies die van daarvoor dateren tonen bijvoorbeeld al aan dat mensen vaker stemmen voor kandidaten die bovenaan in de zoekresultaten prijken. Hetzelfde zie je met Google Shopping: mensen kopen wat goed verkoopt. Ze denken steevast dat ze een autonome, goed geïnformeerde keuze maken, maar in feite worden we dus erg beïnvloed door wat bovenaan verschijnt.

“De politiek gaat daar trouwens gretig in mee. Kijk hoe politieke partijen gefinancierd zijn en hoeveel geld naar campagnes op sociale media gaat. Er zijn heel wat campagnes geweest, bijvoorbeeld rond het Marrakech-pact, die gewoon niet klopten. In feite betaalt de Vlaming dan voor zijn eigen desinformatie.”

Waar vinden we antwoorden voor die problematiek? Kan de filosofie ons helpen?

Beeckman: “Je vindt altijd antwoorden in de filosofie! (lacht) Ik put vaak uit wijsheid van het verleden. Van auteurs die schreven in tijden van conflicten, religieuze vervolgingen of hopeloze rampen, dat is nog wat anders dan dat wij meemaken. Daaruit leer je dat omgaan met snelle veranderingen nu eenmaal deel uitmaakt van het leven, zoals nog maar eens gebleken is met de pandemie. Maar ik zie ook een deel van de antwoorden in technologie. De werking van online trollen moet worden aangepakt en de platformen moeten worden aangesproken op hun verdienmodel. Anders wordt verbetering heel moeilijk.”

Gabriels: “In de filosofie vind je rust en diepgang, ook om standpunten te lezen waar je het misschien niet mee eens bent. Alles wat je mist op sociale media. Wellicht zie je net door ons chaotisch klimaat vandaag een revival van bijvoorbeeld de stoïcijnen. Zij kunnen ons iets zeggen over hoe je moet omgaan met emoties, dat je geen tijd moet verspillen aan dingen waar je geen vat op hebt. Ik heb recent veel vrienden aan de stoïcijnen gekregen.” (lacht).

“In crisistijd ligt ontsporing van de macht op de loer”, interview voor Brainwash – Human, 8 april 2021

Kimberly Van den Hengel interviewde me over mijn boek, Machiavelli’s Lef, en de relevantie ervan vandaag. Dit interview verscheen op de website van Brainwash-Human.

De journaliste vroeg me ook welk boek we vandaag moeten lezen, en ik gaf ‘Het rechtvaardigheidsgevoel’ van Jonathan Haidt op, en ik leg uit waarom. Van dat boek valt ook een exemplaar te winnen (zie beneden).

“We bevinden ons in een wereld in crisis, te midden van overheden die hun macht op uitzonderlijke wijze uitbreiden. Dan is het van belang om te weten hoe macht werkt en hoe haar te begrenzen. We spreken filosoof Tinneke Beeckman over macht en tegenmacht, vrijheid en burgerlijke ongehoorzaamheid, en verdeeldheid in de samenleving.

We bevinden ons inmiddels al meer dan een jaar in een wereldwijde crisis. En de uitvoerende macht wordt sterk uitgebreid, volgens filosoof Tinneke Beeckman. Maar met weinig controle door het parlement. “Dat is in Nederland het geval, en in België en andere landen ook,” zegt Beeckman. “Ten tijde van een crisis wordt het bijna als deloyaal gezien om beslissingen ter discussie te stellen.

“Je zag dat goed na 9/11, waarbij de noodtoestand leidde tot beperking van burgerlijke vrijheden en meer controle van de overheid op het leven van burgers. Als je daar een vraag over stelt, ben jij geen patriot. Dat hoor je vandaag ook. Bij iedere kritische vraag wordt gezegd dat die de gezondheid en de samenleving ondermijnt.

“Het delicate is dat het inderdaad zo is dat mensen in tijden van nood moeten samenwerken. Maar politici mogen daar geen misbruik van maken. Je moet altijd alert en kritisch genoeg blijven op de ontsporing van de macht, zonder dat je daarmee de burgerzin aantast.”

Waarin schuilt precies het gevaar van de macht?

“Het is gevaarlijk als elites lang aan de macht blijven. Elites zijn mensen die de macht hebben om hun eigen positie te blijven versterken: mensen die financieel veel slagkracht hebben, die militaire of juridische macht hebben, en alle traditionele instellingen. Als zij ongecontesteerd hun ding kunnen doen, sluipen er vormen van corruptie en wanbeleid in. Dat is eigen aan de menselijke natuur. Daarom is tegenmacht belangrijk. Die moet je voldoende ruimte geven om de corrigerende werking door te voeren.”

U schreef het boek Machiavelli’s lef, waarin u de Italiaanse denker Machiavelli omschrijft als ‘denker bij uitstek in crisis’. Wat ziet u als u door zijn lens naar deze crisis kijkt?

“Toen ik jong was in de jaren negentig, was het idee dat de liberale democratie de wereld zou veroveren en dat democratische waarden zich vanzelfsprekend zouden kunnen verspreiden. Als je alle voorwaarden voor welvaart en vrede installeert, zal daar als vanzelf het goede uit voortkomen. Maar na die periode volgden twee decennia waarin zich crises voordeden die we nooit hadden voorspeld.

De enorme bankencrisis, de vluchtelingencrisis en de eurocrisis lijken haaks te staan op het idee dat er een rustige continuïteit in de geschiedenis is. Machiavelli leefde zelf in een tijd van crisis in de Renaissance, met enorm wisselende en onvoorspelbare evenementen. Zijn les is dat fortuna, het lot, de wereld regeert, en dat die wereld dus verandert. De wet van de politiek is verandering, veel meer dan wij beseffen. Dat betekent dat niets verworven is. Onze vrijheid en welvaart zijn niet vanzelfsprekend.

Machiavelli spreekt ook over noodzaak, wat volgens hem het beste in de mens naar boven brengt. Noodzaak is dat je gedwongen wordt om te handelen, dat je niet de vrijheid van veel opties hebt, noch de tijd om daar rustig over na te denken. Nee, je moét iets doen. Machiavelli zegt: noodzaak is eigenlijk een gelegenheid. Om wetten die je wilde veranderen te hervormen, instellingen opnieuw te ontdekken, en alle problemen die zijn ontstaan door het verloop van de tijd te corrigeren. De coronacrisis biedt daar mogelijkheid toe.”

Kan het argument van noodzaak ook misbruikt worden om belangen door te drukken?

“De noodzaak is een gelegenheid om te handelen, maar ook een retorisch politiek argument. Machiavelli analyseert dat, en dat komt hem vaak op het verwijt van machtshonger en manipulatie te staan. Maar in feite laat hij zien hoe macht werkt.

De manier waarop politici noodzaak inroepen kan soms terecht zijn, want je moet iets doen in tijden van crisis. Het probleem is dat politici geneigd zijn om de pluraliteit van de beschikbare opties te negeren, en één beslissing op te leggen. Ze roepen een uitzonderingstoestand uit, waarbij ze doen alsof hun optie de enig mogelijke optie is. Er wordt gedaan alsof er maar één weg voorwaarts is. Dat klopt nooit helemaal, en dat moeten burgers beseffen.”

Zijn de maatregelen bedoeld om ons te beschermen of ook om politici voor kritiek te behoeden?

“De maatregelen zijn bedoeld om burgers en de gezondheidszorg te beschermen. Dat beleid wordt gesteund door doktoren en virologen, dus het is niet zo dat de macht deze situatie volledig manipuleert. Maar je moet wel waakzaam zijn bij de maatregelen, en je afvragen wat de intentie is, en of de verleiding er niet insluipt om er ook andere problemen waar de macht zich voor gesteld ziet mee op te lossen.

In Vlaanderen zei een burgemeester dat de avondklok handig was, omdat we dan ’s avonds geen last meer hebben van criminaliteit en hangjongeren. Dat is duidelijk een ontsporing. Je moet goed nagaan of de middelen doeltreffend zijn, en of ze niet een excuus zijn om onder het mom van de gezondheid een ander probleem aan te pakken.”

Treedt de macht in Nederland buiten de perken?

“Wat opvalt is wat er nu gebeurt met een demissionair premier en een team van verkenners. Daar wordt gesproken over Pieter Omtzigt, die de uitvoerende macht sterk gecontesteerd heeft, zoals bij de toeslagenaffaire. Hij is alert op wanneer mensen die macht hebben blind worden voor de negatieve effecten van macht. Dat is precies wat je nodig hebt: dat iemand de macht erop wijst waar hij moet bijsturen om te voorkomen dat het misgaat.

Volgens Machiavelli hebben machthebbers de neiging hun positie te bestendigen en beperkingen te negeren. En er is altijd het gevaar van slapende corruptie, wat heel klein kan beginnen. Hier en daar handel je niet helemaal correct, of sta je toe dat er vriendendiensten zijn. Dat lijkt niet schadelijk, maar Machiavelli is heel duidelijk: vanaf het begin dat iemand de wet overtreedt en er mogelijk misbruik van personen of vertrouwen plaatsvindt, moet je meteen optreden. Dat mag je niet laten woekeren, want dat kan snel ontsporen.

Dan krijg je een verval van de zeden, waarbij iedereen zegt: ‘Het doet er toch niet zoveel toe of ik mijn belastingformulier volledig correct invul, of ik een beetje publieke middelen gebruik − iedereen doet het.’ Als je eenmaal in die mentaliteit terechtkomt, is dat is heel moeilijk recht te trekken. Dus je moet heel kort op de bal spelen, bij alles wat misloopt.

Mij lijkt Omtzigt iemand die dat doet. Wat zien we? De uitvoerende macht, en degene die dat ambiëren voor de volgende regering, proberen dat zoveel mogelijk uit te schakelen. Dan is het belangrijk dat er voldoende krachten zijn die zich daartegen verzetten, zowel in de Tweede Kamer en in de media, als burgers die daartegen protesteren. Dat het niet toegelaten is om te manipuleren, iemand uit te schakelen en daarover te liegen. Dat is gevaarlijk.”

“Dit is volgens mij een belangrijk moment: de vraag of je iemand erop aanspreekt dat hij staat te liegen, met het excuus dat hij het zich niet herinnert. Dat is een klassieke verdediging, maar daarna moet je ook de volgende vraag stellen: als je werkelijk zo’n slecht geheugen hebt, ben je dan wel geschikt voor de post van minister-president?

Als mensen te lang aan de macht zijn – en dat is eigen aan de macht – nemen slechte gewoontes zoals nonchalance en verleiding voor corruptie toe. Daarom is het ongezond als mensen te lang aan de macht zijn. Machtswissels zijn noodzakelijk om mensen met andere inzichten, talenten en ervaringen aan bod te laten.”

Een steeds luider klinkend verwijt aan het adres van de macht, is dat de vrijheid van burgers te sterk wordt ingeperkt. Is dat terecht?

“Enerzijds heb je als burger ook een plicht ten aanzien van de samenleving, dat is Machiavelli’s republikeinse idee. Het gaat niet alleen om het individu dat zich alles mag permitteren wat het wil, en dat de staat geen autoriteit zou hebben om daar paal en perk aan te stellen als het nodig is. Soms kan het kan zijn dat een samenleving als gemeenschap dingen aan jou als individu vraagt waar je geen zin in hebt. Ik heb als individu zin om naar het café te gaan, maar als burger kan ik dat niet maken, omdat ik in een pandemie een gevaar kan vormen voor andere burgers.

Voor Machiavelli is het geen beperking van je vrijheid als je voor je medeburgers of gemeenschap iets moet doen. Dat is eigen aan de republikeinse vrijheid, die sterk verschilt van de individualistische vrijheid. Ik denk dat we in deze zeer individualistische tijd niet helemaal de juiste houding hebben om zoiets als een pandemie door te maken.

Vrijheid betekent voor ons: ik heb als individu bepaalde verlangens, en zolang ik daar niemand mee schaad, moet ik kunnen doen wat ik wil. Niemand mag mij in de weg staan. Bedrijven zien dat ook zo. Individuele rechten zijn inderdaad belangrijk en hebben de levens van velen geëmancipeerd. Alleen moet je in een crisis, als er noodzaak is, wel van perspectief kunnen veranderen. Niet elke maatregel is dan een ongeoorloofde aantasting van je individuele rechten.”

Kijktip Het Filosofisch Kwintet: VrijheidOp straat en in de politiek wordt het begrip vrijheid te pas en te onpas gebruikt. Maar wat is vrijheid precies? Hoe is het begrip in de loop der jaren veranderd, en kunnen we eigenlijk wel met vrijheid omgaan?

Ontbreekt het bij het inperken van vrijheden aan democratische besluitvorming?

“Het uitroepen van de noodtoestand beperkt het normale functioneren van een democratie. In België zie je de uitwassen daarvan op dit moment meer dan in Nederland: er is na een jaar nog altijd geen pandemiewet. Dus de regering houdt de uitzonderingstoestand vast van een acute crisis, al een heel jaar lang. Ministers voeren besluiten uit als de avondklok en negeren het parlement totaal. Dat is onaanvaardbaar. Daar heb je geen directe controle meer van de gekozenen van het volk op wat er met de macht gebeurt.

Dit schept gevaarlijk precedent. Dat is wat dictators als Pinochet en Erdogan voortdurend doen. Zij roepen een noodtoestand uit en zeggen dat hun beleid noodzakelijk is voor de veiligheid en stabiliteit, of dat het om chaos te verhinderen niet meer is toegestaan om je te verenigen op straat. Dat komt ze goed uit; dan hebben ze ook geen last meer van betogingen tegen hun macht.

Dus het is heel belangrijk dat zelfs in een periode van crisis de instellingen nog kunnen functioneren. In België kan ik met zekerheid zeggen dat dit niet meer het geval is, en dat vind ik een zeer verontrustende ontwikkeling. En als politici daarop worden aangesproken, dan zeggen zij: ‘Ga eens praten over basisrechten of vrijheid met iemand die in het ziekenhuis ligt.’ Dat is populistisch, want daar gaat het niet om.”

Zijn beperkende maatregelen nog terug te draaien als ze er eenmaal zijn?

“Er zijn geen draaiboeken voor. Dat die er niet waren toen het in maart 2020 begon, dat is nog tot daaraantoe, maar we zijn inmiddels een jaar verder. Je ziet dat politici geen langetermijnvisie hebben, maar van week tot week kijken, zonder dat ze zich bewust lijken hoe dat politieke principes aantast. Dat is een lastig probleem. Want je weet nooit wie er in de toekomst verkozen zal worden, en wat diegene met de uitbreiding van de macht zal doen.”

Maakt dat burgerlijke ongehoorzaamheid nodig?

“Burgers zouden veel directer hun eigen politici kunnen aanspreken om hen te motiveren toch iets te doen. Door de pandemie mag je niet samenkomen in sociale groepen. Maar voor politieke actie is het juist belangrijk dat je met medeburgers praat en overlegt. Vandaar dat elke totalitaire macht als eerste burgers isoleert. Als je daarin slaagt, is het organiseren van verzet heel moeilijk.

Natuurlijk hangen de beperkingen om zich te verenigen nu samen met de pandemie: de overheid hanteert geen bewuste strategie. Ik denk dat we de politieke gevolgen en de reactie van mensen zullen merken als de pandemie voorbij is. Nu zit iedereen thuis, je mag niet veel contact hebben. Ik hou mijn hart vast, ik denk dat veel burgers het zat zijn, en een afkeer van de politiek hebben gekregen.”

Burgers keren zich omtrent de coronamaatregelen niet alleen tegen de overheid, maar komen ook tegenover elkaar te staan. Hoe moeten we omgaan met conflict met mensen waar we het niet mee eens zijn?

“Politiek bestaat niet zonder conflict. Mensen zullen altijd verschillende visies op de samenleving hebben. Het conflict tussen volk en elite waar Machiavelli het over heeft, is tussen de mensen die de middelen hebben om hun macht te bestendigen, en degene die dat niet hebben. De elite zorgt voor stabiliteit in het land: dat zijn de rechts-conservatieve krachten in het land. En het volk contesteert dat. Je hebt beide nodig, en instellingen moeten aan beide een plaats geven.

Het is belangrijk dat je een vorm van tegenspraak aanvaart. Maar vandaag zien we contestatie in de vorm van samenzweringen en complottheorieën, en die zijn ondermijnend voor het politieke conflict. Als je andere verlangens en een andere visie op bijvoorbeeld vrijheid of herverdeling hebt, kan je nog steeds onderdeel zijn van dezelfde samenleving. Maar het complot vertrekt vanuit een fundamenteel wantrouwen.

Het probleem lijkt dan niet meer dat de elite haar rol speelt, maar dat zij eropuit is om de rest te ondermijnen door geheime en illegale praktijken zoals geweld en kinderverkrachtingen. Dat zijn van de pot gerukte theorieën, maar die zijn helaas verder verspreid dan je zou denken. Dat heeft ook te maken met het probleem van de technologie om de massa te bespelen. Op het internet krijgen mensen binnen een paar clicks beelden en verhalen voorgeschoteld die de mythe van zo’n saboterende houding kracht bijzetten. Manipulatieve, volksopruiende ideeën leiden volgens Machiavelli tot een slecht conflict, waardoor het geweld en de spanningen in de samenleving alleen maar toenemen.”

Welk boek zouden we in deze tijd moeten lezen volgens u?

“In deze tijd moeten we ons bewust blijven van de pluraliteit van idealen: dat de politieke voorkeuren van mensen voortkomen uit hun verschillende morele intuïties. De Amerikaanse sociaal psycholoog Jonathan Haidt laat dat zien in zijn boek Het Rechtvaardigheidsgevoel: waarom wij niet allemaal hetzelfde denken over Politiek en Moraal. Het is belangrijk dat je ondanks verschillen, de legitimiteit van een ander blijft erkennen.”

Welk inzicht heeft het u gebracht?

Het Rechtvaardigheidsgevoel van Jonathan Haidt – volgens Beeckman een boek dat we nu wel kunnen gebruiken. 

“Het helpt je begrijpen waarom mensen overtuigd zijn van hun eigen gelijk. Haidt waarschuwt voor het overmoraliseren van je eigen standpunt, waarbij je anderen makkelijk als hypocriet beschouwt, gewoon omdat je hun waardenkader niet begrijpt. ‘Zij doen alsof ze voor veiligheid zijn, maar eigenlijk willen ze iets anders.’ Hij zegt dat je moet begrijpen waar pluralisme vandaan komt, oftewel: waarom mensen verschillend over politiek denken.

Als je progressief bent, ben je vatbaar voor waarden als zorg, zoals de bescherming van slachtoffers van onderdrukking, en rechtvaardigheid, dat is gelijkheid en herverdeling. Als je conservatief bent, geef je voorkeur aan andere morele waarden. Dan vind je zorg ook belangrijk, maar dan in de zin van bescherming van slachtoffers tegen misdadigers, in plaats van tegen onderdrukking. Dat zie je bij alle rechtse partijen. Rechtvaardigheid betekent dan proportionaliteit: verdeling naar beloning voor hard werken, en pech voor wie zijn kansen niet grijpt.

Rechtse mensen zijn vatbaar voor politieke boodschappen die te maken hebben met het leger, de vlag en autoriteit. En voor alles wat te maken heeft met hiërarchie, familie en heiligheid, zoals de wetten van God. Als iemand die aanvalt, wordt dat ervaren als een grove morele inbreuk. Je hoeft het daar niet mee eens te zijn, maar je moet niet zeggen dat mensen die waarde hechten aan de vlag automatisch xenofoob zijn. Dan geef je geen legitimiteit meer aan mensen met andere morele idealen.

Je kan beter meer empathie en begrip opbrengen om elkaars standpunten in het publieke debat te erkennen. Dan kan je elkaars argumenten nog altijd politiek bestrijden. Je kan zeggen dat er niet meer geld naar het leger moet, maar dat we dat beter kunnen besteden aan de zorg of het onderwijs. Daar kan je je nog altijd voor inzetten, maar zonder de ander te negeren in de eigen morele overtuiging.”

Als onze morele intuïties zo’n grote rol spelen, zijn we dan wel te overtuigen met argumenten?

“Nee, zegt Haidt, en dat vindt Machiavelli ook. Het gaat over verlangens; mensen hebben tegenstrijdige ‘umori’, stemmingen. Je politieke beelden en idealen voed je vanuit de verlangens en de umori, waarvan je dan nadien wel een rationele uitleg geeft. Maar mensen zijn passioneel over de politiek. Natuurlijk kan het wel zijn, dat mensen zich anders voordoen, en liegen en bedriegen.

Dat moet je blijven aankaarten met feitelijkheid en waarachtigheid. Het is ook niet zo dat je nooit iemand kan overtuigen, maar niet zo makkelijk vanuit je eigen logica. Je kan ook proberen vanuit empathie met de idealen van de ander inconsistenties aan te tonen. Bijvoorbeeld door te laten zien dat een nationalistische politicus het land helemaal niet vooruithelpt. Op die manier kan je argumenten geven waar anderen wel vatbaar voor zijn.”

Win een exemplaar van Het Rechtvaardigheidsgevoel

Onder vrienden van HUMAN verloten we vijf exemplaren van Het Rechtvaardigheidsgevoel van Jonathan Haidt. Check de winactie hier. Reageer vóór 6 mei 2021 om kans te maken.

Interview voor boeklancering – Machiavelli’s Lef

Op vrijdag 13 november werd mijn nieuwe boek ‘Machiavelli’s Lef‘ officieel voorgesteld, met een interview door Marnix Verplancke: Waarom schreef ik het boek? Waarom is het denken van Machiavelli nog altijd relevant? Wat is de kern van zijn denken? De opname van het gefilmde interview is hier beschikbaar.

Het interview werd afgenomen in het Filosofiehuis ‘Het Zoekend Hert‘ (met Eddy Strauven), en opgenomen door Stonewood Filmhouse (Met Katja Stonewood en Bert Lezy).

Het boek is beschikbaar in de (onafhankelijke) boekhandel en via de website van Uitgeverij Boom.

https://vimeo.com/478484005

Gesprek voor ‘Nagedacht’ met Joël De Ceulaer en Willem Lemmens, voor ‘De Warande’

Op maandag 30 november namen Joël De Ceulaer, prof Willem Lemmens (UA) en ikzelf deel aan ‘Nagedacht. Filosofen over het Nieuws’ in cultuurhuis De Warande, in Turnhout. Gastheer Jos Geysels verzorgde de inleiding.

In deze reeks praten telkens twee filosofen met de moderator over het nieuws. Andere deelnemers zijn onder meer Sigrid Sterckx en Jean Paul Van Bendegem, Alicja Gescinska en Stefan Rummens.

Deze editie was online, omdat de covid-19 maatregelen fysieke bijeenkomsten onmogelijk maken. Het weerhield Willem, Joël en mezelf er niet van honderduit te praten over de actualiteit; over het coronabeleid en de regering, de politiek in Amerika, Maradona en migratie.

De video van het volledige gesprek valt hier te bekijken.

In ‘De Afspraak’ op Canvas, 18 nov. 2020

Op 18 november zat ik bij Phara de Aguirre in de studio van ‘De Afspraak‘ op Canvas, om over mijn boek ‘Machiavelli’s Lef‘ te praten.

Andere gasten waren Carl Devos over de politieke actualiteit en Jurgen De Landsheer, Korpschef Politiezone Brussel Zuid, over het geweld tegen de politie in Brussel.

In ‘Interne Keuken’, over ‘Machiavelli’s Lef’

Zaterdag 14 november was te ik te gast bij ‘Interne Keuken‘, op radio 1. Sven Speybrouck had ‘Machiavelli’s Lef‘ gelezen, en had enkele vragen.

Andere gasten waren Gert Storms over het boek ‘Science Fictions’ van Stuart Ritchie; Angelique Van Ombergen over haar boek ‘Ruimtereizen’ (en de neurologische impact voor astronauten) en Marieke Van Ransbeeck speelde doedelzak.

Je kan het hele programma herbeluisteren, of dit artikel openen (met de link naar het gesprek over Machiavelli).

Het was geweldig fijn over het boek te kunnen praten. Acht jaar geleden was ik er ook, voor een gesprek over mijn boek dat toen uitkwam, ‘Door Spinoza’s Lens’

‘Stop met zeuren en omarm je tegenslag’, interview De Standaard, 14 nov 2020

Interview door Karel Verhoeven, in DS Letteren op 14 november 2020, over mijn nieuw boek, ‘Machiavelli’s Lef‘. Foto’s: Jimmy Kets.

Een boek over het lef van Machiavelli publiceren een week nadat Trump verslagen is, lijkt een flagrant geval van slechte timing. Maar Tinneke Beeckman ontdekte achter de cynische manipulator een kritische denker.

Is Niccolò Machiavelli niet de gids voor cynische manipulators voor wie geen leugen te gortig is omdat het doel de middelen heiligt? Wat een verfrissing brengt Tinneke Beeckman over Machiavelli, en belangrijker, over hoe te begrijpen waar Joe Biden voor staat. En samen met Biden alle democraten die het willen opnemen tegen de populistische revolte. De Machiavelli die Beeckman optrekt, is een verrassende en confronterende leermeester. Democraten die de deugd aan hun zijde voelen en zich er graag op beroepen, hebben een kwaaie klant aan hem. Hij zou striemend zijn over hun arrogantie. En over hun weekhartigheid over macht. Alleen wie het beest zonder taboes in de ogen kijkt, kan hopen het in toom te houden. Kan hopen om vrij te blijven.

‘Hem lezen en over hem schrijven was een vreemde ervaring’, zegt Beeckman. ‘Ik zat in een vrouwelijke wereld van zwangerschap en zorg voor mijn dochter. Machiavelli is een Italiaanse macho. Er is niets vrouwelijks aan hem, aan waarover hij schrijft, noch aan hoe. Ik vroeg me zelf ook af hoe ik bij hem uitkwam. Lelijke manipulatie is de kant van de politiek die ik verafschuw. Macht verwerven houdt mij niet bezig. Ik ben een zelfstandige filosofe. Ik heb geen baas en ik ben baas over niemand. Maar het ontmaskerende van Machiavelli trekt me aan. Zijn antipaternalisme. Zijn aansporing om heel goed te kijken naar degene die voor je opstaat en zegt dat hij het allemaal voor jou doet. “Kijk eens wat voor een leugenaar en bedrieger die paus Alexander VI is.” Machiavelli verkondigt wat niemand anders durft te verkondigen. Dat zet hij zelf bovendien dik in de verf. Voor hij provocerende dingen schrijft, kondigt hij breed en luid aan: ik ga nu iets anders zeggen dan alle anderen. Ik bewonder dat. Je moet altijd kritisch durven te denken. Het is wat Machiavelli gemeen heeft met Spinoza, en met Nietzsche. Wees kritisch over de drijfveren en verlangens van mensen die beweren een soort morele deugdelijkheid te bezitten. Wees dus ook kritisch over je eigen verlangens.’

In de Machiavelli die u leest, zit nauwelijks cynisme.

‘Soms zit er veel woede achter zijn zinnen. Hij voelt een diepe afkeer voor de corrupte macht en het gewelddadige leiderschap van zijn tijd. Er zit een hardheid in. Een meedogenloosheid die niet altijd makkelijk is. Maar ik bespeur in hem toch altijd opnieuw die poging om zich tegen cynisme te verzetten, ja. In zijn brieven, en vooral in dat dikke boek, de Discorsi, ontdekte ik een andere Machiavelli dan die van Il principe, het boekje dat hem die reputatie van politiek-filosofische duivel heeft opgeleverd. Dat is de Machiavelli die, wanneer hij tijdens zijn verbanning naar zijn schrijfkamer gaat, plechtig meldt: “Ik trek mijn vuile gewaden af en ga in gesprek met de ouden”. Met Livius en Tacitus. Die wereld is wel draaglijk. Door de verhalen, de wijsheid, het inzicht. Met de ouden voert hij imaginaire filosofische gesprekken.’

‘Voor mij was Machiavelli een plek waar ik me kon terugtrekken, vooral in tijden van corona. Hij schrijft fantastisch, hij laat van alles gebeuren, actie à volonté, en hij grossiert in geniale observaties en rake gedachten.’

Loont het nog de moeite om Machiavelli te lezen om te leren hoe macht te verwerven? 

‘Hij begrijpt de voorwaarden voor politieke actie, zelfs om goede daden te stellen. Ook Hannah Arendt vond dat verfrissend aan hem. Voor je iets kan doen met de macht, moet je ze eerst verwerven. Daar zijn schimmige daden voor nodig, en je mag je neus daar niet voor ophalen. De politicus die in de spiegel kijkt en terugdenkt aan wat hij gedaan heeft, doet dat onvermijdelijk met een vorm van pijn, afschuw of schaamte. Helemaal zuiver blijven en toch politieke macht verwerven, is een leugen. Ik hou van het idee dat je je het beste kan verweren tegen misbruik van de macht als je er een zo realistische mogelijke kijk op hebt. Door niet mee te stappen in de schone schijn die de macht rond zichzelf ophangt.’

Politiek zoals Machiavelli die ervaart, is niet voor tere zieltjes.

‘Politiek bestaat voor hem uit conflict. Er zijn twee betrokken partijen: het volk en de elite. Het volk verlangt ernaar om vrij te leven, de elite wil het volk overheersen. Het volk is dus meer vrijheidslievend dan de elite. Die wil haar macht behouden of het liefst vergroten. Als ze daarin slaagt, ontstaat misbruik. Daarom is inspraak van het volk nodig. De tirannie is nooit een lang leven beschoren. Als burgers zich vrijuit met politiek kunnen inlaten, leidt dat tot wetten die de vrijheid bevorderen. Vrijheid, daar gaat het voor Machiavelli om, dat is het hoogste goed. De vrije republiek.’

Zou u Machiavelli omschrijven als een democraat?

 Jimmy Kets

‘Hij heeft een sterke democratische inslag. Hij neemt het consequent voor het volk op. Hij vindt het volk verstandiger dan de vorst: het heeft een beter oordeelsvermogen, het is eerlijker in zijn streven. Maar hij is realistisch over macht. De mensen die het meest naar macht verlangen, vanuit eerzucht, hebzucht, geldingsdrang, zijn doorgaans het minst geschikt om ze in handen te krijgen. Tegelijk kan je die passies niet onderdrukken. Je moet integendeel een politiek systeem ontwerpen dat met de passies en ambities werkt, en ze vervolgens ten dienste stellen van de gemeenschap. Je houdt de machtswellust dus in toom door wissels van de macht in te bouwen. Door een volkstribunaat naast een senaat te installeren. De macht van één individu te beperken. En door de burgerlijke deugd te promoten. Aan wie ken je roem toe en wie eer je? Wie belaad je met gloria? Voor wie applaudisseer je? Liefst niet voor de egomaniakale gek, wel voor degene die zich inzet voor de samenleving. In tijden van crisis wordt veel duidelijker wie dat is. De verpleegster en de vuilnisophaler. De mensen die blijven werken moet je eer en prestige geven. Terwijl een narcistische samenleving net het omgekeerde doet en voortdurend mensen beloont die van zichzelf de lof bezingen, alleen aan zichzelf denken, pretenderen kwaliteiten te hebben die ze niet hebben, die geen verantwoordelijkheid nemen voor hun falen maar het succes aan zichzelf toeschrijven. Dat ondergraaft de deugd in een samenleving. In de Discorsi schrijft hij: in vredestijd nemen vooral mensen met privileges de belangrijkste posities in, zij met de juiste afstamming en connecties. Maar in crisistijden vallen de onbekwamen door de mand en zie je wie virtù heeft. Als je dat leest in volle corona-epidemie, blijkt dat unheimlich accuraat.’

Die republikeinse deugden zijn herkenbaar als de antieke deugden. Zijn wij, kapitalistische modernen, die verloren?

‘Ik denk het niet. Veel mensen hebben bijvoorbeeld respect voor leerkrachten. Maar in een maatschappij die alleen beloont wat ze kan meten, levert dat weinig op, omdat wat een goeie leerkracht doet zo moeilijk meetbaar is. Het financiële kan ook niet de enige beloning van deugd zijn. Iemand als minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke is zich daarvan bewust. Als iedereen in je gezondheidszorg, de topdokters op kop, een zo hoog mogelijke financiële beloning nastreeft, kapseist je systeem.’

Het volk houdt de elite bij de les. Is de populistische kiezer dan toch een grotere verdediger van de vrije republiek dan de intellectuele elite die haar deugden altijd offert voor haar privileges? 

‘In de Verenigde Staten bemoeilijkt de gigantische schaal waarop desinformatie woekert via de sociale media de wijsheid van het volk. Desondanks hou ik niet van de liberale arrogantie, van zij die het allemaal zoveel beter weten. Het is gewoon waar dat grote groepen in de maatschappij weinig of geen voordeel plukten van de globalisering. Dat ze in Deurne de effecten van de migratie veel ruwer voelen dan in Brasschaat. Hoe paternalistisch dan om te zeggen dat zij racisten zijn, of dat ze allemaal bang zijn. Gelukkig zijn wij, de niet-angstigen, er om hen te verzekeren dat ze geen angst hoeven te hebben. Alsof de niet-angst de stem van de rede is. Machiavelli vindt dat je politieke conflicten vooral moet analyseren: je moet de noodzaak die anderen voelen, proberen te begrijpen. Vanuit welk verlangen, uit welke urgenties, vanuit welk denkkader kijken andere mensen naar dezelfde werkelijkheid? Die oefening moet je vooral doen bij mensen met wie je het volledig oneens bent. Je zal veel meer van politiek begrijpen dan wanneer je mensen de-legitimeert. Politiek denken is precies niét het de-legitimeren van die andere.’

Maar wanneer Trump de verkiezingsuitslag niet erkent en zijn aanhangers de democratie niet meer respecteren, komt de vrije republiek in gevaar, niet door de elite, maar door het volk.

‘Trump is een symptoom van een veel diepere malaise die al langer aan de gang is. Het begint bijvoorbeeld bij Bill Clinton, die handelsakkoorden sluit, de deuren openzet voor Wall Street en erop rekent dat globalisering iedereen vooruit duwt. Maar hij kijkt niet om naar wie toch verliest. En die blijken met velen te zijn. Zij krijgen te horen dat er geen alternatief is. Wel, als mensen in de hoek geduwd worden, kiezen zij voor een radicaler alternatief. Als de elite erin slaagt om de stem van het volk te negeren, komt een einde aan hun vrije republiek. Een sterke man staat op die beweert te spreken in naam van het volk. De klassieke populist, Boris Johnson of Donald Trump, doet in zijn populair taalgebruik alsof hij het volk vertegenwoordigt terwijl hij zelf tot de elite behoort. Terend op ongenoegen verwerft hij zo veel mogelijk macht. Die bedrieglijke truc is alleen mogelijk in een republiek die al corrupt is. De elite in de VS bestond uit clans en families. Clinton en Bush. Politieke strijd was gewoon een strijd geworden tussen families en hun aanhang. Ik citeer Gore Vidal over het Amerikaanse systeem: “There is one party, the property party, and it has two right wings.” Natuurlijk moet je zo’n autoritaire leider bestrijden met alle middelen die je hebt. Maar hem uitdrijven volstaat niet. De pluraliteit moet terugkeren in het politieke systeem.’

Zelfs als alles peis en vree is, ziet Machiavelli een ander gevaar opdoemen: gemakzucht. Gebrek aan noodzaak. Bewijst de tweede coronagolf dat wij ten prooi gevallen zijn aan die gemakzucht en zelfs bij zware crisis geen noodzaak meer ervaren?

‘Ik vind het te moralistisch om te zeggen dat wij allemaal slappelingen geworden zijn. Maar als maatschappij moet je natuurlijk wel op tijd wakker worden. Geen zelfbeklag. Geen zelfmedelijden. Beseffen dat sommige dingen voorbij zijn. En daar niet over blijven jammeren. Bij klimaat wordt dat nog een veel grotere uitdaging. Spotgoedkope weekendtrips met het vliegtuig? Dat komt nooit meer terug. Dat beseffen, is deugd tonen.’

‘Jongere generaties hebben groot gelijk dat ze zich verzetten. De destructie van de planeet kan zo niet verder, en zij gaan de nadelen ondervinden zonder even grote voordelen te hebben geplukt.’

Toont de jeugd meer deugd?

‘Ze houdt het algemeen belang meer voor ogen. Klimaat wordt cruciaal voor het overleven. Klimaat zal de ongelijkheid ook vergroten. Grote groepen zullen minder middelen hebben om zich aan te passen. Of de acties van de jongeren efficiënt en deugdzaam zijn, vind ik een andere kwestie. Je kan alleen duurzame macht verwerven als je het volk mee hebt. Je moet sowieso je medeburgers overtuigen. Daar moet je je acties, je retoriek, je zoektocht naar bondgenoten, op afstemmen. Zonder die brede schare aan medestanders wordt je politieke strijd erg moeilijk. Het is bij Machiavelli een cruciaal argument tegen samenzweringen. Samenzweerders kunnen de leider vermoorden, maar ze worden makkelijk door hun medeburgers gewantrouwd. Het is moeilijk om efficiënte, duurzame politieke verandering door te voeren.’

De politicus die dat nastreeft, moet zijn idee op het juiste moment pitchen, wanneer de tijd er rijp voor is. Of slaagt een groot politicus erin om de tijd vorm te geven? 

‘De staatsman geeft de tijd vorm. De populaire politicus surft op de tijd. Bij beiden speelt opportunisme. Machiavelli noemt dat “gelegenheid”, occasio. Hij verbeeldt ze, typisch voor de renaissance, als een vrouw. Ze springt van het ene wiel naar het andere, ze holt je voorbij maar draagt haar haar voor haar gezicht, zodat je haar bijna niet kan herkennen. Reageer je niet op het juiste moment, dan kan je haar alleen vol berouw nakijken. Een goeie politicus heeft een geweldig gevoel voor timing. Hij is als een solist in een orkest die weet op welk moment hij moet inspringen en wat hij moet spelen. Het is weinigen gegeven. De politicus moet het elke dag doen met wat zich aanbiedt in de realiteit en daarop inspelen. Hij wordt geleefd door de tijd en door de evenementen.’

En dus kan de politicus alleen succesvol blijven als hij voortdurend blijft bewegen en veranderen?

‘Dat is de moeilijkste opdracht. Je hebt nu eenmaal je temperament. Je valt terug op je eigen ervaringen: wat heeft gewerkt in het verleden? Maar als de situatie totaal verandert, sta je met lege handen. Hoe Hillary Clinton tegen Trump aanbotste, vind ik een frappant voorbeeld. Hillary vertelt ideologisch nog altijd het verhaal van de jaren 90, uit de tijd van Bill Clinton. Ze bouwt voort op haar ervaringen, ze is buitengewoon intelligent, ze werkt keihard, ze kent Washington als haar broekzak, ze heeft de netwerken, de financiële mogelijkheden. Het was ondenkbaar dat ze niet zou winnen. Alleen heb je fortuna. De tijden veranderen. En plots staat daar niet Jeb Bush, maar Donald Trump. Die openlijk racistisch en misogyn is, die het spel totaal anders speelt, voor kiezers die anders reageren omdat zij in een andere wereld leven. Aan al haar ervaring heeft ze niks meer.’

Deze keer kwam fortuna in de gedaante van corona en speelde ze in het nadeel van Trump? 

‘Essentieel voor Machiavelli is dat als je heel veel virtù hebt, je fortuna kan temperen. Als je grondig bent voorbereid op een pandemie, als je je gezondheidszorg hebt verstevigd, je federale rampenplannen op orde hebt, dan kan je zo’n pandemie temperen. Maar heb je geen deugd, dan komt de klap des te harder aan. Je moet succesvol mee blijven veranderen. Dus moet de verandering ingebakken zitten in het politieke systeem. Leiders moeten komen en gaan op basis van hun talenten. Er mag geen elite zijn die de macht ontoegankelijk maakt. Twee of drie decennia met dezelfde clans is nefast. Als Joe Biden nu denkt: Trump is weg, het wordt opnieuw de politiek die ik al veertig jaar beoefen, dan begaat hij een fatale vergissing. Ik had het geruststellender gevonden hadden ze iemand nieuw naar voren geschoven, een jongere kracht, die vanuit de uitdagingen van de tijd opklimt en macht verwerft. Je kan een tachtigjarige moeilijk verwijten dat hij het nieuwe niet begrijpt.’ 

Hoe leest u vanuit dat referentiekader de Belgische politiek? Brengt een regering met groenen en socialisten erbij de correctie die de tijd oplegt?

‘Afwisseling van de macht is gezond. De vrienden en de netwerken krijgen anders te veel impact. Maar een paar andere partijen volstaat niet. Machiavelli noemt zichzelf een geneesheer van de politiek. Als genees­heer moet je een kwaal snel ontdekken, een diagnose stellen en een antwoord bieden. De staat is zoals een lichaam, er mankeert voortdurend iets aan. Hoe sneller je reageert hoe beter. Anders wordt de kwaal erger en brengt ze je in gevaar. Je moet dus altijd sleutelen aan de instellingen van je staat. Alleen zo garandeer je de continuïteit van je vrije republiek. Wat dat betreft scoort België dramatisch. De particratie zit vol mechanismen die erop gericht zijn zo weinig mogelijk te veranderen. Ze leggen de macht bij enkelingen. Als ons parlement moet gelden als volksinspraak, zijn we er heel slecht aan toe. Het is niet alleen onheilspellend dat het zo geëvolueerd is, nog erger is dat echte hervormingen buiten bereik liggen.’

Wordt een clash tussen die elite en het volk onvermijdelijk? 

‘Dat weet ik niet, ik ben een filosoof, geen profeet.’

Maar de wind richting Vlaams Belang is wel sterk. 

‘En die partij heeft wel iemand van de jongere generatie aan de macht gelaten. Zij beseften dat ze, om te overleven, moesten veranderen met hun tijd. Fortuna is ook een geweldige waarschuwing tegen zelfgenoegzaamheid. Vlaanderen is toch wat zelfgenoegzaam. We gaan ervan uit dat welvaart nu eenmaal bij onze regio behoort. Maar de Brexit zal een zware impact hebben, die boven op de pandemie komt, en de klimaatverandering, waardoor er geen enkele garantie is. Maar er leeft te weinig een gevoel van urgentie. Als je staatsstructuren vastgeroest zijn, is het erg lastig om op noodzaak in te spelen. Veel energie gaat verloren aan interne partijpolitieke strijd of aan een perceptiestrijd tussen partijen.’

Op welke manier test de pandemie onze democratie? 

‘We moeten ons idee van vrijheid herijken. Wij leven naar een negatieve liberale vrijheid. Niets mag ons hinderen. Ik heb toch het recht om mezelf te ontplooien? Te feesten? Op reis te gaan? Wie heeft de autoriteit om mij dat te verbieden? Het zalige aan Machiavelli is dat hij helemaal niet denkt vanuit dat “recht hebben op”. Alleen de realiteit telt. Ze daagt je uit. De noodzaak die ze ontketent, brengt hopelijk het beste in jou naar boven. Je kan je tegenslag omarmen. Als je niet vindt dat je recht op iets hebt, is je verlies ook veel kleiner. Zijn tijden waren zo bar. Hij is vals beschuldigd van samenzwering in 1512. Plotseling was hij zijn baan kwijt. Zijn republiek was ten onder gegaan. Hij was in de gevangenis gegooid. Gefolterd. Dan haast toevallig vrijgekomen, door een collectieve amnestie. Verbannen. Zonder enige mogelijkheid van verweer of hoger beroep. Maar hij koesterde het gevoel dat hij nog leeft, brieven kan schrijven, zich kan terugtrekken op het landgoed van zijn vader. Dan zie je wat veerkracht betekent. Dan valt wat wij nu meemaken relatief gezien wel mee. Dankzij de opvangsystemen van onze democratie.’

Dan klinkt Machiavelli naar onze hedendaagse oren toch gelaten en pessimistisch? 

‘Je moet doen wat je kan doen, en de rest moet je los­laten. Het gaat erom dat je een evenwicht zoekt tussen de technocratische overmoed en gelatenheid. De illusie dat je alles controleert. Alsof je ook je eigen verlangens helemaal onder controle hebt, je eigen verbeelding. Alsof je niet altijd gedeeltelijk aan jezelf ontsnapt. Je bent niet helemaal rationeel. Het andere uiterste is het determinisme. Het systeem is zo sterk dat je er niets tegen kan inbrengen. Machiavelli’s concept van fortuna ligt daar precies tussenin. Je hebt een vrije wil, maar er zullen altijd dingen zijn die je niet naar je hand kan zetten. Dat mag je niet ontgoochelen. Integendeel, je moet altijd lef tonen. Je moet proberen te volharden in wat je kan, beseffende dat het misschien niet helemaal goedkomt. Hij predikt een realisme zonder wanhoop. Het is wat ons de komende jaren goed van pas kan komen.’