“Over Justitie, en de verkiezingscampagne”, in De Afspraak op Vrijdag, 10 mei 2019

Op vrijdag 10 mei was ik  te gast in ‘De Afspraak op Vrijdag’ met Ivan De Vadder, op Canvas.

De andere gasten waren Wouter Beke, voorzitter van CD&V en Karel Verhoeven, hoofdredacteur van De Standaard. We spraken over de tragische moord op Julie Van Espen, en de verantwoordelijkheid van justitie en de politiek. En over de campagne – Hilde Crevits is het boegbeeld van CD&V. Klopt de stelling dat de ‘glazen afgrond’ een rol speelt, zoals Bart Sturtewagen suggereerde in zijn artikel ‘Haalt CD&V 2024 nog wel?‘? En wat betekent het politieke midden, wanneer de politieke uitersten goed scoren?

Over de ‘Glazen Afgrond’ schreef ik het artikel ‘Vrouwen mogen puinruimen‘,  toen Theresa May premier van het Verenigd Koninkrijk werd. En over de terechte woede na de moord op Julie Van Espen, schreef ik een column.

 

 

 

 

 

 

‘Het is perfect redelijk om woedend te zijn’, column DS 9 mei 2019

“‘Julie was op de verkeerde plaats op het verkeerde moment.’ Inderdaad, ze was in België in 2019, waar daders van verkrachting en seksueel geweld doorgaans straffeloos weggeraken. De cijfers spreken boekdelen. In slechts 10% van de verkrachtingen doet het slachtoffer aangifte en daarvan leidt slechts 13,5% tot een veroordeling (let wel: dit betekent niet noodzakelijk een verblijf in de gevangenis). Het is perfect redelijk om hierover woedend te zijn. Het is perfect legitiem om dit onaanvaardbaar te vinden. Het is perfect normaal om magistraten hierop aan te spreken en politici hierop af te rekenen. Want zij dragen een zware verantwoordelijkheid. In een rechtstaat heeft de overheid het monopolie op het geweld. Dit is noodzakelijk om het geweld tussen burgers te vermijden en om een veilige samenleving te creëren. Maar dan moeten de overheidsdiensten wel hun werk doen.

Helaas illustreert deze moordzaak hoe zij hun verantwoordelijkheid afschuiven. De minister wijst naar de onafhankelijke rechterlijke macht; de magistraten verwijzen naar de minister en zijn besparingen, waardoor de zaak aansleepte. Als burger zou ik liever hebben dat beide partijen efficiënter handelen voor de slachtoffers, die in 9 op de 10 gevallen vrouwen zijn. De decennialange achteloosheid rond seksueel geweld grenst aan de medeplichtigheid.

De minister heeft niets aan rechters te zeggen, maar hij heeft wel een beleid uit te stippelen. Hij moest besparen, wat blijkbaar een vlotte rechtsgang en een correcte strafuitvoering verhindert. Wat het wetgevend kader betreft, valt minister Geens enigszins te verdedigen. Hij plande een strafrechthervorming waarin de straf voor verkrachting fors werd verzwaard (van max.5 jaar tot max. 10 jaar). Hij schrapte ook de gunstmaatregel, zodat rechters bij bewezen verkrachting voortaan wel degelijk een straf moeten uitspreken. Ja, ongelooflijk maar waar: zelfs bij bewezen verkrachting gingen beschuldigden soms vrijuit. Een radiopresentator in Gent, bijvoorbeeld. Die verklaarde dat hij erg opgewonden was, waardoor hij een vrouw in zijn studio verkrachtte. De rechter had alle begrip, en dacht dat de man zijn lesje wel geleerd had (welk lesje is onduidelijk). Niet dus, de man sloeg nadien opnieuw toe. Goed, dat zou veranderen. Helaas wordt Geens’ strafhervorming niet doorgevoerd, omdat de regering in lopende zaken is.

Dat brengt me bij de houding van rechters. Magistraten beroepen zich graag op hun onafhankelijkheid, en reageren als door een wesp gestoken wanneer ze kritiek krijgen. Elke burger moet aanvaarden wat magistraten beslissen, klinkt het. Anders komt de rechtstaat in gevaar. Werkelijk? Rechters moeten inderdaad onafhankelijk en onpartijdig zijn. Onafhankelijk wil zeggen dat de rechter zonder politieke of andere druk een oordeel velt. Hij moet vrij van inmenging kunnen beslissen, en mag bijvoorbeeld door niemand geïntimideerd worden. Onpartijdig wil zeggen dat hij geen enkele juridische of andere band mag hebben met de betrokkenen van een rechtszaak. Beide principes zijn inderdaad cruciaal voor een rechtstaat. Maar een onafhankelijke magistratuur betekent helemaal niet dat burgers geen vragen of zelfs eisen mogen stellen aan hun rechters. Vrouwen mogen best eisen dat magistraten beseffen hoe zwaar de gevolgen van zo’n seksuele misdrijven zijn. Lees maar eens wat zo’n aanranding met iemand doet. Op de websites van vrouwenorganisaties, zoals de Vrouwenraad, staan heel wat pakkende verhalen. Rechters moeten de opvolging van zo’n zaken dus ernstig nemen. Verder mogen burgers verwachten dat hun magistraten regelmatig bijkomende opleidingen volgen, bijvoorbeeld om daderprofielen beter in te schatten. Dat is geen inmenging in hun onafhankelijkheid, maar professionalisering.

Met justitie vallen geen verkiezingen te winnen, zeggen commentatoren gewoonlijk. Vandaar dat het departement zo stiefmoederlijk wordt behandeld. Op de koop toe staan slachtoffers vaak alleen en lijden ze in stilte, verpletterd door pijn, verdriet en schaamte. Geen materiaal voor een wervend politiek verhaal, lijkt het. Het wordt hoog tijd dat dit verandert. Dat alle kiezers zich solidair verklaren met de slachtoffers en hun families. Dat ze de hervorming van justitie als thema op tafel houden. Want niemand, geen vrouw, kind of man mag het slachtoffer zijn van iemands brutaliteit.”

Deze column verscheen op donderdag 9 mei 2019 in De Standaard.