“Strandlectuur voor gevorderden”, Knack 10 juli 2019

“We leven in politiek complexe en verwarrende tijden. Daarom vroeg Knack aan 30 bevoorrechte waarnemers suggesties voor boeken die licht in de duisternis kunnen brengen.”  Door Simon Demeulemeester en Ewald Pironet.

Andere stemmen zijn Philippe Van Parijs (die juist zoals ik Luuk Van Middelaars boek aanraadt), Linda De Win, Bruno De Wever, Hendrik Vos, Hendrik Vuye, Guy Tegenbos, Pierre Wunsch, Frans Crols, Béatrice Delvaux, Rolf Falter, Siegfried Bracke, Geert Bourgeois, Annemie Neyts, Bart Maddens, Abderrahim Lahlali, Marcia De Wachter, Noël Slangen, Ivan De Vadder, Bart Van Loo, Caroline Pauwels en Fernand Keuleneer.

Mijn lijstje – op de vraag welk boek relevant is om België/Vlaanderen te begrijpen:

Luuk Van Middelaar, ‘Het Nieuwe Europa’. Deze auteur auteur is een commentator van Europa, die het van binnenuit kent. Het is toegepaste politieke filosofie. Van Middelaar herstelt de essentie van het politieke in het Europese project: het conflict, het verschil, de tegenspraak.  Dat is wat er nodig is, vandaag de dag: tegenspraak als deel van het systeem.

Verdere suggesties: Kemal Rijken – ‘Eigen volk. Hoe het rechtsnationalisme Europa veroverde’ (2019). En Hendrik Vuye en Veerle Wouters – ‘De maat van de monarchie’ (2016).

“Het gevaar van zelfcensuur”, column DS 24 april 2019

Hoe zwaar moet een linkse intellectueel eraan tillen dat zijn analyses soms door rechtse partijen worden gesmaakt? De socioloog Mark Elchardus krijgt daarover geregeld verwijten, zei hij in Knack. Patrick Loobuyck kaartte het probleem ook aan in Sampol. Vooral over hete hangijzers zoals migratie en diversiteit stroken de analyses van linkse denkers niet altijd met wat linkse activisten of sympathisanten aanvaardbaar vinden. Zeker in verkiezingstijden (wanneer zijn die er niet?) lijkt strategie belangrijker dan inhoud. In extremis kan de denker zelf gewoon als rechts worden weggezet. Daarmee vervalt diens legitimiteit om heikele onderwerpen te bespreken. Einde discussie.

Hoe moet een denker daarop reageren? Wel, je kunt niet iedereen behagen, en wie vrij wil denken, mag zich niets aantrekken van de hokjes waarin hij dreigt te verzanden. Sociale druk is vervelend, maar je kunt de dynamiek makkelijk doorzien.

Zoals de (linkse) historicus Tony Judt noteerde: ‘Je kan mensen niet verhinderen om gelijk te hebben voor de verkeerde redenen. De angst om in slecht gezelschap te belanden, is geen uitdrukking van politieke zuiverheid, maar van een gebrek aan zelfvertrouwen.’ Judt citeerde de Brits-Hongaarse schrijver Arthur Koestler, die ervaring had met pogingen om mensen voor hun denken te vervolgen. Koestler schreef ‘Darkness at noon’, over een communistische activist, die onder Stalins dictatuur voor volksverraad wordt vervolgd, hoewel hij trouw aan de revolutie had meegewerkt. Maar in een totalitair regime kan iedereen willekeurig als verrader worden bestempeld. Niemand is zuiver genoeg. Al in 1940 waarschuwde Koestler voor het linkse totalitarisme, lang voordat linkse intellectuelen in het Westen dit gevaar wilden onderkennen. Daarom meende Judt dat Koestler waardevolle lessen over intellectuele integriteit kan geven. Ook George Orwell prikte de ontsporing van Stalins communisme vanaf het begin door. En ook hij ontleedde het gevaar van zelfcensuur, die optreedt wanneer je bang bent om tot de verkeerde groep te worden gerekend.

Zelfcensuur, aldus Orwell, heeft twee nefaste gevolgen. Ze heeft een kwantitatief effect: zodra voldoende mensen zichzelf censureren, beland je de facto in een samenleving waar politieke censuur regeert. Daar heb je zelfs geen bestraffende overheid meer voor nodig. Mensen staan vanzelf op de rem, omdat ze sociale uitsluiting (of erger) vrezen. Zelfcensuur heeft evengoed een kwalitatief effect: wanneer je je ideeën voor anderen moet verzwijgen, begin je uiteindelijk tegen jezelf te liegen. Dat is wat zijn romanfiguren overkomt: ze zijn het contact met het eigen denken kwijt. Daarom is vrijheid van spreken zo belangrijk: ze bevat de vrijheid om te denken.

Die dynamiek van sociale druk, conformisme en het gebrek aan authenticiteit werkt vooral bij de intellectuele bovenlaag, aldus Orwell. Want zij verliest zich in een strijd om filosofische rechtlijnigheid. De arbeiders, de ‘proles’ (van het proletariaat), leven in een andere wereld. George Orwell beschreef die in The road to Wigan Pier. Voor de mijnwerkers in Noord-Engeland betekent socialisme gewoon betere lonen, meer zorg voor hun familie en meer vrijheid tegenover hun baas. Zij willen geen foutdenkenden opjagen. Zij leven volgens hun morele code, die Orwell common decency noemde. Dat is een soort elementair fatsoen, waardoor je sommige kwalijke handelingen nooit stelt, zonder dat je daarvoor een verheven theorie nodig hebt. Je volgt je eigen geweten, je eigen emoties, je eigen regels, los van wat anderen denken of willen. Daarop zou links haar hoop moeten richten.

Met het socialisme zelf was volgens Orwell niets mis. Hij was zo scherp voor de linkse intelligentsia, die mensen in hokjes stak en ideologische zuiverheid nastreefde, omdat hij linkse bewegingen wilde vooruithelpen. Opnieuw sluit dit aan bij wat Mark Elchardus in zijn interview suggereert: dat linkse politici en organisaties vaak te neerbuigend doen over de ideeën, waarden en opvattingen van gewone mensen. Hij had naar eigen zeggen gehoopt dat links zou stoppen met gewone mensen weg te zetten als ‘achterlijk’, maar dat is niet gebeurd. Dat kan hard klinken. Maar soms draag je bij door ongegeneerd te zeggen wat je denkt. Zelfs al horen sommigen het niet graag, en zouden ze het al te graag als verdacht wegzetten.”

Deze column verscheen in De Standaard op donderdag 24 april 2019.

“Controversiële ideeën in academische wereld”, interview Knack 17 nov. 2018

Knack-journalist Pieter Van Nuffel vroeg me over een nieuw, controversieel wetenschappelijk tijdschrift. Ook met reacties van Francesca Minerva en Patrick Loobuyck.

Het verscheen op 17 november 2018 op de website van Knack.

“Een internationale groep filosofen wil ‘de academische vrijheid redden’ met een tijdschrift waarin wetenschappers onder een pseudoniem controversiële ideeën kunnen publiceren. Waarom hebben academici het gevoel dat zo’n tijdschrift nodig is? En hoe terecht is dat gevoel?

Een wetenschappelijk tijdschrift oprichten waarbij het uit de naam duidelijk is dat controversiële ideeën welkom zijn: met dat plan liep Francesca Minerva, bio-ethicus aan de UGent, al enkele jaren rond. Vorig jaar stapte ze er mee naar Jeff McMahan, moraalfilosoof aan de universiteit van Oxford, en naar Peter Singer, de Australische filosoof die bekend is om zijn standpunten rond dierenrechten.

McMahan en Singer reageerden positief. De drie stelden een diverse redactieraad samen bestaande uit veertig leden, waarin zowel progressieve als conservatieve denkers vertegenwoordigd zijn. ‘The Journal of Controversial Ideas’ zag het levenslicht. In de loop van volgend jaar moet het eerste nummer verschijnen.

Wetenschappers van verschillende disciplines kunnen onder een pseudoniem een artikel insturen, waarbij ze zelf moeten duidelijk maken waarom hun idee controversieel zou zijn. Als hun artikel na peer-review geselecteerd wordt, dan krijgen ze een certificaat. Daarmee kunnen ze bij een sollicitatie bewijzen dat zij wel degelijk de auteur zijn, zonder dat hun naam op het internet gekoppeld wordt aan hun controversieel idee.

Het tijdschrift zal niet misbruikt kunnen worden door klimaatontkenners of pseudowetenschappers, verzekert Minerva. “We verwelkomen enkel zorgvuldig beargumenteerde papers die onderbouwd zijn door wetenschappelijk bewijs. Er zal ook maar één nummer per jaar verschijnen, precies om die kwaliteit te kunnen verzekeren.”

Volgens de Italiaanse filosofe is zo’n tijdschrift nodig omdat de vrije intellectuele discussie over delicate kwesties nu wordt belemmerd door een cultuur van angst en zelfcensuur. “Mensen zijn bezorgd over de mogelijke gevolgen als ze een controversiële paper schrijven en dat weerhoudt hen ervan om bepaalde onderwerpen te behandelen. De voorbije jaren hebben we ook gemerkt dat er steeds meer negatieve reacties komen op de publicatie van artikels die als controversieel beschouwd worden”, vertelt Minerva.

Dat ondervond ze zelf voor het eerst in 2012, nadat ze in een artikel in het gerenommeerde tijdschrift The Journal of Medical Ethics de mogelijkheid van ‘postnatale abortus’ naar voren had geschoven. Minerva en haar co-auteur Alberto Giubilini argumenteerden dat een pasgeboren baby dezelfde morele status heeft als een foetus en dus logisch gezien mag gedood worden onder dezelfde voorwaarden waaronder abortus is toegelaten. De twee kregen een storm van protest over zich heen. “Er zaten toen honderden doodsbedreigingen in mijn mailbox. Zes jaar na de publicatie ontvang ik er nog steeds”, vertelt Minerva.

“Ik kon destijds moeilijk inschatten wat er op mij zou afkomen, maar mocht ik zelf de gelegenheid gehad hebben om mijn artikel onder een pseudoniem te plaatsen, dan zou ik dat gedaan hebben”, vertelt ze.

Volgens Minerva zijn de verontwaardigde reacties sindsdien alleen maar toegenomen, onder meer door de rol van sociale media. “Het gaat niet enkel om mensen die boos worden nadat ze iets over bepaald onderzoek in de krant hebben gelezen of op het internet hebben zien passeren, maar ook om academici die eisen dat bepaalde papers teruggetrokken worden. Daarbij komt vaak ook de hoofdredacteur van het tijdschrift waarin die papers gepubliceerd worden, onder vuur te liggen”, vertelt ze.

Zo werd vorig jaar een artikel gepubliceerd in Hypatia: A Journal of Feminist Philosophy, waarin de Canadese filosofe Rebecca Tuvel de idee van ‘transracialiteit’ verdedigde. “Als we de beslissingen van transgenders accepteren om van geslacht te veranderen, dan zouden we ook moeten accepteren dat mensen van etniciteit veranderen”, was haar redenering.

Op sociale media volgde meteen een heksenjacht. Tuvel werd er weggezet als transfoob en racistisch. In een open brief eisten meer dan 800 academici dat het artikel zou teruggetrokken worden. Eén lid van het editorial board van Hypatia verontschuldigde zich en besliste op te stappen, de rest van de redactie kon uiteindelijk wel weerstaan aan de druk.

Onder de ondertekenaars van de open brief bevonden zich ook twee academici die drie jaar eerder in Tulers dissertatiecommissie zaten en dus moesten oordelen over de kwaliteit van haar doctoraatsonderzoek.

Het zijn dan ook vooral jonge mensen zonder vaste positie die vrezen dat ze hun vingers (of hun carrière) gaan verbranden aan een controversiële paper, meent Minerva. “Ik hoor mensen vaak zeggen dat ze een welbepaald onderwerp zouden willen onderzoeken, maar ermee gaan wachten tot ze een vaste positie bemachtigd hebben of zelfs tot ze op emeritaat zijn.”

“Dit is inderdaad een probleem”, bevestigt de Vlaamse filosofe Tinneke Beeckman. Continue Reading ›

“Niets mag nog (of zo voelt het toch)”, Interview Knack 12 maart 2018

Knack-journalist Jeroen de Preter interviewde politierechter Peter D’Hondt, filosoof Johan Braeckman en mezelf over de vrijheid.

“Het advies om bij min tien de houtkachels niet te laten branden, was er voor veel mensen te veel aan. Mag dan niets meer? Gwendolyn Rutten en Rik Torfs vinden het tijd om onze vrijheid te heroveren. De vraag is dan: wat is de ware vrijheid?

Door Jeroen de Preter

Belgen en wettelijke verboden of verplichtingen, het is nooit een makkelijk huwelijk geweest. Uit de al wat oudere doos komt het voorbeeld ‘gordelplicht’, van kracht sinds 1975. De inperking op de vrijheid die deze wet met zich meebracht was bijna onbestaande, de enorme impact op de verkeersveiligheid evident. ‘En toch was er aanvankelijk veel verzet’, vertelt politierechter Peter D’Hondt. ‘Onder meer de liberalen lagen toen dwars. Die wet is er maar gekomen dankzij pleitbezorgers als mijn moeder (Paula D’Hondt, nvdr).’

De gordelplicht miste haar effect niet. ‘Het aantal verkeersdoden bij auto-ongevallen was dankzij die wet al snel gehalveerd. Nog zeer regelmatig word ik met het grote belang van de autogordelplicht geconfronteerd. Onlangs nog: een auto met vijf inzittenden was zwaar gecrasht. Een van de passagiers had het ongeval niet overleefd. Hij was de enige die zijn gordel niet had vastgemaakt.’

Redenen om de gordel niet te dragen zijn er eigenlijk niet, betoogt D’Hondt. En toch volhardt nog altijd ruim een derde van de passagiers en ongeveer 1 op 10 van de bestuurders in de boosheid. ‘In vergelijking met dertig jaar geleden is dat al een grote verbetering. Maar we zijn er nog altijd niet. Je moet blijven inzetten op voorlichting, vervolging en harde repressie. Net als bij snelheidslimieten. Zet mensen in een auto en het worden primaire wezens die van geen beperking willen weten en alle rationaliteit verliezen. Je loopt vandaag onnoemelijk veel meer risico om te sterven in het verkeer dan als gevolg van terreur. En toch houden nog veel te veel mensen zich niet aan de gordelplicht of –  nog essentiëler – de snelheidslimiet.’

De vergelijking met terreur is ook om politieke redenen interessant. Het is geen groot geheim dat vooral de rechterzijde weinig moeite heeft met het inperken van vrijheden als het gaat over bestrijding van terreur. D’Hondt wijst op een VUB-studie die aantoonde dat het in het geval van de bestrijding van verkeersonveiligheid net omgekeerd is. ‘Chauffeurs met rechtse politieke voorkeuren hebben meer moeite om zich aan de regels te houden’, zegt D’Hondt. ‘Verkeersveiligheid blijkt dus ook een politieke kwestie.’

De wrevel van Rik Torfs

Weinig gevallen maken zo goed duidelijk dat mensen niet altijd rationele wezens zijn als de gordelplicht. Ondanks een stoet krachtige en onweerlegbare argumenten, blijft een flink deel van de bevolking zich in de feiten tegen die plicht verzetten. En voor dat verzet valt eigenlijk maar één reden te bedenken. Een gordel wordt- allicht ook fysiek – als een inperking van de vrijheid ervaren. Vrijheid die ons blijkbaar bijzonder dierbaar is, en daarom soms botst met het verstand.

‘Wat is dat toch met de drang van sommigen om te regelen, betuttelen en verbieden? Ik gruwel daarvan.’  Open Vld-voorzitster Gwendolyn Rutten stak haar ergernis niet onder stoelen of banken na een van de eerste pogingen om vanuit de politiek het gebruik van houtkachels en open haarden aan banden te leggen.  Rationeel gezien is het verzet van Rutten ongeveer even legitiem als het verzet van de vroegere PVV tegen de gordelplicht. Houtkachels en open haarden zijn grotere vervuilers dan het wegverkeer en dienen in de meeste gevallen geen ander doel dan de gezelligheid. Maar een inperking en zeker een verbod druist in tegen onze vrijheid, en die staat, aldus Rutten in haar boek Nieuwe vrijheid,  meer dan ooit onder druk. Als grote boosdoeners noemt ze, onder anderen, ‘ecologische doemdenkers’ en ‘de gelijkheidsdictatuur’.

Maar pleidooien voor de ‘herovering van de vrijheid’  komen vandaag niet alleen uit de hoek waaruit je die mag verwachten.  Opvallend genoeg hanteert de katholieke professor kerkelijk recht Rik Torfs tegenwoordig een  discours dat nauwelijks van dat van Rutten te onderscheiden is. In een recent gesprek met Knack poneerde Torfs dat onze samenleving vandaag gekenmerkt wordt door een ‘repressieve’ sfeer. ‘Wat vijftien jaar geleden nog kon, dat kan nu dus niet meer. We gunnen onszelf minder vrijheid dan vroeger.’  Torfs noemde in het interview onder meer het #MeToo-debat, en de genadeloosheid waarmee er in dat debat over goed en kwaad werd geoordeeld. Een gelijkaardige ‘nultolerantie’ hanteren we volgens Torfs tegenover alcohol in het verkeer. ‘Roken mag niet, drinken mag niet, noem maar op. Mensen gunnen elkaar niets meer.’

Nog los van de vraag of Torfs wrevel terecht is,  lijkt de stelling dat onze vrijheid onder druk staat toch minstens op het eerste gezicht pertinent.  Je kon de afgelopen maanden en weken geen krant openslaan zonder te stuiten op  voorstellen, maatregelen of pleidooien die,  hoe rationeel ze soms ook zijn, onze vrijheid inperken. Denk aan het verbod op dieselwagens in Duitse steden of, dichter bij huis, het verbod op plastic zakjes. In de week waarin de sp.a voorstelde om online gokken te verbieden, kondigde de Brusselse regering aan dat er zowel een verbod op kermispony’s als een verbod op het thuis slachten van dieren in de maak is. Als het aan Vlaamse bouwmeester Leo Van Broeck ligt,  wordt het tijd om ook onze legendarische bouwwoede drastisch te beteugelen. ‘Vrijstaand bouwen is crimineel’, zei de bouwmeester onlangs in Knack.

Staat onze vrijheid onder druk?

Staat onze vrijheid onder druk? Ook filosofe Tinneke Beeckman is geneigd om dat te denken. Volgens Beeckman gaat het dan niet alleen over nieuwe wetten, maar ook over een toename van de morele druk die ons opgelegd wordt door onszelf of door onze omgeving. ‘De toename van die druk houdt allicht mee verband met de toename van onze wetenschappelijke kennis’, zegt Beeckman. ‘We weten veel beter dan vroeger wat al dan niet schadelijk is voor ons en onze omgeving. Daaruit is een meer technologisch mensbeeld gegroeid. Het besef “dat we er iets kunnen aan doen”, heeft ons ook opgezadeld met de morele plicht om er iets aan te doen. Je kan je de vraag stellen of dat alleen maar vooruitgang is. De idee dat alles maakbaar is, zorgt voor morele vragen op terreinen waar vroeger geen morele vragen werden gesteld.’ Continue Reading ›

“De scheidslijn tussen privé en publiek in de politiek”, DM, kernkabinet, 8 paril 2018

Knack onthulde dat Liesbeth Homans (N-VA) en Tom Meeuws (sp-a) tussen 2013 en 2015 een affaire hadden. Gewoonlijk zijn journalisten nochtans discreet over het privéleven van politici. Knack-hoofdredacteur Bert Bultinck verdedigt de publicatie: de kiezer moet dit weten om de bitse strijd tussen N-Va en Sp-a in Antwerpen te begrijpen.

De Morgen-journalist Maarten Rabaey interviewde me voor de reeks ‘het Kernkabinet‘ over deze kwestie. Mijn stelling is duidelijk: de scheidslijn tussen privé en publiek in de politiek is van levensbelang. Het is ontzettend belangrijk dat de media zich niet toespitsen op het intieme leven van politici in de berichtgeving. De Antwerpse zaak is hierop geen uitzondering.

Deden media er goed of slecht aan om de vroegere privérelatie tussen de Antwerpse politici Tom Meeuws (SP.A) en Liesbeth Homans (N-VA) te duiden?

Beeckman: “Ik denk dat het niet verstandig is om het privéleven van politici bij het politieke debat te betrekken, omdat je dan sneller verglijdt naar een opvatting van politiek die nefast is voor de democratie. Heel snel krijg je dan een selectie van politici op basis van foute criteria. Dat zie je al in het buitenland, waar dit al veel meer gebeurt. Er ontstaat dan verwarring tussen de private en politieke sfeer, of het ene wordt zelfs door het andere vervangen. Politici worden dan afgerekend op hun intieme leven, of omdat je ze sympathiek of antipathiek vindt. In de filosofie is dat een heel oud debat: moet je als politiek persoon privé en publiek dezelfde kwaliteiten én deugden hebben? Velen vinden van niet. Denk aan zachtheid. Dat kan in je privéleven een enorme deugd zijn maar in je politieke leven nefast. Wijlen Frans president François Mitterrand noemde ooit ‘onverschilligheid’ het belangrijkste attribuut in de politiek maar in een privérelatie is deze houding dan weer onaangenaam. Het is een vergissing dat het private en politieke individu dezelfde moeten zijn.”

Een privétwist wordt voor media toch relevant wanneer blijkt dat de rationele invalshoeken van ons politieke debat door emotie uit het priveleven worden gestuurd?

“Dat is natuurlijk onvermijdelijk het geval. De onderlinge privérelaties tussen politici – of ze elkaar sympathiek vinden of niet – spelen een enorme rol. Kijk maar naar wijlen Duits bondskanselier Helmut Kohl en Mitterrand. Ze konden het als mensen uitstekend met elkaar vinden, en dat versnelde de Duitse eenmaking. Recent boterde het dan weer totaal niet tussen bondskanselier Angela Merkel en de Franse ex-president François Hollande, met verlammende gevolgen voor de EU. Helaas kunnen weinig politici zich boven de private relaties stellen. Een historisch voorbeeld van een VS-president die dat wel kon was Abraham Lincoln. Hij kon zich boven de slechte persoonlijke relatie stellen die hij met sommige van zijn ministers had. Het contrast met Trump kon niet groter zijn.

“Overigens geldt hetzelfde toch ook voor de journalistiek? Sommige journalisten kunnen gedreven worden door persoonlijke, of zelfs irrationele, drijfveren. Dat hoeft toch niet te betekenen dat je de kwaliteit van hun werk daarop moet afwegen? Ook politici zijn niet altijd rationeel maar toch vind ik het geen voldoende reden om de persoonlijke sfeer bloot te leggen.”

Ook niet als dat essentieel is om de Antwerpse kiesstrijd te begrijpen?

“Er zijn voldoende andere motieven om de bitsheid achter de burgemeesterstrijd in Antwerpen te verklaren. Zo is het door de evolutie van onze staatshervorming en de Brusselse politieke schandalen voor Vlaamse politici niet meer interessant om zich in de hoofdstad te profileren. Daarom wordt ook de federale strijd op het scherpst van de snee gevoerd in Antwerpen, waar de voorzitter van de grootste partij (Bart De Wever, N-VA) burgemeester is. Het gaat er niet alleen bits aan toe tussen N-VA en SP.A, maar ook tussen CD&V en N-VA sinds Kris Peeters de Antwerpse politiek instapte. Liesbeth Homans is daartegenover in Antwerpen politiek niet relevant genoeg om haar liefdesleven erbij te betrekken.”

Hadden Homans en Meeuws zelf niet sneller ‘Et alors?’ moeten zeggen, zoals ook Mitterrand het nieuws over zijn buitenechtelijke dochter meteen afblokte?

“Behalve het feit dat hij ook journalisten liet schaduwen om zeker te zijn dat ze er niet over zijn dochter zouden publiceren, had dit nieuws voor de pers geen relevantie mogen hebben. Zijn dochter had niets te maken met zijn presidentiële kwaliteiten. Trouwens, later kwam ook aan het licht dat zijn vrouw een minnaar had die bij hen inwoonde, haar persoonlijke trainer. Je kan intieme relaties dus nooit juist inschatten, want je weet nooit voldoende om iemand echt te begrijpen. Gelukkig maar hoeven we ook niet te oordelen.” Continue Reading ›

Te gast bij ‘De Afspraak op Vrijdag’, 10 nov. 2017


Vrijdag 10 november was ik te gast bij ‘De Afspraak op Vrijdag’ met Ivan De Vadder. 

De andere gasten waren Bart De Wever (N-VA) en Bert Bultinck (hoofdredacteur Knack). Op de site van de VRT is de uitzending te herbekijken tot 10 december.

De thema’s waren Bart De Pauw en de VRT, de Paradise Papers en de Catalaanse kwestie.

Er is een podcast van de uitzending te beluisteren: https://soundcloud.com/deafspraakopvrijdag/vrijdag-10-november-bart-de-wever-bert-bultinck-en-tinneke-beeckman

 

‘Gluren in de creatieve keuken’, Knack, 17 april 2016

UnknownKnack-journaliste Elke Lahousse vroeg me of ik bijzondere rituelen had wanneer ik schreef. Ze noteerde ook de gewoontes van Katleen Vereecken, Eva Mouton, Guga Baul en Alex Callier.

“Hoe komt de artiest tot inspiratie ? Welke specifieke rituelen, dagelijkse gewoonten en eenzame woestijntochten gaan het schrijven, tekenen of componeren vooraf ? Vijf vaderlandse creatieven over hoe zij werken.”

Dit was mijn antwoord: “Bij elke tekst komt er een moment dat het voelt alsof je een muur moet beklimmen zonder houvast. Er zijn te veel ideeën, geen structuur, geen concrete insteek. Dan wil je hard weglopen, maar juist dan moet je verder werken. Het moet pijn doen en je mag alleen stoppen als je een goed stuk geschreven hebt.” “Als ik een column moet schrijven of bezig ben aan een boek, sta ik ’s morgens vroeg op. Mijn wekker staat op zes uur en ik begin meteen te werken. Ik verlies geen tijd met surfen op het internet en probeer me niets aan te trekken van het geroezemoes op de sociale media. Wat er op Twitter leeft probeer ik al helemaal te negeren. Bij het ontbijt eet ik altijd vers fruit.” Continue Reading ›