Zesde druk voor mijn boek ‘Door Spinoza’s Lens. Een oefening in levenskunst’!

Uitgeverij Polis liet me heel fijn nieuws weten: er komt een zesde druk van ‘Door Spinoza’s Lens. Een oefening in levenskunst’ (2012, Pelckmans, 1e druk).

Het werk van filosoof en lenzenslijper Spinoza (1632-1677) heeft mijn blik op de wereld ontzettend veranderd. In het boek bespreek ik Spinoza’s denken grondig, en geef daarbij zes perspectieven voor de hedendaagse burger: vrij debat en geloof, revolte en democratie, politiek en moraal, meditatie, Darwins evolutietheorie en seksualiteit.

Zoals de vijfde editie, bevat deze versie een nieuw voorwoord, met uitleg over de oefeningen in levensfilosofie, en de praktische betekenis van Spinoza’s filosofie.

 

Nog een recensie van ‘Door Spinoza’s Lens’

Nieuwe cover voor het boek.

Nieuwe cover voor het boek.

Toevallig kwam ik op een recensie van een lezer, van ‘Door Spinoza’s Lens, op de website ‘Vreemder dan fictie’.

“4/5 sterren.

Door Spinoza’s lens van Tinneke Beeckman verscheen eind 2012al bij Uitgeverij Pelckmans, maar kreeg dit jaar een herziene vijfde druk bij dochteruitgeverij Polis.

Naast een nieuw jasje biedt de heruitgave ook een aangepast voorwoord door de auteur. Daarin stelt Beeckman dat de filosofie van Spinoza praktische meerwaarde kan bieden in het dagelijkse leven. Zoek in zijn denken – en in dit boek – echter geen pasklare oordelen over wat goed, slecht, juist of fout is:

Spinoza’s denken geeft aan elke geïnteresseerde de opdracht om zelf na te denken over het goede leven. Dat maakt de spinozistische filosofie zeer veeleisend en antiautoritair tegelijkertijd: ze vereist een nauwgezette denkoefening om juist geen gedicteerde leefregels te hoeven aanvaarden. (p. 7)

Baruch Spinoza (1632-1677) was een Nederlandse filosoof, wiskundige en politiek denker die tijdens de Gouden Eeuw niet om een omstreden gedachte verlegen zat. Zo ontkende hij de goddelijke oorsprong van de Bijbel en stelde hij onomwonden de rede boven religie of tradities. Hoewel hij die religie ook enig nut toedichtte (zoals orde en veiligheid) staat Spinoza bij velen te boek als een atheïst.

door spinoza’s lens een oefening in levensfilosofie Tinneke BeeckmanZijn naturalistische gedachtegoed maakte Spinoza tot een van de grondleggers van de radicale verlichting, maar het leverde hem ook een banvloek op: in 1656 werd de filosoof verstoten uit de Joods-Sefardische gemeenschap waarin hij opgroeide, omwille van ‘vreselijke ketterijen’ en ‘monsterlijke daden’. Die vloek geldt overigens tot op vandaag, vreemd genoeg.

Om in zijn onderhoud te voorzien, maakte Spinoza zich het ambacht van lenzenslijper meester. Als hij dus niet bezig was het betere kijkglas te vervaardigen voor verrekijkers en microscopen, dan dacht hij na. Over God, de wereld en de mens.

Wat ’s mans overpeinzingen voor ons kunnen betekenen in een verwarrende 21ste eeuw, is de centrale vraag van Beeckmans boek. Zes thema’s worden bekeken door Spinoza’s lens: vrij debat, revoltes, politiek & moraal, meditatie, Darwin en ten slotte seksualiteit.

Alle hoofdstukken staan op zichzelf, maar sommige begrippen worden duidelijker als je ze in verschillende contexten tegenkomt. Een van die begrippen is ‘conatus’: de drang tot zelfbehoud die ook de essentie van de mens is.

Beeckman slaagt in elk geval in haar opzet: in elk hoofdstuk is de link met het eigen leven of het heden snel gelegd: soms expliciet, soms tussen de regels.

In het eerste hoofdstuk wordt bijvoorbeeld ingegaan op de politieke impact van angst en verontwaardiging, en het gevaar van leiders die erin slagen om mensen tussen hoop en vrees te laten leven. Ik moest geregeld denken aan de geföhnde volksmenner uit New York: verontwaardiging (over Mexicaanse immigranten) en angst (voor bebaarde mannen) werken nog steeds wonderwel om het denken en handelen van mensen te beïnvloeden.

Het derde hoofdstuk biedt een helder overzicht van Spinoza’s levensfilosofie. Die draait niet om wat goed of fout is. Integendeel: wie moraliseert, toont volgens de filosoof vooral een gebrek aan zelfkennis:

Spinoza’s argument om moreel geladen oordelen te vermijden, is het gebrek aan zelfkennis dat eruit spreekt: voor zover moraalridders hun eigen demarche geloven, bedriegen ze niet gewoon de ander, maar zichzelf. Ieder kan de wetten van de natuur kennen (…) maar velen vergeten ze bij uitstek op zichzelf toe te passen. Wie moraliseert, verbeeldt zich een morele zuiverheid die hij niet heeft, terwijl hij de behoefte voelt om de andere negatiever in te schatten dan die verdient. (p. 102-103)

Hoewel Spinoza de rede erg hoog inschat, is hij in de eerste plaats een filosoof van de passies. Hij ontkracht de mythe van het zuivere rationele individu en wijst erop dat niemand – ook filosofen niet – kan ontsnappen aan passies, die ons heen en weer doen slingeren tussen blijheid en droefheid.

Volgens Spinoza ligt de ethische opdracht in het ‘leven volgens de leiding van de rede’. Alleen zo hou je het schip stabiel op een woeste zee van passies, alleen zo kom je tot maximale zelfontplooiing. Dat betekent niet dat alle passies vermeden, onderdrukt of gedisciplineerd moeten worden (de katholieke reflex). De uitdaging is ze in kaart te brengen, ze te begrijpen en er op een positieve manier mee om te gaan. In dat verband is het vierde hoofdstuk over meditatie erg interessant.

In het voorwoord stelt Beeckman dat een deel van de filosofische arbeid onvermijdelijk aan de lezer is voorbehouden. Net dat is het fijne aan dit boek. De hedendaagse relevantie van de 17de-eeuwse filosoof wordt scherp aangetoond, maar in tegenstelling tot de zelfhulpfilosofie van pakweg Alain de Botton worden de praktische conclusies niet voorgekauwd. In zes vlot leesbare hoofdstukken leer je de basis van het spinozistische denken kennen en word je onvermijdelijk aan het denken gezet.”