“Door de bril van Houellebecq”, DS, 22 maart 2018

Radio 1 vroeg me om het begrip ‘soumission’ te duiden, in de uitzending ‘De Wereld Vandaag‘, op 20 maart 2018. Het duikt steeds vaker op, ook op sociale media: #soumission . En de term verwijst naar een roman van de Franse schrijver Michel Houellebecq, maar hoe zat dat precies?

In deze column herneem ik de vraag, en geef ik aan wat de onderliggende angst is rond ‘soumission’, die Houellebecq probeerde te vatten.

 

“De term ‘soumission’ verschijnt in het politieke debat. Bart De Wever gebruikte hem tijdens zijn interview met De Zondag: ‘Dezelfde linkerzijde die bh’s in brand stak in mei ‘68, omarmt nu de hoofddoek als symbool van gelijkwaardigheid. (…). Men wou het christendom kapot, maar van de islam aanvaardt men alles. Ik noem dat soumission.’

‘Soumission’, ‘onderwerping’ is een schimpscheut. Nadat het westen het christendom opzijschoof, accepteert het kritiekloos de islam. Vooral linkse partijen krijgen dit verwijt: zij hebben het katholicisme altijd aangevallen als een manifestatie van het patriarchale, autoritaire en onkritische denken. Maar dat patriarchale denken is evengoed bij conservatieve moslims te vinden. Waarom zouden we dat wel accepteren? Linkse stemmen vinden die parallel al te gemakkelijk; moslims vormen een minderheid en die minderheid heeft bescherming nodig. Achter de islamkritiek gaat een daad van onrecht, een uitdrukking van discriminatie of zelfs racisme schuil, menen ze. Maar die insteek lost de paradox niet op.

Daarbij creëren godsdiensten dynamieken die veel verder gaan dan een vraag over de rechten van minderheden kan beantwoorden. Dat is precies wat Michel Houellebecqs roman ‘Soumission’ traceert. Het is naar die roman dat de term ‘soumission’ in het politieke debat verwijst. De roman verscheen vlak voor de aanslagen op Charlie Hebdo in januari 2015, en speelt zich af in Frankrijk in 2022. In Houellebecqs verbeelding wordt de eerste moslimpresident, Ben Abbes verkozen, dankzij een alliantie tussen diens conservatieve moslimbroederschap en linkse partijen. Beide partijen kunnen zo Marine Le Pens ‘Front National’ van de macht houden. Overal breken gewelddadige protesten uit, waarover de media amper berichten. De protagonist François, een uitgebluste academicus, omarmt de nieuwe machtsstructuren uit eigenbelang en conformisme.

Houellebecq is bekommerd over de teloorgang van sterke geloofsovertuigingen. Hij plaatst de islam niet tegenover de Verlichting, zoals in Vlaanderen gebeurt. Integendeel, hij beschouwt de Franse Revolutie als een godsdienstoorlog van atheïsten tegen katholieken. Houellebecq heeft tevergeefs geprobeerd om zich tot het katholicisme te bekeren. Zijn roman ligt in het verlengde van die persoonlijke mislukking. Vandaag heeft de islam de wind in de zeilen. Maar moslim worden uit conformisme, zoals zijn personage François, zou hij niet doen; ‘Ik ben geen lafaard’, stelt hij in een interview. Dit raakt aan de essentie van het concept ‘soumission’: het is vooral een moreel verwijt. Het suggereert lafheid, gebrek aan daadkracht, aan zelfrespect. Met de stempel ‘soumission’ maak je iemand politiek monddood, want wie wil zich nu associëren met een project van vrijwillige vernedering en onderwerping?

Toch heeft François in de roman allerlei goede redenen om dit te doen, en dat is de kracht van de roman, die niet oordeelt maar beschrijft. Continue Reading ›

Lezing over Menno Ter Braak, Amsterdam 24 jan. 2018

“Ressentiment als motor van de democratie?”

Op woensdag 24 januari gaf ik een lezing over Menno Ter Braak, ressentiment en het nationaal-socialisme in De Balie, Amsterdam.

Krijn Ter Braak, neef van Menno, gaf ook een korte lezing. En er volgde een debat na mijn lezing, met Chris Rutenfrans (De Volkskrant). Moderator was Ianthe Mosselman.

Sinds de opkomst van politici zoals Pim Fortuyn, Geert Wilders en Donald Trump krijgt Menno Ter Braaks analyse van het ressentiment vernieuwde aandacht. De vraag is of de insteek van de populistische partijen overeenkomsten vertonen met het ‘pure ressentiment’ van het nationaal- socialisme dat Ter Braak in Het nationaal-socialisme als rancuneleer beschreef. En er zijn wel degelijke enkele boeiende raakvlakken. Maar een dieperliggend probleem is interessanter: het ressentiment is volgens Ter Braak juist niet op één politieke ideologie of partij toepasbaar; het maakt deel uit van een bredere culturele stroming, eigen aan de democratie. Meer nog, juist dat democratische gelijkheidsideaal zet aan tot ressentiment, omdat een werkelijke gelijkheid niet kan worden gerealiseerd; mensen zijn nu eenmaal ongelijk in hun talenten en vermogens. De kloof tussen ideaal en realiteit genereert een permanente bron van onmacht en rancune. Hierin heeft het christelijke gelijkheidsideaal een grote rol gespeeld, met de idee dat allen gelijk zijn voor God. Uit deze voorstelling zijn dan de democratische, liberale, christendemocratische en socialistische idealen voortgevloeid.”

De lezing kan je bekijken via ‘De Balie‘, of op vimeo.

Hier is de volledige tekst:

“Menno Ter Braak schreef zijn essay in 1937. Hij viseert Musserts NSB en Duitse nazisme. Toch is zijn essay meer dan een kritiek op deze politieke partijen. Hij zoekt naar een antwoord op een dieperliggende vraag: hoe valt het ressentiment – eigen aan de democratie – te bestrijden? Het is erg verleidelijk ressentiment aan een politieke tegenstander toe te schrijven, of die nu bij het linkse of het rechtse kamp hoort. Maar wie dat doet, geeft zelf blijk van onmacht tegenover de heersende politieke cultuur. En wie de tegenstander als moreel verwerpelijk neerzet, maakt juist geen doordachte politieke analyse. Zoals Frederik Jameson opmerkt, dient het begrip ressentiment dan zelf een politieke functie. Continue Reading ›

Johan Van Overtveldt, en de critici van het ‘neo’-liberalisme

Johan Van Overtveldt begint een politieke carrière bij de N-VA. Een goed moment om een thema aan te snijden dat me al langer boeit: “linkse” en “rechtse” visies vandaag. Gewoon een denkoefening, om de bestaande visies open te breken, en eventueel tot een betere definitie van de echte tegenstellingen te komen.

Van Overtveldt staat bekend als econoom en als liberale debater tegenover critici van het neo-liberalisme, zoals psychoanalist Paul Verhaeghe, of Peter Mertens (PVDA). Dit is de bekende ideologische kloof tussen “meer vrije markt” (‘rechts’) en “meer overheid (‘links’)”. Maar vat deze klassieke ideologische tegenstelling een reeks recente fenomenen wel?

Zou het niet kunnen dat beide stemmen in het publieke debat – “neoliberalen” en “anti-neoliberalen” – gedeeltelijk dezelfde bezwaren hebben tegen gelijkaardige symptomen: nieuwe vormen van corporatisme? Continue Reading ›