“Als alleen de ‘goede vrouw’ steun krijgt”, column DS, 21 okt. 2021

” Ook de rol van Ines De Vos roept vragen op.

De zaak-De Pauw ontlokte intense reacties, ook op sociale media. Daarbij horen felle steunbetuigingen aan de echtgenote van Bart De Pauw, Ines De Vos. Zij zou als ‘enige vrouw waardigheid’ uitstralen, of ‘vechten voor haar gezin’. Wat mij interesseert, is niet alleen­ welke feiten de betrokkenen hebben­ gepleegd, maar ook hoe het publie­ke debat over sociale rollen verloopt, en welk maatschappijbeeld daaruit spreekt. Wat mag je verwachten van een televisiester, een zaakvoerder, een werknemer of een gezinslid?

Dat de echtgenote als enige vrouw steun krijgt, verwondert me. Tenslotte was ze De Pauws manager. Later was ze zaakvoerder van het bedrijf Koeken Troef. In die functie wist ze al jaren dat er klachten waren over het gedrag van De Pauw. Woestijnvisbaas Wouter Vandenhaute informeerde De Vos in 2008 al dat De Pauw jongere vrouwen lastigviel op de set van Loft, bijvoorbeeld. En als zaakvoerder had De Vos professionele verplichtingen: ze moest erop toezien dat jonge vrouwen op de werkvloer van haar bedrijf in een veilige omgeving konden werken. Van De Pauw weten we dat hij aan jonge vrouwelijke collega’s eerst flirterige berichtjes stuurde, en dat dat uitdraaide op onophoudelijke stromen boodschappen, ook ’s nachts. Hij eiste daarbij dat die collega’s zijn berichten geheim hielden tijdens de werkuren. Nu wordt De Pauw aangeklaagd voor belaging en elektronische overlast. De juiste rol en betekenis van De Vos als baas is nog onduidelijk, maar vragen zijn er alvast wel.

De Pauw had blijkbaar sinds 1999 ook affaires met medewerksters (in brede­ zin), en zijn partner bleek daarvan op de hoogte. Dat meer private aspect­ van de relatie tussen De Pauw en zijn vrouw gaat niemand wat aan. De Vos hoeft haar keuzes aan niemand uit te leggen. Alleen had ze ook een professionele verhouding met De Pauw en (minstens indirect) met de vrouwen die hij in die context lastigviel. Dat ze zijn echtgenote is en moeder van zijn kinderen, verandert daar niets aan. Haar rol beperkt zich niet tot die van gezinslid. Ze heeft zelf gekozen voor een andere rol, met een andere maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het is paternalistisch om haar die verantwoordelijkheid te ontkennen.

Anders gezegd, niet het gezinsleven staat hier ter discussie, maar de arbeids­voorwaarden voor werknemers in kwetsbare posities. Waar het om draait, is dat deze vrouwen als werkneemster een beroep willen kunnen uitoe­fenen zonder dat hun integriteit wordt geschonden. Dat het grensoverschrijdende gedrag van de baas ‘erbij zou horen’, is precies wat de vrouwen die op het proces getuigen, niet meer aanvaarden.

Los daarvan blijft de vraag welke voorstelling van de ideale echtgenote of moeder in deze steunbetuigingen doorschemert. Verdient een vrouw die haar echtgenoot naar de rechtbank begeleidt echt meer respect dan een echtgenote die een ontrouwe, stalkende man allang zou verlaten hebben? Zou die gescheiden vrouw minder van haar kinderen houden of minder voor hen proberen te zorgen? Is onophoudelijke steun voor de partner of vader voor kinderen altijd de beste optie? Ik zou het zo stellig niet durven te beweren. Daarbij klinkt de bewondering voor de houding van de vrouw in kwestie hypocriet zolang er geen kritisch woord volgt over de houding van de man die bereid is het welzijn van zijn gezin op te offeren aan zijn overspelige verlangens.

Het is merkwaardig om deze oubollige dubbele moraal nog aan te treffen: de man is professioneel buitengewoon geslaagd, maar heeft een zwak voor vrouwelijk schoon; de goede echtgenote blijft haar buitengewone man steunen en beschermt op die manier de waarde van het gezin. De ontevreden vrouwelijke collega’s, daarentegen, verdienen vooral afkeuring, omdat ze hun klachten openbaar hebben gemaakt, en de manier waarop ze behandeld werden als problematisch ervaren.

Deze zaak over seksueel grensoverschrijdend gedrag lijkt me een gelegenheid om voorbij bestaande sjablonen te kijken. Annelies D’Espallier, de ombudsvrouw gender van de Vlaamse ombudsdienst, gaf in De zevende dag aan dat niet alle slachtoffers van seksueel geweld vrouwen zijn. Ook mannen kunnen slachtoffer zijn. Het is belangrijk om die realiteit te erkennen. Daarnaast kunnen mannen of vrouwen in bepaalde gevallen misschien zelf geen dader zijn, maar wel als enabler fungeren. Dan maken ze het grensoverschrijdende gedrag­ van iemand anders mogelijk, door de dader te beschermen, de feiten toe te dekken of de slachtoffers in de kou te laten staan. Misschien is de tijd gekomen om ook die verantwoordelijkheden helder te onderzoeken.”

Deze column verscheen in De Standaard op 21 oktober 2021.

Dat Loft een bedenkelijke film is qua vrouwbeeld, analyseer ik in deze column uit 2014.

Over vrouwen – in de regering, en in de film ‘The Loft’, DS column, 20 oktober 2014

“Het was vorige week niet de ‘week van de vrouw’. Wel die van een nieuwe ‘mannenregering’. Dat daar veel ophef over ontstond, is terecht. De samenstelling van de federale regering miskent dat de wereld voor de helft uit vrouwen bestaat. Daarbij suggereert ze dat er ‘mannelijke’ domeinen zijn, waarvoor vrouwen niet geschikt zijn. Wie dat denkt, moet dringend Catherine De Bolle, hoofd van federale politie, ontmoeten. Ja, een indrukwekkende, talentvolle, bescheiden en bijzonder intelligente vrouw leidt in dit land de politie. Hoe dat komt? Omdat ze als eerste uit de selectieproeven kwam.

Over de ‘te blanke’ regering vloeide ook veel inkt. Dat was opnieuw terecht: misschien moeten politici eens de tram nemen en wat rondkijken. De regeringspartijen hangen het credo aan dat wie in Vlaanderen hard werkt en zich integreert, daar de vruchten van plukt. Die gedachte mogen ze dan ook respecteren in hun benoemingspolitiek. En de partijen konden een dubbele slag slaan: met vrouwen als Zuhal Demir (N-VA) of Assita Kanko (MR) hadden ze meer dan voldoende talent in huis.

Dan was er nog verbazing over de uitspraak van Bret Easton Ellis, juryvoorzitter van het Gentse Filmfestival. Hij bestempelde ‘The Loft’ als een gedateerd verhaal, met personages die ‘antieke stereotypen van mannen’ zijn. Daar hadden de Vlaamse filmcritici niet aan gedacht. Meer nog, ze prijzen ‘The Loft’ al jaren de hemel in. Nochtans zegt Easton Ellis wat elke kijker kan vaststellen. De plot is duidelijk: vijf getrouwde mannen delen in het geheim een loft waar ze ongestoord hun buitenechtelijke pleziertjes organiseren. Tot ze op een ochtend het lijk van een jonge vrouw in bed ontdekken. Veel subtiele psychologie hoef je niet te verwachten in deze ‘whodunit’ met geile pubers en doortrapte manipulatoren. Niet echt realistisch, en evenmin vleiend. Ook de vrouwelijke personages zijn cliché: de sexy verschijning, de misnoegde echtgenote en het naïeve meisje. Die vrouwen bestaan alleen doorheen de blik van mannen. Geen enkel

vrouwelijk personage heeft een eigen stem. Een vrouw verschijnt er slechts als een functie in de uitsluitend mannelijk plot. De vrouwen vragen zich alleen af wat die mannen nu wel van hen denken. Ze zijn jaloers, angstig, boos. Of wrokkig omdat mannen hen onheus behandelen. Zo eenvoudig is dat. Niet geweldig realistisch, en evenmin zeer verheffend. En ja, ook dit nog: de enige ‘allochtonen’ in de Vlaamse versie zijn het keukenpersoneel. Bret Easton Ellis heeft overschot van gelijk.

Continue Reading ›

Schoenaerts als uithangbord voor luxemerk Vuitton

Begin januari 2014 raakte bekend dat Matthias Schoenaerts het gezicht wordt van Louis Vuitton.

De acteur en graffiti-kunstenaar is vooral gekend voor zijn buitengewone acteerprestaties. Hij speelt vaak de outcast, variaties op het thema van het buitenbeentje. De gehavende man die niet echt in de burgerlijke maatschappij past ( bijvoorbeeld in ‘Loft’, ‘Rundskop’, ‘De rouille et d’os’).  Nu promoot de acteur dus wereldwijd een luxemerk. De exclusieve winkels van Vuitton vind je alleen in de meest chique wijken. Die deal komt zijn internationale bekendheid ook ten goede: dankzij Vuitton krijgt hij extra promotie voor interviews in magazines (onthulde de voormalige redactrice van een weekblad me). Dat gebeurt naar verluidt op allerlei subtiele manieren: de mode-industrie en magazines zijn van elkaar afhankelijk.  

Over die mode-industrie en haar pseudo-rebelse karakter schreef ik een column voor De Standaard Avond op 12 december 2013. Dat is wat me fascineert: wie succes heeft door zich een anti-systeem identiteit aan te meten, wordt meteen opgenomen in de kapitalistische industrie. Het gaat me niet om de persoonlijke keuzes van één individu  – Schoenaerts is er geen minder geweldige acteur om. Maar dit was mijn reflectie over de modewereld:

Continue Reading ›