Lezing ‘Spinoza en Machiavelli’, voor Vereniging het Spinozahuis

Op 27 maart gaf ik een zoom-lezing over ‘Spinoza en Machiavelli’ voor de Vereniging het Spinozahuis.

Spinoza is karig met complimenten, maar hij noemt Machiavelli in het Politiek Tractaat de ‘zeer wijze, zeer sluwe Florentijn’. Spinoza was ook voorstander van democratie, en schreef een bruikbare Ethica’. Voor hem was Machiavelli dan ook denker van de vrije republiek, geen cynisch machtsdenker.

In deze lezing geef ik de context van Spinoza’s citaten, en analyseer ik welke lessen Machiavelli te bieden had.

Er waren ongeveer 160 inschrijvingen – na mijn lezing stelden enkele aanwezigen boeiende vragen, die ook opgenomen werden.

Over Spinoza schreef ik ‘Door Spinoza’s Lens’ (2012, Pelckmans – 6e druk, nog beschikbaar) en in november verscheen ‘Machiavelli’s Lef‘ (4e druk).

Podcast ‘Kant, en klaar!’, Klara, 6 april 2021

In april is het de Maand van de Filosofie. Voor Klara nodigde Greet Van Thienen me uit voor een gesprek over één vraag van Immanuel Kant: Wat kan ik weten? Hoe moet ik handelen? Wat kan ik hopen? En wat is de mens?

En ik koos voor de ethische vraag: hoe moet ik handelen? De podcast van het gesprek is beschikbaar.

“Filosoof Tinneke Beeckman spreekt zich als public intellectual uit over de knelpunten van deze tijd. Zowel in haar columns als in haar boeken denkt ze na over wat vrijheid is, of hoe we als mens en burger onze verantwoordelijkheid kunnen opnemen.

Beeckman wordt geïnspireerd door filosofen Spinoza en Machiavelli. Ze bouwt verschillende bruggen tussen het denken van beide heren naar het leven van nu. Naar een tijd die al even onzeker is als de hunne. 

In deze aflevering denkt ze na over de Kant-vraag: Wat moet ik doen? Wat is goed handelen? Voor haar werkt de ethische praktijk van elke dag beter dan een of ander groot moreel principe waarop we ons kunnen richten. Haar antwoord is genuanceerd en helder, zoals we dat van haar kennen. Centraal staat het idee van verbondenheid met de anderen en met de natuur. 

Te Lezen: ‘Machiavelli’s lef, levensfilosofie voor de vrije mens’ van Tinneke Beeckman – uitgeverij Boom 2020.”

Greet Van Thienen publiceerde heel recent een filosofisch werk: ‘De stuntelende mens. Een klein onderzoek naar wat we zijn’ (Pelckmans, 2021), waarin een aantal vroegere ‘Kant’-interviews aan bod komen.

Interview over Machiavelli in ‘La-On Magazine’

Interview door Paul Cools en Thomas Feijen, ‘La-On Magazine‘.

“Machiavelli is veel subtieler dan zijn reputatie doet vermoeden.

Filosofe Tinneke Beeckman schreef een boek over een van de meest verkeerd begrepen denkers ooit: Niccolò Machiavelli (1469-1527). De Italiaan ging de geschiedenis in als een pleitbezorger van list, misleiding en onderdrukking. Maar Beeckman herkende in zijn geschriften vooral een pragmatisch diplomaat die belang hecht aan republikeinse vrijheden en volksinspraak. Waarom is Machiavelli ook vandaag nog relevant?

Machiavelli heeft zijn reputatie al eeu- wenlang niet mee. Hoe ben je ertoe gekomen om het brede publiek te laten kennismaken met zijn andere kant? 

Dankzij Spinoza. In de zeventiende-eeuwse Nederlandse Republiek lazen veel tijdgenoten van hem Machiavelli om te ontdekken hoe men een republiek moest organiseren. Machiavelli was voor hen de man met de wijze antwoorden. Vijftien jaar geleden las ik voor het eerst Machiavelli’s Discorsi en ik was meteen weg van hem. Er zitten talloze passages in dat boek waarin hij zijn afschuw betuigt over machtswillekeur. Als rondreizende dignitaris voor de republiek Firenze zette hij zich in voor vrijheden. Hij ging praten met de prominente figuren van zijn tijd zoals de paus en de Franse koning over de onafhankelijkheid van de stadsstaat.

In je boek schrijf je dat voor Machia- velli politiek uit conflict bestaat. Het conflict tussen de elite en het volk. 

Machiavelli maakt het verschil tussen de elite, de aristocratie en de burgerij. Hij is heel positief over de mogelijkheden van een volk om zichzelf te besturen. De aristocraten zijn de mensen die terughou- dend zijn als het om verandering gaat. Denk aan magistraten of de legerleiding. Zij verlangen ernaar om hun macht te behouden en te vergroten. Dat kan leiden tot tirannie. Daarom is het belangrijk dat het volk ook inspraak heeft.

Bestaat er vandaag nog een grote kloof tussen de elite en het volk?
Vandaag bestaat de politieke opdeling tussen linkse en rechtse partijen. Maar het is complex: binnen linkse partijen kunnen politici machtsbehoudend denken, en sommige rechtse partijen proberen het volk aan te spreken. In elk geval

heb je in een samenleving altijd mensen die eerder behoudsgezind zijn en anderen die alles wat te maken heeft met autoriteit in vraag stellen. Deze twee uitersten heeft een samenleving nodig. Machiavelli geeft zelf een voorbeeld: wanneer er een acute dreiging is, is de aristocratie belangrijk omdat die de middelen heeft om snel in te grijpen. Ook Churchill deed als conservatief politicus tijdens WO II een appel op het Britse patriottisme om het volk te verenigen. Alles wat behoudsge- zind is, zoals nationale symbolen of een vlag, is op zo’n moment belangrijk.

Heeft Machiavelli ooit aangegeven dat hij hoopte op een eengemaakt Italië? Hij droomde daar wel van. In het laatste hoofdstuk van Il Principe fantaseert hij over een sterke figuur die Italië zou kunnen herenigen. Machiavelli denkt in te- genstelling tot veel anderen helemaal niet zo universalistisch. Zijn favoriete systeem voor de vrijheid is de republiek, maar zijn realisme noopt hem om te zeggen dat niet elke samenleving daar klaar voor is. In 1520 is hij in zijn teksten een duidelijke voorstander van een republiek met volksinspraak, maar tegelijkertijd vindt hij dat er een sterke leider nodig is.

De Belgische staatsstructuur en de verschillende taalgemeenschappen staan soms weleens tegenover elkaar. Kan conflict ook contraproductief worden en verlammend werken?

Een goed politiek conflict ontstaat wanneer alle verschillende stromingen en verlangens een plaats krijgen binnen één structuur. Als het conflict het staatsbestel als zodanig in vraag stelt, dan is het effect nefast. Je hebt dat bijvoorbeeld in België en in de werking van de Europese Unie. Zulke conflicten, zoals ook de Britten die uit de EU stappen, helpen de politieke gemeenschap en vrijheid niet vooruit.

Vanaf wanneer verzandt conflict in polarisatie?
Als je de mening van de ander niet meer erkent. Machiavelli laat daarom steeds verschillende stemmen aan het woord. Hij schrijft in Il Principe dat de elite de stand- punten van het volk moet begrijpen en andersom. Het is voor de mens belangrijk om zich in te leven in andersdenkenden. Wie er een andere visie op nahoudt, is niet per se een vijand. Helaas hebben alle kanten van het politieke spectrum het hier vandaag moeilijk mee.

Verwijs je daarom in ‘Machiavelli’s lef’ naar de opgang van identiteitsdenken? Ja, aanhangers van identiteitspolitiek kijken alleen naar wie machtig en geprivilegieerd is en wie niet. Daaraan worden morele oordelen gekoppeld: privilege is slecht, slachtofferschap is goed. Alles — van werkloosheid tot schoolachterstand — wordt tot deze tweedeling herleid. ‘Witte’ heteromannen zijn slecht en die positie bepaalt of iemand mag spreken of moet zwijgen. ‘Zwarten kunnen nooit racist zijn,’ wordt dan gezegd. Daardoor telt individuele verantwoordelijkheid niet meer mee. Identiteitspolitiek zet mensen tegen elkaar op en belemmert eerder de weg naar een vrije samenleving met min- der privileges en meer gelijkheid.

Heel veel mensen ervaren ‘noodzaak’ als een vrijheidsbeperking. Machiavelli ziet het gek genoeg als iets positiefs. Machiavelli is veel subtieler dan zijn reputatie doet vermoeden. Je weet soms niet van een zestiende-eeuwse schrijver of hij iemand citeert of zijn eigen ideeën op papier zet. Vaak reconstrueert Machiavelli een gesprek en rond dit onderwerp voert hij de Romeinse geschiedschrijver Livius op die zegt dat noodzaak het sterkste wapen is. Het kan legitimeren dat de uitvoerende macht meer slagkracht krijgt. Politici zijn geneigd om telkens een noodzaak in te roepen: ‘We moeten dit of dat…’ Maar al bestaat er een noodzaak, dan blijft de politieke pluraliteit: er zijn altijd verschillende keuzes. Daarom moet je oppassen voor de retorische truc, alsof er maar één oplossing zou zijn.

Hoe kan een burger bepalen of een maatregel noodzakelijk is?
Bij Machiavelli bestaat het idee van kritisch burgerschap en de ruimte om te kunnen protesteren. Voor het algemeen belang moet men vertrouwen op het volk.

Is dat in het verleden ook niet heel erg fout gelopen?
Het volk kan zich inderdaad door een leider laten misleiden. Dat thema behandel ik uitvoerig in het boek. Maar ook dan speelt de elite een ambivalente rol: meestal doet zo’n autoritaire leider alsof hij het volk vertegenwoordigt, terwijl hij de financiële, culturele middelen heeft die bij de elite horen. Autoritaire leiders krijgen ook vrij spel in een samenleving die al corrupt is. Je moet je dus niet blindstaren op het gedrag van zo’n leider.

Hoe zou Montesquieu, de Verlichte grondlegger van de scheiding der machten, tegenover Machiavelli ge- staan hebben?

De republiek was voor Montesquieu een samenlevingsvorm met de deugd als principe. Dat betekende voor hem niet alleen patriottisme en gehoorzaamheid aan de wet, maar ook een verlangen. Zowel bij Machiavelli als Montesquieu gaat het niet over een christelijke deugd. Het heeft eerder te maken met burgerschap en het volgen van bepaalde zeden. Zo volstaat het niet dat er wetten zijn, want mensen moeten ze ook volgen. Daarover zouden ze het eens zijn geweest.

In je boek verwijs je niet vaak naar actuele voorbeelden, maar tijdens het lezen kan je niet anders dan verbanden leggen met bijvoorbeeld het populisme van Trump. Waarom mijd je dat zelf?
Ik wil vooral concepten zoals noodzaak en deugd aanreiken zodat mensen ze voor zichzelf kunnen invullen. Als schrijver ben ik er heel beducht voor om geen goeroe te zijn. Als filosoof kan ik alleen maar het perspectief verbreden. Hoe de lezer daarmee omgaat, moet hij zelf kiezen. Ook dat is pluraliteit.

Volgens de politicoloog David Runci- man bevindt de democratie zich per- manent in een staat van crisis. Moeten we ook niet beter leren omgaan met conflict?

Daar ben ik het mee eens. Er zijn zoveel crisissen geweest. Bij betogingen tegen de economische Eenheidswet begin jaren ’60 vielen in België zelfs doden. Elk tijdvak heeft natuurlijk wel bepaalde uit- dagingen. Sociale media versterken bijvoorbeeld narcistische tendensen bij politici én burgers. Die overdreven aandacht voor het eigen ego botst met het politieke spel. Wat je volgens Machiavelli moet doen, is je eigen virtù ontwikkelen, dit is deugd als een mogelijkheid tot actie. Zo omschrijft Hannah Arendt virtù: ze schrijft aan Machiavelli precies dit idee van ‘vrijheid in actie’ toe. Onderneem, begin iets nieuws, engageer je met anderen. Machiavelli geeft geen eenduidige definitie. Ik heb in het boek de verschillende aspecten van het begrip verzameld om een duidelijker beeld te geven.”

‘Stop met zeuren en omarm je tegenslag’, interview De Standaard, 14 nov 2020

Interview door Karel Verhoeven, in DS Letteren op 14 november 2020, over mijn nieuw boek, ‘Machiavelli’s Lef‘. Foto’s: Jimmy Kets.

Een boek over het lef van Machiavelli publiceren een week nadat Trump verslagen is, lijkt een flagrant geval van slechte timing. Maar Tinneke Beeckman ontdekte achter de cynische manipulator een kritische denker.

Is Niccolò Machiavelli niet de gids voor cynische manipulators voor wie geen leugen te gortig is omdat het doel de middelen heiligt? Wat een verfrissing brengt Tinneke Beeckman over Machiavelli, en belangrijker, over hoe te begrijpen waar Joe Biden voor staat. En samen met Biden alle democraten die het willen opnemen tegen de populistische revolte. De Machiavelli die Beeckman optrekt, is een verrassende en confronterende leermeester. Democraten die de deugd aan hun zijde voelen en zich er graag op beroepen, hebben een kwaaie klant aan hem. Hij zou striemend zijn over hun arrogantie. En over hun weekhartigheid over macht. Alleen wie het beest zonder taboes in de ogen kijkt, kan hopen het in toom te houden. Kan hopen om vrij te blijven.

‘Hem lezen en over hem schrijven was een vreemde ervaring’, zegt Beeckman. ‘Ik zat in een vrouwelijke wereld van zwangerschap en zorg voor mijn dochter. Machiavelli is een Italiaanse macho. Er is niets vrouwelijks aan hem, aan waarover hij schrijft, noch aan hoe. Ik vroeg me zelf ook af hoe ik bij hem uitkwam. Lelijke manipulatie is de kant van de politiek die ik verafschuw. Macht verwerven houdt mij niet bezig. Ik ben een zelfstandige filosofe. Ik heb geen baas en ik ben baas over niemand. Maar het ontmaskerende van Machiavelli trekt me aan. Zijn antipaternalisme. Zijn aansporing om heel goed te kijken naar degene die voor je opstaat en zegt dat hij het allemaal voor jou doet. “Kijk eens wat voor een leugenaar en bedrieger die paus Alexander VI is.” Machiavelli verkondigt wat niemand anders durft te verkondigen. Dat zet hij zelf bovendien dik in de verf. Voor hij provocerende dingen schrijft, kondigt hij breed en luid aan: ik ga nu iets anders zeggen dan alle anderen. Ik bewonder dat. Je moet altijd kritisch durven te denken. Het is wat Machiavelli gemeen heeft met Spinoza, en met Nietzsche. Wees kritisch over de drijfveren en verlangens van mensen die beweren een soort morele deugdelijkheid te bezitten. Wees dus ook kritisch over je eigen verlangens.’

In de Machiavelli die u leest, zit nauwelijks cynisme.

‘Soms zit er veel woede achter zijn zinnen. Hij voelt een diepe afkeer voor de corrupte macht en het gewelddadige leiderschap van zijn tijd. Er zit een hardheid in. Een meedogenloosheid die niet altijd makkelijk is. Maar ik bespeur in hem toch altijd opnieuw die poging om zich tegen cynisme te verzetten, ja. In zijn brieven, en vooral in dat dikke boek, de Discorsi, ontdekte ik een andere Machiavelli dan die van Il principe, het boekje dat hem die reputatie van politiek-filosofische duivel heeft opgeleverd. Dat is de Machiavelli die, wanneer hij tijdens zijn verbanning naar zijn schrijfkamer gaat, plechtig meldt: “Ik trek mijn vuile gewaden af en ga in gesprek met de ouden”. Met Livius en Tacitus. Die wereld is wel draaglijk. Door de verhalen, de wijsheid, het inzicht. Met de ouden voert hij imaginaire filosofische gesprekken.’

‘Voor mij was Machiavelli een plek waar ik me kon terugtrekken, vooral in tijden van corona. Hij schrijft fantastisch, hij laat van alles gebeuren, actie à volonté, en hij grossiert in geniale observaties en rake gedachten.’

Loont het nog de moeite om Machiavelli te lezen om te leren hoe macht te verwerven? 

‘Hij begrijpt de voorwaarden voor politieke actie, zelfs om goede daden te stellen. Ook Hannah Arendt vond dat verfrissend aan hem. Voor je iets kan doen met de macht, moet je ze eerst verwerven. Daar zijn schimmige daden voor nodig, en je mag je neus daar niet voor ophalen. De politicus die in de spiegel kijkt en terugdenkt aan wat hij gedaan heeft, doet dat onvermijdelijk met een vorm van pijn, afschuw of schaamte. Helemaal zuiver blijven en toch politieke macht verwerven, is een leugen. Ik hou van het idee dat je je het beste kan verweren tegen misbruik van de macht als je er een zo realistische mogelijke kijk op hebt. Door niet mee te stappen in de schone schijn die de macht rond zichzelf ophangt.’

Politiek zoals Machiavelli die ervaart, is niet voor tere zieltjes.

‘Politiek bestaat voor hem uit conflict. Er zijn twee betrokken partijen: het volk en de elite. Het volk verlangt ernaar om vrij te leven, de elite wil het volk overheersen. Het volk is dus meer vrijheidslievend dan de elite. Die wil haar macht behouden of het liefst vergroten. Als ze daarin slaagt, ontstaat misbruik. Daarom is inspraak van het volk nodig. De tirannie is nooit een lang leven beschoren. Als burgers zich vrijuit met politiek kunnen inlaten, leidt dat tot wetten die de vrijheid bevorderen. Vrijheid, daar gaat het voor Machiavelli om, dat is het hoogste goed. De vrije republiek.’

Zou u Machiavelli omschrijven als een democraat?

 Jimmy Kets

‘Hij heeft een sterke democratische inslag. Hij neemt het consequent voor het volk op. Hij vindt het volk verstandiger dan de vorst: het heeft een beter oordeelsvermogen, het is eerlijker in zijn streven. Maar hij is realistisch over macht. De mensen die het meest naar macht verlangen, vanuit eerzucht, hebzucht, geldingsdrang, zijn doorgaans het minst geschikt om ze in handen te krijgen. Tegelijk kan je die passies niet onderdrukken. Je moet integendeel een politiek systeem ontwerpen dat met de passies en ambities werkt, en ze vervolgens ten dienste stellen van de gemeenschap. Je houdt de machtswellust dus in toom door wissels van de macht in te bouwen. Door een volkstribunaat naast een senaat te installeren. De macht van één individu te beperken. En door de burgerlijke deugd te promoten. Aan wie ken je roem toe en wie eer je? Wie belaad je met gloria? Voor wie applaudisseer je? Liefst niet voor de egomaniakale gek, wel voor degene die zich inzet voor de samenleving. In tijden van crisis wordt veel duidelijker wie dat is. De verpleegster en de vuilnisophaler. De mensen die blijven werken moet je eer en prestige geven. Terwijl een narcistische samenleving net het omgekeerde doet en voortdurend mensen beloont die van zichzelf de lof bezingen, alleen aan zichzelf denken, pretenderen kwaliteiten te hebben die ze niet hebben, die geen verantwoordelijkheid nemen voor hun falen maar het succes aan zichzelf toeschrijven. Dat ondergraaft de deugd in een samenleving. In de Discorsi schrijft hij: in vredestijd nemen vooral mensen met privileges de belangrijkste posities in, zij met de juiste afstamming en connecties. Maar in crisistijden vallen de onbekwamen door de mand en zie je wie virtù heeft. Als je dat leest in volle corona-epidemie, blijkt dat unheimlich accuraat.’

Die republikeinse deugden zijn herkenbaar als de antieke deugden. Zijn wij, kapitalistische modernen, die verloren?

‘Ik denk het niet. Veel mensen hebben bijvoorbeeld respect voor leerkrachten. Maar in een maatschappij die alleen beloont wat ze kan meten, levert dat weinig op, omdat wat een goeie leerkracht doet zo moeilijk meetbaar is. Het financiële kan ook niet de enige beloning van deugd zijn. Iemand als minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke is zich daarvan bewust. Als iedereen in je gezondheidszorg, de topdokters op kop, een zo hoog mogelijke financiële beloning nastreeft, kapseist je systeem.’

Het volk houdt de elite bij de les. Is de populistische kiezer dan toch een grotere verdediger van de vrije republiek dan de intellectuele elite die haar deugden altijd offert voor haar privileges? 

‘In de Verenigde Staten bemoeilijkt de gigantische schaal waarop desinformatie woekert via de sociale media de wijsheid van het volk. Desondanks hou ik niet van de liberale arrogantie, van zij die het allemaal zoveel beter weten. Het is gewoon waar dat grote groepen in de maatschappij weinig of geen voordeel plukten van de globalisering. Dat ze in Deurne de effecten van de migratie veel ruwer voelen dan in Brasschaat. Hoe paternalistisch dan om te zeggen dat zij racisten zijn, of dat ze allemaal bang zijn. Gelukkig zijn wij, de niet-angstigen, er om hen te verzekeren dat ze geen angst hoeven te hebben. Alsof de niet-angst de stem van de rede is. Machiavelli vindt dat je politieke conflicten vooral moet analyseren: je moet de noodzaak die anderen voelen, proberen te begrijpen. Vanuit welk verlangen, uit welke urgenties, vanuit welk denkkader kijken andere mensen naar dezelfde werkelijkheid? Die oefening moet je vooral doen bij mensen met wie je het volledig oneens bent. Je zal veel meer van politiek begrijpen dan wanneer je mensen de-legitimeert. Politiek denken is precies niét het de-legitimeren van die andere.’

Maar wanneer Trump de verkiezingsuitslag niet erkent en zijn aanhangers de democratie niet meer respecteren, komt de vrije republiek in gevaar, niet door de elite, maar door het volk.

‘Trump is een symptoom van een veel diepere malaise die al langer aan de gang is. Het begint bijvoorbeeld bij Bill Clinton, die handelsakkoorden sluit, de deuren openzet voor Wall Street en erop rekent dat globalisering iedereen vooruit duwt. Maar hij kijkt niet om naar wie toch verliest. En die blijken met velen te zijn. Zij krijgen te horen dat er geen alternatief is. Wel, als mensen in de hoek geduwd worden, kiezen zij voor een radicaler alternatief. Als de elite erin slaagt om de stem van het volk te negeren, komt een einde aan hun vrije republiek. Een sterke man staat op die beweert te spreken in naam van het volk. De klassieke populist, Boris Johnson of Donald Trump, doet in zijn populair taalgebruik alsof hij het volk vertegenwoordigt terwijl hij zelf tot de elite behoort. Terend op ongenoegen verwerft hij zo veel mogelijk macht. Die bedrieglijke truc is alleen mogelijk in een republiek die al corrupt is. De elite in de VS bestond uit clans en families. Clinton en Bush. Politieke strijd was gewoon een strijd geworden tussen families en hun aanhang. Ik citeer Gore Vidal over het Amerikaanse systeem: “There is one party, the property party, and it has two right wings.” Natuurlijk moet je zo’n autoritaire leider bestrijden met alle middelen die je hebt. Maar hem uitdrijven volstaat niet. De pluraliteit moet terugkeren in het politieke systeem.’

Zelfs als alles peis en vree is, ziet Machiavelli een ander gevaar opdoemen: gemakzucht. Gebrek aan noodzaak. Bewijst de tweede coronagolf dat wij ten prooi gevallen zijn aan die gemakzucht en zelfs bij zware crisis geen noodzaak meer ervaren?

‘Ik vind het te moralistisch om te zeggen dat wij allemaal slappelingen geworden zijn. Maar als maatschappij moet je natuurlijk wel op tijd wakker worden. Geen zelfbeklag. Geen zelfmedelijden. Beseffen dat sommige dingen voorbij zijn. En daar niet over blijven jammeren. Bij klimaat wordt dat nog een veel grotere uitdaging. Spotgoedkope weekendtrips met het vliegtuig? Dat komt nooit meer terug. Dat beseffen, is deugd tonen.’

‘Jongere generaties hebben groot gelijk dat ze zich verzetten. De destructie van de planeet kan zo niet verder, en zij gaan de nadelen ondervinden zonder even grote voordelen te hebben geplukt.’

Toont de jeugd meer deugd?

‘Ze houdt het algemeen belang meer voor ogen. Klimaat wordt cruciaal voor het overleven. Klimaat zal de ongelijkheid ook vergroten. Grote groepen zullen minder middelen hebben om zich aan te passen. Of de acties van de jongeren efficiënt en deugdzaam zijn, vind ik een andere kwestie. Je kan alleen duurzame macht verwerven als je het volk mee hebt. Je moet sowieso je medeburgers overtuigen. Daar moet je je acties, je retoriek, je zoektocht naar bondgenoten, op afstemmen. Zonder die brede schare aan medestanders wordt je politieke strijd erg moeilijk. Het is bij Machiavelli een cruciaal argument tegen samenzweringen. Samenzweerders kunnen de leider vermoorden, maar ze worden makkelijk door hun medeburgers gewantrouwd. Het is moeilijk om efficiënte, duurzame politieke verandering door te voeren.’

De politicus die dat nastreeft, moet zijn idee op het juiste moment pitchen, wanneer de tijd er rijp voor is. Of slaagt een groot politicus erin om de tijd vorm te geven? 

‘De staatsman geeft de tijd vorm. De populaire politicus surft op de tijd. Bij beiden speelt opportunisme. Machiavelli noemt dat “gelegenheid”, occasio. Hij verbeeldt ze, typisch voor de renaissance, als een vrouw. Ze springt van het ene wiel naar het andere, ze holt je voorbij maar draagt haar haar voor haar gezicht, zodat je haar bijna niet kan herkennen. Reageer je niet op het juiste moment, dan kan je haar alleen vol berouw nakijken. Een goeie politicus heeft een geweldig gevoel voor timing. Hij is als een solist in een orkest die weet op welk moment hij moet inspringen en wat hij moet spelen. Het is weinigen gegeven. De politicus moet het elke dag doen met wat zich aanbiedt in de realiteit en daarop inspelen. Hij wordt geleefd door de tijd en door de evenementen.’

En dus kan de politicus alleen succesvol blijven als hij voortdurend blijft bewegen en veranderen?

‘Dat is de moeilijkste opdracht. Je hebt nu eenmaal je temperament. Je valt terug op je eigen ervaringen: wat heeft gewerkt in het verleden? Maar als de situatie totaal verandert, sta je met lege handen. Hoe Hillary Clinton tegen Trump aanbotste, vind ik een frappant voorbeeld. Hillary vertelt ideologisch nog altijd het verhaal van de jaren 90, uit de tijd van Bill Clinton. Ze bouwt voort op haar ervaringen, ze is buitengewoon intelligent, ze werkt keihard, ze kent Washington als haar broekzak, ze heeft de netwerken, de financiële mogelijkheden. Het was ondenkbaar dat ze niet zou winnen. Alleen heb je fortuna. De tijden veranderen. En plots staat daar niet Jeb Bush, maar Donald Trump. Die openlijk racistisch en misogyn is, die het spel totaal anders speelt, voor kiezers die anders reageren omdat zij in een andere wereld leven. Aan al haar ervaring heeft ze niks meer.’

Deze keer kwam fortuna in de gedaante van corona en speelde ze in het nadeel van Trump? 

‘Essentieel voor Machiavelli is dat als je heel veel virtù hebt, je fortuna kan temperen. Als je grondig bent voorbereid op een pandemie, als je je gezondheidszorg hebt verstevigd, je federale rampenplannen op orde hebt, dan kan je zo’n pandemie temperen. Maar heb je geen deugd, dan komt de klap des te harder aan. Je moet succesvol mee blijven veranderen. Dus moet de verandering ingebakken zitten in het politieke systeem. Leiders moeten komen en gaan op basis van hun talenten. Er mag geen elite zijn die de macht ontoegankelijk maakt. Twee of drie decennia met dezelfde clans is nefast. Als Joe Biden nu denkt: Trump is weg, het wordt opnieuw de politiek die ik al veertig jaar beoefen, dan begaat hij een fatale vergissing. Ik had het geruststellender gevonden hadden ze iemand nieuw naar voren geschoven, een jongere kracht, die vanuit de uitdagingen van de tijd opklimt en macht verwerft. Je kan een tachtigjarige moeilijk verwijten dat hij het nieuwe niet begrijpt.’ 

Hoe leest u vanuit dat referentiekader de Belgische politiek? Brengt een regering met groenen en socialisten erbij de correctie die de tijd oplegt?

‘Afwisseling van de macht is gezond. De vrienden en de netwerken krijgen anders te veel impact. Maar een paar andere partijen volstaat niet. Machiavelli noemt zichzelf een geneesheer van de politiek. Als genees­heer moet je een kwaal snel ontdekken, een diagnose stellen en een antwoord bieden. De staat is zoals een lichaam, er mankeert voortdurend iets aan. Hoe sneller je reageert hoe beter. Anders wordt de kwaal erger en brengt ze je in gevaar. Je moet dus altijd sleutelen aan de instellingen van je staat. Alleen zo garandeer je de continuïteit van je vrije republiek. Wat dat betreft scoort België dramatisch. De particratie zit vol mechanismen die erop gericht zijn zo weinig mogelijk te veranderen. Ze leggen de macht bij enkelingen. Als ons parlement moet gelden als volksinspraak, zijn we er heel slecht aan toe. Het is niet alleen onheilspellend dat het zo geëvolueerd is, nog erger is dat echte hervormingen buiten bereik liggen.’

Wordt een clash tussen die elite en het volk onvermijdelijk? 

‘Dat weet ik niet, ik ben een filosoof, geen profeet.’

Maar de wind richting Vlaams Belang is wel sterk. 

‘En die partij heeft wel iemand van de jongere generatie aan de macht gelaten. Zij beseften dat ze, om te overleven, moesten veranderen met hun tijd. Fortuna is ook een geweldige waarschuwing tegen zelfgenoegzaamheid. Vlaanderen is toch wat zelfgenoegzaam. We gaan ervan uit dat welvaart nu eenmaal bij onze regio behoort. Maar de Brexit zal een zware impact hebben, die boven op de pandemie komt, en de klimaatverandering, waardoor er geen enkele garantie is. Maar er leeft te weinig een gevoel van urgentie. Als je staatsstructuren vastgeroest zijn, is het erg lastig om op noodzaak in te spelen. Veel energie gaat verloren aan interne partijpolitieke strijd of aan een perceptiestrijd tussen partijen.’

Op welke manier test de pandemie onze democratie? 

‘We moeten ons idee van vrijheid herijken. Wij leven naar een negatieve liberale vrijheid. Niets mag ons hinderen. Ik heb toch het recht om mezelf te ontplooien? Te feesten? Op reis te gaan? Wie heeft de autoriteit om mij dat te verbieden? Het zalige aan Machiavelli is dat hij helemaal niet denkt vanuit dat “recht hebben op”. Alleen de realiteit telt. Ze daagt je uit. De noodzaak die ze ontketent, brengt hopelijk het beste in jou naar boven. Je kan je tegenslag omarmen. Als je niet vindt dat je recht op iets hebt, is je verlies ook veel kleiner. Zijn tijden waren zo bar. Hij is vals beschuldigd van samenzwering in 1512. Plotseling was hij zijn baan kwijt. Zijn republiek was ten onder gegaan. Hij was in de gevangenis gegooid. Gefolterd. Dan haast toevallig vrijgekomen, door een collectieve amnestie. Verbannen. Zonder enige mogelijkheid van verweer of hoger beroep. Maar hij koesterde het gevoel dat hij nog leeft, brieven kan schrijven, zich kan terugtrekken op het landgoed van zijn vader. Dan zie je wat veerkracht betekent. Dan valt wat wij nu meemaken relatief gezien wel mee. Dankzij de opvangsystemen van onze democratie.’

Dan klinkt Machiavelli naar onze hedendaagse oren toch gelaten en pessimistisch? 

‘Je moet doen wat je kan doen, en de rest moet je los­laten. Het gaat erom dat je een evenwicht zoekt tussen de technocratische overmoed en gelatenheid. De illusie dat je alles controleert. Alsof je ook je eigen verlangens helemaal onder controle hebt, je eigen verbeelding. Alsof je niet altijd gedeeltelijk aan jezelf ontsnapt. Je bent niet helemaal rationeel. Het andere uiterste is het determinisme. Het systeem is zo sterk dat je er niets tegen kan inbrengen. Machiavelli’s concept van fortuna ligt daar precies tussenin. Je hebt een vrije wil, maar er zullen altijd dingen zijn die je niet naar je hand kan zetten. Dat mag je niet ontgoochelen. Integendeel, je moet altijd lef tonen. Je moet proberen te volharden in wat je kan, beseffende dat het misschien niet helemaal goedkomt. Hij predikt een realisme zonder wanhoop. Het is wat ons de komende jaren goed van pas kan komen.’

Interview voor Re-story

“Door zich te verdiepen in het werk van Spinoza besefte Tinneke Beeckman dat er door zijn zogenaamde cynisme eigenlijk een verkeerde perceptie bestaat over Machiavelli en dat hij eigenlijk een geniale politieke denker uit de renaissance is en een passionele liefhebber van vrijheid. Machiavelli zette zich met veel lef af tegen het bestaande systeem van die tijd om nieuwe ideeën te lanceren en te handelen. Daarom is hij volgens haar bij uitstek een denker voor een wereld in crisis. Stof genoeg voor een goed gesprek met de filosofe over Machiavelli, zelfgenoegzaamheid, ongeduld, succes en verdienste, de rol van media en jongeren als hoop voor de toekomst: “We moeten ook onze hoop op die jongeren blijven vestigen en hen vooral aanmoedigen om kritisch te blijven denken en het lef te hebben paden in te slaan waarvan ze niet weten naar waar ze hen zullen leiden.”

Dit interview door Geert Degrande verscheen op de website van ‘Re-Story‘, en valt te beluisteren op spotify.

“Fortuna is niet de vijand”, column DS, 7 mei 2020

“In een openhartig interview vraagt de Amerikaanse psychotherapeut Gary Greenberg zich af hoe hij deze pandemie aan zijn patiënten kan uitleggen (DS weekblad, 2 mei). Hij heeft hen altijd verteld dat ze zichzelf beter niet als slachtoffers van duistere krachten zien, die het op hen persoonlijk gemunt hebben. Die gedachte is belangrijk, om met moeilijkheden om te gaan. Maar dit virus lijkt wel zo’n persoonlijke kracht te zijn, meent hij. Wat nu?

Greenbergs interpretatie van deze crisis is begrijpelijk, maar zijn conclusie is fout, denk ik. Want dit coronavirus viseert niemand in het bijzonder. Greenberg zou Machiavelli aan zijn patiënten moeten voorleggen. De beeldspraak van de Florentijnse filosoof is verhelderend: voor wispelturige, onvoorspelbare spelingen van het lot verwijst hij naar Fortuna, de Romeinse Godin. Ze is een blinde kracht, die geluk of ongeluk kan brengen.

Dit betekent niet dat je eigen gedrag geen rol speelt. Integendeel, want de fortuin bepaalt deels wat je overkomt, maar je hebt zelf een belangrijke rol te spelen. Hoe gepaster je op wisselende tijden reageert, hoe minder greep de fortuin op je heeft. Machiavelli vergelijkt haar met een onstuimige rivier, die als hij woest wordt vlaktes onder water zet, bomen ontwortelt en huizen vernielt, overal grond met zich meesleurt om die elders weer achter te laten: iedereen slaat op de vlucht, iedereen moet buigen voor zijn geweld en weerstand is onmogelijk. Maar in rustigere tijden kunnen mensen maatregelen nemen, door bijvoorbeeld dijken te bouwen. Een mens beheerst niet alles, maar een vooruitziend en wijs mens kan wel heel wat doen. Nooit op je lauweren rusten is Machiavelli’s eerste aanbeveling.

Als je Fortuna altijd aan je zijde wil hebben, moet je mee veranderen met de tijd. Dat is ontzettend moeilijk. Het is menselijk dat je vanuit gewoontes en je eigen karakter naar de wereld kijkt. Als je het goed hebt, wil je gewoon hetzelfde doen, alles behouden zoals het is. Maar hoe sneller je inziet dat tijden omslaan, dat je je constant moet aanpassen, hoe makkelijker je het voor jezelf maakt.

Daarbij komt dat tegenspoed je zelfvertrouwen ondermijnt, terwijl voorspoed je overmoed stimuleert. In beide gevallen schat je de werking van de eigen krachten en die van het lot verkeerd in. Als het slecht gaat, vertrouw je te weinig op je eigen mogelijkheden; alles is je te veel, te zwaar. En bij langdurige vrede en welvaart, denk je dat je een vanzelfsprekend recht op geluk hebt. Juist dan slaat Fortuna toe, waarschuwt Machiavelli.

Loop dus niet met je hoofd in de wolken als het goed gaat, en zit niet te diep in de put als het slecht gaat, adviseert Machiavelli in de ‘Discorsi’. ‘Opgeven mag men nooit: want de fortuin bewandelt kromme, onbekende paden, en waar die heen leiden weet men niet; en daarom dient men altijd te blijven hopen en de moed nooit op te geven, hoe hoog de nood ook is.’ Continue Reading ›

“De mens als ijkpunt”, over Etienne Vermeersch in ‘De Mens.Nu Magazine’

“Begin februari 2019 gaf ik een seminarie over Machiavelli’s politieke denken, in de Oude Abdij van Drongen. Jaren geleden werden hier jonge novicen opgeleid voordat ze intraden in de orde van de jezuïeten.

Het voelde vreemd, zo kort na het overlijden van Etienne Vermeersch (2 mei 1934 – 18 januari 2019), om in dit kloosterpand te doceren, zeker als vrouw, en al helemaal over zo’n ‘duivelse’ denker als Niccolò Machiavelli. Hoe is Vlaanderen op een halve eeuw tijd veranderd! Tussen de lezingen door stapte ik door de hoge gangen naar de sobere eetzaal. Ik sliep in een kleine, verwarmde kamer – met eigen badkamer; een comfort dat de jonge novice Etienne tussen 1953 en 1958 ongetwijfeld niet had. Buiten was het winters weer; guur, nat, donker. De grote tuin lag er stil en duister bij. Ik stapte op de uitgesleten stenen trappen, die de gelovigen zovele malen hadden beklommen om, twee aan twee, de neogothische kapel te betreden.

Voor mij illustreert Etienne Vermeersch de kracht van emancipatie. Hij heeft de brede emancipatorische golf in het Vlaanderen van de jaren zestig, zeventig en tachtig mee mogelijk gemaakt. Vermeersch werd katholiek opgevoed, maar verloor zijn geloof en werd een verdediger van het Verlichtingsdenken. Hij toont wat mogelijk is wanneer iemand zijn spreekrecht opeist. Maar zo’n spreken is niet gratuit; het vereist verantwoordelijkheid en autoriteit. Het vraagt onderzoek naar de eigen motieven en doelstellingen. Vermeersch wilde vrijheid voor zichzelf en hij eiste vrijheid voor iedereen; hij wilde niet lijden en hij stelde zich tot doel het nodeloos lijden van mensen te voorkomen. Hiertoe werkte hij mee aan de euthanasiewetgeving.

Wie met kennis van zaken en vanuit correcte motieven handelt, verwerft autoriteit. Die autoriteit verschilt van het paternalistische spreekrecht, waarbij bepaalde personen zich méér inspraak toekennen vanuit een vermeende superioriteit. Autoriteit verheft de gesprekspartner, paternalisme kleineert. De paternalistische superioriteit is immuun voor kritiek, spelt anderen de les, zonder dat men zich hoeft te verantwoorden. Paternalisme teert op emoties, niet op het gebruik van de rede. Het verhindert het vrije denken, en opent de deur voor machtsmisbruik. Autoriteit wordt verworven, is niet absoluut, terwijl paternalistische machtsstructuren bepalen wie praat, en wie moet luisteren.

Soms worden autoriteit en paternalisme verward; alsof de strijd tegen paternalisme impliceert dat elke vorm van autoriteit moet worden afgeschaft. Vermeersch’ leven illustreert het tegendeel: wanneer debatten plaatsvinden zonder onderzoek naar feiten en zonder eerlijke argumenten, kan iedereen om het even wat zeggen. Dan kunnen debaters hun gelijk halen door tegenstanders persoonlijk aan te vallen, of door intellectueel oneerlijk te zijn. Vermeersch heeft dat altijd verafschuwd. Vermeersch tilde het debat en zijn tegenstander op een hoger niveau. Hij zette zich in tot de meerdere glorie van alles wat bestond, met de levenskwaliteit van de mens als ijkpunt.”

Deze tekst verscheen in ‘De Mens.Nu Magazine’, van 15 april 2019, jaargang 8 nummer 2. Over Etienne Vermeersch schreef ik nog enkele teksten, en sprak ik in het Canvas-programma ‘De Afspraak’ op 24 januari 2019.