“Zoet zijn de vruchten van de tegenspoed”, in Trouw, 23 mei 2022.

“Mensen vertellen over hun persoonlijke leefregel of een inspirerende zin. Vandaag: filosofe Tinneke Beeckman. “, door Marije van Beek, in Trouw op 23 mei 2022.

“Een zin die ik al een tijdje bij me draag is een uitspraak van William Shakespeare. ‘Zoet zijn de vruchten van de tegenspoed, die, als de pad, afzichtelijk en vol gif, toch in het hoofd een kostbare edelsteen draagt.’ Hij heeft het dus over een pad als het dier dat op een kikker lijkt. In de late middeleeuwen ging het veel over paddenstenen, mythische stenen die op de hoofden van padden zouden zitten. Maar dit terzijde.

“Ik werd bij het schrijven van mijn boek over Machiavelli weer aan die zin herinnerd. Want ook hij komt op dit idee: dat een ogenschijnlijke tegenslag een dieper geluk verbergt.

Machiavelli heeft als gewone burger een positie kunnen verkrijgen in de aristocratische wereld in de Florentijnse republiek. Maar hij kwam daar niet vandaan, terwijl het in die kringen heel belangrijk was om de juiste connecties te hebben en daarmee het vertrouwen van de elite te krijgen. Hij heeft wel een goede opleiding genoten, waardoor hij toch rondreizend diplomaat kon worden.

“Zo ontmoette hij Cesare Borgia, en paus Julius II en anderen. Buitengewoon machtige mannen. Aan zijn observaties van die wereld heeft hij zijn inzichten ontleend. Maar het was soms levensgevaarlijk: hij moest al zijn intelligentie inzetten voor die baan. In zijn boek De prins beschrijft hij hoe die noodzaak, die moeilijke omstandigheden, hem gevormd hebben. Hij heeft iets wat niemand hem kan afnemen. Dat maakt hem veel meer waard dan iemand die wél tot een hoge familie behoort.

Een verborgen geschenk in tegenspoed

Hij maakt een enorme ontwikkeling door. Niet alleen omdat zijn eigen inzichten, talenten en karakter tot volle bloei komen. Maar ook omdat hij de mogelijkheid van geluk ontdekt op een plek waar je die het minst verwacht. Daar schrijft hij over, hoe de situaties waarin je als het ware met de rug tegen de muur staat, waarin je weinig opties hebt, allemaal gelegenheden zijn om te tonen wat je kunt. Om een bepaalde deugd te tonen: moed, geduld, volharding.

“Oftewel: er kan een soort verborgen geschenk in tegenspoed zijn. Het kan onaangenaam zijn, het leven kan heel moeilijk worden, maar als je het omarmt als gelegenheid daartoe, dan kan het ook een wending naar het goede zijn. Dan komt het beste in je naar boven.

Ik zie dat ook in mijn eigen leven zo, bijvoorbeeld bij deadlines. Mijn eerdere boek, over Spinoza, moest echt af zijn op moment dat ik wegging uit de academische wereld. Er hing enorm veel van af, dat was heel lastig, maar tegelijk is het ook fantastisch gebleken. Je moet jezelf echt bewijzen. Dat is heel intens. Ik merk weleens bij mensen die heel veel middelen hebben dat zij nooit in zo’n situatie zijn gekomen. Uiteindelijk bereik je dan minder, en haal je voor jezelf minder uit het leven.

Het lelijke beest kan iets goeds in zich dragen

Het is ook omgekeerd waar, denk ik. Succes is overroepen, dat kan juist neergang in zich dragen, omdat het je makkelijk zelfgenoegzaam maakt. Dat is heel contra-intuïtief, want we leven in een samenleving waarin iedereen alsmaar meer succes wil. Of we denken dat het ideale leven is op een paradijselijk eiland waar je niks hoeft te doen. Maar een gewoon leven is vele malen verrijkender.

“In sprookjes weet je vaak meteen of iets goed of slecht is. Maar in het echte leven kan het lelijke beest dat je ziet ook iets goeds in zich dragen. Je weet vaak niet of iets wat je overkomt nou goed is of slecht – dingen als een ontslag, een verhuizing, of een verbroken relatie. Als je je daardoorheen worstelt, worden er vaak hele mooie dingen mogelijk. Je vloekt, je denkt: o nee, wat moet ik nu doen, dit is onaangenaam. Maar eigenlijk is het een geschenk. Voilà.

Artikel in Trouw over Hypatia-prijs

“Tinneke Beeckman wint Hypatia-prijs met filosofieboek over Machiavelli: ‘Een geweldige eer’”, door Maaike van Houtem, 28 mei 2022.

De Vlaamse filosofe Tinneke Beeckman heeft de Hypatia-prijs gewonnen met haar boek Machiavelli’s lef. Deze prijs gaat om de twee jaar naar een vrouw die het beste filosofieboek heeft geschreven. Eerder wonnen Eva Meijer en Monica Meijsing de in 2018 ingestelde prijs.

“Ik vind dit een geweldige eer”, zegt Beeckman (45), die schrijft voor De Standaard en lid is van het filosofisch elftal van Trouw. “Het is mooi als je zo’n prijs wint met een boek over een man die het gesprek aangaat met de klassieken, in een tijd waarin de vrouw een minder openbare rol had.”

De jury noemt haar boek urgent en prikkelend, en prijst de originele manier waarop Beeckman Machiavelli’s ideeën over vrijheid uiteenzet. Ze benoemt, vindt de jury, een andere kant van de veelzijdige Italiaanse filosoof die iedereen denkt te kennen. Ook laat de in politiek gespecialiseerde filosofe zien hoe actueel en relevant Machiavelli nog is, aldus de jury onder voorzitterschap van Annemie Halsema.

De Nederlands-Vlaamse tak van de Society for Women in Philosophy heeft de prijs in het leven geroepen om vrouwelijke filosofen in de schijnwerpers te zetten. De prijs is vernoemd naar Hypatia, een Griekse filosofe uit de vierde eeuw.”

Hypatiaprijs gewonnen voor mijn boek ‘Machiavelli’s Lef’ (2020)

Dit beeldje mag ik twee jaar houden!

Op zaterdag 28 mei 2022 kreeg ik in Amsterdam de Hypatiaprijs voor ‘Machiavelli’s Lef. Levensfilosofie voor de vrije mens’ – dit is een tweejaarlijkse prijs voor het beste Nederlandstalige filosofieboek geschreven door een vrouw.

Andere genomineerden op de shortlist waren:

Lieke Asma, met ‘Mijn intenties en ik. Filosofie van de vrije wil.

Miriam Rasch, met ‘Frictie. Ethiek in tijden van dataïsme’

Marjan Slob, met ‘De lege hemel. Over eenzaamheid’

Barbara Stok, met het stripverhaal ‘De filosoof, de hond en de bruiloft’.

De jury bestaat uit Annemie Halsema (bijzonder hoogleraar filosofie in Leiden en universitair hoofddocent filosofie aan de VU), Cris van der Hoek (senior docent filosofie aan de Hogeschool van Amsterdam), Mariska Jansen (filosofie-journalist, eindredacteur en uitgever), Grace Ndjâko (auteur en filosoof)  en Khadija al Mourabit (filosoof, dichter en fractiemedewerker van GroenLinks Amsterdam).

De vorige winnares van de Hypatia-prijs was Monica Meijsing met haar boek Waar was ik toen ik er niet was? Een filosofie van persoon en identiteit.

In Trouw verscheen dit artikel.

In ‘Berg en Dal’ op Klara, 27 maart 2022

Op zondag 27 maart was ik te gast bij Pat Donnez, in het Klara-programma ‘Berg en Dal’.

Ik koos twee fragmenten: een dialoog uit de Dodengesprekken van Lucianus en een recept uit het kookboek van Julia Child.

“In haar columns fileert Beeckman de politieke en maatschappelijke actualiteit. Dat doet ze onder een motto uit George Orwells ‘1984’: “goed zien wat er onder je neus bevindt, is het moeilijkste wat er is.” Gelukkig heeft ze Spinoza en Machiavelli, de twee mannen in haar leven, om haar te helpen kijken.”

foto: Suzanna Loyens

‘Podcast Filosofie’ over Machiavelli

Podcast Filosofie van ‘Centre Erasme‘ interviewde me over Niccolo Machiavelli (1469-1527). Ik leg uit wat me het meest boeit aan deze Florentijn, en waarom hij de moeite is om vandaag de dag te leren kennen.

“Realisme is de hoogste vorm van idealisme” 
Op deze manier stelt Niccolò Machiavelli dat het algemeen belang niets heeft aan tandeloze deugdzaamheid. 
Waarom was Machiavelli geen Machiavellist? 
Hoe kan je vrij lijken, maar niet werkelijk vrij zijn? 
En hoe kan een individueel streven naar roem het algemeen belang dienen? 
Te gast is Tinneke Beeckman 
De denker die centraal staat is Machiavelli”

Deze vragen komen ook aan bod in mijn boek ‘Machiavelli’s Lef‘ (Boom, 2020).

Op de site van ‘Podcast Filosofie‘ kan je nog heel veel andere gasten over inspirerende denkers vinden…

Lezing ‘Spinoza en Machiavelli’, voor Vereniging het Spinozahuis

Op 27 maart gaf ik een zoom-lezing over ‘Spinoza en Machiavelli’ voor de Vereniging het Spinozahuis.

Spinoza is karig met complimenten, maar hij noemt Machiavelli in het Politiek Tractaat de ‘zeer wijze, zeer sluwe Florentijn’. Spinoza was ook voorstander van democratie, en schreef een bruikbare Ethica’. Voor hem was Machiavelli dan ook denker van de vrije republiek, geen cynisch machtsdenker.

In deze lezing geef ik de context van Spinoza’s citaten, en analyseer ik welke lessen Machiavelli te bieden had.

Er waren ongeveer 160 inschrijvingen – na mijn lezing stelden enkele aanwezigen boeiende vragen, die ook opgenomen werden.

Over Spinoza schreef ik ‘Door Spinoza’s Lens’ (2012, Pelckmans – 6e druk, nog beschikbaar) en in november verscheen ‘Machiavelli’s Lef‘ (4e druk).

Podcast ‘Kant, en klaar!’, Klara, 6 april 2021

In april is het de Maand van de Filosofie. Voor Klara nodigde Greet Van Thienen me uit voor een gesprek over één vraag van Immanuel Kant: Wat kan ik weten? Hoe moet ik handelen? Wat kan ik hopen? En wat is de mens?

En ik koos voor de ethische vraag: hoe moet ik handelen? De podcast van het gesprek is beschikbaar.

“Filosoof Tinneke Beeckman spreekt zich als public intellectual uit over de knelpunten van deze tijd. Zowel in haar columns als in haar boeken denkt ze na over wat vrijheid is, of hoe we als mens en burger onze verantwoordelijkheid kunnen opnemen.

Beeckman wordt geïnspireerd door filosofen Spinoza en Machiavelli. Ze bouwt verschillende bruggen tussen het denken van beide heren naar het leven van nu. Naar een tijd die al even onzeker is als de hunne. 

In deze aflevering denkt ze na over de Kant-vraag: Wat moet ik doen? Wat is goed handelen? Voor haar werkt de ethische praktijk van elke dag beter dan een of ander groot moreel principe waarop we ons kunnen richten. Haar antwoord is genuanceerd en helder, zoals we dat van haar kennen. Centraal staat het idee van verbondenheid met de anderen en met de natuur. 

Te Lezen: ‘Machiavelli’s lef, levensfilosofie voor de vrije mens’ van Tinneke Beeckman – uitgeverij Boom 2020.”

Greet Van Thienen publiceerde heel recent een filosofisch werk: ‘De stuntelende mens. Een klein onderzoek naar wat we zijn’ (Pelckmans, 2021), waarin een aantal vroegere ‘Kant’-interviews aan bod komen.

Interview over Machiavelli in ‘La-On Magazine’

Interview door Paul Cools en Thomas Feijen, ‘La-On Magazine‘.

“Machiavelli is veel subtieler dan zijn reputatie doet vermoeden.

Filosofe Tinneke Beeckman schreef een boek over een van de meest verkeerd begrepen denkers ooit: Niccolò Machiavelli (1469-1527). De Italiaan ging de geschiedenis in als een pleitbezorger van list, misleiding en onderdrukking. Maar Beeckman herkende in zijn geschriften vooral een pragmatisch diplomaat die belang hecht aan republikeinse vrijheden en volksinspraak. Waarom is Machiavelli ook vandaag nog relevant?

Machiavelli heeft zijn reputatie al eeu- wenlang niet mee. Hoe ben je ertoe gekomen om het brede publiek te laten kennismaken met zijn andere kant? 

Dankzij Spinoza. In de zeventiende-eeuwse Nederlandse Republiek lazen veel tijdgenoten van hem Machiavelli om te ontdekken hoe men een republiek moest organiseren. Machiavelli was voor hen de man met de wijze antwoorden. Vijftien jaar geleden las ik voor het eerst Machiavelli’s Discorsi en ik was meteen weg van hem. Er zitten talloze passages in dat boek waarin hij zijn afschuw betuigt over machtswillekeur. Als rondreizende dignitaris voor de republiek Firenze zette hij zich in voor vrijheden. Hij ging praten met de prominente figuren van zijn tijd zoals de paus en de Franse koning over de onafhankelijkheid van de stadsstaat.

In je boek schrijf je dat voor Machia- velli politiek uit conflict bestaat. Het conflict tussen de elite en het volk. 

Machiavelli maakt het verschil tussen de elite, de aristocratie en de burgerij. Hij is heel positief over de mogelijkheden van een volk om zichzelf te besturen. De aristocraten zijn de mensen die terughou- dend zijn als het om verandering gaat. Denk aan magistraten of de legerleiding. Zij verlangen ernaar om hun macht te behouden en te vergroten. Dat kan leiden tot tirannie. Daarom is het belangrijk dat het volk ook inspraak heeft.

Bestaat er vandaag nog een grote kloof tussen de elite en het volk?
Vandaag bestaat de politieke opdeling tussen linkse en rechtse partijen. Maar het is complex: binnen linkse partijen kunnen politici machtsbehoudend denken, en sommige rechtse partijen proberen het volk aan te spreken. In elk geval

heb je in een samenleving altijd mensen die eerder behoudsgezind zijn en anderen die alles wat te maken heeft met autoriteit in vraag stellen. Deze twee uitersten heeft een samenleving nodig. Machiavelli geeft zelf een voorbeeld: wanneer er een acute dreiging is, is de aristocratie belangrijk omdat die de middelen heeft om snel in te grijpen. Ook Churchill deed als conservatief politicus tijdens WO II een appel op het Britse patriottisme om het volk te verenigen. Alles wat behoudsge- zind is, zoals nationale symbolen of een vlag, is op zo’n moment belangrijk.

Heeft Machiavelli ooit aangegeven dat hij hoopte op een eengemaakt Italië? Hij droomde daar wel van. In het laatste hoofdstuk van Il Principe fantaseert hij over een sterke figuur die Italië zou kunnen herenigen. Machiavelli denkt in te- genstelling tot veel anderen helemaal niet zo universalistisch. Zijn favoriete systeem voor de vrijheid is de republiek, maar zijn realisme noopt hem om te zeggen dat niet elke samenleving daar klaar voor is. In 1520 is hij in zijn teksten een duidelijke voorstander van een republiek met volksinspraak, maar tegelijkertijd vindt hij dat er een sterke leider nodig is.

De Belgische staatsstructuur en de verschillende taalgemeenschappen staan soms weleens tegenover elkaar. Kan conflict ook contraproductief worden en verlammend werken?

Een goed politiek conflict ontstaat wanneer alle verschillende stromingen en verlangens een plaats krijgen binnen één structuur. Als het conflict het staatsbestel als zodanig in vraag stelt, dan is het effect nefast. Je hebt dat bijvoorbeeld in België en in de werking van de Europese Unie. Zulke conflicten, zoals ook de Britten die uit de EU stappen, helpen de politieke gemeenschap en vrijheid niet vooruit.

Vanaf wanneer verzandt conflict in polarisatie?
Als je de mening van de ander niet meer erkent. Machiavelli laat daarom steeds verschillende stemmen aan het woord. Hij schrijft in Il Principe dat de elite de stand- punten van het volk moet begrijpen en andersom. Het is voor de mens belangrijk om zich in te leven in andersdenkenden. Wie er een andere visie op nahoudt, is niet per se een vijand. Helaas hebben alle kanten van het politieke spectrum het hier vandaag moeilijk mee.

Verwijs je daarom in ‘Machiavelli’s lef’ naar de opgang van identiteitsdenken? Ja, aanhangers van identiteitspolitiek kijken alleen naar wie machtig en geprivilegieerd is en wie niet. Daaraan worden morele oordelen gekoppeld: privilege is slecht, slachtofferschap is goed. Alles — van werkloosheid tot schoolachterstand — wordt tot deze tweedeling herleid. ‘Witte’ heteromannen zijn slecht en die positie bepaalt of iemand mag spreken of moet zwijgen. ‘Zwarten kunnen nooit racist zijn,’ wordt dan gezegd. Daardoor telt individuele verantwoordelijkheid niet meer mee. Identiteitspolitiek zet mensen tegen elkaar op en belemmert eerder de weg naar een vrije samenleving met min- der privileges en meer gelijkheid.

Heel veel mensen ervaren ‘noodzaak’ als een vrijheidsbeperking. Machiavelli ziet het gek genoeg als iets positiefs. Machiavelli is veel subtieler dan zijn reputatie doet vermoeden. Je weet soms niet van een zestiende-eeuwse schrijver of hij iemand citeert of zijn eigen ideeën op papier zet. Vaak reconstrueert Machiavelli een gesprek en rond dit onderwerp voert hij de Romeinse geschiedschrijver Livius op die zegt dat noodzaak het sterkste wapen is. Het kan legitimeren dat de uitvoerende macht meer slagkracht krijgt. Politici zijn geneigd om telkens een noodzaak in te roepen: ‘We moeten dit of dat…’ Maar al bestaat er een noodzaak, dan blijft de politieke pluraliteit: er zijn altijd verschillende keuzes. Daarom moet je oppassen voor de retorische truc, alsof er maar één oplossing zou zijn.

Hoe kan een burger bepalen of een maatregel noodzakelijk is?
Bij Machiavelli bestaat het idee van kritisch burgerschap en de ruimte om te kunnen protesteren. Voor het algemeen belang moet men vertrouwen op het volk.

Is dat in het verleden ook niet heel erg fout gelopen?
Het volk kan zich inderdaad door een leider laten misleiden. Dat thema behandel ik uitvoerig in het boek. Maar ook dan speelt de elite een ambivalente rol: meestal doet zo’n autoritaire leider alsof hij het volk vertegenwoordigt, terwijl hij de financiële, culturele middelen heeft die bij de elite horen. Autoritaire leiders krijgen ook vrij spel in een samenleving die al corrupt is. Je moet je dus niet blindstaren op het gedrag van zo’n leider.

Hoe zou Montesquieu, de Verlichte grondlegger van de scheiding der machten, tegenover Machiavelli ge- staan hebben?

De republiek was voor Montesquieu een samenlevingsvorm met de deugd als principe. Dat betekende voor hem niet alleen patriottisme en gehoorzaamheid aan de wet, maar ook een verlangen. Zowel bij Machiavelli als Montesquieu gaat het niet over een christelijke deugd. Het heeft eerder te maken met burgerschap en het volgen van bepaalde zeden. Zo volstaat het niet dat er wetten zijn, want mensen moeten ze ook volgen. Daarover zouden ze het eens zijn geweest.

In je boek verwijs je niet vaak naar actuele voorbeelden, maar tijdens het lezen kan je niet anders dan verbanden leggen met bijvoorbeeld het populisme van Trump. Waarom mijd je dat zelf?
Ik wil vooral concepten zoals noodzaak en deugd aanreiken zodat mensen ze voor zichzelf kunnen invullen. Als schrijver ben ik er heel beducht voor om geen goeroe te zijn. Als filosoof kan ik alleen maar het perspectief verbreden. Hoe de lezer daarmee omgaat, moet hij zelf kiezen. Ook dat is pluraliteit.

Volgens de politicoloog David Runci- man bevindt de democratie zich per- manent in een staat van crisis. Moeten we ook niet beter leren omgaan met conflict?

Daar ben ik het mee eens. Er zijn zoveel crisissen geweest. Bij betogingen tegen de economische Eenheidswet begin jaren ’60 vielen in België zelfs doden. Elk tijdvak heeft natuurlijk wel bepaalde uit- dagingen. Sociale media versterken bijvoorbeeld narcistische tendensen bij politici én burgers. Die overdreven aandacht voor het eigen ego botst met het politieke spel. Wat je volgens Machiavelli moet doen, is je eigen virtù ontwikkelen, dit is deugd als een mogelijkheid tot actie. Zo omschrijft Hannah Arendt virtù: ze schrijft aan Machiavelli precies dit idee van ‘vrijheid in actie’ toe. Onderneem, begin iets nieuws, engageer je met anderen. Machiavelli geeft geen eenduidige definitie. Ik heb in het boek de verschillende aspecten van het begrip verzameld om een duidelijker beeld te geven.”