“De Afspraak op Vrijdag”, 7 sept. 2018, Canvas

Op vrijdag 7 september was ik te gast bij Ivan De Vadder voor De Afspraak op Vrijdag op Canvas, samen met staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Theo Francken, en Hoofdredacteur Knack, Bert Bultinck.

We bespraken de pano-reportage over Schild en Vrienden, en de hervorming van het onderwijs.

De uitzending valt op vrt nws te herbekijken.

“De paradox van de heersende blanke man” column, DS, 21 juni 2018

” Migratie staat hoog op de Europese agenda. Dat heeft niet alleen met de huidige vluchtelingen- en migratiestromen te maken. Experts voorspellen een demografische explosie in Afrika en het Midden-Oosten. Waar kunnen wanhopige generaties jongeren naartoe? Niet naar Europa, want Europese regeringsleiders praten over een betere beveiliging van de buitengrenzen. Andere stemmen zien de oplossing elders: dat Europese landen de uitzichtloze economische en politieke situatie in Afrika en het Midden-Oosten mee hervormen. Maar kunnen Europeanen elders echt de problemen oplossen? Alle goede intenties ten spijt, lijkt dat op een nieuwe vorm van koloniaal denken. George Orwell heeft dat koloniale denken treffend beschreven. Alvorens hij journalist werd, was hij een tijdje Britse officier in Birma, nu Myanmar, dat tot het Britse rijk hoorde. Orwell was dus even zelf koloniaal, en hij haatte het grondig.

Het verhaal gaat over een klein incident in het gebied waar Orwell de orde moest handhaven. Een olifant was ontsnapt en vernielde enkele hutten en marktstalletjes in een arme wijk. Het beest had ook een arme dorpsbewoner verpletterd. Paniek breekt uit, en Orwell moet als politieofficier optreden. Tenslotte had Orwell een wapen, de lokale bevolking niet. Terwijl hij door het dorp loopt om de loslopende, wilde olifant te stoppen, begint een menigte Orwell te volgen. Een uitgebroken olifant moet worden gedood en Orwell beschrijft de groeiende verwachting bij die inwoners dat hij de zaak ook op die manier zal oplossen. Dan krijgt hij de olifant in het vizier. Hij beseft meteen dat hij dat dier beter niet zou neerschieten; na zijn razende uitbraak was het rustig geworden, en leek het even gevaarlijk als een grazende koe. Liefst wilde Orwell zijn geweer neerleggen. Maar hij kon niet meer terug. Duizenden Birmanen waren hem gevolgd, en keken hem afwachtend aan. Tot zijn eigen afgrijzen vuurde hij zijn geweer leeg, en de olifant zeeg neer.

Dat verhaal vat de paradox van de heersende blanke man: schijnbaar is hij heer en meester. Maar hij voelt de druk om te handelen vanuit de verwachting van de lokale bevolking. En die verwachting is dat hij elk probleem komt oplossen. Ondertussen is hij een acteur in een toneelspel waarbij hij zijn eigen vrijheid vernietigt. Hij draagt een masker: een sahib is een sahib. Indien hij de olifant niet neerschiet, lijkt hij zwak, bang, lachwekkend. En dus gaat de olifant eraan. Continue Reading ›

“Revolutie of rustige vastheid?” in De Mining, DS 14 maart 2018

Deze tekst verscheen in de digitale Avondeditie van De Standaard op woensdag 14 maart 2018.

“CD&V worstelt met rechtse stemmen in eigen geledingen, klinkt het. De uitspraken van Kamerlid Hendrik Bogaert en staatssecretaris Pieter De Crem bevestigen een interne kritiek dat CD&V een te links imago zou hebben (DS 14 maart). Volgens enkele politici mag de partij best wat strenger zijn over veiligheid en migratie. Daarmee komt de partij in het vaarwater van de N-VA. Beide partijen willen de grootste volkspartij van Vlaanderen zijn. De N-VA doet het goed in de peilingen, terwijl CD&V de vroegere glorie niet meer kan benaderen.

De strijd tussen CD&V en de N-VA kan je ook anders zien. Eigenlijk doen ze het tegenovergestelde. De N-VA presenteert zich als de partij van de verandering, als ‘anderspartij’, zoals Carl Devos het noemt. Maar tegelijkertijd verdedigt ze conservatieve standpunten. Het veiligheids- en integratiebeleid bevat maatregelen om de snel veranderende samenleving te vertragen. De partij staat voor minder globalisering en diversiteit, en voor behoud van de oude, gezegende levensstijl.

Het beleid van staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken en minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) draagt momenteel de goedkeuring van heel wat Vlamingen weg, zoals een recente peiling aantoonde. Kortom, de partij mag zich dan als de grote verandering voorstellen, in wezen is ze allesbehalve revolutionair. Zeker nu ze haar communautaire agenda heeft opgeborgen.

De christendemocraten doen veelal het omgekeerde: ze beweren de rustige vastheid te incarneren, maar onder hun leiderschap zijn revolutionaire veranderingen tot stand gekomen. Revolutionair betekent hier fundamenteel, onomkeerbaar en op langere termijn onvoorspelbaar.

Neem het Europese beleid. Onder leiding van Herman Van Rompuy, jarenlang voorzitter van de Europese Raad en president van Europa, heeft de Europese Unie de nationale politiek diepgaand veranderd. Natiestaten hebben heel wat soevereiniteit afgestaan. Europa controleert de begrotingen, bepaalt indirect de migratiepolitiek en intervenieert radicaal in tijden van crisis (denk maar aan Griekenland).

Toegegeven, die beslissingen werden niet uitsluitend door christendemocraten genomen. Maar de grote tenoren speelden in die periode wel een hoofdrol in de Europese politiek. Denk maar aan Merkels ‘Wir schaffen das’, als (tijdelijk) antwoord op een ongeziene toestroom van vluchtelingen. Ook die crisis werd als een ingrijpende omwenteling van de samenleving ervaren.

De kritiek van De Crem en Bogaert kan je in dit licht zien. De CD&V-leiding lijkt moslims als kandidaat-kiezers te beschouwen. Dat is niet onlogisch: de kloof tussen katholieken en vrijzinnigen is die tussen gelovigen en ongelovigen (soms ook wel verlichtingsfundamentalisten genoemd, een onzinnige term) geworden. Deze keuze lijkt de continuïteit van de rustige vastheid te bevestigen. Maar ze is revolutionairder dan ze lijkt. Zeker, er zullen tussen beide geloofsgroepen heel wat raakpunten zijn. Maar de ene religieuze inspiratie valt niet zomaar met de andere te vergelijken. Wat voor de ene christendemocraat dus een bezadigde aansluiting bij de werkelijkheid is, klinkt voor de andere wellicht als de zoveelste aanwijzing van een onbestendige wereld.

“Naastenliefde is nog geen zelfverloochening”, column DS, 19 okt. 2017

Deze column verscheen in De Standaard, op 19 oktober 2017.

“Bijna 70% van de Belgen meent dat ‘religie meer kwaad doet dan goed’. Een opmerkelijke vaststelling, waarvoor Mieke Van Hecke in ‘De Afspraak’ (op Canvas) deze verklaring gaf: religie wordt te neerbuigend behandeld, en te fel uit de publieke ruimte geweerd. Mensen durven hun christelijke inspiratie niet meer openlijk te vermelden, zelfs wanneer ze zich voor anderen inzetten. Zo verdwijnt de positieve rol van religie op de achtergrond.

Enkele vanzelfsprekende oorzaken voor de negatieve associatie met religie werden helaas niet geopperd: het schrijnend gebrek aan leiderschap na schandalen binnen de katholieke kerk; de vraag of christelijke waarden in crisistijd wel politiek inspirerend zijn, en het verband tussen islam en geweld in tijden van terreur.

De pedofilieschandalen toonden hoe kerkelijke leiders herhaaldelijk hun verantwoordelijkheid ontliepen en verzuimden de meest kwetsbaren te beschermen. Nochtans is die zorg juist de kern van de christelijke boodschap. Daarbij beroept de kerkelijke leer zich op een hiërarchische superioriteit: de gelovige moet de hogere instanties die de christelijke boodschap uitdragen, vertrouwen. Dat lukt alleen wanneer die leiders het goede voorbeeld geven. Helaas ontbrak het leiders als Johannes Paulus II en Benedictus XVI aan daadkracht: ze lieten daders jarenlang ongemoeid. De Belgische hoge clerus reageerde niet veel alerter. Voor buitenstaanders is dat verbijsterend: het is legitiem om voor mildheid te pleiten, en te willen verhinderen dat beschuldigden gelyncht worden, maar waar bleven het medeleven en de erkenning voor het levenslange, verwoestende leed van slachtoffers? Waarin bestaat de positieve kracht van religie, wanneer ze nalaat om zwakkeren te verdedigen?

Een andere vraag betreft de positieve impact van enkele christelijke waarden zelf: nederigheid, barmhartigheid, naastenliefde. Niemand ontkent dat deze waarden kwaliteiten kunnen zijn. Maar de vraag is op welke manier ze politiek kunnen worden ingezet. Politiek is een buitengewoon complex spel van beleidsopties met vaak onbedoelde en onvoorspelbare gevolgen. Hoe zet je een coherente christelijke visie om in een politieke praktijk? Recent presenteerde Paus Franciscus een plan rond vluchtelingen en migratie. Hij meent dat de persoonlijke veiligheid en de waardigheid van migranten voorrang moeten krijgen op de nationale veiligheid. Het onderscheid tussen vluchtelingen en migranten moet verdwijnen. En wie wil migreren, verdient vanuit het land van herkomst reeds ondersteuning. De paus pleit dus voor een opengrenzenbeleid, waarbij de integratie van migranten van ondergeschikt belang is. Zijn voorgangers zagen het net zo: migratie is een voorbode van de goddelijke stad zonder grenzen, aldus Benedictus XVI, en migratie maakt deel uit van het goddelijke verlossingsplan, aldus Johannes Paulus II.

Maar de Europese bevolking wil geen open grenzen. Volgens onderzoek (Chatham House) meent 55% van de ondervraagden uit tien Europese landen zelfs dat ‘elke verdere migratie uit moslimlanden moet stoppen’. Je kan natuurlijk aanvoeren dat die weigeraars geen christen zijn, of onvolmaakte christenen. Dat neemt niet weg dat die mensen de christelijke deugden niet als de fundering of toetssteen van hun politieke keuzes zien. Zeker niet wanneer het christelijke gebod aan het absolute grenst, zonder aandacht voor het effect ervan. Wat theologisch klopt, kan politiek onhaalbaar zijn. Moet je een naastenliefde belijden die grenst aan de zelfverloochening? Impliceren waarden het lijdzaam ondergaan van geopolitieke dynamieken? Continue Reading ›

“Een wrede loterij”, column 30 maart 2017 DS

Een column over open grenzen, het toeval en de opdracht van de mens

”  ‘Je hebt geen verdienste aan de plek waar je geboren bent’, zei de minzame deelnemer aan het debat. ‘En dus heb je niet het recht om mensen die een beter leven willen, buiten de grenzen te houden.’ Zijn redenering leek niet alleen sluitend, maar moreel gezien de enige correcte: je wordt in de wereld geworpen, buiten je wil of toestemming om. Toeval beslist of dat in België, dan wel in Soedan is. Waarom zou iemand uit Soedan dan niet recht hebben op dezelfde levensomstandigheden? Met welk recht weiger je iemand een humaner bestaan? De hele mensheid moet zo’n toevallig toebedeeld loterijbiljet trekken. Het lijkt de morele opdracht buiten elke geografie te plaatsen.

Dan botst die morele conclusie op praktische bezwaren: je kan niet iedereen opvangen. Maar hoe ga je om met de idee dat je een wrede loterij hebt gewonnen? Tweemaal dan nog: zowel qua plaats, als qua periode. Je bent het resultaat van toeval. Het is de werking van de natuur. Zonder geloof in een goddelijke voorzienigheid, klinkt deze gedachte nog absurder, nog fragieler, nog brozer.

There but for fortune

‘There but for fortune, go you or I’, zingt Joan Baez. Haar boodschap betrof niet eens wereldproblemen. ‘Toon me de strafinrichting, waar de gevangene een dor leven leidt, toon me de steeg waarin de zwerver slaapt, toon me de dranksporen waarin de dronkaard strompelt’, vraagt Baez. ‘Dan kan ik je een jonge man aanwijzen, en al de redenen waarom het zo gelopen is’. Wie je bent, waar je eindigt, hangt deels af van het lot. Oordeel dus niet te snel over de ander, maar besef dat ellende ook jou had kunnen overkomen, als de kaarten anders waren geschud. Je hebt minder persoonlijke verdienste aan je situatie dan je zou denken. Als je denkt je lot wel volledig te controleren, dan overschat je je eigen kracht. Natuurlijk blijft er heel wat ruimte om te handelen: elke mens is moreel verantwoordelijk voor zijn gedrag.

Het leven dat je kan leiden hangt in grote mate af van de context waarin je belandt. Nu is die situatie wel mede door anderen ontwikkeld. Heel wat mensen mogen terecht vinden dat ze verdienstelijk hebben geleefd, zowel voor zichzelf als voor anderen.

Verdienstelijk leven

Zo is het erg verdienstelijk om barbaarse gevangenisregimes menselijker te maken, om foltering af te schaffen, om godvergeten leed in psychiatrische instellingen te bestrijden. Het is buitengewoon achtenswaardig om vangnetten te bedenken, armoede weg te werken en geneeskunde toegankelijk te maken. Het is verdienstelijk te willen studeren, of te ondernemen zonder je te laten ontmoedigen. Het is lovenswaardig om één van die anonieme, onzichtbare krachten te zijn, die onvermoeibaar voor anderen zorgen zodat zij zich kunnen ontplooien. Continue Reading ›

“De barmhartige kanselier” Column DS, 16 jan. 2016

Unknown 08.33.05“De Duitse Bondskanselier Angela Merkel ontving een eredoctoraat van de Ugent en de Kuleuven. Ze werd geloofd om haar moedige politieke parcours en haar optreden tijdens de vluchtelingencrisis. Tijdens de plechtigheid hield ze geen opzwepend morele, maar een behoorlijk realistische speech. Maar eigenlijk ligt dit realisme meer in de lijn van haar politiek dan vaak wordt gedacht.

neroenseneca

Seneca en Nero

Een hele filosofische traditie boog zich al over politieke deugden. De stoïcijn Seneca noemt in zijn brief aan Keizer Nero, ‘De Clementia’, goede trouw (fides), generositeit en barmhartigheid als belangrijkste politieke deugden. In zijn ‘opvoeding van een christenvorst’ bouwt de humanist Erasmus, even door Merkel vernoemd, hierop verder. Hij meent wel dat ‘Christus het absolute model is van alle deugd en wijsheid’. Tegelijkertijd moet de vorst zich bekommeren om het algemeen belang.

In dezelfde periode schrijft Machiavelli dat hij met deze klassieke traditie breekt. Zijn naam roept cynisch machtsmisbruik op, alsof hij rechtvaardigt dat het doel de middelen heiligt. Maar ik lees Machiavelli als een realist, als iemand die in Il Principe onthult hoe weinig heilzaam de klassieke deugdzaamheid is voor de politiek, en hoe belangrijk het is om valse retoriek over deugden te doorprikken.

il-principe-7Voor de realist levert de christelijke deugdzaamheid een onhoudbaar spagaat op: ofwel wenst de vorst met zijn christelijke geweten in het reine te zijn, maar dan verzaakt hij aan noodzakelijke beslissingen die tot zijn opdracht behoren. Ofwel is de vorst bereid om zich aan de omstandigheden aan te passen, maar dan moet hij deugdzaamheid anders invullen. Want ‘sommige dingen die de schijn hebben van het goede, worden fataal als ze worden toegepast; en andere die de schijn hebben van het kwade, zorgen bij toepassing voor veiligheid en voorspoed.’ Alleen de leider zonder ‘virtu’, als deugdzaamheid en daadkracht, kan niet bijsturen, en kan goed en kwaad niet volgens de situatie afwegen. Deze ideeën maken van Machiavelli geen cynicus. Elke vorst, schrijft hij, moet proberen bekend te staan als barmhartig, niet als wreed. Barmhartigheid nastreven is deugdzaam. Alleen waarschuwt hij dat zwakte of laksheid achter schijnbare barmhartigheid kunnen schuilgaan. Dit zijn schadelijke kwaliteiten. De Romeinse leider Scipio kon alleen voor barmhartig doorgaan, omdat zijn verdedigers hem die reputatie hadden bezorgd. In werkelijkheid was hij zwak en al te meegaand. Volgens Machiavelli wegen retorische truukjes enorm in de politiek. Voorbij die retoriek, betekent echte barmhartigheid dat beslissingen niet tot chaos leiden.
Moralisten menen dat Machiavelli’s visie op het behoud van de staatsmacht een foute graadmeter is voor het politieke beleid. Toch is dit idee over staatsbehoud een criterium dat hedendaagse politici hanteren: ze vinden het belangrijk dat democratisch verkozen politici (en geen antiliberale politici) de macht behouden. En ze vinden dat de Europese Unie zelf moet blijven bestaan, en niet uit elkaar mag vallen. Die bekommernissen kwamen ook in Merkels betoog terug.

Zelfs haar geïmproviseerde uitspraak ‘Wir schaffen das’ klonk als antwoord op een onverwachte noodsituatie. Continue Reading ›

“De loze kreet van het populisme”, DS 19 dec. 2016

Unknown“Probeer te begrijpen zonder te oordelen, luidt het devies van de filosoof. Meteen oordelen zonder te begrijpen is helaas makkelijker, en gebeurt het dus veel vaker. Bijvoorbeeld wanneer de term populisme valt. Dat oordeel weerklinkt zodra de bevolking kiest tegen dezelfde groepen en partijen die al jaren aan de macht zijn. Toen burgers massaal stemden voor de gevestigde partijen, leken ze wijs en betrouwbaar. Dat zijn ze plots niet meer. In één adem volgt een twijfel over de democratie.

Populisme kan dus een handzaam label zijn: het is een slimme manier om de tegenstander buitenspel te zetten, en alternatieven niet eens te overwegen.

Dit neemt niet weg dat echt populisme natuurlijk wel bestaat. Het verschijnt als een demagogische stijl om aan politiek te doen; politici die zwaaien met het eenvoudige recept dat alles zal oplossen of die even voor de verkiezingen onhoudbare beloftes doen. Politici van bijna elke partij maken zich hieraan schuldig. En er zijn ook populistische politieke regimes. Deze verdedigen het waanbeeld dat het volk één is, een ondeelbaar geheel vormt, en dat wie hieraan twijfelt een parasiet is. Politieke tegenstanders worden dan vijanden, die moeten wijken. De leider pretendeert het volk te incarneren. De leider wordt de enige spreekbuis voor het volk.

Dreigt dit soort populistisch regime overal in Europa door te breken? Ik heb mijn twijfels. Zowat elke oppositie tegen de EU wordt er wel mee geassocieerd. Maar die oppositie is gegroeid uit ontevredenheid met de globalisering, en met de politieke organisatie van de Unie. Dit verzet tegen Europa is een reactie op twee kwalen: EU-politici die soevereiniteit afschaffen omdat ze de bevolking wantrouwen en hun TINA-riedel, ‘there is no alternative’.

Zo waarschuwde Juncker onlangs de Europese burgers: ze mogen niet de illusie hebben dat hun landen apart, zonder EU zouden kunnen bestaan. Ik vermoed dat Europese burgers wel degelijk beseffen dat samenwerking tussen landen noodzakelijk is. Maar burgers keren zich tegen de constructie van déze Unie. En dat moeten ze kunnen doen, zonder dat ze in één of andere donkere hoek worden geplaatst. Continue Reading ›