Bij “De Afspraak” over verkiezingen van 14 oktober 2018

Op maandag 15 oktober zat ik in ‘De Afspraak‘ met Bart Schols op Canvas om over de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2018 te praten.

Andere gasten waren Jean-Marie De Decker, Mohamed Ridouani en Stijn Meuris.

Thema’s waren de verkiezing van Jean-Marie De Decker tot burgemeester van Middelkerke; en het succes van Mohamed Ridouani (sp-a) in Leuven.

Dan mochten Stijn Meuris en ik fragmenten uit de verkiezingsavond kiezen. Stijn wilde de ‘komische momenten’ met Bart De Wever op de verkiezingsdag, en Forza Ninove. Ik verkoos twee fragmenten met vrouwen: Nahima Lanjri op het podium naast Kris Peeters, en een emotionele Jinnih Beels in het Zuiderpershuis.

Ik geef een analyse van Kris Peeters’ zet. Een eerste keer sprak ik over deze zaak bijna twee jaar geleden, op 18 november 2016. Toen zat ik bij ‘De Afspraak op vrijdag’ met Ivan De Vadder. Die dag kondigde Kris Peeters, federaal minister van economie, aan dat hij naar Antwerpen trok om burgemeester te worden.

“De scheidslijn tussen privé en publiek in de politiek”, DM, kernkabinet, 8 paril 2018

Knack onthulde dat Liesbeth Homans (N-VA) en Tom Meeuws (sp-a) tussen 2013 en 2015 een affaire hadden. Gewoonlijk zijn journalisten nochtans discreet over het privéleven van politici. Knack-hoofdredacteur Bert Bultinck verdedigt de publicatie: de kiezer moet dit weten om de bitse strijd tussen N-Va en Sp-a in Antwerpen te begrijpen.

De Morgen-journalist Maarten Rabaey interviewde me voor de reeks ‘het Kernkabinet‘ over deze kwestie. Mijn stelling is duidelijk: de scheidslijn tussen privé en publiek in de politiek is van levensbelang. Het is ontzettend belangrijk dat de media zich niet toespitsen op het intieme leven van politici in de berichtgeving. De Antwerpse zaak is hierop geen uitzondering.

Deden media er goed of slecht aan om de vroegere privérelatie tussen de Antwerpse politici Tom Meeuws (SP.A) en Liesbeth Homans (N-VA) te duiden?

Beeckman: “Ik denk dat het niet verstandig is om het privéleven van politici bij het politieke debat te betrekken, omdat je dan sneller verglijdt naar een opvatting van politiek die nefast is voor de democratie. Heel snel krijg je dan een selectie van politici op basis van foute criteria. Dat zie je al in het buitenland, waar dit al veel meer gebeurt. Er ontstaat dan verwarring tussen de private en politieke sfeer, of het ene wordt zelfs door het andere vervangen. Politici worden dan afgerekend op hun intieme leven, of omdat je ze sympathiek of antipathiek vindt. In de filosofie is dat een heel oud debat: moet je als politiek persoon privé en publiek dezelfde kwaliteiten én deugden hebben? Velen vinden van niet. Denk aan zachtheid. Dat kan in je privéleven een enorme deugd zijn maar in je politieke leven nefast. Wijlen Frans president François Mitterrand noemde ooit ‘onverschilligheid’ het belangrijkste attribuut in de politiek maar in een privérelatie is deze houding dan weer onaangenaam. Het is een vergissing dat het private en politieke individu dezelfde moeten zijn.”

Een privétwist wordt voor media toch relevant wanneer blijkt dat de rationele invalshoeken van ons politieke debat door emotie uit het priveleven worden gestuurd?

“Dat is natuurlijk onvermijdelijk het geval. De onderlinge privérelaties tussen politici – of ze elkaar sympathiek vinden of niet – spelen een enorme rol. Kijk maar naar wijlen Duits bondskanselier Helmut Kohl en Mitterrand. Ze konden het als mensen uitstekend met elkaar vinden, en dat versnelde de Duitse eenmaking. Recent boterde het dan weer totaal niet tussen bondskanselier Angela Merkel en de Franse ex-president François Hollande, met verlammende gevolgen voor de EU. Helaas kunnen weinig politici zich boven de private relaties stellen. Een historisch voorbeeld van een VS-president die dat wel kon was Abraham Lincoln. Hij kon zich boven de slechte persoonlijke relatie stellen die hij met sommige van zijn ministers had. Het contrast met Trump kon niet groter zijn.

“Overigens geldt hetzelfde toch ook voor de journalistiek? Sommige journalisten kunnen gedreven worden door persoonlijke, of zelfs irrationele, drijfveren. Dat hoeft toch niet te betekenen dat je de kwaliteit van hun werk daarop moet afwegen? Ook politici zijn niet altijd rationeel maar toch vind ik het geen voldoende reden om de persoonlijke sfeer bloot te leggen.”

Ook niet als dat essentieel is om de Antwerpse kiesstrijd te begrijpen?

“Er zijn voldoende andere motieven om de bitsheid achter de burgemeesterstrijd in Antwerpen te verklaren. Zo is het door de evolutie van onze staatshervorming en de Brusselse politieke schandalen voor Vlaamse politici niet meer interessant om zich in de hoofdstad te profileren. Daarom wordt ook de federale strijd op het scherpst van de snee gevoerd in Antwerpen, waar de voorzitter van de grootste partij (Bart De Wever, N-VA) burgemeester is. Het gaat er niet alleen bits aan toe tussen N-VA en SP.A, maar ook tussen CD&V en N-VA sinds Kris Peeters de Antwerpse politiek instapte. Liesbeth Homans is daartegenover in Antwerpen politiek niet relevant genoeg om haar liefdesleven erbij te betrekken.”

Hadden Homans en Meeuws zelf niet sneller ‘Et alors?’ moeten zeggen, zoals ook Mitterrand het nieuws over zijn buitenechtelijke dochter meteen afblokte?

“Behalve het feit dat hij ook journalisten liet schaduwen om zeker te zijn dat ze er niet over zijn dochter zouden publiceren, had dit nieuws voor de pers geen relevantie mogen hebben. Zijn dochter had niets te maken met zijn presidentiële kwaliteiten. Trouwens, later kwam ook aan het licht dat zijn vrouw een minnaar had die bij hen inwoonde, haar persoonlijke trainer. Je kan intieme relaties dus nooit juist inschatten, want je weet nooit voldoende om iemand echt te begrijpen. Gelukkig maar hoeven we ook niet te oordelen.” Continue Reading ›

“Revolutie of rustige vastheid?” in De Mining, DS 14 maart 2018

Deze tekst verscheen in de digitale Avondeditie van De Standaard op woensdag 14 maart 2018.

“CD&V worstelt met rechtse stemmen in eigen geledingen, klinkt het. De uitspraken van Kamerlid Hendrik Bogaert en staatssecretaris Pieter De Crem bevestigen een interne kritiek dat CD&V een te links imago zou hebben (DS 14 maart). Volgens enkele politici mag de partij best wat strenger zijn over veiligheid en migratie. Daarmee komt de partij in het vaarwater van de N-VA. Beide partijen willen de grootste volkspartij van Vlaanderen zijn. De N-VA doet het goed in de peilingen, terwijl CD&V de vroegere glorie niet meer kan benaderen.

De strijd tussen CD&V en de N-VA kan je ook anders zien. Eigenlijk doen ze het tegenovergestelde. De N-VA presenteert zich als de partij van de verandering, als ‘anderspartij’, zoals Carl Devos het noemt. Maar tegelijkertijd verdedigt ze conservatieve standpunten. Het veiligheids- en integratiebeleid bevat maatregelen om de snel veranderende samenleving te vertragen. De partij staat voor minder globalisering en diversiteit, en voor behoud van de oude, gezegende levensstijl.

Het beleid van staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken en minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) draagt momenteel de goedkeuring van heel wat Vlamingen weg, zoals een recente peiling aantoonde. Kortom, de partij mag zich dan als de grote verandering voorstellen, in wezen is ze allesbehalve revolutionair. Zeker nu ze haar communautaire agenda heeft opgeborgen.

De christendemocraten doen veelal het omgekeerde: ze beweren de rustige vastheid te incarneren, maar onder hun leiderschap zijn revolutionaire veranderingen tot stand gekomen. Revolutionair betekent hier fundamenteel, onomkeerbaar en op langere termijn onvoorspelbaar.

Neem het Europese beleid. Onder leiding van Herman Van Rompuy, jarenlang voorzitter van de Europese Raad en president van Europa, heeft de Europese Unie de nationale politiek diepgaand veranderd. Natiestaten hebben heel wat soevereiniteit afgestaan. Europa controleert de begrotingen, bepaalt indirect de migratiepolitiek en intervenieert radicaal in tijden van crisis (denk maar aan Griekenland).

Toegegeven, die beslissingen werden niet uitsluitend door christendemocraten genomen. Maar de grote tenoren speelden in die periode wel een hoofdrol in de Europese politiek. Denk maar aan Merkels ‘Wir schaffen das’, als (tijdelijk) antwoord op een ongeziene toestroom van vluchtelingen. Ook die crisis werd als een ingrijpende omwenteling van de samenleving ervaren.

De kritiek van De Crem en Bogaert kan je in dit licht zien. De CD&V-leiding lijkt moslims als kandidaat-kiezers te beschouwen. Dat is niet onlogisch: de kloof tussen katholieken en vrijzinnigen is die tussen gelovigen en ongelovigen (soms ook wel verlichtingsfundamentalisten genoemd, een onzinnige term) geworden. Deze keuze lijkt de continuïteit van de rustige vastheid te bevestigen. Maar ze is revolutionairder dan ze lijkt. Zeker, er zullen tussen beide geloofsgroepen heel wat raakpunten zijn. Maar de ene religieuze inspiratie valt niet zomaar met de andere te vergelijken. Wat voor de ene christendemocraat dus een bezadigde aansluiting bij de werkelijkheid is, klinkt voor de andere wellicht als de zoveelste aanwijzing van een onbestendige wereld.

“Een kwestie van consistentie”, column DS 25 jan. 2018

” Hoe verklaar je dat rechtse politici mediaschandalen makkelijker overleven dan linkse politici, vroeg een journalist me onlangs. Hij verwees naar burgemeester Bart De Wevers positie in Antwerpen, die amper verzwakt lijkt na de Fornuis-saga. Het oppositiekartel ‘Samen’ werd daarentegen wel uit elkaar gepeeld na gelekte informatie over het ontslag van Sp-a-boegbeeld Tom Meeuws als directeur van De Lijn in 2015.

Het antwoord op zo’n vraag hangt deels van eigen vooroordelen af: wie linkse ideeën heeft, meent dat rechtse politici zich wel heel veel kunnen veroorloven. Bij aanhangers van rechtse partijen leeft de omgekeerde idee.

Belangrijker is het inzicht dat er niet één universele morele code is waarmee burgers het gedrag van hun politici beoordelen. Dit is specifiek aan het politieke spel: met de politieke pluraliteit gaat ook een morele pluraliteit gepaard. De vraag is niet hoe eerlijk of genereus een politicus is, dan wel of zijn gedrag rechtlijnig genoeg lijkt voor zijn politieke overtuiging. Kortom, burgers verlangen eerder consistentie dan morele zuiverheid.

Een buitenlands voorbeeld. François Fillon was presidentskandidaat in 2017 voor ‘Les Républicains’. In januari 2017 leek hij de verkiezingen te zullen winnen, eind april sneuvelde hij al in de eerste ronde. Een schandaal deed hem de das om: hij zou zijn vrouw Penelope en kinderen aangeworven hebben als parlementair medewerker, maar die hadden geen klap uitgevoerd. Fillon had dus zijn familiale belangen op het algemeen belang laten primeren. Dat werd gezien als een gebrek aan rechtlijnigheid; Fillon had beweerd minder geldbelust te zijn dan zijn partijgenoot Sarkozy. En hij had zich gepresenteerd als een opvolger van Charles De Gaulle, die een onbetwiste reputatie had. Diens enige maîtresse was – naar eigen zeggen – Frankrijk zelf. Fillon had zich dus als zuivere kandidaat voorgesteld, maar viel in de kuil die hij voor anderen had gegraven.

Marine Le Pen lag ook onder vuur omdat ze fondsen van het Europees Parlement had aangewend voor partijmedewerkers die eigenlijk in Frankrijk werkten. Strikt gezien is dit verboden, en dus berichtten pers en oppositie over een misbruik van middelen. Maar het stoorde haar kiezers geheel niet. Dat Le Pen de Europese Unie geld afhandig had maakt, niet voor persoonlijk gewin, maar voor de partijwerking in Frankrijk strookte perfect met de nationalistische ideologie van haar partij.

In Antwerpen geeft Bart De Wever grif toe dat hij op economisch vlak een liberale koers vaart. Bedrijfsleiders ontmoeten lijkt dan consistent. Ook De Wevers loyaliteit aan de eigen groep wordt als ideologisch rechtlijnig gezien: de N-VA-voorzitter steunt partijgenoten die in opspraak komen, zoals gemeenteraadslid Koen Kennis met zijn talrijke mandaten, of staatssecretaris Theo Francken na het Soedan-incident. Wat de N-VA wel schaadt – want inconsistent – is de aanwezigheid van PS-er Alain Mathot op dezelfde verjaardagsreceptie van projectontwikkelaar. Maar harde bewijzen voor belangenvermenging zijn er niet.

Een links politiek project is gebaseerd op waarden zoals universele gelijkheid en rechtvaardige herverdeling door overheidsinterventies. Politieke rechtlijnigheid krijgt dan een heel andere invulling. Na de negatieve berichtgeving over LandInvest en Eric Van Der Paal, stuurde Sp-a boegbeeld Tom Meeuws vriendschappelijke berichtjes naar een bouwpromotor.

Continue Reading ›

“UNIA is een overheidsinstelling, geen NGO”, column DS 2 maart 2017

images“De zaak rond UNIA toont alvast één positief effect van Trumps presidentschap: politici doen er goed aan om zo waarachtig en correct mogelijk te spreken. Dat was altijd al de beste houding, maar nu riskeren politici een nefaste vergelijking met de luide bullebak aan de andere kant van de Oceaan. Dit is een goede zaak: het debat moet nauwkeuriger, juister, diepgaander.

De kern van de UNIA-kwestie draait dan niet zozeer rond politieke uitspraken, maar rond botsende ideeën over macht en gelijkheid. De bevolking is hierover ook verdeeld. Die kloof bepaalt tegenwoordig de uitkomst van de verkiezingen, zowel in ons land als elders.

Achter veel kritiek op UNIA gaat eigenlijk een ongenoegen schuil over de discriminatiewetgeving op zich. Die wetgeving – samen met de arresten van het grondwettelijk hof – bevatten een specifieke visie op machtsrelaties: wie macht heeft, wordt beschouwd als een mogelijke discriminator, terwijl wie macht ontbeert, wordt beschermd. Concreet: wie de middelen heeft om een huis te verhuren staat dan als machtige tegenover de minder bemiddelde persoon die een huis moet vinden op de huurmarkt. Deze laatste wordt dus beschermd: bij vermoeden van discriminatie moet de verhuurder aantonen dat hij neutraal handelt (verschuiving van de bewijslast). In Duitsland geldt een andere opvatting over discriminatie, die particulieren meer vrijheid geeft. Strafbare discriminatie geldt slechts in gevallen van bijzondere machtsposities, zoals monopolies. Kortom, ook in Europa bestaan er uiteenlopende interpretaties.

Europa verplicht België wel om zo’n instelling te hebben. Maar over de werking bestaat ook wat discussie: UNIA onderzoekt, bemiddelt én kan strafrechterlijk optreden als burgerlijke partij (niet als Openbaar Ministerie). Het centrum reageert niet alleen tegen reële discriminatie, maar ook tegen ‘hatespeech’, en mengt zich dus in de discussie over de vrijheid van meningsuiting. Dat is altijd een delicate kwestie. Wat het nog complexer maakt, is dat iemand in het ene geval een slachtoffer kan zijn van ‘hatespeech’, maar op een ander moment zelf racistisch uit de hoek kan komen. Indien iedereen gelijk is voor de wet, dan moet elk geval gelijk worden behandeld.

Dit raakt aan het belangrijkste punt: niets verzwakt de geloofwaardigheid van een centrum meer dan een schijn van partijdigheid. Els Keytsman is nu directeur van een overheidsinstelling (samen met Patrick Charlier), niet van een NGO. Sommige van haar uitspraken tasten het vertrouwen van de burger aan. Wanneer ze de houding van een stadsambtenaar ‘etnocentrisch’ noemt, bijvoorbeeld. Keytsman deed dat toen de ambtenaar een koppel niet wilde huwen omdat de vrouw weigerde zijn te schudden. Natuurlijk had die ambtenaar geen wettelijke basis om een huwelijk op die grond af te wijzen. Maar de term ‘etnocentrisch’ is geladen: critici van de liberale democratie zouden de Belgische grondwet met wat slechte wil ook een etnocentrisch product kunnen noemen: die grondwet is binnen een bepaalde cultuur (de westerse, met blanke mannen!), op een bepaald ogenblik in een bepaald land tot stand gekomen. In andere culturen bestaan andere, vaak antiliberale denkkaders. Filosofisch leidt dat tot interessante denkoefeningen. Maar voor de directeur van zo’n centrum is dergelijke uitspraak opmerkelijk, omdat het legalistische argument volstond. Het culturele argument getuigt dan weer van politiek activisme. Daarbij suggereert het dat de godsdienstvrijheid altijd kan worden ingeroepen om de regels van deze samenleving te ontwijken. De vrijheid van godsdienst, ook die van minderheden, moet echter tegenover andere grondwettelijke rechten en vrijheden worden afgewogen; ze is niet absoluut.

De strijd tegen discriminatie is te belangrijk om door vooringenomenheid te worden belemmerd. Politici moeten een neutrale bescherming van de grondwettelijke rechten en vrijheden voor iedereen garanderen. En als ze willen voorkomen dat de volgende verkiezingen rond hopeloze polarisaties draaien, dan moeten ze het politieke debat correct en ten gronde voeren.”

Deze column verscheen in De Standaard op 2 maart 2017.

Het thema van waarheid en waarachtigheid komt uitgebreid in mijn boek ‘Macht en Onmacht. Een verkenning van de hedendaagse aanslag op de Verlichting’ aan bod.

Over de noodzaak van emancipatie, en de misverstanden over de aanklacht van ‘discriminatie en racisme’, schreef ik de column ‘Geen toekomst zonder emancipatie‘.

Interview in ‘De Tijd’, met Etienne Vermeersch – 28 dec.

BckTIcYCAAAy69G“Onze economie is een piramidespel”

We schrijven elke dag kranten vol met nieuws, maar stellen we wel de juiste vragen? We vroegen het aan twee filosofen: éminence grise Etienne Vermeersch en aanstormend talent Tinneke Beeckman. ‘We gaan van de ene hype naar de andere. Er is geen intellectueel debat meer.’

door Gwen Declerck

Etienne Vermeersch (79) zal in 2014 sterven. Ten minste, dat voorspelde een internetwaarzegger  drie jaar geleden op basis van zijn medische parameters en cardiologische voorgeschiedenis. Maar als je ziet met welke passie hij spreekt, is het haast ondenkbaar dat die voorspelling zal uitkomen. Hij voelt zich fit, heeft nog plannen voor minstens twee boeken. ‘Dankzij die nieuwe stent kan ik nog een aantal jaar mee.’

In een filosofisch gesprek over de Grote Vragen heeft hij altijd zin. Zeker als het gesprek bij een houtvuur plaatsvindt, dat hij – zoals het een echte vent betaamt – meteen begint op te poken. En zeker als zijn sparring partner een jonge filosofe is, waarvoor hij bewondering koestert. Tinneke Beeckman (37) is vorig jaar doorgebroken dankzij een boek over de verlichtingsdenker Spinoza en tal van puntige krantencolumns. Continue Reading ›

Johan Van Overtveldt, en de critici van het ‘neo’-liberalisme

Johan Van Overtveldt begint een politieke carrière bij de N-VA. Een goed moment om een thema aan te snijden dat me al langer boeit: “linkse” en “rechtse” visies vandaag. Gewoon een denkoefening, om de bestaande visies open te breken, en eventueel tot een betere definitie van de echte tegenstellingen te komen.

Van Overtveldt staat bekend als econoom en als liberale debater tegenover critici van het neo-liberalisme, zoals psychoanalist Paul Verhaeghe, of Peter Mertens (PVDA). Dit is de bekende ideologische kloof tussen “meer vrije markt” (‘rechts’) en “meer overheid (‘links’)”. Maar vat deze klassieke ideologische tegenstelling een reeks recente fenomenen wel?

Zou het niet kunnen dat beide stemmen in het publieke debat – “neoliberalen” en “anti-neoliberalen” – gedeeltelijk dezelfde bezwaren hebben tegen gelijkaardige symptomen: nieuwe vormen van corporatisme? Continue Reading ›