‘Temptation Graailand’, column DS, 8 feb. 2018

“‘Onze Vader, die in de hemel zijt (…), breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade.’

‘Temptation Island’ mag dan het toppunt van libertijnse vrijheid lijken, het programma spoort met de christelijke levensfilosofie: de verlossing komt voor wie aan bekoringen kan weerstaan. De duivel ziet er verlokkelijk uit, hij verschijnt als een aantrekkelijke vrouw of een Adonis. Temptation is een spel van schuld en boete, een verhaal over de zondaar die zijn vrijheid goed gebruikt of helemaal misbruikt. Maar van echte vrijheid is er geen sprake: reality-televisie manipuleert zowel de deelnemers als de kijkers.

 

De format van ‘Temptation Island’ is eenvoudig: vier koppels testen hun relatie door enkele weken apart door te brengen op een tropisch eiland. Mannen en vrouwen worden gescheiden. Ze verblijven in een luxeresort waar camera’s elke beweging, dag en nacht registeren. Ze leven er met een groepje ‘verleiders’ die hun best doen om hen tot overspel aan te zetten. De koppels mogen geen contact met elkaar opnemen, maar ze krijgen wel beelden te zien van hun partner. Iedereen feest de hele tijd en drinkt sloten alcohol. Aangezien het feestje plaats vindt in en rond het zwembad, loopt iedereen halfnaakt rond. Kortom, de hele opzet dient om mensen hun grenzen te doen overschrijden.

In de zoektocht naar kijkcijfers is televisie sterk veranderd. Televisie is geen venster meer op wereld, maar biedt een inkijk op het meest private, het meest intieme. Echte, rauwe emoties zijn veel aangrijpender dan de fictie van weleer. Zo is ‘reality-tv’ doorgebroken. Alleen gedragen mensen zich zelden spontaan op een dramatische manier. Er is een strikt georkestreerde, en gemanipuleerde enscenering nodig. Continue Reading ›

“Niets is geheel waar, en zelfs dat niet”, artikel DS, op 11 maart 2017

“Het volstaat niet om met veel argwaan en ongeloof in de wereld te staan om kampioen kritisch denken te worden. Maar argwaan verdeelt wel, en dat is problematisch. Tijdens een belangrijk televisie-interview op zondag 5 maart, suggereerde presidentskandidaat Fillon dat grote televisiestations een gerucht over de zelfmoord van zijn vrouw hadden verspreid. Fillon levert echter geen bewijs. Nochtans zou hij de uitgezonden beelden moeiteloos op een website kunnen posten.
Maar het kwaad is geschied: Fillon werpt een schaduw van wantrouwen over de media. Zijn achterban krijgt de indruk dat hun kandidaat het slachtoffer is van een georkestreerde aanval. Het is maar één voorbeeld van een recent fenomeen: dat politici leugens gebruiken om hun gelijk te halen, gratuit beschuldigen zonder aandacht voor de feiten. Dat is natuurlijk nefast.

Het zegt ook iets onheilspellends over de leiders die burgers dreigen te krijgen. Maar politici zijn slechts een zichtbare illustratie van een verregaander proces: dat kritisch denken verkeerd wordt begrepen. Argwaan wijst eerder op een gebrekkig oordeelsvermogen dan op een scherpe geest. Voor deze ontwikkeling zijn niet alleen politici verantwoordelijk: de hedendaagse visie op het kritische denken, technologisch ontwikkelingen (sociale en andere media) en de logica van winstbejag spelen ook mee.

Deels is het kritische denken zelf verantwoordelijk voor de verwarring, aldus de Franse wetenschapsfilosoof Bruno Latour. Latour verwierf internationale faam toen hij in een studie beschreef hoe ingenieurs van een metro-project minder rationeel beslisten dan iedereen aannam. De wetenschappelijke methode moest dus zelf kritisch worden bekeken. Maar ondertussen is die sceptische blik doorgeslagen, vindt hij. Hij verwijst naar de klimaatverandering om de onmacht van het kritische denken aan te kaarten, in ‘Why Has Critique Run out of Steam?’. De mogelijkheid om feiten aan te tonen, los van een subjectieve interpretatie, beschouwden vele aanhangers van de kritische theorie als twijfelachtig: elke voorstelling van feiten is ingebed in een discours, en participeert, bewust of onbewust aan een ideologische keuze. De context waarin elk mens spreekt, is bepalend voor zijn denken. Op een bepaald ogenblik, klonk dit postmoderne denken terecht kritisch en fundamenteel anti-totalitair.

Maar de tijden zijn veranderd: de kritiek heeft alles verdacht gemaakt, inclusief zichzelf. En toch, noteert Latour, die doceert aan het befaamde Science Po te Parijs, worden nog altijd doctoraatsprogramma’s opgezet, om aan jongeren te leren dat feiten het resultaat zijn van een constructie, van de keuzes en de retorische trucjes. De studenten leren dat een natuurlijk, onmiddellijk, niet-bevooroordeelde benadering van de waarheid niet bestaat, dat we gevangenen zijn van onze taal, dat die taal ‘fascistisch’ is. En dat de wetenschap dus met de grote argwaan moet worden bejegend.

Wie snel een samenvatting van het werk van de socioloog Pierre Bourdieu oppikt, aldus Latour, een rudimentaire vorm ervan opschrijft en die vervolgens toepast op de werkelijkheid, ziet al gauw duistere krachten en complotten. De gehaaste adepten van Bourdieu leren hun lezers wantrouwig te kijken naar wat mensen om hem heen vertellen. Want die mensen zitten gevangen in subjectieve web van verborgen motieven. Kritisch zijn, is wantrouwig zijn. De ongelovige Thomas had wellicht een punt. Maar zijn achterneefjes denken nu alles beter te weten: wat er op het scherm verschijnt, onthult niets over de echte machtsverhoudingen; wat de pers vertelt, klopt niet; we worden gemanipuleerd door verborgen krachten. Continue Reading ›