“Een reactionair is geen conservatief”, column DS, 16 maart 2017

” Identiteit en integratie zijn de thema’s van de Nederlandse verkiezingen. Dat is onwennig voor alle partijen, behalve voor de PVV van Wilders, en voor DENK, de partij opgericht door ex-PVDA-leden Kuzu en Öztürk. Met deze laatste partij komen ook ronduit reactionaire stemmen naar boven. De spanningen tussen Nederland en Turkije verduidelijken dit radicale project.
Het programma van DENK leek helder: de strijd tegen racisme en discriminatie. DENK-boegbeeld Sylvana Simons verliet de partij echter omdat de leiders volgens haar “homorechten en vrouwenrechten niet serieus namen” en “zich teveel op conservatieve kiezers richten”.

Dit is een veel voorkomend misverstand: een partij als DENK bedient niet alleen een conservatieve achterban, maar is zelf een reactionaire beweging.

Reactionair betekent dat de partij de verwezenlijkingen van de moderniteit ongedaan wil maken: de scheiding tussen kerk en staat, individuele rechten voor mannen én vrouwen, vrijheid van mening en (on)geloof, vrije pers en een wetenschappelijk geïnspireerd waarheidsstreven. DENK is de enige partij die Erdogans houding tegenover Nederland de afgelopen dagen steunde. Erdogan heeft de democratie vroeger met een tram vergeleken: “Je rijdt ermee tot je je bestemming bereikt, dan stap je er uit.” In eigen land illustreert Erdogan wat dit betekent.
Wat de politieke strijd betreft, durft DENK van de democratische methode af te wijken. De partij verspreidt ‘fake news’ en uit de lucht gegrepen samenzweringstheorieën. Ze valt de reguliere media frontaal aan. Ze is sterk autoritair, en voert erg agressief campagne. Zo klaagt de ‘Raad van Marokkaanse Moskeeën Nederland’ over intimidatie van moskeegangers, alsof elk individu niet zelf mag beslissen voor wie hij stemt.

Vergelijk dit met de houding van de conservatief: die staat sceptisch tegenover de maakbaarheid van mens en samenleving. Heilzame veranderingen gebeuren liefst in kleine stapjes en vanuit wat in het verleden werd opgebouwd. De ware conservatief is een bescheiden wereldverbeteraar. ‘Als we de wereld niet opnieuw ongelukkig willen maken, moeten we onze dromen over het gelukkig maken van de wereld opgeven’, noteerde Karl Popper. Een conservatief knikt instemmend. Hij kan zich ook vinden in de woorden van Lord Palmerston die ooit boos mompelde: ‘Hervormen, hervormen. Is het al niet erg genoeg?’. Voor de conservatief beschermt de rechtsstaat de individuele rechten, terwijl het politieke of sociale project alleen vanuit een zin voor de gemeenschap kan ontstaan. DENK wil daarentegen een radicale omwenteling van de Nederlandse samenleving.

Progressief is DENK ook niet. De partij klinkt alleen progressief in haar aandacht voor racisme, discriminatie en vrijheid. Alleen dient die vrijheid om paternalisme opnieuw in te voeren. Het antwoord op racisme en discriminatie is al evenmin progressief. DENK pleit niet voor een universalistische, verbindende boodschap, waarbij mensen elkaar ongeacht hun etnische, religieuze of andere verschillen respecteren en waarderen. Dan overstijgen mensen hun verschillen juist om als gelijken samen te leven. Neen, DENK maakt van verschil de maatstaf. Iemands etnische achtergrond bepaalt zijn stemgedrag, ongeacht de uiteenlopende politieke ideeën over vrijheid of gelijkheid die iemand kan hebben. De kloof die DENK introduceert, valt nooit te overbruggen. Zo’n beweging kan alleen polariserend werken. DENK vertegenwoordigt ook geen regenboog van minderheden. Veruit de meeste aanhangers zijn van Turkse komaf, en heel wat Marokkaanse Nederlanders zeggen op DENK te stemmen. Maar Antilliaanse of Surinaamse kiezers zouden zich volgens opinieonderzoek van Kantar Public niet aangesproken voelen.

De stichtende leden van DENK komen uit de PVDA. Die vaststelling is reden genoeg voor progressieve partijen om grondig na te denken over de verborgen breuklijnen, die zelfs door hun eigen partijen dreigen te lopen: naast de keuze tussen progressief of conservatief maakt de reactionaire visie nu opgang. Het laaiende conflict begin deze week tussen Nederland en Turkije toont dat dit reactionaire gedachtengoed geen marginaal fenomeen is, ongeacht wat de verkiezingsuitslag teweegbrengt.”

Deze column verscheen op 16 maart in De Standaard.

“Denken als minderheid”, DS 30 maart 2015

Unknown 08.33.05“Geïnspireerd door de hashtag #daily­racism vertel ik voor een keer een persoonlijk verhaal. Toen ik 23 jaar was, kreeg ik een doctoraatsbeurs. Ik verhuisde naar een leuke studentenbuurt in Elsene, vlak bij de ULB, met veel cafés. Bijna elke dag zag ik dezelfde vier mannen op een terrasje zitten. Ze waren minstens tweemaal zo oud als ik.

Nooit zaten die vijftigers daar met hun echtgenotes of kinderen. Lachend aangespoord door zijn vrienden probeerde een van hen me op een middag aan te spreken. Ik deed alsof ik niets hoorde en liep gewoon naar de supermarkt. Toen ik daar tussen de rekken stond te kiezen, greep die man me plots bij de arm en zwaaide met zijn andere hand dreigend naar mijn gezicht. Woedend siste hij (in het Frans): ‘De volgende keer dat ik je aanspreek, dan ga je daarop in. Je hebt me vernederd tegenover mijn vrienden.’  Helaas is dit verhaal niet het enige onaangename voorval uit die periode.

Erger dan het incident, vond ik de intimiderende druk om de verhalen niet te vertellen. Als je progressief bent, dan moet je inzien dat minderheden – de man was Noord-Afrikaan – slachtoffers zijn. Maar dat is de paradox van linkse antiracisten: zo praten ze een reactionair, machistisch handelen goed. Volgens mij betekent links denken juist het tegenovergestelde.

Als je politiek links bent, volgens de filosoof Gilles Deleuze, zoek je het ‘devenir-minoritaire’: je verplaatst je in de minderheidspositie, ongeacht welke positie in de maatschappij je zelf bekleedt. Zo stel je het heersende denkkader in vraag, omdat je aanneemt dat elke vaste bepaling een illusie is. Deleuze noemt bijvoorbeeld ‘devenir-femme’, het vrouw-worden, dat niet samenvalt met de vastgelegde, voorbestemde rol van de vrouw in de samenleving. Continue Reading ›