“Een pilletje tegen ongemak”, column DS, 7 okt. 2021

‘Neem een pilletje, en het is alsof je met vakantie bent, ver weg van de rea­liteit.’ In Aldous Huxleys donkere dystopie Heerlijke nieuwe wereld (1932) nemen personages geregeld die vluchtweg. Ze slikken een tabletje van de drug ‘soma’, en hun geest verglijdt naar een zalig oord, waar zorgen en frustraties verdwenen zijn. Die drug is vrij verkrijg­baar – iedereen kan er naar hartenlust van nemen. Dus slikken mensen die pilletjes zodra ze zich afgewe­zen, overbodig, onaantrekkelijk, eenzaam, droevig of vernederd voelen. Niet dat de drug geheel onscha­delijk is. Eén wanhopig personage overlijdt aan een hartfalen, na een maandenlange trip.

Huxley was gefascineerd door drugs als geestverruimend middel om spirituele ervaringen op te wekken. Hier presenteert hij drugs die een ander doel hebben: verslaafde consumenten geen reden meer geven om zich te verzet­ten.

Ik dacht aan Huxley toen ik het verhaal las over de familie Sackler, die de zeer verslavende pijnstiller Oxycontin op de markt bracht. Haar product werd massaal voorgeschreven, met dodelijke gevolgen: de voorbije twintig jaar stierven meer dan een half miljoen Amerikanen aan een opiatenverslaving. Om hun commerciële succes te bereiken, gebruikten de Sacklers dubieuze en zelfs criminele methoden: leugens, bedrog, corrup­tie en intimidatie. Patrick­ Radden Keefe beschrijft het nauw­gezet in Het pijnstillersimperium (DS Weekblad 2 oktober). Radden Keefes onder­zoek documenteert ook hoe de Amerikaanse instellingen burgers onvoldoende beschermden. De Sacklers lijden intussen reputatieschade, maar ze hebben hun miljarden­winsten kunnen­ vrijwaren.

Gaat deze zaak dan over een politiek falen? Jazeker. Maar er is meer aan de hand. Wie buitengewone inzichten heeft in wetenschap en technologie, én vanuit die kennis succesvolle commerciële producten lanceert, kan blijkbaar vrij spel krijgen. Zelfs als die producten burgers op termijn schade toebrengen (het verhaal over Facebook en andere sociale media bevat gelijkaardige aspecten). Twee elementen spelen daarin mee: je kunt gemanipuleerd worden zonder dat je het beseft. En slechts weini­gen begrijpen de impact van comple­xe wetenschappelijke ontwik­kelingen.

Precies daarin schuilt Huxleys inzicht­: machtsmisbruik gaat niet altijd­ gepaard met openlijk, fysiek geweld. Je kunt mensen evengoed controleren door hun biologische en psychologische behoeften te manipuleren. In Huxleys­ dystopie voelen mensen geen gemene laars op hun nek, zoals in totalitaire regimes het geval is. Neen, ze krijgen een klein pilletje dat elk onbehagen uit hun leven weert. De geïndustrialiseerde productie speelt in op elk verlangen. In de dictatuur World State is autoproducent Henry Ford een soort messias geworden. Mensen worden verleid om zich de hele dag te amuseren. Door die stroom van positieve sensaties kunnen ze niet meer stilstaan bij de realiteit zoals die is. Dat hoeft schijnbaar niet meer. Technologie heeft alle pijnlijke ongemakken opgevangen, zelfs ziekte en aftakeling. De dood is een banaal gebeuren. Niemand lijdt onder verdriet of rouw, want ieders gevoelsleven is vlak. Niemand heeft intieme relaties. Huxley schetst een soort pornografische samenleving, waarin iedereen vrijuit seksueel genot nastreeft. Alles mag. Alleen ongelukkig zijn is verboden. Toch is de sfeer verstikkend: mensen zijn niet vrij, tenzij ze over het eigen gevoels­leven en denkvermogen beschik­ken.

Met de gelijkheid is het niet veel beter gesteld. Embryo’s worden genetisch gemanipuleerd en door machines ontwikkeld. Mensen worden in hiërarchische groepen ingedeeld. Bovenaan staan de toekomstige leiders, een kleine­ groep zeer intelligente hogeropgeleiden (de alfa’s). Helemaal onderaan bengelen de minst begaafden (de epsilons), die het slavenwerk verrichten. Officieel klinkt het dat wetenschappelijk onderzoek iedereen in dezelfde mate ten goede komt. Maar eigenlijk doorzien slechts weinigen hoe ingrijpend en sturend technologische ontwikkelingen zijn. Zij vergroten hun invloed op alle anderen. De leider Mustapha Mond omschrijft wetenschappelijke gegevens als een receptenlijst, waarmee de chef-kok het menu samenstelt. En die chef is hijzelf, natuurlijk. De wetenschappelijke kloof wordt dus een maatschappelijke kloof. Technologie gaat gepaard met complexere manieren om een samen­leving te organiseren, waardoor individuele stemmen gesmoord worden.

Uiteraard verschilt de Amerikaanse, of de westerse samenleving op tal van vlakken van Huxleys dystopie, die als een spitsvondige satire was bedoeld. Maar Huxleys gedachte-experiment is nog altijd de moeite waard. Bedrijven ongecontroleerd kennis laten ontwikkelen voor commerciële doelen, kan neveneffecten hebben. Zelfs als die kennis een wereld belooft waarin elke frustratie wordt opgelost. Want verlangens en behoeften vallen slechts schijnbaar samen. In het verlangen naar de roes, gaat het contact met de behoefte aan verbondenheid, liefde, waardigheid en zinvolheid verloren. Een samenleving heeft burgers nodig die redelijke keuzes kunnen maken over de thema’s die er voor hen toe doen. Daartoe moeten ze volop beseffen in welke realiteit ze leven­. Hoe lastig die ook is.”

Deze column verscheen in De Standaard op 7 oktober 2021.