Thomas Mores ‘Utopia’ – interview VPRO – NPO radio 1 en lezingen

Op zondag 9 juli werd de eerste aflevering uitgezonden van een reeks over de Utopie. In de reeks, die meerdere weken loopt, komen onder meer Thomas More, Karl Marx, George Orwell ea aan bod.

Samen met Will Derkse en Maarten Doorman werd ik geïnterviewd over ‘Utopia van Thomas More’.

Via de website van VPRO-Radio 1 kan je de uitzending opnieuw beluisteren.

Over Thomas More gaf ik ‘Levenslessen’ voor The School of Life. En op 10 oktober 2017 geef ik een les in het kader van ‘background educations‘.

Hier is een video-opname van mijn lezing over Thomas More voor de Radboud Universiteit te Nijmegen, waar ok Edwin van Meerkerk sprak over het thema ‘Utopia, dichterbij dan ooit?’

 

 

 

“De Verrijzenis – Lucianus van Samosata”, DS, 7 april 2017

“In de rubriek ‘De Verrijzenis’ zoekt De Standaard elke dag van de paasvakantie een goede reden om iemand uit de dood te laten opstaan.”

Ik koos voor Lucianus van Samosata (120-180 nC), romanschrijver, satiricus.

 

“‘Wel, Lucianus, dit had je niet verwacht, hé? Je dacht dat je lichaam na je overlijden in atomen uit elkaar zou vallen, dat je ziel – als die al bestond – zou vervliegen. En nu sta je hier. Verrezen, op vraag van “De Standaard”.’

‘De standaard? Van een legioen?’, vroeg Lucianus verbaasd.

‘Neen, “De Standaard” is een papyrus die duizenden Menapiërs lezen,’ zei ik. ‘Dus, vertel eens, hoe ziet het schimmenrijk er uit? Jij leek me de uitgelezen persoon om over het leven na de dood te berichten. Je hebt zovele mensen hartelijk doen lachen met je satirische stukken over de goden en de onderwereld. Zelf leefde je tijdens de heerschappij van de Romeinse keizer Marcus Aurelius. Later inspireerde je de belangrijkste auteurs van de Renaissance. Je was de lievelingsauteur van Thomas More en Erasmus. Serio ludere: ernstig spelen was hun motto.

Vandaag zijn je teksten nog verkrijgbaar. Wat heb ik genoten van je “Dodengesprekken”.  Jouw schimmige geesten die afdalen naar het rijk der doden gedragen zich niet zoals de onversaagde held Odysseus bij Homeros. Bij jou is er geen dappere Aeneas, zoals bij Vergilius, die met zijn vader over de glorierijke toekomst van de Romeinen komt praten.

Neen, jij voert daverende skeletten op, die hun begeleider Hermes smeken om hen opnieuw tot leven te wekken. Wanneer ze de rivier de Styx moeten oversteken naar de onderwereld, klampen ze zich wanhopig vast aan de mast van de overzetboot, of proberen ze inhalig aan de betaling voor de overtocht te ontsnappen. Rijke, machtige koningen jammeren onbedaarlijk omdat hun eretitels en bezittingen niets meer betekenen. Alleen de cynicus aanvaardt zijn lot en blijft tijdens de reis opgewekt zingen. Zelfs wijze filosofen geraken helemaal van slag wanneer ze op weg zijn naar de Hades. Alsof al die mooie theorieën niets uithalen, zodra het er echt op aankomt. Neem Socrates: hij laat zich aanvankelijk onverstoorbaar meevoeren, maar begint dan toch …’

‘Vertel jij me liever hoe het nu met mijn land gaat’, onderbrak Lucianus me ongeduldig.

‘Je komt uit de Romeinse provincie Syrië’, antwoordde ik. ‘Ik heb slecht nieuws, vrees ik. Een bloedige dictator zwaait er de plak en godsdienstfanatici strijden om de macht. Er heerst een oorlog over godsdienst zoals jouw tijdgenoten die nooit hebben gekend. Deze lui kunnen spottende grapjes over de Goden, zoals jij ze graag maakte, niet echt appreciëren. Zo’n tekst als “De Godenvergadering” is bij hen ondenkbaar. Jij speelde al met de goddelijke intolerantie voor atheïsme: toen Zeus vernam dat filosofen over de voorzienigheid redetwistten, bleek één van hen te beweren dat de Goden helemaal niet bestonden. In paniek riep Zeus een vergadering bijeen: iemand moest die discussiërende filosofen op andere ideeën brengen. Maar de bijeenkomst verliep chaotisch. De Goden uit de Oudheid waren een verwarde bende ruziemakers, die elkaar geen succesje gunden. Bestaan Goden trouwens wel wanneer niemand in hen gelooft? Dat was jouw provocerende uitgangspunt.’

‘Maar hoe gaat dan nu in Syrië’, wilde Lucianus met aandrang weten.

‘Steden zijn vernietigd, miljoenen mensen zijn op de vlucht en het einde is nog niet in zicht,’ legde ik uit.

‘Op aarde zijn er plekken die op de hel lijken’, mompelde hij.

Ik aarzelde om verder te gaan. ‘En ze hebben Palmyra vernield’, voegde ik zachtjes toe. Continue Reading ›