“De prijs van opportunisme”, column DS op 17 januari 2019

“Hoe is het zo ver kunnen komen met Groot-Brittannië? Niemand lijkt nog voldoende van het land te houden om het te redden. Niet de ambitieuze politici, die hun eigen carrière belangrijker vinden dan het algemene belang. Niet de Europese Unie, die het uittredende land lijkt te willen straffen met een moeilijke deal.

Hoe valt dit dubbele falen te verklaren? Groot-Brittannië was een land met een bevolking die bereid was tot zelfopoffering om de eigen grootsheid te behouden, zoals Churchill beklijvend vatte in zijn beroemde speech over ‘bloed, zweet en tranen’. Net zo goed voerde het land een wreedaardig beleid tegenover andere volkeren. Het Britse imperiale verleden kent gruwelijke wapenfeiten. Zo pookten de Britten religieuze gevoeligheden tussen moslims en Hindoes in India op, om het land te verdelen. Het had duizenden doden tot gevolg. De macht van de Chinese keizer wilden ze dan weer met opiumoorlogen breken, wat tot ontelbare verslaafden leidde.

Nu lijkt het onwrikbare Groot-Brittannië een zelfdestructieve koers te varen. Het referendum heeft de eilandbewoners diep verdeeld. De Brexit stort het land in een diepe economische crisis. Politieke leiders lijken deze koers wel te beseffen, maar ze hebben evenmin de macht als de autoriteit om haar te veranderen.

Heel wat factoren spelen een rol. Eén daarvan is het schaamteloos opportunisme van toppolitici. De rivaliteit tussen David Cameron, Boris Johnson, Michael Gove beheerst al jaren het politieke bedrijf. Die politici eigenden zich het recht toe om zich alleen om hun eigen carrière bekommeren. In die geest besloot Cameron tot een referendum. Hij trok met die belofte in 2015 naar de kiezers, en won de verkiezingen. Een enorme gok, die hij uiteindelijk verloor. Met dramatische gevolgen.

Maar deze opportunistische ingesteldheid is geen individueel probleem. Het heeft zich in de harten en geesten genesteld sinds Thatchers beleid in de jaren ’80: als elk individu zijn eigenbelang nastreeft, komt dat het geheel ten goede. Meer nog, dat grotere geheel bestaat eigenlijk amper. Alleen individuele keuzes tellen. Sociaaleconomisch leidde deze ideologie tot privatiseringen (die ‘Labour’ onder Tony Blair nog verder doorvoerde). Privatiseringen zijn echter niet louter een economische kwestie. Ze hebben politieke gevolgen: ze tasten het burgerschap aan. Zo heeft de bovenlaag haar leven als burger geprivatiseerd door overheidstaken over te nemen: ze leeft in aparte, beveiligde wijken, stuurt haar kinderen naar private scholen, koopt private ziekteverzekeringen en pensioenfondsen. Het maakt solidariteit moeilijker: rijkeren zijn steeds minder bereid om voor een overheidssysteem bij te springen, waarop ze zelf geen beroep doen. Daarbij zijn twee werelden ontstaan, waartussen een onoverbrugbare kloof ligt. Cameron behoort zelf tot de bovenlaag. Hij besloot stoer tot een referendum, maar had geen idee wat er bij de bevolking leefde. En er is nog een element: de geest van privatisering beïnvloedt ook de politieke berichtgeving. Kijk even naar de loeiharde, vernederende koppen van Britse kranten. Sinds Margaret Thatcher hebben ambitieuze politici noodgedwongen goede connecties met mediatycoons als Rupert Murdoch. Zijn ‘tabloids’ stoken schanddalen op, verspreiden foute informatie en zetten bevolkingsgroepen tegen elkaar op. In zo’n landschap is denken over het algemeen belang op langere termijn onmogelijk geworden. Erger nog, vermits eigenbelang het belangrijkste criterium is, eisten Thatcher en haar epigonen hun geld van de Europese Unie terug: ‘I want my money back’. De Unie moest renderen, anders was ze overbodig.

Het falen ligt ook deels aan de Europese Unie. Continue Reading ›

“Het ene importconflict is het andere niet”, DS, 2 nov. 2017

“Wat heeft België te vrezen van Spanje? Het land moet bibberen en beven. Toch als je de commentaren in de kranten mag geloven. België luistert misschien beter naar de Europese grootmachten, klinkt het, anders kan de schade groot zijn. Die houding was soms eigenzinniger. Ik herinner me levendig hoe Dominique de Villepin, toenmalig Franse minister van Buitenlandse Zaken, in de lente van 2003 in Brussel aankwam en met een stralend gezicht zei blij te zijn ‘in dit dapper landje’. Samen met Frankrijk had België binnen de NAVO namelijk een veto gesteld tegen de start van militaire planning voor hulp aan Turkije, in het geval van een oorlog met Irak. De Amerikaanse minister Rumsfeld was razend en ongetwijfeld had die Belgische beslissing ook nadelige diplomatieke, economische en politieke gevolgen. Gelukkig liet de toenmalige premier er zijn nachtrust niet voor. Op langere termijn bleek België, zoals Frankrijk, gelijk te hebben over die nefaste Irak-oorlog. En er is het lange lijstje dwarse intellectuelen die in België onderdak vonden, zoals Karl Marx en Victor Hugo, om er maar twee te noemen.

 

Vandaag klinkt het anders. België zou zich beter aan de kant van de Spaanse premier Rajoy scharen. De Europese commissie eist het en andere Europese leiders evengoed. De Catalanen respecteerden de Spaanse Grondwet niet, en het hele gedoe is voor Europa een hellend vlak. Maar zo eenduidig is het niet. Rajoy gebruikte buitensporig geweld tegen vreedzame burgers. De Spaanse regering heeft het Catalaanse verzoek tot dialoog genegeerd en het conflict gevoed. Dan is er de vraag of Rajoy’s gebruik van de Spaanse grondwet wel grondwettelijk is. Ondertussen heeft hij de reeds bekomen gedeeltelijke onafhankelijkheid van Catalonië opgezegd, en zijn medewerker zonder verkiezing tot baas van Catalonië gebombardeerd. Het is dus twijfelachtig of zo’n leider het democratische, vreedzame staatsmanschap incarneert dat de Europese Unie nodig heeft.

Wie kritische vragen stelt, mag echter rekenen op Rajoy’s boze blik. Zo doet het gerucht de ronde dat hij de benoeming van Catherine De Bolle voor een Europese topfunctie zou blokkeren, omdat Charles Michel reageerde op het geweld in Spanje. Michel had gezegd dat ‘België geweld tegen burgers veroordeelde en opriep tot dialoog’. Die bedaarde, wijze observatie volstaat blijkbaar opdat de Spaanse heren de aanstelling van een competente kandidaat tegenhouden.

Dan is er de kwestie hoe internationale politieke conflicten binnen België resoneren. Het wordt voortdurend herhaald: na de rellen tussen Turken en Koerden in Antwerpen zeggen politici stellig dat niemand politieke conflicten mag importeren, maar Puidgemont mag in Brussel een persconferentie geven. Dat is toch niet consequent, aangezien beide gevallen hetzelfde probleem illustreren. Dat lijkt zo, maar het klopt niet: Puidgemont riep op tot vreedzaam verzet in Catalonië. Hij is naar eigen zeggen in Brussel om het Spaans-Catalaanse vraagstuk bij de Europese instellingen aan te kaarten. Er is ook dit fundamentele verschil: Belgen met een Spaanse of Catalaanse achtergrond gaan elkaar niet met staven en flessen te lijf in de straten. Niemand zet hiertoe aan, en de voorstanders van het ene standpunt miskennen de rechten van de anderen niet. Dat valt niet te vergelijken met tientallen fanatieke oproerkraaiers die luid scanderend Antwerpse straten bezetten, vitrines vernielen en andersdenkenden intimideren en bedreigen. Continue Reading ›

Column over Catalonië en Spanje, DS 5 okt. 2017

“Volgens de Spaanse koning Felipe en volgens heel wat EU-leiders is de zaak in Catalonië duidelijk: met hun referendum overtreden de Catalanen de Spaanse grondwet en dus treedt de Spaanse regering terecht (hard) op. Ook de Europese Commissie reageert lauw op het politiegeweld, en herhaalt het legalistische standpunt. Wettelijk gezien hebben ze gelijk. Maar politiek gezien slaan ze de bal volledig mis. En de gewelddadige weg van Spaanse premier Rajoy leidt tot een politieke impasse.

Wettelijk gezien klopt het: het referendum was niet conform aan de Spaanse grondwet. Die opmerking gaat voorbij aan het feit dat onafhankelijkheidsverklaringen zelden wettelijk zijn.

Wie de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring in 1776 even vanuit Brits perspectief bekijkt, vindt die onwettelijk. Wat dacht die Thomas Jefferson wel? Er is geen wettelijke bepaling waarop burgers zich kunnen beroepen om hun eigen wetten uit te roepen, gewoon omdat ze dat willen. Jefferson refereert aan een ‘natuurwet’, maar dat is een vaag concept. Hij heeft het over waarheden die ‘vanzelfsprekend’ zijn, en geeft dus toe dat hij ze niet kan bewijzen.

Daarbij zijn de Amerikaanse motieven triviaal. De opstandelingen wilden geen belastingen meer betalen: ‘no taxation without representation’ was hun slogan. Dat klinkt eerder als een eis dan als een funderend principe.

Kortom, wettelijk gezien had Jefferson geen been om op te staan. Maar politiek gezien had hij gelijk: elk politiek systeem vereist voldoende steun van de bevolking. Zodra die wegvalt, vervalt de loyaliteit aan een staat. Elke nieuwe grondwettelijke macht vertrekt vanuit een ‘wij’ die even tevoren nog niet grondwettelijk verankerd was, en die met een heersende orde breekt. Continue Reading ›