Over “Moed”, op Radio 1, De Wereld van Sofie, 28 april 2022

Wat beschouwen we als moedig? Verandert dat doorheen de tijd? Wat kan je doen om moediger te zijn? Dat vroeg Sofie Lemaire me, op Radio 1.

Je kan het gesprek opnieuw beluisteren.

“Moed houdt ook filosofen al eeuwenlang bezig.  Voor Aristoteles was moed een deugd, iets praktisch, waar je aan kon werken. De middenweg tussen roekeloosheid en verlammende angst. Het vermogen om ondanks je angst toch te handelen. Over deze en andere visies op moed praat Sofie Lemaire met filosofe Tinneke Beeckman.

“Angst is een slechte raadgever”, column DS, 17 maart 2022

“Al maanden leeft er angst in de samenleving. Voor een virus, een storm en nu een nucleaire aanval. Angst is een gevoel van pijn en onlust dat volgt uit de voorstelling van een naderend onheil dat intens leed veroorzaakt, aldus Aristoteles in de Retorica. Aan onheilspellende berichten was er de laatste jaren geen gebrek. Ik herinner me, bijvoorbeeld, dat januari een Siberisch koude wintermaand zou worden. En na de kerstvakantie werd een zeer ontwrichtende besmettingsgolf voorspeld; zelfs het leger stond klaar om de ziekenhuizen overeind te houden. 

Permanent in angst leven heeft ernstige gevolgen. Om te beginnen is het erg vermoeiend. Je leeft in een toestand van hyperwaakzaamheid. Door die ­brede alertheid kun je je juist minder op dagelijkse taken richten. Je slaapt slechter of licht, als de muizen in het hooi, omdat je lichaam het signaal krijgt dat het opmerkzaam moet blijven. En als je bang bent, maak je je ­lichamelijk kleiner. Je bent onzekerder en wantrouwender. Langdurig met angsten omgaan is voor elk individu een opdracht. Maar het is ook een maatschappelijke en cultureel probleem. 

Nu kun je zeggen dat de bedreigingen reëel zijn en dat angst daarbij hoort. Pandemieën zijn levensgevaarlijk, stormen ook, en wraakzuchtige dictators evenzeer. Maar de vraag blijft of de ervaren angst evenredig is met dreiging. Wat de covidpandemie en de oorlog in Oekraïne betreffen, kan tijd wijsheid brengen. De noodsituatie door de storm Eunice valt intussen wel in te schatten. En de maatschappelijke reactie was opmerkelijk.

Op 18 februari gaf het KMI code oranje in vier provincies (vooral aan de kust), en code geel elders. Na de middag werden felle rukwinden verwacht. Vanaf de middag sloten sommige scholen en universiteiten dan ook preventief. Andere scholen maanden ouders aan om hun kinderen tijdig af te halen. Veiligheid voorop! Dat lijkt de beste keuze – wie is nu tégen veiligheid?

Toch is deze gang van zaken twijfelachtig. De vraag was niet alleen meer hoe groot de kans op schade was; dus hoe waarschijnlijk een negatieve afloop was. In de verbeelding begon het meest rampzalige scenario te leven, en dat werd richtinggevend. Dan lijk je de plicht te hebben om elk risico te vermijden. Anders stimuleer je roekeloos ­gedrag. Je moet je verantwoordelijk ­gedragen: je zorgt er het best voor dat je niet aansprakelijk kunt worden gesteld voor leed of schade als iets fout loopt. Alsof je de logica van een verzekeringsmakelaar moet hanteren om te weten wat je moet doen. Na het doemscenario volgt de opluchting: de ergste voorspellingen zijn niet uitgekomen. Neen, ­natuurlijk niet, omdat de risicoberekening rammelde: de ergst mogelijke situatie werd voor de meest waarschijnlijke gehouden. 

Een samenleving die elk risico wil vermijden, ondermijnt de ontwikkeling van mensen. Toevallig gebruikt Aristoteles in zijn Retorica het voorbeeld van een storm om de relatie tussen angst en zelfvertrouwen te duiden. Zelfvertrouwen is het tegendeel van angst, beweert hij, ze bouwt op het geloof dat je onheil kunt overwinnen. 

Twee omstandigheden maken dat mensen een storm onbewogen kunnen doormaken, aldus Aristoteles: als je hem nog nooit hebt meegemaakt en de dreiging niet herkent, en als je weet dat je de beproeving kunt doorstaan, hoe onaangenaam ze ook is. Kortom, kinderen en ervaren volwassenen hebben alle reden om koelbloedig te blijven. En kinderen hebben in februari deze test glansrijk doorstaan. Veel volwassenen iets minder. Zij meenden dat thuisblijven in elk geval beter was dan buiten­komen. Hoe kan iemand in zo’n context het zelfvertrouwen opbouwen dat nodig is om volgende stormen te trot­seren? 

Als je niet door angst wilt overheerst worden, dan is dat precies waar je aan moet werken: de vele manieren waarop het zelfvertrouwen kan toenemen. Aristoteles geeft een hele resem mogelijkheden. Daarbij hoort de ontwikkeling van deugden, zoals moed. Moedig zijn betekent niet dat je nooit angst voelt. Moed is het vermogen om ondanks je angst toch te handelen. 

Het is allemaal een kwestie van evenwichten, van het juiste midden: moed ligt even ver van roekeloosheid als van verlammende angst. Het goede leven is een evenwicht tussen veiligheid, geborgenheid en, aan de andere kant, openheid en risico. Je hebt er trouwens alle belang bij om angst niet onnodig aan te wakkeren, waarschuwt Aristoteles: ze genereert boosheid en vijandigheid ­tegenover wie de dreiging dichterbij zou kunnen brengen. In het geval van een storm is dat een abstract gegeven: de natuur. Maar bij pandemieën en oorlogen kunnen sommige mensen wel aangeduid worden als de nieuwe vijanden. De eigen verbeelding, en de vele angstaanjagende voorstellingen benevelen de gedachten. Het hoofd koel houden, dus, en naar buiten, nu. Neem desnoods een jasje en een paraplu mee – in maart en april kan het nog flink ­regenen.”

Deze column verscheen in De Standaard op donderdag 17 maart 2022.