Interview over Schaamte, in ‘Feeling’, juli 2017

Feeling contacteerde me voor een stuk over schaamte. Dit verscheen in het juli-nummer 2017

 

Shame, shame, shame…

Je mag wél openlijk en bloot je partner bedriegen op tv, maar je mag niet dik zijn. Mannen mogen in theorie hun vrouwelijke kant tonen, maar zodra ze een papadag opeisen, zijn het watjes. Wat is in deze tijd nog normaal en wat is schaamtelijk?

Tekst: Evelien Rutten

De man staat op het podium tussen een groepje dansers. Hij is de enige met een zwarte latex handschoen. In een flits vraag ik me af waarom hij die handschoen draagt, maar kijk dan verder naar het spektakel. Continue Reading ›

“Terreur vraagt inzet tegen verdeeldheid”, een jaar na 22/03, De Tijd, 18 maart 2017

Een jaar na de aanslagen herdenken Brussel en Zaventem de terreuraanslagen van 22 maart. Elke herdenking is een evenement, een rituele verbinding van alle burgers rond een gedeelde herinnering, in dit geval aan een gruwelijke gebeurtenis. Dat helpt om de wonden te helen, elkaar te steunen en de toekomst verenigd tegemoet te zien. Deze solidariteit wordt versterkt door moedige getuigenissen en inspirerende oproepen.

Zo bereikte het videobericht, ‘Jihad van liefde’ van Mohamed El Bachiri, al miljoenen mensen. Na de dood van zijn echtgenote Loubna bracht El Bachiri een ontroerend pleidooi voor medemenselijkheid. Hij liet zijn hoopvolle boodschap ook optekenen door David van Reybrouck in een pas verschenen boekje, opdat alle mensen, in het bijzonder jongeren, zijn boodschap zouden meepikken. Dit verhaal is enorm bemoedigend: wanneer verbondenheid, openheid en vastberadenheid de angst overwinnen, dan hebben terroristen hun strijd al deels verloren, ondanks de pijn, de wanhoop en het verdriet van de slachtoffers.

Schaamte 

Deze herdenking brengt echter ook een diep gevoel van schaamte over de jarenlange loochening van fundamentele samenlevingsproblemen. Enkele dagen na de aanslag beschreef Béatrice Delvaux deze schaamte in een aangrijpende brief aan haar kind. Daarin verontschuldigde ze zich voor haar jarenlange blindheid. Ze had geloofd in een wereld met onbeperkte mogelijkheden, waarin haat en geweld tot het verleden behoorden. Ze dacht dat de langzaam voortschrijdende strijd voor vrijheid en gelijkheid definitief voorbij was. Nooit meer oorlog en geweld: het leek jarenlang niet alleen een slogan of een ideaal, maar een feit.

De aanslag leek een ommekeer teweeg te brengen. Maar het open debat over de situatie in Brussel ligt moeilijker. De Molenbeekse schepen voor Groen, Annalisa Gadaleta, kwam eind november 2016 hevig onder vuur te liggen voor haar kritische boek, Entretien à Molenbeek, la dérive fondamentaliste du quartier le plus redouté d’Europe. Nochtans zouden alle partijen ondertussen de problemen moeten erkennen.

Breder bekeken, werd België die dag bikkelhard geconfronteerd met een negatieve zijde van globalisering: veiligheid is een internationale kwestie geworden. Het acute gevoel van dreiging is voorlopig wel verdwenen. Maar wat met de terugkerende Syriëstrijders, die wrede oorlogservaringen hebben opgedaan? Wat met de haters van het westen die niet meer vertrekken? Nu IS het militair moeilijk heeft, dreigt de strijd zich meer naar Europa te verplaatsen.

De aanslagen markeren dus een blijvende verandering: het is twijfelachtig of de wereld van voor 22 maart nog terugkeert. Dat vraagt een grondige reflectie over de gepaste levenshouding.

Terreur confronteert de samenleving met een ongemakkelijk gegeven: het onverwachte. Mensen controleren niet alles wat er gebeurt, en soms veroorzaken mensen zelf die onvoorziene omstandigheden. Dat lijkt niet meer van deze tijd: de moderne samenleving is er in geslaagd om risico’s zoveel mogelijk te beperken en om voorspelbaarheid te vergroten.

Daadkrachtig

Ten tweede vraagt terreur een grote inzet tegen verdeeldheid.  Maar verbinden betekent niet zwijgen, wegkijken of kritiekloos aanvaarden, integendeel. Samenhorigheid vereist heldere keuzes en daadkracht. Daadkracht betekent kordaat en eenduidig optreden wanneer het nodig is. Het is het omgekeerde van een conflict-vermijdende houding. Helaas was dit jarenlang de regel: het was ‘cool’ om zich op geen elke grote overtuiging te laten neerpinnen, om steevast ironisch en luchtig uit de hoek te komen, om zelfs van de meest groteske visie nog het lichtpunt te zien. Met die houding komt niemand vandaag nog verder. Teveel groepen, partijen en zelfs leiders sturen aan op conflicten. Luister bijvoorbeeld naar Erdogans recente veroordelingen aan het adres van Nederland. Terwijl hij in eigen land de democratie afschaft en Turkse genocide op Armeniërs in 1915 ontkent, beschuldigt Erdogan Nederland volslagen onterecht van massamoorden in Bosnië. Erdogans retoriek is niets minder dan een nieuwe manier van politieke oorlogsvoering, en de inzet is hoog: door zijn luide aanvallen op een Westerse democratie probeert Erdogan zijn eigen autoritaire regime te legitimeren.  

Vanuit Rusland doet Poetin regelmatig hetzelfde. Dan volstaan sussende woorden niet; daadkrachtig reageren wordt noodzakelijk. Dat brengt mensen ook samen, zoals bleek toen Nederlandse premier Rutte zich niet door Erdogans strategie liet intimideren. Zelfs Europa kwam sterker verenigd uit de controverse.

Ten derde is het belangrijk om angst om te zetten in alertheid. Angst op zich veroordelen, heeft geen zin. Mensen hebben het volste recht om angst te voelen in een wereld die zo snel verandert. Maar angst verlamt. Het is tegelijkertijd een machtig wapen, in handen van terroristen, maar ook in handen van de overheid. Angst op zich helpt dus niemand vooruit; alertheid daarentegen kan veel onheil voorkomen.

Herdenkingen proberen de herinneringen aan de traumatische gebeurtenissen een plaats te geven. Deze opdracht tot herinneren, verplicht ook tot reflectie over een verbindende, daadkrachtige en alerte houding in de toekomst.”

Deze tekst verscheen in De Tijd, op zaterdag 18 maart 2017.

‘Over Taboes en schaamte’, op Radio 1, woensdag 9 september

Deze ochtend was ik te gast in het radioprogramma ‘De Bende van Annemie’logo, bij Annemie Peeters over ‘wat betekent schaamte? Zijn er nog taboes?’.

De aanleiding was de discussie tussen Ann de Craemer en Heleen De Bruyne over de vraag ‘mogen er nog taboes zijn over seksualiteit?’

Ik schets even de discussie: Heleen De Bruyne had tijdens het programma Van Gils & Gasten over de menstruatiecup gesproken (een alternatief voor de tampon of het maandverband). En ze wilde menstruatie meer bespreekbaar maken. Daarop reageerde Ann De Craemer scherp in haar column: ze pleit voor het behoud van schaamte en gêne, en voor taboe’s, in het stuk ‘Mogen er nog taboe’s zijn, ja?’. Waarop Heleen De Bruyne en Anaïs van Ertvelde De Craemer van antwoord dienden in het stuk met de veelzeggende titel ‘neen, wij worden niet nat van het doorbreken van zoveel mogelijk taboes’.

Los van de radio-uitzending, waarin Donald Trump, Amy Schumer, Proust en andere thema’s aan bod kwamen, geef ik hier even enkele filosofische ideeën.

Wat is schaamte? Kunnen we zonder schaamte leven? 

Zelfs al leef je in een ‘vrije’ cultuur, schaamte lijkt me een onvermijdelijk gevoel. Zolang je een idee hebt van wie je wil zijn, voor jezelf én in de blik van anderen, ben je vatbaar voor schaamte. Je kan jezelf zien – en willen dat anderen je zien – als een mild en vriendelijk persoon. Dan kan je je schamen voor je harde woorden tegen een vriend tijdens een ruzie. Op dat moment, besef je dat je niet samenvalt met wie je wil zijn. Schaamte is een gebrek aan eigenliefde, zegt de Franse filosoof René Descartes. Over schaamte heb je geen controle – het gaat gepaard met een fysieke reactie, zoals blozen, schuifelen, hakkelen, naar de grond kijken. Je beslist niet over je schaamte, je kan ze alleen vaststellen.

Schaamte versus schuld

Je kan je schamen voor iets waar je geen schuld aan hebt. Slachtoffers van een misdaad voelen zich soms beschaamd. Pubers voelen schaamte over hun ouders. Schaamte stelt dan een grens: hoewel ze voordien erg innig aan hun ouders waren gehecht, werpt de schaamte een barrière op.  Zo willen pubers hun eigenheid en onafhankelijkheid bevestigen. Schaamte is een diep-menselijk gevoel dat precies grenzen aangeeft. In elke cultuur heeft elke mens bepaalde gevoeligheden waarover hij zich kan schamen, al kunnen die erg verschillen. In de Oudheid waren atleten naakt, wat nu ondenkbaar is. Maar Grieken voelen dan wel schaamte over lafheid in de strijd, aangezien ‘eer’ een belangrijk begrip was.  Die onvermijdelijkheid van de schaamte, neemt niet weg dat schaamte een onaangenaam, droevig gevoel is, een gevoel dat je eigenwaarde vermindert. Vandaar dat heel wat filosofen negatief over de schaamte hebben geschreven. Friedrich Nietzsche stelt het bondig in enkele aforismen:

‘Wie noem je kwaad?’. ‘De persoon die voortdurend een gevoel van schaamte wil opdringen’.

‘Wie beschouw je als het meest menselijk?’ ‘Wie anderen een gevoel van schaamte wil besparen.’

‘Wat is het teken van verworven vrijheid’? ‘Geen schaamte meer voelen over zichzelf.’

Schaamte en schroom

Hiermee wordt een belangrijk onderscheid duidelijk: tussen schroom en schaamte.  ‘Schroom’ is een woord dat ik miste in de bovenstaande discussie. Schroom is een vorm van terughoudendheid, een bewuste beslissing om iets niet ten berde te brengen, of te doen. Door schroom anticipeer je op mogelijke schaamtegevoelens, bij jezelf of bij anderen. Die schroom lijkt me een mooie overweging. Schroom laat je toe om je aan te passen aan de context: bij de ene vriend ben je openhartig, bij je collega’s kaart je zakelijke thema’s aan. Schroom getuigt dus van een verfijnd oordeelsvermogen. Natuurlijk kan je je vergissen, en werkt het open gesprek bevrijdend. In die zin, moet je af en toe risico’s durven nemen.

Het thema van de seksualiteit en het taboe kwam in de uitzending uitgebreider aan bod, dus –  wie wil – kan dat opnieuw beluisteren.

Fragment ‘Meditatie’ uit “Door Spinoza’s lens”

Aanvaarden of actie ondernemen

Hoe moet je omgaan met een uitdaging of met een tegenslag? Je hebt twee keuzemogelijkheden: ‘actie ondernemen’ of ‘aanvaarden’. Zo valt Spinoza’s praktische raad samen te vatten. ‘Actie’ onderneem je als je daadwerkelijk iets ten goede kan veranderen. Als je iets kan doen waardoor je je zaak behartigt. ‘Aanvaarden’ is de beste keuze als de krachten tegenover je te sterk zijn. Continue Reading ›