“Wat zijn de motieven achter groepsdruk?” column DS 4 okt. 2018

Patrick Loobuyck legt de liberale principes mooi uit: sociale druk mag iemands deelname aan een toneelstuk niet verhinderen (DS, 3/10). Maar liberale principes schieten te kort om het fenomeen dat hij aanklaagt – groepsdruk – te doorgronden. Een voorbeeld dat hij geeft is dat Fatima Ezzarhouni afhaakt: zij wil niet meer participeren aan het theaterstuk ‘Lams Gods’ van Milo Rau. De redenen voor haar beslissing blijven echter onduidelijk, en haar situatie is complex. Los van haar geval, gebeurt het wel dat vrouwelijke performers tijdens of na een artistieke performance onder druk worden gezet. Zo moest de Marokkaanse actrice Loubna Abidar in 2015 Marokko ontvluchten nadat ze in ‘Much Loved’ een prostituee speelde. Nu wil Abidar in Frankrijk taboes over seksualiteit doorbreken. Ze botst op heel wat weerstand.

Iemand geen rol op de scène gunnen, gaat niet alleen over een beperking van iemands rechten. De vraag blijft: wat zijn de motieven van de groep die druk uitoefent? Hier speelt hoe mensen met hun eigen lichamelijkheid kunnen omgaan. Wat als al het lichamelijke slechts zondig is? Wat als sensualiteit vooral gecontroleerd moet worden, ook door iemands verschijning te controleren? Wat als vrouwelijkheid alleen verlokking betekent? Dan is deelnemen aan kunst met haar soms letterlijke naaktheid en kwetsbaarheid, verboden.

Wie contacten heeft in het onderwijs, weet dat de kunstzinnige activiteiten van sommige kinderen al heel vroeg in het gedrang komen. Er zijn allochtone ouders – neen, niet allemaal, maar het gebeurt – die kinderen wel mee laten oefenen voor het schoolse toneelstukje, maar op de dag van de opvoering hun kinderen thuishouden en zelf niet opdagen. Zo missen die kinderen het plezier om op te treden; ze missen een gedeelde ervaring met andere kinderen en een stimulerende artistieke prestatie. Dit alles heeft effecten op latere keuzes. Hoeveel mensen met een carrière op de televisie of in het theater, stonden juist op school voor het eerst op scène? Hetzelfde geldt voor andere kunstzinnige activiteiten: dansen, zingen, tekenen, schilderen. Oog voor schoonheid, die niet tot geile prikkels of provocaties kan worden herleid, ontwikkelt men dankzij een opvoeding.

Lichamelijke activiteiten omvatten ook sport. Niet toevallig duiken hier mogelijk conflicten met allochtone ouders op: jongens en meisjes die niet samen mogen sporten; meisjes die niet mee mogen zwemmen. De ouders zelf wijzen op de vrijheid van godsdienst in de multiculturele samenleving: zij mogen beslissen in naam van hun geloof. Dat kan best, maar hun keuzes hebben gevolgen voor de toekomstkansen van hun kinderen. Opvoeding en initiatie in de kunsten beïnvloeden of volwassenen aan cultuur deelnemen, alsook of ze aanvaarden dat anderen dat doen.

Hiermee raakt dit thema aan de diversiteit. Diversiteit wil zeggen dat burgers uiteenlopende etnische achtergronden, religieuze opvattingen en seksuele voorkeuren hebben. Idealiter zijn ze in al hun verschillen even goed aanwezig in de politiek, op school, in de bedrijfswereld, en in de kunsten. Deze diversiteit op alle domeinen is een belangrijk politiek streefdoel. Dan blijken heel wat domeinen ‘te blank’ te zijn.

Bijvoorbeeld de kunsten: men probeert een idee te krijgen van de reële diversiteit op en voor het podium. In de zaal en op de planken zijn er veel te veel blanken. Volgens de liberale logica wijst dit op racisme en discriminatie: als individuen ergens niet geraken, worden ze verhinderd. Alle obstakels moeten dus verdwijnen: gelijke kansen betekent dat iedereen zijn recht op een oorspronkelijke vrijheid herwint. Die gedachte klinkt heel fair. Ongetwijfeld spelen racisme en discriminatie wel degelijk een rol, en dat moet worden aangepakt. Alleen is die verklaring ontoereikend: ook hoe mensen met lichamelijkheid en sensualiteit omgaan, moet deel uitmaken van het debat over vrijheid en diversiteit.

Kortom, als je alleen vanuit de liberale logica denkt, dan mis je een belangrijke factor: de bredere cultuur en het geheel van overtuigingen die mensen kunnen motiveren om de rechten van anderen al dan niet te erkennen.”

Deze column verscheen in De Standaard op 4 oktober 2018.

‘Temptation Graailand’, column DS, 8 feb. 2018

“‘Onze Vader, die in de hemel zijt (…), breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade.’

‘Temptation Island’ mag dan het toppunt van libertijnse vrijheid lijken, het programma spoort met de christelijke levensfilosofie: de verlossing komt voor wie aan bekoringen kan weerstaan. De duivel ziet er verlokkelijk uit, hij verschijnt als een aantrekkelijke vrouw of een Adonis. Temptation is een spel van schuld en boete, een verhaal over de zondaar die zijn vrijheid goed gebruikt of helemaal misbruikt. Maar van echte vrijheid is er geen sprake: reality-televisie manipuleert zowel de deelnemers als de kijkers.

 

De format van ‘Temptation Island’ is eenvoudig: vier koppels testen hun relatie door enkele weken apart door te brengen op een tropisch eiland. Mannen en vrouwen worden gescheiden. Ze verblijven in een luxeresort waar camera’s elke beweging, dag en nacht registeren. Ze leven er met een groepje ‘verleiders’ die hun best doen om hen tot overspel aan te zetten. De koppels mogen geen contact met elkaar opnemen, maar ze krijgen wel beelden te zien van hun partner. Iedereen feest de hele tijd en drinkt sloten alcohol. Aangezien het feestje plaats vindt in en rond het zwembad, loopt iedereen halfnaakt rond. Kortom, de hele opzet dient om mensen hun grenzen te doen overschrijden.

In de zoektocht naar kijkcijfers is televisie sterk veranderd. Televisie is geen venster meer op wereld, maar biedt een inkijk op het meest private, het meest intieme. Echte, rauwe emoties zijn veel aangrijpender dan de fictie van weleer. Zo is ‘reality-tv’ doorgebroken. Alleen gedragen mensen zich zelden spontaan op een dramatische manier. Er is een strikt georkestreerde, en gemanipuleerde enscenering nodig. Continue Reading ›

Zesde druk voor mijn boek ‘Door Spinoza’s Lens. Een oefening in levenskunst’!

Uitgeverij Polis liet me heel fijn nieuws weten: er komt een zesde druk van ‘Door Spinoza’s Lens. Een oefening in levenskunst’ (2012, Pelckmans, 1e druk).

Het werk van filosoof en lenzenslijper Spinoza (1632-1677) heeft mijn blik op de wereld ontzettend veranderd. In het boek bespreek ik Spinoza’s denken grondig, en geef daarbij zes perspectieven voor de hedendaagse burger: vrij debat en geloof, revolte en democratie, politiek en moraal, meditatie, Darwins evolutietheorie en seksualiteit.

Zoals de vijfde editie, bevat deze versie een nieuw voorwoord, met uitleg over de oefeningen in levensfilosofie, en de praktische betekenis van Spinoza’s filosofie.

 

“Van Jane Austen tot Amy Schumer” Column DS 25 Jan. 2016

Unknown 08.33.05“Het is alweer bonje in Hollywood rond de Oscars. Maar daar ga ik het niet over hebben. Filosoof Stanley Cavell schreef een spectaculair boek over hoe de filmindustrie rond de oorlog omging met censuur en seks. De maatschappelijke verschuiving van verstandshuwelijk waarbij economische of religieuze overwegingen doorwegen naar een huwelijk waarin liefde centraal staat, werd in die films erg duidelijk. Vandaag zou een volgeling van Cavell het hebben over hoe sterk de verbeelding rond vrouwelijke seksualiteit op korte tijd is veranderd, wat blijkt uit vrouwenrollen in romantische komedies. Het viel me op toen ik ‘Trainwreck’ zag, de film van aanstormend toptalent Amy Schumer. Schumer, een stand-up comedian, schreef het script. Ze speelt de hoofdrol, waarvoor ze een Golden Globe-nominatie kreeg. ‘Trainwreck’ gaat over de relaties van een zeer zelfstandige, jonge vrouw, die uit een gebroken gezin komt.

Elke romantische komedie vertelt een gelukkige liefde, waarvan de goede afloop wordt uitgesteld. Allerlei obstakels staan de liefde in de weg. Het zijn de obstakels die boeiend zijn, en die doorheen de tijd zijn veranderd. Jane Austen schreef met ‘Pride and Prejudice’ de blauwdruk voor hedendaagse romantische films, die vanuit het vrouwelijke perspectief vertellen. Hoe vind je de ideale partner?

Jennifer Ehle en Colin Firth als Elisabeth Bennett en F. Darcy in Pride and Prejudice.

Jennifer Ehle en Colin Firth als Elisabeth Bennett en F. Darcy in Pride and Prejudice.

De komische plot draait dan rond twee klassieke obstakels in de liefde: botsende karakters en ongelijke sociale afkomst. In het boek van Austen is Elisabeth Bennett sociaal te min voor de familie van Fitzwilliam Darcy. Op de koop toe heeft de man een onhebbelijke karakter, wat dan trots en vooroordelen bij Elisabeth opwekt. Toch blijken twee mensen die op het eerste gezicht zo verschillend zijn, perfect bij elkaar te passen.

 

Continue Reading ›

“Het belang van een erecode”, column DS, 21 september 2015

Unknown 08.33.05“Terecht tilt de Iraans-Belgische Darya Safai zwaar aan de foto die de Egyptische Anderlechtspeler Mahmoud ‘Trezeguet’ Hassan postte, waarop de vrouwelijke fans in de tribune werden gewist. Volgens Safai gaat deze kwestie niet alleen over sport: ze illustreert hoe vrouwen in landen als Iran geen deel mogen hebben aan de samenleving.

Vrij voorspelbaar kreeg Safai tegenwind: de kritiek op Hassan zou alleen bedoeld zijn ‘om alle moslims mee aan te vallen’. Een mooie omkering: terwijl de vrouwen worden gewist, zijn moslims de eigenlijke slachtoffers. Zo’n reactie is erger dan onzinnig, ze is een deel van het probleem. Wie er zich alleen om bekommert dat moslims geen kritiek mogen krijgen, bewijst dat hij van gelijkheid en burgerrechten niets heeft begrepen.

Want juist nu de samenleving door migratie sterk verandert, wordt deze vraag dringender: hoe brengen we morele verandering teweeg?

Kwame Appiah

Kwame Appiah

We moeten gelijke rechten en andere basisprincipes van de democratie benadrukken, zeker.

Maar volgens de Brits-Ghanese filosoof Kwame Appiah kunnen we ook het begrip ‘eer’ inzetten. Dat lijkt nogal contra-intuïtief: liggen erecodes niet aan de basis van veel onrecht? In  ‘The Honor Code, How  Moral Revolutions Happen’ legt Appiah briljant en meeslepend uit hoe radicale veranderingen in de negentiende eeuw – het duel afschaffen, slavernij opheffen, vrouwenvoeten niet meer inbinden in China – pas dankzij een andere ere­code tot stand kwamen. Morele argumenten op basis van rationaliteit volstaan namelijk niet om sociale verandering te brengen: het is de erecode – een complex geheel van regels over respect en zelfrespect, over achting en erkenning – die moet veranderen.

Zolang slaven hebben een moreel discussiepunt bleef, was de afschaffing ervan een zaak van een handvol idealisten. Pas toen de praktijk als beschamend werd beschouwd, veranderde er echt iets: wie slaven hield, werd op een bepaald ogenblik in ogen van zichzelf en van anderen oneervol.
Appiah vertelt ook het hedendaagse verhaal van Mukhtaran Bibi, een Pakistaanse dorpelinge. Die vrouw werd door de dorpsraad veroordeeld tot een groepsverkrachting, uit wraak voor een misdaad die haar broer had begaan. Na die verschrikkelijke ‘straf’ zwichtte Mukhtaran niet onder de druk om uit schaamte over haar lot te verzwijgen. Ze klaagde haar aanvallers aan bij de politie. Uiteindelijk werd haar zaak door befaamde vrouwenrechten-advocaten behandeld. Zo kreeg haar verhaal internationale aandacht. Appiah vermeldt hoe toenmalig president Pervez Musharraf de vrouw verweet dat ze Pakistan een slechte naam had bezorgd. Alsof wie onrecht aankaart, zelf het probleem is. Volgens Appiah is Mukhtaran echter a ‘model of honor’: dankzij haar inzet, ook voor andere vrouwen, wordt de machistische cultuur weggezet als een benepen uiting van dubbele moraal, waarbij de zogezegde hoeders van de openbare orde schaamteloze machtsmisbruikers zonder eergevoel blijken te zijn. Continue Reading ›

‘Over Taboes en schaamte’, op Radio 1, woensdag 9 september

Deze ochtend was ik te gast in het radioprogramma ‘De Bende van Annemie’logo, bij Annemie Peeters over ‘wat betekent schaamte? Zijn er nog taboes?’.

De aanleiding was de discussie tussen Ann de Craemer en Heleen De Bruyne over de vraag ‘mogen er nog taboes zijn over seksualiteit?’

Ik schets even de discussie: Heleen De Bruyne had tijdens het programma Van Gils & Gasten over de menstruatiecup gesproken (een alternatief voor de tampon of het maandverband). En ze wilde menstruatie meer bespreekbaar maken. Daarop reageerde Ann De Craemer scherp in haar column: ze pleit voor het behoud van schaamte en gêne, en voor taboe’s, in het stuk ‘Mogen er nog taboe’s zijn, ja?’. Waarop Heleen De Bruyne en Anaïs van Ertvelde De Craemer van antwoord dienden in het stuk met de veelzeggende titel ‘neen, wij worden niet nat van het doorbreken van zoveel mogelijk taboes’.

Los van de radio-uitzending, waarin Donald Trump, Amy Schumer, Proust en andere thema’s aan bod kwamen, geef ik hier even enkele filosofische ideeën.

Wat is schaamte? Kunnen we zonder schaamte leven? 

Zelfs al leef je in een ‘vrije’ cultuur, schaamte lijkt me een onvermijdelijk gevoel. Zolang je een idee hebt van wie je wil zijn, voor jezelf én in de blik van anderen, ben je vatbaar voor schaamte. Je kan jezelf zien – en willen dat anderen je zien – als een mild en vriendelijk persoon. Dan kan je je schamen voor je harde woorden tegen een vriend tijdens een ruzie. Op dat moment, besef je dat je niet samenvalt met wie je wil zijn. Schaamte is een gebrek aan eigenliefde, zegt de Franse filosoof René Descartes. Over schaamte heb je geen controle – het gaat gepaard met een fysieke reactie, zoals blozen, schuifelen, hakkelen, naar de grond kijken. Je beslist niet over je schaamte, je kan ze alleen vaststellen.

Schaamte versus schuld

Je kan je schamen voor iets waar je geen schuld aan hebt. Slachtoffers van een misdaad voelen zich soms beschaamd. Pubers voelen schaamte over hun ouders. Schaamte stelt dan een grens: hoewel ze voordien erg innig aan hun ouders waren gehecht, werpt de schaamte een barrière op.  Zo willen pubers hun eigenheid en onafhankelijkheid bevestigen. Schaamte is een diep-menselijk gevoel dat precies grenzen aangeeft. In elke cultuur heeft elke mens bepaalde gevoeligheden waarover hij zich kan schamen, al kunnen die erg verschillen. In de Oudheid waren atleten naakt, wat nu ondenkbaar is. Maar Grieken voelen dan wel schaamte over lafheid in de strijd, aangezien ‘eer’ een belangrijk begrip was.  Die onvermijdelijkheid van de schaamte, neemt niet weg dat schaamte een onaangenaam, droevig gevoel is, een gevoel dat je eigenwaarde vermindert. Vandaar dat heel wat filosofen negatief over de schaamte hebben geschreven. Friedrich Nietzsche stelt het bondig in enkele aforismen:

‘Wie noem je kwaad?’. ‘De persoon die voortdurend een gevoel van schaamte wil opdringen’.

‘Wie beschouw je als het meest menselijk?’ ‘Wie anderen een gevoel van schaamte wil besparen.’

‘Wat is het teken van verworven vrijheid’? ‘Geen schaamte meer voelen over zichzelf.’

Schaamte en schroom

Hiermee wordt een belangrijk onderscheid duidelijk: tussen schroom en schaamte.  ‘Schroom’ is een woord dat ik miste in de bovenstaande discussie. Schroom is een vorm van terughoudendheid, een bewuste beslissing om iets niet ten berde te brengen, of te doen. Door schroom anticipeer je op mogelijke schaamtegevoelens, bij jezelf of bij anderen. Die schroom lijkt me een mooie overweging. Schroom laat je toe om je aan te passen aan de context: bij de ene vriend ben je openhartig, bij je collega’s kaart je zakelijke thema’s aan. Schroom getuigt dus van een verfijnd oordeelsvermogen. Natuurlijk kan je je vergissen, en werkt het open gesprek bevrijdend. In die zin, moet je af en toe risico’s durven nemen.

Het thema van de seksualiteit en het taboe kwam in de uitzending uitgebreider aan bod, dus –  wie wil – kan dat opnieuw beluisteren.

“Radicale jongeren en seks”, column DS, 2 februari 2015

Unknown 08.33.05“‘Porno-kijkende losers’. Zo omschreef Londense burgemeester Boris Johnson het psychologisch profiel van jihadi’s. Naar eigen zeggen parafraseert hij een vertrouwelijk rapport van de inlichtingendienst MI5. Jihadi’s weten niet hoe ze vrouwen moeten benaderen en voelen zich

afgewezen. Om hun laag zelfbeeld te compenseren, trekken ze ten strijde. Ze hadden evengoed lid kunnen worden van een criminele bende op dat vlak. Met Johnsons subtiele analyse kom je niet ver om extremisme te begrijpen. Maar hij raakt aan een ander, actueel punt: dat seksualiteit en identiteit samengaan. En dat veel mensen ontredderd zijn wanneer verleiding en romantische gevoelens de maatstaf zijn.

Geradicaliseerde jongeren kunnen niet om met die vrijheid, zij zoeken juist een kader waarin mannen en vrouwen hun duidelijk gedefinieerde rol moeten spelen. Ze willen juist vaste patronen. Ze verafschuwen homorechten of vrouwenrechten, want die zijn voor hen ontwrichtend. Ze willen terug naar onwrikbare definitie van mannelijkheid en vrouwelijkheid. Alleen heeft het Westen dergelijke bepalingen allang afgeschaft. Juist dan wordt extreem denken aantrekkelijk: het biedt een eenvoudige oplossing, een duidelijkheid die geen twijfel toelaat.

Eenzaamheid en seksualiteit zijn ook onderwerpen van Michel Houellebecqs ‘Soumission’, dat de voordelen van een patriarchale samenleving toont. Continue Reading ›