“Scoiale media veranderen ons leven”, kernkabinet, 2 juni 2018

Interview voor ‘Het Kernkabinet, in de krant ‘De Morgen’ op 2 juni 2018, door Eline Delrue.

 

“‘Sociale media hebben de macht om ons leven te veranderen’

Een maand met minder plastic, dagen zonder alcohol of vlees. Zwichten we dankzij sociale media tegenwoordig massaal voor verandering? Filosofe Tinneke Beeckman: ‘Jezelf bewust iets ontzeggen, het is een nieuwe vorm van sociale controle.’

Ging u de voorbije maand winkelen met een katoenen zakje in uw handtas? En stond er in die hitte een herbruikbare drinkfles op uw bureau? De kans is groot, want meer dan tienduizend Vlamingen en driehonderd organisaties raakten in de ban van Mei Plasticvrij, een burgerinitiatief van drie geëngageerde vrouwen. Het opzet was helder: één maand lang ons gebruik van wegwerpplastic terugdringen.

Het doet denken aan eerdere initiatieven die, ook via sociale media, veel volgelingen lokten. Zoals Tournée Minérale, de maand zonder alcohol, waar ruim 100.000 Vlamingen hun glas voor lieten staan. Of Dagen Zonder Vlees, de campagne die vorig jaar nog 100.000 fijnproevers overtuigde om minder vlees en vis te eten en zo een bijdrage te leveren aan het klimaat.

 

Het ene succesvolle initiatief lijkt het andere op te volgen. Is het dan zo makkelijk geworden om zieltjes te winnen? Vallen we ineens massaal voor verandering?

Filosofe Tinneke Beeckman: “De sociale media laten alleszins een nieuwe ritualisering toe. Als je naar die initiatieven kijkt – geen alcohol, geen vlees – dan zie je eigenlijk herhalingen van hoe het er vroeger aan toe ging. Toen was er ook een vastenmaand, waren er ook periodes waarin je jezelf, samen met je gemeenschap, beperkingen oplegde van je eigen verlangens. In onze geseculariseerde samenleving zijn er nog weinig religieuze feesten. Het is fascinerend om te zien hoe dat dan toch weer opduikt: jezelf bewust iets ontzeggen. Nu gebeurt dat ook vanuit een ander verhaal. ‘Het is gezond, beter voor de planeet.’ Maar de functie is dezelfde gebleven: het is iets zuiverend. Bijna een boetedoening, waar het goede uit voorkomt.”

 

Terwijl meneer pastoor ons vroeger vertelde wat ons te doen stond, volgen we nu de campagnes op sociale media. Leidt dat dan ook echt tot gedragsverandering? 

“Het gezegde wil: ‘Verander de wereld, begin bij jezelf.’ Maar mensen zijn sociale dieren, mimetische wezens ook. Ze imiteren elkaar. Dat ze in groep kunnen meedoen aan zo’n initiatief, samen met anderen met wie ze zich kunnen identificeren, werkt enorm versterkend om echt verandering tot stand te brengen. Op dat vlak zijn sociale media erg belangrijk: de technologie laat zeer gemakkelijk toe om gelijkgezinden te vinden, om zo uit dat individualisme te stappen.

“Het is ook een nieuwe vorm van sociale controle. Continue Reading ›

“Op zoek naar een goed verhaal”, DS 15 dec. 2017

“Kan je als auteur nog verborgen leven? Of hoort het bij de marketing van een boek dat je je ‘verhaal’ doet, en uitleg geeft over je relaties, je familie, je jeugd? Een succesvolle schrijfster vertelde me dat ze bewust haar privéleven volledig uit de (sociale) media houdt.

Nu krijgt ze steeds meer mails van lezers die vrijpostig naar dat privéleven vragen. Alsof een boek lezen je recht geeft op inzage in iemands private, intieme bestaan. Alsof het persoonlijke verhaal achter de schrijver noodzakelijk is om een werk te begrijpen. In de media komt literatuur daarbij vaak pas aan bod na erg persoonlijke ontboezemingen van auteurs. En er zijn nog deze aandachtstrekkers: het verslag de strijdende banneling, de overlever van ziekte, verslaving, of een traumatiserende jeugd.

Virginia Woolf – zelf slachtoffer van incest – benadrukte dat dergelijk verhaal niets met de kwaliteit van een werk te maken heeft: ‘Books should stand on their own feet’. Een boek moet zichzelf verdedigen, helemaal alleen, tussen de andere boeken.

De Napolitaanse romans van de anonieme auteur Elena Ferrante blijven overeind zonder interviews met de ware schrijver of schrijfster. Zelfs toen die nog niet gekend was, werd de cyclus opgepikt door critici en lezers. Voor heel wat critici en recensenten was die anonimiteit echter wel problematisch: alle middelen werden ingezet om de echte auteur te onthullen.

Wie zou zo’n meeslepende, accurate beschrijving van een meisjesjeugd in Napels kunnen geven? En stel je voor dat de schrijver een man was! Achter zo’n felle zoektocht schuilt een verkeerd begrepen authenticiteitsideaal, alsof je moet weten wie spreekt, om te kunnen oordelen over het gezegde.

 

Marcel Proust schreef het al over Sainte-Beuve: de sleutel van een werk vindt de lezer niet in het leven van de schrijver. Dat was volgens Sainte-Beuve wel het geval. Proust was het grondig oneens met die eenzijdig biografische insteek. Hij maakt een onderscheid tussen de ‘moi social’ en de ‘moi profond’. Het ‘sociale ik’ is de auteur die met vrienden in salons converseert, ’s avonds in bed wordt gestopt door zijn moeder, lijdt aan een ongeneeslijke longziekte. Maar met deze beschrijving kan je ‘A la recherche du temps perdu’ niet vatten, want het sociale masker valt niet samen met het creatieve innerlijk van een auteur. Dat innerlijk noemt Proust de ‘moi profond’, het artistieke centrum van de schrijver, waaruit de metaforen, beelden, woordkeuze voortkomen. Hier ontstaat de echte roman, die voorbij het eigen sociale ik gaat, maar waarin elkeen en het geheel zich laat denken. De sleutel van ‘A la recherche du temps perdu’ ligt dus niet in de persoonlijke of maatschappelijke context, maar in de uitnodiging aan de lezer om een zelfde zoektocht te ondernemen.

Een boek dat niet veel meer is dan de neerslag van iemands sociale ik, en dat geschreven is op een banale manier, blijft onvermijdelijk onbeduidend: dan onthult de auteur, ongeacht wat hij of zij ook heeft meegemaakt in zijn persoonlijke verhaal, hoe banaal zijn innerlijk eigenlijk is. Continue Reading ›

“Een kwestie van vertrouwen”, column DS 30 nov. 2017

“Ja, leugens en bedrog zijn zo oud als de mensheid zelf. Toch voegt ‘fake news’ een aparte dimensie toe aan het spel van leugens en bedrog. Dat maakt de kwestie toch relevant, in tegenstelling tot wat Tom Naegels beweert (DS, 25/11). Natuurlijk kunnen zogenaamd nieuwe fenomenen veel overeenkomsten vertonen met vroeger. Maar juist de verschillen in kaart brengen, werkt verhelderend.

‘Fake news’ slaat op doelbewust leugenachtige informatie die rondgestuurd, vanuit een gewiekst inzicht in de werking van sociale media. Hierdoor gaat zo’n vals bericht makkelijk viraal. ‘Fake news’ wordt daarbij verkocht als waarachtig nieuws, dat de mainstreammedia verborgen willen houden. Terwijl ‘fake news’-adepten zelf intentioneel bedriegen, suggereren ze dat andere informatiebronnen echt onbetrouwbaar zijn. Zo verspreidt ‘fake news’ niet alleen inhoudelijk valse berichten, maar ook wantrouwen. In sommige gevallen doen politici hieraan mee, om kritische stemmen in de kiem te smoren.

Debat met Tom Naegels over Fake News in ‘De Afspraak’.

Een voorbeeld: tijdens de verkiezingscampagne suggereerde Donald Trump dat Hillary Clinton alleen kon winnen door vals te spelen. De jonge, armlastige student Cameron Harris begreep dat Trumps publiek vatbaar zou zijn voor een verhaal dat deze stelling onderschrijft. Meteen startte hij een website en postte artikels over miljoenen onechte pro-Hillary stembiljetten die in een afgelegen fabriek zouden zijn teruggevonden. Later schreef hij nog enkele vervolgverhalen. Hij bereikte er miljoenen lezers mee via sociale media en verdiende op enkele uren tijd tienduizenden dollars.

Dit voorbeeld toont nog enkele andere kenmerken. Wat onder de noemer van ‘fake news’ valt, werkt vaak polariserend en identiteitsversterkend. De berichten zijn gericht tegen een bepaalde politieke partij, een organisatie of een groep mensen. Ze trekken veel aandacht omdat ze sterke emoties opwekken, zoals verontwaardiging, woede of angst.

Vooral het wantrouwen fnuikt het democratische samenleven. ‘Fake news’ suggereert dat wie bepaalde opvattingen tegenspreekt, ook ter kwader trouw handelt. Maar vrij debat berust op vertrouwen in de gedeelde kennis tussen burgers. Dat vertrouwen is noodzakelijk, want ‘geen filosoof in de hele wereld is zo buitengewoon dat hij niet een miljoen dingen gelooft, die hij op het geloof van anderen baseert. Elke denker neemt veel meer waarheden aan dan hij er zelf fundeert’, aldus de Franse denker en politicus Alexis de Tocqueville in zijn ‘De la démocratie en Amérique’. Hij voegt er nog aan toe dat dit niet alleen noodzakelijk is, maar wenselijk. ‘Fake news’ ondermijnt daarentegen de opbouw van geloofwaardige kennis waar een moderne democratie op berust.

Het belang van ‘fake news’ moet natuurlijk niet overdreven worden. Niet elk fout bericht is er een voorbeeld van: er is de klassieke ‘hoax’, de samenzweringstheorie, de satirische commentaar, het ongecontroleerde gerucht, het foute bericht. Heel wat media hebben in de loop der jaren onjuiste berichten verspreid. Sommige journalisten zijn allesbehalve vrij van vooringenomenheid. Het wantrouwen tegenover de media neemt al jaren toe, in binnen-en buitenland. Er zijn ook goede redenen om de woorden van politieke leiders te wantrouwen: grove misleidingen met fatale gevolgen vallen inderdaad voor, zoals de leugens over de massavernietigingswapens in Irak in 2003.

Belangrijke politieke omwentelingen kunnen evenmin tot de impact van ‘fake news’ worden herleid. Wat de overwinning van Donald Trump betreft, bijvoorbeeld, maakte Hillary Clinton zelf cruciale fouten tijdens haar campagne. Volgens David Axelrod, vroegere raadgever van Barack Obama, heeft ze haar nederlaag vooral aan zichzelf te danken. Hij vermeldt haar weigering om campagne te voeren in staten met veel werkloze fabrieksarbeiders zoals Wisconsin en Michigan of haar gebrek aan verantwoordelijkheidszin tijdens het emailschandaal.

Toch stelt ‘Fake news’ wel degelijk problemen. Wie argwaan verspreidt vanuit eigen financiële of politieke belangen, vergiftigt de geesten. Argwaan is het tegendeel van gezonde scepsis: wie sceptisch is, blijft onderzoeken en stelt zijn oordeel uit. Wie gedreven door wantrouwen in ‘fake news’ gelooft, heeft zijn oordeel daarentegen al klaar. ‘Fake news’ kan mensen dus minder vatbaar maken voor (zelf)kritiek, en de deur openen voor georkestreerde desinformatie.”

Deze column verscheen in De Standaard op 30 november 2017.

Over fake news sprak ik met Tom Naegels in ‘De Afspraak‘ op dinsdag 28 nov.

‘Een netwerk is geen gemeenschap’, column DS, 10 okt. 2016

Unknown 08.33.05“In ‘Ex-reporter’ legt Chris De Stoop uit waarom hij stopt met journalistiek. Die is te snel, te fel, te hard geworden. Tom Naegels vond De Stoops diagnose ongefundeerd: dat journalistiek vroeger kwaliteitsvoller was, heeft De Stoop niet met harde cijfers aangetoond.

Aan De Stoops persoonlijke ervaring valt nochtans niet te twijfelen. En dat sociale media enkele neveneffecten hebben die onderbelicht blijven kan ook moeilijk ontkend worden: ‘Ik vind’ tweet de journalist en hij leert u en mij een lesje. Maar we leren vaak weinig. De verhalen van het stille, baanbrekende werk van De Stoop onthouden we wel. Ze hebben ons veranderd.

 

unknown‘Het medium is de boodschap’, stelde mediafilosoof Marshall McLuhan. Hoe je communiceert, bepaalt mee wat je zegt. Niet alleen de inhoud, maar ook de vorm is belangrijk. Toegepast op sociale media, wordt het nieuws dan inhoudelijk sneller, feller, minder genuanceerd. Maar het wordt ook meer ego-gericht: je communiceert vanuit jouw profiel, met jouw account, vanop jouw tijdlijn. Zo wordt je ego een deel van de communicatie. Het gaat er mij niet om dat elke mens vandaag egocentrischer zou zijn dan vroeger. Maar wel dat de technologie de egocentrische neigingen uitvergroot. Bij ik-gerichte media, sluipt het ego overal in. Sommige journalisten gedijen perfect in deze nieuwe cultuur. Enkelen lijken te denken dat ze zélf het nieuws zijn, in plaats van nieuws te berichten. Gelukkig is dat uitzonderlijk. Maar voor anderen is deze technologische evolutie een obstakel, omdat het niet bij hen past. Deze ik-gerichtheid blijft trouwens niet tot de journalistiek beperkt. De politiek, het bedrijfsleven, overal komen deze tendensen terug. Continue Reading ›

Interview op ‘De Dagwacht’, NPO Radio 1 – over wantrouwen in de media

Unknown

Samen met Klaske Tameling was ik op donderdag 25 februari te gast in het programma ‘De Dagwacht‘, bij journalisten Tom van ’t Einde en Wout van Erven.

De uitzending is op NPO Radio 1 te beluisteren.

 

Aanleiding voor het interview was een ander gesprek over de media dat in Trouw verscheen. Onderzoek toont aan dat burgers de media steeds meer wantrouwen.

 

CcB2KRKXIAEmxmm.png-smallWaar komt dat wantrouwen vandaan? Is het terecht? En wat kunnen journalisten doen om het vertrouwen te herstellen.

Gedurende twee uren spraken we over de invloed van technologie, over samenzweringen, over sociale media, de voor-en nadelen van burgerjournalistiek, over vrouwen en minderheden in de media  en vele andere thema’s.

In het vierde deel van mijn boek ‘Macht en Onmacht. Een verkenning van de hedendaagse aanslag op de Verlichting’ komt het belang van internet en de media voor de democratie aan bod.

 

‘Ouders, stop met tablets te kopen’ – Peter Adriaenssens, De Standaard

C_LANN_KINDERDROMEN_MEI14_LRC.pdf“Wat wil je doen voor je twaalfde?” was  de vraag van Ketnet aan 100.000 kinderen. Hun antwoorden, en dromen, zijn de basis voor het boek ‘Kinderdromen’ – Peter Adriaenssens, Jan Callebaut, Veerle Beel en Tinneke Beeckman (Lannoo). Vandaag legt kinderpsychiater Peter Adriaenssens in De Standaard alvast een stevige stelling voor aan ouders: “stop met kopen van tablets.”

Dat onze jeugd niet verdorven is, blijkt uit de bijna 100.000 antwoorden die Ketnet kreeg op de vraag wat kinderen zeker willen doen voor hun twaalfde. “Maar, waarschuwt Peter Adriaenssens, sociale media en moderne technologie maken het alsmaar moeilijker om die warme inborst te beschermen,”  aldus de kinderpsychiater in het artikel van Eva Berghmans in De Standaard vandaag.

Ook Guy Tegenbos ‘senior writer Wetstraat’ van de Standaard wijdt vandaag een commentaar aan dit thema: de relatie tussen internet, ouders en opvoeding naar aanleiding van het boek.

Foto: Thomas Geuens

Foto: Thomas Geuens

Begin september gaf ik aan Dieter Herregodts (voor CM) een interview over het boek. Hier is een stukje.

De mooiste kinderdromen

Een pinguïn als huisdier of een huiswerkmachine

Wat wil jij zeker doen voor je twaalf bent? Dat vroeg Ketnet aan zijn jonge kijkers. 100 000 kinderen stuurden hun dromen in. De resultaten zijn ontroerend, hilarisch, verrassend en nog zoveel meer. Droom gerust mee. Continue Reading ›