Interview over ‘Machiavelli’s Lef’ op Doorbraak, eind december 2020

Tinneke Beeckman: ‘In een corrupte samenleving valt de elite door de mand’

Machiavelli’s lef. Levensfilosofie van de vrije mens is het nieuwe boek van de Vlaamse filosofe Tinneke Beeckman. Daarin interpreteert ze de gedachten van Niccolo Machiavelli (1469-1527), zoals neergepend in diens werken Il Principeen Discorsi. Beeckman wil het vrije debat aanzwengelen vanuit de republikeinse vrijheid, noodzaak, en deugd. ‘Politieke gebeurtenissen zijn niet hetzelfde als wiskunde.’

Sociale media

‘Ik vind, en zal altijd blijven vinden dat het nooit verkeerd is een opvatting te beargumenteren zolang gezags- of geweldsargumenten daarbij terzijde worden gelaten. Als je merkt dat alle mensen, of minstens de meesten, zich over een zaak vergissen, dan moet je die zaak blijven aankaarten. Elk mens denkt anders; je moet dus niet handelen volgens het oordeel van de ander, maar naar dat van jezelf.’

Zo haalt Beeckman enkele gedachten van Machiavelli uit de Discorsi aan in Machiavelli’s lef. Levensfilosofie van de vrije mens. Is dat een gedurfde stelling, in een tijd van sociale media, en vele alternatieve verhalen?
Tinneke Beeckman: ‘Het vraagstuk over complottheorieën sluit meer aan bij mijn vorige boek, Macht en Onmacht. Een verkenning van de aanslag op de Verlichting. Technologische ontwikkelingen beïnvloeden het debat, bijvoorbeeld door algoritmes. Allemaal in functie van een winstmodel dat erop gericht is de aandacht van gebruikers zo lang mogelijk vast te houden.’

‘De boodschappen die circuleren op sociale media, sluiten aan bij een gevoel van onmacht dat velen hebben. Als je kritisch bent voor de ‘mainstream’, ben jij de moedige mens die de macht in vraag stelt. Op een vreemde manier zetten ook complotdenkers zich in voor het algemeen belang, dat ze zien als een verzet tegen de elite. Alleen dienen ze hun eigen doelen niet. Als je de elite van gekke, onjuiste dingen beschuldigt, zoals kinderverkrachtingen enzovoort, gooi je je eigen ruiten in.’

Absolute waarheid

Tezamen met Machiavelli zegt u in uw boek wel dat het politieke debat niet noodzakelijkerwijs over de absolute waarheid moet gaan. Dat is een ander debat, dat weinig met politiek te maken heeft.
‘Politieke gebeurtenissen zijn niet hetzelfde als wiskunde. Dat schrijft Hannah Arendt ook. Over maatschappelijke gebeurtenissen kan je moeilijker zeggen: A is waar, B niet. Als je wilt analyseren waarom een politieke omwenteling plaatsvond, kan je daarover blijven nadenken. Machiavelli benadrukt ook dat mensen andere perspectieven hebben. De zoektocht naar waarheid kan lang duren, en een diepgaande analyse is nodig van waarom iemand iets zegt, en met welk perspectief, en vanuit welk verlangen of welke noodzaak. Het vereist empathie om naar mensen hun politieke visie te luisteren, zeker als je het daar niet mee eens bent.’

Europese Unie

U deelt de interesse in Machiavelli met Luuk van Middelaar, filosoof en voormalig speechschrijver van Herman Van Rompuy. Van van Middelaar is de uitspraak dat in de Europese Unie ‘niet iedereen het einde wil van de natiestaat, en we dus bij een tussenvorm uitkomen’. Dat strookt alleszins niet met de perceptie van kritische burgers over Europa. Wat is er fout met de publieke zaak, de res publica?
‘De Europese Unie is een enorme technocratie. Dat kan ook moeilijk anders, als je de schaal van het project bekijkt. Maar door de grootte en de techniciteit van de Europese politieke ruimte, is de Unie minder alert voor onverwachte gebeurtenissen die kunnen toeslaan.’

‘Voor mij vult Machiavelli de leegte in die het huidige politieke denken heeft achtergelaten. Hedendaagse politiek is heel technisch, rationeel en expertgericht geworden. Politiek vandaag, dat is data verzamelen, economische modellen opzetten en juridische modellen uitwerken. Machiavelli leert me echter dat de zaken je ontglippen, juist als je denkt dat je ze helemaal controleert. Eigenlijk is alles mogelijk in de politiek. Kijk naar de brexit. Niemand had verwacht dat dit zou gebeuren. Zo’n omwentelingen worden mogelijk omdat mensen nog altijd een verlangen voelen om deel te zijn van een politieke gemeenschap, en de discussie over waar die gemeenschap begint en ophoudt, willen blijven voeren.’

Pluralisme

Toch bekijkt de politieke elite zo’n keuzes van het volk — de verkiezing van Donald Trump, referenda met een onwelkom resultaat, stemmen voor radicale partijen — eerder tandenknarsend. Ze interpreteren het alsof het volk het niet begrijpt.
‘Er worden inderdaad snel mechanismes in gang gezet om de politieke consensus te beschermen. Eén daarvan is alles wat van de consensus afwijkt als irrationeel te beschouwen, of racistisch en xenofoob.’

‘De verkiezing van iemand als Trump of een referendum over een Unie zijn ook niet de beste manier om onvrede te uiten. De tragedie is dat de consensuspolitiek geen pluraliteit in denken toelaat. Tot de bevolking zoals u zegt radicale keuzes maakt, bijvoorbeeld voor figuren als Donald Trump. Dat lijkt dan de uitweg, terwijl het dat niet is. Consensuspolitiek en dit soort verzet ertegen zijn symptomen van hetzelfde probleem. Mensen staren zich graag blind op Trump, en gaan zo voorbij aan waar het schoentje echt knelt: het gebrek aan inspraak in de lotsbestemming van de politieke gemeenschap.’

‘Maar ik heb geen boek over Machiavelli geschreven om uitspraken te doen over de huidige politiek, en zeker niet over partijpolitiek. Ik hoop dat de inzichten in mijn boek aanzetten tot pluralistische discussie. Ik wil begrippen aanreiken die toelaten om voorbij de waan van de dag naar het politieke te kijken. Iets anders doen zou niet eerlijk zijn ten opzichte van Machiavelli, die in Florence tijdens de Renaissance leefde. Als Machiavelli moest aanhoren wat de dwalingen van Tinneke Beeckman allemaal zijn… (lacht)’

Organisatie van het politieke

Uw boek is natuurlijk wel hedendaags, ook al is het niet hedendaags. Er staan weinig directe verwijzingen in naar de actualiteit, maar u doet er natuurlijk wel uw zeg mee over hoe het politieke georganiseerd zou moeten zijn
‘Ik vind het gewoon heerlijk om in de leer te gaan bij klassieke denkers, eerder dan bij moderne politieke filosofen, omdat de klassieken ook oog hebben voor levenswijsheid. Machiavelli heeft ook Spinoza geïnspireerd. Ze zijn beiden verrijkend omdat hun denken soms botst met onze hedendaagse perceptie van het politieke.’

‘Door Machiavelli te bestuderen krijg je een inkijk in het Romeinse denken over politiek. Ik schrijf ongegeneerd over wat mij het meeste fascineert.’

Stoïcisme

Is Machiavelli een stoïcijn?
‘Wel, dat is het interessante aan hem! ’s Avonds trekt hij zijn vuile kleren uit, zo beschrijft hij, en doet hij een mooi gewaad aan om in gesprek te gaan met de klassieken, zoals Tacitus en Livius, en ook met Romeinse stoïcijnen als Cicero, Marcus Aurelius en Seneca. Machiavelli is een stoïcijn in die zin dat hij thema’s als moed en deugd op de agenda zet. Volgens de stoïcijnen is er een verband tussen deugd en redelijkheid. De “universele wet volgen” en een deugdzaam leven leiden loont altijd, menen de oude stoïcijnen.’

‘Machiavelli neemt daar afstand van, en wordt zo een denker van de moderniteit. In Machiavelli’s wereld is er geen sprake meer van een universele orde, eeuwig geldende morele principes waarop de samenleving gefundeerd zou zijn. Je moet dus navigeren in een wereld die wreed en onvoorspelbaar kan zijn. Je moet dus ook afwegen of en hoe je deugden zal toepassen, of niet. Eerlijkheid, vrijgevigheid en barmhartigheid waren voor de Romeinen altijd politieke deugden, maar Machiavelli zet die in een ander perspectief.’

Epicurisme

‘Een ander aspect van Machiavelli, is dat hij erg beïnvloed is door de Epicuristen. Hij heeft De Rerum Natura van Lucretius vertaald. In het epicurisme speelt het clinamen, de toevallige verandering, een grote rol, en wordt de mens als onderdeel van de natuur gezien. Je ziet dat in het gebruik van dierenmetaforen bij Machiavelli.’

‘Eigenlijk is hij zo een beetje provocerend naar de stoïcijnen toe. Cicero zegt bijvoorbeeld dat er een radicaal onderscheid is tussen mens en dier, want mensen zijn moreel en redelijk, en dieren niet. Machiavelli daarentegen meent dat een leider soms een vos (sluw) en soms een leeuw (sterk) moet kunnen zijn. Zijn denkkader is naturalistischer dan dat van de stoïcijnen. Eigenlijk kunnen we zeggen dat Machiavelli de stoïcijnen gebruikt om de originaliteit van zijn eigen denken te benadrukken. Hij gebruikt hen als inspiratiebron, maar ontwikkelt heel eigen ideeën.’

Moreel handelen in de politiek

Machiavelli is een preconstitutionele denker: hij geeft een handleiding voor wanneer de mens buiten de politieke ruimte valt, voor wanneer er geen grondwet of natiestaat is.
‘Machiavelli denkt — hier wel tezamen met de stoïcijnen — dat de wet naleven een deugd is. Wetgevers zijn voor hem erg belangrijk. Maar hij leefde natuurlijk wel voordat de idee van “mensenrechten” vorm kreeg.’

‘Voor Machiavelli leidt het goede nastreven niet noodzakelijk ook tot politieke deugdzaamheid. Je kan een degelijk moreel mens zijn die het goed met de ander voorheeft. Maar dat betekent niet noodzakelijk dat je een goede politiek voert. En als je omringd wordt door psychopaten en autoritaire persoonlijkheden, dan levert je eigen goedheid niets op. Je gaat ten onder. Machiavelli wil de moraal niet afschaffen. Alleen heeft moreel handelen in de politiek een speciale betekenis. De regels van het spel worden niet alleen door jou bepaald; je stapt in een spel waarbinnen anderen ook hun regels opleggen. De christelijke regel “behandel de ander zoals je zelf wil behandeld worden” heet in het politieke spel eerder “doe bij de ander wat je kan verwachten dat hij bij jou doet”.’

‘Tot 1512 kent Florence een vrije republiek. Maar wanneer Soderini, de leider van Florence en Machiavelli’s beschermheer van de macht wordt verdreven, blijft Machiavelli gedesillusioneerd achter. Omdat hij niet meer aan politiek kan doen, begint hij te schrijven. Volgens Hannah Arendt begrijpt Machiavelli perfect de inzet van het politieke: het goede doen in het publieke iets anders is dan het goede doen in het private. Wie denkt dat beide samenvallen, die bereikt niet de politieke doelen die hij vooropstelt.’

Realistische kijk op moraal

‘Dat neemt niet weg dat zijn ideaal een republiek is waarbinnen de burger vrij kan zijn, niemand onder de willekeurige macht van een ander valt, en waar wie de wet naleeft, daar ook voor wordt beloond. Het goede nastreven wordt niet afgeschaft of vervangen door eigenbelang. Machiavelli houdt ons alleen een realistische kijk op moraal voor, hij is evenmin cynisch als utopisch.’

‘Wil je iets politiek bewerkstelligen, dan moet je bereid zijn om jezelf te compromitteren. Herman Van Rompuy vond dat hij zichzelf als politicus altijd in de spiegel heeft kunnen bekijken, en dat hij als politicus altijd het goede heeft gedaan. Dat is een erg vreemde uitspraak als je kijkt naar wat er onder zijn Europese “presidentschap” is gebeurd. Griekenland moest in 2012 zijn trots inslikken en harde maatregelen nemen voor zijn burgers. Er zit geweld in politieke beslissingen. Dan is Machiavelli een realistischer man: hij wist tenminste dat je je slecht zou voelen als je zou terugdenken aan welke beslissingen je had genomen als politicus. In de politiek gaat het om de keuze van het minste kwaad. Probeer je daarentegen morele zuiverheid na te streven, dan roep je onheil over jezelf en anderen af.’

‘Elite panic’

In uw boek maakt u een brugje tussen Machiavelli en de Amerikaanse schrijfster Rebecca Solnit. U doet dat aan de hand van Solnits begrip ‘elite panic’: de elite die bij crises denkt dat het volk in chaos gaat vervallen, en hen dan maar allerlei regels oplegt. Legt u eens uit.

‘Wel, Machiavelli houdt ons voor dat noodzaak het beste in jezelf naar boven kan brengen. Uit noodzaak doe je dingen waartoe je jezelf niet in staat acht. Rebecca Solnit beschrijft in A Paradise Built in Hell. The Extraordinary Communities that Arise in Disaster sociaalpsychologen die tijdens de Koude Oorlog noodplannen moesten opstellen voor nucleaire aanslagen. De Amerikaanse overheid dacht dat het volk bij een aanslag in paniek zou slaan, en zou plunderen. Solnit toont echter aan dat dat niet klopt: wanneer het slecht gaat, dan zetten de meeste mensen zonder morren hun beste beentje voor. Ondanks pijn en angst helpen ze elkaar spontaan’.

‘Volgens die psychologen is het echter de elite die panikeert. Een deel van de mensen die de macht hebben, vertrouwen het volk niet tijdens een crisis, en leggen dan als echte sheriffs allerlei regels op om een wilde natuurtoestand te vermijden. Een natuurtoestand die dus niet voorkomt, en louter in hun wereldbeeld past. Daardoor ondergraven ze de oorspronkelijke welwillende en altruïstische houding van mensen. Dat wordt nog versterkt door sensationele media, die het vertrouwen van de bevolking in zichzelf verder ondergraven’.

Antiautoritair

‘Ook al wordt hij er doorgaans niet mee in verband gebracht, Machiavelli gelooft wel degelijk dat burgers samen dingen kunnen verwezenlijken. Hij trekt dat door tot het bestuur van de republiek, waartoe hij de bevolking in staat acht — wat in de renaissance nog een revolutionaire gedachte is. “Het volk is wijzer en standvastiger dan de vorst”, schrijft Machiavelli. Dat is zijn antiautoritaire kant, die slechts weinigen kennen’.

‘Too big to fail’

Waarom haalt u in uw boek ook Nassim Nicholas Taleb zijn boek Antifragile aan?
‘Noodzaak kan een goede zaak zijn, omdat mensen antifragiel zijn: tegenstand maakt je sterker. Maar dan moet je de negatieve effecten van je fouten ondervinden, zodat je bijstuurt. Als instellingen “too big to fail” zijn, worden ze roekeloos, en dat is slecht. Je moet van je falen kunnen leren. Daarom leef je in gouden tijden, volgens Machiavelli, wanneer je vrijuit alles kan bespreken. Autoritaire machthebbers die hun energie steken in het toedekken van hun fouten, verhinderen dat ze bijleren over hun fouten. Dan word je niet meer beter van je vergissingen, van je worstelingen.

Too big to fail’ is als verantwoording bij de elite alleen maar sterker geworden. Voor het volk — dat niet alleen met de consequenties van het eigen falen, maar ook met de consequenties van het falen van de machthebbers moet omgaan — wordt het na een tijdje moeilijk om de frustratie politiek te vertalen.
‘Een samenleving wordt ongelijker, onrechtvaardiger en minder vrij als het corrigerende mechanisme van verantwoordelijkheid nemen niet meer werkt. Mindere goden mogen dan zelfs geen kleine misstap maken, of betalen er een dubbel zo erge prijs voor. Vele mensen ervaren het inderdaad zo’.

‘Om het nog over Rebecca Solnit te hebben: zij beschrijft meesterlijk hoe in een corrupte samenleving de elite door de mand valt. Een crisis brengt naar boven wat eerder op het achterplan was gebleven. Ook in de Discorsi schrijft Machiavelli: “in goede tijden krijgen bepaalde mensen hoge posities dankzij privileges en netwerken, maar in slechte tijden komt de deugd naar boven en weet je wat je aan mensen hebt, en wiens bijdrage werkelijk telt”.’

Corrigerend systeem

The best lack all conviction, while the worst are full of passionate intensity‘, houdt W.B. Yeats ons voor. Machiavelli heeft het niet zo begrepen op nederigheid. Maar in een door het christendom beïnvloede samenleving is nederigheid net een deugd. Mensen zijn bekwaam om dingen te veranderen, maar ze kijken op tegen de mensen die bekwamer zijn in macht verwerven dan in deugdzaam besturen. Wie het machtsspel beheerst, die is daar vaak van nature goed in, en wie het niet beheerst, die deinst terug. Onderschat Machiavelli de biologisch-psychologische aard van macht niet?

‘Het probleem is dat als je nederig bent, en je staat tegenover mensen die daar misbruik van maken, je helemaal verloren bent. Machiavelli beschrijft hoe Italianen in zijn tijd op hun knieën zitten — letterlijk — omdat ze hopen dat ze in een andere wereld beloond worden voor hun goede gedrag. Juist daarom waren ze onvrij. Dat vond hij afschuwelijk’.

‘Ik vind niet dat Machiavelli een fout maakt in de beoordeling van de menselijke geest. Net als de classici beseft hij dat macht vaak wordt nagestreefd door mensen die net het minste macht zouden moeten bezitten. Net daarom is het van belang om een systeem te hebben dat corrigerend werkt. Bij de Romeinen was dat bijvoorbeeld een sterk wettelijk systeem; het volk heeft inspraak in de benoeming van magistraten en politieke beslissingen, en “consuls” wisselen elkaar snel af.’

Dit interview door Christophe Degreef verscheen op 19 december op de site van Doorbraak.

“Niet de massa, maar de elite panikeert”, column DS, 23 april 2020

“‘We beleven een rampenfilm uit Hollywood’, hoorde ik al een aantal keren zeggen. Ik herinner me zo’n films uit mijn jeugd: een held (Gene Hackman, Pierce Brosnan) ontdekt vroegtijdig een dreiging. Vóór iedereen ziet hij stormweer, een vulkaanuitbarsting, een epidemie op de wereld afkomen. Helaas miskennen de beleidsmensen (de kapitein, de lokale politicus, het hoofd van de inlichtingendienst) het probleem. De onbaatzuchtige held probeert de bevolking voor het gevaar te behoeden, terwijl hij tegelijk moet vermijden dat mensen panikeren. Want iedereen weet dat een massa uitzinnig reageert zodra nood uitbreekt; ze vlucht, krijst, muit, plundert.

Dit scenario levert spannende blockbusters op. Maar in de realiteit veroorzaken crises een heel andere dynamiek. Rebecca Solnit documenteert die respons in haar bekroonde ‘A paradise built in hell. The extraordinary communities that arise in disaster’ (2009). Daarin onderzoekt ze vijf catastrofes, van de brand in San Francisco in 1906 tot de orkaan Katrina in New Orleans in 2005. Haar boek bevat tientallen getuigenissen van slachtoffers, hulpverleners, en wetenschappers.

Solnit laat ook rampensociologen aan het woord. Hun discipline ontstond tijdens de Koude Oorlog, toen de Amerikaanse overheid een nucleaire oorlog met de Sovjet-Unie vreesde. De overheid wilde weten hoe mensen zich tijdens een catastrofe gedragen. De sociologen weerlegden snel de vooroordelen over een antisociale respons bij de meerderheid van de bevolking. Paniek? Die komt zelden voor.

Solnit onderscheidt uiteindelijk twee groepen mensen tijdens een ramp: een meerderheid neigt naar samenwerking en zelfs altruïsme; een minderheid is ongevoelig en egoïstisch, en creëert zo nog meer last. Bij die minderheid zitten soms mensen die denken dat ze het goed doen; dat ze helpen, terwijl ze de argwaan voeden en de crisis verergeren. Rampensociologen Caron Chess en Lee Clarke (Rutgers University) gebruiken voor hen de term ‘elite panic’: ze ontdekken dat niet de massa, maar een elite panikeert, omdat ze denkt dat anderen zullen panikeren. Daardoor stellen ze zich paternalistisch op: ze informeren de bevolking te weinig of verkeerd; ze focussen op repressieve maatregelen voor ongehoorzame burgers. Alsof mensen tijdens een crisis vooral moeten worden gedisciplineerd. Daarmee negeren ze precies wat het effect van de ramp echt is: dat veel mensen juist socialer, vrijgeviger en attenter worden. De meeste mensen herorganiseren hun leven, en handelen vrij redelijk in buitengewone omstandigheden.

Wie meegaat in die ‘elite panic’, projecteert zijn eigen mensbeeld op anderen, aldus Solnit: zo iemand denkt dat mensen elke gelegenheid willen aangrijpen om hun eigenbelang te dienen. Solnit weerlegt het negatieve, Hobbesiaanse mensbeeld, dat de mens als een asociaal, irrationeel, egoïstisch wezen bestempelt. Ze benadrukt dat het omgekeerde mensbeeld klopt én nodig is tijdens een ramp: dat iedereen elkaar als bondgenoot beschouwt. Vooral wie autoriteit heeft, moet de bevolking vertrouwen. Want mensen kunnen behoorlijk wat tegenslag hebben. Ze verwerken moeilijke omstandigheden vrij goed. Maar het loopt fout wanneer overheden burgers al te veel willen controleren. Of wanneer ze informatie verdraaien of verzwijgen omdat ze de bevolking zogezegd tegen zichzelf willen beschermen. Zo’n wantrouwende houding voedt antisociaal gedrag.

Daarbij komt dat overheden in tijden van rampen onvermijdelijk grote of kleine fouten begaan. Bestuurders zijn die uitzonderlijke omstandigheden niet gewoon en de structuren zijn er niet op afgestemd. Bureaucratieën zijn in crisistijd te weinig wendbaar. Burgers moeten dus deels zelf initiatieven nemen. En dan is vertrouwen onontbeerlijk. Alleen in een open samenleving kan iedereen volop improviseren en bijdragen. Of een samenleving snel en goed van een ramp herstelt, hangt deels daarvan af.

Solnits analyse lijkt vandaag de dag te kloppen. Continue Reading ›