“Revolutie of rustige vastheid?” in De Mining, DS 14 maart 2018

Deze tekst verscheen in de digitale Avondeditie van De Standaard op woensdag 14 maart 2018.

“CD&V worstelt met rechtse stemmen in eigen geledingen, klinkt het. De uitspraken van Kamerlid Hendrik Bogaert en staatssecretaris Pieter De Crem bevestigen een interne kritiek dat CD&V een te links imago zou hebben (DS 14 maart). Volgens enkele politici mag de partij best wat strenger zijn over veiligheid en migratie. Daarmee komt de partij in het vaarwater van de N-VA. Beide partijen willen de grootste volkspartij van Vlaanderen zijn. De N-VA doet het goed in de peilingen, terwijl CD&V de vroegere glorie niet meer kan benaderen.

De strijd tussen CD&V en de N-VA kan je ook anders zien. Eigenlijk doen ze het tegenovergestelde. De N-VA presenteert zich als de partij van de verandering, als ‘anderspartij’, zoals Carl Devos het noemt. Maar tegelijkertijd verdedigt ze conservatieve standpunten. Het veiligheids- en integratiebeleid bevat maatregelen om de snel veranderende samenleving te vertragen. De partij staat voor minder globalisering en diversiteit, en voor behoud van de oude, gezegende levensstijl.

Het beleid van staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken en minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) draagt momenteel de goedkeuring van heel wat Vlamingen weg, zoals een recente peiling aantoonde. Kortom, de partij mag zich dan als de grote verandering voorstellen, in wezen is ze allesbehalve revolutionair. Zeker nu ze haar communautaire agenda heeft opgeborgen.

De christendemocraten doen veelal het omgekeerde: ze beweren de rustige vastheid te incarneren, maar onder hun leiderschap zijn revolutionaire veranderingen tot stand gekomen. Revolutionair betekent hier fundamenteel, onomkeerbaar en op langere termijn onvoorspelbaar.

Neem het Europese beleid. Onder leiding van Herman Van Rompuy, jarenlang voorzitter van de Europese Raad en president van Europa, heeft de Europese Unie de nationale politiek diepgaand veranderd. Natiestaten hebben heel wat soevereiniteit afgestaan. Europa controleert de begrotingen, bepaalt indirect de migratiepolitiek en intervenieert radicaal in tijden van crisis (denk maar aan Griekenland).

Toegegeven, die beslissingen werden niet uitsluitend door christendemocraten genomen. Maar de grote tenoren speelden in die periode wel een hoofdrol in de Europese politiek. Denk maar aan Merkels ‘Wir schaffen das’, als (tijdelijk) antwoord op een ongeziene toestroom van vluchtelingen. Ook die crisis werd als een ingrijpende omwenteling van de samenleving ervaren.

De kritiek van De Crem en Bogaert kan je in dit licht zien. De CD&V-leiding lijkt moslims als kandidaat-kiezers te beschouwen. Dat is niet onlogisch: de kloof tussen katholieken en vrijzinnigen is die tussen gelovigen en ongelovigen (soms ook wel verlichtingsfundamentalisten genoemd, een onzinnige term) geworden. Deze keuze lijkt de continuïteit van de rustige vastheid te bevestigen. Maar ze is revolutionairder dan ze lijkt. Zeker, er zullen tussen beide geloofsgroepen heel wat raakpunten zijn. Maar de ene religieuze inspiratie valt niet zomaar met de andere te vergelijken. Wat voor de ene christendemocraat dus een bezadigde aansluiting bij de werkelijkheid is, klinkt voor de andere wellicht als de zoveelste aanwijzing van een onbestendige wereld.

“Een kwestie van consistentie”, column DS 25 jan. 2018

” Hoe verklaar je dat rechtse politici mediaschandalen makkelijker overleven dan linkse politici, vroeg een journalist me onlangs. Hij verwees naar burgemeester Bart De Wevers positie in Antwerpen, die amper verzwakt lijkt na de Fornuis-saga. Het oppositiekartel ‘Samen’ werd daarentegen wel uit elkaar gepeeld na gelekte informatie over het ontslag van Sp-a-boegbeeld Tom Meeuws als directeur van De Lijn in 2015.

Het antwoord op zo’n vraag hangt deels van eigen vooroordelen af: wie linkse ideeën heeft, meent dat rechtse politici zich wel heel veel kunnen veroorloven. Bij aanhangers van rechtse partijen leeft de omgekeerde idee.

Belangrijker is het inzicht dat er niet één universele morele code is waarmee burgers het gedrag van hun politici beoordelen. Dit is specifiek aan het politieke spel: met de politieke pluraliteit gaat ook een morele pluraliteit gepaard. De vraag is niet hoe eerlijk of genereus een politicus is, dan wel of zijn gedrag rechtlijnig genoeg lijkt voor zijn politieke overtuiging. Kortom, burgers verlangen eerder consistentie dan morele zuiverheid.

Een buitenlands voorbeeld. François Fillon was presidentskandidaat in 2017 voor ‘Les Républicains’. In januari 2017 leek hij de verkiezingen te zullen winnen, eind april sneuvelde hij al in de eerste ronde. Een schandaal deed hem de das om: hij zou zijn vrouw Penelope en kinderen aangeworven hebben als parlementair medewerker, maar die hadden geen klap uitgevoerd. Fillon had dus zijn familiale belangen op het algemeen belang laten primeren. Dat werd gezien als een gebrek aan rechtlijnigheid; Fillon had beweerd minder geldbelust te zijn dan zijn partijgenoot Sarkozy. En hij had zich gepresenteerd als een opvolger van Charles De Gaulle, die een onbetwiste reputatie had. Diens enige maîtresse was – naar eigen zeggen – Frankrijk zelf. Fillon had zich dus als zuivere kandidaat voorgesteld, maar viel in de kuil die hij voor anderen had gegraven.

Marine Le Pen lag ook onder vuur omdat ze fondsen van het Europees Parlement had aangewend voor partijmedewerkers die eigenlijk in Frankrijk werkten. Strikt gezien is dit verboden, en dus berichtten pers en oppositie over een misbruik van middelen. Maar het stoorde haar kiezers geheel niet. Dat Le Pen de Europese Unie geld afhandig had maakt, niet voor persoonlijk gewin, maar voor de partijwerking in Frankrijk strookte perfect met de nationalistische ideologie van haar partij.

In Antwerpen geeft Bart De Wever grif toe dat hij op economisch vlak een liberale koers vaart. Bedrijfsleiders ontmoeten lijkt dan consistent. Ook De Wevers loyaliteit aan de eigen groep wordt als ideologisch rechtlijnig gezien: de N-VA-voorzitter steunt partijgenoten die in opspraak komen, zoals gemeenteraadslid Koen Kennis met zijn talrijke mandaten, of staatssecretaris Theo Francken na het Soedan-incident. Wat de N-VA wel schaadt – want inconsistent – is de aanwezigheid van PS-er Alain Mathot op dezelfde verjaardagsreceptie van projectontwikkelaar. Maar harde bewijzen voor belangenvermenging zijn er niet.

Een links politiek project is gebaseerd op waarden zoals universele gelijkheid en rechtvaardige herverdeling door overheidsinterventies. Politieke rechtlijnigheid krijgt dan een heel andere invulling. Na de negatieve berichtgeving over LandInvest en Eric Van Der Paal, stuurde Sp-a boegbeeld Tom Meeuws vriendschappelijke berichtjes naar een bouwpromotor.

Continue Reading ›

“Catalanen en Spanjaarden, versus Turken en Koerden”, DM, 4 nov. 2017

Sinds oktober maak ik deel uit van ‘Het Kernkabinet‘ van De Morgen, in Zeno: elke weekend interviewt De Morgen een van acht denkers over een hot item. De andere leden zijn Laïla Ben Allal, Maarten Boudry, Sarah de Lange, Rogier De Langhe, Jonathan Holslag, Patrick Loobuyck en Jogchum Vrielink.

Deze week werd ik geïnterviewd over het verschil tussen het Spaans-Catalaanse conflict, en de strijd tussen Turken en Koerden in Antwerpen. Het artikel verscheen op zaterdag 4 november.

Catalanen gaan niet met stokken en staven Spaanse Belgen te lijf, door Bruno Struys.

Dat de Catalaanse zaak wordt uitgevochten in Brussel, vinden we best interessant. Maar als Antwerpen het strijdtoneel is van Koerden en Turke nationalisten, schreeuwen we moord en brand. Politiek filosofe Tinneke Beeckman begrijpt dat wel.

Afgelopen week speelden twee buitenlandse conflicten de hoofdrol in de Belgische actualiteit. Met de komst van Carles Puigdemont is de Catalaanse strijd letterlijk geïmporteerd in ons land. Ondertussen vochten Turkse nationalisten een robbertje uit met aanhangers van de Koerdische PKK in de Brederodestraat in Antwerpen. Het ene conflict is bijna verwelkomd, het andere verafschuwd. Dan lijkt het dat er twee maten en twee gewichten zijn gebruikt.

“Op zo’n moment zouden we duidelijker moeten communiceren dat beide conflicten grondig van elkaar verschillen”, zegt Beeckman. “De Catalanen gebruiken hier geen stokken en staven om Spaanse Belgen te lijf te gaan. Anders dan de Koerdisch-Turkse strijd, is de Catalaanse er een van geweldloosheid waarin gezocht wordt naar een politieke oplossing.”

Het valt natuurlijk op dat net de politici die anders toeteren dat het onaanvaardbaar is om het Turkse conflict in ons land te importeren, nu al wekenlang hetzelfde doen met het Catalaanse conflict, nee?

Tinneke Beeckman: “Daar speelt ook partijpolitiek. Bij de N-VA voelen ze veel sympathie voor separatisten en willen ze zich profileren naar hun nationalistische achterban.

De partij krijgt van die achterban kritiek omdat ze in die federale regering zit en dus moet ze die Vlaams-nationalistische flank af en toe bedienen.

“Die profileringsdrang van sommige N-VA-politici is ongelukkig, maar dat vind ik ook van sommige reacties aan de linkerzijde. Als je ziet in welke bedenkelijke, repressieve traditie de Spaanse premier Rajoy zich plaatst, dan zou links in ons land beter meer moeite doen om de rechten en vrijheden van Puigdemont te verdedigen. In plaats van zich zorgen te maken over een diplomatiek rel. Soms moet je ook aan je principes denken.”

België zou dus ook betrokken partij moeten zijn in de Catalaanse kwestie zonder de komst van Puigdemont?

“Belgie is sowieso betrokken, omdat Brussel het hart is van de Europese Unie en omdat ons land samen met Spanje in die Europese Unie zit. Nog zo’n verschil met Turkije, dat niet in de Unie zit. Landen die samen in supranationale instellingen zitten, zoals de EU, verschillen soms van mening over de richting, de waarden, de normen van zo’n Unie. Dat moet kunnen, ook als dat tot een diplomatieke spanningen leidt.

“Premier Michel krijgt kritiek, maar hij heeft het eigenlijk goed gedaan. Macron daarentegen doet de Europese waarden geen deugd met zijn onvoorwaardelijke steun voor Rajoy. Daar speelt realpolitiek in mee. Frankrijk is bezorgd dat een toegeving aan de Catalanen in de kaart van de Corsicaanse separatisten zou kunnen spelen.”

“Rajoy kiest nochtans resoluut voor een logica van confrontatie. Behoort dat tot de politieke waarden van de EU? Ik denk dat je conflicten moet ontmijnen.”

Als de Catalaanse kwestie een Europees probleem is, dan zou je toch ook kunnen zeggen dat een EU-land moet vertrouwen op de rechtsgang in een andere lidstaat? En dat die Puigdemont hier dus niets te zoeken heeft?

“Ik vind het positief dat je politiek asiel kan aanvragen in een ander Europees land.

“Als Puigdemont effectief asiel aanvraagt, dan zal het Commissariaat-Generaal voor Staatlozen en Vluchtelingen daarover oordelen en het gerecht zal zijn werk doen. Wanneer blijkt dat Spanje een betrouwbaar gerecht heeft en wel de mensenrechten respecteert, zal dat zo’n asiel moeilijker worden toegekend. Continue Reading ›

Etienne Vermeersch reageert op J. De Ceulaer, ivm de Verlichting, DM, 21 juni 2016

Etienne Vermeersch schreef deze tekst als reactie op de tekst van Joël De Ceulaer over de Verlichting (op 18 juni), in De Morgen, 21 juni 2016.

Unknown-1“In zijn ‘essay’ Zijn die verlichte geesten allemaal wel zo verlicht? (DM 18/6) brengt Joël De Ceulaer (JDC) enkele zinnige gedachten naar voren, maar de logische spankracht van zijn argumentaties laat te wensen over. Hij vraagt zich af of het ‘verlicht’ karakter dat wij aan onze maatschappij toeschrijven, wel zo algemeen aanwezig is als we graag suggereren.

Een eerste illustratie van zijn vraagstelling vindt hij in een uitspraak van Guy Verhofstadt (Open Vld): “Wie de verlichtingsidealen voor ogen houdt mag zeker zijn dat hij voor de goede zaak vecht.” Ik laat hier in het midden of men dat principe in zijn algemeenheid kan volhouden. Mij interesseert de wijze waarop JDC meent het te kunnen ontkrachten. Hij verwijst naar het feit dat Verhofstadt in 2002, toen hij premier was, tot tweemaal toe een inbreuk pleegde op het principe van ‘scheiding van de machten’, een van de kroonjuwelen van de verlichting. JDC besluit hieruit dat Verhofstadt niet zo verlicht was en suggereert hiermee tevens dat zijn principe niet algemeen geldig is.

Illustratie bij artikel van Joël de Ceulaer.

Illustratie bij artikel van Joël de Ceulaer.

Maar dat klopt niet. Iemand die een rekenfout maakt brengt de stellingen van de rekenkunde niet in het gedrang, en iemand die tegen een algemeen principe zondigt, tast daarmee dat principe zelf niet aan. Hij biedt alleen een illustratie van het woord van Jezus: “De geest is gewillig, maar het vlees is zwak (Mc 14, 38).” Als Verhofstadt wel degelijk zijn ideaal trouw gebleven was, dan was er geen fout gebeurd. En terloops: wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.

Vervelend is echter dat JDC deze anekdote aanhaalt na een betoog voor het postmodernisme van Sam IJsseling. Sam was een minzaam man, maar zijn theorie was al even gevaarlijk als ze aantrekkelijk lijkt: “Het postmodernisme gaat in tegen de cultus van de eensgezindheid.” In zijn algemeenheid opgevat leidt zo’n opvatting tot relativisme: alle denkbeelden zijn gelijkwaardig. Maar de grootste realisatie van onze beschaving is het tot stand brengen van de wetenschap. Dat is een verzameling van waarnemingen, wetten en theorieën waarover volkomen ‘eensgezindheid’ bestaat, wereldwijd. Er zijn terreinen waarop het onderzoek nog aan de gang is, maar dat vertrekt van een kerngebied van kennis waarover niemand twijfelt. Continue Reading ›