“Een fontein van egoïsme” – column DS 6 oktober 2014

“Het ‘neoliberale’ paradigma is nu ook in onze verbeelding aan de macht. Dit weekend bracht Toneelgroep Amsterdam in een uitverkochte Singel een bewerking van ‘The Fountainhead’ (1943), het boek van de Russisch-Amerikaanse schrijfster Ayn Rands (1905-1982). Dit boek en ‘Atlas Shrugged’ fungeerden zowat als de bijbels van de Amerikaanse ‘neoliberale’ politiek vanaf de jaren ’80: zo weinig mogelijk staatsinterventie, zo veel mogelijk vrije markt.

De held van The Fountainhead is de ‘perfecte’ Howard UnknownRoark (vertolkt door Ramsey Nasr). Roark is een geniale, individualistische architect, die nauwelijks aan de bak komt in een maatschappij die vastzit aan traditie en middelmatigheid. Maar Roark behoudt zijn persoonlijke integriteit, gesterkt door zijn geloof in de kracht van het eigen ‘ik’. Ayn Rand verbindt aan die attitude een moraal van ‘egoïsme’.

En in het zeer succesvolle feuilleton Mad Men lijkt protagonist Don Draper (Jon Hamm), een klein broertje van Roark. Draper is het creatieve genie, omringd door middelmatige geesten. Hij is meer geïnteresseerd in creativiteit dan in geld. Draper heeft zijn arme jeugd succesvol overstegen en vindt dat hij aan niemand iets verschuldigd is: niet aan familie, kennissen of de samenleving.

Don Draper in 'Mad Men'

Don Draper in ‘Mad Men’

Draper heeft een onfeilbaar psychologisch doorzicht in de verlangens van zijn medemensen. Zijn succes als reclameman is op die gave gebaseerd. Zoals Roark, ziet hij hoe mensen elkaar nabootsen, hoe behaagziek ze zijn. Ze scheppen niet, ze willen pronken. ‘Ze hebben zo’n behoefte aan iemand die hen vertelt wat ze moeten doen, dat ze naar om het even wie luisteren’: Don Draper is nog meer non-conformist dan de antikapitalistische hippie met wie hij een praatje slaat. Continue Reading ›

Info bij column DS over neoliberalisme en Ayn Rand

In mijn column  ‘Een fontein van egoïsme’ verwijs ik naar het stuk ‘The Fountainhead’, en naar de serie ‘Mad Men’.

.
De trailer van het toneelstuk, met Roark en zijn tegenhanger, Keating. Die laatste architect is zeer succesvol, al heeft hij eigenlijk geen talent. Maar hij weet altijd de klant te bekoren, en de middelmatige architectuur van zijn tijd te herhalen.

Het boek werd ook verfilmd in 1949, met Gary Cooper als Howard Roark en Patricia Neal als Dominique Francon. In zijn eindspeech legt Roark zijn ideeën over individualisme uit.

Er zijn enkele parallellen tussen een figuur als Roark, en Don Draper in Mad Men. Er zijn natuurlijk verschillen – Don is wel dankbaar voor de generositeit van iemand als Anna. Ook blijft zijn verleden hem wel parten spelen – de zelfcreatie is een illusie. Ook is Don niet echt gelukkig in zijn privé relaties. Maar goed, de overeenkomsten beschrijf ik in mijn column.

Bert Cooper ontvangt Don Draper en spreekt hem over Ayn Rand.

En hier is Don Draper in gesprek met een hippie:

Over verlangens, ideeën over liefde die ingefluisterd worden door anderen.