“Zoet zijn de vruchten van de tegenspoed”, in Trouw, 23 mei 2022.

“Mensen vertellen over hun persoonlijke leefregel of een inspirerende zin. Vandaag: filosofe Tinneke Beeckman. “, door Marije van Beek, in Trouw op 23 mei 2022.

“Een zin die ik al een tijdje bij me draag is een uitspraak van William Shakespeare. ‘Zoet zijn de vruchten van de tegenspoed, die, als de pad, afzichtelijk en vol gif, toch in het hoofd een kostbare edelsteen draagt.’ Hij heeft het dus over een pad als het dier dat op een kikker lijkt. In de late middeleeuwen ging het veel over paddenstenen, mythische stenen die op de hoofden van padden zouden zitten. Maar dit terzijde.

“Ik werd bij het schrijven van mijn boek over Machiavelli weer aan die zin herinnerd. Want ook hij komt op dit idee: dat een ogenschijnlijke tegenslag een dieper geluk verbergt.

Machiavelli heeft als gewone burger een positie kunnen verkrijgen in de aristocratische wereld in de Florentijnse republiek. Maar hij kwam daar niet vandaan, terwijl het in die kringen heel belangrijk was om de juiste connecties te hebben en daarmee het vertrouwen van de elite te krijgen. Hij heeft wel een goede opleiding genoten, waardoor hij toch rondreizend diplomaat kon worden.

“Zo ontmoette hij Cesare Borgia, en paus Julius II en anderen. Buitengewoon machtige mannen. Aan zijn observaties van die wereld heeft hij zijn inzichten ontleend. Maar het was soms levensgevaarlijk: hij moest al zijn intelligentie inzetten voor die baan. In zijn boek De prins beschrijft hij hoe die noodzaak, die moeilijke omstandigheden, hem gevormd hebben. Hij heeft iets wat niemand hem kan afnemen. Dat maakt hem veel meer waard dan iemand die wél tot een hoge familie behoort.

Een verborgen geschenk in tegenspoed

Hij maakt een enorme ontwikkeling door. Niet alleen omdat zijn eigen inzichten, talenten en karakter tot volle bloei komen. Maar ook omdat hij de mogelijkheid van geluk ontdekt op een plek waar je die het minst verwacht. Daar schrijft hij over, hoe de situaties waarin je als het ware met de rug tegen de muur staat, waarin je weinig opties hebt, allemaal gelegenheden zijn om te tonen wat je kunt. Om een bepaalde deugd te tonen: moed, geduld, volharding.

“Oftewel: er kan een soort verborgen geschenk in tegenspoed zijn. Het kan onaangenaam zijn, het leven kan heel moeilijk worden, maar als je het omarmt als gelegenheid daartoe, dan kan het ook een wending naar het goede zijn. Dan komt het beste in je naar boven.

Ik zie dat ook in mijn eigen leven zo, bijvoorbeeld bij deadlines. Mijn eerdere boek, over Spinoza, moest echt af zijn op moment dat ik wegging uit de academische wereld. Er hing enorm veel van af, dat was heel lastig, maar tegelijk is het ook fantastisch gebleken. Je moet jezelf echt bewijzen. Dat is heel intens. Ik merk weleens bij mensen die heel veel middelen hebben dat zij nooit in zo’n situatie zijn gekomen. Uiteindelijk bereik je dan minder, en haal je voor jezelf minder uit het leven.

Het lelijke beest kan iets goeds in zich dragen

Het is ook omgekeerd waar, denk ik. Succes is overroepen, dat kan juist neergang in zich dragen, omdat het je makkelijk zelfgenoegzaam maakt. Dat is heel contra-intuïtief, want we leven in een samenleving waarin iedereen alsmaar meer succes wil. Of we denken dat het ideale leven is op een paradijselijk eiland waar je niks hoeft te doen. Maar een gewoon leven is vele malen verrijkender.

“In sprookjes weet je vaak meteen of iets goed of slecht is. Maar in het echte leven kan het lelijke beest dat je ziet ook iets goeds in zich dragen. Je weet vaak niet of iets wat je overkomt nou goed is of slecht – dingen als een ontslag, een verhuizing, of een verbroken relatie. Als je je daardoorheen worstelt, worden er vaak hele mooie dingen mogelijk. Je vloekt, je denkt: o nee, wat moet ik nu doen, dit is onaangenaam. Maar eigenlijk is het een geschenk. Voilà.

Artikel in Trouw over Hypatia-prijs

“Tinneke Beeckman wint Hypatia-prijs met filosofieboek over Machiavelli: ‘Een geweldige eer’”, door Maaike van Houtem, 28 mei 2022.

De Vlaamse filosofe Tinneke Beeckman heeft de Hypatia-prijs gewonnen met haar boek Machiavelli’s lef. Deze prijs gaat om de twee jaar naar een vrouw die het beste filosofieboek heeft geschreven. Eerder wonnen Eva Meijer en Monica Meijsing de in 2018 ingestelde prijs.

“Ik vind dit een geweldige eer”, zegt Beeckman (45), die schrijft voor De Standaard en lid is van het filosofisch elftal van Trouw. “Het is mooi als je zo’n prijs wint met een boek over een man die het gesprek aangaat met de klassieken, in een tijd waarin de vrouw een minder openbare rol had.”

De jury noemt haar boek urgent en prikkelend, en prijst de originele manier waarop Beeckman Machiavelli’s ideeën over vrijheid uiteenzet. Ze benoemt, vindt de jury, een andere kant van de veelzijdige Italiaanse filosoof die iedereen denkt te kennen. Ook laat de in politiek gespecialiseerde filosofe zien hoe actueel en relevant Machiavelli nog is, aldus de jury onder voorzitterschap van Annemie Halsema.

De Nederlands-Vlaamse tak van de Society for Women in Philosophy heeft de prijs in het leven geroepen om vrouwelijke filosofen in de schijnwerpers te zetten. De prijs is vernoemd naar Hypatia, een Griekse filosofe uit de vierde eeuw.”

‘Is het onderscheid tussen links en rechts gedateerd?’, interview over Franse verkiezingen voor Trouw, 14 april 2022

Dit interview verscheen in Trouw, op 14 april 2022, door Maurice van Turnhout.

In het Filosofisch Elftal legt Trouw een actuele vraag voor aan twee filosofen uit een poule van elf. Vandaag: past de politieke strijd tussen Macron en Le Pen nog in de traditionele tegenstelling tussen links en rechts?

De links-rechts-tegenstelling is in Frankrijk niet langer leidend,’ zo luidde een analyse van de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen maandagochtend in deze krant. De sociaal-liberale president Emmanuel Macron en zijn nationalistische uitdager Marine Le Pen kwamen als winnaars uit de bus. Allebei beweren ze van zichzelf dat ze de links-rechts-tegenstelling overstijgen: ni droit, ni gauche.

Analyses over het verdwijnen van de links-rechts-tegenstelling waren de afgelopen decennia ook na Nederlandse verkiezingsuitslagen niet van de lucht. Is die tegenstelling voltooid verleden tijd in de Europese politiek?

Oorspronkelijk stamt het onderscheid tussen ‘links’ en ‘rechts’ uit het Franse parlement, waar in de tijd van de Franse Revolutie de conservatieve monarchisten rechts van de voorzitter zaten en de progressieve republikeinen links.

“Tijdens de Dreyfusaffaire, rond 1900, verscherpte die links-rechts-tegenstelling zich,” zegt Tinneke Beeckman, filosoof en columnist. “De Joodse luitenant Alfred Dreyfus werd ten onrechte beschuldigd van landverraad. Na zijn veroordeling schreef Émile Zola zijn beroemde krantenartikel met de titel J’Accuse. Hij koos daarin de positie van de republikeinen uit de Franse Revolutie: alle burgers hebben gelijke rechten, dus elke burger heeft het recht om na een valse beschuldiging de staat aan te klagen. Tegelijkertijd kaartte Zola de uitbuiting van arbeiders door het kapitalisme aan.”

Zo vielen bij Zola het linkse politieke verhaal over gelijke rechten en het linkse economische verhaal over anti-kapitalisme samen, zegt Beeckman. “Tegenover Zola stonden de rechtse reactionaire krachten, die nostalgisch waren naar de dagen van het ancien régime, toen politieke macht nog was gebaseerd op privileges, tradities en religie. Tijdens de laatste verkiezingsronde werd het links van Zola vertegenwoordigd door de socialist Jean-Luc Mélenchon, terwijl kandidaat Éric Zemmour zich opstelde als rechts-reactionair.”

Uiteindelijk zijn het niet Mélenchon en Zemmour die in de tweede ronde van de verkiezingen op 24 april de degens kruisen, maar Macron en Le Pen. “Zij combineren allebei linkse en rechtse posities,” vervolgt Beeckman. “Dat kan tot verwarring leiden. Le Pen probeert de arbeidersklasse economisch aan te spreken, de traditionele achterban van links.”

Frank Ankersmit, emeritus-hoogleraar intellectuele geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen, vult aan: “Traditioneel-links is in Frankrijk gedecimeerd, vandaar dat er in die hoek voor Le Pen een wereld te winnen valt. Ze profiteert ervan dat Macron niet bepaald overkomt als iemand die pal staat voor de ‘verworpenen der aarde’, zoals het heette in het oude strijdlied van de linkse arbeidersbeweging. Macron wordt gezien als de president van de rijken, niet geheel ten onrechte.”

Beeckman: “Le Pens achterban zit grotendeels op het platteland, waar mensen vaak sociaal conservatief zijn maar economisch gezien voorstander van overheidsingrijpen. Macron biedt precies het tegenovergestelde. Op sociaal vlak is hij links, denk aan bijvoorbeeld homorechten en het recht op abortus, maar hij voerde de afgelopen vijf jaar ook een liberaal economisch beleid met nadruk op individualisme en promotie van het bedrijfsleven. Macron vertegenwoordigt het midden, het is moeilijk te zeggen waar hij nu precies voor staat. De tegenstelling tussen hem en Le Pen draait niet zozeer om links tegen rechts, meer om de vraag: ben je voor of tegen globalisering? Le Pen stelt zich op als nationalistisch, sterk tegen de Europese Unie. Haar kiezers voelen zich door een internationaal georiënteerde politicus als Macron in de steek gelaten, ze hebben het gevoel dat ze hun identiteit verliezen in een geglobaliseerde wereld.”

Ankersmit: “Dat verlies van identiteit heeft alles te maken met hoe linkse partijen vanaf eind vorige eeuw met migratie zijn omgaan. Links zag immigranten als verworpenen der aarde, maar had te weinig oog voor haar traditionele electoraat. Het arbeidersproletariaat zag immigranten als concurrenten en trok vervolgens de identitaire kaart, in Nederland bijvoorbeeld door op de partij van Pim Fortuyn te stemmen. Links heeft zichzelf in de voet geschoten door die oude achterban te negeren, ook in Frankrijk.”

Beeckman: “Er wordt nu gevreesd dat kiezers van de socialist Mélenchon in de tweede ronde van de verkiezingen over zullen lopen naar Le Pen. Net als in de jaren dertig van de vorige eeuw is er op de flanken van zowel links als rechts een afkeer van de geglobaliseerde, liberaal-kapitalistische elite. In de dertiger jaren deed Erich Fromm sociologisch onderzoek naar kiezers uit de arbeidersklasse. Fromm bestudeerde in wat voor huizen ze woonden, hoe ze zich kleedden en gedroegen. En wat bleek? Mensen die sterk op elkaar leken qua waarden en levensstijl werden soms door extreem-links aangesproken en soms door extreem-rechts, afhankelijk van hoe het politieke verhaal aan ze verteld werd.”

Ankersmit: “Ja, die extremen raken elkaar meer dan je op inhoudelijke gronden zou verwachten. Tegenwoordig lijken kiezers narrig te zijn geworden, ze willen zich afzetten tegen wat middenpartijen als redelijk en fatsoenlijk beschouwen. Het maakt ze niet uit of die radicale reactie van links of van rechts komt. Ook in de Verenigde Staten zie je die verontrustende tendens. Robert Putnam schreef twintig jaar geleden het boek Bowling Alone, over de versplintering van de Amerikaanse sociale orde. Door sterk toegenomen individualisering kregen kiezers het idee dat ze nergens meer toe behoren en dat er niemand meer voor hen opkomt. Dan is het wachten op een sterke man als Donald Trump, die aan zulke gevoelens appelleert.”

Beeckman: “In mijn thuisland België maken de communisten nu een comeback, soms peilen ze al op 10 procent. Volgens mij bewijst het dat mensen hongerig zijn naar meer ideologische aanscherping. Ze willen zich graag identificeren met een bepaalde groep, en daar is ook helemaal niets mis mee. Met een middenpositie misken je dat er een ideologische tegenstelling tussen links en rechts bestaat, schreef de Belgische filosoof Chantal Mouffe. Een centrumpolitiek als die van Macron doet het volk op de langere termijn meer kwaad dan goed. Je probeert extremen te vermijden, maar daarmee komen die extremen juist aan de flanken op.”

Ankersmit: “Daar ben ik het volmondig mee eens. Als we in Nederland ons honderdvijftig jaar oude stelsel van partijpolitiek willen behouden is het absoluut noodzakelijk om weer scherper te profileren op links en rechts. Wie weet nog waar het CDA voor staat, of de VVD? Zonder politiek ideaal heeft een partij geen bestaansrecht. De Tweede Kamer is een toneelspel, waar politici als acteurs de rol van hun achterban vertolken. En dan moet je ook vanuit de engelenbak kunnen zien of de spelers van links of van rechts opkomen.”

In het Filosofisch Elftal legt Trouw een actuele vraag voor aan twee filosofen uit een poule van elf. Lees hier eerdere afleveringen terug.

“Wat als coronavirus een blijvertje blijkt?” interview Trouw

Voor het ‘Filosofisch Elftal’ in Trouw interviewde Alexandra van Ditmars me, samen met Bas Haring. Dit verscheen in Trouw op donderdag 9 december 2021.

Wat als het coronavirus een blijvertje blijkt?

Het Filosofisch Elftal geeft gehoor aan de oproep om na te denken hoe het coronavirus ons leven op de lange termijn beïnvloedt. ‘We moeten leren op een andere manier tegenover de natuur te staan en in te zien dat onvoorspelbaarheid bij het leven hoort.’Alexandra van Ditmars 9 december 2021

De regering moet een nationale denktank opzetten die nadenkt over hoe om te gaan met het coronavirus op de lange termijn, zei Femke Halsema afgelopen weekend in Buitenhof. De Amsterdamse burgemeester denkt daarbij niet alleen aan voorstellen die betrekking hebben op de zorg, maar ook op de economische en sociale gevolgen. Voorstellen formuleren voor de komende een à twee jaar kan de bevolking volgens haar ‘het noodzakelijke perspectief geven’, omdat ze dan weet dat ‘we verder nadenken over hoe het leven fijner en van betere kwaliteit wordt, ongeacht covid’. Het Filosofisch Elftal buigt zich alvast over deze vraag. Wat is er nodig om als burgers een goed leven te leiden in een land met corona, ongeacht de besmettingscijfers?

“Een van de dingen die je kunt doen is meer inzetten op preventie in de gezondheidszorg”, zegt filosoof en columnist Tinneke Beeckman. “Mensen met onderliggende aandoeningen belanden door corona in het ziekenhuis, maar vaak ook mensen met bijvoorbeeld overgewicht. Aan het begin van de pandemie werd nog wel gezegd dat het van belang is dat we bewegen, gezond eten, een vast ritme aanhouden. Maar daar hoor je nu bijna niemand meer over, terwijl een gezonde levensstijl ervoor zorgt dat je het virus fysiek beter aankunt en ook bevorderend werkt voor de mentale gezondheid. Bovendien is het een advies dat de farmaceutische industrie niet dient. Onder anderen antivaxxers wantrouwen die kapitalistische industrie, en daardoor ook de huidige maatregelen. Door op iets te wijzen wat voor iedereen beter is en losstaat van de farmaceutische wereld creëer je de gelegenheid om als overheid de band met de burger te herstellen.”

Het is verstandig om op een andere manier te gaan leven

“Inzetten op vaccinatie is ook een vorm van preventie”, reageert Bas Haring, filosoof en bijzonder hoogleraar publiek begrip van de wetenschap aan de Universiteit Leiden. “En daar hoor je juist heel veel over. Maar naast het denken op kortere termijn dat zich richt op hoe de cijfers ervoor staan en of we modellen als 2G moeten invoeren is er inderdaad ook een langetermijnvisie nodig. In literatuur en film zien we vaak het belang van een wijs iemand die niet meegaat in de waan van de dag en zaken vanuit een breder perspectief overdenkt. Denk aan Merlijn bij King Arthur, Yoda in Star Wars of Gandalf in Lord of the Rings. Een denktank kan een soortgelijke rol vervullen. Het is verstandig om op een andere manier te gaan leven in de komende jaren. Neem onze omgang met dieren. We weten dat covid-19 een zoönose is, een infectieziekte die van dier op mens kan overgaan. Toch houden we nog steeds vaak veel dieren op elkaar en wonen we er ook nog eens vlakbij, bijvoorbeeld in Brabant. Ook is het misschien tijd om ons begrip van solidariteit te verbreden. Het zou goed kunnen dat de omikronvariant een gevolg is van dat er in Zuid-Afrika weinig is gevaccineerd. Bij de inkoop van vaccins dachten westerse landen vooral aan hun eigen bevolking en niet aan andere landen. Nu merken we: de manier waarop wij nadenken over solidariteit is te beperkt, en we hebben ook nog eens onszelf daarmee.”blob:https://tinnekebeeckman.wordpress.com/7ae68450-c4cf-46cc-8095-4fdca6faff34https://acdn.adnxs.com/dmp/async_usersync.html

Beeckman: “We hebben te maken met een onzichtbaar monster. Doorgaans overheersen we de natuur zo dat we er niet meer aan gewend zijn als dat niet lukt. Er gaat veel aandacht uit naar het herwinnen van de controle: het virus moet verslagen worden, daarvoor moeten wij ons focussen op wetenschap en techniek, en dan zullen we als heer en meester uit de strijd komen. We moeten leren om op een andere manier tegenover de natuur te staan en in te zien dat onvoorspelbaarheid bij het leven hoort. Het is fantastisch dat we vaccins kunnen ontwikkelen, maar die geven geen volledige controle: ze kunnen bijvoorbeeld niet bestand zijn tegen nieuwe varianten. Machiavelli, een Italiaanse filosoof uit de vijftiende eeuw, wees erop dat het lot nooit helemaal te beheersen valt, maar deels wel in goede banen te leiden valt. Je moet zoveel mogelijk proberen te doen, maar ook aanvaarden dat er dingen gebeuren die je niet kunt beheersen en daar zonder berouw – en zonder anderen de schuld te geven – tegenover staan. Dat laatste punt is ook van belang met betrekking tot corona, want we wijzen graag beschuldigend naar ongevaccineerden, de overheid of andere landen.”

Het botst met ons idee dat we de vrijheid hebben precies te leven zoals we willen

Haring: “Dankzij wetenschappelijke kennis is de wereld wel voorspelbaarder geworden. De situatie had er heel anders uitgezien als we niet binnen een jaar een vaccin hadden ontwikkeld. Maar acceptatie van het feit dat dingen ons nu ook eenmaal overkomen is inderdaad van belang, en dat is lastig in deze maatschappij waarin sprake is van een drang naar controle en perfectie. Het botst ook met ons idee dat we de vrijheid hebben om ons leven precies te leven zoals we willen – dat blijkt nu toch wat anders te liggen.”

Beeckman: “We mogen ons ook anders verhouden tot vrijheid en burgerschap. Vrijheid draait niet alleen om het individuele verlangen om te doen wat je wil, waarbij je denkt: als ik iets wil, wie heeft dan de legitimiteit om mij daarin te belemmeren? Deze negatieve vrijheid is nu wel dominant. Toen het onverwachte zich aandiende – in de vorm van een pandemie – werd een appel gedaan op een soort burgerschap dat niet meer duidelijk besproken wordt: dat je als burger dingen moet doen die haaks staan op wat jij individueel wilt, bijvoorbeeld geen feestjes geven. Dat wordt nu gezien als onvrijheid. Terwijl je vanuit Machiavelli ook kunt denken aan het republikeinse burgerschap, waarbij je vrij bent dankzij het feit dat je lid bent van een gemeenschap, waarin zaken als onderwijs en gezondheidszorg jouw leven juist mogelijk maken.”

“Ja, aftreden is symbolisch, maar daarom niet minder belangrijk”, Trouw, 7 januari 2021.

Met de spectaculaire gebeurtenissen in de Verenigde Staten – Trump-aanhangers die het Capitool bestormen op 6 januari 2021 – verdwijnen andere crises een beetje op de achtergrond. Die in Nederland rond premier Rutte en de toeslagen-affaire, bijvoorbeeld.

Op donderdag 7 januari was ‘aftreden’ het thema van het Filosofisch Elftal in Trouw. Alexandra van Ditmars interviewde Frank Ankersmit en mezelf over de vraag of premier Rutte kan aanblijven.

“FilosofischElftal

Ja, aftreden is symbolisch, maar daarom niet minder belangrijk

Door de toeslagenaffaire zou het kabinet vlak voor de eindstreep kunnen stranden. Heeft dat wel zin? Het Filosofisch Elftal buigt zich over de kunst van het aftreden.Alexandra van Ditmars7 januari 2021

Morgen praat de ministerraad weer over de toeslagenaffaire. De grote vraag blijft: treedt het kabinet af of niet? De VVD-fractie lijkt te koersen op het aanblijven van het kabinet. Klaas Dijkhoff (VVD) zei eerder op Radio 1 dat “aftreden, vlak voor de verkiezingen, een gebaar van hoog symbolische waarde” is. Maar is aftreden niet altijd een symbolisch gebaar? Gaat het daar niet juist om? En als je nu aftreedt en je vervolgens in maart weer verkiesbaar stelt, neem je de daad van het aftreden dan wel serieus? Het Filosofisch Elftal buigt zich over de vraag wat aftreden eigenlijk precies is.

“Aftreden is inderdaad altijd een symbolische daad”, zegt Frank Ankersmit, emeritus-hoogleraar intellectuele geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. “Voor het beleid zal het immers niet meer uitmaken; de gedupeerden hebben er concreet niets aan. Maar dat het iets symbolisch is, is nog geen reden om het niet te doen. Symboliek kan ontzettend waardevol zijn, zo ook nu. Als het kabinet aftreedt, geeft het daarmee aan: wij begrijpen dat we het vertrouwen van de Tweede Kamer verloren hebben. Aftreden is een schuldbekentenis, de ernst onder ogen zien van wat je gedaan hebt, en inzien dat dat dermate erg is, dat je je niet gerechtvaardigd voelt om door te gaan met je beleid. Zowel ethisch als politiek is het essentieel om die verantwoordelijkheid serieus te nemen. Alleen al fatsoenshalve lijkt het mij daarom dat de regering verplicht is om af te treden.”

“Aftreden is meer dan een symbolische daad”, reageert filosoof en columnist Tinneke Beeckman. “Het maakt onderdeel uit van een gezond politiek klimaat, en is daarmee cruciaal voor de democratie. Het commentaar van Dijkhoff laat zien dat hij verwacht dat burgers meegaan met de redenering vanuit het perspectief van de machthebbers: maakt het nog wel uit of we aftreden, er zijn toch bijna weer verkiezingen? Maar daar gaat het niet om. Ministers ontslaan is feitelijk de enige sanctie die er bestaat in een democratie. Het voordeel van een democratie tegenover andere systemen is dat je een roulatie hebt van de macht; machthebbers kunnen gedwongen worden tot ontslag wanneer ze het algemeen belang beschadigen. En dat is nu gebeurd. Mensen zijn hun huis kwijtgeraakt, soms zelfs hun kinderen, zijn depressief geraakt, jarenlang onterecht niet geloofd – het is werkelijk verschrikkelijk. Als je vervolgens als politicus aftreden trivialiseert als ‘slechts iets symbolisch’, geeft dat de indruk dat we te maken hebben met een politieke klasse die vooral uit is op het behoud van haar eigen machtspositie en die geen verantwoordelijkheid wil nemen.”

Ankersmit: “Daar lijkt het inderdaad op. In een interview in NRC antwoordde Rutte op de vraag of hij de toeslagenaffaire als een smet op zijn premierschap ziet, dat hij daar nog over na moest denken. Terwijl de toeslagenaffaire het ergste is wat er gebeurd is in het Nederlands openbaar bestuur sinds vele jaren. In het rapport erover staat dat de overheid gezondigd heeft tegen het staatsrecht. En dan moet de baas van ons kabinet nadenken over of dit een smet is op zijn loopbaan. Natuurlijk is het dat! Want hij is eindverantwoordelijk; dat is simpelweg hoe ons staatsrecht werkt. Het Nederlandse volk heeft Rutte toevertrouwd verantwoordelijk te zijn voor een goede uitvoering van het beleid ten behoeve van de Nederlandse burger en natie. En het kabinet is tekortgeschoten in die uitvoering. Dat is geen kleinigheid voor wat wij de ‘uitvoerende macht’ noemen.”

Beeckman: “Vergeet ook niet dat de Tweede Kamer meermaals foutief geïnformeerd is. Daardoor kon de wetgevende macht haar controlerende functie niet uitoefenen, terwijl die grondwettelijk cruciaal is. De Nederlandse rechtsstaat is gebaseerd op de scheiding der machten, de trias politica van de Franse filosoof Montesquieu. Twee van de drie machten blijken nu niet goed gefunctioneerd te hebben. Als je dat als politicus relativeert door niet af te treden, wil je wel de voordelen van de macht, maar niet de potentiële nadelen die erbij horen.”

Ankersmit: “Bij aftreden is er ­altijd sprake van een paradox: als het ka­binet aangeeft af te treden, zullen burgers dat aftreden minder nodig vinden, en vice versa. Aftreden is een schuldbekentenis waarmee bestuurders duidelijk maken dat ze de ellende die ze hebben veroorzaakt werkelijk onder ogen zien. Als het kabinet aangeeft af te treden, zal men daarom eerder geneigd zijn te zeggen: ze snappen het, dus dan mogen ze eigenlijk wel blijven; we kunnen verwachten dat ze het in het vervolg anders zullen doen. Als ze niet aftreden, dan bewijst het dat ze nog steeds niet in de gaten hebben wat ze allemaal veroorzaakt hebben. Waardoor mensen juist geneigd zullen zijn om te zeggen: nu moeten ze aftreden! Met aftreden neem je je verantwoordelijkheid en toon je integriteit. Als je dat eenmaal gedaan hebt, mag je weer meedoen: je kunt dus prima eerst aftreden en je vervolgens weer verkiesbaar stellen.”

Beeckman: “Juridisch mag dat inderdaad, maar wat voor signaal stuur je daarmee? Aftreden moet je altijd zien in de context van de tijd waarin je leeft. Er zijn nu allerlei complottheorieën waarin politici worden afgeschilderd als corrupt. Dat geeft blijk van een enorm wantrouwen jegens de politiek. Die complottheorieën zijn grote onzin, maar de toeslagenaffaire is dat niet: er is daarbij wel degelijk sprake van een kabinet dat burgers jarenlang onterecht benadeelde en daarover loog. En de andere staatsinstellingen waren blijkbaar niet in staat die onschuldige burgers te beschermen. Vanuit deze situatie kun je alleen maar hopen dat politici beseffen dat ze een duidelijk signaal moeten afgeven om het vertrouwen van de bevolking in de politiek te herstellen. En dat kan door af te treden en plaats te maken voor nieuwe mensen.”

Dit artikel verscheen op donderdag 7 januari 2021 in Trouw.

Interview in Trouw: ‘Hét gevaar van onze tijd? Dat iedereen in zijn eigen waarheid gelooft’, op 30 okt. 2020.

“Politici die onderweg naar de Tweede Kamer door agressieve activisten voor ‘kinderverkrachter’ worden uitgemaakt. Bezorgde burgers die vrezen dat bij corona-vaccinaties een chip wordt ingebracht, waarmee Bill Gates ons overal kan volgen. De NOS die voortaan het logo van hun busjes verwijdert, na aanhoudende bedreigingen. Voor de Vlaamse filosofe Tinneke Beeckman is het een extra gekke gewaarwording om naar nieuws over Nederland in 2020 te kijken. Extra gek, omdat zij vijf jaar geleden precies deze opmars van complotdenken voorspelde. 

Nog voordat termen als nepnieuws en post-truth gemeengoed waren, beargumenteerde Beeckman in haar boek Macht en onmacht dat hét onderliggende probleem van de samenleving is dat we massaal zijn gaan geloven dat ‘iedereen zijn eigen waarheid heeft.’ Ze schreef dat de waarheid in ‘levensgevaar’ verkeert, dat we weg moeten van het vage postmoderne denken waarin alleen maar interpretaties bestaan, en terug naar het Verlichtingsideaal van streven naar gedeelde feiten. Nee, niet iedereen heeft zijn eigen waarheid, dat zou elk gesprek of zoektocht naar common ground onmogelijk maken. Iedereen heeft perspectieven op de waarheid, en hoe meer we die met elkaar delen en in gesprek gaan, hoe beter het maatschappelijke gesprek, bepleitte Beeckman destijds.

Haar boodschap lijkt nu urgenter dan ooit.

Hoe verklaart u de populariteit van complottheorieën tijdens de coronacrisis?

“Ik denk dat mensen bij grote gebeurtenissen op zoek gaan naar grote oorzaken. Dat is altijd al zo geweest. Spinoza beschreef in de zeventiende eeuw al hoe pandemieën een enorm gevoel van angst en onzekerheid teweeg brengen. Zo’n pandemie is eigenlijk te groot om te begrijpen. Dat kan voor ons gevoel eigenlijk niet komen door toeval, of door natuurlijke omstandigheden, zoals het eten van vleermuizen. Er moet haast een soort machinatie achter zitten: een groter plan dat het in werking heeft gezet. In de zeventiende eeuw had je vaak theologische machinaties: het is de straf van God. Dat kan nu niet meer. Dus komt de oorzaak te liggen bij wie macht heeft: de politiek, big business, de farma-industrie of iemand als Bill Gates.”

“Telkens wanneer grote dingen gebeuren, zoals een oorlog of pandemie, zijn mensen bereid te lijden of het moeilijk te hebben. Maar ze willen wel weten waarom. Ze nemen er geen genoegen mee dat het zo doelloos lijkt. Dat het eigenlijk maar toeval en chaos is. Veel complottheorieën geven een structuur in die chaos. Houvast. De duidelijkheid van: eigenlijk is het de overheid of Bill Gates die aan de touwtjes trekt.”

Het is makkelijk om in een eigen bubbel te belanden, met Youtubevideo’s die vooral bevestigen wat kijkers al denken of juist steeds extremere content aanbieden om ze op het platform te houden. Waarom is het volgens u zo gevaarlijk als mensen in ‘hun eigen waarheid’ geloven?

“Omdat het probleem voor elke menselijke geest precies zit in het onderscheiden wat de feiten zijn, en om daarin vooral tegen jezelf te kunnen denken. Dat is echt denken. Niet alleen op zoek gaan naar de bevestiging van je gelijk of wat je emotioneel aanspreekt. Maar willen zien dat je het misschien bij het verkeerde eind hebt. Die algoritmes van bijvoorbeeld Youtube maken dat moeilijk, omdat je informatie voorgeschoteld krijgt die aansluit op de theorieën die je al gelooft. Youtube en Facebook verdienen met wat de meeste ophef maakt, wat zorgt voor een nieuwe kapitalistische ontsporing van alles wat met waarheid en feiten te maken heeft.”

“Mijn tip: probeer niet te denken vanuit angst, want dat is juist waar veel complottheorieën op inspelen. Spinoza waarschuwde al voor charlatans en zwendelaars die misbruik maken van de wanhoop die voortkomt uit leed en tegenslag. Volgens mij lijkt dat mechanisme, die gevoeligheid voor bijgeloof, op hoe mensen nu zo open staan voor complotten. Maar wees kritisch, vooral naar jezelf dus.”

Tegenwoordig wordt je pas als kritisch denker gezien als je een argwanend denker bent, signaleerde u eerder. Wat is precies het verschil tussen die twee?

“Argwaan is niet voldoende voor kritisch zijn. Argwanende denkers gaan ervan uit dat 9/11 een inside job was. Ik vind ook niet dat we politici op hun blauwe ogen moeten vertrouwen. Ik zeg ook: denk voor jezelf, geloof nooit zomaar autoriteits- of gezagsargumenten. Maar als je argwanend bent, twijfel je vanaf het begin aan de goede trouw van de ander. Dat is het fundamentele verschil. Ik zou zeggen: wees kritisch op politici – presenteren ze de juiste feiten? laten ze zich niet in de luren leggen door lobbygroepen? – maar gebruik daarvoor de methodologie van de feiten. Vertrek niet vanuit het idee dat iedereen in de Tweede Kamer fundamenteel ter kwade trouw is.”

Veel complotdenkers vinden elkaar in hun wantrouwen naar de overheid, bedrijven, wetenschappelijke instituten en de media. Is dat wantrouwen dan onterecht?

“Soms zit er kritiek in verscholen die wel degelijk hout snijdt. Neem bijvoorbeeld Bill Gates. Ik ben dankbaar dat hij zijn fortuin wil aanwenden om de productie van een vaccin te faciliteren en het goedkoop te houden. Maar eigenlijk is het niet normaal dat dit van de goodwill van één superrijke of een paar superrijken afhangt, terwijl ze voor hun keuzes geen politieke verantwoordelijkheid hoeven af te leggen. Het lijkt me ongezond dat we in een economisch model zitten waarin een paar economische winnaars cruciale politieke beslissingen nemen. Bill Gates kan het goede willen, maar andere miljardairs doen dat misschien niet. ”

“In die zin is het begrijpelijk dat Gates een doelwit van complotdenken is, dat hij iedereen met chips zou willen vaccineren. Voor de groep die het gevoel heeft dat zij niets te zeggen hebben, ligt de fantasie van de almachtig elite voor de hand, die ook ten kwade alles kan bepalen. De onmacht die complotdenkers voelen sluit aan bij een reëel probleem. Alleen is het complot daarop geen antwoord.”

U zegt: het is van cruciaal belang om met z’n allen een gedeelde waarheid te erkennen. Waarom eigenlijk?

“Neem bijvoorbeeld klimaatopwarming. Je moet erkennen dat het er is, dat het feitelijk aantoonbaar is, en dan nog kan je verschillen over wat je moet doen. Hoe je de economie organiseert, het vervoer, levensstijl, voeding. Je kan hierover van mening verschillen. Maar als je zegt: klimaatverandering is een hoax, dan heb je een probleem. Want dan kan je niet eens meer debatteren over welke middelen je moet gebruiken om het probleem op te lossen. Hetzelfde geldt voor de pandemie. Je kan compleet verschillen van opvatting over welke maatregelen er genomen moeten worden, en zelfs óf er maatregelen genomen moeten worden. Maar ontkennen dat de pandemie er is, en al je energie steken in gekke theorieën over een onderdrukkende elite, is contraproductief.”

Tien procent van Nederland gelooft dat er rond corona vieze spelletjes gespeeld worden. Dat zijn niet allemaal harde complotdenkers. Hebben de ‘alternatieve feiten’ en een steevast liegende Trump ons in de war gebracht, of is dit het gevolg van een veel langer proces? 

“Ik denk dat het een langer proces is. Er wás al een grote voedingsbodem, met het postmoderne idee dat wat in een samenleving geldt als waar, slechts de interpretaties zijn die een machtsstrijd overleefd hebben. Dat idee is aan het eind van de vorige eeuw door volgers van Foucault dominant geworden. Als waarheid het gevolg is van macht, dan is er ook altijd een onderdrukt idee dat niet aan bod komt. Die evengoed een soort waarheid heeft, maar waarvan de aanhangers niet de middelen hebben om het als waar te doen gelden. Precies dit hebben complotdenkers overgenomen. Ze geloven in een elite die de macht heeft om alles te manipuleren, en die het volk kan bedriegen en verraden.”

“Wat het ingewikkeld maakt, is dat de verdrongen stem, de stem die niet aan bod mag komen, volgens deze redenering niet alleen de ware stem is, maar ook de moreel superieure stem. Dat gevoel zie je bijvoorbeeld ook bij rapper en complotdenker Lange Frans. Hij spreekt op zijn Youtubekanaal [inmiddels door Youtube verwijderd, red.] vanuit een underdogpositie. Juist dat hij niet serieus wordt genomen door journalisten en academici, is precies de aantrekkingskracht voor zijn volgers.”

“In de jaren ’90 gold een geloof in de vooruitgang van de liberale democratie. Maar na 9/11 en na de economische crisis van 2008 kantelde dat. Het optimisme is weg. Mensen hebben minder vertrouwen in elkaar, de overheid en media. Dan is het aantrekkelijk je te identificeren met zo’n underdog die opstaat tegen het systeem. Volgens mij is het herstellen van dat vertrouwen het allerbelangrijkste dat we kunnen doen tegen complotdenken. Hoe precies weet ik als filosoof niet, maar daar ligt wel de kern van het probleem.”

In het item van Arjen Lubach over de ‘fabeltjesfuik’ van Youtube, het algoritme waardoor complotdenkers in een spiegelpaleis van hun eigen ideeën belanden, zegt iemand: ‘Ik geloof niet in feiten.’ Gaat dat een stap verder dan ‘iedereen heeft zijn eigen waarheid?

“Ik denk dat het nóg meer laat zien dat sociale media, filterbubbels en Youtube-algoritmes kunnen leiden tot een vervreemding van de werkelijkheid. Je kan elke video aanklikken, lijkt het idee, en zelf bepalen in welke realiteit je wilt leven. Terwijl er wel degelijkheid een gedeelde werkelijkheid bestaat: ga bijvoorbeeld maar eens kijken in een ziekenhuisafdeling die vol ligt met coronapatiënten. Misschien zou het helpen om ‘activisten’ die de wet overtreden met het bedreigen of belagen van politici, zoals in dat Lubach-item te zien was, op de een of andere manier weer meer bij de werkelijkheid betrekken. Om ze uit hun bubbel te halen, en eens verplicht in die ziekenhuizen langs te laten gaan.”

Het is niet bewezen dat er meer complotdenkers zijn dan bijvoorbeeld honderd jaar geleden. Is het niet een fenomeen van alle tijden dat simpelweg bij de maatschappij hoort?

“Ja. Maar wat onze tijd echt anders maakt, is de tegenwoordig geaccepteerde gedachte: ik heb mijn eigen waarheid. Daar zit ook een soort narcistische component in, waar ik me zorgen over maak. Het narcisme zit erin dat je niet vatbaar bent voor de realiteit buiten jou, en alleen nog maar wil erkennen wat jou goed uitkomt. Je ziet het ook met Trump en zijn leugens: mensen worden beloond voor de mate waarin ze een succesvol, glorieus beeld van zichzelf kunnen opleggen, ondanks wat ze in realiteit presteren. Dat is ook het gevolg van het loslaten dat er zoiets bestaat als ‘de waarheid’ waar we allemaal over kunnen praten of aan kunnen bijdragen. Mensen nemen zichzelf als belangrijkste criterium voor waarheid. Terwijl die algoritmes van bijvoorbeeld Youtube er dus voor zorgen dat kijkers juist zien wat ze al geloven.”

Heeft u tips voor lezers die in gesprek willen gaan met complotdenkende naasten?

“Wees empathisch. Probeer dieper te graven naar welke motieven erachter zitten. In de VS sprak een sociologe Trumpaanhangers door de het hele land vanuit de vraag: wat motiveert u? Ze schreef er een mooi boek over, Strangers in their Own Land, waarin je als lezer een nieuw begrip krijgt voor het gevoel dat bij veel erg conservatieve Amerikanen leeft, het gevoel van de American Dream die niet is waargemaakt. Dat gevoel bestaat niet alleen in de VS. Dus probeer te luisteren naar wat er achter het verlangen naar complotdenken zit.”

U schreef eerder een boek over uw held Spinoza. Wat zou zijn tip zijn voor Nederland anno 2020?

“Ik denk ook om niet alleen rationalistisch naar de inhoud van ideeën van anderen te kijken, maar op zoek te gaan naar de motieven, gevoelens en passies die erachter liggen. Veel complotdenkers zijn eigenlijk zeer betrokken burgers: ze steken enorm veel energie in wat in hun ogen het goede is voor de maatschappij. Probeer mét die passies te werken, zou Spinoza denk ik zeggen, en niet tegen die passies.”

Dit interview door Maarten Van Gestel verscheen in Trouw, op 30 oktober 2020.

“Kan je lijden vergelijken?” Interview voor ‘Filosofisch Elftal’, Trouw, 15 okt. 2020

Alexandra van Ditmars vroeg aan Thijs Lijster en mezelf of je de nadelen van de coronapandemie kan vergelijken. Dit artikel verscheen in Trouw.

“Mag je een geannuleerde herfstvakantie vergelijken met hongersnood?

Twee problemen van totaal verschillende orde: de armoede neemt toe, en het wordt moeilijk om in deze tijden op zonvakantie te gaan. Mag je groot leed en klein leed met elkaar vergelijken?Alexandra van Ditmars, 15 oktober 2020, 14:18

De coronacrisis doet armoede groeien. Door de pandemie neemt het aantal mensen dat in extreme armoede leeft voor het eerst in twintig jaar toe, maakte de Wereldbank bekend. Naar verwachting stijgt het aantal mensen onder de extreme armoedegrens dit jaar met minstens 88 miljoen, wat in 2021 op kan lopen tot 150 miljoen.

En in eigen land opende het Rode Kruis deze week gironummer 7244 om voedselhulp aan duizenden mensen in Nederland te bekostigen. Het gaat om mensen die geen fatsoenlijke maaltijd meer op tafel kunnen zetten, omdat ze vanwege Covid-19 niet langer een inkomen hebben.

Naast dit grote leed is er ook sprake van veel kleiner leed. Mensen maken zich zorgen of ze nog wel op zonvakantie kunnen, en of geplande feesten door kunnen gaan. Hoe begrijpelijk die zorgen wellicht ook zijn, het contrast is in de coronacrisis soms wel erg schril. Hoe vind je balans tussen je eigen leed en dat van anderen, die het veel erger hebben?

Thijs Lijster, universitair docent kunst- en cultuurfilosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen: “Als mensen balen omdat ze onverwachts de herfstvakantie in eigen land doorbrengen, is mijn eerste reactie: dit is een eerstewereldprobleem. Oftewel, een probleem dat in het niet valt als je het vergelijkt met de ernstige problemen die mensen hebben in armere delen van de wereld. En ook in ons land zijn er mensen die voor hetere vuren staan, zoals een ouder die geen geld heeft om boodschappen te doen. In vergelijking daarmee kun je treuren om een verloren vakantie afdoen als geprivilegieerd gezeur. Maar de nieuwe essaybundel ‘Intimations’ van Zadie Smith laat zien dat dit niet helemaal terecht is. Smith stelt dat leed zich moeilijk laat vergelijken. ‘Lijden heeft een absolute relatie tot het lijdende individu’, schrijft ze. Er zit een bepaalde particulariteit in elk lijden: het is alsof het op maat gemaakt is voor een specifiek persoon. Daardoor is het onjuist om het lijden van een ander zomaar weg te wuiven. Denk aan de depressieve popster. Het feit dat iemand rijk en succesvol is, maakt zijn leed nog niet minder ernstig. Het kan iemand net zo goed verwoesten. Je kunt leed in perspectief plaatsen – een geannuleerde herfstvakantie is aanzienlijk minder erg dan hongerlijden – maar niet werkelijk vergelijken.”

“Toch is er wel een ondergrens”, reageert filosoof en columnist Tinneke Beeckman. “Je lijdt sowieso als je niet kunt voorzien in een minimale materiële behoefte. Geen honger hebben is noodzakelijk om niet te lijden, al is het inderdaad ook geen voorwaarde voor een gelukkig leven zonder leed. Natuurlijk mogen mensen het jammer vinden dat ze niet op vakantie kunnen. Tegelijkertijd moeten ze beseffen dat als ze nu alleen maar dit soort bevoorrechte problemen hebben, dat niet hun eigen verdienste is, maar ook deels toeval. Ze hadden net zo goed iemand kunnen zijn met een veel fundamenteler soort leed, zoals honger.”

Lijster: “Leed heeft altijd een objectieve en een subjectieve dimensie. Dat onderscheid is belangrijk om te maken als je balans zoekt tussen je eigen leed en dat van anderen. Objectief gezien lijden mensen zonder dak boven hun hoofd meer dan ik, want ik heb wel een huis. Dit leed valt tot op zekere hoogte te kwantificeren door te stellen: deze mensen verdienen het om geholpen te worden, dit is een politiek probleem dat aandacht verdient. Daarnaast is er de subjectieve dimensie, zoals het lijden van iemand in een villa met zeven auto’s voor de deur. Dat leed is waarschijnlijk niet zozeer een politiek probleem en valt in die zin buiten de balans. Maar het is onheus om te zeggen dat dit leed er daarom niet toe doet.”

Beeckman: “Waarschijnlijk zijn er nu ook mensen in armoede beland die dat nooit hadden verwacht. Toch gaat het idee dat jij morgen bij de groep kan horen die nu veel armer is dan jij, er bij ons moeilijk in. Filosoof Michael Sandel bespreekt dat in zijn laatste boek ‘De tirannie van verdienste’. Wij geloven in de maakbaarheid van het individu, in het idee dat je succes volledig je eigen verdienste is. Als rationele individuen creëren we ons succes zelf; en als dat je niet lukt, is dat je eigen schuld. Deze mentaliteit laat geen ruimte voor de onvoorspelbaarheid van het lot. De pandemie laat zien dat dit een illusie is, dat alles plots kan kantelen en jij je succes niet volledig in de hand hebt. Ik hoop dat dit besef voor een houding van meer solidariteit zorgt. Het is wel degelijk jouw zaak om je in te zetten voor anderen in de gemeenschap, want jij verschilt niet zoveel van de ander.”

Lijster: “Het is dan wel de vraag op welke manier deze betrokkenheid vorm krijgt. Als dat liefdadigheid is, lossen we de werkelijke problemen niet op. Er is een verschil tussen liefdadigheid en rechtvaardigheid. Bij liefdadigheid creëer je een machtsrelatie waarin de ander afhankelijk is van jouw barmhartigheid, terwijl in een rechtvaardige samenleving niemand überhaupt in zo’n afhankelijke positie terecht zou moeten komen. Jezelf kunnen voeden behoort dan simpelweg tot de rechten die je als mens hebt.”

Beeckman: “Ik denk dat we daarvoor opnieuw een politieke gemeenschapszin moeten ontdekken. Naast de coronacrisis zitten we nog in een andere crisis, namelijk die van het hyperindividualisme. Die miskent de rol van het politieke spel, dat cruciaal is voor wederkerigheid en rechtvaardigheid. Je beseft dan niet dat je naast een individueel wezen ook een burger bent, een sociaal wezen, dat altijd met anderen verbonden is. Als je dat wel beseft, worden andermans worstelingen vanzelf meer jouw zaak.”

“Wat zoeken we eigenlijk op vakantie?” Interview voor ‘Filosofisch Elftal’, Trouw, 9 juli 2020

“Waarom gaan we eigenlijk op vakantie? Wat zoeken we? Op vakantie vieren we onze existentie, zegt Tinneke Beeckman. Nee hoor, zegt Bas Haring, vakantie laat vaak juist zien dat we niet weten wat we met ons leven moeten.

Continue Reading ›

‘De Tegel’ – over levensmotto’s, Trouw

Unknown-2Voor ‘De Tegel’ in Trouw  vroeg Joost Van Velzen me naar mijn levensmotto. Dat is ‘het goede doen en blij zijn‘. Dit is het korte interview:

Kijk, zo beginnen we onze dag graag. Van wie is de spreuk?
“Van Spinoza. In het Latijn is het: ‘Bene agere et laetari’. In zijn beroemde boek Ethica is het stelling 50 in het vierde deel. Het is een hele behulpzame spreuk, het is praktische filosofie.”

Wat bedoelt Spinoza er mee?
“Ook al benaderen anderen  je boosaardig, beantwoordt dat dan altijd met het goede. Als je het slechte doet, dan komt daar immers toch nooit iets goeds uit voort.”

Dus is het beter om ‘het goede te doen en blij te zijn’. Maar is dat wel op te brengen?
“Niet altijd, natuurlijk. Dit credo is heel moeilijk. Soms ben je toch boos of verdrietig, of moe. Ik zou niet durven beweren dat ik de redelijkheid altijd bij de hand heb. Mensen imiteren ook al snel elkaars gevoelens, waardoor je in een neerwaarste spiraal terecht kunt komen. Continue Reading ›

‘Honkvaste migranten’, column DS, 18 april 2016

Unknown 08.33.05“Zijn we allemaal migranten? Dat vroeg ik me af toen ik een manifest las waarin tientallen Nederlandse denkers voor open Europese grenzen pleitten, en tegen de angst die politici als Wilders en Le Pen zinnebeelden (Trouw, 30/03). Ik begreep hun bezorgdheid. Europese idealen staan op de helling: door de twijfelachtige deal met Turkije verliezen vluchtelingen het fundamentele recht om een vluchtelingenstatuut te vragen. Maar maakt mij dat tot migrant in dit land? En zijn open grenzen het antwoord? Ik denk het niet. Als kind al reisde ik met mijn ouders naar Athene, de bakermat van de Europese cultuur. Ik deed nadien de andere continenten aan. Europa voelde altijd als thuis.

vrijheid-van-de-grens-3d-wEcht grenzen oversteken is natuurlijk meer dan op vakantie gaan. Wat betekent het dan wel? Dat beschrijft Paul Scheffer in ‘De vrijheid van de grens’. Grenzen zijn volgens hem noodzakelijk, ze moeten evenmin helemaal open als hermetisch dicht. De vraag is wel hoeveel mensen volwaardig burger kunnen worden van de EU. Mensen worden namelijk geen voorstander van vrijheid en gelijkheid zodra ze voet zetten op Europese bodem. Die werkelijkheid is ongemakkelijk, en het is verleidelijk om ze te ontkennen. Die miskenning getuigt juist van eurocentrisme: de Europese neiging om de eigen cultuur en traditie op anderen te projecteren. Het is een typisch Europees trekje om zichzelf uit te vlakken, en vervolgens te veronderstellen dat anderen zich ook meteen losmaken van hun culturele of religieuze identiteit. Alsof het niet uitmaakt of je uit Japan, Pakistan of Brazilië komt, zodra je in een land arriveert. De voorstanders van open grenzen, die bij uitstek aan het verwijt van eurocentrisme willen ontsnappen, wenden de vreemdheid van het eigene voor: ‘we zijn allemaal migranten’. Dat lijkt me een gratuite bewering, die onrecht doet aan de verscheurende ervaringen van migranten. Dit eurocentrisme, dat zich alleen tot Europese politieke kwesties richt, heeft geen oog voor hoe verschillend – en vaak radicaal antidemocratisch – mensen uit andere werelddelen denken. Continue Reading ›