Interview in Trouw: ‘Hét gevaar van onze tijd? Dat iedereen in zijn eigen waarheid gelooft’, op 30 okt. 2020.

“Politici die onderweg naar de Tweede Kamer door agressieve activisten voor ‘kinderverkrachter’ worden uitgemaakt. Bezorgde burgers die vrezen dat bij corona-vaccinaties een chip wordt ingebracht, waarmee Bill Gates ons overal kan volgen. De NOS die voortaan het logo van hun busjes verwijdert, na aanhoudende bedreigingen. Voor de Vlaamse filosofe Tinneke Beeckman is het een extra gekke gewaarwording om naar nieuws over Nederland in 2020 te kijken. Extra gek, omdat zij vijf jaar geleden precies deze opmars van complotdenken voorspelde. 

Nog voordat termen als nepnieuws en post-truth gemeengoed waren, beargumenteerde Beeckman in haar boek Macht en onmacht dat hét onderliggende probleem van de samenleving is dat we massaal zijn gaan geloven dat ‘iedereen zijn eigen waarheid heeft.’ Ze schreef dat de waarheid in ‘levensgevaar’ verkeert, dat we weg moeten van het vage postmoderne denken waarin alleen maar interpretaties bestaan, en terug naar het Verlichtingsideaal van streven naar gedeelde feiten. Nee, niet iedereen heeft zijn eigen waarheid, dat zou elk gesprek of zoektocht naar common ground onmogelijk maken. Iedereen heeft perspectieven op de waarheid, en hoe meer we die met elkaar delen en in gesprek gaan, hoe beter het maatschappelijke gesprek, bepleitte Beeckman destijds.

Haar boodschap lijkt nu urgenter dan ooit.

Hoe verklaart u de populariteit van complottheorieën tijdens de coronacrisis?

“Ik denk dat mensen bij grote gebeurtenissen op zoek gaan naar grote oorzaken. Dat is altijd al zo geweest. Spinoza beschreef in de zeventiende eeuw al hoe pandemieën een enorm gevoel van angst en onzekerheid teweeg brengen. Zo’n pandemie is eigenlijk te groot om te begrijpen. Dat kan voor ons gevoel eigenlijk niet komen door toeval, of door natuurlijke omstandigheden, zoals het eten van vleermuizen. Er moet haast een soort machinatie achter zitten: een groter plan dat het in werking heeft gezet. In de zeventiende eeuw had je vaak theologische machinaties: het is de straf van God. Dat kan nu niet meer. Dus komt de oorzaak te liggen bij wie macht heeft: de politiek, big business, de farma-industrie of iemand als Bill Gates.”

“Telkens wanneer grote dingen gebeuren, zoals een oorlog of pandemie, zijn mensen bereid te lijden of het moeilijk te hebben. Maar ze willen wel weten waarom. Ze nemen er geen genoegen mee dat het zo doelloos lijkt. Dat het eigenlijk maar toeval en chaos is. Veel complottheorieën geven een structuur in die chaos. Houvast. De duidelijkheid van: eigenlijk is het de overheid of Bill Gates die aan de touwtjes trekt.”

Het is makkelijk om in een eigen bubbel te belanden, met Youtubevideo’s die vooral bevestigen wat kijkers al denken of juist steeds extremere content aanbieden om ze op het platform te houden. Waarom is het volgens u zo gevaarlijk als mensen in ‘hun eigen waarheid’ geloven?

“Omdat het probleem voor elke menselijke geest precies zit in het onderscheiden wat de feiten zijn, en om daarin vooral tegen jezelf te kunnen denken. Dat is echt denken. Niet alleen op zoek gaan naar de bevestiging van je gelijk of wat je emotioneel aanspreekt. Maar willen zien dat je het misschien bij het verkeerde eind hebt. Die algoritmes van bijvoorbeeld Youtube maken dat moeilijk, omdat je informatie voorgeschoteld krijgt die aansluit op de theorieën die je al gelooft. Youtube en Facebook verdienen met wat de meeste ophef maakt, wat zorgt voor een nieuwe kapitalistische ontsporing van alles wat met waarheid en feiten te maken heeft.”

“Mijn tip: probeer niet te denken vanuit angst, want dat is juist waar veel complottheorieën op inspelen. Spinoza waarschuwde al voor charlatans en zwendelaars die misbruik maken van de wanhoop die voortkomt uit leed en tegenslag. Volgens mij lijkt dat mechanisme, die gevoeligheid voor bijgeloof, op hoe mensen nu zo open staan voor complotten. Maar wees kritisch, vooral naar jezelf dus.”

Tegenwoordig wordt je pas als kritisch denker gezien als je een argwanend denker bent, signaleerde u eerder. Wat is precies het verschil tussen die twee?

“Argwaan is niet voldoende voor kritisch zijn. Argwanende denkers gaan ervan uit dat 9/11 een inside job was. Ik vind ook niet dat we politici op hun blauwe ogen moeten vertrouwen. Ik zeg ook: denk voor jezelf, geloof nooit zomaar autoriteits- of gezagsargumenten. Maar als je argwanend bent, twijfel je vanaf het begin aan de goede trouw van de ander. Dat is het fundamentele verschil. Ik zou zeggen: wees kritisch op politici – presenteren ze de juiste feiten? laten ze zich niet in de luren leggen door lobbygroepen? – maar gebruik daarvoor de methodologie van de feiten. Vertrek niet vanuit het idee dat iedereen in de Tweede Kamer fundamenteel ter kwade trouw is.”

Veel complotdenkers vinden elkaar in hun wantrouwen naar de overheid, bedrijven, wetenschappelijke instituten en de media. Is dat wantrouwen dan onterecht?

“Soms zit er kritiek in verscholen die wel degelijk hout snijdt. Neem bijvoorbeeld Bill Gates. Ik ben dankbaar dat hij zijn fortuin wil aanwenden om de productie van een vaccin te faciliteren en het goedkoop te houden. Maar eigenlijk is het niet normaal dat dit van de goodwill van één superrijke of een paar superrijken afhangt, terwijl ze voor hun keuzes geen politieke verantwoordelijkheid hoeven af te leggen. Het lijkt me ongezond dat we in een economisch model zitten waarin een paar economische winnaars cruciale politieke beslissingen nemen. Bill Gates kan het goede willen, maar andere miljardairs doen dat misschien niet. ”

“In die zin is het begrijpelijk dat Gates een doelwit van complotdenken is, dat hij iedereen met chips zou willen vaccineren. Voor de groep die het gevoel heeft dat zij niets te zeggen hebben, ligt de fantasie van de almachtig elite voor de hand, die ook ten kwade alles kan bepalen. De onmacht die complotdenkers voelen sluit aan bij een reëel probleem. Alleen is het complot daarop geen antwoord.”

U zegt: het is van cruciaal belang om met z’n allen een gedeelde waarheid te erkennen. Waarom eigenlijk?

“Neem bijvoorbeeld klimaatopwarming. Je moet erkennen dat het er is, dat het feitelijk aantoonbaar is, en dan nog kan je verschillen over wat je moet doen. Hoe je de economie organiseert, het vervoer, levensstijl, voeding. Je kan hierover van mening verschillen. Maar als je zegt: klimaatverandering is een hoax, dan heb je een probleem. Want dan kan je niet eens meer debatteren over welke middelen je moet gebruiken om het probleem op te lossen. Hetzelfde geldt voor de pandemie. Je kan compleet verschillen van opvatting over welke maatregelen er genomen moeten worden, en zelfs óf er maatregelen genomen moeten worden. Maar ontkennen dat de pandemie er is, en al je energie steken in gekke theorieën over een onderdrukkende elite, is contraproductief.”

Tien procent van Nederland gelooft dat er rond corona vieze spelletjes gespeeld worden. Dat zijn niet allemaal harde complotdenkers. Hebben de ‘alternatieve feiten’ en een steevast liegende Trump ons in de war gebracht, of is dit het gevolg van een veel langer proces? 

“Ik denk dat het een langer proces is. Er wás al een grote voedingsbodem, met het postmoderne idee dat wat in een samenleving geldt als waar, slechts de interpretaties zijn die een machtsstrijd overleefd hebben. Dat idee is aan het eind van de vorige eeuw door volgers van Foucault dominant geworden. Als waarheid het gevolg is van macht, dan is er ook altijd een onderdrukt idee dat niet aan bod komt. Die evengoed een soort waarheid heeft, maar waarvan de aanhangers niet de middelen hebben om het als waar te doen gelden. Precies dit hebben complotdenkers overgenomen. Ze geloven in een elite die de macht heeft om alles te manipuleren, en die het volk kan bedriegen en verraden.”

“Wat het ingewikkeld maakt, is dat de verdrongen stem, de stem die niet aan bod mag komen, volgens deze redenering niet alleen de ware stem is, maar ook de moreel superieure stem. Dat gevoel zie je bijvoorbeeld ook bij rapper en complotdenker Lange Frans. Hij spreekt op zijn Youtubekanaal [inmiddels door Youtube verwijderd, red.] vanuit een underdogpositie. Juist dat hij niet serieus wordt genomen door journalisten en academici, is precies de aantrekkingskracht voor zijn volgers.”

“In de jaren ’90 gold een geloof in de vooruitgang van de liberale democratie. Maar na 9/11 en na de economische crisis van 2008 kantelde dat. Het optimisme is weg. Mensen hebben minder vertrouwen in elkaar, de overheid en media. Dan is het aantrekkelijk je te identificeren met zo’n underdog die opstaat tegen het systeem. Volgens mij is het herstellen van dat vertrouwen het allerbelangrijkste dat we kunnen doen tegen complotdenken. Hoe precies weet ik als filosoof niet, maar daar ligt wel de kern van het probleem.”

In het item van Arjen Lubach over de ‘fabeltjesfuik’ van Youtube, het algoritme waardoor complotdenkers in een spiegelpaleis van hun eigen ideeën belanden, zegt iemand: ‘Ik geloof niet in feiten.’ Gaat dat een stap verder dan ‘iedereen heeft zijn eigen waarheid?

“Ik denk dat het nóg meer laat zien dat sociale media, filterbubbels en Youtube-algoritmes kunnen leiden tot een vervreemding van de werkelijkheid. Je kan elke video aanklikken, lijkt het idee, en zelf bepalen in welke realiteit je wilt leven. Terwijl er wel degelijkheid een gedeelde werkelijkheid bestaat: ga bijvoorbeeld maar eens kijken in een ziekenhuisafdeling die vol ligt met coronapatiënten. Misschien zou het helpen om ‘activisten’ die de wet overtreden met het bedreigen of belagen van politici, zoals in dat Lubach-item te zien was, op de een of andere manier weer meer bij de werkelijkheid betrekken. Om ze uit hun bubbel te halen, en eens verplicht in die ziekenhuizen langs te laten gaan.”

Het is niet bewezen dat er meer complotdenkers zijn dan bijvoorbeeld honderd jaar geleden. Is het niet een fenomeen van alle tijden dat simpelweg bij de maatschappij hoort?

“Ja. Maar wat onze tijd echt anders maakt, is de tegenwoordig geaccepteerde gedachte: ik heb mijn eigen waarheid. Daar zit ook een soort narcistische component in, waar ik me zorgen over maak. Het narcisme zit erin dat je niet vatbaar bent voor de realiteit buiten jou, en alleen nog maar wil erkennen wat jou goed uitkomt. Je ziet het ook met Trump en zijn leugens: mensen worden beloond voor de mate waarin ze een succesvol, glorieus beeld van zichzelf kunnen opleggen, ondanks wat ze in realiteit presteren. Dat is ook het gevolg van het loslaten dat er zoiets bestaat als ‘de waarheid’ waar we allemaal over kunnen praten of aan kunnen bijdragen. Mensen nemen zichzelf als belangrijkste criterium voor waarheid. Terwijl die algoritmes van bijvoorbeeld Youtube er dus voor zorgen dat kijkers juist zien wat ze al geloven.”

Heeft u tips voor lezers die in gesprek willen gaan met complotdenkende naasten?

“Wees empathisch. Probeer dieper te graven naar welke motieven erachter zitten. In de VS sprak een sociologe Trumpaanhangers door de het hele land vanuit de vraag: wat motiveert u? Ze schreef er een mooi boek over, Strangers in their Own Land, waarin je als lezer een nieuw begrip krijgt voor het gevoel dat bij veel erg conservatieve Amerikanen leeft, het gevoel van de American Dream die niet is waargemaakt. Dat gevoel bestaat niet alleen in de VS. Dus probeer te luisteren naar wat er achter het verlangen naar complotdenken zit.”

U schreef eerder een boek over uw held Spinoza. Wat zou zijn tip zijn voor Nederland anno 2020?

“Ik denk ook om niet alleen rationalistisch naar de inhoud van ideeën van anderen te kijken, maar op zoek te gaan naar de motieven, gevoelens en passies die erachter liggen. Veel complotdenkers zijn eigenlijk zeer betrokken burgers: ze steken enorm veel energie in wat in hun ogen het goede is voor de maatschappij. Probeer mét die passies te werken, zou Spinoza denk ik zeggen, en niet tegen die passies.”

Dit interview door Maarten Van Gestel verscheen in Trouw, op 30 oktober 2020.

“Kan je lijden vergelijken?” Interview voor ‘Filosofisch Elftal’, Trouw, 15 okt. 2020

Alexandra van Ditmars vroeg aan Thijs Lijster en mezelf of je de nadelen van de coronapandemie kan vergelijken. Dit artikel verscheen in Trouw.

“Mag je een geannuleerde herfstvakantie vergelijken met hongersnood?

Twee problemen van totaal verschillende orde: de armoede neemt toe, en het wordt moeilijk om in deze tijden op zonvakantie te gaan. Mag je groot leed en klein leed met elkaar vergelijken?Alexandra van Ditmars, 15 oktober 2020, 14:18

De coronacrisis doet armoede groeien. Door de pandemie neemt het aantal mensen dat in extreme armoede leeft voor het eerst in twintig jaar toe, maakte de Wereldbank bekend. Naar verwachting stijgt het aantal mensen onder de extreme armoedegrens dit jaar met minstens 88 miljoen, wat in 2021 op kan lopen tot 150 miljoen.

En in eigen land opende het Rode Kruis deze week gironummer 7244 om voedselhulp aan duizenden mensen in Nederland te bekostigen. Het gaat om mensen die geen fatsoenlijke maaltijd meer op tafel kunnen zetten, omdat ze vanwege Covid-19 niet langer een inkomen hebben.

Naast dit grote leed is er ook sprake van veel kleiner leed. Mensen maken zich zorgen of ze nog wel op zonvakantie kunnen, en of geplande feesten door kunnen gaan. Hoe begrijpelijk die zorgen wellicht ook zijn, het contrast is in de coronacrisis soms wel erg schril. Hoe vind je balans tussen je eigen leed en dat van anderen, die het veel erger hebben?

Thijs Lijster, universitair docent kunst- en cultuurfilosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen: “Als mensen balen omdat ze onverwachts de herfstvakantie in eigen land doorbrengen, is mijn eerste reactie: dit is een eerstewereldprobleem. Oftewel, een probleem dat in het niet valt als je het vergelijkt met de ernstige problemen die mensen hebben in armere delen van de wereld. En ook in ons land zijn er mensen die voor hetere vuren staan, zoals een ouder die geen geld heeft om boodschappen te doen. In vergelijking daarmee kun je treuren om een verloren vakantie afdoen als geprivilegieerd gezeur. Maar de nieuwe essaybundel ‘Intimations’ van Zadie Smith laat zien dat dit niet helemaal terecht is. Smith stelt dat leed zich moeilijk laat vergelijken. ‘Lijden heeft een absolute relatie tot het lijdende individu’, schrijft ze. Er zit een bepaalde particulariteit in elk lijden: het is alsof het op maat gemaakt is voor een specifiek persoon. Daardoor is het onjuist om het lijden van een ander zomaar weg te wuiven. Denk aan de depressieve popster. Het feit dat iemand rijk en succesvol is, maakt zijn leed nog niet minder ernstig. Het kan iemand net zo goed verwoesten. Je kunt leed in perspectief plaatsen – een geannuleerde herfstvakantie is aanzienlijk minder erg dan hongerlijden – maar niet werkelijk vergelijken.”

“Toch is er wel een ondergrens”, reageert filosoof en columnist Tinneke Beeckman. “Je lijdt sowieso als je niet kunt voorzien in een minimale materiële behoefte. Geen honger hebben is noodzakelijk om niet te lijden, al is het inderdaad ook geen voorwaarde voor een gelukkig leven zonder leed. Natuurlijk mogen mensen het jammer vinden dat ze niet op vakantie kunnen. Tegelijkertijd moeten ze beseffen dat als ze nu alleen maar dit soort bevoorrechte problemen hebben, dat niet hun eigen verdienste is, maar ook deels toeval. Ze hadden net zo goed iemand kunnen zijn met een veel fundamenteler soort leed, zoals honger.”

Lijster: “Leed heeft altijd een objectieve en een subjectieve dimensie. Dat onderscheid is belangrijk om te maken als je balans zoekt tussen je eigen leed en dat van anderen. Objectief gezien lijden mensen zonder dak boven hun hoofd meer dan ik, want ik heb wel een huis. Dit leed valt tot op zekere hoogte te kwantificeren door te stellen: deze mensen verdienen het om geholpen te worden, dit is een politiek probleem dat aandacht verdient. Daarnaast is er de subjectieve dimensie, zoals het lijden van iemand in een villa met zeven auto’s voor de deur. Dat leed is waarschijnlijk niet zozeer een politiek probleem en valt in die zin buiten de balans. Maar het is onheus om te zeggen dat dit leed er daarom niet toe doet.”

Beeckman: “Waarschijnlijk zijn er nu ook mensen in armoede beland die dat nooit hadden verwacht. Toch gaat het idee dat jij morgen bij de groep kan horen die nu veel armer is dan jij, er bij ons moeilijk in. Filosoof Michael Sandel bespreekt dat in zijn laatste boek ‘De tirannie van verdienste’. Wij geloven in de maakbaarheid van het individu, in het idee dat je succes volledig je eigen verdienste is. Als rationele individuen creëren we ons succes zelf; en als dat je niet lukt, is dat je eigen schuld. Deze mentaliteit laat geen ruimte voor de onvoorspelbaarheid van het lot. De pandemie laat zien dat dit een illusie is, dat alles plots kan kantelen en jij je succes niet volledig in de hand hebt. Ik hoop dat dit besef voor een houding van meer solidariteit zorgt. Het is wel degelijk jouw zaak om je in te zetten voor anderen in de gemeenschap, want jij verschilt niet zoveel van de ander.”

Lijster: “Het is dan wel de vraag op welke manier deze betrokkenheid vorm krijgt. Als dat liefdadigheid is, lossen we de werkelijke problemen niet op. Er is een verschil tussen liefdadigheid en rechtvaardigheid. Bij liefdadigheid creëer je een machtsrelatie waarin de ander afhankelijk is van jouw barmhartigheid, terwijl in een rechtvaardige samenleving niemand überhaupt in zo’n afhankelijke positie terecht zou moeten komen. Jezelf kunnen voeden behoort dan simpelweg tot de rechten die je als mens hebt.”

Beeckman: “Ik denk dat we daarvoor opnieuw een politieke gemeenschapszin moeten ontdekken. Naast de coronacrisis zitten we nog in een andere crisis, namelijk die van het hyperindividualisme. Die miskent de rol van het politieke spel, dat cruciaal is voor wederkerigheid en rechtvaardigheid. Je beseft dan niet dat je naast een individueel wezen ook een burger bent, een sociaal wezen, dat altijd met anderen verbonden is. Als je dat wel beseft, worden andermans worstelingen vanzelf meer jouw zaak.”

“Wat zoeken we eigenlijk op vakantie?” Interview voor ‘Filosofisch Elftal’, Trouw, 9 juli 2020

“Waarom gaan we eigenlijk op vakantie? Wat zoeken we? Op vakantie vieren we onze existentie, zegt Tinneke Beeckman. Nee hoor, zegt Bas Haring, vakantie laat vaak juist zien dat we niet weten wat we met ons leven moeten.

Continue Reading ›

‘De Tegel’ – over levensmotto’s, Trouw

Unknown-2Voor ‘De Tegel’ in Trouw  vroeg Joost Van Velzen me naar mijn levensmotto. Dat is ‘het goede doen en blij zijn‘. Dit is het korte interview:

Kijk, zo beginnen we onze dag graag. Van wie is de spreuk?
“Van Spinoza. In het Latijn is het: ‘Bene agere et laetari’. In zijn beroemde boek Ethica is het stelling 50 in het vierde deel. Het is een hele behulpzame spreuk, het is praktische filosofie.”

Wat bedoelt Spinoza er mee?
“Ook al benaderen anderen  je boosaardig, beantwoordt dat dan altijd met het goede. Als je het slechte doet, dan komt daar immers toch nooit iets goeds uit voort.”

Dus is het beter om ‘het goede te doen en blij te zijn’. Maar is dat wel op te brengen?
“Niet altijd, natuurlijk. Dit credo is heel moeilijk. Soms ben je toch boos of verdrietig, of moe. Ik zou niet durven beweren dat ik de redelijkheid altijd bij de hand heb. Mensen imiteren ook al snel elkaars gevoelens, waardoor je in een neerwaarste spiraal terecht kunt komen. Continue Reading ›

‘Honkvaste migranten’, column DS, 18 april 2016

Unknown 08.33.05“Zijn we allemaal migranten? Dat vroeg ik me af toen ik een manifest las waarin tientallen Nederlandse denkers voor open Europese grenzen pleitten, en tegen de angst die politici als Wilders en Le Pen zinnebeelden (Trouw, 30/03). Ik begreep hun bezorgdheid. Europese idealen staan op de helling: door de twijfelachtige deal met Turkije verliezen vluchtelingen het fundamentele recht om een vluchtelingenstatuut te vragen. Maar maakt mij dat tot migrant in dit land? En zijn open grenzen het antwoord? Ik denk het niet. Als kind al reisde ik met mijn ouders naar Athene, de bakermat van de Europese cultuur. Ik deed nadien de andere continenten aan. Europa voelde altijd als thuis.

vrijheid-van-de-grens-3d-wEcht grenzen oversteken is natuurlijk meer dan op vakantie gaan. Wat betekent het dan wel? Dat beschrijft Paul Scheffer in ‘De vrijheid van de grens’. Grenzen zijn volgens hem noodzakelijk, ze moeten evenmin helemaal open als hermetisch dicht. De vraag is wel hoeveel mensen volwaardig burger kunnen worden van de EU. Mensen worden namelijk geen voorstander van vrijheid en gelijkheid zodra ze voet zetten op Europese bodem. Die werkelijkheid is ongemakkelijk, en het is verleidelijk om ze te ontkennen. Die miskenning getuigt juist van eurocentrisme: de Europese neiging om de eigen cultuur en traditie op anderen te projecteren. Het is een typisch Europees trekje om zichzelf uit te vlakken, en vervolgens te veronderstellen dat anderen zich ook meteen losmaken van hun culturele of religieuze identiteit. Alsof het niet uitmaakt of je uit Japan, Pakistan of Brazilië komt, zodra je in een land arriveert. De voorstanders van open grenzen, die bij uitstek aan het verwijt van eurocentrisme willen ontsnappen, wenden de vreemdheid van het eigene voor: ‘we zijn allemaal migranten’. Dat lijkt me een gratuite bewering, die onrecht doet aan de verscheurende ervaringen van migranten. Dit eurocentrisme, dat zich alleen tot Europese politieke kwesties richt, heeft geen oog voor hoe verschillend – en vaak radicaal antidemocratisch – mensen uit andere werelddelen denken. Continue Reading ›

Interview op ‘De Dagwacht’, NPO Radio 1 – over wantrouwen in de media

Unknown

Samen met Klaske Tameling was ik op donderdag 25 februari te gast in het programma ‘De Dagwacht‘, bij journalisten Tom van ’t Einde en Wout van Erven.

De uitzending is op NPO Radio 1 te beluisteren.

 

Aanleiding voor het interview was een ander gesprek over de media dat in Trouw verscheen. Onderzoek toont aan dat burgers de media steeds meer wantrouwen.

 

CcB2KRKXIAEmxmm.png-smallWaar komt dat wantrouwen vandaan? Is het terecht? En wat kunnen journalisten doen om het vertrouwen te herstellen.

Gedurende twee uren spraken we over de invloed van technologie, over samenzweringen, over sociale media, de voor-en nadelen van burgerjournalistiek, over vrouwen en minderheden in de media  en vele andere thema’s.

In het vierde deel van mijn boek ‘Macht en Onmacht. Een verkenning van de hedendaagse aanslag op de Verlichting’ komt het belang van internet en de media voor de democratie aan bod.

 

Interview in ‘Trouw’ over mijn boek ‘Macht en Onmacht’, 5 dec. 2015

Unknown-2Dit interview verscheen in Trouw, ‘Letter en Geest’, op 5 december 2015. Door Marnix Verplancke, foto’s door Patrick Post.

 

“Op 7 januari 2015 vermoorden moslimterroristen in Parijs bij een aanslag op het satirische blad Charlie Hebdo twaalf personen. Het weekend daarop liepen vier miljoen mensen in de marche républicaine, die een stil protest tegen het geweld werd. Maar niet zo volgens historicus en geograaf Emmanuel Todd, die in zijn boek ‘Wie is Charlie?’ deze mars afserveerde als een betoging die de sociale positie van de blanke middenklasse wou verstevigen en daarom spuwde op de religie van de minderheid. Die betogers, daar zaten geen arbeiders tussen, net zomin als bewoners van de beruchte banlieues, de buitenwijken waar de politie nog amper zijn neus durft te vertonen. Nee, schreef Todd, het protest kwam uit de dorpen en wijken waar tijdens de Tweede Wereldoorlog hevig werd gecollaboreerd met de Duitse bezetters. Zombie-katholieken, noemde hij hen, antisemieten en vreemdelingenhaters.

Copyright: Patrick Post

Copyright: Patrick Post

Voor de filosofe Tinneke Beeckman is Todds boek een symptoom van wat er is misgelopen met de westerse filosofie. Wat ooit een kritisch denken was, heeft vandaag suïcidale trekken aangenomen. “Todd combineert zaken die wij associëren met kritisch denken”, aldus Beeckman: “Dat wij handelen via onbewuste motieven bijvoorbeeld. Wij zien mensen door de straten van Parijs lopen, verbolgen over een terroristische aanslag. Todd ziet wat anders: hun onbewuste motieven.

Alleen heeft hij nooit met hen gesproken. Ook zijn verwijzingen naar de Tweede Wereldoorlog zijn in hetzelfde bedje ziek. Ik ben helemaal te vinden voor een analyse van het verleden, en dus ook  van de Tweede Wereldoorlog, maar Todd heeft zo’n analyse niet gemaakt. Hij herhaalt alleen bestaande angst- en schuldgevoelens en daardoor verhindert hij een helder denken over deze zaken. Dat is een heel bedenkelijke keerzijde van het kritische denken. De irrationaliteit zit bij de ander, niet bij Todd. Iedereen is door zijn context bepaald, maar niet hij.

Hij beweert dat wij Europeanen dor onze historie bepaald zijn. Maar in de islam ziet hij de mogelijkheid voor de Republiek om echt democratisch te worden, op voorwaarde dat moslims de gelijkheid tussen man en vrouw aanvaarden. Alsof die islam dan opeens uit zijn eigen geschiedenis zou kunnen stappen en die gelijkheid aannemen.”

Todd heeft alle media gehaald, in Frankrijk, Bel­gië en Nederland. Waarom willen wij zijn ongegronde mening zo graag aanhoren?

“Omdat ons kritisch denken van de voorbije halve eeuw exacte kennis en wetenschap totaal heeft uitgehold. Vandaag geldt de macht van de retoriek. Wie de scherpste tong heeft, al komt hij met een ongeloofwaardig verhaal, heeft vandaag de macht. Continue Reading ›

Recensie van ‘Macht en Onmacht’ in ‘Trouw’, 21 oktober

UnknownDeze recensie verscheen in Trouw op 21 oktober 2015

“Achter nietszeggende titel gaat urgente analyse schuil van Charlie Hebdo-debat”

door SEBASTIEN VALKENBERG, in Trouw
boekrecensie Filosofie

image005Tinneke Beeckman: Macht en onmacht De Bezige Bij, Amsterdam. 248 blz,
19,90

De schrijfster
Een doctoraat in de moraalwetenschappen, meerdere postdoctorale
studiebeurzen, summer schools aan de London School of Economics. Het
lijkt vanzelfsprekend dat zo’n traject leidt tot een deftige positie
aan een universiteit. Zo niet voor filosofe Tinneke Beeckman. Zij
werkt freelance en dat is te merken. Bij haar geen filosofie voor een
handvol vakgenoten, maar urgente analyses die ons allemaal aangaan.
Dat geldt voor haar nieuwste boek meer dan ooit. Dit heet ‘Macht en
onmacht’ en heeft ‘Charlie Hebdo’ als aanleiding.
Haar ambitie

‘Ik neem de debatten na de moordpartij […] als aanknopingspunt voor
een filosofische reflectie over deze tijd’, aldus Beeckman in haar
inleiding. De Amerikanen hebben 9/11, Europeanen 7/1 – de datum
waarop een groot deel van de Charlie Hebdo-redactie werd uitgemoord.
De discussie die vervolgens losbarstte zegt veel over onze
maatschappij. Hoe komt het dat journalisten niet over islamisme
kunnen schrijven? Vanwaar de populariteit van complottheorieen om de
aanslag te verklaren? Waarom is kritiek leveren zo ingewikkeld
geworden? Het zijn filosofische vraagstukken van formaat en Beeckman
komt met originele antwoorden.
Het resultaat
Een prikkelende ideeëngeschiedenis die de balans opmaakt van veertig
jaar postmodernisme. Ook andere denkers komen aan bod
(Nietszche, Heidegger), maar dan vooral als voorloper van deze
filosofische stroming. Een illusie om te denken datje ware uitspraken
kunt doen, is ons ingeprent, uitspraken zijn niet meer dan de
uitdrukking van iemands maatschappelijke positie. Deze denktrant
wreekt zich op verschillende manieren, onder meer door een overmatige
aandacht voor economische verhoudingen. Waarom pleegden de broers
Kouachi hun daad? Zelf beriepen ze zich op de islam. Alleen kunnen
wij ons nog nauwelijks voorstellen dat ze handelden uit religieuze
motieven. Godsdienst heet immers een Groot Verhaal en hiervan had het
postmodernisme juist het einde afgekondigd. Blijft over het
sociaaleconomische motief als verklaringsmodel. Er moet sprake zijn
geweest van achterstelling (hoewel Beeckman laat zien dat jihadisten
juist vaak tot de middenklasse behoren).

De mooiste zin

“De aanslagen op Chalie Hebdo zijn politieke moorden, maar de
slachtoffers zijn geen staatsmannen.” Een mooie paradox formuleert
Beeckman hier. Politieke moorden zijn zo oud als de politiek zelf en
ter illustratie noemt ze Julius Caesar, Abraham Lincoln, John F.
Kennedy. Hoewel geen politici, horen de journalisten en cartoonisten
dus ook in dit rijtje thuis. De aanslagen zijn meer dan een uiting
van boosheid of een manier om de profeet te wreken. Ze hadden als
doel ‘om de toekomst van een samenleving te veranderen’, in een oord
waarin de vrije mening ondergeschikt is aan andermans gevoeligheden.
Reden om het boek niet te lezen
Die is er eigenlijk niet. Maar de kans is aanwezig dat mensen het
niet lezen. Dat komt door de titel. ‘Macht en onmacht’. Echt een
lekker lokkertje is dit niet. Daarvoor is de titelkeus te generiek.
Zo had een kloeke sociologische verhandeling uit de jaren zeventig
ook kunnen heten. De auteur had zichzelf een plezier gedaan met een
pakkender titel, die vermoedelijk meer lezers had getrokken. Maar een
kniesoor die hierop let.
Reden om het wel te lezen
Nog even en de aanslagen zijn alweer een jaar geleden. Maar dat wil
niet zeggen dat het boek van Beeckman reageert op gebeurtenissen van
gisteren. Een paar weken terug werden we geconfronteerd met
kindbruiden. Hoe treed je dit fenomeen tegemoet? Met een postmoderne
weigering om over andermans cultuur te oordelen, zoals op de
Vara-blog Joop.nl gebeurde (‘Natuurlijk worden (die meisjes, SV)
weieens slecht behandeld en seksueel vernederd, maar dat kan elke
vrouw overkomen’)? Of met een krachtige afwijzing, omdat
kindhuwelijken in strijd zijn met zo ongeveer alle wetten en
verdragen die we getekend hebben? De thema’s die Beeckman aansnijdt,
zijn blijvend actueel – en eigenlijk winnen ze alleen maar aan
urgentie door de migratiestromen die het laatste halfjaar pas echt op
gang is gekomen.”

Recensie Spinoza-boek in ‘Trouw’, Peter Henk Steenhuis

Unknown

“Beeckman maakt haar pretentie waar: door Spinoza’s lens bekeken begrijp je meer van zijn wereld én van de onze.”    Uit ‘Trouw’  door Peter Henk Steenhuis

“Moeiteloos van Morsi naar Machiavelli”

Continue Reading ›